De Wet is niet alleen de Tien Geboden: staat een christen onder de Wet?

Waarom worden christenen (steeds weer) onder de wet van Mozes geplaatst

Zijn christenen onder de Tien Geboden? Wat bedoelt de Bijbel eigenlijk met de Wet? Veel predikers beantwoorden die vraag zonder deze eerst goed te onderzoeken. De redenering klinkt vertrouwd:

‘de ceremoniële wetten van Israël zijn afgeschaft, maar de Tien Geboden zijn Gods eeuwige morele wet en gelden daarom onverkort voor de christen.’

Het klinkt degelijk. Het klinkt Bijbels.

Maar is het dat ook? Wat zegt de Bijbel?

Want zodra we de Schrift zelf laten spreken, ontstaat er een probleem. De Bijbel maakt nergens zo gemakkelijk de scheiding die tegenwoordig vanaf kansels wordt gemaakt. De Tien Geboden staan niet los van de Wet. Ze behoren tot het verbond dat God met Israël sloot.

En Paulus zegt niet dat de gelovige onder een verkorte versie van Mozes is geplaatst.

Hij zegt:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
Romeinen 6:14

Niet: niet onder de ceremoniële wet.

Niet: niet onder de burgerlijke wet.

Maar:

niet onder de wet.

Dat verschil is groter dan menig prediker zijn gehoor vertelt.

De Wet is meer dan de tien geboden
De Wet is niet alleen de tien geboden

De Tien Geboden zijn niet de hele Wet

De Schrift kent inderdaad de Tien Woorden.

“En Hij schreef op de tafelen de woorden des verbonds, de tien woorden.”
Exodus 34:28

Zie ook Deuteronomium 4:13 en Deuteronomium 10:4.

De Tien Woorden hebben dus zonder twijfel een bijzondere plaats binnen het verbond. Ze werden door God op stenen tafelen geschreven.

Maar daarmee is de Wet niet beperkt tot tien geboden.

Wie na Exodus 20 gewoon verder leest, ontdekt dat de wetgeving doorgaat. Exodus 21, 22 en 23 bevatten allerlei geboden en bepalingen. Daarna volgen voorschriften over de tabernakel, priesterdienst, offers, reinheid, feesten, voedsel, rechtspraak en het maatschappelijke leven van Israël.

De Wet is een compleet verbondsstelsel

De latere Joodse traditie heeft de geboden van de Torah geteld en kwam tot het bekende aantal van 613. Over die precieze telling kan worden gediscussieerd, want de Bijbel geeft zelf nergens het getal 613.

Maar één ding staat buiten discussie:

het zijn er aanzienlijk meer dan tien.

Wie daarom voortdurend spreekt over “de Wet” en daarmee eigenlijk alleen de Tien Geboden bedoelt, heeft de Bijbelse betekenis van het begrip al versmald voordat de uitleg begonnen is.

 

Aan wie werden de Tien Geboden gegeven?

Dit is misschien wel de meest genegeerde vraag in de discussie.

Tegen wie spreekt God in Exodus?

De tekst geeft zelf het antwoord:

“Aldus zult gij tot het huis van Jakob spreken, en den kinderen Israëls verkondigen.”
Exodus 19:3

Niet aan de Gemeente.

Niet aan alle volkeren.

Niet aan de mensheid in het algemeen.

Aan Israël.

God zegt:

“Nu dan, indien gij naarstiglijk Mijner stem zult gehoorzamen, en Mijn verbond houden, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken…”
Exodus 19:5

En Israël antwoordt:

“Al wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen!”
Exodus 19:8

Pas daarna komen we bij Exodus 20.

En hoe beginnen de Tien Geboden?

“Ik ben de HEERE uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb.”
Exodus 20:2

Wie was uit Egypte geleid?

De Gemeente?

Een Nederlander in 2026?

Nee.

Israël.

Dat betekent niet dat wij niets uit Exodus 20 kunnen leren. De gehele Schrift is ons tot lering gegeven. Maar iets kan voor ons geschreven zijn zonder aan ons gericht te zijn.

Dat onderscheid negeren is een gegarandeerd recept voor verwarring.

Paulus bevestigt bovendien aan wie de wetgeving gegeven was:

“Welke Israëlieten zijn, welker is de aanneming tot kinderen, en de heerlijkheid, en de verbonden, en de wetgeving…”
Romeinen 9:4

De verbonden en de wetgeving behoren hier nadrukkelijk bij Israël.

Waarom wordt dat zo weinig verteld wanneer men de Tien Geboden aan de Gemeente voorhoudt?

 

De Wet kwam 430 jaar na de belofte

Ook de plaats van de Wet in de heilsgeschiedenis wordt door de apostel Paulus nauwkeurig aangegeven.

Hij schrijft:

“En dit zeg ik: Het verbond, dat tevoren van God bevestigd is op Christus, wordt door de wet, die na vierhonderd en dertig jaren gekomen is, niet krachteloos gemaakt, om de beloftenis te niet te doen.”
Galaten 3:17

De Wet was er dus niet altijd.

Zij kwam.

Paulus vraagt vervolgens:

“Waartoe is dan de wet? Zij is om der overtredingen wil daarbij gesteld…”
Galaten 3:19

Let op die woorden:

“daarbij gesteld.”

De Wet kreeg binnen Gods handelen een bepaalde plaats en functie.

Zij was niet Gods methode om zondaren zalig te maken.

“Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.”
Romeinen 3:20

De Wet legt de zonde bloot.

De Wet veroordeelt de overtreder.

De Wet maakt duidelijk wat overtreding is.

Maar de Wet kan een zondaar niet rechtvaardigen.

 

De Wet is geen ladder naar God

Hier ontspoort veel prediking.

Men zegt eerst dat behoud volledig uit genade is en hangt vervolgens de stenen tafelen alsnog boven het hoofd van de gelovige als norm waaronder hij geplaatst zou zijn.

Maar Paulus noemt de Wet geen ladder waarmee de mens omhoog klimt.

Integendeel:

“Want zovelen als er uit de werken der wet zijn, die zijn onder den vloek…”
Galaten 3:10

En vervolgens citeert hij:

“Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, om dat te doen.”
Galaten 3:10

Let opnieuw op:

al hetgeen.

Niet negen van de Tien Geboden.

Niet een selectie morele voorschriften.

Wie zich op de Wet beroept als rechtsgrond, krijgt niet het recht om zelf het pakket samen te stellen.

 

Paulus kent geen christelijk boodschappenmandje bij Mozes

Dit is precies waar het ongemakkelijk wordt.

Veel predikers lijken met een denkbeeldig boodschappenmandje door de Wet van Mozes te lopen.

Besnijdenis?

Niet meer nodig.

Voedselwetten?

Voorbij.

Israëls feestdagen?

Niet verplicht.

Offerwetten?

Vervuld.

Priesterdienst?

Voorbij.

Sabbat op de zevende dag?

Nou ja, daar maken we zondag van.

Maar vervolgens komen we bij:

“Gij zult niet doodslaan.”

“Gij zult niet stelen.”

“Gij zult geen overspel doen.”

En plotseling klinkt het:

Kijk, hier staat Gods Wet waaronder de christen leeft!

Maar op grond waarvan werd die selectie gemaakt?

Waar zegt Paulus:

Van de Wet van Mozes blijven voor de Gemeente precies deze tien bepalingen als verbondswet over?

Die tekst bestaat niet.

 

De gehele Wet betekent de gehele Wet

Paulus schrijft:

“En ik betuig wederom een iegelijk mens, die zich laat besnijden, dat hij een schuldenaar is de gehele wet te doen.”
Galaten 5:3

Dat is vernietigend voor selectief wetticisme.

Wie zich voor zijn positie voor God onder de Wet stelt, krijgt niet het recht te zeggen:

Deze wel, die niet.

De Wet vormt een geheel.

Ook Jakobus schrijft:

“Want wie de gehele wet zal houden, en in één zal struikelen, die is schuldig geworden aan alle.”
Jakobus 2:10

Waarom?

Omdat achter alle geboden dezelfde Wetgever staat.

Je kunt daarom niet eerst de Wet opdelen, vervolgens zelf bepalen welk deel nog bindend is en daarna dat geselecteerde deel opnieuw aan de Gemeente opleggen alsof Paulus daar geen woord over geschreven heeft.

 

En dan die stenen tafelen…

Hier wordt het voor de predikers van de Tien Geboden werkelijk lastig.

Want wat zegt Paulus over hetgeen in stenen geschreven was?

“En indien de bediening des doods in letters bestaande, en in stenen ingedrukt, in heerlijkheid is geweest…”
2 Korinthe 3:7

Lees dat nog eens.

In stenen ingedrukt.

Waar doet dat aan denken?

Precies.

De stenen tafelen.

En hoe noemt Paulus die bediening?

“De bediening des doods.”

Dat betekent niet dat de Wet slecht was. Paulus zegt nadrukkelijk:

“Alzo is dan de wet heilig, en het gebod is heilig, en rechtvaardig, en goed.”
Romeinen 7:12

Het probleem ligt niet bij Gods Wet.

Het probleem ligt bij de zondige mens.

nEn daarom kan de Wet hem niet redden

Paulus vervolgt in 2 Korinthe 3:

“Want indien hetgeen te niet gedaan wordt, in heerlijkheid was, veel meer is hetgeen blijft, in heerlijkheid.”
2 Korinthe 3:11

Waarom wordt 2 Korinthe 3 zo zelden gelezen wanneer men christenen weer voor de stenen tafelen zet?

 

Het sabbatsgebod ontmaskert de constructie

En dan komen we bij het gebod dat de inconsistentie pijnlijk zichtbaar maakt:

“Gedenkt den sabbatdag, dat gij dien heiligt.”
Exodus 20:8

Als de Tien Geboden letterlijk Gods blijvende verbondswet voor de Gemeente zijn, waarom houden de meeste predikers van diezelfde Tien Geboden dan niet de sabbat zoals het gebod voorschrijft?

De sabbat is de zevende dag.

Niet de zondag, dat is de eerste dag van de week.

Je kunt niet tegelijkertijd zeggen:

“De Tien Geboden zijn onveranderlijk.”

en vervolgens bij gebod vier zeggen:

“Behalve deze; die passen we aan.”

Dan zijn blijkbaar ineens niet de stenen tafelen de norm.

Dat alleen al zou reden genoeg moeten zijn om opnieuw naar Paulus te luisteren.

 

“Dus mogen we nu stelen en overspel plegen?”

Dit is het voorspelbare vleselijke bezwaar.

En het verraadt eigenlijk hoe diep wettisch sommige christenen hebben leren denken.

Alsof er slechts twee mogelijkheden bestaan:

Mozes óf wetteloosheid.

Paulus kent die tegenstelling niet.

Hij schrijft:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
Romeinen 6:14

En direct daarna:

“Wat dan? Zullen wij zondigen, omdat wij niet zijn onder de wet, maar onder de genade? Dat zij verre.”
Romeinen 6:15

Daarmee is het probleem Bijbels beantwoord.

Niet onder de Wet staan betekent niet dat zonde ineens goed is.

Integendeel.

Paulus schrijft:

“Die gestolen heeft, stele niet meer…”
Efeze 4:28

Hij schrijft:

“Daarom legt af de leugen, en spreekt de waarheid…”
Efeze 4:25

En:

“Maar hoererij en alle onreinigheid of gierigheid, laat ook onder u niet genoemd worden…”
Efeze 5:3

De genade geeft géén vrijbrief voor zonde.

Maar let op het verschil:

Paulus brengt de gelovige niet terug naar Sinaï om hem vervolgens met Mozes tot een heilig leven te dwingen.

Hij vertrekt vanuit onze positie in Christus.

Dat is een totaal ander fudament.

 

Genade is geen afgezwakte Wet

Hier zit misschien de hardnekkigste fout.

Genade wordt soms behandeld alsof God onder het Nieuwe Testament een lichtere versie van de Wet heeft ingevoerd.

Mozes 2.0.

Tien Geboden, maar dan zonder offers, zonder besnijdenis en met zondag in plaats van zaterdag.

Dat is helemaal geen goede samenvatting van Paulus

Paulus zegt:

“Maar nu zijn wij vrijgemaakt van de wet, overmits wij dien gestorven zijn, onder welken wij gehouden waren; alzo dat wij dienen in nieuwigheid des Geestes, en niet in de oudheid der letter.”
Romeinen 7:6

Dat is radicaal.

Vrijgemaakt van de Wet

Niet vrijgemaakt van drieënzestig procent van de Wet.

Niet slechts vrijgemaakt van de ceremoniële bijlagen

Vrijgemaakt van de Wet om te dienen in nieuwigheid des Geestes.

 

Waarom blijven predikers dan hameren op de Tien Geboden?

Omdat de Tien Geboden in eeuwen van kerkelijke traditie vrijwel synoniem zijn geworden met “Gods morele wet”.

Daardoor leest men die gedachte gemakkelijk terug in de Schrift.

Maar traditie is geen exegese.

Dat een catechismus de Wet op een bepaalde manier indeelt, betekent nog niet dat Paulus dat ook doet.

Dat een kerk eeuwenlang iedere zondag de Tien Geboden heeft voorgelezen, maakt die gewoonte nog niet tot een apostolische opdracht aan het Lichaam van Christus.

De vraag moet altijd blijven:

Wat zegt de Schrift?

Niet:

Wat zijn wij gewend dat de Schrift zegt?

 

De Wet moet op haar Bijbelse plaats blijven

Dit alles maakt de Wet niet waardeloos.

Integendeel.

“Doch wij weten, dat de wet goed is, zo iemand die wettelijk gebruikt.”
1 Timotheüs 1:8

Daar zit de sleutel:

wettelijk gebruikt.

De Wet is heilig, rechtvaardig en goed.

De Wet openbaart Gods heiligheid.

De Wet maakt zonde openbaar.

De Wet leert ons enorm veel over Gods handelen met Israël.

De Wet getuigt op talloze manieren van Christus.

Maar een goed gebruik van de Wet betekent niet dat wij haar uit haar heilshistorische plaats slopen en vervolgens als verbondswet op de Gemeente leggen.

 

Christus is niet gekomen om Mozes een christelijke outfit te geven

De grote fout van de prediking van de Tien Geboden is daarom niet dat men tegen moord, diefstal, leugen en overspel waarschuwt.

Dat doet Paulus ook.

De fout ontstaat wanneer men de Mozaïsche Wet op enige wijze tot rechtsgrond voor het christelijke leven maakt, terwijl Paulus de gelovige nadrukkelijk een andere positie aanwijst.

“Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden.”
Johannes 1:17

En:

“Want Christus is het einde der wet, tot rechtvaardigheid een iegelijk, die gelooft.”
Romeinen 10:4

We hoeven de Wet niet af te breken.

We moeten haar laten staan waar God haar heeft geplaatst.

Bij Israël.

Binnen het oude verbond.

Met een bepaalde functie in Gods handelen.

En we moeten de Gemeente eveneens laten staan waar God haar heeft geplaatst:

in Christus.

 

Houd op met christenen terug te sturen naar Sinaï

Wie gelovigen voortdurend naar de stenen tafelen terugstuurt om daar de grondslag van hun christelijke wandel te zoeken, doet uiteindelijk tekort aan de rijkdom van hun positie in Christus.

Onze heiliging komt niet voort uit een afgezwakte versie van Mozes.

Onze wandel vloeit voort uit wat God ons in Christus gemaakt heeft.

Daarom zegt Paulus niet:

Gij hebt Mozes ontvangen, wandelt dan in hem.

Hij schrijft:

“Gelijk gij dan Christus Jezus, den Heere, hebt aangenomen, wandelt alzo in Hem.”
Kolossenzen 2:6

Dat is de positie van de gelovige.

Niet terug naar Egypte.

Niet terug naar Sinaï.

Niet opnieuw onder de stenen tafelen.

Maar wandelen in Christus.

De Wet was goed.

De Wet was heilig.

De Wet had haar door God bepaalde functie.

Maar maak van de Tien Geboden geen christelijke mini-Wet die Paulus vervolgens vergeten zou zijn te noemen.

De apostel is duidelijk genoeg:

“Want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
Romeinen 6:14

Misschien moeten we eindelijk ophouden daar stilletjes aan toe te voegen:

“…behalve natuurlijk de Tien Geboden.”

Dat staat er namelijk niet.

YouTube player

 

lees ook;

Vrij van de Wet , o vreugdevol leven – Bijbelse basis

Wet en Genade sluiten elkaar uit – Bijbelse basis

Stelt de Heilige Geest ons in staat de wet te vervullen? – Bijbelse basis

Hebreeën 12: niet terug naar Sinaï, maar zien op Jezus – Bijbelse basis

De wet onder een nieuw etiket als “Tien kernwaarden voor het leven van een christen?” – Bijbelse basis

Waren gelovigen uit de volken ooit onder de Wet? – Bijbelse basis

Waren gelovigen uit de volken ooit onder de wet? (2) – Bijbelse basis

extern:

Wettig gebruik der wet_hires.pdf

https://vlichthus.nl/wp-content/uploads/2014/12/De_tien_geboden_S.pdf

de wet » Bijbels Panorama

Wet en Genade sluiten elkaar uit

Waarom de Wet niemand kan zaligmaken

Wie Wet en Genade probeert te vermengen, denkt meestal dat hij het Evangelie verrijkt. Paulus zegt precies het tegenovergestelde: wie menselijke werken toevoegt aan Gods Genade, tast daarmee de kern van het Evangelie aan.

Veel christenen zeggen dat zij uit genade leven. Toch wordt die genade in de praktijk vaak omringd door voorwaarden. Je moet genoeg gehoorzamen, genoeg geloven, genoeg geven, genoeg vasten, genoeg toewijding tonen of een bepaald geestelijk niveau bereiken. Christus heeft weliswaar veel gedaan, maar kennelijk moet de mens het laatste deel zelf aanvullen.

Dat klinkt godsdienstig. Het is alleen niet het Evangelie der Genade Gods.

De Schrift leert niet dat Wet en Genade elkaar aanvullen. Als grond van rechtvaardiging en aanvaarding bij God sluiten zij elkaar uit.

Wet en Genade sluiten elkaar uit

Waarom de wet niemand kan zaligmaken

Wie wet en genade probeert te vermengen, denkt meestal dat hij het evangelie verrijkt. Paulus zegt precies het tegenovergestelde: wie menselijke werken toevoegt aan Gods genade, tast daarmee de kern van het evangelie aan.

Veel christenen zeggen dat zij uit genade leven. Toch wordt die genade in de praktijk vaak omringd door allerlei voorwaarden. Je moet genoeg gehoorzamen, genoeg geloven, genoeg geven, genoeg vasten, genoeg toewijding tonen of een bepaald geestelijk niveau bereiken. Christus heeft weliswaar veel gedaan, maar kennelijk moet de mens dan toch het laatste deel zelf aanvullen.

Dat klinkt godsdienstig. Het is echter niet het Evangelie der Genade Gods.

De Schrift leert niet dat wet en genade elkaar aanvullen. Sterker gezegd: Als beginsel van rechtvaardiging en aanvaarding bij God sluiten zij elkaar uit.

 

De Wet is heilig, rechtvaardig en goed

Een scherp onderscheid tussen wet en genade betekent niet dat de wet slecht zou zijn. Paulus spreekt juist met groot respect over Gods wet:

“Alzo is dan de wet heilig, en het gebod is heilig en rechtvaardig en goed.” (Romeinen 7:12, STV)

De wet is goed omdat zij van God afkomstig is. Zij openbaart Zijn heiligheid, rechtvaardigheid en volmaakte maatstaf. Het probleem zit daarom niet in de wet, maar in de zondige mens.

De wet vraagt niets verkeerds. Zij vraagt juist wat rechtvaardig, rein en goed is. Maar de gevallen mens is niet in staat om aan die heilige eis te voldoen.

Daarom schrijft Paulus:

“Want wij weten, dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde.” (Romeinen 7:14, STV)

De wet is geestelijk. De mens is vleselijk. Daar ligt het probleem.

De Wet openbaart de zonde

De wet is geen redder, maar een aanklager. toont de mens wat zonde is en stelt hem schuldig voor God.

“Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.” (Romeinen 3:20, STV)

Door de wet leert de mens niet hoe goed hij is, maar hoe schuldig hij staat. Ontmaskert zijn woorden, daden, gedachten en begeerten.

De wet werkt als een spiegel. Een spiegel kan vuil zichtbaar maken, maar kan het vuil niet verwijderen. Zo kan de wet de zonde aanwijzen, maar de zondaar niet reinigen.

De wet stelt de diagnose, maar biedt geen genezing.

Openbaart de schuld, maar schenkt geen vergeving.

Wijst de overtreding aan, maar geeft geen nieuw leven.

De Wet kan niemand zaligmaken

De wet is goed, maar zij kan geen zondaar zaligmaken. Dat is geen tekortkoming van de wet. De wet is eenvoudigweg nooit gegeven als middel waardoor de mens zichzelf kon redden.

Paulus schrijft:

“Want indien er een wet gegeven ware, die machtig was levend te maken, zo zou waarlijk de rechtvaardigheid uit de wet zijn.” (Galaten 3:21, STV)

Als een wet werkelijk leven had kunnen geven, zou Christus niet hebben hoeven sterven. Dan had God slechts een betere uitleg, strengere naleving of een aangepaste wet hoeven geven.

Maar God gaf geen verbeterde wet.

God gaf Zijn Zoon.

Het kruis van de Here Jezus Christus bewijst dat de mens niet door wetsonderhouding kon worden gerechtvaardigd. Als rechtvaardigheid door de wet mogelijk was geweest, zou het sterven van Christus overbodig zijn geweest.

Paulus zegt dat zonder omwegen:

“Ik doe de genade Gods niet teniet; want indien de rechtvaardigheid door de wet is, zo is dan Christus tevergeefs gestorven.” (Galaten 2:21, STV)

Dat is vernietigend voor elke leer waarin menselijke prestaties alsnog een plaats krijgen als grond voor Gods aanvaarding.

Wet en Genade sluiten elkaar uit

Romeinen 11:6 bevat een van de duidelijkste uitspraken over wet en genade:

“En indien het door genade is, zo is het niet meer uit de werken; anderszins is de genade geen genade meer. En indien het is uit de werken, zo is het geen genade meer; anderszins is het werk geen werk meer.” (STV)

Paulus laat geen ruimte voor een tussenweg.

Óf de rechtvaardiging is uit genade.

Óf zij is uit werken.

Óf Christus heeft alles volbracht.

Óf de mens moet zelf nog iets toevoegen.

Beide tegelijk is onmogelijk.

Genade is niet Gods hulp bij onze eigen poging om zalig te worden. Genade betekent dat God schenkt wat de mens niet kon verdienen, bereiken of tot stand brengen.

Zodra menselijke prestatie een voorwaarde wordt voor rechtvaardiging, houdt genade op genade te zijn.

 

De Wet eist, de Genade schenkt

Het verschil tussen wet en genade kan eenvoudig worden samengevat.

De wet eist.

De genade schenkt.

De wet zegt wat de mens moet doen.

De genade maakt bekend wat Christus heeft gedaan.

De wet zegt: gehoorzaam en leef.

De genade zegt: Christus heeft volbracht; geloof en leef.

De wet stelt de mens verantwoordelijk.

De genade openbaart Gods voorziening.

De wet brengt kennis van zonde.

De genade brengt vergeving, rechtvaardiging en leven.

Johannes beschrijft dit onderscheid als volgt:

“Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden.” (Johannes 1:17, STV)

Mozes bracht de wet. De Here Jezus Christus bracht niet slechts een mildere vorm van die wet, maar genade en waarheid.

 

Waarom Paulus zo scherp schrijft aan de Galaten

De Galatenbrief is een van de scherpste brieven van Paulus. Dat komt doordat het Evangelie der genade Gods op het spel stond.

De Galaten hadden Christus niet volledig verworpen. Zij hadden het evangelie niet vervangen door openlijk heidendom. Zij voegden slechts iets toe aan het geloof in Christus.

Juist daarin zat het gevaar.

Er kwamen mensen die leerden dat geloof in Christus niet genoeg was. Besnijdenis en wetsonderhouding moesten eraan worden toegevoegd. Dat leek misschien een kleine aanvulling, maar Paulus noemt het een ander evangelie.

“Ik verwonder mij, dat gij zo haast wijkende van Dengene, Die u in de genade van Christus geroepen heeft, overgebracht wordt tot een ander evangelie; daar er geen ander is; maar er zijn sommigen, die u ontroeren, en het Evangelie van Christus willen verkeren.” (Galaten 1:6-7, STV)

Het evangelie wordt niet alleen verdraaid wanneer Christus openlijk wordt ontkend. Het wordt ook verdraaid wanneer Zijn volbrachte werk onvoldoende wordt geacht.

Daarom zegt Paulus:

“Christus is u ijdel geworden, zovelen als gij door de wet gerechtvaardigd wilt worden; gij zijt van de genade vervallen.” (Galaten 5:4, STV)

Wie rechtvaardiging zoekt in de wet, verlaat het beginsel van de genade. Hij maakt Christus niet letterlijk tot niets, maar behandelt Zijn werk wel alsof het niet voldoende is.

Begonnen met de Geest, eindigen met het vlees

Paulus stelt de Galaten een indringende vraag:

“Zijt gij zo uitzinnig? Daar gij met den Geest begonnen zijt, voleindigt gij nu met het vlees?” (Galaten 3:3, STV)

Zij waren door geloof begonnen, maar wilden vervolgens door menselijke inspanning geestelijk worden voltooid.

Dat gevaar bestaat nog steeds.

Veel prediking leert dat een mens door genade wordt behouden, maar vervolgens onder een systeem van geestelijke prestaties komt te staan. Zijn zekerheid, vrede en positie lijken afhankelijk te worden van zijn gedrag, inzet, ervaringen en resultaten.

Dan ontstaat een evangelie waarin Christus de deur opent, maar de gelovige zichzelf verder naar binnen moet werken.

Paulus wijst dat radicaal af.

Wat uit genade is begonnen, wordt ook door genade voortgezet.

 

Een oude dwaling in een modern jasje

Wetticisme verschijnt niet altijd in ouderwetse kleding. Het kan zich ook modern, enthousiast en geestelijk presenteren.

Men zegt bijvoorbeeld:

Je ontvangt pas een doorbraak als je genoeg gelooft.

God kan pas handelen als jij de juiste woorden spreekt.

Je ontvangt meer zalving wanneer je meer offert.

Je moet eerst geestelijk hogerop komen.

Je moet eerst vergeven.

Je moet een bepaalde ervaring hebben om echt vervuld te zijn.

Je moet genoeg vasten, bidden, geven of jezelf uitstrekken.

Zulke uitspraken kunnen vroom klinken, maar ze verplaatsen het zwaartepunt van Christus naar de mens.

Niet langer staat centraal wat Christus heeft volbracht, maar wat de gelovige nog moet presteren.

De mens gaat dan opnieuw leven onder voorwaarden. Gods gunst lijkt zo afhankelijk te worden van zijn geestelijke inzet.

Dat is wet in een nieuw jasje.

Het gebruikt dan niet de woorden van Mozes, maar het werkt wel volgens hetzelfde beginsel: doe iets, bereik iets, bewijs iets, en dan zal God u zegenen.

 

Genade is géén beloning voor geestelijke prestaties

Genade is per definitie onverdiend.

“Want uit genade zijt gij zalig geworden, door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; niet uit de werken, opdat niemand roeme.” (Efeze 2:8-9, STV)

De mens wordt niet zalig omdat hij genoeg geloofskracht heeft ontwikkeld. Zelfs de zaligheid wordt voorgesteld als Gods gave.

Er blijft daarom geen ruimte over voor menselijke roem.

Niet in onze gehoorzaamheid.

Niet in onze toewijding.

Niet in onze inzet.

Niet in onze geestelijke ervaringen.

Niet in onze kennis.

Niet in onze bediening.

Niet in onze vermeende zalving.

Alle roem behoort aan God en aan de Here Jezus Christus.

 

Niet onder de Wet, maar onder de Genade

Paulus schrijft aan gelovigen:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” (Romeinen 6:14, STV)

Dit vers wordt soms afgezwakt alsof Paulus slechts bedoelt dat gelovigen niet meer door ceremoniële regels worden beheerst. Maar zijn uitspraak is veel fundamenteler.

De gelovige staat niet meer onder het beginsel van de wet als grond van zijn verhouding tot God. Hij staat onder genade.

Zijn positie wordt niet bepaald door zijn prestaties, maar door zijn positie in Christus.

Zijn aanvaarding rust niet op zijn trouw, maar op Christus’ volbrachte werk.

Zijn vrede met God rust niet op zijn wisselende geestelijke toestand, maar op rechtvaardiging uit geloof.

“Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onzen Heere Jezus Christus.” (Romeinen 5:1, STV)

 

Genade maakt niet wetteloos

Zodra wordt geleerd dat de gelovige niet onder de wet maar onder de genade staat, klinkt vaak het verwijt dat dit tot losbandigheid zou leiden.

Paulus kende dat bezwaar ook:

“Wat dan? Zullen wij zondigen, omdat wij niet zijn onder de wet, maar onder de genade? Dat zij verre.” (Romeinen 6:15, STV)

Genade geeft geen vrijbrief om te zondigen. Genade leert de gelovige juist om godzalig te leven.

“Want de zaligmakende genade Gods is verschenen aan alle mensen. En onderwijst ons, dat wij, de goddeloosheid en de wereldse begeerlijkheden verzakende, matig en rechtvaardig en godzalig leven zouden in deze tegenwoordige wereld.” (Titus 2:11-12, STV)

Let op wat hier staat.

Niet de Wet onderwijst de gelovige in zijn nieuwe positie, maar de Genade.

Genade is niet slap, goedkoop of vrijblijvend. Zij redt de zondaar en vernieuwt en vormt vervolgens zijn leven.

Maar zniet door hem opnieuw onder veroordeling te plaatsen. Zij richt zijn oog op Christus en werkt vanuit dankbaarheid, nieuw leven en de werking van Gods Geest.

 

De Wet kan gedrag begrenzen, maar geen leven geven

De wet kan zeggen: gij zult niet begeren.

Maar zij kan de begeerte niet uit het hart verwijderen.

De wet kan moord veroordelen.

Maar zij kan geen liefde voortbrengen.

De wet kan leugen verbieden.

Maar zij kan geen nieuw hart scheppen dat waarheid liefheeft.

De wet kan afgoderij aanwijzen.

Maar zij kan de mens niet in een levende verhouding met God brengen.

Daarom is genade geen zachtere wet. Zij is Gods oplossing voor een probleem dat de wet wel kon openbaren, maar niet kon oplossen.

Wat de wet niet kon doen, heeft God gedaan door Zijn Zoon te zenden.

“Want hetgeen der wet onmogelijk was, dewijl zij door het vlees krachteloos was, heeft God, Zijn Zoon zendende in gelijkheid des zondigen vleses, en dat voor de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees.” (Romeinen 8:3, STV)

De wet was niet krachteloos in zichzelf. Zij was krachteloos door het vlees. De zondige mens kon haar niet volbrengen.

 

Waarom de vermenging van Wet en Genade zo gevaarlijk is

De vermenging van wet en genade is geen onschuldige leerstellige vergissing want:

  • tast de genoegzaamheid van Christus aan.
  • berooft gelovigen van zekerheid.
  • kweekt hoogmoed bij wie denkt goed te presteren.
  • veroorzaakt wanhoop bij wie voortdurend tekortschiet.
  • maakt geestelijke leiders tot controleurs van Gods gunst.
  • brengt gelovigen opnieuw onder angst en veroordeling.
  • maakt het kruis tot het begin van de redding, terwijl de mens geacht wordt het werk af te maken.

 

Maar Christus riep aan het kruis niet: Ik heb een goede basis gelegd, nu is het aan u.

Hij heeft het werk volbracht.

 

Alleen Christus kan zaligmaken

De wet kan niemand zaligmaken.

Mozes kan niemand zaligmaken.

Religieuze regels kunnen niemand zaligmaken.

Geestelijke ervaringen kunnen niemand zaligmaken.

Kerkelijke tradities kunnen niemand zaligmaken.

Menselijke toewijding kan niemand zaligmaken.

Alleen de Here Jezus Christus kan zaligmaken.

“En de zaligheid is in geen Anderen; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.” (Handelingen 4:12, STV)

Dat is de heerlijkheid van het Evangelie der genade Gods.

De zondaar wordt niet opgeroepen zichzelf te verbeteren totdat hij aanvaardbaar is. Hij wordt geroepen te geloven in Hem Die goddelozen rechtvaardigt.

“Doch dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.” (Romeinen 4:5, STV)

 

De beslissende vraag

De beslissende vraag is daarom niet hoeveel de mens heeft gedaan.

De vraag is of Christus’ werk voldoende is.

Is Zijn offer volledig?

Is Zijn bloed genoegzaam?

Is Zijn opstanding de grond van onze rechtvaardiging?

Is Zijn genade werkelijk Genade?

Wanneer het antwoord ja is, kan er niets aan worden toegevoegd.

Wie iets toevoegt aan het volbrachte werk van Christus, maakt dat werk niet sterker. Hij verklaart het daarmee juist onvoldoende.

Samengevat

De wet is heilig, rechtvaardig en goed. Zij openbaart Gods maatstaf en stelt de zondaar schuldig.

Maar de wet kan geen leven geven.

De wet kan niet rechtvaardigen.

De wet kan niet reinigen.

De wet kan niemand zaligmaken.

Daarom gaf God Zijn Zoon.

Wet en Genade sluiten elkaar uit als grond voor rechtvaardiging. De mens wordt niet gedeeltelijk door Christus en gedeeltelijk door eigen werken gered. Hij wordt volledig uit Genade gerechtvaardigd, door het geloof, op grond van het volbrachte werk van de Here Jezus Christus.

Het grootste gevaar voor het Evangelie is daarom niet alleen openlijk ongeloof. Het is ook de vrome poging om aan Christus iets toe te voegen.

Paulus laat geen middenweg toe.

Óf de rechtvaardiging is uit werken.

Óf zij is uit genade.

Óf de mens roemt in zichzelf.

Óf hij roemt uitsluitend in het kruis.

“Maar het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onzen Heere Jezus Christus, door Welken de wereld mij gekruisigd is, en ik der wereld.” (Galaten 6:14, STV)

De wet is goed.

Maar alleen de genade van God in de Here Jezus Christus kan een verloren zondaar zaligmaken.

“Want het einde (einddoel) der wet is Christus, tot rechtvaardigheid een iegelijk die gelooft” (Romeinen 10:4, STV)

 

Dus niet:

Dit alles samengevat in een video

YouTube player

zie ook:

wet en genade – Bijbelse basis

(extern)

wet en genade » Bijbels Panorama

De tien geboden – Wet, genade en toepassing

Stelt de Heilige Geest ons in staat de wet te vervullen?

Hoeveel misvatting kun je in één zin kwijt?

“De Heilige Geest stelt ons in staat om de wet te vervullen.”

Dat hoorde ik zojuist beweren in een pinksterpreek.

Welke wet, op welke manier, en onder welk verbond?

Want zodra deze uitspraak betekent dat de gelovige door de Heilige Geest alsnog wordt teruggeleid naar de wet van Mozes als leefregel, zitten we niet meer bij Paulus. Dan zitten we bij een evangelische variant van Sinaï. Een christelijk aangeklede terugkeer naar het juk waarvan Christus ons juist heeft vrijgemaakt.

Het klinkt vroom: vroeger konden wij de wet niet houden, maar nu hebben wij de Geest en kunnen wij het wél.

Maar is dat de Bijbelse boodschap?

Paulus zegt niet: vroeger onder de wet zonder kracht, nu onder de wet mét kracht. Paulus zegt:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” Romeinen 6:14 (STV)

Niet: onder de wet met Geestelijke ondersteuning.
Niet: onder Sinaï met Pinksterkracht.
Niet: Mozes, maar dan uitvoerbaar gemaakt door de Geest.

Maar:

niet onder de wet, maar onder de genade.

Daar begint de correctie.

Stelt de heilige geest ons in staat de wet te vervullen?

 

De valstrik van een Bijbels klinkende zin

De uitspraak is verraderlijk omdat zij dicht langs Romeinen 8:4 schuurt.

Paulus schrijft:

“Opdat het recht der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.” Romeinen 8:4 (STV)

Daar grijpt men dan naar: zie je wel, het recht van de wet wordt vervuld in ons. Dus de Heilige Geest stelt ons in staat om de wet te vervullen.

Maar dat is te snel. Veel te snel.

Want Paulus zegt niet dat de gelovige weer onder de wet wordt geplaatst om die nu, met hulp van de Geest, alsnog als leefregel af te werken. Hij zegt dat het recht der wet vervuld wordt in hen die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest.

Dat is iets anders.

Het gaat niet om een terugkeer naar de wet als verbondssysteem. Het gaat om een wandel door de Geest waarin Gods rechtvaardige bedoeling niet wordt geschonden, maar zichtbaar wordt als vrucht van het nieuwe leven.

De Geest maakt van de wet geen christelijke loopband.
De Geest werkt Christus’ leven uit in hen die niet onder de wet, maar onder de genade zijn.

 

Paulus nekt de misvatting zelf

Wie beweert dat de Heilige Geest ons onder de wet brengt om haar te vervullen, moet langs Galaten 5 heen. En dat lukt niet.

Paulus schrijft:

“Maar indien gij door den Geest geleid wordt, zo zijt gij niet onder de wet.” Galaten 5:18 (STV)

Dat vers is eenvoudig. Bijna hinderlijk eenvoudig.

 

Door de Geest geleid? Dan niet onder de wet.

Dus de Geest is niet gegeven om de gelovige terug onder de wet te plaatsen. De Geest is juist kenmerkend voor een andere sfeer: niet de sfeer van Sinaï, maar van Christus; niet de bediening van de letter, maar van het leven; niet de slavernij, maar de vrijheid.

Daarom is de uitspraak “de Heilige Geest stelt ons in staat de wet te vervullen” op zijn minst riskant. Zij kan waar klinken, maar verkeerd werken. Zij kan vroom beginnen en wettisch eindigen.

Want in de praktijk wordt het vaak dit:

Christus verlost mij van de vloek van de wet.
De Geest helpt mij daarna om de wet alsnog als leefregel te houden.

Dat is geen genadeleer. Dat is Galatianisme met een Pinksterjas aan.

 

Niet onder de wet, maar onder de genade

Paulus zegt:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” Romeinen 6:14 (STV)

Dat is geen los staande tekst. Dat is een principiële uitspraak over de positie van de gelovige. De gelovige staat niet meer onder (het regime van) de wet. Hij staat onder genade.

Dat is waar veel verwarring ontstaat. Men denkt dat genade wel goed is voor vergeving, maar dat de wet daarna nodig is voor heiliging. Alsof genade de voordeur is en de wet de woonkamer. Alsof Christus binnenbrengt, maar Mozes daarna het huis bestuurt.

Maar Paulus doet dat niet.

Hij schrijft niet:

de zonde zal over u niet heersen, want de Geest stelt u nu in staat de wet te houden.

Hij schrijft:

de zonde zal over u niet heersen, want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.

Dat is de omgekeerde redenering van veel prediking.

 

De wet is heilig, maar zij is niet de leefregel van de gelovige

Nu moet niemand een karikatuur maken. De wet zelf is niet slecht.

Paulus zegt:

“Alzo is dan de wet heilig, en het gebod is heilig, en rechtvaardig, en goed.” Romeinen 7:12 (STV)

En:

“Want wij weten, dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde.” Romeinen 7:14 (STV)

De wet is heilig. De wet is rechtvaardig. De wet is goed. Het probleem ligt niet in de wet, maar in de mens. De wet eist, openbaart, veroordeelt en toont zonde. Maar zij geeft geen leven, geen kracht, geen vrijheid.

Daarom zegt Paulus ook:

“Want hetgeen der wet onmogelijk was, dewijl zij door het vlees krachteloos was, heeft God, Zijn Zoon zendende in gelijkheid des zondigen vleses, en dat voor de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees.” Romeinen 8:3 (STV)

Let goed op: Paulus zegt niet dat God de wet nu alsnog krachtig heeft gemaakt als leefregel. Hij zegt dat God Zijn Zoon gezonden heeft. De oplossing is niet de wet plus Geestelijke bekrachtiging. De oplossing is Christus.

De wet kon niet tot stand brengen wat Christus gedaan heeft.

 

Romeinen 8:4 is geen terugkeer naar Sinaï

Romeinen 8:4 wordt vaak gebruikt als sluiproute terug naar de wet.

“Opdat het recht der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.” Romeinen 8:4 (STV)

Maar let op de formulering.

Er staat niet: opdat wij onder de wet zouden worden gesteld.
Er staat niet: opdat wij de wet van Mozes als christelijke leefregel zouden onderhouden.
Er staat niet: opdat wij met hulp van de Geest de Sinaï-code zouden uitvoeren.

Er staat:

opdat het recht der wet vervuld zou worden in ons.

Dat gebeurt niet door terugkeer naar de letter, maar door wandel naar de Geest. Niet door onder de wet te staan, maar juist doordat de gelovige in Christus is.

De wet vroeg rechtvaardigheid, maar kon die niet geven. Christus heeft gedaan wat de wet niet vermocht. En de Geest werkt in de gelovige een leven dat niet tegen Gods heiligheid ingaat, maar vrucht draagt tot God.

Niet wet als systeem.
Niet wet als juk.
Niet wet als verbondscontract.
Maar Christus als leven, de Geest als kracht, genade als sfeer.

 

De wet als leefregel klinkt vroom, maar berooft genade van haar vrijheid

Hier zit het venijn.

Men zegt: “Wij zijn niet door de wet gerechtvaardigd, maar de wet blijft wel onze leefregel.”

Dat klinkt netjes. Orthodox. Veilig.

Maar Paulus is veel scherper. Hij zegt:

“Zo dan, mijn broeders, gij zijt ook der wet gedood door het lichaam van Christus, opdat gij zoudt worden eens Anderen, namelijk Desgenen, Die van de doden opgewekt is, opdat wij Gode vruchten dragen zouden.” Romeinen 7:4 (STV)

Niet: gij zijt der wet gedood om daarna door de Geest beter onder de wet te leven.

Nee:

“opdat gij zoudt worden eens Anderen”

Van Wie? Van Christus, Die uit de doden opgewekt is.

En met welk doel?

“opdat wij Gode vruchten dragen zouden.”

De vrucht komt niet uit een vernieuwde relatie met de wet. De vrucht komt uit verbondenheid met de opgestane Christus.

Daarna zegt Paulus:

“Maar nu zijn wij vrijgemaakt van de wet, overmits wij dien gestorven zijn, onder welken wij gehouden waren; alzo dat wij dienen in nieuwigheid des geestes, en niet in de oudheid der letter.” Romeinen 7:6 (STV)

Dat is een bevrijding.

Niet dienen in de oudheid der letter.
Maar dienen in nieuwigheid des geestes.

 

Galatianisme met Geestelijke taal

De gevaarlijkste vorm van wetticisme zegt niet altijd: u moet de wet houden om behouden te worden.

Dat is te herkenbaar.

De subtielere vorm zegt: u bent uit genade behouden, maar nu geeft de Geest u kracht om de wet te vervullen.

En daar moet je wakker worden.

Want dan wordt genade de startmotor en de wet de rijbaan. Christus opent de deur, Mozes neemt het stuur over, en de Heilige Geest wordt gereduceerd tot brandstof voor een reis terug naar Sinaï.

Dat is geestelijke verwarring.

Paulus schrijft aan de Galaten:

“Zijt gij zo uitzinnig? Daar gij met den Geest begonnen zijt, voleindigt gij nu met het vlees?” Galaten 3:3 (STV)

En daarvoor:

“Dit alleen wil ik van u leren: hebt gij den Geest ontvangen uit de werken der wet, of uit de prediking des geloofs?” Galaten 3:2 (STV)

Dat is de vraag die men vandaag opnieuw moet stellen.

Hebt gij den Geest ontvangen uit de werken der wet?
Nee.

Waarom zou de Geest u dan vervolgens terugbrengen onder datzelfde systeem?

De Geest werd niet ontvangen uit de werken der wet, maar uit de prediking des geloofs. En de wandel door de Geest blijft op diezelfde genadegrond staan.

 

De liefde vervult de wet, maar liefde is geen terugkeer onder de wet

Nu zal iemand zeggen: maar Paulus schrijft toch dat de liefde de wet vervult?

Ja.

“Zijt niemand iets schuldig, dan elkander lief te hebben; want die den ander liefheeft, die heeft de wet vervuld.” Romeinen 13:8 (STV)

En:

“Want de gehele wet wordt in één woord vervuld, namelijk in dit: Gij zult uw naaste liefhebben gelijk uzelven.” Galaten 5:14 (STV)

Maar ook hier moet je scherp lezen.

Paulus zegt niet: ga terug onder de wet. Hij zegt dat liefde doet wat de wet eiste zonder dat de gelovige onder het wetssysteem staat. Liefde is niet de christelijke verpakking van Mozes. Liefde is vrucht van de Geest.

Direct na Galaten 5:14 zegt Paulus niet: onderhoud dus de wet.

Hij zegt:

“En ik zeg: Wandelt door den Geest en volbrengt de begeerlijkheid des vleses niet.” Galaten 5:16 (STV)

En even later:

“Maar de vrucht des Geestes is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid.” Galaten 5:22 (STV)

De liefde komt dus niet voort uit wet als juk, maar uit de Geest als vrucht.

Dat is een wereld van verschil.

 

De Geest werkt vrucht, geen wettische prestatie

De Geest is niet gegeven als hemelse krachtcentrale om de oude mens nu eindelijk religieus productief te maken.

De Geest werkt vanuit Christus. Hij verheerlijkt Christus. Hij past het Woord toe. Hij doet de gelovige wandelen in nieuwheid des levens. Hij brengt vrucht voort die de wet niet kon produceren.

De wet zegt: doe en leef.
De genade zegt: leef, en wandel nu waardig.

De wet eist vrucht van een dorre boom.
De genade geeft leven in Christus en brengt vrucht voort door de Geest.

De wet zegt: gij zult.
De Geest werkt: Christus in u.

Dat is geen semantisch verschil. Dat is het verschil tussen slavernij en vrijheid.

 

Geen antinomianisme

Nu komt de bekende beschuldiging: “Maar als je zegt dat de gelovige niet onder de wet is, krijg je losbandigheid.”

Dat is precies de vraag die Paulus zelf al ondervangt.

“Wat dan? Zullen wij zondigen, omdat wij niet zijn onder de wet, maar onder de genade? Dat zij verre.” Romeinen 6:15 (STV)

Paulus kent de verdraaiing. Maar let op: hij corrigeert losbandigheid niet door de gelovige terug onder de wet te zetten. Hij zegt niet: o, als u dat denkt, moet u toch weer Mozes als leefregel nemen.

Nee. Hij houdt vast aan de genadepositie en werkt vanuit de vereniging met Christus.

De gelovige is met Christus gestorven. De oude mens is gekruisigd. De gelovige leeft voor God in Christus Jezus. Daarom moet hij niet wandelen naar het vlees, maar door de Geest.

Dat is geen wetteloosheid. Dat is hoger dan wet. Niet lager.

 

De leefregel van de gelovige is Christus

De vraag is dus niet: heeft de gelovige dan geen leefregel?

Natuurlijk wel.

Maar die leefregel is niet de wet van Mozes als verbondssysteem. De leefregel van de gelovige is Christus Zelf, toegepast door de Geest, onderwezen door de apostolische leer, in de sfeer van genade.

Johannes schrijft:

“Die zegt, dat hij in Hem blijft, die moet ook zelf alzo wandelen, gelijk Hij gewandeld heeft.” 1 Johannes 2:6 (STV)

Paulus schrijft:

“Zijt dan navolgers Gods, als geliefde kinderen;” Efeze 5:1 (STV)

En:

“En wandelt in de liefde, gelijkerwijs ook Christus ons liefgehad heeft, en Zichzelven voor ons heeft overgegeven tot een offerande en een slachtoffer, Gode tot een welriekenden reuk.” Efeze 5:2 (STV)

Dat is de toon van het Nieuwe Testament.

Niet: terug naar de stenen tafelen als centrale leefregel.
Maar: wandelen waardig de roeping, wandelen in liefde, wandelen als kinderen des lichts, wandelen door de Geest, wandelen zoals Christus gewandeld heeft.

Dat is geen mindere norm. Dat is een hogere Persoon.

 

De wet vraagt, Christus geeft

Dit is de kern.

De wet vraagt gerechtigheid.
Christus is onze gerechtigheid.

De wet legt schuld bloot.
Christus draagt schuld weg.

De wet veroordeelt de zondaar.
Christus rechtvaardigt de goddeloze die gelooft.

De wet toont wat de mens moet zijn.
Christus is wat de gelovige voor God geworden is.

De wet zegt: doe dit en gij zult leven.
Christus zegt: Ik leef, en gij zult leven.

De Geest is niet gegeven om de gelovige terug te brengen naar het systeem dat hem veroordeelde. De Geest is gegeven omdat de gelovige in Christus is en nu mag leven uit een nieuwe positie.

 

Wat dan met “het recht der wet”?

Romeinen 8:4 blijft belangrijk. Maar het moet op Paulus’ manier gelezen worden.

Het recht der wet wordt vervuld in ons die wandelen naar de Geest. Dat betekent: de rechtvaardige eis van God wordt niet genegeerd. Genade is geen morele afvalbak. De Geest brengt geen wetteloosheid voort.

Maar dit vervullen gebeurt niet doordat de gelovige onder de wet wordt gezet. Het gebeurt doordat hij in Christus leeft en door de Geest wandelt.

Daarom is de zuiverste formulering niet:

De Heilige Geest stelt ons in staat de wet te vervullen.

Maar:

De Heilige Geest doet de gelovige wandelen in overeenstemming met Gods wil, terwijl hij niet onder de wet staat maar onder de genade; en in die wandel wordt het recht der wet vervuld.

Dat is langer. Minder pakkend. Minder geschikt voor een snelle preekzin.

Maar wel Bijbels.

 

Waarom de korte uitspraak gevaarlijk is

De zin “de Heilige Geest stelt ons in staat de wet te vervullen” is gevaarlijk omdat hij te veel open laat.

Hij kan betekenen: de Geest brengt vrucht voort in de gelovige, zodat Gods rechtvaardige wil zichtbaar wordt. Dan is er veel goeds in te herkennen.

Maar hij kan ook betekenen: de Geest plaatst de gelovige terug onder de wet van Mozes als normatieve leefregel. Dan is het fout.

En helaas is dat laatste vaak wat er praktisch gebeurt. Eerst zegt men: wij zijn uit genade behouden. Daarna zegt men: de wet is onze leefregel. Vervolgens zegt men: de Geest helpt ons die wet te vervullen. En voordat je het weet, staat de gelovige weer onder een religieuze meetlat die Paulus juist heeft weggenomen.

Dan wordt de Geest gebruikt om de wet opnieuw binnen te dragen.

Alsof Pinksteren de lift terug naar Sinaï is.

Dat is het niet.

De Heilige Geest is niet gegeven om van de gelovige een betere wetshouder te maken onder het oude verbond. Hij is gegeven aan hen die in Christus zijn, die niet onder de wet staan maar onder de genade.

De Geest leidt niet terug naar de slavernij van de letter, maar doet wandelen in nieuwheid des levens.

Daarom moet deze uitspraak worden gefileerd.

Niet omdat heiliging onbelangrijk is.
Niet omdat gehoorzaamheid bijzaak is.
Niet omdat liefde vrijblijvend is.

Maar omdat de Schrift de gelovige niet onder Mozes plaatst met de Geest als hulpmotor. De Schrift plaatst de gelovige in Christus, onder genade, geleid door de Geest, tot vrucht voor God.

Dus nee, niet zo:

De Geest stelt ons in staat de wet te vervullen.

Maar zo:

De Geest doet ons wandelen in Christus, niet onder de wet maar onder de genade; en juist zo wordt het recht der wet vervuld.

Dat is geen wetteloosheid.

Dat is Paulus.

lees ook:

wet – Bijbelse basis

extern:

 de wet 

Geverifieerd door MonsterInsights