Wet, dwang, overheersing en onderwerping
Er is een vorm van religie die niet genoeg heeft aan overtuigen.
Heersen en overheersen is dan het ultieme doel
Niet door het geweten aan te spreken.
Niet door liefde, waarheid en vrijwillige bekering.
Maar door wet, dwang, overheersing en onderwerping.
Daar ligt het diepe probleem van de politieke islam: niet dat mensen geloven, bidden, vasten of hun geloof serieus nemen. Dat mag, tenminste in een vrije samenleving. Het probleem ontstaat waar religie zichzelf presenteert als een totaalsysteem dat uiteindelijk de staat, de wet, de rechtbank, de straat, het gezin en het publieke leven wil beheersen.
Dan gaat het niet meer om godsdienstvrijheid.
Dan gaat het om machtsaanspraak.

De vraag die men niet wil stellen
In het Westen wordt islam vaak voorgesteld als één van de vele religies: een geloofsgemeenschap naast andere geloofsgemeenschappen. Moskee naast kerk. Koran naast Bijbel. Imam naast dominee. Vrijheid voor iedereen.
Maar daarmee is de moeilijkste vraag nog niet gesteld.
Wat gebeurt er wanneer een religie zichzelf niet beperkt tot persoonlijke vroomheid, maar aanspraak maakt op wetgeving, bestuur en maatschappelijke ordening? Wat gebeurt er wanneer “geloof” niet eindigt bij gebed en prediking, maar doorloopt in sharia, strafrecht, loyaliteit, heerschappij en onderwerping van andersdenkenden?
Dan is naïviteit geen deugd meer.
Dan wordt naïviteit gevaarlijk.
Vrijheid gebruiken om vrijheid af te schaffen
Een open samenleving biedt ruimte. Ook aan overtuigingen die haar eigen fundamenten verwerpen. Dat is tegelijk haar kracht en haar zwakte.
Wie in vrijheid leeft, mag zeggen wat hij gelooft. Maar wat als iemand die vrijheid gebruikt om een systeem te propageren waarin diezelfde vrijheid straks niet meer bestaat? Wat als democratie alleen wordt gezien als tussenstation? Wat als vrijheid van godsdienst wordt gebruikt om een religieuze staatsorde dichterbij te brengen waarin afvalligen, ongelovigen, vrouwen en andersdenkenden geen gelijke plaats meer hebben?
Dan is de discussie niet meer: “Mag iemand moslim zijn?”
Natuurlijk mag dat.
De vraag is: mag een ideologie die openlijk streeft naar religieuze overheersing kritiekloos meeliften op de vrijheid die zij uiteindelijk wil vervangen?
Dat is geen haatvraag.
Dat is een noodzakelijke vraag.
Sharia is geen onschuldig cultuurverschijnsel
Veel westerse oren horen het woord sharia alsof het gaat om eten, kleding, familiegebruiken of religieuze rituelen. Maar sharia als maatschappelijk systeem gaat veel verder. Het raakt aan wetgeving, rechtspraak, straf, verhouding tussen man en vrouw, positie van niet-moslims, vrijheid van geweten en vrijheid van geloof.
Wie sharia romantiseert als “gewoon een andere levensstijl”, weigert te zien wat er op het spel staat.
Een samenleving waarin de hand van de dief moet worden afgehakt, overspel met steniging kan worden bestraft, vrouwen publiek onder religieuze druk worden gezet en niet-moslims een ondergeschikte positie krijgen, is geen gewone variant van pluriformiteit. Dat is geen gezellige multiculturele smaak in het buffet van diversiteit.
Dat is een andere rechtsorde.
En die rechtsorde botst frontaal met vrijheid van geweten, gelijkwaardigheid voor de wet en de ruimte om God te zoeken zonder dwang.
Loyaliteit als breuklijn
Een ander ongemakkelijk punt is loyaliteit. In een vrije samenleving mag iemand vanzelfsprekend sterke verbondenheid voelen met zijn geloofsgemeenschap. Dat geldt voor christenen, joden, moslims en anderen. Maar wanneer religieuze loyaliteit principieel boven burgerlijke loyaliteit wordt geplaatst, ontstaat een breuklijn.
Niet omdat de staat god moet worden.
Dat nooit.
Maar omdat een samenleving alleen kan functioneren wanneer burgers elkaar niet zien als permanente vijanden, ondergeschikten of toekomstige overwonnenen.
Waar geleerd wordt dat de ware loyaliteit alleen ligt bij de eigen geloofsgroep, en dat ongelovigen ten diepste vijanden zijn van God en Zijn boodschapper, wordt samenleven broos. Dan blijft er misschien uiterlijk vrede, maar onder de oppervlakte groeit een geestelijk en maatschappelijk wij-zij-denken.
En dat wij-zij-denken is geen klein detail.
Het is de motor van segregatie, radicalisering en uiteindelijk overheersingsdenken.
Niet elke moslim is het probleem
Dit moet ook gezegd worden, juist om scherp te kunnen blijven: de kritiek richt zich niet op iedere individuele moslim als persoon. Er zijn moslims die gewoon hun gezin liefhebben, hard werken, hun buren respecteren en in vrede willen leven. Wie dat ontkent, spreekt onrechtvaardig.
Maar die menselijke werkelijkheid mag niet worden gebruikt om het leerstellige en politieke probleem weg te poetsen.
Want het omgekeerde gebeurt te vaak: zodra iemand de harde kanten van islamitische machtstheologie benoemt, wordt hij beschuldigd van haat of fobie. Daarmee wordt het gesprek dichtgemetseld voordat het begonnen is.
Kritiek op een religieus-politiek systeem is geen haat tegen mensen.
Kritiek op sharia is geen aanval op een buurman.
Kritiek op jihadistische of suprematistische retoriek is geen ontmenselijking van moslims.
Het is juist noodzakelijk onderscheid: mensen moeten rechtvaardig behandeld worden, ideeën moeten getoetst worden.
De christelijke tegenstelling
Voor christenen ligt hier een extra reden om duidelijk te zijn. Het Koninkrijk van Christus wordt niet gevestigd door dwang, staatsmacht of onderwerping van ongelovigen. De Heere Jezus bouwt Zijn gemeente door Zijn Woord en Geest, niet door zwaard, wetspolitie of religieuze overheersing.
Dat is een fundamenteel verschil.
Het Evangelie roept mensen tot bekering.
Politieke religie dwingt mensen tot onderwerping.
Het Evangelie verkondigt verzoening met God door Christus.
Machtsreligie eist maatschappelijke capitulatie.
Het Evangelie gaat uit in zwakheid, prediking en getuigenis.
Religieus suprematisme droomt van controle, wet en dominantie.
Waar dat verschil verdwijnt, ontstaat verwarring. En die verwarring is dodelijk voor het geestelijk onderscheidingsvermogen.
De comfortabele leugen van neutraliteit
Onze tijd houdt van geruststellende zinnen.
“Alle religies zijn eigenlijk hetzelfde.”
“Extremisme heeft niets met religie te maken.”
“Het gaat alleen om misbruik van geloof.”
“Als mensen elkaar maar leren kennen, komt het goed.”
Soms zit daar een stukje waarheid in. Maar als totaalverklaring is het veel te goedkoop.
Niet alle religies zeggen hetzelfde over wet, geweld, overheid, verlossing, vrijheid en ongelovigen. Niet elk probleem is alleen sociaal, economisch of psychologisch. Ideeën hebben gevolgen. Leer heeft richting. Woorden vormen mensen. En een religieus systeem dat zichzelf ziet als eindbestemming van de wereldgeschiedenis, blijft niet vanzelf beperkt tot de privésfeer.
Wie dat niet wil zien, kiest niet voor vrede.
Hij kiest voor verdoving.
Echte vrede vraagt waarheid
Een samenleving kan niet gebouwd worden op angst. Maar ook niet op ontkenning.
Werkelijke vrede vraagt waarheid. Dat betekent dat moslims als mensen eerlijk en rechtvaardig behandeld moeten worden. Maar het betekent ook dat de politieke en juridische aanspraken van islam niet buiten kritiek mogen worden geplaatst.
Geen dubbele maatstaf.
Geen hysterie.
Geen romantiek.
Gewoon helder zien wat er gezegd, geleerd en nagestreefd wordt.
Wanneer religie macht wil worden, moet een vrije samenleving wakker zijn. Wanneer geloofstaal wordt verbonden met overheersing, moet de kerk onderscheiden. Wanneer sharia wordt verkocht als vrijheid, moet men vragen: vrijheid voor wie? En wanneer onderwerping wordt verpakt als vrede, moet men weigeren mee te knikken.
Want vrede zonder waarheid is geen vrede.
Het is uitstel van ontwaken.
Tenslotte
Het probleem is niet dat moslims bestaan. Het probleem is ook niet dat moslims hun geloof serieus nemen. Het probleem begint waar islamitische overtuiging verandert in politieke aanspraak, waar sharia boven vrijheid wordt geplaatst, waar niet-moslims principieel ondergeschikt worden gedacht en waar religieuze taal een routekaart naar macht wordt.
Daar moet eerlijk over gesproken worden.
Niet schreeuwerig.
Niet onrechtvaardig.
Maar wel zonder de zachte deken van westerse naïviteit.
Want een samenleving die haar vrijheid niet durft te verdedigen, zal haar uiteindelijk verliezen. En een kerk die geen onderscheid meer maakt tussen Evangelie en religieuze overheersing, heeft haar geestelijke waakzaamheid ingeruild voor beleefd applaus.
Dat is geen liefde.
Dat is blindheid met een vriendelijk smoel..
