Connecties, influencers , grote namen op dit terrein.
Kijk op de site “leven met God en de Bijbel”
Van harte aanbevolen om te lezen.
Connecties, influencers , grote namen op dit terrein.
Kijk op de site “leven met God en de Bijbel”
Van harte aanbevolen om te lezen.
Mensen die teveel tijd over hebben gaan soms nadenken en herinneren zich ineens ouwe meuk . Zo vergaat het mij in elk geval.
Onze voorganger heeft het op zeker moment nodig gevonden om de gemeente te impregneren over het ’trouw betalen van tienden’ Daarover werd intensief, indringend en terugkerend gepreekt, en er volgde tevens een aparte Bijbelstudieavond.
Dat was geen Bijbelstudie, achteraf gezien….De Bijbel werd, zoals daar gebruikelijk was, hoofdzakelijk als kapstok gebruikt om de gewenste gedachte/visie over te brengen.
Wij hadden eerder ooit geleerd zelf Bijbelstudie te doen oa. door Schrift met Schrift te vergelijken, en we hebben destijds veel gelezen over de Bijbelse tempeldienst in het algemeen en uiteraard ‘het geven en innen van tienden’ en in welke context eea. staat.
Recent kwam ik nog wat papierwerk tegen hiervan. Daar is wel wat tijd overheen gegaan zeg… .
Over geld heb ik geen probleem gemaakt; er zijn nou eenmaal onkosten die gemaakt moeten worden om samen te komen, en verder was er ook steun aan christelijke doelen. Prima allemaal.
Maar om daarvoor dan tempel onderwijs één op één uit het oude Testament op de plaatselijke gemeente te projecteren ging me veel te ver. Ik wilde weten hoe het zat, heb het onderzocht, en het bleek een misvatting.
Voelde me wel geroepen om bij te dragen in de kosten. Logisch dat je bijdraagt toch? Zo noemde ik de betaalopdracht destijds ook: bijdrage.
Daar werd ik tijdens een gebedsmoment indirect over afgerekend/gecorrigeerd door de voorganger, dat er een ‘bijdrage’ was overgemaakt, maar geen tienden. Dat was niet goed.
Was weer een signaal dat er sprake was van ordinaire manipulatie. Deze man deed zich voor als heel geestelijk, het hoofd van het plaatselijke lichaam, kreeg ook regelmatig beelden en woorden voor bepaalde mensen door…
Ondertussen stug door blijven hameren op onze ‘plicht om trouw onze ’tienden in het schathuis’ te brengen. Dat moesten we toch vooral gaan doen, en gehoorzaam zijn, dan zou God ons meer en overvloedig kunnen zegenen.
Er werden themadiensten gehouden en onderwerpen aangekondigd. Zoals ‘Generatie vloeken.’ Gemeenteleden namen familie mee, broers en zussen , vaders, moeders.
Want er waren banden en die moesten verbroken worden. Naar mijn beste weten was dat allemaal opgeklopte hysterie. Er werd niks verbroken.
Wonderlijk blijft het wel dat zoveel mensen binnen kwamen en ook bleven komen terwijl het gewoon algemeen genomen geen goed en Bijbels gedegen onderwijs was.
Het heeft er allemaal wel voor gezorgd dat we zelf veel meer gingen studeren en onderzoeken dus in die zin was het zeker ook een vruchtbare tijd.
Nog steeds zijn er bepaalde typische pinkster triggerwoorden (waarover later meer) waarbij al de rode lampen gaan rinkelen en bellen gaan knipperen. Bepaald goedgelovig en vaak onwetend volk stinkt er nog steeds in zo valt te vrezen. Niet gehinderd door enige goede Bijbelkennis ben je ook vatbaar voor allerlei wind van leer. Kapstok prediking. En soms ook platte manipulatie.
Dus er zit voor de gelovige die iets goeds wil leren maar één ding op: Bijbelstudie. Geen zoveelste boekstudie, wat een of ander helder licht erover geschreven heeft in zijn/haar twintigste boek, maar gewoon de Bijbel. Het Woord van God.
Er kwamen nieuwe mensen bij en er verdwenen ook genoeg stilletjes via de achterdeur. Een fenomeen wat ik later elders ook terugzag.
Niet lang hierna trok ik ook de deur achter me dicht. Ik ben zonder uitleg of navraag vertrokken, moegetergd maar een wijze les rijker.
Geen wrok achteraf, wel ‘hoe is het mogelijk’…..en het verlangen anderen hiervoor te behoeden.
Als vader van een jong gezin ben ik jaren terug in een situatie verzeild geraakt waar begrippen als gezag, gehoorzaamheid, autoriteit, en leiderschap zwaar geladen werden. Dit mondde uit in een manipulatieve situatie in een pinkstergemeente, waar we destijds nogal over onze grenzen getrokken zijn. En dit avontuur minder dan een decennium na een andere hiervan losstaande redelijk ingrijpende gebeurtenis die ik meemaakte, waar sprake was van totaal ontspoord sektarisch leiderschap.
Leerzaam materiaal, dat wel.
Dit alles komt naar boven nadat ik door een ernstig ongeval ben stilgezet en veel tijd heb om na te denken. En ja, daar moet ik wat mee, ik vrees niet de enige argeloze te zijn, die in een religieus fuik terechtkwam.
Achteraf bekeken is het niet één bepaalde gebeurtenis die de meeste pijn doet, maar het patroon dat zichtbaar wordt wanneer je oude teksten opnieuw leest. Een ouder blog over “autoriteit” lijkt op het eerste gezicht bij oppervlakkige lezing misschien een Bijbels of pastoraal betoog over orde, gezag en verantwoordelijkheid. Maar wanneer zo’n tekst gelezen wordt tegen de achtergrond van manipulatief leiderschap, met de kennis van nu, krijgt ieder woord een andere lading. Dan gaat het niet meer alleen om leerstellige formuleringen, maar om de vraag wat zulke woorden in de praktijk met mensen doen.

Dat geldt te meer wanneer de schrijver niet zomaar een blogger is, maar psycholoog én voormalig oudste. Zo iemand spreekt niet maar als particulier gelovige. Zijn woorden krijgen extra gewicht. Hij wordt geacht menselijk gedrag te begrijpen, kwetsbaarheid te herkennen, machtsmisbruik te kunnen onderscheiden en geestelijke druk niet te verwarren met gezonde pastorale leiding. Juist daarom is het ernstig wanneer zo iemand een zwaar geladen autoriteitsdenken presenteert en daarbij figuren noemt die zelf op zijn minst grote vragen oproepen rond leiderschap, integriteit en toetsbaarheid.
In de betreffende blog worden onder meer Miles Munroe, Lonnie McCowan, Bert de Haan, Derek Prince, Peter Horrobin en Willem Ouweneel genoemd als personen die een rol hebben gespeeld in de ontdekkingen van de schrijver rond autoriteit. De tekst noemt dit een “ruwe schets van een bijbelse visie op autoriteit” en verbindt de inzichten met “eeuwenoude principes” die al in het scheppingsverhaal ingebouwd zouden zijn. Daarmee wordt autoriteit niet slechts besproken als praktisch of pastoraal onderwerp, maar geplaatst in een groot geestelijk raamwerk.
Precies daar begint het pijnlijk te worden. Want de namen die worden genoemd, zijn niet neutraal. Ze komen grotendeels uit een evangelisch-charismatische wereld waarin woorden als autoriteit, Koninkrijk, leiderschap, roeping, bestemming, genezing, bevrijding, vloeken, geestelijke strijd en zalving een zware rol spelen. Niet al die namen zijn op dezelfde manier problematisch. Dat zou te grof zijn. Maar samen laten ze wel zien uit welke denkwereld het autoriteitsbegrip gevoed wordt.
Bij Lonnie McCowan is het integriteitsprobleem publiek en ernstig. Hij werd als pastor in verband gebracht met een vastgoedzaak rond een ouder slachtoffer en moest volgens berichtgeving $349.000 restitutie betalen aan een 88-jarige man. Als iemand met zo’n geschiedenis wordt genoemd als inspiratiebron binnen een betoog over autoriteit, dan wringt dat diep. Autoriteit en integriteit zijn Bijbels gezien niet los verkrijgbaar. Een leider kan nog zo charismatisch, visionair of indrukwekkend spreken, maar wanneer betrouwbaarheid en goed getuigenis ontbreken, wordt geestelijke autoriteit hol.
Bij Bert de Haan wordt het nog persoonlijker en herkenbaarder voor wie manipulatief leiderschap heeft meegemaakt. Hij werd in 2016 uit functie gezet als voorganger van Nehemia Ministries; oudsten en bestuur zagen geen mogelijkheid meer om met hem verder samen te werken en spraken over onvoldoende vertrouwen in het herstelproces. Maar belangrijker voor het thema autoriteit is dat zijn leiderschapstaal al eerder publiek ter discussie stond. In kritische beschrijvingen van zijn prediking werd aangehaald dat kritiek op hem praktisch werd verbonden met kritiek op God zelf: “Mensen, als u een probleem heeft met mij, heeft u eigenlijk een probleem met God!” Dat is precies het soort taal waarbij autoriteit niet langer dient om de kudde te beschermen, maar om de leider onaantastbaar te maken.
Ook Willem Ouweneel is in dit verband minder neutraal dan zijn intellectuele reputatie misschien doet vermoeden. Rond de claim dat blinden in Birma/Myanmar genezen zouden zijn, bleek later uit onderzoek dat deze genezingsclaims niet overeind bleven. Goedgelovig berichtte, verwijzend naar journalist Karel Smouter, dat de zeven blinden van wie TRIN en Ouweneel claimden dat ze genezen waren, nog steeds blind waren. De vraag is dan niet alleen of er een feitelijke vergissing is gemaakt, maar hoe met kritiek op zo’n claim werd omgegaan. Wanneer wonderclaims geestelijk worden beschermd tegen nuchtere verificatie, ontstaat hetzelfde patroon: autoriteit wordt gebruikt om claims af te schermen, niet om waarheid te dienen.
Derek Prince en Peter Horrobin vertegenwoordigen weer een andere lijn. Bij hen gaat het minder direct om persoonlijke integriteitskwesties en meer om een leerstellige sfeer: onderwerping, bevrijding, demonische invloed, vloeken, innerlijke genezing en geestelijke strijd. Dat hoeft niet in alle gevallen tot manipulatie te leiden, maar in combinatie met pastoraat en psychologie kan het gevaarlijk worden. Psychische pijn, boosheid, weerstand of grensbewaking kunnen dan te snel worden geduid als geestelijk probleem: gebondenheid, rebellie, ongehoorzaamheid, onverwerkt trauma of gebrek aan onderwerping.
Miles Munroe past vooral in het raamwerk van Koninkrijk, leiderschap, dominion, doelgerichtheid en autoriteitsprincipes. Ook daar ontstaat het risico dat autoriteit niet meer eenvoudig wordt gezien als dienend leiderschap onder Christus, maar als een geestelijk systeem van principes, posities en domeinen. Dat soort denken kan bijzonder aantrekkelijk klinken. Het geeft structuur. Het lijkt diep. Het lijkt sleutels te geven. Maar juist dat maakt het riskant.
De terminologie in zulke teksten is daarom niet onschuldig. Woorden als “geestelijke autoriteit”, “sleutelwaarheden”, “Koninkrijksprincipes”, “domeinen”, “positie”, “bestemming”, “zegen”, “onderwerping”, “ongehoorzaamheid”, “Rijk der Duisternis”, “Satan”, “vloeken” en “gebondenheden” beschrijven niet alleen. Ze duiden. Ze plaatsen mensen in een geestelijk schema.
Daardoor kan een gewone vraag — klopt dit leiderschap wel? — worden veranderd in een vraag naar iemands houding tegenover autoriteit. Een terechte grens — dit voelt manipulatief — kan worden herverpakt als boosheid, angst, rebellie of gebrek aan geestelijk inzicht. Een leider met duidelijke rode vlaggen kan alsnog beschermd worden door woorden als positie, zalving, roeping of God-gegeven autoriteit. De terminologie tilt menselijke machtsverhoudingen op naar een geestelijk niveau, waardoor kritiek ineens gevaarlijk lijkt.
Vooral het woord “sleutels” is veelzeggend. Een sleutel suggereert toegang. Wie de sleutel heeft, begrijpt het diepere mechanisme. Wie de sleutel niet ziet, mist blijkbaar iets wezenlijks. Wanneer een psycholoog/oudste autoriteit presenteert als zo’n sleutel tot relationele, geestelijke of psychische problemen, krijgt hij enorme macht over de duiding van andermans pijn. Dan kan iemand die beschadigd is door manipulatief leiderschap te horen krijgen dat het werkelijke probleem niet het machtsmisbruik was, maar zijn of haar verkeerde verhouding tot autoriteit.
Daar zit de eigenlijke pijn. Niet alleen dat er verkeerde of dubieuze namen genoemd worden. Niet alleen dat er zware termen worden gebruikt. Maar dat het hele systeem de ervaring van gekwetste mensen kan omdraaien. De leider wordt beschermd. De structuur wordt geheiligd. De kritische gelovige wordt verdacht gemaakt. En wie pijn heeft, moet gaan onderzoeken of zijn pijn misschien voortkomt uit ongehoorzaamheid, angst, bitterheid of gebrek aan geestelijk inzicht.
Dat wordt nog ernstiger wanneer een manipulatieve voorganger door zo’n psycholoog/oudste wordt verdedigd. Dan is het geen abstracte leer meer. Dan functioneert het autoriteitsdenken praktisch als schild rond de leider. De deskundigheid van de psycholoog en de geestelijke positie van de oudste versterken elkaar. Wat eigenlijk zorgvuldig onderzocht had moeten worden — manipulatie, gewetensdruk, afhankelijkheid, machtsmisbruik — wordt dan mogelijk geduid als een probleem bij degenen die weerstand voelen.
Het gevaar van dit soort autoriteitstaal is dat zij leiders groter maakt dan zij Bijbels gezien mogen zijn. Het Nieuwe Testament maakt leiders juist kleiner: oudsten zijn dienaren, voorbeelden, herders onder de Opperherder. Zij zijn toetsbaar, aanspreekbaar en gebonden aan het Woord. Hun positie geeft hun geen onaantastbare geestelijke status. Hun roeping ontslaat hen niet van integriteit. Hun invloed maakt hen niet immuun voor correctie.
Gezonde autoriteit verdraagt toetsing. Ongezonde autoriteit vreest toetsing. Manipulatieve autoriteit noemt toetsing rebellie.
Daarom is het achteraf wel verklaarbaar dat zulke namen en termen pijn doen. Ze staan niet los van de ervaring. Ze vormen samen een patroon: autoriteit wordt geestelijk zwaar geladen, terwijl integriteit en toetsbaarheid naar de achtergrond verdwijnen. Mensen met charisma, invloed, wonderclaims of leiderschapsstatus worden gelegitimeerd, terwijl kritische of beschadigde gemeenteleden het risico lopen geestelijk of psychologisch verdacht gemaakt te worden.
Het diepste bezwaar is daarom niet dat er over autoriteit gesproken wordt. Autoriteit op zichzelf is niet verkeerd. Het bezwaar is dat autoriteit hier lijkt te functioneren als een sleutel waarmee menselijke pijn, kritiek en weerstand worden geduid, terwijl juist die autoriteitscultuur onderdeel van het probleem kan zijn geweest.
Een Bijbelse visie op leiderschap begint niet bij het beschermen van posities, maar bij Christus als Hoofd. Niet bij het onaantastbaar maken van voorgangers, maar bij het dienen van de kudde. Niet bij “sleutels” die gewone gelovigen afhankelijk maken van deskundige duiders, maar bij het Woord van God dat alles toetst.
Wanneer autoriteit losraakt van integriteit, wordt zij gevaarlijk. Wanneer geestelijke taal wordt gebruikt om manipulatie te beschermen, wordt zij schadelijk. En wanneer een psycholoog/oudste zulke taal gebruikt om leiders te legitimeren, terwijl gekwetste mensen juist bescherming en helderheid nodig hebben, dan is dat niet slechts ongelukkig. Dan is dat kwalijk.