Het zuchten van de schepping en de hoop van Gods kinderen

Het lijden van nu en de heerlijkheid die komt

Troost uit Romeinen 8:18-22

Wat het inslapen van een huisdier zoal losmaakt….onze kater van ruim 17 jaar was helemaal op.

Dan word je weer even geconfronteerd en aan het denken gezet over de betrekkelijkheid van alles en van het leven op zich…..

Romeinen 8:18-22 geeft diepe troost aan gelovigen die lijden, zuchten en wachten. Paulus ontkent de gebrokenheid van deze tegenwoordige tijd niet. Hij spreekt eerlijk over het lijden, over de schepping die zucht en over de dienstbaarheid van het verderf. Maar hij wijst ook op iets dat veel groter is: de heerlijkheid die aan Gods kinderen geopenbaard zal worden.

Wie Romeinen 8 leest, krijgt geen goedkope troost. Paulus zegt niet dat het lijden wel meevalt. Hij zegt ook niet dat een gelovige boven pijn, ziekte, verdriet, verlies of strijd verheven is. Integendeel, hij noemt het bij de naam: “het lijden dezes tegenwoordigen tijds”.

Maar dan legt hij dat lijden op de weegschaal tegenover de heerlijkheid die komt. En zijn conclusie is helder:

“Want ik houde het daarvoor, dat het lijden dezes tegenwoordigen tijds niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden.”
Romeinen 8:18

Open Bijbel bij Romeinen 8 met licht door donkere wolken als beeld van hoop te midden van lijden
Romeinen 8 vers 18

Het lijden van deze tijd is realiteit

Er is veel lijden in deze tegenwoordige tijd. Er is lichamelijke pijn. Er is ziekte. Er is rouw. Er is verlies. Er is eenzaamheid. Er is teleurstelling. Er is geestelijke strijd. Er is vermoeidheid die dieper gaat dan gewone moeheid. Er zijn tranen die op het oog niemand ziet en zuchten die niemand hoort.

De Bijbel doet niet alsof dit er niet is. Gods Woord is eerlijker dan veel menselijke troostwoorden. Soms zeggen mensen: “Je moet positief blijven.” Of: “Het komt wel goed.” Maar Romeinen 8 spreekt dieper. De Schrift erkent dat de wereld gebroken is en dat ook Gods kinderen daaraan lijden.

Dat is op zichzelf al troostvol. Een gelovige hoeft zijn pijn niet te verbergen achter vrome taal. Je hoeft niet te doen alsof je niet zucht. De schepping zucht. Gods kinderen zuchten. En even verder in Romeinen 8 lezen we zelfs dat de Geest voor ons bidt met onuitsprekelijke zuchtingen.

God schrikt niet van ons zuchten. Hij weet ervan. Is er bij.

Romeinen 8 weegt het lijden tegenover de heerlijkheid

Paulus zegt niet dat het lijden klein is. Hij zegt dat de komende heerlijkheid groter is. Dat is een belangrijk verschil.

Soms is het lijden helemaal niet klein. Soms is het zwaar, rauw en langdurig. Soms voelt het alsof de last te groot is. Paulus weet dat. Hij kende verdrukking, vervolging, zwakte, gevaar en verdriet. Toch zegt hij dat het lijden van deze tijd niet te waarderen is tegen de heerlijkheid die komt.

Dat betekent: het lijden is realiteit maar niet beslissend. Het lijden is aanwezig, maar niet eeuwig. Het lijden is zwaar, maar het heeft niet het laatste woord.

De heerlijkheid die komt, is geen menselijk ideaal en geen religieuze droom. Paulus zegt dat deze heerlijkheid “aan ons zal geopenbaard worden”. Deze komt van God. Deze wordt door God onthuld. Wat nu nog verborgen is, zal straks zichtbaar worden.

Nu zijn Gods kinderen vaak zwak, aangevochten en onaanzienlijk. Nu leven zij nog in een lichaam dat moe wordt, pijn kent en sterft. Nu worden zij soms miskend, verdrukt of niet begrepen. Maar straks zal openbaar worden wie zij in Christus zijn.

De schepping zucht onder de dienstbaarheid van het verderf

Paulus trekt de lijn breder dan ons persoonlijke lijden. Niet alleen de gelovige zucht. De hele schepping zucht.

“Want wij weten, dat het ganse schepsel te zamen zucht, en te zamen als in barensnood is tot nu toe.”
Romeinen 8:22

De schepping is niet meer zoals zij oorspronkelijk bedoeld was. De wereld is mooi, maar gebroken. We zien schoonheid, maar ook vergankelijkheid. Bloemen bloeien en verwelken. Lichamen groeien en takelen af. Dieren lijden. Mensen sterven. De aarde draagt de sporen van de zondeval.

Paulus zegt dat het schepsel “der ijdelheid onderworpen” is. Dat wijst op leegheid, vergankelijkheid en vruchteloosheid. Alles onder de zon draagt het stempel van voorbijgaan. Niets blijft hier onaangetast. Alles zucht onder de dienstbaarheid van het verderf.

Maar ook hier stopt Paulus niet bij wanhoop. De schepping is onderworpen aan ijdelheid, maar niet zonder hoop.

De schepping zucht, maar niet zonder hoop

Romeinen 8 zegt dat het schepsel “met opgestoken hoofde” wacht op de openbaring der kinderen Gods. Dat is een krachtig beeld. De schepping buigt niet alleen onder de last; zij ziet ook uit. Alsof zij de hals uitstrekt. Alsof zij reikhalzend wacht.

Waarom wacht de schepping op de openbaring van de kinderen Gods?

Omdat de bevrijding van Gods kinderen samenhangt met de bevrijding van de schepping. Wanneer Christus Zijn werk zichtbaar voltooit, zal niet alleen de gelovige verheerlijkt worden. Ook de schepping zelf zal vrijgemaakt worden van de dienstbaarheid der verderfenis.

“Op hoop, dat ook het schepsel zelf zal vrijgemaakt worden van de dienstbaarheid der verderfenis, tot de vrijheid der heerlijkheid der kinderen Gods.”
Romeinen 8:21

Dat is een rijke Bijbelse hoop. God laat Zijn werk niet los. Hij behandelt Zijn schepping niet als waardeloos afval. Hij zal rechtzetten wat door de zonde is aangetast. Hij zal herstellen wat gebroken is. Hij zal bevrijden wat nu nog zucht.

De kinderen Gods worden openbaar in heerlijkheid

Nu is het kindschap van Gods kinderen nog niet in volle heerlijkheid zichtbaar. De gelovige is in Christus werkelijk een kind van God, maar leeft nog in een gebroken lichaam en een gebroken wereld. Daarom is er spanning tussen wat wij in Christus zijn en wat wij nu nog ervaren.

Romeinen 8 laat zien dat die spanning tijdelijk is. Er komt een openbaring. De kinderen Gods zullen openbaar worden in heerlijkheid.

Dat betekent niet dat de gelovige zichzelf verheerlijkt. Het betekent dat God openbaar maakt wat Hij in Christus heeft gegeven. De hoop van de gelovige rust niet op eigen kracht, eigen gevoel of eigen overwinning, maar op Gods trouw.

Wie in Christus is, leeft niet naar de ondergang toe, maar naar heerlijkheid. Niet omdat het leven nu gemakkelijk is, maar omdat Gods toekomst zeker is.

Barensnood wijst op hoop, niet op wanhoop

Paulus gebruikt het beeld van barensnood. Dat is opmerkelijk. Barensnood is echte pijn. Het is geen ingebeelde pijn. Het is hevig, diep en lichamelijk. Maar barensnood is pijn met verwachting. Het is pijn die uitloopt op geboorte.

Zo spreekt Paulus over de schepping. Het zuchten van deze wereld is geen zinloos geluid in een leeg heelal. Het is niet het laatste woord van een stervende wereld zonder hoop. Het is het zuchten van een schepping die uitziet naar bevrijding.

Dat geeft diepe troost. Niet omdat alles nu al gemakkelijk wordt. Niet omdat pijn ineens geen pijn meer is. Maar omdat God door het lijden heen werkt naar Zijn doel.

De gebrokenheid is niet de bestemming. Het verderf is niet het eindstation. De dood is niet de hoogste macht.

Christus heeft het laatste woord.

Troost bij lijden: Christus heeft het laatste woord

Romeinen 8 is geen oproep om het lijden te ontkennen. Het is een oproep om het lijden te zien in het licht van Christus en Zijn komende heerlijkheid.

De Here Jezus Christus is geen toekijker op grote afstand bij onze gebrokenheid. Hij is gekomen in deze lijdende wereld. Hij heeft honger gekend, tranen gekend, verwerping gekend, pijn gekend en de dood gekend. Hij is door het lijden heen gegaan en Hij is opgestaan in heerlijkheid.

Daarom is onze hoop geen vaag gevoel, maar een Persoon.

Wie op Christus ziet, mag weten: mijn lijden is niet ongezien. Mijn zuchten is niet onverstaanbaar. Mijn zwakheid is niet vergeten. Mijn tranen verdwijnen niet in het niets.

God kent de Zijnen. En Hij heeft de heerlijkheid beloofd die aan ons geopenbaard zal worden.

Zuchten met hoop

Misschien draag je vandaag iets waar niemand iets van weet, of wat niemand helemaal begrijpt. Misschien ben je moe van het vechten. Misschien zucht je onder lichamelijke pijn, geestelijke druk, verdriet, onzekerheid of verlies.

Dan zegt Romeinen 8 niet: “Kijk er niet naar.” Het zegt: “Kijk verder.”

Kijk naar de heerlijkheid die komt.

Het lijden van nu is werkelijk, maar niet beslissend. De schepping zucht, maar zij zucht op hoop. Gods kinderen wachten, maar zij wachten op een zekere toekomst. De gebrokenheid is diep, maar Gods herstel is dieper. De dood is machtig, maar Christus is machtiger.

Daarom mag een gelovige huilen met hoop. Zuchten met verwachting. Lijden met uitzicht. Wachten met opgeheven hoofd.

Want de schepping zucht niet omdat God haar vergeten is, maar omdat zij wacht op de dag waarop Christus alles vrijmaakt van verderf en de kinderen Gods in heerlijkheid openbaar worden.

“Want ik houde het daarvoor, dat het lijden dezes tegenwoordigen tijds niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden.”
Romeinen 8:18

De gemeente van Jezus Christus is geen bedrijf maar een levend lichaam

Geen bedrijfsstrategieën of marketingmethodes!

De gemeente is geen bedrijf, maar het levende lichaam van Christus. Toch wordt in veel kerken steeds vaker gedacht in termen van strategie, groei, management, visie, impact en meetbaar succes. Dat klinkt professioneel en daadkrachtig, maar de vraag is niet of het werkt. De vraag is of het Bijbels is.

De gemeente niet als bedrijf zien is geen romantische gedachte, maar een Bijbelse noodzaak. De gemeente is ook niet een religieuze organisatie met Christus als inspiratiebron. Zij is het lichaam van Christus, gekocht met Zijn bloed, bewoond door de Geest en geroepen om te leven onder Christus als Hoofd.

“En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult” (Efeze 1:22-23 STV).

Dat is de kern. Christus is niet de directeur van een religieuze onderneming. Hij is het Hoofd van Zijn lichaam.

Gemeente geen bedrijf maar lichaam van Christus

De gemeente is het lichaam van Christus

De Schrift spreekt over de gemeente niet in bedrijfskundige, maar in organische termen. Zij is lichaam, tempel, huisgezin, kudde en woonstede Gods. Dat zijn levende beelden. Ze spreken over verbondenheid, afhankelijkheid, groei van binnenuit, onderlinge zorg, heiligheid en gehoorzaamheid aan Christus.

Paulus zegt:

“Want gelijk het lichaam één is, en vele leden heeft, en al de leden van dit ene lichaam, vele zijnde, maar één lichaam zijn, alzo ook Christus” (1 Korinthe 12:12 STV).

En vervolgens:

“En gijlieden zijt het lichaam van Christus, en leden in het bijzonder” (1 Korinthe 12:27 STV).

Een lichaam wordt niet bestuurd als een bedrijf. Een lichaam leeft vanuit het hoofd. Als het hoofd niet werkelijk de leiding heeft, ontstaat er geen gezonde groei maar wanorde. In een lichaam is het oog geen concurrent van de hand, de voet geen ondergeschikte zonder waarde, en het oor geen overbodig onderdeel. Elk lid heeft zijn plaats, niet omdat een managementmodel dat zo bedacht heeft, maar omdat God het zo beschikt heeft.

“Maar nu heeft God de leden gezet, een iegelijk van dezelve in het lichaam, gelijk Hij gewild heeft” (1 Korinthe 12:18 STV).

Dat ene vers doorbreekt veel modern kerkelijk denken. Niet de leider “zet mensen op hun plek”. Niet de strategie bepaalt wie nodig is. Niet het groeiplan bepaalt de waarde van de leden. God heeft de leden gezet zoals Hij gewild heeft.

 

Christus is het Hoofd, niet het management

In een bedrijf is leiding vaak gericht op doelen, resultaten, processen, groei, efficiëntie en rendement. In de gemeente is leiding onderworpen aan Christus. Dat is wezenlijk anders.

“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente, Hij, Die het Begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen de Eerste zou zijn” (Kolossenzen 1:18 STV).

Christus moet in alles de Eerste zijn. Niet de visie van de voorganger. Niet de ambitie van het team. Niet de groei van de organisatie. Niet het imago naar buiten. Niet de vraag hoe men de kerk aantrekkelijker maakt voor de religieuze consument.

Christus.

Daarom is bedrijfsdenken in de kerk zo gevaarlijk. Het schuift gemakkelijk van gehoorzaamheid naar succes, van waarheid naar effectiviteit, van trouw naar meetbaarheid, van herderlijke zorg naar leiderschapsontwikkeling, van Schriftuurlijke opbouw naar organisatorische groei.

Maar de gemeente wordt niet gebouwd door marktanalyse, branding of prestatie-indicatoren. De Here Jezus Zelf zegt:

“En op deze petra zal Ik Mijn Gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen” (Mattheüs 16:18 STV).

Hij bouwt Zijn gemeente. Niet wij bouwen Zijn merk. Niet wij bouwen Zijn bedrijf. Niet wij bouwen Zijn koninkrijk met aardse strategieën.

Hij bouwt Zijn gemeente.

 

Groei is geen bedrijfsdoel maar vrucht van Christus

Natuurlijk spreekt de Bijbel over groei. Maar Bijbelse groei is geen groeistrategie in bedrijfskundige zin. Het is geen schaalvergroting, geen publieksbereik, geen expansie van een religieuze organisatie. Bijbelse groei is groei in Christus, vanuit Christus en tot Christus.

“Maar de waarheid betrachtende in liefde, alleszins zouden opwassen in Hem, Die het Hoofd is, namelijk Christus; Uit Welken het gehele lichaam bekwamelijk samengevoegd en samen vastgemaakt zijnde, door alle voegselen der toebrenging, naar de werking van een iegelijk deel in zijn maat, den wasdom des lichaams bekomt, tot zijns zelfs opbouwing in de liefde” (Efeze 4:15-16 STV).

Let op: het lichaam groeit “uit Welken”, dus uit Christus. De wasdom komt niet uit het model, niet uit de methode, niet uit het leiderschapssysteem, maar uit Hem. En het doel is niet imago, bereik of institutionele macht, maar opbouwing in de liefde.

Wanneer kerkelijke groei wordt benaderd als bedrijfsstrategie, verschuift de aandacht van geestelijke opbouw naar meetbaar succes. Dan gaat het al snel over aantallen, budgetten, gebouwen, programma’s, zichtbaarheid en invloed. Maar de Schrift spreekt over wasdom in waarheid, liefde, eenheid, heiligheid, kennis van Christus en volwassenheid.

Een volle zaal kan geestelijke armoede verbergen. Een sterke organisatie kan een zwak lichaam maskeren. Een goed draaiend programma kan de afwezigheid van echte geestelijke groei verdoezelen.

Niet alles wat groeit, is gezond. Ook wildgroei is groei.

 

Bedrijfsstrategieën verschuiven de maatstaf

Het grote probleem van bedrijfsstrategieën in de gemeente is dat zij ongemerkt de maatstaf verschuiven. Men vraagt niet meer eerst: is dit naar de Schrift? Men vraagt: werkt het? Trekt het mensen? Verhoogt het de betrokkenheid? Versterkt het onze uitstraling? Past het bij onze doelgroep?

Maar de gemeente leeft niet van doelgroepdenken. Zij leeft van het Woord van God.

“Heilig ze in Uw waarheid; Uw Woord is de waarheid” (Johannes 17:17 STV).

Wanneer “wat werkt” belangrijker wordt dan “wat waar is”, komt de gemeente op gevaarlijk terrein. Dan kan de prediking worden aangepast aan de smaak van de hoorders. Dan wordt zonde zachter benoemd. Dan wordt genade losgemaakt van bekering. Dan wordt onderwijs vervangen door beleving. Dan wordt herderlijke zorg vervangen door coaching. Dan wordt Bijbelse vermaning vervangen door positieve communicatie.

Paulus waarschuwt voor een tijd waarin mensen de gezonde leer niet verdragen:

“Want er zal een tijd zijn, wanneer zij de gezonde leer niet zullen verdragen; maar kittelachtig zijnde van gehoor, zullen zij zichzelven leraars opgaderen naar hun eigen begeerlijkheden; En zullen hun gehoor van de waarheid afwenden, en zullen zich keren tot fabelen” (2 Timotheüs 4:3-4 STV).

Een gemeente die zich laat leiden door vraaggestuurd aanbod, loopt precies dit gevaar. Zij gaat leveren wat mensen willen horen, in plaats van te verkondigen wat God heeft gesproken.

 

Gelovigen zijn geen klanten

In een bedrijf is de klant belangrijk. Zijn ervaring, zijn tevredenheid en zijn binding aan het merk staan centraal. Maar in de gemeente zijn gelovigen geen klanten. Zij zijn leden van het lichaam van Christus.

Een klant beoordeelt. Een lid dient.
Een klant consumeert. Een lid draagt bij.
Een klant vertrekt wanneer het aanbod hem niet bevalt. Een lid zoekt de opbouw van het lichaam.
Een klant vraagt: wat krijg ik hier? Een lid vraagt: hoe kan ik in liefde dienen?

Paulus schrijft:

“Want ook het lichaam is niet één lid, maar vele leden” (1 Korinthe 12:14 STV)

En Petrus zegt:

“Een iegelijk, gelijk hij gave ontvangen heeft, alzo bediene hij dezelve aan de anderen, als goede uitdelers der menigerlei genade Gods” (1 Petrus 4:10 STV).

De gemeente is dus geen podium met publiek. Zij is ook geen religieuze winkel waar men geestelijke producten afneemt. Zij is een lichaam waarin elk lid, naar de genade die God geeft, dient tot opbouw van de anderen.

Waar bedrijfsdenken binnendringt, worden mensen gemakkelijk ingedeeld naar bruikbaarheid. Wie zichtbaar, vaardig, succesvol of strategisch inzetbaar is, krijgt aandacht. Wie zwak, lijdend, oud, beperkt, beschadigd of minder productief is, kan als lastig worden ervaren.

Maar in het lichaam van Christus werkt het anders.

“Ja veelmeer, de leden, die ons dunken de zwakste des lichaams te zijn, die zijn nodig” (1 Korinthe 12:22 STV).

Dat staat haaks op bedrijfsmatig denken. In een bedrijf is zwakte vaak een probleem voor de prestatie. In het lichaam van Christus zijn de zwakke leden nodig.

 

Oudsten zijn herders, geen managers

De Bijbel kent leiding in de gemeente. Maar die leiding is herderlijk, dienend en Schriftgebonden. Oudsten zijn geen managers van een religieuze organisatie. Zij zijn opzieners en herders over de kudde van God.

Petrus schrijft:

“Weidt de kudde Gods, die onder u is, hebbende opzicht daarover, niet uit bedwang, maar gewilliglijk; noch om vuil gewin, maar met een volvaardig gemoed; Noch als heerschappij voerende over het erfdeel des Heeren, maar als voorbeelden der kudde geworden zijnde” (1 Petrus 5:2-3 STV).

Dit is een totaal andere toon dan veel modern leiderschapsdenken. Niet heersen. Niet manipuleren. Niet sturen op eigen visie. Niet bouwen aan een persoonlijke invloedssfeer. Niet de kudde gebruiken om een bediening groot te maken. Maar weiden, dienen, waken, voorgaan als voorbeeld.

Oudsten zijn volgens de Schrift herders van de kudde, geen managers van een religieuze organisatie.

Paulus zegt tegen de oudsten van Efeze:

“Zo hebt dan acht op uzelven, en op de gehele kudde, over dewelke u de Heilige Geest tot opzieners gesteld heeft, om de Gemeente Gods te weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed” (Handelingen 20:28 STV)

Dat laatste is doorslaggevend. De gemeente is niet van de voorganger. Niet van het bestuur. Niet van de stichting. Niet van de beweging. Niet van de familie die haar ooit begon. Zij is “de Gemeente Gods”, verkregen door Zijn eigen bloed.

Wie de gemeente behandelt als zijn organisatie, raakt aan iets dat niet van hem is.

 

Strategie kan afhankelijkheid van de Geest vervangen

Er is niets mis met orde, wijsheid, planning en praktische verantwoordelijkheid. De Schrift is niet chaotisch. Maar er is een groot verschil tussen ordelijk dienen en strategisch bouwen vanuit menselijke maakbaarheid.

Het gevaar is dat men in de praktijk meer verwacht van modellen, trainingen, branding, leiderschapstaal, doelgroepenanalyse en groeiplannen dan van het Woord van God, het werk van de Geest en de trouw van Christus.

De vroege gemeente wordt niet beschreven als een strategisch uitstekend georganiseerde beweging, maar als een gemeente die volhardde in de leer, gemeenschap, breking des broods en gebeden.

“En zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden” (Handelingen 2:42 STV)

Dat klinkt bijna te eenvoudig voor de moderne kerk. Geen brandingstrategie. Geen groeicampagne. Geen visieproces. Geen leiderschapsmodel. Maar leer, gemeenschap, breking des broods en gebeden.

En dan lezen we:

“En de Heere deed dagelijks tot de Gemeente, die zalig werden” (Handelingen 2:47 STV)

De Heere deed toe. Niet de strategie. Niet het programma. Niet het communicatiemodel. De Heere.

 

Bedrijfstaal verandert het geestelijk klimaat

Taal is nooit neutraal. Wanneer de gemeente voortdurend spreekt in termen van visie, targets, teams, cultuur, DNA, merk, leiderschap, impact, groei en succes, verandert het geestelijke klimaat. Men gaat denken vanuit maakbaarheid en prestatie.

Maar de taal van de Schrift is anders: genade, waarheid, lichaam, leden, Hoofd, kudde, herders, opbouw, heiliging, dienst, liefde, lijden, volharding, vermaning, vertroosting, gemeenschap, gebed.

Bedrijfstaal wekt vaak de indruk dat de gemeente een project is dat wij moeten laten slagen. Bijbelse taal herinnert ons eraan dat de gemeente van Christus is en door Hem gedragen wordt.

Dat betekent niet dat alles amateuristisch of slordig moet zijn. Dat is een valse tegenstelling. Orde is Bijbels. Betrouwbaarheid is Bijbels. Goede zorg is Bijbels. Verantwoord rentmeesterschap is Bijbels.

Maar zodra orde verandert in controle, rentmeesterschap in rendement, leiding in management, dienst in prestatie, en opbouw in groei-obsessie, is de gemeente haar eigen aard aan het verloochenen.

 

De gemeente leeft uit Christus

De gemeente is geen menselijke uitvinding. Zij is niet ontstaan uit een marktkans, een visieplan of een religieuze behoefte. Zij is verbonden met de opgestane en verheerlijkte Christus.

“Want wij zijn leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen” (Efeze 5:30 STV).

Dat is diepe, levende verbondenheid. De gemeente leeft omdat Christus leeft. Zij wordt gevoed omdat Christus haar voedt. Zij wordt bewaard omdat Christus haar bewaart.

Zij wordt gebouwd omdat Christus haar bouwt.

Daarom moet de gemeente niet leren denken als een bedrijf, maar leren wandelen als een lichaam. Niet gedreven door ambitie, maar geleid door het Hoofd. Niet gericht op succes, maar op trouw. Niet gevormd door managementmodellen, maar door het Woord van God.

Niet afhankelijk van menselijke strategie, maar van de Here Zelf.

De gemeente van Jezus Christus is geen bedrijf. Zij is geen religieuze onderneming die met moderne strategieën aantrekkelijker, groter en invloedrijker moet worden gemaakt. Zij is het lichaam van Christus, gekocht met Zijn bloed, bewoond door de Geest en geroepen om onder het Hoofd te leven.

Dat vraagt om bekering van veel kerkelijk denken. Weg van maakbaarheid. Weg van succesdwang. Weg van religieuze marketing. Weg van leiderschapscultuur die meer lijkt op de zakenwereld dan op de Schrift.

Terug naar Christus.
Terug naar het Woord.
Terug naar herderlijke zorg.
Terug naar de opbouw van het lichaam.
Terug naar gebed.
Terug naar afhankelijkheid.

Wie de gemeente als bedrijf behandelt, verliest gemakkelijk uit het oog dat zij het lichaam van Christus is, gekocht met Zijn bloed.

Want de gemeente is niet van ons.

Zij is van Hem.

“En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult” (Efeze 1:22-23 STV).

Wie Jezus Christus is

Geen schepsel, maar Schepper

Sektes en dwaalwegen hebben vaak als gemeenschappelijke factor dat Jezus wordt geportetteerd als was Hij slechts een profeet, of hooguit een veredeld werktuig van God. In werkelijkheid laat de Schrift Hem ons zien Wie hij echt is.

Johannes 1 laat zonder omwegen zien dat Jezus Christus Schepper is en geen schepsel. Het Woord was in den beginne, het Woord was bij God en het Woord was God. Alles wat gemaakt is, is door Hem gemaakt. Daarmee sluit de Schrift uit dat Christus Zelf tot de geschapen werkelijkheid behoort.

“In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God” (Johannes 1:1 STV)

Dat ene vers werpt elke gedachte omver dat Christus slechts een bijzonder mens, een verheven engel, een eerste schepsel of een door God gebruikt instrument zou zijn. Johannes zegt niet: in den beginne werd het Woord. Hij zegt: “was”. Het Woord bestond reeds. Voordat iets begon, was Hij er al.

En dan volgt de beslissende uitspraak:

“Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is” (Johannes 1:3 STV)

Dat is geen vrome grootspraak Dat is een absolute grenslijn. Alles wat gemaakt is, is door Hem gemaakt. Als alles wat gemaakt is door Hem gemaakt is, dan kan Hij Zelf niet behoren tot de dingen die gemaakt zijn. Hij staat niet aan de kant van het geschapene. Hij staat aan de kant van de Schepper.

Wie Johannes 1 serieus leest, kan niet volhouden dat Jezus Christus slechts een schepsel is. Hij is de Schepper door Wie alle dingen gemaakt zijn.

 

Het Woord was God

Johannes begint hoger dan Bethlehem

Wie de Here Jezus alleen bij Zijn menswording laat beginnen, mist de majesteit van Johannes 1. De geboorte van Christus is niet het begin van Zijn bestaan, maar Zijn komst in het vlees.

“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond” (Johannes 1:14 STV)

Het Woord werd vlees. Niet: een mens werd later goddelijk. Niet: een schepsel werd verheven tot hemelse waardigheid. Niet: een engel nam een menselijke gedaante aan. Maar het eeuwige Woord, Dat bij God was en God was, werd vlees.

Dit is het wonder van de menswording. De Schepper kwam Zijn eigen schepping binnen. Hij nam deel aan vlees en bloed. Hij kwam werkelijk onder ons wonen. Niet als toeschouwer, maar als Degene Die Zich vernederde, leed, stierf en opstond.

Daarom is het belijden van Christus als Schepper geen theologische luxe. Het raakt het hart van het Evangelie. Als Hij slechts een schepsel was, kon Hij de schepping niet dragen, niet verlossen en niet tot haar doel brengen. Maar juist omdat Hij de Schepper is, heeft Zijn werk eeuwige waarde.

 

Het Woord was God

Johannes 1:1 zegt niet alleen dat het Woord bij God was. Het zegt ook:

“En het Woord was God” (Johannes 1:1 STV)

Hier worden twee dingen tegelijk bewaard. Het Woord is onderscheiden van God, want het Woord was bij God. En het Woord is Zelf God, want het Woord was God.

Daarom mogen wij Christus niet reduceren tot een verschijning, een kracht, een idee, een plan of een geschapen tussenpersoon. Het Woord is persoonlijk. Het Woord is eeuwig. Het Woord is God. En datzelfde Woord is vlees geworden.

Dit is geen filosofie, maar openbaring. De Schrift begint bij wat God zegt over Zijn Zoon. Niet onze kerkelijke modellen, niet menselijke redeneringen en niet religieuze traditie hebben het laatste woord, maar de Schrift.

En de Schrift is helder: Hij Die onder ons woonde, is Dezelfde door Wie alle dingen gemaakt zijn.

 

Alle dingen zijn door Hem gemaakt

Johannes 1:3 is één van de krachtigste Bijbelse bewijzen dat Christus niet geschapen is, maar Zelf de Schepper is van alles wat bestaat.

“Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is” (Johannes 1:3 STV).

Let op de dubbele nadruk. Eerst positief: alle dingen zijn door Hem gemaakt. Daarna negatief: zonder Hem is niets gemaakt dat gemaakt is.

Daarmee sluit Johannes elke uitzonderingspositie uit. Er bestaat geen geschapen werkelijkheid die buiten het Woord om tot stand kwam. Hemel en aarde, zichtbare en onzichtbare dingen, machten, ordeningen, leven, licht, tijd en ruimte: alles is door Hem.

Paulus zegt hetzelfde in Kolossenzen:

“Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zienlijk en die onzienlijk zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen” (Kolossenzen 1:16 STV).

Ook hier is de taal totaal. Alle dingen zijn door Hem geschapen. Alle dingen zijn tot Hem geschapen. Christus is dus niet alleen Degene door Wie God schiep, maar ook Degene tot Wie alles geschapen is.

Wie Christus tot schepsel maakt, botst frontaal met deze woorden. Want Paulus plaatst Hem niet binnen de categorie “geschapen dingen”, maar boven alle geschapen dingen als hun Oorsprong, Middelaar en Doel.

 

Uit Hem, door Hem en tot Hem

Romeinen 11:36 geeft een machtige samenvatting van Gods verhouding tot alle dingen:

“Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen” (Romeinen 11:36 STV).

Alle dingen zijn uit Hem. God is de Bron.
Alle dingen zijn door Hem. God is de Werkende.
Alle dingen zijn tot Hem. God is het Doel.

Romeinen 11:36 laat zien dat alle dingen uit God, door God en tot God zijn. Kolossenzen 1:16 past diezelfde heerlijkheid toe op Christus: alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen.

Daarmee ontstaat geen concurrentie tussen God en Christus. Integendeel. Het laat zien Wie Christus werkelijk is. Hij deelt niet in de eer van een schepsel, maar in de heerlijkheid van God Zelf.

Daarom is de aanbidding van Christus geen afgoderij. Het zou afgoderij zijn als Hij een schepsel was. Maar omdat Hij God is, is het ongeloof als men Hem die eer onthoudt.

 

Waarom Christus geen schepsel kan zijn

De redenering van Johannes is eenvoudig en vernietigend voor elke leer die Christus tot schepsel maakt.

Als alle dingen die gemaakt zijn door het Woord gemaakt zijn, dan behoort het Woord Zelf niet tot de gemaakte dingen. Anders zou Hij Zichzelf gemaakt moeten hebben. Dat is onmogelijk.

Johannes verdeelt de werkelijkheid in twee categorieën: het Woord en alles wat door het Woord gemaakt is. Christus staat niet in de tweede categorie, maar in de eerste. Hij is niet één van de dingen die gemaakt zijn. Hij is Degene door Wie alle dingen gemaakt zijn.

Daarom kan men niet tegelijk Johannes 1 geloven en beweren dat Christus een geschapen wezen is. Die twee sluiten elkaar uit.

Ook Kolossenzen 1 laat dat zien. Paulus zegt niet dat sommige dingen door Christus geschapen zijn. Hij zegt:

“Alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen” (Kolossenzen 1:16 STV).

Als alle dingen door Hem en tot Hem geschapen zijn, dan is Hij de Schepper en het Doel van de schepping. Dat kan van geen enkel schepsel gezegd worden.

Een engel kan dienen. Een profeet kan spreken. Een koning kan regeren. Een apostel kan getuigen. Maar geen enkel schepsel kan de Bron, Middelaar en het Doel van alle dingen zijn. Die plaats behoort aan God alleen.

 

De Schepper kwam tot het Zijne

Johannes schrijft vervolgens:

“Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt; en de wereld heeft Hem niet gekend. Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen” (Johannes 1:10-11 STV).

Dat is de aangrijpende tragedie van de mensheid. De Schepper kwam in Zijn eigen wereld, maar de wereld herkende Hem niet. Hij kwam tot het Zijne, maar de Zijnen namen Hem niet aan.

Hier ligt ook de ernst van alle dwaalleer over Christus. Het gaat niet om een klein verschil in terminologie. Wie Christus verlaagt, miskent Hem in Zijn heerlijkheid. Wie Hem tot schepsel maakt, spreekt Hem tegen Die zegt dat alle dingen door Hem gemaakt zijn.

De wereld heeft Hem niet gekend. Maar religie kan Hem óók missen. Men kan over Jezus spreken, Hem bewonderen, Hem profeet noemen, Hem voorbeeld noemen, Hem zelfs “zoon” noemen in een uitgeholde betekenis, en toch weigeren Hem te erkennen als het eeuwige Woord, God geopenbaard in het vlees.

 

Kinderen Gods door Hem

Johannes blijft niet steken bij de afwijzing. Hij schrijft:

“Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven” (Johannes 1:12 STV).

Let goed op: men wordt geen kind van God door natuurlijke afkomst, religieuze traditie, menselijke wilskracht of kerkelijke aansluiting!.

Johannes vervolgt:

“Welke niet uit den bloede, noch uit den wil des vleses, noch uit den wil des mans, maar uit God geboren zijn” (Johannes 1:13 STV).

De Schepper geeft leven. Het Woord in Wie het leven was, brengt mensen tot nieuw leven. Daarom is de belijdenis van Christus als Schepper direct verbonden met wedergeboorte. Hij is niet slechts een leraar Die informatie geeft. Hij is het Leven Zelf.

“In Hetzelve was het Leven, en het Leven was het Licht der mensen” (Johannes 1:4 STV).

Wie Hem ontvangt, ontvangt niet slechts een leer, maar leven. Wie in Zijn Naam gelooft, wordt uit God geboren.

 

Genade en waarheid door Jezus Christus

Johannes zet Mozes en Christus naast elkaar, niet om Mozes te verachten, maar om Christus te verheerlijken:

“Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden” (Johannes 1:17 STV).

Mozes was een dienstknecht. Christus is de Zoon. Mozes ontving en gaf de wet. Christus bracht genade en waarheid in alle volheid. Mozes wees vooruit. Christus is de vervulling.

De wet eist. Christus geeft.
De wet legt schuld bloot. Christus brengt verzoening.
De wet veroordeelt de zondaar. Christus redt de schuldige door genade.

Daarom is het Evangelie niet dat de mens zichzelf opwerkt tot God, maar dat God in Christus tot de mens kwam. De Schepper werd vlees. De Rechter werd Verlosser. Het Licht kwam in de duisternis.

 

De Zoon verklaart de Vader

Johannes sluit zijn majestueuze inleiding af met deze woorden:

“Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard” (Johannes 1:18 STV).

Christus verklaart God. Niet als iemand die van buitenaf iets over God geleerd heeft, maar als de eniggeboren Zoon, Die in de schoot des Vaders is. Hij kent de Vader volkomen. Hij openbaart de Vader volkomen.

Wie Hem ziet, ziet geen schepsel dat iets van God weerspiegelt, maar de Zoon Die de Vader verklaart.

Daarom kan niemand om Christus heen. Niet de theoloog. Niet de scepticus. Niet de religieuze mens. Niet de moderne vrijzinnige. Niet de sekte die Hem verlaagt tot schepsel. Niet de vrome mens die Hem prijst, maar Hem niet werkelijk aanbidt.

De vraag is niet of wij Jezus een plaats willen geven in ons denken. De vraag is of wij buigen voor Wie Hij volgens de Schrift is.

 

Aanbidding is de enige passende reactie

De Bijbelse lijn is helder.

Het Woord was er in den beginne.
Het Woord was bij God.
Het Woord was God.
Alle dingen zijn door Hem gemaakt.
Zonder Hem is niets gemaakt dat gemaakt is.
Het Woord is vlees geworden.
Alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen.
Alle dingen zijn uit Hem, door Hem en tot Hem.

Daarom is de conclusie onontkoombaar: de Here Jezus Christus is geen schepsel, maar Schepper.

Wie Hem kleiner maakt, maakt het Evangelie kleiner. Wie Hem tot schepsel maakt, berooft Hem van Zijn heerlijkheid. Wie Hem slechts ziet als voorbeeld, mist Hem als Verlosser. Wie Hem slechts ziet als gezant, mist Hem als het eeuwige Woord.

Maar wie Hem gelooft zoals de Schrift Hem openbaart, ziet in Hem de heerlijkheid van God.

“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond, en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader, vol van genade en waarheid” (Johannes 1:14 STV).

Johannes 1 dwingt ons tot aanbidding. Niet tot vage bewondering, maar tot diepe erkenning: Hij Die in nederigheid kwam, is de eeuwige Schepper. Hij Die verworpen werd door de wereld, is Degene door Wie de wereld gemaakt is. Hij Die vlees werd, is het Woord Dat God was.

Daarom eindigt alle echte Bijbelse Christusbelijdenis niet in discussie, maar in aanbidding.

Wie de Schrift laat spreken, komt bij deze belijdenis uit: Jezus Christus is het eeuwigblijvende Woord, geen schepsel maar Schepper, en alle dingen zijn uit Hem, door Hem en tot Hem.

“Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen” (Romeinen 11:36 STV).

 

Geverifieerd door MonsterInsights