New Wine en Israëlhaat: vrede of capitulatie?

Over zaken omdraaien gesproken

New Wine en Israëlhaat lijkt op het eerste gezicht misschien een overdreven combinatie. hoe durf ik dit toch in één zin te zeggen? Foei Jaap!

Toch riep de handelwijze van de organisatie tijdens de Zomerconferentie van 2026 bij mij serieuze vragen op. Nadat reclamebanners van Christenen voor Israël waren beklad en bezoekers bezwaar hadden gemaakt, werden niet de bekladders terechtgewezen, maar werden de banners omgedraaid.

Niet de intimidatie verdween uit beeld, maar de boodschap.

Dat is geen onbeduidend organisatorisch incident. Het laat zien wat er gebeurt wanneer christelijke organisaties vrede verwarren met het vermijden van onrust. Wanneer vandalisme en protest bepalen wat op een christelijke conferentie zichtbaar mag blijven, is geen sprake meer van goede vrede.

Dan wordt er gebogen. Diep gebogen. Of is het knielen?

Voor de goede vrede new wine

 

Edit: terwijl ik dit zit te bloggen, lees ik op cvandaag dat een journalist achter de bekladding zit.

citaat:

“CVI is een heel extremistische religieus fundamentalistische gewelddadige organisatie”,

 Israël-banners op de New Wine Zomerconferentie

Tijdens de New Wine Zomerconferentie 2026 stonden twee reclamebanners van Christenen voor Israël op het conferentieterrein. Daarmee werd aandacht gevraagd voor de tentoonstelling Dieper dan je denkt in het Israëlcentrum.

Die tentoonstelling behandelt de Bijbelse en Joodse wortels van het christelijk geloof. Het ging dus niet om partijpolitieke verkiezingspropaganda. Er werd niet opgeroepen tot oorlog, verheerlijking van geweld of kritiekloze steun aan iedere beslissing van de Israëlische regering.

De boodschap was eenvoudig: het christelijk geloof kan niet worden losgemaakt van Israël, het Joodse volk, de verbonden, de beloften en de Schriften.

Toch werd minstens één banner beklad met het woord genocide. Hét woord dat naar believen een eigen betekenis heeft gekregen in de context met Israel.

Daarnaast kwamen er klachten over de aanwezigheid van de banners.

De reactie van New Wine was veelzeggend: beide banners werden omgedraaid.

Daarmee draaide New Wine meer om dan twee reclame-uitingen.

 

Vandalisme tegen Israël werd beloond

Laten we de gang van zaken eens bekijken.

Iemand bekladt andermans eigendom. Andere mensen klagen over de boodschap die op dat eigendom staat. Vervolgens maakt de organisatie niet de bekladding, maar de oorspronkelijke boodschap onzichtbaar.

Wie heeft er dan gewonnen?

Niet degene die zich aan de regels hield.
Niet degene die een legale reclame-uiting plaatste.
Niet degene die bereid was een inhoudelijk gesprek te voeren.

De winnaar is degene die met bekladding, druk en onrust duidelijk maakte dat een zichtbare verwijzing naar Israël niet werd geaccepteerd.

Het praktische resultaat was eenvoudig: de banners van Christenen voor Israël verdwenen uit beeld.

Vandalisme loonde.

Intimidatie werkte.

New Wine kan deze beslissing mogelijk omschrijven als conflictbeheersing, pastorale voorzichtigheid of ‘het bewaren van de rust.’ Maar zalvende woorden veranderen de aard van een beslissing niet.

Wie onder druk een boodschap omdraait, heeft niet bemiddeld. Die is bezweken.

 

New Wine en Israëlhaat: een noodzakelijke precisering

Beweer ik hiermee dat iedere leider of medewerker van New Wine persoonlijk Israël of het Joodse volk haat?

Nee. Natuurlijk niet Wij kennen de harten en persoonlijke motieven van de betrokkenen niet. Het zou onjuist zijn om mensen op basis van één beslissing door de organisatie persoonlijk als antisemiet te bestempelen.

Maar hun handelen mag wel worden beoordeeld.

New Wine heeft niet bewezen zelf Israël te haten. De organisatie heeft wel laten zien vatbaar te zijn en bereid te zijn te buigen voor anti-Israëlische druk.

Dat onderscheid is belangrijk.

Niet iedere kritiek op Israël is antisemitisme. Niet iedere bezorgdheid over Palestijnse burgers is Israëlhaat. De Israëlische regering staat, net als iedere andere regering, niet boven morele, politieke of juridische beoordeling.

Maar daar ging het hier niet om.

Het ging niet om een inhoudelijke discussie over een specifieke militaire operatie of regeringsbeslissing. Het ging om de zichtbaarheid van een christelijke organisatie die verbondenheid met Israël uitdraagt.

De naam Israël zelf was kennelijk al voldoende om de banner verdacht te maken. En om de zekeringen bij een bepaald getriggerd volksdeel te laten ploffen.

Dat is iets anders dan gewone gezonde politieke kritiek.

 

Goede vrede of goedkope vrede?

Het thema van de New Wine Zomerconferentie luidde:

‘Voor de goede vrede.’

Juist dat thema maakt de beslissing zo schrijnend en pijnlijk.

Bijbelse vrede betekent niet dat iedere spanning onmiddellijk moet worden weggemasseerd. Het betekent niet dat degene die de meeste onrust veroorzaakt met de grootste bek automatisch zijn zin moet krijgen.

Jakobus schrijft:

„Doch de wijsheid, die van boven is, die is ten eerste zuiver, daarna vreedzaam.”

Jakobus 3:17, STV

Let op de volgorde.

Eerst zuiver. Daarna vreedzaam.

Niet eerst de rust bewaren en daarna bekijken hoeveel waarheid er nog overeind staat.

Goede vrede begint bij waarheid en gerechtigheid. Goedkope vrede begint bij de vraag hoe men zo snel mogelijk van het gedoe afkomt.

De banners omdraaien was gemakkelijk. De bekladding afwijzen, de banners herstellen en duidelijk grenzen stellen aan intimidatie zou moed hebben gevraagd.

New Wine koos voor de gemakkelijke oplossing.

Maar een gemakkelijke en goedkope oplossing is niet altijd een goede oplossing.

 

Vrede is niet hetzelfde als geen gedoe

In kerkelijk Nederland wordt vrede steeds vaker gelijkgesteld aan het ontbreken van openlijk conflict.

Niemand mag gekwetst worden.
Niemand mag zich ongemakkelijk voelen.
Niemand mag worden geconfronteerd met een boodschap die tegen zijn overtuiging ingaat.

Zodra spanning ontstaat, moet de zichtbare aanleiding verdwijnen.

Maar zo functioneerde Bijbelse verkondiging nooit.

De profeten maakten zich niet geliefd door iedere aanstootgevende waarheid om te draaien. De Here Jezus Christus zweeg niet wanneer religieuze leiders de waarheid verdraaiden. Paulus organiseerde geen sus-gesprekken met mensen die het Evangelie wilden vermengen of verdraaien.

Bijbelse vrede is niet de afwezigheid van confrontatie. Het is vrede die op waarheid rust.

Vrede die wordt gekocht door de waarheid uit beeld te draaien, is geen geestelijke volwassenheid.

Het isordinaire lafheid met een christelijk etiket.

 

Was de boodschap van Christenen voor Israël dan zo gevaarlijk of aanstootgevend?

Wat stond er eigenlijk op de banners?

Geen oproep tot bombardementen.
Geen verheerlijking van oorlog.
Geen bewering dat iedere politieke beslissing van Israël rechtstreeks door God wordt ingegeven.
Geen ontkenning van Palestijns leed.

De banner verwees naar een tentoonstelling over de Joodse wortels van het christelijk geloof.

Blijkbaar is in delen van kerkelijk Nederland alleen het woord Israël al voldoende om alarmbellen te laten afgaan.

of Iedere zichtbare verbondenheid met Israël moet eerst worden voorzien van verklaringen, nuances en disclaimers. Alsof iedere verwijzing naar Israël automatisch een goedkeuring zou zijn van alles wat een Israëlische regering doet  of ooit heeft gedaan.

Bespottelijk dit..

Geen enkel ander land of volk wordt op die manier behandeld.

Wie iets over Nederland zegt, hoeft zich niet eerst te distantiëren van iedere Nederlandse regeringsbeslissing. Wie een Amerikaanse christelijke organisatie uitnodigt, hoeft niet eerst rekenschap af te leggen over iedere Amerikaanse militaire actie.

Maar zodra Israël wordt genoemd, moet kennelijk eerst een rituele politieke zuivering plaatsvinden.

Dat is geen normale kritische houding meer.

Dat is een ziekelijke verdachtmaking van alles wat met Israël verbonden is.

 

De Bijbelse wortel mocht niet zichtbaar blijven

Paulus schrijft aan gelovigen uit de volken:

„Roem niet tegen de takken; en indien gij daartegen roemt, gij draagt den wortel niet, maar de wortel u.”

Romeinen 11:18, STV

De gemeente heeft Israël niet voortgebracht. Israël, de verbonden en de beloften vormen geen toevallige historische achtergrond die de kerk inmiddels achter zich heeft gelaten.

De Here Jezus Christus kwam uit Israël. Hij was naar het vlees uit het zaad van David. De wet, de profeten, de psalmen en de beloften werden aan Israël gegeven.

Paulus schrijft over zijn volksgenoten:

„Welker is de aanneming tot kinderen, en de heerlijkheid, en de verbonden, en de wetgeving, en de dienst van God, en de beloftenissen.”

Romeinen 9:4, STV

Israël is mede daarom geen politieke voetnoot bij het christelijke geloof. Israël behoort tot de structuur van de heilsgeschiedenis.

Juist daarom is het veelzeggend dat een banner over deze wortels op een christelijke conferentie niet zichtbaar mocht blijven zodra er tegenstand ontstond.

De olijfboom mocht kennelijk alleen blijven staan zolang niemand zich eraan ergerde.

 

Van vervangingstheologie naar verdringingstheologie

De klassieke vervangingstheologie leert dat de kerk de plaats van Israël heeft ingenomen en dat de beloften aan Israël geestelijk op de kerk zijn overgegaan.

Veel hedendaagse christenen wijzen die leer gelukkig officieel af. Zij weten dat God nog een plan heeft met Israël.

Maar ondertussen ontstaat een subtielere vorm van hetzelfde probleem.

Israël wordt niet openlijk vervangen, maar praktisch verdrongen.

Israël mag in de Bijbel blijven staan, zolang het niet te nadrukkelijk in de kerk verschijnt. Men mag over Abraham, David en de profeten spreken, zolang het hedendaagse Joodse volk maar niet zichtbaar wordt.

Men zegt dat de wortel belangrijk is, maar draait de banner over die wortel om zodra bezoekers protesteren.

Dat is geen vervangingstheologie. Het is verdringingstheologie.

Israël wordt niet leerstellig geschrapt, maar kerkelijk onzichtbaar gemaakt.

 

Het Koninkrijk verkondigen zónder Israël?

New Wine spreekt veel over de komst en zichtbaarheid van Gods Koninkrijk.

Maar over welk Koninkrijk spreken we dan?

Een Koninkrijk dat is losgemaakt van de beloften aan Israël?
Een Koninkrijk waarin de profeten alleen nog algemene geestelijke inspiratie bieden?
Een Koninkrijk waarin de naam Israël te gevoelig is om zichtbaar te blijven?
Een Koninkrijk waarin politieke verontwaardiging meer gezag heeft dan het Woord van God?

Het is uiterst merkwaardig hoe gemakkelijk sommige christenen spreken over het ‘zichtbaar maken van Gods Koninkrijk’, terwijl zij moeite hebben met, en struikelen over het volk waaraan zoveel beloften over dat Koninkrijk zijn gegeven.

De Here Jezus Christus werd geboren als de Koning der Joden. De profeten spraken over Zijn heerschappij. De apostelen vroegen Hem naar het herstel van het Koninkrijk aan Israël.

Wie Gods Koninkrijk losmaakt van de Bijbelse heilsgeschiedenis, houdt uiteindelijk een vaag religieus ideaal over.

Een menselijk project met christelijke woorden.

 

Kritiek op Israël is geen Israëlhaat

Omdat het onderwerp gevoelig is, moet ook dit duidelijk worden gezegd: kritiek op Israël is niet vanzelf Israëlhaat.

Een christen hoeft niet iedere regeringsbeslissing van Israël goed te keuren. Medelijden met Palestijnse burgers is geen verraad aan Israël. Onrecht mag worden benoemd, ongeacht wie het pleegt.

Maar eerlijke kritiek richt zich op concrete handelingen, besluiten en verantwoordelijke personen.

Israëlhaat werkt anders.

Daarbij wordt Israël als geheel verdacht gemaakt. Het land, het volk en zelfs christelijke verbondenheid met Israël worden behandeld als moreel besmet.

Dat gebeurde hier op micro niveau

Een banner over Joodse wortels werd niet inhoudelijk weerlegd. Er werd het woord ‘genocide’ overheen gespoten. De organisatie achter de banner werd niet aangesproken op een concrete uitspraak, maar vanwege haar zichtbare verbondenheid met Israël.

Daarom kan de zaak rond New Wine en Israëlhaat niet worden afgedaan als een gewone discussie over politiek.

Anti-Israëlische intimidatie bepaalde wat zichtbaar mocht blijven.

 

New Wine schiep hier een gevaarlijk precedent

Vandaag gaat het om een banner.

Morgen gaat het misschien om een spreker die te duidelijk over Gods beloften aan Israël spreekt. Daarna om een Bijbelstudie over Romeinen 9 tot en met 11. Vervolgens om een Israëlzondag die te veel weerstand oproept.

Misschien moet uiteindelijk zelfs het woord Israël in liederen en psalmen worden uitgelegd, afgezwakt of voorzien van een waarschuwing.

Dat klinkt overdreven, totdat men beseft dat een reclame-uiting over de Joodse wortels van het geloof op een christelijke conferentie al niet zichtbaar mocht blijven.

Wie vandaag onder druk een banner omdraait, heeft morgen weinig principiële grond om een Bijbelstudie of spreker wel te verdedigen.

Principes die alleen standhouden zolang niemand protesteert, zijn geen principes.

Het zijn voorkeuren.

 

Wat New Wine had moeten doen

New Wine had niet ingewikkeld moeten handelen.

De organisatie had de bekladding duidelijk en zondermeer moeten afwijzen. De banner had schoongemaakt of vervangen kunnen worden. Vervolgens had New Wine een eenvoudige verklaring kunnen afleggen:

Verschil van mening is toegestaan. Kritiek mag worden geuit. Inhoudelijk debat is welkom. Maar vandalisme, intimidatie en beschadiging van andermans eigendom bepalen niet welke legale christelijke organisaties bij ons zichtbaar mogen zijn.

Dát zou leiderschap zijn geweest.

New Wine hoeft het niet op ieder politiek of leerstellig punt met Christenen voor Israël eens te zijn. De organisatie had slechts het eenvoudige beginsel hoeven verdedigen dat intimidatie geen vetorecht heeft.

Maar dat gebeurde niet.

De banners werden omgedraaid.

Niet degene die bekladdingen aanbracht, maar degene wiens eigendom was beklad, verdween uit beeld.

 

New Wine moet de fout erkennen

Er is geen behoefte aan een lang kerkelijk communicatieverhaal over emoties, veiligheid, complexiteit en polarisatie.

Er is behoefte aan één eenvoudige erkenning:

Het omdraaien van de Israël-banners was verkeerd.

Niet omdat Christenen voor Israël boven kritiek staat.
Niet omdat iedere Israëlische regeringsdaad verdedigd moet worden.
Niet omdat Palestijns leed zou moeten worden verzwegen.

Maar omdat vandalisme en intimidatie nooit mogen bepalen welke legale christelijke boodschap zichtbaar blijft.

New Wine had gewoon de druk moeten weerstaan.

De organisatie had de waarheid niet hoeven omdraaien om de rust te bewaren.

 

New Wine en Israëlhaat: de test werd niet doorstaan

Het thema was Voor de goede vrede.

Maar toen die vrede een rechte rug vereiste, draaide New Wine de banners om.  En toonde een ruggegraat van deugragout.

Daarmee werd geen vrede gesticht. Er werd slechts aangetoond dat intimidatie werkt. Wie genoeg onrust veroorzaakt, kan kennelijk bepalen welke boodschap op een christelijke conferentie zichtbaar blijft.

New Wine heeft niet bewezen zelf Israël te haten.

Maar New Wine boog wel voor anti-Israëlische druk.

En wie voor Israëlhaat buigt om de rust te bewaren, heeft geen vrede gesticht. Hij heeft slechts de prijs van capitulatie betaald.

Vandaag werd een banner omgedraaid.

De vraag is wat of wie morgen aan de beurt is.

Noot:ik ben geen groot fan van CVI, er is m.i. wel wat te kanttekenen bij deze organisatie, Maar met het mes op de keel kies ik zeker partij. Tegen de vooropgezette en aangewakkerde hersenloze Israelhaat van deugend Nederland,

Stop met vergoddelijken van Israël

Israël heeft geen Christelijke fans nodig maar hun Messias

In grote delen van het christendom is iets merkwaardigs gebeurd. Israël is verschoven van een onderwerp van Bijbelstudie naar een onderwerp van bijna religieuze bewondering of nog sterker: verafgoding en vergoddelijking.

In conferenties, blogs en sociale media wordt Israël soms behandeld alsof het land zelf een soort heilige status heeft gekregen. Politieke gebeurtenissen worden onmiddellijk tot profetie verheven en elke kritische opmerking over Israël wordt gezien als een aanval op Gods plan.

Maar laten we eerlijk zijn: de Bijbel zelf doet daar niet aan mee.

De Schrift romantiseert Israël namelijk helemaal niet.

Sterker nog: de Bijbel spreekt vaak harder over Israël dan over enig ander volk.

De Bijbel spaart Israël niet

Wie het Oude Testament leest zonder religieuze bril ziet iets opvallends. Israël wordt nergens voorgesteld als een moreel voorbeeldvolk. Integendeel.

Mozes zegt zelfs expliciet dat Israël het land niet krijgt vanwege eigen rechtvaardigheid.

“Niet om uw gerechtigheid, noch om de oprechtheid uws harten komt gij in, om hun land te erven.” (Deuteronomium 9:5, STV)

Dat is geen flatterende beoordeling.

Door de hele geschiedenis heen lezen we over:

opstand
afgoderij
ongehoorzaamheid
en uiteindelijk de verwerping van de Messias.

Dát is het Bijbelse beeld van Israël.

Het Nieuwe Testament is nog confronterender

Wanneer de Here Jezus verschijnt, bereikt de crisis zijn hoogtepunt.

Johannes schrijft zonder omhaal van woorden:

“Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.”
(Johannes 1:11, STV)

Dat is een historisch feit waar christenen niet omheen kunnen.

Het grootste deel van het Joodse volk verwierp de Messias.

Paulus:

“Maar tegen Israël zegt hij: Den gehelen dag heb Ik Mijn handen uitgestrekt tot een ongehoorzaam en tegensprekend volk.” (Romeinen 10:21, STV)

“Wat dan? Hetgeen Israël zoekt, dat heeft het niet verkregen; maar de uitverkorenen hebben het verkregen, en de anderen zijn verhard geworden.”(Romeinen 11:7, STV)

Met andere woorden: Israël staat vandaag geestelijk niet hoger, maar juist onder een tijdelijke verharding.

Het evangelie maakt geen etnische uitzonderingen

Toch lijkt het in sommige christelijke kringen alsof het Joodse volk een aparte geestelijke status heeft gekregen. Alsof hun etniciteit hen dichter bij God zou brengen.

Maar het Nieuwe Testament laat daar geen millimeter ruimte voor.

“En de zaligheid is in geen ander; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.”
(Handelingen 4:12, STV)

Dat geldt voor:

Europeanen
Afrikanen
Arabieren

en ook voor Joden.

Niemand komt tot God via afkomst.

Alleen via Christus.

De ironie van moderne Israël-verering

De ironie is bijna pijnlijk.

Juist christenen die zeggen de Bijbel letterlijk te nemen, lijken soms het duidelijkste Bijbelse punt over Israël te vergeten:

Israël heeft de Messias nodig

Niet politieke steun.
Niet religieuze bewondering.
Niet theologische sympathie of romantiek..

Maar bekering.

Paulus zegt daarom ook:

“Broeders, de toegenegenheid mijns harten en het gebed dat ik tot God voor Israël doe, is tot hun zaligheid.”
(Romeinen 10:1, STV)

Paulus organiseerde geen Israël-conferenties.

Hij bad voor hun bekering.

De andere fout: Israël uit Gods plan schrappen

Maar eerlijkheid verplicht ons ook het andere uiterste te benoemen.

Eeuwenlang heeft een deel van het christendom beweerd dat Israël volledig vervangen is door de kerk.

Ook dat is onbijbels.

Paulus zegt namelijk:

“Zo zeg ik dan: Heeft God Zijn volk verstoten? Dat zij verre!”
(Romeinen 11:1, STV)

En hij voegt eraan toe:

“Want de genadegiften en de roeping Gods zijn onberouwelijk.”
(Romeinen 11:29, STV)

God heeft Zijn beloften aan Israël niet ingetrokken.

Maar dat betekent niet dat Israël vandaag geestelijk gezond is.

De Bijbelse realiteit

De Bijbel tekent een ongemakkelijke waarheid.

Israël heeft een unieke plaats in Gods heilsplan.
Maar Israël leeft momenteel grotendeels in ongeloof.

Die twee waarheden horen bij elkaar.

Wie er één weglaat, vervormt de Schrift.

Waar het werkelijk om gaat

De kern van het Evangelie is niet een land.

Niet een volk.

Niet een etnische identiteit.

De kern van het evangelie is een Persoon.

Jezus Christus.

 

En zolang Israël Hem niet erkent, staat het volk precies waar ieder ander volk staat: verloren,  in nood van redding.

Christenen zouden er wijs aan doen te stoppen met twee dingen.

Stoppen met Israël uit Gods plan schrappen.
Maar óók stoppen met Israël verheffen tot een bijna heilig volk.

De Bijbel doet geen van beide.

De Schrift wijst uiteindelijk altijd naar één naam.

Jezus Christus

Zie ook

(extern):

De toekomst van Israël; Jesaja 60 – Alleen Geloof

 

 

 

 

 

 

;

 

Israël vandaag Gods volk?

Over “Ammi”, “Lo-Ammi” en de Bijbelse betekenis van “Gods volk”

In veel evangelische en christenzionistische kringen wordt de volgende uitspraak bijna als een axioma herhaald:

“Israël is Gods volk.”

Daarmee bedoelt men dan meestal de huidige staat Israël. Soms wordt dit zo absoluut gesteld dat elke kritische vraag meteen als onbijbels, en scherper nog, als anti-semitisch wordt gezien.

Maar de werkelijke vraag is: wat bedoelt de Bijbel wanneer God spreekt over “Mijn volk”?

Wanneer we de Schrift zorgvuldig lezen, blijkt dat dit begrip niet simpelweg een etnisch of politiek label is. Het is een verbondsaanduiding, verbonden aan relatie met God.

Het gaat daarom niet om vervangingsleer tegenover zionisme, maar om de Bijbelse definitie van Gods volk.

Israël werd door God “Mijn volk” genoemd

In het Oude Testament noemt God Israël zonder twijfel Zijn volk.

“Want gij zijt een heilig volk den HEERE, uw God; u heeft de HEERE, uw God, verkoren, dat gij Hem tot een volk des eigendoms zoudt zijn uit alle volken die op den aardbodem zijn.” (Deuteronomium 7:6 STV)

Israël werd uitverkoren uit alle volken.
God sloot met hen een verbond en gaf hun Zijn wet.

Maar deze positie betekende niet dat Israël automatisch Gods volk bleef, ongeacht geloof of ongehoorzaamheid.

Wanneer Israël God verwerpt (niet andersom!)

Bij het gouden kalf zien we een opvallende verschuiving.

“Ga heen, trek af; want uw volk, dat gij uit Egypteland opgevoerd hebt, heeft het verdorven.” (Exodus 32:7 STV)

God zegt hier tegen Mozes niet meer “Mijn volk”, maar “uw volk.”

Een volk met deze naam bestaat nog steeds, maar de verbondsrelatie is, eenzijdig, vernietigd.

 Zie, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken; Niet naar het verbond dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage als Ik hun hand aangreep om hen uit Egypteland uit te voeren; welk Mijn verbond zij vernietigd hebben, hoewel Ik hen getrouwd had, spreekt de HEERE. (Jeremia 31:31,32 STV)

Hier belooft de Heer vóór de droevige constatering door de mond van Jeremia meteen al dat Hij het daar niet bij zou laten zitten, door de toen toekomstige oprichting van het nieuwe Verbond aan te kondigen.

Hosea: Ammi en Lo-Ammi

De profeet Hosea laat nog scherper zien dat Gods volk zijn geen automatisch etiket is.

“En Hij zeide: Noem zijn naam Lo-Ammi; want gij zijt Mijn volk niet, zo zal Ik ook de uwe niet zijn.” (Hosea 1:9 STV)

Lo-Ammi betekent: niet Mijn volk.

Vanwege hun afgoderij en verbondsbreuk verklaart God dat Israël niet langer als Zijn volk erkend wordt.

Maar Hosea spreekt ook over herstel.

“En Ik zal Mij ontfermen over Lo-Ruchama, en Ik zal tot Lo-Ammi zeggen: Gij zijt Mijn volk; en hij zal zeggen: Mijn God!” (Hosea 2:22 STV)

Ammi: Mijn volk.

Gods volk zijn is dus een relationele werkelijkheid, geen automatisch etiket.

Israël verwierp zijn Messias

De geschiedenis bereikt een dramatisch punt wanneer de Messias komt.

“Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.” (Johannes 1:11 STV)

Israël als volk verwierp Christus.

Paulus beschrijft de huidige toestand zo:

“Want ik wil niet, broeders, dat u deze verborgenheid onbekend zij, opdat gij niet wijs zijt bij uzelven, dat de verharding voor een deel over Israël gekomen is, totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn.” (Romeinen 11:25 STV)

‘Israë’ bestaat nog steeds, maar leeft momenteel grotendeels in ongeloof tegenover zijn Messias.

Daarom kan je niet zomaar  zeggen dat de seculiere moderne staat Israël automatisch Gods volk is in geestelijke zin.

Wat bepaalt werkelijk wie Gods volk is?

De Bijbel maakt duidelijk dat Gods volk wordt bepaald door relatie met God.

Niet door afkomst.
Niet door nationaliteit.

Zelfs in het Oude Testament klonk dat al.

“Besnijdt dan de voorhuid uws harten.” (Deuteronomium 10:16 STV)

God kijkt niet alleen naar bloedlijn, maar naar het hart.

Paulus en “het Israël Gods”

De uitdrukking “het Israël Gods” komt uit de brief van Paulus aan de Galaten.

“En zovelen als er naar dezen regel zullen wandelen, over dezelve zal zijn vrede en barmhartigheid, en over het Israël Gods.” (Galaten 6:16 STV)

Hier gebruikt Paulus de uitdrukking “het Israël Gods.”

Daarmee duidt hij de gemeenschap aan van hen die volgens deze regel wandelen:
namelijk dat men in Christus een nieuwe schepping is (Galaten 6:15).

Het laat zien dat Gods volk wordt bepaald door relatie met God in Christus, niet door etniciteit.

Zelfs Egypte zal “Mijn volk” genoemd worden

De profeten laten zien dat de aanduiding “Mijn volk” niet exclusief voor Israël blijft.

“Te dien dage zal Israël de derde zijn met Egypte en met Assyrië, een zegen in het midden van het land;
Welke de HEERE der heirscharen zegenen zal, zeggende: Gezegend zij Mijn volk de Egyptenaars, en Assur het werk Mijner handen, en Israël Mijn erfdeel.” (Jesaja 19:24-25 STV)

Hier wordt Egypte genoemd:

“Mijn volk.”

Dat laat zien dat deze uitdrukking een relationele aanduiding is.

Twee misverstanden

In het gesprek over Israël ontstaan meestal twee uitersten.

Het eerste uiterste is vervangingsleer, waarin Israël geen rol meer zou spelen in Gods plan.

Maar Paulus zegt duidelijk:

“Zo zeg ik dan: Heeft God Zijn volk verstoten? Dat zij verre!” (Romeinen 11:1 STV)

Israël heeft nog een toekomst.

Het tweede uiterste is onvoorwaardelijk christenzionisme, waarin de moderne staat Israël automatisch Gods volk wordt genoemd.

Ook dat leert de Schrift nergens.

Israël zal weer “Ammi” worden

De Bijbel laat zien dat Israël uiteindelijk tot bekering zal komen.

“En alzo zal geheel Israël zalig worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob.” (Romeinen 11:26 STV)

Dan zal Israël opnieuw Ammi — Mijn volk genoemd worden.

De moderne staat Israël is niet automatisch Gods volk.

De Schrift leert iets diepers.

De uitdrukking “Gods volk” wordt bepaald door verbond en geloof.

Vandaag vormt God een volk uit Joden en heidenen in het lichaam van Christus; de gemeente, die Paulus aanduidt als “het Israël Gods.”

En in de toekomst zal ook Israël als volk zijn Messias erkennen.

Dan zal het woord dat ooit klonk:

Lo-Ammi — niet Mijn volk

definitief veranderen in:

Ammi — Mijn volk.

Dat is géén vervanging.
Dat is de Bijbelse definitie van Gods volk.

lees ook:

Israël onze “oudste broer”…..dat is de vraag

Israël in de Bijbel is niet hetzelfde als de moderne Joodse staat

Christenen voor Israël? Pas op met DIT…

De toekomstige en zekere bekering van Israël, – geen automatisme

Geverifieerd door MonsterInsights