De Koran en de kruisiging van Jezus

De kruisiging van Jezus en de islam: waar het echte breekpunt ligt

De vraag of Jezus Christus werkelijk gekruisigd is, is geen detail in het gesprek tussen islam en christelijk geloof. Soera 4:157 zegt dat Jezus niet gedood en niet gekruisigd is, maar dat het slechts zo leek. Daarmee raakt de Koran niet een bijzaak, maar het hart van het evangelie. Want volgens de Schrift is Christus juist gekomen om Zijn leven te geven als rantsoen voor velen. Als het kruis wordt weggenomen, blijft er misschien nog religie over, maar geen verzoening.

Er zijn verschillen tussen islam en christelijk geloof die oppervlakkig lijken. Men spreekt over God, profeten, openbaring, oordeel, gebed en gehoorzaamheid. Daardoor ontstaat gemakkelijk de indruk dat het vooral om varianten binnen dezelfde religieuze familie gaat.

Maar dat beeld houdt geen stand zodra één vraag op tafel komt:

Is Jezus Christus werkelijk gekruisigd?

De islam zegt in Soera 4:157 dat de Joden Jezus niet hebben gedood en Hem niet hebben gekruisigd, maar dat het hun slechts zo leek. Daarmee raakt de Koran niet een randzaak, maar het hart van het christelijk geloof. Want zonder kruis is er geen verzoening. Zonder verzoening is er geen evangelie. En zonder evangelie blijft de mens in zijn schuld voor God staan.

Dit is niet zomaar een klein verschil tussen twee tradities. Dit is de breuklijn.

Soera 4 over de kruisiging van Jezus

De Koran spreekt de geschiedenis tegen

De kruisiging van Jezus behoort tot de best bevestigde feiten uit de oudheid. Niet alleen christelijke bronnen spreken erover. Ook niet-christelijke, Joodse en Romeinse bronnen bevestigen dat Jezus onder Pontius Pilatus is terechtgesteld.

Dat is belangrijk.

Want als alleen christenen over de kruisiging zouden spreken, kon men nog zeggen: dat is intern geloofsgetuigenis. Maar de kruisiging wordt juist ook bevestigd door bronnen die geen belang hadden bij de christelijke boodschap. Sterker nog: vijandige of buitenstaande getuigen hadden er geen enkele reden voor om de christelijke verkondiging te helpen.

Toch bevestigen zij dit ene feit: Jezus is gekruisigd.

Daarmee staat Soera 4:157 historisch zwak. De Koran verschijnt ruim zes eeuwen later en ontkent precies datgene wat de vroegste en breedst gedragen historische getuigenis bevestigt.

Dat is geen kleinigheid. Dat is een ernstige botsing met de werkelijkheid.

 

Waarom zou de Koran de kruisiging ontkennen?

De vraag is natuurlijk: waar komt die ontkenning vandaan?

De ontkenning van de kruisiging is niet pas met de islam ontstaan. In de eerste eeuwen na Christus waren er afwijkende stromingen die moeite hadden met een werkelijk lijdende Christus. Sommige groepen leerden dat Jezus niet echt een lichaam had, maar slechts een schijnlichaam. Anderen meenden dat niet Jezus Zelf, maar iemand anders in Zijn plaats werd gekruisigd.

Dat soort ideeën noemen we vaak docetisch: Jezus leek mens, maar was het volgens die visie niet werkelijk. Hij leek te lijden, maar leed niet echt. Hij leek gekruisigd te worden, maar dat gebeurde volgens die gedachte niet werkelijk.

Waarom ontstond zo’n leer? Omdat men het ondenkbaar vond dat de heilige, hemelse Christus werkelijk door mensenhanden vernederd, gemarteld en gekruisigd kon worden. Het kruis was te rauw. Te lichamelijk. Te vernederend.

Maar juist daar ligt de ergernis én de heerlijkheid van het evangelie.

Christus is niet gekomen om op afstand te blijven. Hij is werkelijk mens geworden. Niet schijnbaar. Niet symbolisch. Niet als toneel. Hij heeft vlees en bloed aangenomen. Hij heeft geleden. Hij is gestorven. Hij is begraven. En Hij is opgestaan.

De Koran lijkt juist aan te sluiten bij die oude ontkenning van het werkelijke lijden van Christus. Maar daarmee staat zij niet dichter bij de waarheid; zij herhaalt een oude dwaling.

 

Het kruis is geen nederlaag, maar Gods reddingsweg

Voor de islam is het kruis vaak een probleem. Hoe kan God toelaten dat Zijn profeet zo vernederd wordt? Hoe kan een gezant van God eindigen aan een kruis? Is dat geen mislukking?

De Bijbel draait die vraag volledig om.

Het kruis is geen ongeluk. Geen nederlaag. Geen mislukte missie. Het kruis is het doel van Christus’ komst.

De Heere Jezus kwam niet alleen om te leren, te waarschuwen, wonderen te doen of een voorbeeld te geven. Hij kwam om Zijn leven te geven tot een rantsoen voor velen.

“Gelijk de Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen.” Mattheüs 20:28 (STV)

Dat is de kern. Christus kwam niet alleen met een boodschap. Hij ís de boodschap. Hij kwam niet alleen om over verlossing te spreken. Hij kwam om verlossing te volbrengen.

Daarom is de ontkenning van de kruisiging zo ernstig. Wie het kruis wegneemt, neemt niet alleen een gebeurtenis weg. Hij neemt het altaar weg. Hij neemt het bloed weg. Hij neemt de betaling weg. Hij neemt het fundament onder de vergeving vandaan.

 

Adam bracht scheiding, Christus brengt verzoening

De Bijbel begint niet met de mens als neutraal wezen dat alleen wat leiding nodig heeft. De mens is gevallen. Adam zondigde. Hij ging tegen Gods gebod in. Daardoor kwam er afstand tussen God en mens.

Zonde is niet slechts een foutje. Het is opstand. Het is het zich afkeren van God. Het is de breuk met de Bron van het leven.

Daarom werd Adam uit de hof gezet. Niet omdat God willekeurig streng was, maar omdat zonde scheiding brengt. De geestelijke afstand werd zichtbaar in een fysieke verwijdering.

Sindsdien leeft de mens buiten het paradijs. Niet alleen Adam, maar zijn nageslacht. Wij worden geboren in een wereld van dood, schuld, vervreemding en gebrokenheid. Dat is geen oppervlakkig probleem dat met religieuze inspanning kan worden opgelost.

Er is verzoening nodig.

Daarom noemt de Schrift Christus de laatste Adam. Waar Adam ongehoorzaamheid bracht, bracht Christus gehoorzaamheid. Waar Adam dood bracht, bracht Christus leven. Waar Adam de mensheid in schuld en vervreemding achterliet, kwam Christus om te herstellen wat de mens zelf nooit kon herstellen.

“Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden.” 1 Korinthe 15:22 (STV)

Het kruis is dus geen vreemd aanhangsel aan het geloof. Het is de plaats waar de tweede Adam doet wat de eerste Adam niet deed: volkomen gehoorzaam zijn tot in de dood.

 

Zonder bloed geen vergeving

De Bijbelse lijn is helder: vergeving vraagt verzoening. Schuld moet niet alleen genegeerd worden, maar gedragen. God is liefde, maar Hij is ook heilig en rechtvaardig. Hij doet niet alsof zonde niet bestaat.

Daarom loopt er door de hele Schrift een lijn van offer, bloed en plaatsvervanging.

In Genesis zien we al dat schaamte en schuld niet door menselijke bedekking worden opgelost. Adam en Eva maken zelf vijgenbladeren, maar God bekleedt hen. Later zien we offers, het Pascha, de tabernakel, de tempeldienst en de Grote Verzoendag. Al die lijnen wijzen vooruit.

Niet omdat dierenbloed op zichzelf zonde kon wegnemen, maar omdat God vooruitwees naar het ene volmaakte offer: Christus.

“En zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving.” Hebreeën 9:22 (STV)

Dat is precies waarom de kruisiging onmisbaar is. Het kruis is niet alleen een martelaarsdood. Het is offer. Plaatsvervanging. Voldoening. Daar draagt Christus de schuld van zondaren.

Wie het kruis ontkent, houdt misschien nog religie over. Maar geen verzoening.

 

De Koran houdt een profeet over, maar verliest de Zaligmaker

In de islam blijft Jezus een bijzondere figuur. Hij wordt Messias genoemd. Hij wordt geboren uit Maria. Hij verricht wonderen. Hij wordt zelfs “woord” van God genoemd. Maar de beslissende werkelijkheid wordt ontkend: Hij is niet de eeuwige Zoon Die mens werd om zondaren met God te verzoenen.

Daar ontstaat een diepe innerlijke spanning.

Want als Jezus slechts een profeet is, waarom krijgt Hij dan zulke uitzonderlijke titels? Waarom wordt Hij geboren zonder menselijke vader? Waarom wordt Hij Messias genoemd? Waarom wordt Hij verbonden met Gods Woord en Geest? Waarom krijgt Hij een plaats die geen andere profeet op dezelfde manier krijgt?

De Koran gebruikt hoge taal over Jezus, maar trekt terug zodra die taal haar volle betekenis krijgt.

De Bijbel doet dat niet. De Bijbel laat Christus staan in Zijn volle heerlijkheid: waarachtig God en waarachtig mens. Niet half God en half mens. Niet een verheven schepsel. Niet slechts een boodschapper. Maar het vleesgeworden Woord.

“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond.” Johannes 1:14 (STV)

Dat is de grote kloof. In de islam komt een boek naar beneden. In het evangelie komt God Zelf tot ons in de Persoon van Zijn Zoon.

 

Het Woord werd geen papier, maar vlees

Er ligt hier een belangrijk verschil.

De islam ziet de Koran als openbaring van God. Veel moslims spreken over de Koran als het woord van God. Maar het christelijk geloof zegt niet dat Gods hoogste openbaring een boekvorm aannam. Het zegt dat het Woord vlees werd.

Dat betekent: God heeft Zich niet slechts bekendgemaakt in tekst, maar in Zijn Zoon.

De Heere Jezus is niet alleen iemand die woorden van God spreekt. Hij is het Woord. Hij openbaart de Vader volkomen. Wie Hem ziet, ziet de Vader. Wie Hem verwerpt, verwerpt de Vader.

“Die Mij gezien heeft, die heeft den Vader gezien.” Johannes 14:9 (STV)

Daarom kan Jezus niet worden teruggebracht tot profeet binnen een rij van profeten. Hij is uniek. Mozes wees vooruit. De profeten wezen vooruit. Johannes de Doper wees vooruit. Maar Christus is Degene naar Wie gewezen werd.

Hij brengt niet slechts een bericht. Hij brengt verlossing.

 

Oude dwalingen in een nieuw gewaad

Veel islamitische bezwaren tegen het christelijk geloof klinken nieuw, maar zijn dat niet. De gedachte dat Jezus niet werkelijk gekruisigd is, bestond al vóór Mohammed. De gedachte dat Jezus niet werkelijk mens kon zijn, bestond ook al vroeg. De moeite met een lijdende, vernederde Christus is oud.

Maar de apostelen hebben juist dáár met kracht tegen getuigd.

“Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften.” 1 Korinthe 15:3-4 (STV)

Let op die woorden: naar de Schriften.

De dood en opstanding van Christus waren geen latere christelijke uitvinding. Ze stonden in de lijn van Gods openbaring. Ze waren voorzegd, voorbereid en vervuld. De apostelen verkondigden geen religieus idee, maar een gebeurtenis die in de geschiedenis heeft plaatsgevonden en door God Zelf was aangekondigd.

Daarom is het christelijk geloof niet gebouwd op een vage religieuze ervaring. Het staat of valt met historische feiten: Christus is gestorven, begraven en opgewekt.

 

De vraag is niet: klinkt de islam eenvoudig?

Soms wordt gezegd: de islam is eenvoudiger. Eén God, één profeet, één boek, duidelijke regels. Dat klinkt overzichtelijk. Maar de vraag is niet of iets eenvoudig klinkt. De vraag is of het waar is.

Een godsdienst kan strak en helder lijken en toch de kern missen. Een systeem kan logisch aanvoelen en tegelijk botsen met Gods openbaring.

Het evangelie is niet bedacht om netjes in menselijke schema’s te passen. Het evangelie vernedert de mens. Het zegt dat wij onszelf niet kunnen redden. Niet door gebed. Niet door vasten. Niet door religieuze ijver. Niet door goede werken. Niet door vrome ernst.

Wij hebben een Zaligmaker nodig.

En die Zaligmaker is niet gekomen om ons een trap te geven waarlangs wij omhoog kunnen klimmen. Hij is afgedaald. Hij heeft onze natuur aangenomen. Hij heeft onze schuld gedragen. Hij is gestorven. Hij is opgestaan.

Dat is geen religieuze ladder. Dat is genade.

 

De ergernis van het kruis

Het kruis blijft een ergernis. Voor religieuze mensen is het te vernederend. Voor morele mensen is het te radicaal. Voor trotse mensen is het te afhankelijk. Voor filosofische mensen is het te lichamelijk. Voor wettische mensen is het te genadig.

Maar juist daar openbaart God Zijn wijsheid.

“Doch wij prediken Christus, den Gekruisigde, den Joden wel een ergernis, en den Grieken een dwaasheid; Maar hun, die geroepen zijn, beiden Joden en Grieken, prediken wij Christus, de kracht Gods, en de wijsheid Gods.” 1 Korinthe 1:23-24 (STV)

Het kruis zegt: de mens is erger verloren dan hij wil toegeven. Maar het zegt ook: Gods genade is groter dan de mens durft hopen.

Daarom is de ontkenning van het kruis geen neutrale correctie. Het is een geestelijke amputatie. Men houdt dan een Jezus over zonder bloed, zonder offer, zonder verzoening, zonder opstanding als overwinning op een werkelijk gedragen schuld.

Dat is niet de Jezus van de Schrift.

 

De Bijbel laat geen ruimte voor een Jezus Die niet werkelijk gekruisigd is. De apostolische verkondiging staat ermee vol. De profeten wezen ernaar vooruit. De evangeliën beschrijven het. De brieven leggen het uit. Openbaring toont het Lam als geslacht.

De kruisiging is geen christelijke misvatting die later gecorrigeerd moest worden. Zij is het middelpunt van Gods heilsplan.

Daarom kan Soera 4:157 niet naast het evangelie blijven staan alsof het slechts een ander accent is. Het ontkent precies datgene waardoor zondaren behouden worden.

De vraag is uiteindelijk niet of Jezus een profeet was. De vraag is of Hij de gekruisigde en opgestane Zoon van God is.

Volgens de Schrift is Hij dat.

En daarom blijft dit de boodschap die niet ingeruild kan worden voor welk religieus systeem dan ook:

Christus is gestorven voor onze zonden.
Christus is begraven.
Christus is opgewekt.
Christus leeft.
En alleen in Hem is verzoening met God.

Het Evangelie van het Koninkrijk en de Bergrede en de Gemeente

Is het Evangelie van het Koninkrijk en de Bergrede de opdracht van of aan de Gemeente?

Moet de Gemeente vandaag het Evangelie van het koninkrijk voortzetten zoals in Mattheüs 10? En is de Bergrede de directe grondwet van de Gemeente? Dit blog laat zien waarom juist hier veel evangelische verwarring ontstaat, en waarom het onderscheid tussen Israël, Koninkrijk en Gemeente onmisbaar is.

Er zijn misverstanden die zo vaak worden herhaald, dat ze haast onaantastbaar lijken. Dit is er één van: de Gemeente zou vandaag eenvoudig moeten voortzetten wat Johannes de Doper predikte, wat de twaalf in Mattheüs 10 predikten, en wat de Heere Jezus in de Bergrede uiteenzette. Alsof dat allemaal zonder meer samenvalt. Alsof er geen heilshistorisch onderscheid bestaat. Alsof Israël en de Gemeente inwisselbaar zijn. Alsof de Schrift lijnen trekt, die wij naar believen mogen verleggen.

Maar zodra men dat doet, gaat niet alleen de uitleg scheef. Dan gaat ook de prediking scheef. Dan verschuift het accent van kruis naar Koninkrijk, van Genade naar programma, van verzoening naar zichtbare invloed, van apostolische eenvoud naar religieuze invloed. Dan krijgt men een boodschap die misschien indrukwekkend klinkt, maar die niet meer zuiver op haar eigen Bijbelse fundament staat.

De vraag is dus niet of het Koninkrijk belangrijk is. Dat is het. De vraag is niet of de woorden van de Heere Jezus in de Bergrede gezag hebben. Natuurlijk hebben zij dat. De vraag is: mogen wij het evangelie van het koninkrijk en de Bergrede zonder onderscheid rechtstreeks tot de primaire opdracht van de Gemeente maken?

Het antwoord is: nee.

En dat “nee” is geen verarming van de Bijbel, maar juist een poging om de Bijbel te laten spreken zoals hij zichzelf presenteert.

evangelie van het koninkrijk, de bergrede en de gemeente

Wat is het Evangelie van het Koninkrijk?

Het Evangelie van het koninkrijk is de blijde boodschap dat de beloofde Koning aanwezig is en dat het Koninkrijk nabij gekomen is. Johannes de Doper predikt het. De Heere Jezus predikt het. De twaalf worden ermee uitgezonden.

“Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.” Mattheüs 3:2 (STV)

“Van toen aan heeft Jezus begonnen te prediken en te zeggen: Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.” Mattheüs 4:17 (STV)

“En heengaande predikt, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.” Mattheüs 10:7 (STV)

Dat is helder. Maar wie de tekst serieus neemt, moet onmiddellijk de volgende vraag stellen: tot wie klinkt deze boodschap in die fase?

Tot wie was deze prediking gericht?

Hier begint de verwarring vaak al, omdat men Mattheüs leest alsof Handelingen, de brieven en de gehele latere openbaring er al in uitgewerkt zijn. Maar dat is niet zo. De Heere Jezus zendt de twaalf in Mattheüs 10 niet uit naar de wereld in het algemeen.

“Deze twaalf heeft Jezus uitgezonden, en hun bevel gegeven, zeggende: Wijkt niet af op den weg der heidenen, en gaat niet in enige stad der Samaritanen; Maar gaat veelmeer heen tot de verloren schapen van het huis Israëls.” Mattheüs 10:5-6 (STV)

Dat is niet vaag. Dat is niet symbolisch. Dat is concreet. Deze prediking staat in directe verbinding met Israël, met de komst van Israëls Messias en met de aankondiging dat het Koninkrijk nabij gekomen is.

Wie dat ontkent, maakt de tekst niet dieper maar vlakker. Hij vervangt de werkelijke context door een eigen systeem.

De veelgemaakte fout in veel Evangelische prediking

De veelgemaakte fout is dat men de aardse bediening van de Heere Jezus te snel en te absoluut tot gemeentelijke blauwdruk maakt. Dan wordt alles op één hoop gegooid. Johannes de Doper, Mattheüs 10, de Bergrede, Handelingen en Paulus worden samengesmolten tot één ongedifferentieerd pakket, en vervolgens noemt men dat “Bijbels”.

Maar dat is het probleem juist: het is niet zorgvuldig genoeg Bijbels.

Dan hoort men uitspraken als:

wij moeten vandaag hetzelfde evangelie prediken als in Mattheüs 10

wij moeten nu het Koninkrijk zichtbaar manifesteren

wij moeten de wereld onder Christus’ heerschappij brengen

de Bergrede is de grondwet van de Gemeente

Maar dat  klinkt vaak meer Bijbels dan het is. Want zodra men Israël, Koninkrijk en Gemeente niet meer onderscheidt, ontstaat vroeg of laat een prediking die weliswaar vurig is, maar niet zuiver.

Wat is de centrale boodschap van de Gemeente?

Na kruis en opstanding staat de prediking in het volle licht van Christus’ volbrachte werk. Dan komt de nadruk te liggen op Zijn dood voor de zonden, Zijn begrafenis, Zijn opstanding, rechtvaardiging door geloof, vergeving van zonden en verzoening met God.

“Maar wij prediken Christus den Gekruisigde.” 1 Korinthe 1:23 (STV)

“Want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u, dan Jezus Christus, en Dien gekruisigd.” 1 Korinthe 2:2 (STV)

“Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften.” 1 Korinthe 15:3-4 (STV)

Paulus noemt zijn bediening niet voor niets:

“Maar ik acht op geen ding, noch houde mijn leven dierbaar voor mijzelven, opdat ik mijn loop met blijdschap mag volbrengen, en den dienst, dien ik van den Heere Jezus ontvangen heb, om te betuigen het Evangelie der genade Gods.” Handelingen 20:24 (STV)

Dáár ligt het zwaartepunt van de gemeentelijke prediking. Niet bij de vorm waarin het Koninkrijk in Mattheüs wordt aangekondigd, maar bij de gekruisigde en opgestane Christus.

Heeft de Gemeente dan niets met het Koninkrijk te maken?

Zeker wel Maar ook hier geldt dat men onderscheid moet bewaren. De Gemeente heeft wel degelijk met het Koninkrijk van God te maken. Paulus predikte ook het Koninkrijk van God.

“Predikende het Koninkrijk Gods, en lerende van den Heere Jezus Christus met alle vrijmoedigheid, onverhinderd.” Handelingen 28:31 (STV)

Maar de Gemeente spreekt over het Koninkrijk vanuit het volbrachte werk van Christus, vanuit Zijn verhoging, vanuit de openbaring die later door de apostelen is ontvouwd. Zij staat niet in exact dezelfde fase als Johannes de Doper of de twaalf in Mattheüs 10.

Dat verschil is niet klein. Dat verschil is beslissend.

Waarom dit onderscheid onmisbaar is

Waar dit onderscheid verdwijnt, gaat de prediking schuiven. Dan wordt genade ingeruild voor actie, verzoening voor invloed, kruis voor koninkrijkstaal, en hemelse hoop voor aardse ambities. Dan wordt de Gemeente niet langer gezien als een volk dat leeft uit genade en uitziet naar haar Heere, maar als een instrument dat hier en nu zichtbaar heerschappij moet vestigen.

En dan duiken meestal ook dezelfde misvormingen op: dominion-denken, triomfalisme, opgeblazen taal over doorbraak, herstel van invloed, culturele verovering en geestelijke machtsaanspraken die veel energie genereren maar weinig exegetische discipline verraden.

De Gemeente is niet geroepen om de wereld alvast ‘messiaans te ordenen’. Zij is geroepen om Christus te verkondigen.

De positie van de Gemeente is hemels

De Schrift spreekt over de Gemeente in termen die niet eenvoudig met Israëls koninkrijksverwachting mogen worden vereenzelvigd.

“Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, vóór de grondlegging der wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde.” Efeze 1:4 (STV)

“En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus.” Efeze 2:6 (STV)

“Want onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.” Filippenzen 3:20 (STV)

Dat is de taal van de Gemeente: hemelse roeping, hemelse positie, hemelse verwachting. Wie dat wegdrukt, trekt de Gemeente naar de aarde toe en vertroebelt tegelijk Gods profetische lijnen met Israël.

Zijn er dan twee of nog meer Evangeliën?

Nee, niet in de zin van twee wegen tot zaligheid. Er is maar één Zaligmaker, één offer, één grond van behoud: Jezus Christus. Niemand is ooit of zal ooit buiten Hem om behouden geworden.

Maar er is wél verschil in bediening, accent en openbaringshistorische context.

Het Evangelie van het koninkrijk legt de nadruk op de komst van de Koning, de nabijheid van het Koninkrijk en de oproep tot bekering in verband met Gods beloften aan Israël.

Het Evangelie der Genade Gods legt de nadruk op Christus gestorven voor onze zonden, Christus opgewekt, vergeving, rechtvaardiging door geloof en de roeping van de Gemeente.

Dat verschil mag niet worden gladgestreken of worden uitgewist.

Waarom Mattheüs 10 niet de zendingsblauwdruk van de Gemeente is

Mattheüs 10 is geen losse slogan die zonder meer op elke fase van Gods handelen kan worden geplakt. Het is een concrete uitzending in een concrete setting.

“Wijkt niet af op den weg der heidenen, en gaat niet in enige stad der Samaritanen; Maar gaat veelmeer heen tot de verloren schapen van het huis Israëls.” Mattheüs 10:5-6 (STV)

Niemand die deze woorden laat staan zoals ze er staan, kan volhouden dat dit eenvoudig de universele, primaire formule van de Gemeente is. De prediking in Handelingen en in de brieven staat immers in het volle licht van kruis, opstanding, hemelvaart en de uitstorting van de Heilige Geest.

Het probleem is dus niet dat men Mattheüs te letterlijk leest. Het probleem is juist dat men Mattheüs niet letterlijk genoeg wil laten staan.

En de Bergrede dan?

Hier keert exact hetzelfde probleem terug. In evangelische kring wordt de Bergrede vaak behandeld alsof zij simpelweg de directe grondwet van de Gemeente is. Men beroept zich er graag op, juist omdat zij radicaal, praktisch en indrukwekkend klinkt.

Maar ook hier moet eerst de vraag worden gesteld: in welke context spreekt de Heere hier?

De Bergrede staat in koninkrijksverband

 

De Bergrede staat in Mattheüs 5 tot en met 7. Direct daarvoor lezen we:

“Van toen aan heeft Jezus begonnen te prediken en te zeggen: Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.” Mattheüs 4:17 (STV)

En onmiddellijk daarna:

“En Jezus, de scharen ziende, is geklommen op een berg, en als Hij nedergezeten was, kwamen Zijn discipelen tot Hem.” Mattheüs 5:1 (STV)

De Bergrede komt dus niet uit de lucht vallen. Zij staat in het kader van de komst van de Koning, de nabijheid van het Koninkrijk, de confrontatie met Israël en de ontmaskering van valse gerechtigheid.

De Heere Jezus spreekt daar niet slechts als moreel leraar, maar als de Messias-Koning.

Wat doet de Bergrede?

De Bergrede is geen brave verzameling mooie spreuken. Zij is messcherp. Zij openbaart de ware gerechtigheid tegenover de uiterlijke godsdienst van schriftgeleerden en farizeeën.

“Want Ik zeg u: Tenzij dat uw gerechtigheid overvloediger zij, dan der Schriftgeleerden en der Farizeeën, dat gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins zult ingaan.” Mattheüs 5:20 (STV)

Dat is vernietigend voor religieuze zelftevredenheid. De Heere bouwt daar geen prettig leefstijlprogramma. Hij breekt juist de vrome schijn af.

En Hij brengt Gods eis niet naar beneden, maar naar binnen.

“Gij hebt gehoord, dat tot de ouden gezegd is: Gij zult niet doodslaan; maar zo wie doodslaat, die zal strafbaar zijn door het gericht. Maar Ik zeg u: Zo wie ten onrechte op zijn broeder toornig is, die zal strafbaar zijn door het gericht.” Mattheüs 5:21-22 (STV)

“Gij hebt gehoord, dat tot de ouden gezegd is: Gij zult geen overspel doen. Maar Ik zeg u, dat zo wie een vrouw aanziet, om dezelve te begeren, die heeft alrede overspel in zijn hart met haar gedaan.” Mattheüs 5:27-28 (STV)

De Bergrede radicaliseert niet in moderne activistische zin. Zij legt bloot hoe diep Gods heilige norm reikt. Niet alleen naar daden, maar naar het hart.

De Bergrede is geen weg naar behoud

Hier gaat veel mis. De Bergrede wordt soms gebruikt als een soort test: leef jij zo, dan ben je een echte christen; leef jij zo niet, dan moet je ernstig twijfelen aan je echtheid. Op die manier wordt de Bergrede in de praktijk een nieuwe wet, een geestelijke zuurtest, een keurmerk voor ware discipelen.

Maar dat is niet haar bedoeling. De Bergrede is niet gegeven opdat zondaren zich daarlangs omhoog zouden werken tot aanneembaarheid voor God.

Integendeel, zij legt de mens juist bloot.

“Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is.” Mattheüs 5:48 (STV)

Wie dit eerlijk leest, komt niet uit bij zelfvertrouwen, maar bij ontmaskering.

Is de Bergrede dan niet voor de Gemeente?

Natuurlijk is de Bergrede gezaghebbend Woord van God. Natuurlijk is zij ook voor de Gemeente leerzaam. Zij tekent het karakter dat past bij Gods Koninkrijk: ootmoed, oprechtheid, reinheid, barmhartigheid, waarachtigheid, liefde tot vijanden, afwijzing van huichelarij.

Maar dat is iets anders dan zeggen dat de Bergrede de complete leerstellige grondwet van de Gemeente is.

In de Bergrede vind je niet de uitgewerkte openbaring over de Gemeente als lichaam van Christus, niet de volle ontvouwing van de rechtvaardiging zoals Paulus die brengt, niet de leer van de vereniging met Christus in Zijn dood en opstanding, niet de verborgenheid zoals later geopenbaard.

Daarom mag de Bergrede niet worden losgemaakt van de verdere nieuwtestamentische openbaring.

Het gevaar van Evangelische Bergrede-nadruk

In veel Evangelische kringen wordt de Bergrede bewonderd, geciteerd en naar voren geschoven als de samenvatting van echt christendom. Maar vaak gebeurt dat op een scheve manier.

Soms maakt men er een sociaal programma van: wees vredestichter, wees zacht, verbeter de wereld.

Soms maakt men er een radicale discipelschapscode van: hieraan moet blijken of je werkelijk toegewijd bent.

Soms gebruikt men haar selectief en sentimenteel: wel “oordeelt niet”, maar niet de vlijmscherpe ontdekkende eisen die de hele rede doortrekken.

Dan wordt de Bergrede ingezet, maar niet werkelijk recht gedaan.

Hoe moet de Gemeente de Bergrede lezen?

Zo moet het worden samengevat: de Bergrede is niet primair de leerstellige grondwet van de Gemeente, maar zij is wel heilig onderwijs van de Koning in koninkrijksverband, waarin de ware gerechtigheid van Gods Koninkrijk wordt afgebeeld en de schijnvroomheid van de natuurlijke mens aan de kaak wordt gesteld en wordt ontmaskerd.

Voor de Gemeente is zij daarom geen vervanging van het Evangelie der Genade Gods, geen nieuwe wet en geen geïsoleerde totaalformule voor alle leer. Maar zij blijft wel een scherp, heilig en ontdekkend woord van Christus.

Wat moet de Gemeente dan wél doen?

De Gemeente moet de Heer navolgen in gehoorzaamheid, liefde, heiligheid, trouw en getuigenis. Zij moet oproepen tot bekering en geloof. Zij moet spreken over het Koninkrijk van God. Zij moet luisteren naar het onderwijs van Christus, ook in de Bergrede.

Maar boven alles moet zij Christus prediken in het volle licht van Zijn kruis en opstanding.

Niet: wij gaan het Koninkrijk nu zichtbaar vestigen.

Niet: de Bergrede is onze nieuwe wet.

Niet: de echtheid van het geloof hangt af van hoe radicaal wij Mattheüs 5–7 “uitvoeren”.

Wel: wij prediken Christus.

Het Evangelie van het koninkrijk is in de Evangeliën niet primair de specifieke boodschap die als zodanig één op één aan de Gemeente is toevertrouwd. Het staat allereerst in verband met de komst van de Messias voor Israël en met de aankondiging dat het Koninkrijk nabij gekomen was.

De Bergrede is niet simpelweg de grondwet van de Gemeente. Zij is heilig onderwijs van de Koning in koninkrijksverband, waarin Gods ware gerechtigheid wordt getekend en menselijke schijnvroomheid wordt ontmaskerd.

De primaire prediking van de Gemeente is die van de gekruisigde en opgestane Christus, het Evangelie der Genade Gods.

Wie dat onderscheid bewaart, doet recht aan de Schrift.

Wie het uitwist, eindigt in verwarring.

En verwarring in de prediking blijft nooit zonder gevolgen. Dan vervaagt het zicht op Israël. Dan vervormt het zicht op de Gemeente. Dan verschuift het middelpunt van Christus’ volbrachte werk naar koninkrijksretoriek, morele druk of religieus activisme dat veel lawaai maakt, maar weinig licht en richting geeft.

Laten we daar helder over zijn: een prediking die luid “Koninkrijk” roept maar het kruis naar de achtergrond schuift, is niet rijker maar armer. En een prediking die de Bergrede als geestelijke zweep gebruikt, zonder haar plaats in Gods openbaring te respecteren, is niet radicaler maar onzuiverder.

De Gemeente is niet geroepen om de beloften aan Israël op te slokken. Zij is niet geroepen om met grote woorden een zichtbare heerschappij te claimen die de Schrift aan de wederkomst van Christus verbindt. Zij is ook niet geroepen om een nieuw wettisch christendom te bouwen onder het vaandel van de Bergrede.

Zij is geroepen om nu, in deze tegenwoordige eeuw, trouw te zijn aan de Heer, Zijn Evangelie te verkondigen, Zijn smaadheid te dragen en de hoop te richten op Hem Die komt.

Wie daarom vandaag zonder onderscheid roept dat de Gemeente simpelweg het Evangelie van het koninkrijk moet voortzetten en de Bergrede als directe grondwet moet uitvoeren, bewijst de Schrift geen dienst. Hij maakt de scherpe lijnen wazig. Hij verwart wat onderscheiden moet worden. En hij zadelt gelovigen op met een boodschap die wellicht opwindt, maar niet noodzakelijk zuiver is.

Lees Mattheüs eerlijk. Lees Handelingen zorgvuldig. Lees Paulus nauwkeurig. En laat niemand u wijsmaken dat geestelijke diepgang begint waar het onderscheid in Gods Woord wordt weggepoetst.

Diepgang begint juist waar men buigt voor de tekst, ook wanneer die onze geliefde schema’s corrigeert.

Het Evangelie der Genade Gods is geen verarming van de boodschap. Het is de schitterende openbaring van Christus’ volbrachte werk voor verloren zondaren. Wie dat centrum bewaart, bewaart het hart van de prediking.

En wie dat centrum vervangt door opgeblazen taal over Koninkrijk, radicaliteit, invloed en heerschappij, loopt groot gevaar een scheefgetrokken evangelie over te houden.

Niet iedere boodschap die naar Koninkrijk klinkt, is daarom zuiver. En niet iedere preek of studie die met de Bergrede zwaait, is daarom geestelijk diep.

Waar het kruis zijn centrale plaats verliest en waar het Schriftuurlijke onderscheid verdwijnt, blijft uiteindelijk geen verdiept vangelie over, maar een vervormd evangelie.

Zie ook ;

De Bergrede de principes voor het Koninkrijk – Bijbelse basis

De Bergrede is geen wet voor de christen – Bijbelse basis

extern:

De Bergrede – Alleen Geloof – Sylvia Arlar-Simonse

 

 

Het islamitisch dilemma ontmaskerd: Waarom de Koran je terugstuurt naar de Bijbel

Het islamitisch dilemma ontmaskerd

De claim dat de Bijbel vervalst of corrupt zou zijn , wordt eindeloos herhaald , maar zodra je vraagt naar bewijs, blijft er niets over behalve gesputter, aannames en ontwijking. Het levert tevens voor degene die dit zegt   een cruciaal probleem op; het islamitisch dilemma.

Geen manuscripten.
Geen historische breuk.
Geen alternatief Evangelie.

Alleen een stelling.

En  daar wordt het meteen drijfzand, want de Koran zelf spreekt deze claim tegen.

vraagt de koran om vervalste boeken te testen?

 

De Koran verwijst je naar de Bijbel

Een van de meest onderbelichte teksten staat in de Koran zelf:

“Indien gij in twijfel zijt over wat Wij tot u hebben neergezonden, vraag dan degenen die het Boek vóór u lezen.” (Soera 10:94)

Dit is geen randtekst. Dit is fundamenteel.

Let op wat hier gebeurt:

Mohammed wordt aangesproken

Twijfel wordt erkend

En de oplossing is: raadpleeg de eerdere Schrift

Niet:
“pas op, die is vervalst”

Maar:
“vraag hen.”

 

De onvermijdelijke conclusie

Dit vers dwingt tot een keuze:

Als de Bijbel in de 7e eeuw betrouwbaar was
→ dan bevestigt de Koran een Schrift die leert dat Jezus is gekruisigd en opgestaan

Als de Bijbel toen al vervalst was
→ dan verwijst de Koran naar een corrupte bron als autoriteit

Beide kunnen niet tegelijkertijd waar zijn.

 

“Leiding en licht” of misleiding?

De Koran zegt:

De Thora bevat “leiding en licht” (Soera 5:44)

Het Evangelie bevat “leiding en licht” (Soera 5:46)

Mensen moeten oordelen naar wat daarin staat (Soera 5:47)

De vraag is onontkoombaar:

Hoe kan een vervalst boek “leiding en licht” zijn?

 

Waar is het bewijs?

Hier lazert het hele bouwwerk in elkaar;

Als de Bijbel veranderd is:

Waar zijn de manuscripten met een andere inhoud?

Waar is de overgang van echt naar vervalst?

Waar zijn de groepen die de originele tekst bewaarden?

Ze bestáán niet.

Wat we wél hebben:

  • duizenden manuscripten
  • verspreid over de hele bekende wereld
  • met een consistente kernboodschap

En die boodschap is helder:

  • Jezus werd gekruisigd
  • Jezus stond op
  • Jezus is Heer

 

Het verzonnen “verloren Evangelie”

Vaak komt dan dit argument:

“Het echte Evangelie is verdwenen.”

Maar dat is geen geschiedenis. Dat is een ontsnappingspoging.

Want:

geen enkel document noemt dit boek

geen enkele vroege bron kent het

geen enkel manuscript is ooit gevonden

Een ‘verdwenen boek’ zonder enig spoor is geen bewijs, het is een aanname.

 

Wat bedoelt de Koran met “verdraaien”?

De Koran spreekt over mensen die de Schrift “verdraaien”.

Maar dat betekent:

verkeerd uitleggen

context verdraaien

waarheid verbergen

Niet:

het herschrijven van de volledige tekst

Dat onderscheid is cruciaal , en wordt vaak genegeerd.

 

Het echte conflict

Het probleem zit niet in manuscripten.

Het probleem zit in de boodschap.

De Bijbel zegt:

“Christus is gestorven voor onze zonden…” (1 Korinthe 15:3, STV)

De Koran ontkent dat.

Daar botst het.

Niet omdat de tekst veranderd is
maar omdat de inhoud niet wordt geaccepteerd.

 

De verschuiving die niemand benoemt

De discussie begint zo:

“De Bijbel is veranderd”

Maar eindigt hier:

“Ik geloof niet wat de Bijbel zegt”

Dát is de werkelijke kern.

 

Wees een Bereeër

Uiteindelijk gaat het niet om winnen van een discussie, maar om waarheid.

De vraag is niet wat traditie zegt.
De vraag is niet wat vaak herhaald wordt.

De vraag is:

Wat is waar en durf je dat eerlijk te onderzoeken?

Wees als de Bereeërs:

“Deze waren edeler dan die te Thessalonica, als die het woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren.” (Handelingen 17:11, STV)

Leg alles naast de Schrift.
Onderzoek het zelf.
Laat niet een claim, maar het bewijs spreken.

Want uiteindelijk staat er meer op het spel dan een debat:

de waarheid over Jezus Christus.

zie ook:

De koran, de Bijbel en het islamitisch dilemma – Bijbelse basis

Het Islamitisch dilemma – Bijbelse basis

Het Islamitisch dilemma 2 – Bijbelse basis

De vervalste Bijbel? De mythe die instort onder 5000 manuscripten – Bijbelse basis

extern:

De Koran stelt dat het de Bijbel “bevestigt”, in tegenstelling tot wat vaak wordt geloofd in de Islam. 

Tegenstrijdigheden in de Bijbel?

 

Geverifieerd door MonsterInsights