Waarom Mattheüs, Johannes en Paulus niet zonder onderscheid op één hoop gegooid mogen worden
Wanneer Bijbelteksten elkaar lijken tegen te spreken…
Er zijn preken die zoveel Bijbelteksten bevatten dat kritiek bijna onmogelijk lijkt. Van Mattheüs naar Markus, van Johannes naar Efeze, van Kolossenzen naar Jakobus: de ene tekst volgt de andere op.
Voor veel christenen is dat hét bewijs dat een boodschap Bijbels is.
Maar daar schuilt een groot gevaar.
Veel Bijbelteksten gebruiken is nog geen garantie voor een Bijbelse boodschap
De duivel citeerde immers ook de Schrift (Mattheüs 4). Het probleem zit zelden in de tekst, maar vrijwel altijd in de manier waarop teksten met elkaar worden verbonden.
Een preek wordt niet Bijbels doordat er veel verzen worden gelezen.
Een preek is Bijbels wanneer de Schrift in haar eigen context mag spreken.
De besproken prediking wil gelovigen aansporen om anderen te vergeven.
Dat is volkomen Bijbels.
Maar vervolgens wordt langzaam een andere gedachte opgebouwd.
Namelijk:
God vergeeft jou in dezelfde mate als jij anderen vergeeft.
Dat klinkt ernstig.
Maar Paulus leert iets anders.
Hij schrijft:
“In Welken wij hebben de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving der zonden.” (Efeze 1:7)
En:
“Hij heeft u al de misdaden vergeven.” (Kolossenzen 2:13)
Niet:
“Hij zal misschien vergeven.”
Niet:
“Hij vergeeft wanneer jij eerst…”
Maar:
Hij heeft vergeven
Dat is de grondslag van het Evangelie.
Daarom schrijft Paulus vervolgens:
“Vergevende elkander, gelijk ook God in Christus ulieden vergeven heeft.” (Efeze 4:32)
Let op de volgorde.
Niet:
God → misschien.
Maar:
God → reeds.
Daarna pas volgt de oproep tot vergeving.
De vrucht wordt in de besproken preek echter tot wortel gemaakt.
En zodra dat gebeurt, verschuift de aandacht van Christus naar de mens.
De tweede denkfout: Mattheüs wordt de bril waardoor Paulus gelezen moet worden
Hier ligt misschien wel het grootste exegetische probleem.
Steeds opnieuw vormt Mattheüs 6 het uitgangspunt.
Daarna worden Paulus en Kolossenzen erbij gezocht.
Maar Paulus doet precies het omgekeerde.
Hij begint nooit bij de vraag:
“Hoe krijg ik vergeving?”
Hij begint bij:
“Wat heeft Christus reeds volbracht?”
Waarom?
Omdat Paulus schrijft ná Golgotha.
Ná Pinksteren.
Ná de openbaring van het Lichaam van Christus.
De gelovige leeft niet vóór het kruis.
Maar vanuit het kruis.
Dat verschil bepaalt de hele uitleg van het Nieuwe Testament.
De derde denkfout: Johannes 20 wordt uit zijn context gehaald
Nog opvallender is de toepassing van Johannes 20.
“Welken gij de zonden vergeeft…”
Deze woorden worden gepresenteerd alsof iedere gelovige vandaag bepaalt of de zonden van een ander vergeven blijven.
Maar dat is niet wat de tekst zegt.
De Here Jezus spreekt daar tot Zijn apostelen.
Binnen de context van hun bijzondere bediening.
Daaruit kan niet zonder meer worden afgeleid dat iedere christen dezelfde bevoegdheid bezit.
Wanneer dat onderscheid verdwijnt, krijgt de gemeente een verantwoordelijkheid opgelegd die de Schrift nergens op die manier oplegt.
De vierde denkfout: de onvergeeflijke zonde wordt erbij gehaald
Hier verandert een scheve uitleg in een geestelijk gevaarlijke uitleg.
Plotseling verschijnt Markus 3.
De zonde tegen de Heilige Geest.
Dat is misschien wel de grootste rode vlag van de hele preek.
Waarom?
Omdat deze geschiedenis helemaal niet over de Gemeente gaat.
De Here Jezus spreekt tegen Farizeeën.
Religieuze leiders.
Mensen die, ondanks de onmiskenbare wonderen van Christus, willens en wetens het werk van de Heilige Geest aan Beëlzebul toeschreven.
Dat is een unieke historische situatie.
Toch wordt deze geschiedenis vervolgens gebruikt als waarschuwing richting wedergeboren gelovigen.
Maar Paulus doet dat nergens.
Sterker nog.
Wanneer Paulus over de Heilige Geest spreekt, klinkt juist de zekerheid:
“Bedroeft den Heiligen Geest Gods niet, door Welken gij verzegeld zijt tot den dag der verlossing.” (Efeze 4:30)
Zie je het verschil?
De preek zegt:
Pas op dat je niet…
Paulus zegt:
U bent verzegeld… daarom…
Dat is geen nuance.
Dat is een totaal andere benadering.
De vijfde denkfout: de zekerheid van het Evangelie verdwijnt
Hier worden de gevolgen zichtbaar.
Na afloop blijft de luisteraar achter met vragen als:
Heb ik iedereen wel vergeven?
Zou mijn bitterheid Gods vergeving blokkeren?
Ben ik misschien geestelijk in gevaar?
Zou ik onbewust de Heilige Geest hebben gelasterd?
Geen enkele van die vragen vindt haar oorsprong in Paulus.
Integendeel.
Paulus richt de blik steeds omhoog.
Naar Christus.
Naar Zijn bloed.
Naar Zijn volbrachte werk.
Naar de positie van de gelovige.
De gelinkte prediking richt de blik uiteindelijk naar binnen.
En precies daar begint alle geestelijke onzekerheid.
De zesde denkfout: verschillende bedelingen worden vermengd
Hier raken we de kern.
De preek behandelt zonder onderscheid:
de Bergrede;
Johannes 20;
Markus 3;
Paulus.
Alles wordt samengevoegd tot één doorgaande boodschap.
Maar daarmee verdwijnen de verschillen tussen:
de bediening van de Messias aan Israël;
het apostolisch gezag;
de verwerping van de Messias door Israël;
en de openbaring van het Lichaam van Christus.
Dat noemen we geen harmonisatie.
Dat noemen we vermenging.
En vermenging levert vrijwel altijd verwarring op.
Waarom is dit zo ernstig?
Omdat het niet alleen gaat over vergeving.
Het gaat over de vraag waarop onze zekerheid rust.
Rust zij op:
Christus?
Of uiteindelijk toch op:
mijn geestelijke prestaties?
Wanneer de gelovige moet onderzoeken of hij wel genoeg heeft vergeven om zelf vergeving te ontvangen, is het fundament ongemerkt verschoven.
Dan is het oog niet langer gericht op Christus.
Maar op de eigen geestelijke staat.
Dat is precies wat Paulus nergens doet.
Wat leert het evangelie wel?
Het evangelie van Gods genade is verrassend eenvoudig.
Christus droeg de schuld.
Christus betaalde de prijs.
Christus vergoot Zijn bloed.
Daarom schrijft Paulus:
Wij hebben de verlossing.
Wij hebben de vergeving.
Wij zijn verzegeld.
Wij zijn met God verzoend.
Vanuit die zekerheid roept hij vervolgens op:
vergeef elkaar;
wees vriendelijk;
wees barmhartig;
wandel waardig de roeping waarmee u geroepen bent.
Niet om behouden te worden.
Maar omdat u behouden bent.
Dát is het verschil tussen wet en genade.
De oproep om anderen te vergeven is volkomen Bijbels.
Maar zodra die oproep wordt losgemaakt van de positie van de gelovige in Christus, verandert het evangelie ongemerkt in een systeem van voorwaarden.
Wanneer vervolgens de Bergrede, Johannes 20 en zelfs de zonde tegen de Heilige Geest worden gebruikt om die voorwaarden kracht bij te zetten, ontstaat een boodschap die wel veel Bijbelteksten bevat, maar waarin de leer van Paulus niet langer de toon zet.
De ironie is pijnlijk.
Een preek die bedoeld is om vrijheid te brengen, kan zo juist onzekerheid zaaien.
Een boodschap over vergeving kan de zekerheid van de vergeving ondermijnen.
Daarom blijft de oproep van Paulus beslissend:
“Vergevende elkander, gelijk ook God in Christus ulieden vergeven heeft.” (Efeze 4:32)
Dat is geen voorwaarde om door God aangenomen te worden.
Dat is de vrucht van een volbrachte verlossing.
En dát is de blijde boodschap van het Evangelie.
Veelgestelde vragen (FAQ)
Is Gods vergeving afhankelijk van onze bereidheid om anderen te vergeven?
Volgens de brieven van Paulus ontvangen gelovigen vergeving op grond van het volbrachte werk van Christus (Efeze 1:7; Kolossenzen 1:14; Kolossenzen 2:13). Vanuit die ontvangen genade worden zij opgeroepen anderen te vergeven (Efeze 4:32).
Wat betekent de zonde tegen de Heilige Geest?
In Mattheüs 12 en Markus 3 spreekt de Here Jezus tot Farizeeën die het werk van de Heilige Geest bewust aan Satan toeschreven. Over de toepassing op christenen bestaan binnen de christelijke uitleg verschillende visies. Dit artikel bespreekt waarom die waarschuwing volgens een dispensationalistische lezing niet zonder meer op de Gemeente kan worden toegepast.
Waarom is Efeze 4:32 zo belangrijk?
Omdat Paulus daar de volgorde vastlegt: God heeft eerst vergeven in Christus; daarom vergeven gelovigen elkaar. Die volgorde bewaart het onderscheid tussen genade en verdienste.
Waarom is context zo belangrijk bij Bijbeluitleg?
Bijbelteksten moeten gelezen worden in hun historische, literaire én heilshistorische context. Wie woorden uit verschillende situaties zonder onderscheid samenvoegt, loopt het risico conclusies te trekken die veel verder gaan dan de tekst zelf ondersteunt.
In evangelische en charismatische kringen wordt veel gezegd over Gods stem verstaan. Gelovigen zouden moeten leren luisteren naar God, Zijn stem tussen hun eigen gedachten leren herkennen en persoonlijke boodschappen van Hem ontvangen. Wie geestelijk groeit, zou steeds duidelijker horen wat God tegen hem zegt.
Daarom zijn er cursussen, trainingen en profetische scholen waarin mensen leren stil te worden, beelden te ontvangen, gedachten op te schrijven en woorden over anderen uit te spreken. Sommige christelijke leiders beweren zelfs hele gesprekken met God te voeren.
Het klinkt wellicht geestelijk, persoonlijk en indrukwekkend.
Maar de vraag is niet hoe het klinkt. De vraag zou moeten zijn: is het Bijbels?
God hééft gesproken. Hij heeft Zijn Woord gegeven.
Christus wordt Zelf het Woord genoemd.
Waarom bestaat er dan toch zo’n sterke behoefte aan een aanvullend, persoonlijk en exclusief lijntje met God?
Gods stem verstaan
God heeft gesproken door Zijn Zoon
De Schrift begint niet met de opdracht om stil te worden en te wachten totdat er een stem in onze gedachten opkomt. Hij wijst ons op de wijze waarop God daadwerkelijk gesproken heeft:
“God, voortijds veelmaals en op velerlei wijze tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door den Zoon.” Hebreeën 1:1-2 (STV)
God sprak door de profeten. Vervolgens sprak Hij door de Zoon. Dat spreken vond niet plaats in de verborgen binnenwereld van iedere afzonderlijke gelovige, maar in de geschiedenis en in de openbaring die Hij heeft laten vastleggen.
De Here Jezus Christus is bovendien niet slechts iemand die woorden van God doorgaf. Hij is Zelf het Woord:
“In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.” Johannes 1:1 (STV)
“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond.” Johannes 1:14 (STV)
Wie God wil kennen en Gods stem wil verstaan, moet daarom niet allereerst naar binnen kijken. Hij moet zien op Christus zoals Hij in de Schrift wordt geopenbaard.
De echte Christus is niet de Jezus van onze fantasie, dromen, gevoelens of innerlijke gesprekken. Het is de Christus van de Schriften.
Gods stem verstaan begint bij de Bijbel
De Here Jezus Christus bevestigde voortdurend het gezag van de Schriften. Hij verwees naar Mozes, de Profeten en de Psalmen. Hij verklaarde:
“Uw woord is de waarheid.” Johannes 17:17 (STV)
Ook wees Hij bepaalde getuigen aan door wie de nieuwtestamentische openbaring zou worden doorgegeven. De woorden van de apostelen kregen gezag omdat zij door Christus waren geroepen en gezonden. Zij hadden dat gezag niet omdat zij gevoelige, mystieke of bijzonder ontvankelijke mensen waren.
Het Bijbelse uitgangspunt is daarom helder: God heeft gesproken en Hij heeft ervoor gezorgd dat Zijn Woord werd overgeleverd.
Toch ontstaat in veel gemeenten de indruk dat de Bijbel niet voldoende persoonlijk is. Men wil niet alleen weten wat God in de Schrift heeft gezegd. Men wil weten wat God nu speciaal tegen mij zegt.
Daarmee verschuift het zwaartepunt van het geschreven Woord naar de persoonlijke ervaring.
Men verlangt naar een woord van God, maar ontwijkt het Woord van God
Het is opvallend dat sommige mensen voortdurend zeggen dat zij naar een woord van God verlangen, terwijl zij het Woord van God nauwelijks bestuderen.
De Bijbel vindt men moeilijk. De Bijbel zou te oud, te ingewikkeld of te leerstellig zijn. Grondige Schriftstudie vraagt concentratie, geduld en bereidheid om Schrift met Schrift te vergelijken. Men moet rekening houden met de context, de geadresseerden en de plaats van een Bijbelgedeelte in Gods heilsplan.
Een innerlijke stem is eenvoudiger.
Men sluit de ogen, wordt stil en wacht af welke gedachte opkomt.
Die gedachte sluit dikwijls opvallend goed aan bij wat iemand zelf al verlangde, vreesde of van plan was. Zij spreekt zijn eigen taal en bevestigt regelmatig zijn eigen voorkeur.
De Schrift doet dat niet altijd.
De Schrift staat buiten ons. Zij spreekt ons tegen. Zij ontmaskert onze motieven. Zij vraagt niet of wij haar woorden prettig vinden, maar of wij bereid zijn ons eraan te onderwerpen.
“Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is; opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust.” 2 Timótheüs 3:16-17 (STV)
De mens die in God gelooft wordt door de Schrift toegerust tot alle goed werk.
Niet tot een gedeelte van zijn geestelijke leven, waarna innerlijke stemmen de ontbrekende informatie moeten aanvullen. Tot alle goed werk.
Wanneer de Schrift de gelovige volledig kan toerusten, welk noodzakelijk geestelijk tekort moet dan nog worden aangevuld door persoonlijke boodschappen?
Kan men Gods stem leren horen via een cursus?
Rondom het onderwerp Gods stem horen is inmiddels een complete geestelijke bedrijfstak ontstaan.
Er zijn cursussen stemverstaan, profetische scholen, luistertrainingen, activaties en oefeningen waarbij deelnemers woorden over elkaar moeten uitspreken. Zij krijgen de opdracht stil te worden, een vraag aan God te stellen en vervolgens op te schrijven wat als eerste in hen opkomt.
Maar wat komt daar werkelijk in gedachten?
Eigen verlangens?
Angsten?
Herinneringen?
Suggesties van de cursusleider?
Gedachten die door de sfeer in de groep worden opgeroepen?
De behoefte om niet achter te blijven bij anderen die wel iets zeggen te ontvangen?
Of werkelijk woorden van God?
Dat onderscheid kan niemand op een objectieve en controleerbare wijze maken. De menselijke innerlijke wereld is geen zuivere ontvangstkamer die alleen maar op de juiste hemelse frequentie hoeft te worden afgestemd.
De Schrift waarschuwt juist voor de onbetrouwbaarheid van het hart:
“Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het; wie zal het kennen?” Jeremia 17:9 (STV)
Een training die mensen leert om spontane gedachten als mogelijke woorden van God te behandelen, leert hun niet noodzakelijk om Gods stem te verstaan. Zij kan hun vooral leren om hun eigen gedachten van een goddelijk etiket te voorzien.
“Mijn schapen horen Mijn stem”
Een van de meest gebruikte teksten bij het onderwerp Gods stem verstaan is Johannes 10:
“Mijn schapen horen Mijn stem, en Ik ken dezelve, en zij volgen Mij.” Johannes 10:27 (STV)
Daaruit wordt afgeleid dat iedere gelovige een persoonlijke stem van Jezus in zijn hoofd zou moeten leren herkennen.
Maar dat staat er niet.
De Here Jezus Christus gebruikt het beeld van een herder en zijn schapen. Zijn schapen herkennen Hem, behoren Hem toe en volgen Hem. Zij luisteren niet naar dieven, rovers en vreemdelingen.
Het gaat in Johannes 10 om het herkennen van de ware Herder tegenover valse herders. Het gaat niet over het ontvangen van persoonlijke boodschappen over een baan, woning, relatie, bediening of financiële beslissing.
De tekst zegt niet:
Mijn schapen ontvangen dagelijks nieuwe informatie in hun gedachten.
Wie dat ervan maakt, gebruikt Johannes 10 als kapstok voor een praktijk die al vooraf is aangenomen.
Paulus schrijft:
“Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods.” Romeinen 10:17 (STV)
Het geloof ontstaat door het Woord Gods, niet door het trainen van een mystiek innerlijk gehoor.
De Heilige Geest is niet de concurrent van de Schrift
Sommigen werpen tegen dat de Heilige Geest toch nog steeds spreekt, overtuigt en leidt.
Zeker. Maar de Heilige Geest staat niet tegenover de Schrift. Hij is de Geest Die de Schrift heeft voortgebracht:
“Want de profetie is voortijds niet voortgebracht door den wil eens mensen, maar de heilige mensen Gods, van den Heiligen Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken.” 2 Petrus 1:21 (STV)
De Geest verlicht ons verstand. Hij overtuigt ons. Hij past de waarheid toe op ons geweten en onze wandel. Hij vormt ons denken door het Woord dat Hij Zelf gegeven heeft.
Dat een Bijbelgedeelte tijdens het lezen krachtig tot ons spreekt, betekent niet dat er een nieuwe openbaring is ontstaan. Het is de toepassing van het reeds gegeven Woord.
Dat iemand na gebed tot een bepaalde overtuiging komt, betekent evenmin automatisch dat God woorden in zijn gedachten heeft uitgesproken.
Wij mogen spreken over wijsheid, overtuiging, gebed, verantwoordelijkheid en voorzienige leiding. Maar dat is iets anders dan verklaren:
God zei tegen mij dat ik dit moest doen.
Wie dat zegt, doet een openbaringsclaim.
“God zei tegen mij” is geen onschuldige formulering
Er bestaat een fundamenteel verschil tussen de volgende uitspraken:
Ik heb sterk de indruk dat ik dit moet doen.
Ik denk dat dit wijs is.
Na gebed ben ik tot deze overtuiging gekomen.
En:
God heeft tegen mij gezegd dat ik dit moet doen.
De eerste uitspraken erkennen menselijke feilbaarheid. De laatste uitspraak legt de oorsprong van de boodschap bij God.
God spreekt niet onzeker. God gokt niet. God vergist Zich niet en hoeft Zijn woorden later niet te corrigeren.
“God is geen man, dat Hij liegen zou, noch eens mensen kind, dat het Hem berouwen zou; zou Hij het zeggen, en niet doen, of spreken, en niet bestendig maken?” Numeri 23:19 (STV)
Wanneer iemand niet zeker weet of een gedachte van God afkomstig is, mag hij niet zeggen dat God gesproken heeft.
Wie zegt: God zei, kan zich niet tegelijk beroepen op de mogelijkheid dat hij het verkeerd heeft aangevoeld.
Dan was de claim eenvoudig te groot.
Hedendaagse profetie wil wel gezag, maar geen verantwoordelijkheid
Binnen charismatische kringen wordt daarom dikwijls gezegd dat hedendaagse profetie feilbaar kan zijn. God spreekt volmaakt, maar mensen zouden Zijn woorden gebrekkig kunnen ontvangen of doorgeven.
Dat lijkt een oplossing, maar het maakt het probleem alleen groter.
Een boodschap wordt eerst met Gods gezag gebracht. Wanneer zij niet uitkomt, beroept men zich op menselijke zwakheid.
Zo krijgt men wel het gezag van openbaring, maar niet de verantwoordelijkheid die bij spreken namens God hoort.
Komt een profetisch woord toevallig uit, dan heeft God gesproken.
Komt het niet uit, dan was de timing anders, werd het verkeerd geïnterpreteerd, ontbrak het de ontvanger aan geloof of is de vervulling uitgesteld.
De zogenaamde profeet behoudt zijn positie. De ontvanger blijft achter met verwarring, schuldgevoel of teleurstelling.
Gods Naam wordt zo gebruikt als een geestelijk vangnet voor menselijke vermoedens.
Profetische woorden maken mensen afhankelijk
Rondom het ontvangen van persoonlijke boodschappen ontstaat gemakkelijk een geestelijke rangorde.
Onderaan staan de gewone gelovigen die alleen hun Bijbel lezen.
Daarboven staan degenen die indrukken, beelden en woorden ontvangen.
Nog hoger staan degenen die dagelijks Gods stem zeggen te horen.
En helemaal bovenaan staan leiders die beweren complete gesprekken met God te voeren.
Zij weten niet alleen wat in de Schrift geschreven staat. Zij beschikken ook over actuele informatie uit de hemel.
Dat verleent status en macht.
Gelovigen worden afhankelijk van iemand die een persoonlijk woord voor hen zou kunnen ontvangen. In plaats van zelf de Schrift te onderzoeken, wijsheid te zoeken en verantwoordelijkheid te dragen, wachten zij op een profetische bevestiging.
De Bijbel wordt niet officieel afgeschaft. Praktisch raakt hij echter op de achtergrond.
Niemand reist uren naar een conferentie omdat hij hoopt dat een spreker hem zal adviseren Romeinen of Efeze grondig te bestuderen. Men komt omdat men verlangt naar een bijzonder en persoonlijk woord.
Het gewone Woord is blijkbaar niet bijzonder genoeg.
Wanneer “God zei” geestelijke manipulatie wordt
Het wordt nog ernstiger wanneer iemand niet alleen zegt dat God tot hem heeft gesproken, maar ook beweert dat God iets over een ander heeft gezegd.
God zei dat jij je aan mijn leiderschap moet onderwerpen.
God heeft mij laten zien dat jij deze gemeente niet mag verlaten.
God zei dat jij geld aan deze bediening moet geven.
God heeft gezegd dat jij met deze persoon moet trouwen.
God zei dat jij deze taak moet aanvaarden.
Op dat moment is geen sprake meer van een onschuldige persoonlijke indruk. Dan wordt Gods Naam gebruikt om invloed en macht uit te oefenen.
Hoe kan de ontvanger nog vrij antwoorden?
Wanneer hij weigert, lijkt hij God ongehoorzaam te zijn. Wanneer hij twijfelt, zou hij de Heilige Geest bedroeven. Wanneer hij de boodschap afwijst, zou hij zich tegen Gods leiding verzetten.
Zo wordt een menselijke mening onttrokken aan normale toetsing.
Een leider hoeft geen argumenten meer te geven. Hij hoeft zijn beslissing niet zorgvuldig uit de Schrift te onderbouwen. Hij hoeft alleen te zeggen:
God heeft mij gezegd…
Daarmee wordt het gesprek feitelijk beëindigd.
Dit is geestelijke manipulatie in vrome verpakking.
Hele gesprekken met God creëren een geestelijke elite
Sommige populaire sprekers vertellen uitvoerig over hun gesprekken met God. God zou hun vragen beantwoorden, grappen maken, persoonlijke details onthullen en zeggen wat Hij van andere personen of gemeenten vindt.
Zulke verhalen maken indruk. Zij suggereren een bijzondere intimiteit met God.
Maar zij roepen ook ernstige vragen op.
Wanneer God werkelijk zulke gesprekken voert, is de inhoud dan waar?
Heeft de boodschap gezag?
Moeten anderen haar gehoorzamen?
Kan zij fouten bevatten?
En wanneer zij fouten bevat, waarom werd Gods Naam eraan verbonden?
Wie beweert hele gesprekken met God te voeren, doet een openbaringsclaim. Men kan niet tegelijkertijd zeggen dat God uitvoerig gesproken heeft en dat de inhoud slechts een persoonlijke, feilbare indruk is.
De gewone gelovige heeft dan de Bijbel.
De bijzondere leider heeft de Bijbel én rechtstreekse hemelse informatie.
Zo ontstaat een geestelijke elite die moeilijk controleerbaar wordt.
De Bijbel wordt gedegradeerd tot controlemiddel
Voorstanders zeggen vaak dat ieder persoonlijk woord aan de Bijbel moet worden getoetst.
Dat klinkt zorgvuldig, maar ondertussen is de positie van de Bijbel veranderd.
De Schrift is dan niet langer de plaats waar God voldoende en gezaghebbend spreekt. Zij wordt een controlemiddel waarmee achteraf wordt onderzocht of een andere boodschap misschien van God afkomstig was.
De belangstelling ligt niet meer bij wat geschreven staat, maar bij de aanvullende boodschap.
Bovendien gaan veel profetische woorden over zaken waarover de Bijbel geen persoonlijke en concrete uitspraak doet. De Schrift noemt niet de naam van de persoon met wie iemand moet trouwen. Zij vertelt niet welk huis hij moet kopen of welke baan hij moet aannemen.
Juist op dat terrein kan de vermeende stem nauwelijks worden gecontroleerd.
Zolang een boodschap geen duidelijke zonde voorschrijft, kan bijna alles worden voorgesteld als leiding van God.
Gods leiding is niet hetzelfde als een hoorbare of innerlijke stem
Dat God door Zijn voorzienigheid leidt, staat niet ter discussie.
Hij kan deuren openen en sluiten. Hij kan omstandigheden gebruiken. Hij kan door Zijn Woord, door wijze raad en door praktische mogelijkheden onze weg bepalen.
Maar Gods leiding betekent niet automatisch dat Hij zinnen in ons hoofd uitspreekt.
Gelovigen hoeven niet over iedere beslissing een persoonlijk woord te ontvangen. Voor veel keuzes geeft God ruimte om in wijsheid en verantwoordelijkheid te handelen.
Wij mogen bidden.
Wij mogen Bijbelse beginselen toepassen.
Wij mogen advies vragen.
Wij mogen omstandigheden afwegen.
Wij mogen een beslissing nemen.
En wij mogen erkennen dat wij ons kunnen vergissen.
Dat is geen gebrek aan geloof. Dat is nuchterheid.
De uitspraak God zei tegen mij wordt soms gebruikt om de last van persoonlijke verantwoordelijkheid te vermijden. Wanneer de beslissing verkeerd uitpakt, heeft men immers niet zelf gekozen. Men meende slechts Gods stem te volgen.
Maar geestelijke volwassenheid betekent ook dat wij leren beslissingen te nemen zonder iedere keuze tot een rechtstreekse opdracht uit de hemel te verheffen.
Het probleem is niet dat God zwijgt
De geestelijke crisis van onze tijd is niet dat God te weinig spreekt.
De crisis is dat veel christenen niet tevreden zijn met de wijze waarop God gesproken heeft.
Wij willen geen Schrift die zorgvuldig moet worden bestudeerd, maar een stem die direct antwoord geeft.
Wij willen niet groeien in wijsheid, maar onmiddellijke zekerheid ontvangen.
Wij willen niet zelf verantwoordelijkheid dragen, maar kunnen zeggen dat God de beslissing heeft genomen.
Wij willen niet slechts samen met andere gelovigen onder het Woord staan. Wij willen iets persoonlijks en exclusiefs horen wat niet iedereen in zijn Bijbel kan lezen.
Maar geestelijke volwassenheid blijkt niet uit het aantal stemmen dat iemand zegt te horen.
Zij blijkt uit kennis van het Woord, nederigheid, onderscheidingsvermogen en bereidheid om door de Schrift gecorrigeerd te worden.
Gods stem verstaan zonder mystiek toneel
Echt Gods stem verstaan betekent niet dat wij ons hoofd leegmaken en wachten welke gedachte bovenkomt.
Het betekent dat wij Gods Woord openen.
Dat wij lezen wat er werkelijk staat.
Dat wij de context respecteren.
Dat wij Schrift met Schrift vergelijken.
Dat wij onderscheiden tot wie een Schriftgedeelte gericht is.
Dat wij onze leer niet bouwen op ervaringen, maar onze ervaringen toetsen aan de leer van de Schrift.
Dat wij onze beslissingen nemen in gebed, wijsheid en verantwoordelijkheid.
Dat wij niet vragen welke tekst ons gevoel bevestigt, maar wat God werkelijk heeft bekendgemaakt.
Petrus verwijst de gelovigen niet naar fluisteringen in hun binnenste:
“En wij hebben het profetische woord, dat zeer vast is, en gij doet wel, dat gij daarop acht hebt, als op een licht, schijnende in een duistere plaats.” 2 Petrus 1:19 (STV)
Het profetische Woord is zeer vast.
Onze gedachten zijn dat niet.
Onze gevoelens zijn dat niet.
Onze indrukken zijn dat niet.
Profetische sprekers zijn dat niet.
God heeft geen concurrentie nodig van onze verbeelding.
God heeft gesproken, luisteren wij ook?
Wij spreken tot God in het gebed. God spreekt gezaghebbend tot ons door Zijn Woord. De Heilige Geest verlicht ons verstand, overtuigt ons hart en past dat Woord toe op onze wandel.
Dat is minder spectaculair dan een verslag van een persoonlijk gesprek met God.
Het geeft minder geestelijke status.
Het trekt minder bezoekers naar een profetische conferentie.
Maar het is vast, controleerbaar en veilig.
De vraag is daarom niet:
Hoor ik een bijzondere stem van God?
De vraag is:
Ben ik bereid te luisteren naar wat God duidelijk heeft laten opschrijven?
Is de Bijbel echt een moeilijk boek? Dat wordt vaak beweerd. Zelfs sommige christenen zeggen dat zij de Schrift ingewikkeld, tegenstrijdig of ontoegankelijk vinden.
Ze lezen losse gedeelten, begrijpen de samenhang niet en besluiten uiteindelijk dat diepgaande Bijbelstudie alleen iets is voor predikanten, theologen of bijzonder begaafde mensen.
Maar misschien moeten we de vraag omdraaien.
Is de Bijbel onbegrijpelijk, of hebben we geleerd hem verkeerd te lezen?
Het probleem ligt vaak niet bij de Schrift, maar bij de bril waardoor we hem bekijken. Kerkelijke tradities, menselijke leerstellingen, populaire preken en vertrouwde uitlegmodellen hebben ons denken soms zo sterk gevormd, dat we nauwelijks nog onbevangen lezen wat er echt staat.
We komen dan niet naar de Bijbel om te leren, maar om bevestigd te worden.
We onderzoeken niet wat God zegt, maar zoeken teksten die ondersteunen wat we al geloven.
Dat is geen Bijbelstudie. Dat is het gebruiken van de Bijbel als kapstok voor onze eigen overtuigingen.
Is de Bijbel echt een moeilijk boek?
De Bijbel wordt moeilijk wanneer we hem niet laten spreken
Veel vermeende tegenstrijdigheden ontstaan doordat teksten uit hun verband worden gehaald. Een vers wordt geciteerd zonder te vragen:
Wie spreekt hier?
Tot wie wordt gesproken?
Onder welke omstandigheden?
Over welke tijd gaat het?
Wat staat er vóór en na deze tekst?
Hoe wordt hetzelfde onderwerp elders in de Schrift behandeld?
Wie deze vragen overslaat, kan de Bijbel vrijwel alles laten zeggen.
De Schrift wordt dan een verzameling losse spreuken, morele lessen en inspirerende gedachten. Iedere prediker kiest enkele passende teksten, voegt daar een eigen boodschap aan toe en noemt het vervolgens Bijbelverkondiging.
Maar een tekst is geen stukje klei dat wij naar eigen wens mogen vormen.
De Bijbel heeft een eigen boodschap, een eigen opbouw en een eigen woordgebruik. Wie die samenhang negeert, maakt het Boek niet eenvoudiger, maar juist onbegrijpelijker.
Traditie kan het Woord verduisteren
Kerkelijke traditie wordt vaak behandeld alsof zij onaantastbaar is. Wat generaties lang geleerd is, wordt niet meer onderzocht. Men veronderstelt dat iets Bijbels is omdat het vertrouwd klinkt.
Maar vertrouwd is niet hetzelfde als Bijbels.
De Heere Jezus waarschuwde al voor het gevaar van menselijke overleveringen:
“Makende alzo Gods woord krachteloos door uw inzetting, die gij ingezet hebt” (Markus 7:13, STV).
Dat is scherpe taal.
Menselijke traditie kan Gods Woord krachteloos maken. Niet omdat het Woord werkelijk zijn kracht verliest, maar omdat de betekenis ervan wordt bedekt door verklaringen die men belangrijker is gaan vinden dan wat er geschreven staat.
Een kerkelijke belijdenis kan behulpzaam zijn. Een commentaar kan inzicht geven. Een prediker kan helpen. Maar géén van deze staat boven de Schrift.
Zodra een systeem bepaalt wat een tekst mág betekenen, is de Bijbel niet langer de hoogste autoriteit. Dan is het systeem de autoriteit geworden en dient de Schrift slechts als bewijsboek.
De Bijbel is niet geschreven voor een geestelijke elite
Sommigen wekken de indruk dat alleen theologisch geschoolde mensen de Bijbel goed kunnen begrijpen. Natuurlijk kunnen kennis van taal, geschiedenis en achtergrond behulpzaam zijn. Maar de Schrift is niet gegeven aan een kleine academische bovenlaag.
Paulus schreef niet aan hoogleraren, maar aan gemeenten. Zijn brieven moesten worden gelezen, onderzocht en toegepast door gewone gelovigen.
Ook de gelovigen in Beréa worden geprezen omdat zij zelf controleerden of de prediking overeenkwam met de Schrift:
“En dezen waren edeler dan die te Thessalonica waren, als die het woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren” (Handelingen 17:11, STV).
Zij namen zelfs het onderwijs van Paulus niet klakkeloos aan.
Zij onderzochten dagelijks of zijn woorden juist waren.
Dát is gezonde Bijbelstudie. Niet blind vertrouwen op de spreker, maar alles toetsen aan het geschreven Woord.
Wie vandaag zegt dat gewone gelovigen niet zelf mogen beoordelen wat er gepredikt wordt, spreekt niet in de geest van Beréa. Geestelijk gezag ontslaat niemand van toetsing.
Onderzoekt de Schriften
De Heere Jezus zei:
“Onderzoekt de Schriften; want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben; en die zijn het, die van Mij getuigen” (Johannes 5:39, STV).
Hij zei niet slechts: lees af en toe selectief een vers.
Hij zei: onderzoek.
Onderzoeken vraagt aandacht, inspanning en volharding. Het betekent dat wij teksten vergelijken, woorden volgen en onderwerpen door de gehele Schrift heen bestuderen.
Dat wordt ook wel Schrift met Schrift vergelijken genoemd.
Een Bijbels begrip moet in de eerste plaats door de Bijbel zelf worden verklaard. Niet door modern taalgebruik, niet door kerkelijke gewoonte en niet door onze persoonlijke associaties.
Wanneer wij willen weten wat de Schrift bedoelt met begrippen als Koninkrijk, gemeente, wet, genade, oordeel, profetie of de dag des Heeren, moeten wij onderzoeken hoe die begrippen in de Schrift gebruikt worden.
Daarbij geldt:
Een losse tekst kan een indruk geven. De gezamenlijke Schriftplaatsen geven de leer.
De dag des Heeren is niet zomaar de zondag
Een aansprekend voorbeeld is de uitdrukking “de dag des Heeren”.
Sommige christenen denken daarbij automatisch aan de zondag. Maar wanneer we de plaatsen onderzoeken waar deze uitdrukking voorkomt, zien we iets anders.
De profeten spreken over de dag des Heeren als een tijd van oordeel, duisternis, verbolgenheid en Gods openlijke ingrijpen in de geschiedenis. Paulus schrijft dat deze dag komt als een dief in de nacht. Petrus verbindt hem met ingrijpende oordelen over hemel en aarde.
“Want gij weet zelven zeer wel, dat de dag des Heeren alzo zal komen, gelijk een dief in den nacht” (1 Thessalonicenzen 5:2, STV).
“Maar de dag des Heeren zal komen als een dief in den nacht, in welken de hemelen met een gedruis zullen voorbijgaan, en de elementen branden zullen en vergaan, en de aarde en de werken die daarin zijn, zullen verbranden” (2 Petrus 3:10, STV).
De Schrift gebruikt deze uitdrukking dus niet als een eenvoudige benaming voor de wekelijkse zondag.
Toch kan een kerkelijk gebruik zo ingeburgerd raken, dat bijna niemand meer onderzoekt of het werkelijk overeenkomt met de Bijbel.
Dit voorbeeld laat precies zien waarom de Bijbel moeilijk lijkt. Niet omdat de Schrift onduidelijk spreekt, maar omdat wij een betekenis hebben meegekregen die wij niet meer toetsen.
Geestelijke dingen worden geestelijk onderscheiden
De Bijbel is geen gewoon boek. Dat betekent niet dat de woorden geen normale betekenis hebben, maar wel dat geestelijk inzicht niet uitsluitend het product is van menselijke intelligentie.
Paulus schrijft:
“Maar de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden” (1 Korinthe 2:14, STV).
Een mens kan buitengewoon geleerd zijn en toch de kern van Gods openbaring missen. Hij kan Hebreeuws en Grieks beheersen, historische achtergronden kennen en dikke commentaren schrijven, terwijl hij de Persoon en het werk van Christus niet werkelijk verstaat.
Daartegenover kan een eenvoudige gelovige, afhankelijk van God en bereid om Schrift met Schrift te vergelijken, diep inzicht ontvangen.
Dat is geen pleidooi tegen studie. Het is een waarschuwing tegen hoogmoed.
Kennis zonder geloof kan analyseren, maar niet geestelijk verstaan.
Christus is de sleutel tot de Schrift
De Bijbel is geen verzameling losstaande godsdienstige verhalen. De Schrift getuigt van Christus.
Na Zijn opstanding sprak de Heere Jezus met de Emmaüsgangers:
“En begonnen hebbende van Mozes en van al de profeten, legde Hij hun uit, in al de Schriften, hetgeen van Hem geschreven was” (Lukas 24:27, STV).
Hij liet zien dat Wet, Profeten en Psalmen over Hem spraken.
Wie Christus uit het centrum verwijdert, maakt de Bijbel tot een boek van menselijke prestaties. Dan gaan de geschiedenissen vooral over dapper zijn als David, volhouden als Job en vertrouwen als Abraham.
Maar de Schrift is niet maar een verzameling voorbeelden waarmee wij onszelf moeten verbeteren.
Hjj openbaart Gods heilsplan in Christus.
Hij is de sleutel tot de Schrift. Hij is het onderwerp van de profetie, de vervulling van de beloften, de inhoud van de typen en het middelpunt van Gods voornemen.
Niet alles is rechtstreeks tot ons geschreven
Een belangrijke oorzaak van verwarring is dat men ervan uitgaat dat iedere Bijbeltekst rechtstreeks over de christelijke gemeente spreekt.
Maar de Bijbel richt zich tot verschillende groepen en spreekt over verschillende tijden, verbonden en verantwoordelijkheden.
Israël is niet hetzelfde als de Gemeente.
De wet van Mozes is niet de leefregel voor het lichaam van Christus.
Profetieën over het land, Jeruzalem en de troon van David mogen niet zomaar op de kerk worden toegepast.
Alles in de Bijbel is voor ons onderwijs geschreven, maar niet alles is rechtstreeks aan ons gericht.
Paulus vermaant Timotheüs:
“Benaarstig u om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt” (2 Timotheüs 2:15, STV).
Het Woord recht snijden betekent onderscheid maken waar de Schrift onderscheid maakt.
Wanneer alles op één hoop wordt gegooid, ontstaan tegenstrijdigheden. Geboden aan Israël worden aan de Gemeente opgelegd. Aardse beloften worden vergeestelijkt. Profetische oordelen worden op het persoonlijke geloofsleven toegepast. Verzen over het Koninkrijk worden gebruikt voor kerkelijke ambities.
Daarna zegt men dat de Bijbel moeilijk is.
Maar de verwarring is niet door de Schrift veroorzaakt.
De Bijbel corrigeert ook
Echte Bijbelstudie kan confronterend zijn. Wie werkelijk onderzoekt wat er staat, zal ontdekken dat sommige vertrouwde overtuigingen niet houdbaar zijn.
Dat kan pijn doen.
Mensen zijn vaak emotioneel verbonden met hun kerkelijke achtergrond, geliefde predikers en aangeleerde leerstellingen. Wanneer een Bijbeltekst daarmee botst, ontstaat de verleiding om de tekst aan te passen.
Men vergeestelijkt wat er letterlijk staat.
Men verklaart een duidelijke uitspraak tijdgebonden.
Men zegt dat de oorspronkelijke taal eigenlijk iets anders bedoelt.
Men beroept zich op traditie.
Men beweert dat het onderwerp te ingewikkeld is.
Maar soms is de tekst niet ingewikkeld. Soms is hij vooral ongewenst duidelijk.
De vraag is dan niet of wij de Bijbel begrijpen, maar of wij bereid zijn hem te geloven.
Begin gewoon bij wat geschreven staat
Wie de Bijbel wil begrijpen, moet eenvoudig beginnen:
Lees wat er staat.
Lees het in zijn verband.
Vergelijk het met andere Schriftplaatsen.
Let op tot wie gesproken wordt.
Maak onderscheid tussen Israël, de volkeren en de Gemeente.
Maak onderscheid tussen wet en genade.
Maak onderscheid tussen profetie en verborgenheid.
Laat duidelijke Schriftplaatsen licht werpen op moeilijkere gedeelten.
En wees bereid om menselijke tradities los te laten wanneer zij met de Schrift in strijd blijken te zijn.
De Bijbel hoeft geen gesloten boek te blijven.
God heeft Zijn Woord niet gegeven om Zijn waarheid voor gelovigen te verbergen. Hij heeft het gegeven om Zichzelf, Zijn Zoon en Zijn voornemen bekend te maken.
“Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad” (Psalm 119:105, STV).
Een lamp is niet bedoeld om duisternis te veroorzaken.
Een licht is niet bedoeld om mensen te laten verdwalen.
Niet de Bijbel, maar onze bril is vaak het probleem
Is de Bijbel echt een moeilijk boek?
Sommige gedeelten vragen zeker zorgvuldige studie. Niet iedere tekst is onmiddellijk eenvoudig. Maar dat is iets anders dan beweren dat de Bijbel als geheel onbegrijpelijk is.
De grootste hindernis is vaak niet de tekst, maar onze houding tegenover de tekst.
Wij willen bevestigd worden, maar niet gecorrigeerd.
Wij willen troost, maar geen leer.
Wij willen toepassingen, maar geen nauwkeurige uitleg.
Wij willen een krachtige boodschap, maar niet altijd weten wat er werkelijk geschreven staat.
Zolang die houding niet verandert, blijft de Bijbel voor ons gesloten.
Niet omdat God niet duidelijk gesproken heeft, maar omdat wij weigeren werkelijk te luisteren.
Leg daarom de kerkelijke bril af. Leg populaire slogans terzijde. Laat menselijke systemen niet bepalen wat de Schrift mag zeggen.
Open de Bijbel.
Lees aandachtig.
Onderzoek dagelijks.
Vergelijk Schrift met Schrift.
En laat het Woord van God het laatste woord hebben.