Galaten 6:14: roemen in het kruis

Niet in christelijk succes

“Maar het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onzen Heere Jezus Christus; door Welken de wereld mij gekruisigd is, en ik der wereld.” — Galaten 6:14 (STV)

Er zijn Bijbelteksten die nauwelijks ruimte laten voor religieuze zelfverheerlijking. Galaten 6:14 is er één van.

Paulus zegt niet dat hij een beetje minder wil roemen in zichzelf. Hij zegt niet dat menselijke prestaties best waardevol zijn, zolang Christus er maar bij genoemd wordt. Hij trekt een veel radicalere grens:

er blijft voor hem maar één grond van roem over: het kruis van de Here Jezus Christus.

Dat staat haaks op veel van wat tegenwoordig als christelijk succes wordt gepresenteerd.

Groei. Invloed. Bereik. Aantallen. Zichtbaarheid. Een groter podium. Een grotere gemeente. Een grotere bediening. Meer impact.

Maar waar in dit alles staat het kruis?

Want Paulus zegt niet:

Zie eens wat wij voor Christus bereikt hebben.

Hij zegt:

zie wat Christus heeft volbracht.
Galaten 6 vers 14

 

De context maakt Galaten 6:14 nog scherper

Galaten 6:14 staat niet los in de brief. Paulus bestrijdt in Galaten een religie waarin aan het volbrachte werk van Christus alsnog iets van de mens werd toegevoegd.

De besnijdenis speelde daarin een belangrijke rol.

Paulus schrijft vlak vóór onze tekst:

Want ook zij zelven, die besneden worden, houden de wet niet; maar zij willen, dat gij besneden wordt, opdat zij in uw vlees roemen zouden.” — Galaten 6:13 (STV)

Daar staat het probleem.

Roemen in uw vlees.

Het ging om iets zichtbaars. Iets waarmee men kon aantonen dat men resultaat had geboekt. Er kon als het ware worden gezegd: kijk eens hoeveel mensen wij zover hebben gekregen.

En dan komt Paulus:

“Maar het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onzen Heere Jezus Christus…” — Galaten 6:14 (STV)

Dat is geen vrome aanvulling.

Dat is een regelrechte afwijzing van religieuze roem.

 

Het kruis laat niets van de menselijke grootheid heel

Waarom is het kruis zo vernietigend voor menselijke trots?

Omdat het kruis verklaart dat de mens zichzelf niet kan redden.

Als opvoeding voldoende was geweest, was het kruis niet nodig.

Als religie voldoende was geweest, was het kruis niet nodig.

Als de wet de mens had kunnen rechtvaardigen, was het kruis niet nodig.

Als menselijke verbetering voldoende was geweest, was het kruis niet nodig.

Paulus had dit eerder in dezelfde brief al vlijmscherp gezegd:

“Ik doe de genade Gods niet teniet; want indien de rechtvaardigheid door de wet is, zo is dan Christus tevergeefs gestorven.” — Galaten 2:21 (STV)

Daarom kan wet en genade niet eenvoudig worden samengevoegd tot één christelijk systeem waarin Christus het grootste deel doet en de mens vervolgens het ontbrekende stuk aanvult.

Het kruis zegt niet dat de mens een zetje nodig had.

Het kruis zegt dat Christus alles moest doen.

 

Het christendom heeft opnieuw leren roemen in het vlees

De vorm is veranderd.

We eisen misschien niet meer dat christenen besneden worden. Maar het beginsel waartegen Paulus strijdt, is bepaald niet verdwenen.

Ook vandaag kan het vlees religieus worden.

Sterker nog: het vlees kan zeer christelijk klinken.

“We hebben zoveel mensen bereikt.”

“Onze gemeente groeit enorm.”

“God gaat ons groot maken.”

“Wij gaan deze stad innemen.”

“Onze invloed zal verdubbelen.”

“God brengt ons naar een hoger niveau.”

“Wij bouwen iets geweldigs voor God.”

Het klinkt indrukwekkend.

Maar Galaten 6 stelt een ongemakkelijke vraag:

waarin wordt hier eigenlijk geroemd?

In Christus?

Of in het zichtbare resultaat van menselijke activiteit?

Dat onderscheid is essentieel.

Een grote gemeente is niet automatisch een verkeerde gemeente. Veel bereik hebben is geen zonde. Groei kan een zegen zijn.

Maar groei is geen Bijbelse maatstaf voor waarheid.

Succes is geen bewijs van Gods goedkeuring.

Aantallen bewijzen geen Bijbelgetrouwheid.

Zichtbaarheid bewijst geen geestelijke vrucht.

En invloed is nergens het fundament waarop de gelovige geroepen wordt te roemen.

 

Paulus had genoeg om menselijk in te roemen

Het opmerkelijke is dat Paulus naar menselijke maatstaven juist indrukwekkende geloofsbrieven bezat.

Hij kende de Schrift. Hij was opgevoed binnen het Jodendom. Hij had een indrukwekkende religieuze achtergrond. Hij was ijverig. Hij had aanzien kunnen verwerven.

Maar toen hij Christus leerde kennen, veranderde zijn rekensom.

Wat voorheen winst was, verloor zijn waarde als grond van roem.

Het kruis maakte niet alleen een einde aan zijn vertrouwen in slechte werken.

Het maakte ook een einde aan zijn vertrouwen in goede religieuze werken als grond van gerechtigheid.

Dat is veel confronterender.

Want de zondaar wil soms best erkennen dat zijn zonden verkeerd zijn.

Veel moeilijker is het te erkennen dat zelfs zijn beste religieuze prestaties hem geen millimeter dichter bij God brengen.

 

“De wereld mij gekruisigd”

Paulus gaat in Galaten 6:14 nog verder:

“…door Welken de wereld mij gekruisigd is, en ik der wereld.” — Galaten 6:14 (STV)

Het kruis heeft dus niet alleen betrekking op onze schuld.

Het heeft ook betrekking op onze verhouding tot de wereld.

En daarmee bedoelen we niet simpelweg dat een christen niets meer met ongelovigen te maken mag hebben.

Paulus spreekt over een veel funamentelere breuk.

De wereld heeft haar systeem van waardering.

Wie is belangrijk?

Wie is succesvol?

Wie heeft macht?

Wie heeft aanzien?

Wie wordt gezien?

Wie heeft invloed?

Wie krijgt applaus?

Wie heeft het grootste bereik?

Dat systeem dringt gemakkelijk de christelijke wereld binnen.

En voor je het weet spreken gemeenten dezelfde taal als ondernemingen, influencers en marketingbureaus — alleen zetten we het woord “God” ervoor.

Maar Paulus zegt:

die wereld is voor mij gekruisigd.

De waardeschaal waarop de wereld mensen meet, mag niet de waardeschaal worden waarop het Lichaam van Christus zichzelf beoordeelt.

Ook ik ben der wereld gekruisigd

Er staat nog iets:

“…en ik der wereld.” — Galaten 6:14 (STV)

Dat is minstens net zo ingrijpend.

Paulus zegt niet alleen dat hij de wereld heeft afgeschreven.

De wereld heeft in zekere zin ook hem afgeschreven.

Een gekruisigde was niet indrukwekkend.

Een gekruisigde was geen winnaar.

Een gekruisigde had geen status.

Een gekruisigde werd niet bewonderd.

En juist dat beeld gebruikt Paulus voor zijn positie tegenover deze wereld.

Dat botst frontaal met christendom dat voortdurend probeert indrukwekkend, relevant, invloedrijk en maatschappelijk onweerstaanbaar te zijn.

De roeping van de Gemeente is niet om de wereld ervan te overtuigen hoe indrukwekkend zij is.

Zij is geroepen om Christus bekend te maken.

Dat kan in grote samenkomsten.

Dat kan ook door één onbekende gelovige die trouw het Woord doorgeeft aan één ander mens.

De hemel rekent kennelijk anders dan onze statistieken.

 

Het kruis betekent niet passiviteit

Hier ontstaat makkelijk een misverstand.

Wie zegt dat wij niet in menselijke prestaties mogen roemen, zegt daarmee niet dat de gelovige niets hoort te doen.

Paulus was bepaald geen passieve man.

Hij reisde, predikte, onderwees, schreef, leed en arbeidde.

Maar dat is nu juist het verschil:

hij werkte niet om iets te worden; hij werkte vanuit wat hij in Christus ontvangen had.

Dát is de richting van genade.

Niet:

werken om aanvaard te worden.

Maar:

werken omdat wij aanvaard zijn in Christus.

Niet:

presteren om identiteit te verwerven.

Maar:

wandelen vanuit de identiteit die God gegeven heeft.

Niet:

vrucht voortbrengen om leven te verkrijgen.

Maar:

vrucht dragen omdat er nieuw leven is.

Dat onderscheid is fundamenteel.

 

“Ik ben met Christus gekruist”

De gedachte van Galaten 6:14 is al eerder in de brief gegeven:

“Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij…” — Galaten 2:20 (STV)

Dat is het christelijke leven in één zin.

Niet de oude mens religieuzer maken.

Niet Adam christelijk oppoetsen.

Niet het vlees leren zich netter te gedragen zodat het vervolgens trots kan zijn op zijn geestelijke vooruitgang.

Maar:

Christus leeft in mij.

Het christelijke leven is niet de verbetering van het oude Adamitische leven door hogere idealen, maar het ontvangen van nieuw leven in Christus.

Daarom volgt onmiddellijk na Galaten 6:14:

“Want in Christus Jezus heeft noch besnijdenis enige kracht, noch voorhuid, maar een nieuw schepsel.” — Galaten 6:15 (STV)

Daar ligt de sleutel.

Een nieuw schepsel.

Niet een verbeterde religieuze versie van Adam.

 

Het kruis is Gods oordeel over religieuze zelfverheffing

Dat maakt Galaten 6:14 zo ongemakkelijk actueel.

Wij kunnen met de mond zeggen dat wij roemen in Christus en ondertussen complete christelijke culturen bouwen rondom menselijke reputatie.

De succesvolle voorganger.

De charismatische leider.

De grote bediening.

Het indrukwekkende gebouw.

De duizenden bezoekers.

De internationale invloed.

De vele volgers.

De enorme conferentie.

De “beweging” die iets gaat veranderen.

Maar het kruis stelt steeds dezelfde vraag:

waarom moet de mens hier zo groot worden?

Johannes de Doper zei:

“Hij moet wassen, maar ik minder worden.” — Johannes 3:30 (STV)

Het christelijke leven draait niet om de vergroting van mijn geestelijke reputatie.

Het draait om Christus.

 

Wanneer het kruis centraal staat, verdwijnt de christelijke borstklopperij

Dat betekent niet dat wij niet dankbaar mogen zijn voor wat God doet.

Natuurlijk wel.

Maar dankbaarheid en roem in eigen resultaat zijn twee verschillende dingen.

Dankbaarheid zegt:

God heeft het gedaan.

Religieuze trots zegt:

kijk wat wij hebben bereikt.

Dankbaarheid wijst omhoog.

Trots wijst naar het podium.

Dankbaarheid maakt Christus groot.

Trots gebruikt Christus om de eigen bediening groter te maken.

Daarom blijft Galaten 6:14 een noodzakelijke correctie voor iedere generatie christenen.

 

Alleen het kruis blijft over

Aan het einde blijft er voor Paulus geen indrukwekkend christelijk cv over waarop hij zich voor God beroept.

Geen wet.

Geen besnijdenis.

Geen afkomst.

Geen reputatie.

Geen religieuze prestatie.

Geen aantallen.

Geen invloed.

Geen menselijke grootheid.

Alleen Christus.

En Christus gekruisigd.

 

Daarom is Galaten 6:14 geen lieflijk wandtekstje voor aan de muur. Het is een frontale aanval op de religieuze mens die ondanks al zijn spreken over genade tóch graag iets van zichzelf wil overhouden om in te roemen.

Het kruis neemt hem dat af.

En precies daarin ligt zijn bevrijding.

Maar het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onzen Heere Jezus Christus; door Welken de wereld mij gekruisigd is, en ik der wereld.” — Galaten 6:14 (STV)

Dát is christelijk roemen: niet groot worden voor Christus, maar Christus grootmaken. Niet wijzen op onze prestaties, maar op Zijn volbrachte werk. Niet leven voor het applaus van de wereld, maar vanuit het nieuwe leven dat alleen in Hem gevonden wordt.

Zie ook:

het kruis – Bijbelse basis

Het loon voor de gelovige, Genade en goede werken

Werken voor de hemel? Of werken vanuit de hemel?

Loon voor de gelovige is iets anders dan behoud uit Genade. Toch worden die twee in veel kerken met elkaar verward. Wat leert de apostel Paulus werkelijk over goede werken, de rechterstoel van Christus en hemelse beloning? In dit artikel onderzoeken we wat de Schrift zegt en waarom dit onderscheid essentieel is voor een gezond begrip van het Evangelie.

Veel christenen raken vroeg of laat verstrikt in een fundamentele verwarring. Aan de ene kant horen zij dat behoud volledig uit Genade is. Aan de andere kant lezen zij over loon, kronen en de rechterstoel van Christus. Dan ontstaat de vraag:

moeten wij dan toch werken om behouden te blijven?

Het Bijbelse antwoord is ondubbelzinnig: nee.

Maar daarmee is niet alles gezegd.

Wie de brieven van Paulus zorgvuldig leest, ontdekt dat de Schrift een scherp onderscheid maakt tussen de gave van het eeuwige leven en het loon voor trouwe dienst.

Wie dat onderscheid wegpoetst, tast óf de Genade aan óf ontneemt de gelovige iedere verantwoordelijkheid.

En dat zien we vandaag de dag helaas gebeuren.

 

Het loon voor de gelovige

De grootste verwarring onder christenen

Er zijn twee uitersten.

Het eerste zegt:

“Je bent wel uit genade behouden, maar uiteindelijk bepalen jouw werken of je de eindstreep haalt.”

Het tweede zegt:

“Omdat alles genade is, maakt het niet meer uit hoe je leeft.”

Beide kloppen ze niet.

Paulus leert iets veel rijkers.

De zaligheid is volledig Gods werk.

De beloning is Gods antwoord op een leven dat Hem trouw heeft gediend.

 

Behoud is een gave, nooit een beloning

Paulus laat geen enkele ruimte voor twijfel, ook niet over menselijke verdiensten.

“Want uit genade zijt gij zalig geworden, door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; Niet uit de werken, opdat niemand roeme.” (Efeze 2:8-9 STV)

De hemel is geen salaris.

De hemel is geen prijs voor goed gedrag.

De hemel is Gods geschenk aan zondaren die hun vertrouwen stellen op de Here Jezus Christus.

Religie probeert Gods gunst te verdienen.

Het Evangelie verkondigt dat Christus alles reeds heeft volbracht.

 

Goede werken zijn het gevolg van genade

Paulus stopt niet bij vers 9.

Hij vervolgt meteen:

“Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen.” (Efeze 2:10 STV)

Goede werken zijn dus niet de aanleiding van ons behoud.

Ze zijn de vrucht.

Wij werken niet om leven te ontvangen.

Wij werken omdat wij leven ontvangen hébben.

Dat is  het verschil tussen wet en genade.

 

De rechterstoel van Christus gaat over loon

Veel gelovigen zien uit angst op tegen de rechterstoel van Christus.

Maar Paulus leert nergens dat daar de behoudenis wordt beslist.

Daar wordt het leven van de gelovige beoordeeld.

“Want wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus, opdat een iegelijk wegdrage hetgeen door het lichaam geschiedt, naar dat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.” (2 Korinthe 5:10 STV)

De vraag luidt niet:

“Ben jij behouden?”

Die vraag is al beantwoord toen iemand tot geloof kwam.

De vraag luidt:

“Ben jij trouw aan je roeping geweest?”

 

Een gelovige kan loon verliezen

Dat leert Paulus zonder omwegen

“Zo ieders werk blijft, dat hij daarop gebouwd heeft, die zal loon ontvangen. Zo iemands werk zal verbrand worden, die zal schade lijden; maar zelf zal hij behouden worden, doch alzo als door vuur.” (1 Korinthe 3:14-15 STV)

Let goed op.

Hij blijft behouden.

Maar hij kan wel schade lijden.

Niet doordat hij zijn redding verliest.

Wel doordat zijn werk geen eeuwigheidswaarde blijkt te hebben.

Dat is een waarheid waar nauwelijks nog over wordt gesproken.

 

God beloont trouw

Paulus verwachtte zelf een kroon.

Niet omdat hij meende iets verdiend te hebben.

Maar omdat God heeft beloofd trouw te belonen.

“Voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid, welke mij de Heere, de rechtvaardige Rechter, in dien dag geven zal; en niet alleen mij, maar ook allen, die Zijn verschijning liefgehad hebben.” (2 Timotheüs 4:8 STV)

Ook schrijft hij:

“Wetende, dat gij van den Heere zult ontvangen de vergelding der erfenis; want gij dient den Heere Christus.” (Kolossenzen 3:24 STV)

Geen enkele daad uit liefde tot Christus is vergeefs.

Geen verborgen dienst.

Geen trouw gebed.

Geen onderwijs.

Geen evangelisatiewerk.

Geen volharding in lijden.

God vergeet niets.

 

Scofield schreef er ook over

C.I. Scofield benadrukt in The New Life in Christ Jesus (pdf) dat de wedergeboorte nog maar het begin is van het christelijke leven. Daarna wil God de gelovige vormen tot een vruchtbare dienstknecht. Scofield beschrijft hoe zelfverloochening, afhankelijkheid van God en een “nieuw en hoger dienstbetoon” leiden tot grotere geestelijke vruchtbaarheid.

Dat sluit naadloos aan bij Paulus.

Eerst nieuw leven.

Daarna een nieuwe wandel.

Vervolgens de beoordeling.

Daarna het loon.

 

Waarom hoor je hier zo weinig over?

De moderne evangelische wereld spreekt graag over:

  • identiteit;
  • bestemming;
  • doorbraak;
  • overwinning;
  • zegen.

Maar opvallend weinig valt te horen over de rechterstoel van Christus.

Toch was juist dát voor Paulus een enorme motivatie.

“Wij dan, wetende den schrik des Heeren, bewegen de mensen tot het geloof…” (2 Korinthe 5:11 STV)

Hij leefde niet in voortdurende angst zijn behoudenis kwijt te raken.

Hij leefde in diep ontzag voor zijn Heer, aan Wie hij eenmaal rekenschap zou afleggen.

Dat besef zou ook vandaag veel oppervlakkigheid genezen.

 

Het Bijbelse evenwicht

De Schrift leert steeds dezelfde volgorde.

  • Christus bracht de verlossing tot stand.
  • De zondaar ontvangt eeuwig leven uit genade.
  • De gelovige wandelt in de goede werken die God heeft voorbereid.
  • Christus beoordeelt die werken.
  • Trouwe dienst wordt beloond.

Wie deze volgorde omdraait, maakt van het Evangelie een systeem van verdiensten.

Wie de laatste stappen weglaat, maakt van genade een excuus voor geestelijke passiviteit.

Paulus leert beide uitdrukkelijk niet.

 

Conclusie

De gelovige werkt niet om door God aangenomen te worden.

Hij werkt omdat hij in Christus al aangenomen ís.

Dat is het verschil tussen religie en het Evangelie.

Religie zegt:

“Werk, misschien neemt God je aan.”

Het Evangelie zegt:

“God heeft je in Christus aangenomen; dien Hem daarom met heel je hart.”

Juist dat leven, geleefd uit dankbaarheid, afhankelijkheid en liefde voor de Here Jezus Christus, zal eenmaal door Hem worden beloond.

En dat loon is geen loon voor de zaligheid.

Het is loon voor trouw aan Hem.

lees ook:

Wet en Genade sluiten elkaar uit – Bijbelse basis

De verborgenheid in de Bijbel – Bijbelse basis

Israël en de Gemeente: het Bijbelse onderscheid – Bijbelse basis

 

 

Een aparte doop in de Heilige Geest : leert de Bijbel dit?

Wat leert de Bijbel

Binnen evangelische en charismatische gemeenten klinkt deze oproep: “Ben je al gedoopt in de Heilige Geest?” Vaak wordt daarmee een tweede geestelijke ervaring bedoeld die na de bekering zou plaatsvinden. Dikwijls wordt daar tongentaal, profetie of een bijzondere krachtservaring aan gekoppeld.

Het klinkt geestelijk.

Het klinkt Bijbels.

Maar is het wat de Bijbel leert?

Wie de Bijbel zorgvuldig leest, ontdekt dat deze leer niet gebaseerd is op de onderwijsbrieven van de apostelen, maar op een verkeerde uitleg van het boek Handelingen. Daardoor worden unieke historische gebeurtenissen verheven tot een norm voor iedere gelovige.

Dat heeft grote gevolgen.

Geen aparte doop in de Heilige Geest

 

Paulus kent of leert geen tweede doop

Opvallend is dat Paulus gelovigen nergens oproept om de doop in de Heilige Geest na te streven.

Integendeel.

Hij schrijft:

“Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot één Geest gedrenkt.” (1 Korinthe 12:13, STV)

De sleutel is “wij allen zijn.”

Niet sommigen.

Niet de geestelijk rijpen.

Niet degenen die een bijzondere ervaring hebben gehad.

Iedere gelovige is door de Heilige Geest in het Lichaam van Christus geplaatst.

Dat is geen opdracht.

Dat is een voltooid feit.

Daarom schrijft Paulus ook:

“Eén Heere, één geloof, één doop.” (Efeze 4:5, STV)

De Bijbel spreekt nergens over twee aparte dopen.

 

De grootste denkfout: Handelingen als draaiboek lezen

Vrijwel iedere verdediging van een tweede doop verwijst naar Handelingen.

Maar Handelingen is geen draaiboek over het gemeenteleven.

Het beschrijft de unieke overgang van Israël naar de openbaring van het Lichaam van Christus.

Daar vinden bijzondere gebeurtenissen plaats:

  • de uitstorting over de Joden;
  • daarna over de Samaritanen;
  • vervolgens over de heidenen;
  • tenslotte over de discipelen van Johannes.

Deze momenten markeren nieuwe fasen in Gods heilsplan.

Het zijn historische gebeurtenissen.

Geen patroon dat iedere gelovige vandaag opnieuw moet meemaken.

Wie van Handelingen een blauwdruk maakt voor de Gemeente, doet precies hetzelfde als iemand die beweert dat iedere gelovige eerst drie dagen blind moet worden omdat Paulus dat overkwam.

Geschiedenis is nog geen leer.

 

De leer van een ’tweede doop’ schept twee soorten christenen

Hier wordt het gevaar zichtbaar.

Wanneer een tweede doop wordt geleerd, ontstaat automatisch een tweedeling.

Er zijn dan:

  • gewone christenen;
  • christenen die “de doop” hebben ontvangen.

Maar Paulus kent zo’n onderscheid helemaal niet.

Opmerkelijk genoeg schrijft hij 1 Korinthe 12 aan een gemeente die vol geestelijke problemen zat.

Er was verdeeldheid.

Er was zonde.

Er was misbruik van de geestelijke gaven.

Toch schrijft hij zonder uitzondering:

“Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt…” (1 Korinthe 12:13, STV)

Hun probleem was niet dat zij de Heilige Geest misten.

Hun probleem was dat zij niet geestelijk wandelden.

Ik kwam ooit in een gemeente waarin deze ‘doop’ voorwaarde was om een taak te mogen doen, maar dat werd al snel weer losgelaten omdat er te weinig mensen overbleven om iets te doen.

 

Wel vervuld, niet opnieuw gedoopt

De Schrift kent wél een opdracht over vervulling :

“En wordt niet dronken in wijn, waarin overdaad is, maar wordt vervuld met den Geest.” (Efeze 5:18, STV)

Hier ligt een wereld van verschil.

De doop met de Heilige Geest is Gods eenmalige werk.

De vervulling met de Heilige Geest gaat over het dagelijkse leven van de gelovige.

Daarom roept Paulus op om:

  • door de Geest te wandelen;
  • de Geest niet te bedroeven;
  • de Geest niet uit te blussen.

Maar nergens zegt hij:

“Zoek de doop in de Heilige Geest.”

 

Iedere gelovige ontvangt de Heilige Geest bij zijn bekering

Paulus laat geen ruimte voor een wachttijd.

Hij schrijft:

“In Welken ook gij zijt, nadat gij het Woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte.” (Efeze 1:13, STV)

De volgorde is eenvoudig.

Het Evangelie horen.

Geloven.

Verzegeld worden.

Niet maanden later.

Niet na handoplegging.

Niet na een conferentie.

Niet na tongentaal.

Maar direct nadat men gelooft.

 

De leer van een aparte doop heeft een schadelijk gevolg

Christenen gaan naar binnen kijken.

Heb ik wel genoeg geloof?

Waarom spreek ik geen tongen?

Waarom ervaar ik niets bijzonders?

Heb ik misschien iets gemist?

Zo verschuift het vertrouwen van Christus naar de eigen ervaring.

En precies daar ligt het gevaar.

Het Evangelie rust niet op gevoel.

Niet op beleving.

Niet op spectaculaire ervaringen.

Maar op het volbrachte werk van de Here Jezus Christus.

De rijkdom van Gods Genade

Iedere wedergeboren gelovige:

  • is door de Heilige Geest in het Lichaam van Christus gedoopt;
  • is verzegeld met de Heilige Geest;
  • heeft de Heilige Geest inwonend;
  • mag dagelijks leren wandelen onder Zijn leiding.

Dat is geen “tweede zegen”.

Dat is de rijkdom van Gods Genade vanaf het eerste moment van geloof.

 

Samenvattend

De leer van een aparte doop in de Heilige Geest houdt geen stand wanneer zij wordt getoetst aan de brieven van Paulus.

Zij ontstaat doordat de overgangsgebeurtenissen uit Handelingen worden losgemaakt van hun historische context en vervolgens als norm voor de Gemeente worden gebruikt.

De Schrift wijst echter een andere weg.

Niet zoeken naar een tweede ervaring.

Niet jagen op spectaculaire manifestaties.

Niet twijfelen of er misschien nog iets ontbreekt.

Maar rusten in Christus, Die alles heeft volbracht, en weten dat iedere gelovige vanaf het moment van geloof volledig deel heeft aan de Heilige Geest.

Van daaruit mag hij groeien in heiliging, gehoorzaamheid en een leven dat steeds meer onder de leiding van de Geest staat.

 

“Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.” (Romeinen 11:36, STV)

lees ook:

Waarom Handelingen geen blauwdruk is voor de gemeente vandaag – Bijbelse basis

Geverifieerd door MonsterInsights