Wat doet Christus vandaag

De levende Hogepriester Die Zijn gemeente reinigt

 

Wat doet Christus vandaag?

Die vraag is belangrijker dan veel christenen beseffen. Want het Evangelie eindigt niet bij het kruis. Christus is gestorven, ja. Maar wat meer is, Hij is ook opgewekt. Hij is verheerlijkt. Hij zit aan de rechterhand van God. Hij leeft. En omdat Hij leeft, werkt Hij vandaag aan Zijn gemeente.

Veel christenen weten goed te zeggen wat Christus heeft gedaan. Hij stierf voor onze zonden. Hij gaf Zijn bloed. Hij droeg het oordeel. Dat is het fundament.

Zonder dat fundament is er geen Evangelie.

Maar het kruis is niet het eindpunt.

Christus hangt niet meer aan het kruis. Hij ligt niet meer in het graf. Hij is de levende Hogepriester van het Nieuwe Verbond. Hij bidt voor de Zijnen, reinigt Zijn gemeente door het Woord, heiligt haar en maakt gelovigen bekwaam om de levende God te dienen.

Dat is niet zomaar een bonus aanvulling op het Evangelie. Dat is de ademruimte van Genade.

het tegenwoordige werk van Christus
wat doet Christus vandaag?

Het kruis is het fundament, niet het eindpunt

Het kruis van Christus laat zien dat de oude mens voor God geen toekomst heeft. Het kruis is niet Gods poging om de oude mens wat op te knappen. Het kruis is Gods oordeel over de oude mens.

Paulus schrijft:

“Want de liefde van Christus dringt ons; als die dit oordelen, dat, indien Eén voor allen gestorven is, zij dan allen gestorven zijn.” — 2 Korinthe 5:14 (STV)

Dat is helder. Als Eén voor allen gestorven is, dan zijn allen gestorven.

Daarmee wordt het christelijk leven geen verbeterproject van het vlees. Het is niet: probeer van je oude mens een vrome, religieuze en acceptabele versie te maken. Het is niet: poets jezelf op totdat God tevreden met je kan zijn.

Nee. De oude mens wordt niet geheiligd. De oude mens wordt afgelegd.

“Dat gij zoudt afleggen, aangaande de vorige wandeling, den ouden mens, die verdorven wordt door de begeerlijkheden der verleiding.” — Efeze 4:22 (STV)

Daar gaat het vaak mis. Veel prediking draait om de mens. Wat wij moeten doen. Hoe wij ons leven moeten verbeteren. Hoe wij geestelijk sterker moeten worden. Hoe wij onze oude natuur onder controle moeten krijgen.

Maar de Bijbel zegt niet dat de oude mens verbeterd moet worden. De Bijbel zegt dat hij afgelegd moet worden.

Het evangelie is niet: God helpt u om uw oude leven wat netter te maken.
Het evangelie is: God heeft u in Christus nieuw leven gegeven.

 

Christus leeft om voor ons te bidden

Wat doet Christus vandaag?

De Hebreeënbrief geeft een helder antwoord:

“Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.” — Hebreeën 7:25 (STV)

Let op dat ene woord: leeft.

Christus leeft om voor de Zijnen te bidden. Hij is niet passief. Hij is niet afwezig. Hij is niet slechts een Persoon uit het verleden over Wie wij herinneringen ophalen. Hij is de levende Heere in de hemel.

Hij is Hogepriester.
Hij vertegenwoordigt Zijn volk bij God.
Hij bidt voor hen.
Hij reinigt hen.
Hij bewaart hen.
Hij maakt hen bekwaam om God te dienen.

Zijn priesterschap rust niet op sterfelijkheid, maar op onvergankelijk leven:

“Die dit niet naar de wet des vleselijken gebods is geworden, maar naar de kracht des onvergankelijken levens.” — Hebreeën 7:16 (STV)

Dát geeft rust. Onze zaligheid hangt niet aan onze wisselende gevoelens, onze geestelijke prestaties of onze mate van zelfbeheersing.

Zij rust op Christus. En Hij leeft.

 

Christus als Hogepriester van het Nieuwe Verbond

Het tegenwoordige werk van Christus wordt vooral zichtbaar in Zijn priesterschap. Hij is de Hogepriester van het Nieuwe Verbond. Niet naar de ordening van Aäron, maar naar de ordening van Melchizedek. Niet op grond van een tijdelijk en sterfelijk priesterschap, maar naar de kracht van onvergankelijk leven.

Dat betekent dat Christus’ werk niet ophield bij Zijn sterven. Zijn dood was noodzakelijk. Zijn bloed is de grond. Maar Zijn opstanding, verhoging en voortdurende priesterlijke dienst horen wezenlijk bij het evangelie.

Romeinen 8 zegt het zo:

“Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt. Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt.” — Romeinen 8:33-34 (STV)

“Ja, wat meer is.”

Daar zit veel in. Christus is gestorven. Maar wat meer is: Hij is ook opgewekt. Hij is aan Gods rechterhand. Hij bidt voor ons.

Wie alleen spreekt over het kruis, maar nauwelijks over de opgestane en verhoogde Christus, mist een wezenlijk deel van het christelijk leven. De gelovige leeft niet uit herinnering alleen. Hij leeft uit gemeenschap met de levende Christus.

 

Christus reinigt Zijn gemeente door het Woord

Een van de rijkste beschrijvingen van Christus’ huidige werk staat in Efeze 5:

“Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelven voor haar heeft overgegeven; opdat Hij haar heiligen zou, haar gereinigd hebbende met het bad des waters door het Woord.” — Efeze 5:25-26 (STV)

Hier staat niet dat de gemeente zichzelf reinigt om Christus waardig te worden. Hier staat dat Christus de gemeente reinigt.

Dat is een wereld van verschil.

Religie zegt: maak uzelf schoon, dan mag u komen.
Genade zegt: kom tot Christus, Hij reinigt.

Religie zegt: zorg dat u gereed bent.
Genade zegt: Christus maakt gereed.

Religie zegt: werk aan uzelf.
Genade zegt: stel u onder het Woord waardoor Christus Zijn werk doet.

Christus reinigt Zijn gemeente “door het Woord”. Niet door geestelijke druk. Niet door menselijke manipulatie. Niet door voortdurende beschuldiging. Niet door een religieuze zweep over het geweten.

Hij reinigt door Zijn Woord.

Daarom is het zo belangrijk waar wij naar luisteren, wat wij horen, welke prediking wij toelaten en waar onze aandacht naartoe gaat. Het Woord van God richt het hart op Christus. Mensgerichte prediking werpt de mens terug op zichzelf. En wie steeds naar zichzelf kijkt, vindt geen rust.

 

De voetwassing als beeld van Christus’ tegenwoordige werk

Johannes 13 geeft een indringend beeld. De discipelen zijn met de Heere aan tafel. Dan staat Hij op, legt Zijn klederen af, omgordt Zich met een linnen doek en begint hun voeten te wassen.

Petrus wil dat eerst niet. Maar de Heere zegt:

“Indien Ik u niet was, gij hebt geen deel met Mij.” — Johannes 13:8 (STV)

Daarna wil Petrus helemaal gewassen worden. Dan antwoordt de Heere:

“Die gewassen is, heeft niet van node, dan de voeten te wassen, maar is geheel rein.” — Johannes 13:10 (STV)

Dat is een belangrijk onderscheid.

Wie van Christus is, is geheel rein. De gelovige staat in Christus voor God. Maar zolang hij door deze wereld wandelt, krijgt hij vuile voeten. Hij leeft nog in een wereld van zonde, leugen, verwarring, verzoeking en dood.

Daarom wast Christus de voeten.

Niet omdat het fundament telkens opnieuw gelegd moet worden. Niet omdat de gelovige steeds opnieuw van nul af aan moet beginnen. Maar omdat Christus Zijn Woord toepast op onze wandel, ons denken, ons hart en ons geweten.

Hij reinigt Zijn gemeente door het Woord.

 

Het geweten gereinigd om God te dienen

Christus is niet bezig om de buitenkant van de oude mens religieus op te poetsen. Hij reinigt dieper. Hij reinigt het geweten.

Hebreeën 9 zegt:

“Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door den eeuwigen Geest Zichzelven Gode onstraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken, om den levenden God te dienen?” — Hebreeën 9:14 (STV)

Dat is bevrijdend.

Veel gelovigen hoeven niet steeds opnieuw te horen dat zij tekortschieten. Dat weten zij al. Zij kennen hun zwakheid. Zij kennen hun falen. Zij weten hoe snel zij afdwalen, struikelen of innerlijk verward raken.

Maar de Bijbel werpt hen niet eindeloos terug op hun tekort. De Bijbel richt hen op Christus.

Het bloed van Christus reinigt het geweten van dode werken. Waarom? Niet zodat wij geestelijk in een hoekje blijven zitten met ons hoofd omlaag. Maar “om den levenden God te dienen”.

Een gereinigd geweten maakt vrijmoedig. Niet oppervlakkig. Niet wetteloos. Niet onverschillig. Maar vrijmoedig in Christus.

 

Niet zelfverbetering, maar leven uit Genade

Het christelijk leven is geen cursus zelfverbetering met een Bijbeltekst erboven.

Natuurlijk verandert Gods genade een mens. Natuurlijk leert de gelovige anders wandelen. Natuurlijk zijn goede werken belangrijk. Maar de volgorde is alles.

Titus 2 zegt:

“Die Zichzelven voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid, en Zichzelven een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken.” — Titus 2:14 (STV)

Christus reinigt Zichzelf een eigen volk. En dat volk wordt ijverig in goede werken.

Goede werken zijn dus niet de wortel van onze aanvaarding. Ze zijn de vrucht van Christus’ werk.

Onder wet werk je om aanvaard te worden.
Onder genade dien je omdat je aanvaard bent in Christus.

Onder wet kijk je steeds naar jezelf.
Onder genade zie je op Christus.

Onder wet blijft het geweten onrustig.
Onder genade wordt het geweten gereinigd om God te dienen.

Dat is geen goedkoop gemak. Leven uit genade is juist vernederend voor het vlees. Want genade zegt dat de mens zichzelf niet kan redden, niet kan reinigen en niet kan opwerken tot God.

De mens komt met lege handen. Niet als een geslaagde heilige. Niet als een opgepoetst geestelijk project. Niet als iemand die eindelijk alles onder controle heeft.

Hij komt tot Christus.

En Christus reinigt.

 

God verzamelt nu een volk voor Zijn Naam

Wat doet God in deze tegenwoordige tijd?

Het Nieuwe Testament geeft daar een duidelijke lijn in. God verzamelt een volk voor Zijn Naam.

In Handelingen 15 lezen we:

“Simeon heeft verhaald hoe God eerst de heidenen heeft bezocht, om uit hen een volk aan te nemen door Zijn Naam.” — Handelingen 15:14 (STV)

Daarna wordt gesproken over het herstel van de vervallen hut van David. Die volgorde is belangrijk. Eerst verzamelt God een volk uit de heidenen. Daarna komt het herstel van Israël en het Davidische koningshuis.

Dat betekent dat Gods huidige werk niet in de eerste plaats bestaat uit wereldverbetering, politieke macht, cultureel herstel of het oprichten van een zichtbaar koninkrijk op aarde. Zijn huidige werk is gericht op de gemeente.

De gemeente is een hemels volk. Zij is verbonden met Christus in de hemel. Zij deelt in Zijn positie, Zijn leven, Zijn toekomst en Zijn erfenis.

“En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus.” — Efeze 2:6 (STV)

De gelovige leeft nog op aarde, maar zijn positie is in Christus.

Daarom is het zo schadelijk wanneer christenen hun roeping verwarren met wereldverbetering. Natuurlijk doen wij goed waar wij kunnen. Natuurlijk zorgen wij voor onze naaste. Natuurlijk dragen wij verantwoordelijkheid in het gewone leven.

Maar de gemeente is geen religieuze actiegroep voor het oplappen van deze tegenwoordige eeuw. Zij is een volk dat door Christus uit deze eeuw getrokken wordt.

 

Uit de tegenwoordige boze wereld getrokken

Galaten 1 zegt:

“Die Zichzelven gegeven heeft voor onze zonden, opdat Hij ons trekken zou uit deze tegenwoordige boze wereld, naar den wil van onzen God en Vader.” — Galaten 1:4 (STV)

Dat staat haaks op christelijk activisme.

Wij willen vaak juist iets bereiken ín deze wereld. Erkenning. Invloed. Positie. Herstel van christelijke normen. Een steviger christelijk geluid. Een cultuur die weer naar ons luistert.

Maar Christus heeft Zich gegeven om ons te trekken uit deze tegenwoordige boze wereld.

Dat betekent niet dat wij onverschillig worden. Het betekent dat wij nuchter worden. Deze wereld wordt niet uiteindelijk hersteld door menselijke inzet. God maakt een nieuwe schepping. En vandaag verzamelt Hij een volk dat bij Christus hoort.

 

Waarom mensgerichte prediking schromelijk tekortschiet

Veel prediking klinkt praktisch, maar is in wezen mensgericht. Ze draait om onze problemen, onze gevoelens, onze keuzes, onze relaties, onze groei, onze houding, onze prestaties en onze geestelijke temperatuur.

Natuurlijk raakt het Woord van God ons leven. Maar wanneer Christus uit het centrum verdwijnt, blijft er vooral religieuze psychologie over. Dan wordt de Bijbel een kapstok voor menselijke thema’s. Dan is de mens het onderwerp en Christus hooguit de helper.

Bijbelse prediking begint anders.

opent het Woord.
toont Christus.
verkondigt Zijn werk.
plaatst de gelovige in Hem.
bevrijdt het geweten door Genade.
roept op tot dienst vanuit rust, niet vanuit kramp.

Waar de mens centraal staat, groeit onrust.
Waar Christus centraal staat, komt geloofsadem.

 

Leven vanuit Christus’ tegenwoordige werk

De vraag is dus niet allereerst: hoe krijg ik mijn leven onder controle?

De betere vraag is: leef ik uit Christus’ tegenwoordige werk?

Stel ik mij onder Zijn Woord?
Laat ik Hem mijn geweten reinigen?
Rust ik in Zijn priesterschap?
Geloof ik dat Hij voor mij bidt?
Zie ik mijzelf in Christus, of blijf ik gevangen in mijzelf?

De gelovige hoeft niet te leven onder de voortdurende dreiging van beschuldiging. Romeinen 8 zegt immers dat God rechtvaardigt en Christus bidt.

Daarom mag de gelovige vrijmoedig leven. Niet omdat hij in zichzelf sterk is. Niet omdat zijn oude mens verbeterd is. Niet omdat hij nooit struikelt. Maar omdat Christus leeft.

 

De troost van de levende Christus

Wat doet Christus vandaag?

Hij leeft.
Hij bidt.
Hij reinigt.
Hij heiligt.
Hij verzamelt een volk voor Zijn Naam.
Hij maakt gelovigen bekwaam om dienaren te zijn van het Nieuwe Verbond.

Dat is de troost.

De gelovige leeft nog met lek en gebrek. Dat hoeft niet vroom weggepoetst te worden. Wij schieten tekort. Wij falen. Wij dragen de zwakheid van de oude mens nog mee.

Maar God ziet de gelovige in Christus. En Christus is niet klaar met Zijn werk.

Hij reinigt door het Woord.
Hij bewaart door Zijn kracht.
Hij bidt aan Gods rechterhand.
Hij maakt bekwaam om de levende God te dienen.

Daarom hoeft de gelovige niet gevangen te blijven in religieuze kramp. Hij hoeft niet eindeloos naar zichzelf te staren. Hij hoeft niet te leven onder de zweep van beschuldiging.

Hij mag zien op Christus.

Niet alleen op Christus aan het kruis, maar ook op Christus in de hemel. De levende Hogepriester. De Verheerlijkte. Degene Die Zijn gemeente liefheeft, haar reinigt door het Woord en haar eenmaal zonder vlek of rimpel voor Zich zal stellen.

Wat doet Christus vandaag?
Hij werkt aan Zijn gemeente.

Christus hangt niet meer aan het kruis en ligt niet meer in het graf. Hij leeft, bidt, reinigt en werkt vandaag aan Zijn gemeente.

En dat is precies waarom het christelijk leven geen leven onder angst is, maar een leven uit Genade.

Wat is er gebeurd met Bijbelse waarheid

Is de Bijbelse waarheid kwijtgeraakt? Niet omdat de Bijbel verdwenen is, maar omdat veel Bijbelse woorden zijn bedekt geraakt onder traditie, systeemtaal en vertrouwde formuleringen. Dit blo roept op tot Bijbelstudie: Schrift met Schrift vergelijken, begrippen toetsen en de Bijbel opnieuw zelf laten spreken.

Er is een manier waarop Bijbelse waarheid stil uit beeld kan verdwijnen

Niet doordat de Bijbel wordt weggegooid.

Niet doordat men openlijk zegt: “Wij geloven dit niet meer.”

Niet doordat de Schrift wordt verboden.

Maar doordat woorden blijven staan, terwijl hun inhoud verschuift. Begrippen worden nog gebruikt, maar niet meer gecontroleerd. Formuleringen worden doorgegeven, maar niet meer getoetst. Men spreekt over Christus, Israël, de gemeente, het Koninkrijk, de opname, het nieuwe verbond en de verborgenheid, maar vaak met een pakket aan aannames dat nauwelijks nog aan de Schrift zelf wordt getoetst.

En dan gaat het op de helling .

Want wanneer Bijbelse taal losraakt van Bijbelse inhoud, ontstaat er een vrome mistbank. Alles klinkt bekend. Alles klinkt veilig. Alles klinkt “christelijk”. Maar ondertussen bepaalt niet meer de Schrift de betekenis van de woorden, maar traditie, systeem, gewoonte en overgeleverd jargon.

Open Bijbel op een kruispunt tussen mensenwoord en Gods Woord, als beeld van de keuze tussen traditie en Schrift.
Toets alles, behoud het goede

De Bijbel onder een laag kerkelijke verf

Veel verwarring begint niet bij opstand tegen de Bijbel, maar bij onnauwkeurigheid.

Men zegt iets omdat men ‘het altijd zo gehoord heeft’ Men gebruikt een term omdat die in de vertrouwde kring gangbaar is. Men neemt een schema over omdat het in een studiebijbel staat. Men citeert commentaren alsof daarmee de zaak beslist is.

Maar de vraag blijft: staát het er ook?

Dat is een ongemakkelijke vraag. Zeker wanneer geliefde formuleringen onder druk komen te staan. Toch is het precies die vraag die telkens opnieuw gesteld moet worden.

Niet: wat zegt mijn traditie?

Niet: wat zegt mijn favoriete leraar?

Niet: wat zegt het schema dat ik altijd heb geleerd?

Maar: wat zegt de Schrift?

Dat klinkt eenvoudig. In werkelijkheid is het voor veel mensen bedreigend. Want zodra de Bijbel werkelijk zelf mag spreken, vallen sommige vertrouwde constructies om.

Christus is niet blijven hangen bij Golgotha

Een van de grootste verschralingen in veel christelijk spreken is dat Christus vooral wordt verbonden met Zijn sterven voor onze zonden, terwijl Zijn opstanding, hemelvaart, verheerlijking en huidige bediening nauwelijks nog doordacht of besproken worden.

Natuurlijk is Zijn sterven volstrekt wezenlijk. Zónder het kruis is er geen verlossing. Maar de Bijbelse boodschap stopt niet bij het kruis.

Christus is opgewekt.

Christus is verheerlijkt.

Christus is gesteld tot Heere en Christus.

Christus is Hogepriester.

Christus is Hoofd van Zijn lichaam.

Christus is werkzaam in de hemel.

De gelovige heeft deel aan Hem.

Wie alleen spreekt over vergeving, maar nauwelijks over de verheerlijkte Christus, houdt een halve Christusprediking over.

Dan wordt het geloof versmald tot: “Jezus is voor mijn zonden gestorven.” Waar. Kostbaar. Onmisbaar. Maar niet volledig.

De gelovige is niet alleen iemand van wie de schuld is weggedaan. Hij is met Christus verbonden. Met Hem gestorven, met Hem opgewekt, in Hem gezegend met elke geestelijke zegening. De toekomst van de gemeente is niet slechts “weg zijn van deze aarde”, maar met Christus geopenbaard worden in heerlijkheid.

Dat is veel rijker dan een religieuze nooduitgang naar de hemel.

De gemeente verdwijnt niet uit beeld

Rond de opname van de gemeente bestaat veel verwarring. Vaak wordt de vraag onmiddellijk gesteld: gebeurt dit vóór, tijdens of na de grote verdrukking?

Maar misschien is die vraag al verkeerd geladen.

Want in de Schrift gaat het niet om een gemeente die even uit de geschiedenis wordt weggenomen” en daarna nauwelijks nog een rol speelt. Het gaat om een gemeente die met Christus verbonden is en met Hem zal verschijnen in heerlijkheid.

De bekende tekst uit 1 Thessalonicenzen 4 spreekt erover dat gelovigen de Heer tegemoet zullen gaan in de lucht. Maar “tegemoet gaan” betekent niet noodzakelijk dat Christus halverwege terugkeert om daarna met de gemeente te verdwijnen. Het beeld is eerder dat van een tegemoetgaan om vervolgens met Hem verbonden te zijn in Zijn komst en openbaring.

Daarmee verschuift de nadruk.

Niet: hoe ontsnappen wij aan alles wat komen gaat?

Maar: hoe zijn wij verbonden met de komende Heer?

De toekomstverwachting van de gemeente is niet een los verkrijgbare vluchtmodule. Zij is verbonden met Christus Zelf. Waar Hij verschijnt in heerlijkheid, daar verschijnt Zijn lichaam met Hem.

Israël, Juda en de Joden zijn niet hetzelfde

Een ander gebied van verwarring is het spreken over Israël, Juda en de Joden.

In veel christelijke taal wordt alles gemakshalve “Joods” genoemd. Israël wordt Joods. De twaalf stammen worden Joods. De 144.000 worden Joods. De profeten worden Joods. De hele Bijbel wordt zelfs een “Joods boek” genoemd.

Maar de Bijbel zelf is veel nauwkeuriger.

Juda is niet hetzelfde als heel Israël.

De Joden zijn niet hetzelfde als alle twaalf stammen.

De tien stammen zijn niet hetzelfde als het latere jodendom.

Israël als priesterlijk volk heeft een bredere roeping dan alleen Juda.

Wie dit allemaal op één hoop gooit, verliest zicht op de profetie. Dan worden teksten over Israël versmald tot Juda, teksten over Juda verbreed tot heel Israël, en teksten over de volken verdwijnen in een schema dat meer op traditie rust dan op exegese.

Neem Openbaring 7. Daar worden 144.000 verzegelden genoemd uit de stammen van Israël. Niet simpelweg 144.000 Joden. Er worden stammen genoemd. Juda is daar één stam onder de andere. Wie daar automatisch “het Joodse volk” van maakt, leest  veel te snel.

Dat lijkt misschien geneuzel achter de komma. Maar in Bijbelse profetie zijn details geen versiering. Zij dragen betekenis.

De verborgenheid is geen mystiek sausje

Ook het begrip “verborgenheid” is vaak uit zijn Bijbelse bedding gehaald.

Soms wordt gedaan alsof Paulus een soort geheimzinnige term uit de Griekse mysteriewereld heeft overgenomen. Alsof het christelijk geloof ook een geheimzinnig binnenkamertje moest hebben. Maar dat is een vreemde manier van lezen.

De vraag moet niet zijn: wat deden de Grieken met het woord?

De vraag moet zijn: hoe gebruikt de Schrift het?

De verborgenheid heeft te maken met Gods handelen in de huidige tijd. Het Koninkrijk is niet openbaar gevestigd zoals de profeten spreken over de toekomstige heerlijkheid. Christus is verworpen, opgewekt en verheerlijkt. De gemeente wordt gevormd als Zijn lichaam. De volle heerlijkheid is nog verborgen.

Daarom is “verborgenheid” geen mystieke term, maar een sleutelbegrip om deze bedeling te verstaan. De fout ontstaat wanneer men het begrip losmaakt van de Bijbelse lijn en er een vaag theologisch woord van maakt.

Dan wordt verborgenheid verwarring.

Terwijl het in de Schrift juist bedoeld is om helderheid te geven.

 

Het nieuwe verbond en de gemeente

Een ander misverstand klinkt vroom en Bijbels: het nieuwe verbond is toch uitluitend met Israël en Juda gesloten?..

Ja. Jeremia 31 spreekt inderdaad over Israël en Juda.

Maar daaruit volgt niet dat gelovigen uit de volken geen deel hebben aan de zegen van het nieuwe verbond. “Bestemd voor Israël” betekent niet automatisch “uitgesloten voor ieder ander”. Dat is een conclusie die meer uit een systeem komt dan uit de tekst zelf.

Het Nieuwe Testament laat juist zien dat gelovigen in Christus delen in wat God in Hem gegeven heeft. Christus is de Middelaar. Zijn bloed is het bloed van het nieuwe verbond. Wie in Hem is, staat niet onder de wet van het oude verbond, maar leeft uit het leven van de opgestane Christus.

Daarmee wordt Israël niet vervangen. Maar de gemeente wordt ook niet buiten Christus’ verbondszegen geplaatst alsof zij alleen maar toeschouwer is.

Het probleem ontstaat wanneer men Israël en de gemeente óf verwart, óf zo ver uit elkaar trekt dat men de eenheid in Christus niet meer ziet.

Brood en wijn: leven, niet religieuze doodssymboliek

Zelfs rond brood en wijn is veel taalgebruik gaan schuiven.

Vaak worden brood en wijn bijna uitsluitend verbonden met het lijden en sterven van Christus. Maar in de Schrift zijn brood en wijn diepe tekenen van leven. Voedsel is leven. Wijn is vreugde en leven. Bloed staat in Bijbelse symboliek niet los van leven.

Wanneer Christus spreekt over het bloed van het nieuwe verbond, gaat het dus niet om een doodscultus, maar om leven uit Hem. Het oude verbond eindigt in Zijn dood. Het nieuwe verbond staat in het teken van Zijn opstandingsleven.

Dat maakt de gedachtenis niet minder ernstig. Integendeel. Het maakt haar rijker.

Brood en wijn verkondigen de dood des Heeren, ja. Maar die dood is niet het eindpunt. Die dood markeert het einde van de oude orde, opdat het leven van het nieuwe verbond openbaar wordt in Christus en in allen die aan Hem verbonden zijn.

Hebreeën is geen opsomming van Joodse rituelen

De brief aan de Hebreeën wordt vaak gelezen alsof het vooral een Joodse brief is over Joodse instellingen voor Joodse lezers. Maar dat is te kort door de bocht.

De brief laat juist zien dat de oude inzettingen hun vervulling en einde vinden in Christus. De tabernakel, de offers, de hogepriesterlijke dienst: ze wijzen niet terug naar een religieus systeem dat hersteld moet worden, maar vooruit naar de werkelijkheid in Christus.

Christus is Hogepriester naar de ordening van Melchizedek, niet naar die van Aäron. Dat is geen bijzaak. Hij is geen aardse priester binnen het oude systeem. Zijn priesterschap hoort bij Zijn opstanding, verheerlijking en hemelse bediening.

Wanneer men dat mist, gaat men spreken over het kruis alsof het een altaar was in het oude priesterlijke systeem. Maar Christus’ hogepriesterschap is juist van een andere orde. Niet aards, niet Levitisch, niet herhaalbaar, niet tijdelijk.

Hier blijkt opnieuw hoe gevaarlijk onnauwkeurige taal kan zijn. Een vrome term kan een hele verkeerde denkrichting openen.

De Bijbel is geen bezit van een traditie

De Bijbel is niet van de Joden.

De Bijbel is niet van Rome.

De Bijbel is niet van de Reformatie.

De Bijbel is niet van een studiebijbel.

De Bijbel is niet van een kerkverband.

De Bijbel is niet van een theologisch kamp.

De Bijbel is het Woord van God.

Natuurlijk heeft God gesproken in de geschiedenis van Israël. Natuurlijk zijn de woorden Gods aan Israël toevertrouwd geweest. Natuurlijk is Christus naar het vlees uit Israël. Maar dat maakt de Schrift nog niet tot bezit van één volk of één religieuze traditie.

Zodra een groep zichzelf eigenaar maakt van de Bijbel, wordt de Schrift opgesloten. Dan moet de Bijbel gaan zeggen wat het systeem nodig heeft. En precies daar begint het verval.

Niet de Schrift wordt dan uitgelegd.

De Schrift wordt ingelijfd.

Babel is Babel

Ook in de profetie zie je hoe snel Bijbelse namen worden ingeruild voor systeemnamen.

Babel wordt Rome.

Rome wordt kerkelijk Rome.

Het beest wordt dit of dat wereldrijk.

De profetie wordt door een kerkgeschiedenisfilter gehaald.

Maar waarom eigenlijk?

Als de Schrift Babel zegt, waarom zouden wij dan onmiddellijk Rome moeten lezen? Natuurlijk gebruikt Openbaring beelden. Natuurlijk vraagt profetie om nauwkeurige vergelijking. Maar symboliek is niet hetzelfde als willekeur. Bijbelse symboliek heeft vaste lijnen. Zij is niet bedoeld als vrijbrief om elke naam te vervangen door wat in ons schema past.

Wanneer Babel gewoon Babel mag zijn, verandert het profetische beeld. Dan verschuift de blik van West-Europese kerkgeschiedenis naar de bredere Bijbelse lijn van wereldmacht, opstand tegen God en het centrum van menselijke beschaving buiten de Heere om.

Dat is ongemakkelijk. Maar misschien is dat juist het punt.

Reformatie is geen eindbestemming

De Reformatie heeft veel hersteld. Maar zij heeft niet alles hersteld.

Dat durven zeggen is voor sommigen al bijna blasfemie. Toch is het nodig. Want ook na de Reformatie zijn nieuwe systemen ontstaan.

Nieuwe belijdenisgeschriften. Nieuwe grenzen. Nieuwe vanzelfsprekendheden. Nieuwe woorden waarmee men de Schrift ging lezen.

Wat begon als terugkeer naar de Schrift, werd soms (opnieuw) een kerkelijke gietmal.

Dat is geen aanval op alles wat de Reformatie bracht. Het is een waarschuwing tegen geestelijke luiheid. Elke generatie moet terug naar de Schrift. Niet terug naar de zestiende eeuw alsof daar de eindhalte ligt. Niet terug naar een favoriete studiebijbel. Niet terug naar een schoolnaam.

Terug naar de Schrift.

Altijd weer.

 

Schrift met Schrift vergelijken

De remedie is niet ingewikkeld, maar wel veeleisend.

Neem een woord.

Zoek de Schriftplaatsen op.

Vergelijk het gebruik.

Let op de context.

Let op Israël, Juda, de gemeente, de volken.

Let op wet en genade.

Let op oud en nieuw verbond.

Let op verborgenheid en openbaring.

Let op aardse roeping en hemelse positie.

Doe dat met woorden als bloed, ziel, verborgenheid, dag des Heeren, Koninkrijk, gemeente, Israël, verbond, offer, priester, lichaam, opname.

 

Niet één losse tekst als kapstok

Niet een meter commentaren als eindstation.

Niet een systeem dat alvast bepaalt wat de tekst mag betekenen.

Gewoon: Schrift met Schrift vergelijken.

Dat klinkt ouderwets. Misschien is het dat ook. Maar het is precies wat nodig is in een tijd waarin veel Bijbelse woorden nog wel worden gebruikt, maar vaak met uitgeholde of veranderde betekenis.

De waarheid raakt zoek wanneer woorden losraken van hun inhoud

De grote les is eenvoudig.

Bijbelse waarheid raakt niet alleen zoek door vrijzinnigheid. Zij raakt ook zoek door slordige orthodoxie. Door nageprate termen. Door halfbegrepen schema’s. Door geliefde formuleringen die nooit meer worden gecontroleerd. Door commentaren die elkaar overschrijven. Door systemen die de tekst vooraf inkaderen.

En misschien is dat nog verraderlijker.

Want vrijzinnigheid herken je vaak snel. Maar slordige orthodoxie draagt nette kleren. Zij spreekt vertrouwde taal. Zij citeert bekende woorden. Zij klinkt veilig.

Totdat je vraagt: waar staat dat precies?

Dan wordt het stil.

 

Terug naar de geopende Bijbel

De kerk heeft geen behoefte aan nog meer jargon. Geen behoefte aan nog meer schema’s die vooral zichzelf beschermen. Geen behoefte aan geestelijke mistmachines die met grote woorden kleine nauwkeurigheid verbergen.

Wat nodig is, is eenvoudiger en radicaler:

een geopende Bijbel,

een ootmoedige houding,

een scherp oog voor context,

een bereidheid om vertrouwde termen te toetsen,

en moed om te zeggen: “Misschien heb ik dit altijd verkeerd nagepraat.”

Dat is geen bedreiging van het geloof.

Dat is juist eerbied voor het Woord.

Want wie werkelijk gelooft dat de Bijbel Gods Woord is, hoeft niet bang te zijn voor nauwkeurig lezen. Die hoeft de tekst niet te beschermen met traditie. Die hoeft geen systeem over de Schrift heen te leggen.

 

Laat de Bijbel spreken.

Ook als geliefde woorden sneuvelen.

Ook als vertrouwde schema’s barsten.

Ook als het pijn doet.

Want waarheid die zoekgeraakt is onder religieuze lagen, wordt niet teruggevonden door nog meer lagen aan te brengen.

Deze wordt teruggevonden waar de Bijbel weer open gaat.

Jezus stilt de storm Markus 4:35–41

Markus 4:35–41

Dit gedeelte in Markus 4:35–41 gaat over de storm op het meer, maar de kernvraag staat aan het einde:

“Wie is toch Deze, dat ook de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn?” Markus 4:41 (STV)

Dat is de hoofdzaak. Markus vertelt dit niet primair om te zeggen: “Jezus helpt in moeilijke omstandigheden”. Dat is ook waar, maar veel te smal.

Het gedeelte openbaart Wie Christus is.

Jezus stilt de storm

De situatie

De Heere Jezus zegt:

“Laat ons overvaren aan de andere zijde.” Markus 4:35 (STV)

Dat woord van Christus is vóór de storm. De discipelen gaan dus niet buiten Gods wil om de storm in. Ze gehoorzamen juist Zijn woord. Dat is belangrijk: gehoorzaamheid aan Christus betekent niet een stormloze reis.

Daarna komt de storm:

“En er werd een grote stormwind; en de baren sloegen in het schip, alzo dat het nu vol werd.” Markus 4:37 (STV)

De discipelen zijn ervaren vissers. Dit is dus geen kinderachtige angst. Het gevaar is echt. Maar juist in dat echte gevaar blijkt hun geloof wankel.

 

Jezus slaapt

“En Hij was in het achterschip, slapende op een oorkussen…” Markus 4:38 (STV)

Dat slapen laat Zijn ware mensheid zien. Hij is moe. Hij heeft onderwezen, gediend, gesproken, gedragen. Hij is geen schijnmens, maar werkelijk Mens.

Maar het vervolg laat tegelijk Zijn Goddelijke macht zien.

 

De noodkreet van de discipelen

“Meester, bekommert het U niet, dat wij vergaan?” Markus 4:38 (STV)

Dat is herkenbaar. Niet alleen: “Heere, help ons”, maar: “Geeft U er wel om?” De angst tast niet alleen hun rust aan, maar ook hun zicht op Zijn goedheid.

Dat is vaak precies wat vrees doet. Vrees maakt de omstandigheden groot en Christus klein. Niet in werkelijkheid, maar in onze waarneming.

 

De storm bestraft

“En Hij opgewekt zijnde, bestrafte den wind, en zeide tot de zee: Zwijg, wees stil! En de wind ging liggen, en er werd grote stilte.” Markus 4:39 (STV)

Hij bidt niet om stilte. Hij spreekt. Hij beveelt. Wind en zee gehoorzamen Hem.

Dat is geen gewone wondermacht. In het Oude Testament is het juist de HEERE Die macht heeft over de zee:

“Hij verandert den storm in stilte, zodat hun golven stilzwijgen.” Psalm 107:29 (STV)

Markus laat dus zien: deze Jezus in het schip is niet slechts een Leraar, Profeet of wonderdoener. Hij oefent gezag uit over de schepping zelf.

 

De bestraffing van de discipelen

“Wat zijt gij zo vreesachtig? Hebt gij geen geloof?” Markus 4:40 (STV)

Let op: Jezus verwijt hun niet dat ze Hem wakker maken. Hij verwijt hun ongeloof. De vraag is niet: waarom ervaren jullie gevaar? De vraag is: waarom vertrouwen jullie Mij niet, terwijl Ik gezegd heb dat wij naar de overkant gaan?

Zijn woord had genoeg moeten zijn.

 

Van angst naar heilig ontzag

Na de stilte staat er niet dat ze ontspannen achteroverleunden. Er staat:

“En zij vreesden met grote vreze…” Markus 4:41 (STV)

Eerst waren ze bang voor de storm. Daarna vrezen ze Hem Die de storm stillegt. Dat is een andere vrees. De storm was indrukwekkend, maar Christus blijkt nog indrukwekkender.

De echte vraag is dus niet: hoe kom ik uit mijn storm?

De echte vraag is: Wie is Deze?

 

Bijbelse lijn

Markus 4:35–41 leert dus:

Christus is waarachtig Mens: Hij slaapt.

Christus is waarachtig God: wind en zee gehoorzamen Hem.

Geloof rust niet op kalme omstandigheden, maar op Zijn woord.

Vrees ontstaat waar de storm groter lijkt dan Christus.

De discipelen moeten leren dat Zijn aanwezigheid niet betekent dat er geen storm komt, maar wel dat Hij Heer is over de storm.

 

Kernzin

“Wie is toch Deze, dat ook de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn?” Markus 4:41 (STV)

Markus 4:35–41 is geen sentimenteel verhaal over “Jezus in jouw storm”, maar een openbaring van de majesteit van Christus: de slapende Mens in het schip is tegelijk de Heere voor Wie wind en zee zwijgen.

 

Geverifieerd door MonsterInsights