Kolossenzen 3 : leven uit Christus, niet onder de Wet 

Kolossenzen 3 nader bekeken

Wie Kolossenzen 3 zorgvuldig leest, ontdekt iets dat in hedendaagse prediking merkwaardig genoeg nauwelijks tot niet wordt onderwezen: Paulus motiveert de levenswandel van de gelovige niet vanuit de Wet, maar vanuit zijn positie in Christus.

Paulus zegt niet:

houd de geboden zodat God u zal aannemen.

Hij zegt ook niet:

Christus heeft u gered, en nu moet u alsnog terug naar Sinaï om daar te leren hoe u als christen moet leven.

Zijn vertrekpunt is:

De gelovige is met Christus gestorven, is met Christus opgewekt, heeft de oude mens uitgedaan, heeft de nieuwe mens aangedaan en heeft leven ontvangen dat met Christus verborgen is in God.

Daaruit vloeit de christelijke levenswandel voort.

Dat maakt Kolossenzen 3 tot een van de duidelijkste gedeelten over leven uit genade, de oude en nieuwe mens en de vraag wat de leefregel van de gelovige eigenlijk is.

Kolossenzen 3 leven uit Genade
Kolossenzen 3 nader bekeken

 

Eerst wat God gedaan heeft, daarna onze wandel

Paulus begint Kolossenzen 3 niet met een wetboek.

Hij begint met Christus.

“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods.” — Kolossenzen 3:1 (STV)

Dat woord dan is belangrijk.

Paulus bouwt namelijk verder op wat hij eerder heeft uitgelegd. De gelovige is door het geloof verbonden met Christus. Zijn positie wordt bepaald door Christus’ dood en opstanding.

Daarom volgt:

“Bedenkt de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn.” — Kolossenzen 3:2 (STV)

De volgorde is dus niet:

doe het goede en misschien zult u daardoor geestelijk leven ontvangen.

De volgorde is:

u hebt in Christus leven ontvangen; leef daarom overeenkomstig dat leven.

Dat is het cruciale verschil tussen een wettische benadering en leven uit genade.

Genade begint bij wat God heeft gedaan.

Daarna volgt de verantwoordelijkheid van de gelovige.

 

“Gij zijt gestorven”

Paulus doet vervolgens een opmerkelijke uitspraak:

“Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.” — Kolossenzen 3:3 (STV)

Let erop wat er niet staat.

Paulus zegt niet:

Streef ernaar te sterven.

Hij zegt:

“gij zijt gestorven.”

Dat is een vaststaand feit als het gaat om de positie van de gelovige.

Wie in Christus is, wordt door God niet langer beschouwd vanuit zijn natuurlijke afkomst in Adam. In Christus is er een nieuwe positie gekomen.

En die nieuwe positie is zelfs verborgen.

Het zichtbare leven hier op aarde vertelt niet het hele verhaal.

Daarom vervolgt Paulus:

“Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons Leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.” — Kolossenzen 3:4 (STV)

Hier staat iets veel groters dan dat Christus ons helpt om beter te leven.

Christus is ons Leven

Het christelijke leven is daarom niet in de eerste plaats Christus proberen na te doen, maar leven vanuit het leven dat God ons in Christus heeft geschonken.

 

De oude mens wordt niet opgelapt

Dat is zó essentieel.

Het Evangelie is geen renovatieproject van Adam.

God probeert de oude mens niet stap voor stap op te knappen totdat hij uiteindelijk acceptabel wordt.

Paulus zegt:

“Liegt niet tegen elkander, dewijl gij uitgedaan hebt den ouden mens met zijn werken.” — Kolossenzen 3:9 (STV)

Opnieuw staat er niet:

probeer de oude mens uit te doen.

Er staat:

“gij uitgedaan hebt.”

De oude mens is geen project waaraan de gelovige zijn hele leven moet blijven sleutelen.

Daartegenover staat:

“En aangedaan hebt den nieuwen mens, die vernieuwd wordt tot kennis, naar het evenbeeld Desgenen Die hem geschapen heeft.” — Kolossenzen 3:10 (STV)

Dat is wedergeboorte in zijn volle betekenis.

Niet: een beter exemplaar van de oude mens.

Maar: nieuw leven.

Niet: Adam christelijk maken.

Maar: leven vanuit Christus.

 

Waarom zegt Paulus dan: “Doodt dan”?

Nu ontstaat een interessante vraag.

Als Paulus in vers 3 zegt:

“gij zijt gestorven” (Kolossenzen 3:3, STV)

waarom zegt hij dan twee verzen later:

“Doodt dan uw leden die op de aarde zijn…” — Kolossenzen 3:5 (STV)

Is dat dan geen tegenstelling?

Integendeel.

Het is juist een prachtig voorbeeld van het onderscheid tussen positie en wandel.

Voor God is de gelovige met Christus gestorven.

Nu behoort die waarheid praktisch zichtbaar te worden.

Wat in Christus reeds waar is, moet in het dagelijkse leven worden uitgewerkt.

Daarom noemt Paulus vervolgens onder andere hoererij, onreinheid, kwade begeerlijkheid en gierigheid.

Genade zegt dus nooit:

Zonde doet er niet meer toe.

Genade zegt juist:

u hoort niet meer bij dat oude leven; wandel daarom niet alsof er niets veranderd is.

 

Genade is geen vrijbrief voor zonde

Dit wordt vaak verkeerd begrepen.

Zodra wordt gezegd dat de gelovige niet onder de Wet staat, komt soms het verwijt:

Dus dan mag alles?

Kolossenzen 3 maakt duidelijk hoe oppervlakkig en vleselijk dat bezwaar is.

Paulus behandelt hier zeer concreet de levenswandel.

Hij spreekt over seksuele zonde, begeerte, hebzucht, boosheid, lastering, vuil spreken, liegen, onderlinge omgang, vergeving, liefde, vrede en dankbaarheid.

Hij is bepaald niet vrijblijvend.

Maar opmerkelijk genoeg motiveert Paulus dit alles niet door de gelovige opnieuw onder Mozes te plaatsen.

Hij zegt niet:

Ga terug naar de stenen tafelen.

Hij zegt:

“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt…” — Kolossenzen 3:1 (STV)

Daar begint het.

Niet Sinaï, maar Christus.

Niet de oude positie onder de Wet, maar de nieuwe positie in de opgewekte Heer.

De christelijke leefregel is veel hoger dan wetticisme

Dat betekent niet dat goed en kwaad zijn verdwenen.

Integendeel.

Paulus is heel concreet. Hij zegt niet:

“Kijk maar, doe nu maar wat je goeddunkt”

maar:

“Maar nu, legt ook gij dit alles af, namelijk gramschap, toornigheid, kwaadheid, lastering, vuil spreken uit uw mond.” — Kolossenzen 3:8 (STV)

Daarna volgt de positieve kant:

“Zo doet dan aan, als uitverkorenen Gods, heiligen en beminden, de innerlijke bewegingen der barmhartigheid, goedertierenheid, ootmoedigheid, zachtmoedigheid, lankmoedigheid.” — Kolossenzen 3:12 (STV)

Let opnieuw op de motivatie.

Paulus noemt hen eerst:

uitverkorenen Gods, heiligen en beminden.

Dáárom volgt:

doet dan aan.

Hun gedrag moet overeenkomen met hun positie.

Ze worden niet geliefd omdat ze goed leven.

Ze behoren goed te leven omdat ze geliefd zijn.

Dat is Genade.

 

Eerst vergeven worden, daarna zelf vergeven

Kolossenzen 3:13 is hiervan een prachtig voorbeeld:

“Verdragende elkander en vergevende de een den ander, zo iemand tegen iemand enige klacht heeft; gelijkerwijs als Christus u vergeven heeft, doet ook gij alzo.” — Kolossenzen 3:13 (STV)

De volgorde is glashelder.

Niet:

vergeef, zodat Christus u zal vergeven.

Maar:

Christus heeft u vergeven; handel daarom zelf vanuit die vergeving.

De gehoorzaamheid van de gelovige is dus antwoord op ontvangen genade.

Niet betaling voor toekomstige genade.

Niet een poging om behouden te blijven.

Niet een methode om Gods gunst te verdienen.

De Genade komt eerst.

Daarna volgt de wandel.

 

Dat maakt het verschil met Mattheüs 6 des te opvallender

Vergelijk dit eens met de woorden:

“Want indien gij den mensen hun misdaden vergeeft, zo zal uw hemelse Vader ook u vergeven.” — Mattheüs 6:14 (STV)

Daar staat een voorwaardelijke formulering.

In Kolossenzen schrijft Paulus daarentegen:

“gelijkerwijs als Christus u vergeven heeft” — Kolossenzen 3:13 (STV)

Het gaat hier niet om een tegenspraak in de Schrift, maar om de noodzaak om Schriftgedeelten zorgvuldig in hun verband te lezen.

Wie zonder onderscheid alles rechtstreeks op dezelfde wijze op de Gemeente toepast, loopt onvermijdelijk vast.

Paulus maakt aan de Gemeente bekend vanuit welke positie zij leeft:

vergeving is ontvangen.

Vanuit die ontvangen vergeving wordt vervolgens de gelovige opgeroepen zelf te vergeven.

 

Waar blijven de Tien Geboden?

Hier wordt het bijzonder interessant.

Kolossenzen 3 behandelt ongeveer alles wat wij tegenwoordig onder “christelijke ethiek” zouden rangschikken.

Gedrag.

Seksualiteit.

Begeerte.

Gierigheid.

Boosheid.

Taalgebruik.

Waarheid.

Relaties.

Vergeving.

Liefde.

Vrede.

Dankbaarheid.

Als Paulus de Tien Geboden als formele leefregel aan de Gemeente had willen voorschrijven, dan had hij hier een uitgelezen gelegenheid.

Maar hij doet het niet.

Hij voert de gelovige niet terug naar Sinaï.

Hij wijst omhoog:

“Bedenkt de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn.” — Kolossenzen 3:2 (STV)

Waarom?

Omdat de gelovige een hemelse positie in Christus heeft.

Zijn gedrag wordt niet beheerst door de vraag:

Welke regel moet ik afvinken?

maar door:

Wat past bij iemand van wie Christus het leven is?

Dat is geen lagere norm.

Dat is juist een veel hogere.

 

Christus is alles en in allen

Paulus komt vervolgens bij een van de krachtigste uitspraken van dit gedeelte:

“Waarin niet is Griek en Jood, besnijdenis en voorhuid, barbaar en Scyth, dienstknecht en vrije, maar Christus is alles en in allen.” — Kolossenzen 3:11 (STV)

Alle natuurlijke onderscheidingen die mensen zo belangrijk vinden, verdwijnen als grondslag van onze positie voor God.

Afkomst redt niet.

Inspanning redt niet.

Religieuze achtergrond redt niet.

Besnijdenis redt niet.

Sociale positie redt niet.

Cultuur redt niet.

Christus is alles.

Dat is niet alleen een mooie geloofsuitspraak.

Het is de leerstellige kern van het hele hoofdstuk.

Christus is onze positie.

Christus is ons leven.

Christus is het voorbeeld en de bron van onze wandel.

Christus bepaalt onze onderlinge verhouding.

Christus is het middelpunt.

 

Het Woord van Christus moet rijkelijk wonen

Dan zegt Paulus:

“Het woord van Christus wone rijkelijk in u, in alle wijsheid; leert en vermaant elkander met psalmen en lofzangen en geestelijke liedekens, zingende den Heere met aangenaamheid in uw hart.” — Kolossenzen 3:16 (STV)

Ook dit is vandaag bijzonder actueel.

Paulus verwijst de gelovige niet naar het najagen van ‘nieuwe openbaringen’, ‘bijzondere stemmen’ of een exclusief persoonlijk lijntje met God.

Hij zegt:

het Woord van Christus moet rijkelijk in u wonen.

Daaruit ontstaat wijsheid.

Daaruit komt onderwijs.

Daaruit komt vermaning.

Daaruit ontstaat aanbidding.

Daarom is Bijbelkennis geen droge intellectuele hobby.

Het Woord vormt het denken van de nieuwe mens.

Wie geestelijk wil wandelen, maar het Woord verwaarloost, probeert vrucht te produceren terwijl hij de door God gegeven bron van kennis en voeding negeert.

 

Alles in de Naam van de Here Jezus

Paulus sluit dit gedeelte af met een bijzonder brede leefregel:

“En al wat gij doet met woorden of met werken, doet het alles in den Naam van den Heere Jezus, dankende God en den Vader door Hem.” — Kolossenzen 3:17 (STV)

Al wat gij doet.

Dat gaat veel verder dan een lijst verboden en regels.

Het omvat woorden én werken.

Privé én openbaar.

Relaties én arbeid.

Gedachten die tot woorden worden én beslissingen die tot daden worden.

De vraag wordt dan niet slechts:

Mag dit volgens een gebod?

maar:

kan ik dit doen in de Naam van de Here Jezus Christus?

Dat is een hogere toets.

 

De grote fout van wettische prediking

Het merkwaardige van veel christelijke prediking is dat men genade gebruikt om iemand binnen te krijgen en vervolgens de Wet gebruikt om hem binnen te houden.

Eerst klinkt:

U wordt uit genade behouden.

Maar daarna volgt:

Nu moet u bewijzen dat u het waard bent.

Daarmee wordt de gelovige praktisch weer teruggebracht naar het systeem waarvan Christus hem juist heeft vrijgemaakt.

Kolossenzen 3 volgt een totaal andere lijn.

Paulus zegt niet:

word wat God verlangt en misschien zal Hij u aannemen.

Hij zegt:

zie wie u in Christus geworden bent en wandel overeenkomstig die positie.

Dat is geen semantisch verschil.

Het bepaalt de hele verhouding tussen God en de gelovige.

 

Geen Wet, maar ook geen wetteloosheid

We moeten dus twee valkuilen vermijden.

Enerzijds de gedachte dat de gelovige toch weer onder de Wet moet worden gebracht om hem heilig te laten leven.

Anderzijds de gedachte dat genade betekent dat onze wandel niet belangrijk is.

Kolossenzen 3 vernietigt beide misvattingen.

De gelovige staat niet onder de Wet.

Maar hij hoort ook niet naar het vlees te leven.

Waarom niet?

Niet omdat Sinaï hem veroordeelt.

Maar omdat Christus zijn leven is.

Daarom zegt Paulus:

“Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons Leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.” — Kolossenzen 3:4 (STV)

Daar ligt onze zekerheid en onze verantwoordelijkheid.

 

Leven uit Christus

De boodschap van Kolossenzen 3 kan uiteindelijk in enkele woorden worden samengevat:

eerst positie, dan praktijk.

eerst genade, dan wandel.

eerst ontvangen, dan beantwoorden.

eerst Christus, dan de vrucht.

De oude mens wordt niet verbeterd.

De nieuwe mens wordt aangedaan.

De gelovige probeert zichzelf niet door goede werken geschikt te maken voor Christus.

Christus is zijn leven.

En daarom klinkt de oproep:

“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn…” — Kolossenzen 3:1 (STV)

Dat is de christelijke wandel.

Niet leven om een positie te verdienen.

Maar leven vanuit een positie die God in Christus reeds geschonken heeft.

Niet terug naar Sinaï.

Maar zien op de opgewekte Christus, gezeten aan de rechterhand Gods.

En daaruit leven.

 

 

De Wet is niet alleen de Tien Geboden: staat een christen onder de Wet?

Waarom worden christenen (steeds weer) onder de wet van Mozes geplaatst

Zijn christenen onder de Tien Geboden? Wat bedoelt de Bijbel eigenlijk met de Wet? Veel predikers beantwoorden die vraag zonder deze eerst goed te onderzoeken. De redenering klinkt vertrouwd:

‘de ceremoniële wetten van Israël zijn afgeschaft, maar de Tien Geboden zijn Gods eeuwige morele wet en gelden daarom onverkort voor de christen.’

Het klinkt degelijk. Het klinkt Bijbels.

Maar is het dat ook? Wat zegt de Bijbel?

Want zodra we de Schrift zelf laten spreken, ontstaat er een probleem. De Bijbel maakt nergens zo gemakkelijk de scheiding die tegenwoordig vanaf kansels wordt gemaakt. De Tien Geboden staan niet los van de Wet. Ze behoren tot het verbond dat God met Israël sloot.

En Paulus zegt niet dat de gelovige onder een verkorte versie van Mozes is geplaatst.

Hij zegt:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
Romeinen 6:14

Niet: niet onder de ceremoniële wet.

Niet: niet onder de burgerlijke wet.

Maar:

niet onder de wet.

Dat verschil is groter dan menig prediker zijn gehoor vertelt.

De Wet is meer dan de tien geboden
De Wet is niet alleen de tien geboden

De Tien Geboden zijn niet de hele Wet

De Schrift kent inderdaad de Tien Woorden.

“En Hij schreef op de tafelen de woorden des verbonds, de tien woorden.”
Exodus 34:28

Zie ook Deuteronomium 4:13 en Deuteronomium 10:4.

De Tien Woorden hebben dus zonder twijfel een bijzondere plaats binnen het verbond. Ze werden door God op stenen tafelen geschreven.

Maar daarmee is de Wet niet beperkt tot tien geboden.

Wie na Exodus 20 gewoon verder leest, ontdekt dat de wetgeving doorgaat. Exodus 21, 22 en 23 bevatten allerlei geboden en bepalingen. Daarna volgen voorschriften over de tabernakel, priesterdienst, offers, reinheid, feesten, voedsel, rechtspraak en het maatschappelijke leven van Israël.

De Wet is een compleet verbondsstelsel

De latere Joodse traditie heeft de geboden van de Torah geteld en kwam tot het bekende aantal van 613. Over die precieze telling kan worden gediscussieerd, want de Bijbel geeft zelf nergens het getal 613.

Maar één ding staat buiten discussie:

het zijn er aanzienlijk meer dan tien.

Wie daarom voortdurend spreekt over “de Wet” en daarmee eigenlijk alleen de Tien Geboden bedoelt, heeft de Bijbelse betekenis van het begrip al versmald voordat de uitleg begonnen is.

 

Aan wie werden de Tien Geboden gegeven?

Dit is misschien wel de meest genegeerde vraag in de discussie.

Tegen wie spreekt God in Exodus?

De tekst geeft zelf het antwoord:

“Aldus zult gij tot het huis van Jakob spreken, en den kinderen Israëls verkondigen.”
Exodus 19:3

Niet aan de Gemeente.

Niet aan alle volkeren.

Niet aan de mensheid in het algemeen.

Aan Israël.

God zegt:

“Nu dan, indien gij naarstiglijk Mijner stem zult gehoorzamen, en Mijn verbond houden, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken…”
Exodus 19:5

En Israël antwoordt:

“Al wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen!”
Exodus 19:8

Pas daarna komen we bij Exodus 20.

En hoe beginnen de Tien Geboden?

“Ik ben de HEERE uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb.”
Exodus 20:2

Wie was uit Egypte geleid?

De Gemeente?

Een Nederlander in 2026?

Nee.

Israël.

Dat betekent niet dat wij niets uit Exodus 20 kunnen leren. De gehele Schrift is ons tot lering gegeven. Maar iets kan voor ons geschreven zijn zonder aan ons gericht te zijn.

Dat onderscheid negeren is een gegarandeerd recept voor verwarring.

Paulus bevestigt bovendien aan wie de wetgeving gegeven was:

“Welke Israëlieten zijn, welker is de aanneming tot kinderen, en de heerlijkheid, en de verbonden, en de wetgeving…”
Romeinen 9:4

De verbonden en de wetgeving behoren hier nadrukkelijk bij Israël.

Waarom wordt dat zo weinig verteld wanneer men de Tien Geboden aan de Gemeente voorhoudt?

 

De Wet kwam 430 jaar na de belofte

Ook de plaats van de Wet in de heilsgeschiedenis wordt door de apostel Paulus nauwkeurig aangegeven.

Hij schrijft:

“En dit zeg ik: Het verbond, dat tevoren van God bevestigd is op Christus, wordt door de wet, die na vierhonderd en dertig jaren gekomen is, niet krachteloos gemaakt, om de beloftenis te niet te doen.”
Galaten 3:17

De Wet was er dus niet altijd.

Zij kwam.

Paulus vraagt vervolgens:

“Waartoe is dan de wet? Zij is om der overtredingen wil daarbij gesteld…”
Galaten 3:19

Let op die woorden:

“daarbij gesteld.”

De Wet kreeg binnen Gods handelen een bepaalde plaats en functie.

Zij was niet Gods methode om zondaren zalig te maken.

“Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.”
Romeinen 3:20

De Wet legt de zonde bloot.

De Wet veroordeelt de overtreder.

De Wet maakt duidelijk wat overtreding is.

Maar de Wet kan een zondaar niet rechtvaardigen.

 

De Wet is geen ladder naar God

Hier ontspoort veel prediking.

Men zegt eerst dat behoud volledig uit genade is en hangt vervolgens de stenen tafelen alsnog boven het hoofd van de gelovige als norm waaronder hij geplaatst zou zijn.

Maar Paulus noemt de Wet geen ladder waarmee de mens omhoog klimt.

Integendeel:

“Want zovelen als er uit de werken der wet zijn, die zijn onder den vloek…”
Galaten 3:10

En vervolgens citeert hij:

“Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, om dat te doen.”
Galaten 3:10

Let opnieuw op:

al hetgeen.

Niet negen van de Tien Geboden.

Niet een selectie morele voorschriften.

Wie zich op de Wet beroept als rechtsgrond, krijgt niet het recht om zelf het pakket samen te stellen.

 

Paulus kent geen christelijk boodschappenmandje bij Mozes

Dit is precies waar het ongemakkelijk wordt.

Veel predikers lijken met een denkbeeldig boodschappenmandje door de Wet van Mozes te lopen.

Besnijdenis?

Niet meer nodig.

Voedselwetten?

Voorbij.

Israëls feestdagen?

Niet verplicht.

Offerwetten?

Vervuld.

Priesterdienst?

Voorbij.

Sabbat op de zevende dag?

Nou ja, daar maken we zondag van.

Maar vervolgens komen we bij:

“Gij zult niet doodslaan.”

“Gij zult niet stelen.”

“Gij zult geen overspel doen.”

En plotseling klinkt het:

Kijk, hier staat Gods Wet waaronder de christen leeft!

Maar op grond waarvan werd die selectie gemaakt?

Waar zegt Paulus:

Van de Wet van Mozes blijven voor de Gemeente precies deze tien bepalingen als verbondswet over?

Die tekst bestaat niet.

 

De gehele Wet betekent de gehele Wet

Paulus schrijft:

“En ik betuig wederom een iegelijk mens, die zich laat besnijden, dat hij een schuldenaar is de gehele wet te doen.”
Galaten 5:3

Dat is vernietigend voor selectief wetticisme.

Wie zich voor zijn positie voor God onder de Wet stelt, krijgt niet het recht te zeggen:

Deze wel, die niet.

De Wet vormt een geheel.

Ook Jakobus schrijft:

“Want wie de gehele wet zal houden, en in één zal struikelen, die is schuldig geworden aan alle.”
Jakobus 2:10

Waarom?

Omdat achter alle geboden dezelfde Wetgever staat.

Je kunt daarom niet eerst de Wet opdelen, vervolgens zelf bepalen welk deel nog bindend is en daarna dat geselecteerde deel opnieuw aan de Gemeente opleggen alsof Paulus daar geen woord over geschreven heeft.

 

En dan die stenen tafelen…

Hier wordt het voor de predikers van de Tien Geboden werkelijk lastig.

Want wat zegt Paulus over hetgeen in stenen geschreven was?

“En indien de bediening des doods in letters bestaande, en in stenen ingedrukt, in heerlijkheid is geweest…”
2 Korinthe 3:7

Lees dat nog eens.

In stenen ingedrukt.

Waar doet dat aan denken?

Precies.

De stenen tafelen.

En hoe noemt Paulus die bediening?

“De bediening des doods.”

Dat betekent niet dat de Wet slecht was. Paulus zegt nadrukkelijk:

“Alzo is dan de wet heilig, en het gebod is heilig, en rechtvaardig, en goed.”
Romeinen 7:12

Het probleem ligt niet bij Gods Wet.

Het probleem ligt bij de zondige mens.

nEn daarom kan de Wet hem niet redden

Paulus vervolgt in 2 Korinthe 3:

“Want indien hetgeen te niet gedaan wordt, in heerlijkheid was, veel meer is hetgeen blijft, in heerlijkheid.”
2 Korinthe 3:11

Waarom wordt 2 Korinthe 3 zo zelden gelezen wanneer men christenen weer voor de stenen tafelen zet?

 

Het sabbatsgebod ontmaskert de constructie

En dan komen we bij het gebod dat de inconsistentie pijnlijk zichtbaar maakt:

“Gedenkt den sabbatdag, dat gij dien heiligt.”
Exodus 20:8

Als de Tien Geboden letterlijk Gods blijvende verbondswet voor de Gemeente zijn, waarom houden de meeste predikers van diezelfde Tien Geboden dan niet de sabbat zoals het gebod voorschrijft?

De sabbat is de zevende dag.

Niet de zondag, dat is de eerste dag van de week.

Je kunt niet tegelijkertijd zeggen:

“De Tien Geboden zijn onveranderlijk.”

en vervolgens bij gebod vier zeggen:

“Behalve deze; die passen we aan.”

Dan zijn blijkbaar ineens niet de stenen tafelen de norm.

Dat alleen al zou reden genoeg moeten zijn om opnieuw naar Paulus te luisteren.

 

“Dus mogen we nu stelen en overspel plegen?”

Dit is het voorspelbare vleselijke bezwaar.

En het verraadt eigenlijk hoe diep wettisch sommige christenen hebben leren denken.

Alsof er slechts twee mogelijkheden bestaan:

Mozes óf wetteloosheid.

Paulus kent die tegenstelling niet.

Hij schrijft:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
Romeinen 6:14

En direct daarna:

“Wat dan? Zullen wij zondigen, omdat wij niet zijn onder de wet, maar onder de genade? Dat zij verre.”
Romeinen 6:15

Daarmee is het probleem Bijbels beantwoord.

Niet onder de Wet staan betekent niet dat zonde ineens goed is.

Integendeel.

Paulus schrijft:

“Die gestolen heeft, stele niet meer…”
Efeze 4:28

Hij schrijft:

“Daarom legt af de leugen, en spreekt de waarheid…”
Efeze 4:25

En:

“Maar hoererij en alle onreinigheid of gierigheid, laat ook onder u niet genoemd worden…”
Efeze 5:3

De genade geeft géén vrijbrief voor zonde.

Maar let op het verschil:

Paulus brengt de gelovige niet terug naar Sinaï om hem vervolgens met Mozes tot een heilig leven te dwingen.

Hij vertrekt vanuit onze positie in Christus.

Dat is een totaal ander fudament.

 

Genade is geen afgezwakte Wet

Hier zit misschien de hardnekkigste fout.

Genade wordt soms behandeld alsof God onder het Nieuwe Testament een lichtere versie van de Wet heeft ingevoerd.

Mozes 2.0.

Tien Geboden, maar dan zonder offers, zonder besnijdenis en met zondag in plaats van zaterdag.

Dat is helemaal geen goede samenvatting van Paulus

Paulus zegt:

“Maar nu zijn wij vrijgemaakt van de wet, overmits wij dien gestorven zijn, onder welken wij gehouden waren; alzo dat wij dienen in nieuwigheid des Geestes, en niet in de oudheid der letter.”
Romeinen 7:6

Dat is radicaal.

Vrijgemaakt van de Wet

Niet vrijgemaakt van drieënzestig procent van de Wet.

Niet slechts vrijgemaakt van de ceremoniële bijlagen

Vrijgemaakt van de Wet om te dienen in nieuwigheid des Geestes.

 

Waarom blijven predikers dan hameren op de Tien Geboden?

Omdat de Tien Geboden in eeuwen van kerkelijke traditie vrijwel synoniem zijn geworden met “Gods morele wet”.

Daardoor leest men die gedachte gemakkelijk terug in de Schrift.

Maar traditie is geen exegese.

Dat een catechismus de Wet op een bepaalde manier indeelt, betekent nog niet dat Paulus dat ook doet.

Dat een kerk eeuwenlang iedere zondag de Tien Geboden heeft voorgelezen, maakt die gewoonte nog niet tot een apostolische opdracht aan het Lichaam van Christus.

De vraag moet altijd blijven:

Wat zegt de Schrift?

Niet:

Wat zijn wij gewend dat de Schrift zegt?

 

De Wet moet op haar Bijbelse plaats blijven

Dit alles maakt de Wet niet waardeloos.

Integendeel.

“Doch wij weten, dat de wet goed is, zo iemand die wettelijk gebruikt.”
1 Timotheüs 1:8

Daar zit de sleutel:

wettelijk gebruikt.

De Wet is heilig, rechtvaardig en goed.

De Wet openbaart Gods heiligheid.

De Wet maakt zonde openbaar.

De Wet leert ons enorm veel over Gods handelen met Israël.

De Wet getuigt op talloze manieren van Christus.

Maar een goed gebruik van de Wet betekent niet dat wij haar uit haar heilshistorische plaats slopen en vervolgens als verbondswet op de Gemeente leggen.

 

Christus is niet gekomen om Mozes een christelijke outfit te geven

De grote fout van de prediking van de Tien Geboden is daarom niet dat men tegen moord, diefstal, leugen en overspel waarschuwt.

Dat doet Paulus ook.

De fout ontstaat wanneer men de Mozaïsche Wet op enige wijze tot rechtsgrond voor het christelijke leven maakt, terwijl Paulus de gelovige nadrukkelijk een andere positie aanwijst.

“Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden.”
Johannes 1:17

En:

“Want Christus is het einde der wet, tot rechtvaardigheid een iegelijk, die gelooft.”
Romeinen 10:4

We hoeven de Wet niet af te breken.

We moeten haar laten staan waar God haar heeft geplaatst.

Bij Israël.

Binnen het oude verbond.

Met een bepaalde functie in Gods handelen.

En we moeten de Gemeente eveneens laten staan waar God haar heeft geplaatst:

in Christus.

 

Houd op met christenen terug te sturen naar Sinaï

Wie gelovigen voortdurend naar de stenen tafelen terugstuurt om daar de grondslag van hun christelijke wandel te zoeken, doet uiteindelijk tekort aan de rijkdom van hun positie in Christus.

Onze heiliging komt niet voort uit een afgezwakte versie van Mozes.

Onze wandel vloeit voort uit wat God ons in Christus gemaakt heeft.

Daarom zegt Paulus niet:

Gij hebt Mozes ontvangen, wandelt dan in hem.

Hij schrijft:

“Gelijk gij dan Christus Jezus, den Heere, hebt aangenomen, wandelt alzo in Hem.”
Kolossenzen 2:6

Dat is de positie van de gelovige.

Niet terug naar Egypte.

Niet terug naar Sinaï.

Niet opnieuw onder de stenen tafelen.

Maar wandelen in Christus.

De Wet was goed.

De Wet was heilig.

De Wet had haar door God bepaalde functie.

Maar maak van de Tien Geboden geen christelijke mini-Wet die Paulus vervolgens vergeten zou zijn te noemen.

De apostel is duidelijk genoeg:

“Want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
Romeinen 6:14

Misschien moeten we eindelijk ophouden daar stilletjes aan toe te voegen:

“…behalve natuurlijk de Tien Geboden.”

Dat staat er namelijk niet.

YouTube player

 

lees ook;

Vrij van de Wet , o vreugdevol leven – Bijbelse basis

Wet en Genade sluiten elkaar uit – Bijbelse basis

Stelt de Heilige Geest ons in staat de wet te vervullen? – Bijbelse basis

Hebreeën 12: niet terug naar Sinaï, maar zien op Jezus – Bijbelse basis

De wet onder een nieuw etiket als “Tien kernwaarden voor het leven van een christen?” – Bijbelse basis

Waren gelovigen uit de volken ooit onder de Wet? – Bijbelse basis

Waren gelovigen uit de volken ooit onder de wet? (2) – Bijbelse basis

extern:

Wettig gebruik der wet_hires.pdf

https://vlichthus.nl/wp-content/uploads/2014/12/De_tien_geboden_S.pdf

de wet » Bijbels Panorama

Evangeliseer.nl Jos gaat los

Gratis geld van God?

Het schijnt dat een zekere meneer Jesse Duplantis binnenkort in Dussen zijn opwachting zal maken bij Tom de Wal in Dussen. Deze houdt er zijn eigen versie van het welvaarts ‘evangelie’ op na.  De boodschap: It’s money that matters,  gratis geld van God, je moet eerst wel even flink geven aan deze lui natuurlijk. Het liefste een groot bedrag ook nog.

Wat een waanzin.

Check de video van Jos. Ik volg hem op youtube. Hij schrijft:

Dit gaat te ver! Ontdek de manipulatie, leugens en misbruik van de bijbel door Jesse Duplantis. Tom de Wal haalt hem en zijn welvaartsevangelie en dwaalleer naar Nederland. Dit is een probleem! ** Verschillende fragmenten zijn binnen de kaders van het citaatrecht gebruikt van het youtube kanaal van Jesse Duplantis evenals 1 fragment van het kanaal van frontrunners.

YouTube player
Geverifieerd door MonsterInsights