Is de Bijbel vervalst?

Hét probleem voor de Koran

Is de Bijbel vervalst volgens de Koran?

Is de Bijbel vervalst? Soera 5:44-48 noemt Thora en Evangelie leiding en licht, terwijl Soera 6:115 zegt dat niemand Allah’s woorden kan veranderen. Wat betekent dat voor de islamitische corruptieclaim?

Is de Bijbel vervalst? Het is waarschijnlijk een van de bekendste islamitische bezwaren tegen het christendom.

“Jullie Bijbel is niet meer het oorspronkelijke Woord van God. De Thora en het Evangelie zijn vervalst.”

Dat klinkt als een gemakkelijke oplossing.

De Bijbel zegt dat Jezus werd gekruisigd, maar de Koran ontkent dat? De Bijbel is vervalst.

Het Evangelie presenteert Jezus als veel meer dan een profeet, maar de Koran bestrijdt Zijn godheid? De Bijbel is vervalst.

Jezus sterft volgens het Nieuwe Testament voor onze zonden, maar dat past niet binnen de islamitische leer? De Bijbel is vervalst.

Maar er is één groot probleem:

De Koran zelf lijkt deze eenvoudige uitweg niet te geven.

Sterker nog: wie Soera 5:44-48, Soera 6:115 en Soera 10:94 naast elkaar legt, krijgt een aantal vragen op tafel die de populaire islamitische claim over de corruptie van de Bijbel bijzonder moeilijk en ingewikkeld maken.

Laten we daarom geen kerkelijke geloofsbelijdenis als uitgangspunt nemen.

Laten we de Koran zelf ondervragen.

Is de Bijbel vervalst volgens de Koran - Thora, Evangelie en Koran onderzocht
De Bijbel vervalst? Het probleem voor de Koran

 

Wat zegt Soera 5:44 over de Thora?

We beginnen bij Soera 5:44:

“Voorwaar, Wij hebben de Thora neergezonden, waarin leiding en licht is.”

Let goed op wat hier wordt gezegd.

De Thora wordt niet voorgesteld als menselijke religieuze folklore.

Allah zou haar hebben neergezonden.

En daarin waren:

leiding en licht.

Daarover bestaat volgens de Koran dus geen discussie: de Thora heeft haar oorsprong bij God.

Dat leidt onmiddellijk tot onze eerste vraag:

Was de Thora werkelijk het Woord van Allah?

Als het antwoord ja is, gaan we verder.

 

Wat zegt Soera 5:46 over het Evangelie?

Soera 5:46 gaat verder:

“En Wij deden Jezus, de zoon van Maria, in hun voetsporen volgen, als bevestiger van wat vóór hem van de Thora was. En Wij gaven hem het Evangelie, waarin leiding en licht was…”

Opnieuw dezelfde structuur.

De Thora: van Allah.

Het Evangelie: van Allah.

De Thora: leiding en licht.

Het Evangelie: leiding en licht.

Bovendien bevestigt Jezus volgens dit vers de Thora die vóór Hem kwam.

Dus de volgende vraag:

Was het Evangelie werkelijk een openbaring van Allah waarin leiding en licht was?

Als het antwoord opnieuw ja is, hebben we inmiddels dus twee goddelijke openbaringen:

Thora en Evangelie.

Nu wordt het interessant.

 

Waarom moeten christenen volgens Soera 5:47 het Evangelie volgen?

Lees vervolgens Soera 5:47:

“En laten de mensen van het Evangelie oordelen volgens wat Allah daarin heeft neergezonden.”

Hier wordt het probleem aanzienlijk groter.

Er staat niet:

“Laat de mensen van het Evangelie proberen te reconstrueren wat Jezus eeuwen geleden misschien ontvangen heeft.”

Er staat ook niet:

“Het Evangelie is inmiddels verdwenen, dus wacht op Mohammed.”

De mensen van het Evangelie worden aangesproken op wat Allah daarin heeft neergezonden.

Dan ligt een eenvoudige vraag voor de hand:

Hoe kunnen christenen volgens het Evangelie oordelen wanneer zij het Evangelie niet meer betrouwbaar bezitten?

Dat is beslist géén instink-vraag.

Die vraag ontstaat rechtstreeks uit de Koran.

Als het Evangelie vóór Mohammed tekstueel zo zwaar gecorrumpeerd was dat zijn leer over Jezus, kruisiging, verzoening en opstanding niet meer betrouwbaar was, waarom worden de mensen van het Evangelie dan opgedragen te oordelen naar wat Allah daarin heeft geopenbaard?

Hoe moesten zij onderscheid maken tussen het oorspronkelijke Woord van Allah en de vermeende latere vervalsingen?

Waar geeft de Koran hun daarvoor de tekstkritische handleiding?

 

Welke eerdere Schrift bevestigt de Koran in Soera 5:48?

Dan Soera 5:48:

“En Wij hebben aan jou het Boek met de waarheid neergezonden, ter bevestiging van wat er vóór was van de Schrift…”

Hier komt de zaak op scherp te staan.

De Koran presenteert zichzelf als bevestiging van eerdere Schrift.

Prima.

Dan willen we weten:

Welke Schrift?

Welke Thora?

Welk Evangelie?

Want als de Koran een verdwenen oorspronkelijke Thora en een verdwenen oorspronkelijk Evangelie bedoelt die niemand meer bezit, moet dat worden bewezen.

Waar zijn die teksten?

Waar zijn de manuscripten?

Waar zijn de citaten?

Welke Joodse of christelijke gemeenschappen bezaten ze?

Hoe weten we wat erin stond?

En vooral:

Waar is het historische Evangelie waarin Jezus exact de Isa van de Koran is?

Dit kan niet worden opgelost door eenvoudig te antwoorden:

“Het oorspronkelijke Evangelie was anders.”

Dat is geen antwoord.

Dat is dus de bewering die bewezen moet worden.

 

Wanneer zou de Bijbel volgens de islam zijn vervalst?

Nu wordt een concrete datering noodzakelijk.

Wanneer vond die grote corruptie van de Bijbel plaats?

Vóór Mohammed of ná Mohammed?

Dat is geen detail. Het is cruciaal.

Stel dat de Bijbel vóór Mohammed reeds fundamenteel gecorrumpeerd was.

Dan hebben we een probleem met Soera 5.

Waarom noemt de Koran de Thora en het Evangelie dan “leiding en licht”?

Waarom worden de mensen van het Evangelie opgedragen volgens het Evangelie te oordelen?

Waarom presenteert de Koran zichzelf als bevestiging van eerdere Schrift?

Maar stel dat de corruptie pas ná Mohammed plaatsvond.

Dan ontstaat een historisch nog groter probleem.

Want dan zou moeten worden aangetoond dat christenen in de zevende eeuw een wezenlijk andere Bijbel bezaten dan wij nu hebben.

Waar is die Bijbel?

Waar zijn de manuscripten?

Waar zijn de christelijke schrijvers die uit dat andere Evangelie citeren?

Waar is de tekst waarin Jezus niet wordt gekruisigd?

Waar is het Evangelie waarin Zijn opstanding ontbreekt?

Waar is het Evangelie waarin Hij slechts de islamitische Isa is?

Laat het zien.

 

Soera 6:115: kan iemand de woorden van Allah veranderen?

En nu komen we bij Soera 6:115:

“En het Woord van jouw Heer is tot voltooiing gekomen in waarachtigheid en rechtvaardigheid. Niemand kan Zijn Woorden veranderen.”

Dat levert een buitengewoon interessante combinatie op.

Volgens Soera 5 gaf Allah de Thora.

Volgens Soera 5 gaf Allah het Evangelie.

Volgens Soera 6 kan niemand Zijn woorden veranderen.

Dan stel ik een eenvoudige vraag:

Zijn de Thora en het Evangelie woorden van Allah of niet?

Als het antwoord nee is, ontstaat een probleem met Soera 5.

Als het antwoord ja is, ontstaat een probleem met de gebruikelijke bewering dat mensen Gods openbaring zodanig konden veranderen dat wij eeuwenlang een fundamenteel vervalste boodschap voor Gods Woord hebben aangezien.

Men kan natuurlijk antwoorden dat “niemand kan Zijn woorden veranderen” in Soera 6:115 iets anders betekent.

Prima.

Maar toon dat dan vanuit de tekst aan.

Want alleen roepen:

“De Bijbel is vervalst”

betekent niks wanneer je eigen heilige boek eerst verklaart dat God de Thora en het Evangelie gaf en vervolgens zegt dat niemand Zijn woorden kan veranderen.

 

Soera 10:94: waarom verwijst de Koran naar eerdere Schriftlezers?

Dan wordt het nog merkwaardiger.

Soera 10:94 zegt:

“En als jij in twijfel verkeert over wat Wij tot jou hebben neergezonden, vraag dan degenen die de Schrift vóór jou lazen.”

Stop hier even.

Wie zijn deze mensen?

Mensen die de Schrift lezen.

Wanneer?

In de wereld waarin de Koran verschijnt.

En juist naar deze mensen wordt verwezen.

Maar volgens de populaire islamitische verdediging zouden de geschriften van Joden en christenen toen al zodanig gecorrumpeerd zijn geweest dat wij ze niet als betrouwbare maatstaf tegenover de Koran mogen gebruiken.

Dan moet de vraag gesteld worden:

Waarom zou Allah iemand verwijzen naar lezers van gecorrumpeerde geschriften?

Stel je de consequentie eens voor.

De Schrift zou niet meer betrouwbaar zijn.

Christenen zouden verkeerde boeken hebben.

De oorspronkelijke boodschap van Jezus zou verloren zijn gegaan.

Centrale leerstukken zouden zijn binnengeslopen.

En vervolgens zegt de Koran:

Vraag degenen die de Schrift vóór jou lazen.

Waarom?

Welke Schrift lazen zij dan?

Hadden christenen in Mohammeds tijd het Evangelie of niet?

Dit is een vraag waarop een ondubbelzinnig duidelijk antwoord nodig is.

Hadden de christenen in de zevende eeuw het Evangelie waarover de Koran spreekt?

Als het antwoord ja is:

Uitstekend.

Dan kunnen we onderzoeken welke evangeliën christenen in en vóór de zevende eeuw daadwerkelijk lazen.

En dan ontstaat het probleem onmiddellijk.

De boeken van Mattheüs, Markus, Lukas en Johannes bestonden eeuwen vóór Mohammed.

Daarin wordt Jezus gekruisigd.

Daarin staat Zijn opstanding centraal.

Daarin wordt Hij niet gepresenteerd als slechts een gewone menselijke profeet.

Mattheüs eindigt bijvoorbeeld met:

“Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in den Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes” (Mattheüs 28:19, STV).

Vanuit strikt islamitisch perspectief is dat bepaald geen onschuldige tekst.

De Zoon staat binnen één doopformule naast de Vader en de Heilige Geest.

Als de christenen in Mohammeds tijd dit Evangelie bezaten, moet worden verklaard waarom de Koran hen niet simpelweg waarschuwt:

“Jullie boek is tekstueel vervalst; vertrouw het niet.”

Maar als het antwoord nee is — zij bezaten het oorspronkelijke Evangelie niet meer — dan komen we opnieuw bij Soera 5:47:

Hoe konden de mensen van het Evangelie dan oordelen volgens wat Allah daarin had neergezonden?

 

Is de Bijbel vervalst omdat hij de Koran tegenspreekt?

Hier moeten we misschien de ongemakkelijkste vraag stellen.

Hoe weten moslims eigenlijk dat de Bijbel gecorrumpeerd is?

Wanneer de redenering uiteindelijk neerkomt op:

“De Bijbel zegt X, maar de Koran zegt Y, dus de Bijbel moet veranderd zijn”

dan hebben we geen onafhankelijk historisch bewijs voor corruptie.

Dan hebben we een cirkelredenering.

De Koran is waar.

Daarom moet alles wat de Koran tegenspreekt verkeerd zijn.

De Bijbel spreekt de Koran tegen.

Dus de Bijbel is verkeerd.

En hoe weten we vervolgens dat de Koran gelijk heeft?

Omdat de Bijbel gecorrumpeerd is.

Dat bewijst niets.

Het veronderstelt precies wat bewezen moet worden.

 

Wáár is het oorspronkelijke Evangelie van Jezus?

Daarom kom ik steeds weer terug bij dezelfde eenvoudige vraag:

Waar is het Evangelie dat volgens de islam werkelijk aan Jezus werd gegeven?

Niet:

“Allah weet waar het is.”

Niet:

“Het moet bestaan hebben.”

Niet:

“De Koran zegt dat Jezus het kreeg.”

Ik vraag naar historisch bewijs.

Waar is het?

Wat stond erin?

Wie las het?

Wie citeerde het?

Wanneer verdween het?

Wie verving het?

Hoe kon die vervanging overal zo succesvol plaatsvinden?

En waarom beschikken we over christelijke teksten van eeuwen vóór Mohammed die juist de boodschap verkondigen die de islam later afwijst?

Een hypothetisch verloren boek kan theoretisch ieder probleem oplossen.

Je kunt immers altijd zeggen:

“Het oorspronkelijke boek zei precies wat mijn latere boek zegt, maar helaas is het verdwenen.”

Maar historisch gezien bewijst dat niets zolang daarvoor geen bewijs wordt geleverd.

 

Bevestigt de Koran de Bijbel of corrigeert hij hem?

Dit brengt ons uiteindelijk bij een taalkundig eenvoudige maar inhoudelijk vernietigende vraag:

Wat betekent “bevestigen”?

Stel dat ik zeg:

“Ik bevestig het getuigenis van deze man.”

En dan zeg ik:

“Hij heeft het verkeerd over de belangrijkste gebeurtenis, hij heeft het verkeerd over de identiteit van de hoofdpersoon, hij heeft het verkeerd over wat er met hem gebeurde en hij heeft het verkeerd over de betekenis daarvan.”

Bevestig ik zijn getuigenis dan ??

Dat is ongeveer het probleem waarmee we hier geconfronteerd worden.

Het Evangelie verkondigt de kruisiging van Christus.

De Koran ontkent dat Hij werd gekruisigd.

Het Evangelie verkondigt Zijn opstanding.

Het Nieuwe Testament stelt Zijn dood en opstanding centraal in Gods verlossend handelen.

Het Nieuwe Testament presenteert Jezus bovendien op een wijze die ver uitstijgt boven de islamitische categorie van een gewone profeet.

En toch zou de Koran deze eerdere openbaring bevestigen.

Hoeveel kun je van een boodschap ontkennen voordat “bevestigen” ophoudt bevestigen te betekenen?

 

Het islamitische dilemma: Koran, Thora en Evangelie

Daarmee ontstaat wat wel het islamitische dilemma wordt genoemd.

De islam staat voor een lastige keuze.

De Thora en het Evangelie waren in Mohammeds tijd betrouwbaar.

Dan mogen we hun inhoud vergelijken met de Koran.

En dan ontstaan ernstige tegenstellingen.

De Thora en het Evangelie waren vóór Mohammed reeds tekstueel gecorrumpeerd.

Dan moet worden uitgelegd waarom de Koran ze “leiding en licht” noemt, de mensen van het Evangelie opdraagt naar Gods openbaring daarin te oordelen, eerdere Schrift bevestigt en naar mensen verwijst die die Schrift lezen.

Alleen een inmiddels verloren oorspronkelijke Thora en een verloren oorspronkelijk Evangelie waren betrouwbaar.

Dan willen we historisch bewijs zien dat deze alternatieve teksten daadwerkelijk hebben bestaan in de vorm die de islam nodig heeft.

Niet een theorie.

Niet een vaak herhaalde aanname.

Bewijs.

 

Misschien staat de Bijbel wel helemaal niet terecht

Dit is precies waarom het gesprek moet worden omgedraaid.

In islamitische polemiek staat de Bijbel vaak als verdachte in de beklaagdenbank:

“Jullie hebben Gods Woord veranderd.”

Maar wanneer we om bewijs vragen, wordt dikwijls de Koran zelf als maatstaf gebruikt om te bepalen wat in de Bijbel oorspronkelijk geweest moet zijn.

Dat is onvoldoende.

Misschien moet de Koran zelf eens plaatsnemen in de getuigenbank.

En dan stellen we slechts vragen.

Heeft Allah de Thora gegeven?

Volgens Soera 5:44: ja.

Heeft Allah het Evangelie gegeven?

Volgens Soera 5:46: ja.

Moesten de mensen van het Evangelie oordelen volgens wat Allah daarin had geopenbaard?

Volgens Soera 5:47: ja.

Bevestigt de Koran eerdere Schrift?

Volgens Soera 5:48: ja.

Kan iemand de woorden van Allah veranderen?

Soera 6:115 zegt dat niemand Zijn woorden kan veranderen.

Verwijst de Koran naar mensen die eerdere Schrift lazen?

Volgens Soera 10:94: ja.

Goed.

Dan blijft er één vraag over.

 

Wáár is het historische bewijs dat de Bijbel is vervalst?

Niet dat christenen teksten verschillend hebben geïnterpreteerd.

Niet dat kopiisten ooit varianten hebben gemaakt.

Niet dat er verschillende Bijbelhandschriften bestaan.

De islamitische corruptieclaim die hier ter discussie staat is veel groter.

Er wordt beweerd dat de boodschap die wij in eeuwenoude Bijbelse manuscripten aantreffen zodanig afwijkt van de oorspronkelijke goddelijke openbaring dat de Koran zes eeuwen na Christus nodig was om de ware Jezus opnieuw bekend te maken.

Waar is het bewijs voor die enorme historische bewering?

Waar is het manuscript van vóór de vervalsing?

Waar zien we de overgang?

Waar zien we een vroege christelijke gemeenschap die het “islamitische Evangelie” leest?

Waar vinden we vóór Mohammed het Evangelie waarin Jezus niet gekruisigd wordt en slechts de koranische Isa is?

Dat zijn vragen waarop

“jullie Bijbel is vervalst”

geen antwoord is.

Dat is slechts het herhalen van de beschuldiging.

 

Aan jou als moslim: onderzoek zélf Koran en Evangelie

Ik schrijf dit niet omdat ik wil , hoop of denk dat je minder serieus over je geloof nadenkt.

Integendeel.

Neem je geloof serieus genoeg om deze vragen niet uit de weg te gaan.

Wanneer iemand je altijd heeft verteld dat de Bijbel vervalst is, vraag dan eens:

Waar is dan het bewijs?

Wanneer iemand zegt dat het oorspronkelijke Evangelie iets anders leerde, vraag:

Waar kan ik dat oorspronkelijke Evangelie lezen?

Wanneer iemand zegt dat de christenen hun Schrift hebben veranderd, vraag:

Wanneer gebeurde dat precies?

En wanneer je vervolgens ontdekt dat wij manuscripten en christelijke geschriften hebben van eeuwen vóór Mohammed waarin Jezus wordt gekruisigd, opstaat en veel meer is dan slechts een profeet, stel dan de moeilijkste vraag van allemaal:

Wat als niet het Evangelie het probleem is?

Wat als de latere Koran niet werkelijk bevestigt wat het Evangelie al eeuwen verkondigde?

Lees daarom de Koran.

Maar lees óók het Evangelie.

Niet door de bril van wat iemand je verteld heeft dat er zou moeten staan.

Lees wat er daadwerkelijk staat.

En wees vervolgens ook eerlijk en consequent.

Want wanneer de Koran zegt dat Allah het Evangelie gaf als “leiding en licht”, dan verdient dat Evangelie op zijn minst iets beters dan de onbewezen beschuldiging:

“Het is vervalst.”

Waarheid hoeft nooit beschermd te worden tegen onderzoek.

“Beproeft alle dingen; behoudt het goede.” (1 Thessalonicenzen 5:21, STV)

Lees ook:

De vervalste Bijbel? De mythe die instort onder 5000 manuscripten – Bijbelse basis

Het Islamitisch dilemma – Bijbelse basis

Waarheid of leugen, allah: waarachtig of een bedrieger? – Bijbelse basis

Het Islamitisch dilemma 2 – Bijbelse basis

De koran, de Bijbel en het islamitisch dilemma – Bijbelse basis

 

Lees ook: (extern)

De Koran is onjuist, omdat de Koran het zegt – De waarheid over de islam

Islam en de Bijbel – Zoeklicht

Hebben Christenen de Bijbel verdraaid? – Logos Instituut

 

 

De Godheid van Jezus in het Oude Testament

Geen late christelijke uitvinding

Wie beweert dat de eerste christenen van Jezus pas later God hebben gemaakt, loopt tegen een groot probleem aan: het Oude Testament zelf.

De gedachte dat Jezus Christus God is, maar toch onderscheiden is van de Vader, verschijnt namelijk niet ineens uit het niets in het Nieuwe Testament. Lang voordat Johannes schreef dat het Woord bij God was én God was, vinden we in de Hebreeuwse Schriften opmerkelijke passages waarin de HEERE Zich zichtbaar openbaart, waarin Hij van de HEERE onderscheiden wordt en toch Zelf als de HEERE wordt aangeduid.

Dat maakt een veelgehoorde moderne bewering uiterst kwetsbaar: de Godheid van Christus is niet het product van een kerkvergadering eeuwen na Jezus. De wortels ervan liggen diep verankerd in de Schrift zelf.

 

Godheid Jezus in het oude Testament

Eén God, en toch een opmerkelijk onderscheid

Het uitgangspunt van Israël was erg duidelijk:

“Hoor, Israël! de HEERE, onze God, is een enig HEERE!” (Deuteronomium 6:4, STV)

Het Bijbelse geloof is geen geloof in meerdere goden. De HEERE is één.

Juist daarom is Johannes 1 zo indrukwekkend:

“In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.” (Johannes 1:1, STV)

Let op beide elementen.

Het Woord was bij God. Er is dus onderscheid.

En het Woord was God. Er is dus ook volledige Goddelijke identiteit.

Soms wordt beweerd dat Johannes hier onder invloed van Griekse filosofie een totaal nieuw concept introduceerde. Maar daarvoor hoeven we helemaal niet naar Plato of andere Griekse denkers. Johannes kende zijn eigen Schriften.

En juist daarin vinden we het Woord des HEEREN op een manier voorgesteld die veel verder gaat dan een geluid of een boodschap.

 

Een HEERE op aarde en een HEERE in de hemel?

Een van de opmerkelijkste teksten vinden we al in Genesis.

Bij het oordeel over Sodom en Gomorra lezen we:

“Toen deed de HEERE zwavel en vuur over Sodom en over Gomorra regenen, van den HEERE uit den hemel.” (Genesis 19:24, STV)

Lees die zin nog eens heel goed.

De HEERE doet vuur regenen van de HEERE uit de hemel.

Waarom wordt dat zo geformuleerd?

Wanneer men vooraf beslist dat het Oude Testament nooit onderscheid binnen de Goddelijke identiteit kan bevatten, wordt zo’n tekst lastig. Maar wanneer we de Schrift eerst laten spreken voordat we ons systeem opleggen, zien we iets opvallends.

Er is één HEERE.

En toch kan de Schrift spreken over de HEERE in relatie tot de HEERE.

Genesis 19 staat daarin niet op zichzelf

Wie stond er in de brandende braambos?

In Exodus 3 ontmoet Mozes God bij de brandende braambos.

Maar kijk hoe het verhaal begint.

Eerst verschijnt de Engel des HEEREN aan Mozes in het vuur. Even later zegt de tekst dat de HEERE ziet dat Mozes naderbij komt en dat God tot hem spreekt vanuit de braambos.

Wie bevindt Zich daar?

De Engel des HEEREN?

De HEERE?

God?

Het opmerkelijke antwoord van de tekst is dat deze benamingen door elkaar heen worden gebruikt.

Dat is belangrijk. Deze Engel blijkt geen gewone geschapen boodschapper te zijn die toevallig namens God spreekt. Hij wordt op verschillende plaatsen op een manier met God geïdentificeerd die bij gewone engelen ondenkbaar zou zijn.

 

De Engel in Wie Gods Naam is

Dat blijkt ergduidelijk in Exodus 23.

God belooft Israël een Engel die hen zal leiden.

Over Hem zegt God:

“Hoedt u voor Zijn aangezicht, en zijt Zijner stem gehoorzaam, en verbittert Hem niet; want Hij zal ulieder overtreding niet vergeven; want Mijn Naam is in het binnenste van Hem.” (Exodus 23:21, STV)

Dat is buitengewoon sterke taal.

Deze Engel draagt Gods gezag. Israël moet Hem gehoorzamen. Tegen Hem in opstand komen heeft consequenties die verbonden zijn met zonde tegen God.

En vervolgens komt de verklaring:

“Mijn Naam is in het binnenste van Hem.”

In de Bijbel is Gods Naam niet maar een verzameling letters. Gods Naam vertegenwoordigt Hemzelf, Zijn gezag, aanwezigheid en wezen.

Wanneer God dus zegt dat Zijn Naam in deze Engel is, hebben we niet te maken met zomaar een hemelse boodschapper.

Deze Engel is de zichtbare openbaring van de HEERE.

 

Wie heeft Israël uit Egypte geleid?

Vraag een Bijbellezer wie Israël uit Egypte verloste en het antwoord zal terecht zijn: God.

Maar dan wordt het interessant.

Op verschillende plaatsen wordt diezelfde verlossing toegeschreven aan de HEERE, aan Zijn aanwezigheid én aan de Engel des HEEREN.

Dat betekent niet dat de Bijbel zichzelf tegenspreekt.

Het betekent dat de Schrift deze Goddelijke Engel kan vereenzelvigen met Degene Die Israël verloste.

De Engel kan zelfs spreken alsof Hij Zelf degene is Die Israël uit Egypte heeft geleid.

Dat verklaart waarom dit patroon later zo belangrijk wordt voor het begrijpen van Christus.

De Engel die zegt: Ik ben de God van Bethel

In Genesis 31 vertelt Jakob over een droom waarin de Engel Gods tot hem spreekt.

En dan in vers 13 zegt deze Engel iets verbazingwekkends: Hij identificeert Zich met de God Die Jakob eerder te Bethel had ontmoet.

Niet:

“Ik ben door de God van Bethel gezonden.”

Niet:

“Ik vertegenwoordig de God van Bethel.”

Hij identificeert Zich met die God.

Opnieuw zien we hetzelfde patroon: de Engel wordt onderscheiden en toch tegelijkertijd met God vereenzelvigd.

Wie het Nieuwe Testament kent, begint inmiddels waarschijnlijk te begrijpen waarom dit zo belangrijk is.

 

Jakobs zegen: God en de Engel samengebracht

Nog duidelijker wordt het in Genesis 48 wanneer Jakob Efraïm en Manasse zegent.

Jakob spreekt over de God voor Wiens aangezicht Abraham en Izak wandelden, over de God Die hem zijn hele leven geweid heeft en vervolgens over:

“De Engel, Die mij verlost heeft van alle kwaad…” (Genesis 48:16, STV)

Maar vervolgens vraagt Jakob niet dat zij de jongens zullen zegenen, alsof God en de Engel twee losstaande wezens zijn.

De zegen wordt als één geheel uitgesproken.

Dat maakt het te gemakkelijk om simpelweg te zeggen: “De Engel spreekt alleen namens God.”

Hier spreekt de Engel namelijk helemaal niet.

Jakob spreekt over Hem.

En Jakob plaatst deze Engel binnen de Goddelijke identiteit.

 

Het Woord des HEEREN werd gezien

Daarmee komen we bij een tweede belangrijke lijn: het Woord des HEEREN.

Wij zijn gewend aan formuleringen als: “Het Woord des HEEREN kwam tot…” en denken dan automatisch aan een stem in het hoofd van een profeet.

Maar sommige oudtestamentische teksten laten een groter beeld zien.

In Genesis 15 komt het Woord des HEEREN tot Abram in een gezicht.

Een gezicht is iets wat men ziet.

Dat klinkt misschien eenvoudig, maar het nogal verstrekkende gevolgen.

Het Woord des HEEREN is in bepaalde passages niet alleen iets wat gehoord wordt. Het Woord verschijnt.

 

De HEERE verscheen door het Woord des HEEREN

Ook in de geschiedenis van Samuel is dit bijzonder duidelijk.

Aan het begin van 1 Samuël 3 wordt gezegd dat het Woord des HEEREN schaars was en dat er weinig gezichten waren.

Later wordt beschreven dat de HEERE kwam en stond.

Aan het einde lezen we:

“En de HEERE voer voort te verschijnen te Silo; want de HEERE openbaarde Zich aan Samuël te Silo door het woord des HEEREN.” (1 Samuël 3:21, STV)

Let op het taalgebruik.

De HEERE verscheen.

De HEERE openbaarde Zich.

En dat gebeurde door het Woord des HEEREN.

Wanneer Johannes eeuwen later schrijft over het Woord dat bij God was en God was, hoeft hij daarvoor helemaal geen vreemd filosofisch systeem te importeren.

Zijn Bijbel had hem al voorbereid.

 

Het Woord dat vlees werd

Dan krijgt Johannes 1:14 ineens nog veel meer diepte:

“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond…” (Johannes 1:14, STV)

Het Woord dat in de Hebreeuwse Schriften verschijnt, spreekt en God openbaart, wordt vlees.

Johannes presenteert Jezus dus niet als een mens die later tot Goddelijke status werd verheven.

Het is precies andersom.

Degene Die reeds God was, kwam in het vlees.

De incarnatie is niet de vergoddelijking van een mens.

Het is de vleeswording van het eeuwige Woord.

 

Jeremia werd zelfs aangeraakt

Jeremia 1 maakt het beeld nog sterker.

Het Woord des HEEREN komt tot Jeremia. Vervolgens lezen we:

“En de HEERE stak Zijn hand uit, en roerde mijn mond aan…” (Jeremia 1:9, STV)

Nu is er niet alleen sprake van horen.

Niet alleen van zien.

Er wordt gesproken over een hand en over aanraking.

Het Oude Testament kent dus zeker verschijningen waarin God Zich in een zichtbare, menselijke vorm openbaart.

Dat betekent uiteraard niet dat de vleeswording al vóór Bethlehem had plaatsgevonden. Johannes zegt uitdrukkelijk dat het Woord vlees werd.

Maar het betekent wel dat zichtbare manifestaties van de HEERE geen nieuwtestamentische noviteit zijn.

 

De onzichtbare God en Zijn zichtbare openbaring

Wanneer we deze teksten naast elkaar leggen, ontstaat een opmerkelijk patroon.

Aan de ene kant is God verheven en onzichtbaar.

Aan de andere kant verschijnt God zichtbaar aan mensen.

De Schrift gebruikt daarbij onder andere:

  • de Engel des HEEREN;
  • het Woord des HEEREN;
  • Gods Naam;
  • een zichtbare Goddelijke Persoon;
  • en later de Mensenzoon.

Dat helpt ons begrijpen waarom Johannes kan zeggen dat niemand God ooit gezien heeft en tegelijkertijd kan spreken over de Zoon Die Hem bekendgemaakt heeft.

De onzichtbare God wordt gekend door Zijn zichtbare openbaring.

En in het Nieuwe Testament wordt duidelijk Wie die zichtbare openbaring in zijn volheid is: Jezus Christus.

 

De Goddelijke Wolkenrijder

Een van de krachtigste aanwijzingen vinden we in Daniël 7.

In verschillende oudtestamentische teksten is rijden op of komen met de wolken een kenmerk van de HEERE. De wolken behoren tot Zijn majesteit en hemelse heerschappij.

Maar in Daniël gebeurt iets opmerkelijks.

Daniël ziet de Oude van dagen.

En vervolgens:

“Verder zag ik in de nachtgezichten, en ziet, er kwam Een met de wolken des hemels, als eens mensen zoon, en Hij kwam tot den Oude van dagen, en zij deden Hem voor Denzelven naderen.” (Daniël 7:13, STV)

Hier zijn duidelijk twee onderscheiden Figuren.

De Oude van dagen is aanwezig.

En iemand als een Mensenzoon komt met de wolken des hemels.

Dat is geen onbeduidend detail.

Aan deze Mensenzoon wordt vervolgens heerschappij, eer en een allesomvattend Koninkrijk gegeven.

Hier wordt het oudtestamentische patroon bijna niet meer te missen: een Goddelijke Persoon wordt onderscheiden van God en deelt tegelijkertijd in wat aan God toekomt.

 

Jezus zegt tegen Kajafas precies Wie Hij is

Daarom is het verhoor van Jezus voor de hogepriester zo belangrijk.

Wanneer Kajafas Hem vraagt of Hij de Christus is, antwoordt Jezus:

“Gij hebt het gezegd. Doch Ik zeg ulieden: Van nu aan zult gij zien den Zoon des mensen, zittende ter rechterhand der kracht Gods, en komende op de wolken des hemels.” (Mattheüs 26:64, STV)

Voor ons kan dat bijna klinken als een raadselachtig antwoord.

Voor Kajafas was het dat niet.

Jezus combineert Psalm 110 met Daniël 7 en identificeert Zich met de Mensenzoon Die op de wolken komt.

De reactie van de hogepriester is veelzeggend: hij scheurt zijn kleren en beschuldigt Jezus van godslastering.

Waarom?

Omdat Jezus volgens hem blijkbaar méér claimt dan alleen het Messiasschap of het zijn van een menselijke koning.

Hij plaatst Zich in de Goddelijke positie die de Schrift aan de hemelse Mensenzoon toekent.

Kajafas begreep de claim.

De vraag is of wij hem nog begrijpen.

 

Jezus is niet de Vader, maar Hij is wel God

Hier moeten we zorgvuldig blijven.

De Schrift leert niet dat Jezus de Vader is.

Johannes zegt:

“Het Woord was bij God…” (Johannes 1:1, STV)

Er is dus werkelijk onderscheid.

Maar dezelfde zin gaat verder:

“…en het Woord was God.” (Johannes 1:1, STV)

We hoeven het ene niet op te offeren om het andere te bewaren.

Jezus is niet de Vader.

Maar daarom is Hij niet minder God.

Juist het Oude Testament helpt ons om dat te verstaan. Daar ontmoeten we al een zichtbare HEERE Die van de onzichtbare HEERE onderscheiden kan worden zonder dat de Schrift ineens twee goden leert.

De eenheid van God blijft onaangetast.

Maar die eenheid blijkt rijker dan een eenvoudige eenpersoonsvoorstelling van God.

Circular wheel diagram with a central circle reading “JESUS IS YAHWEH,” surrounded by labeled segments (God, Creator, Light, Savior, Judge, The First and The Last, Rock, etc.). Each segment contains Bible cross-references to support the claim.

Daarom is Johannes 1 geen late kerkelijke uitvinding

De populaire theorie dat Jezus eerst een gewone Joodse leraar was en dat Zijn volgelingen Hem geleidelijk tot God hebben verheven, moet daarom veel meer verklaren dan vaak wordt toegegeven.

Dat moet niet alleen Johannes verklaren.

Dat moet Genesis verklaren.

Exodus.

Samuel.

Jeremia.

Daniël.

En  moet verklaren waarom Joodse schrijvers die rotsvast geloofden dat de HEERE één is, zonder aarzeling oudtestamentische taal over de HEERE op Jezus toepasten.

Het christelijke getuigenis over Jezus valt niet als een plotseling, buitenaards, element de Bijbel binnen.

Het komt uit de Schrift zelf.

 

De vraag is uiteindelijk niet wanneer Jezus God werd

Dat is eigenlijk de verkeerde vraag.

Het Nieuwe Testament vertelt ons niet hoe een mens Jezus uiteindelijk als God vereerd begon te worden.

Het vertelt ons hoe Degene Die God was Mens werd.

Dat verschil is allesbepalend.

“In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.” (Johannes 1:1, STV)

En vervolgens:

“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond…” (Johannes 1:14, STV)

Dat is geen kerkelijke promotie van Jezus.

Dat is openbaring.

Dezelfde Schrift die zegt dat God één is, leert ons ook dat de HEERE Zich zichtbaar heeft geopenbaard, dat Zijn Engel Zijn Naam draagt, dat Zijn Woord verschijnt en dat de Mensenzoon met de wolken des hemels komt.

En wanneer Jezus van Nazareth uiteindelijk zegt dat Hij die Mensenzoon is, weten we waarom Kajafas zijn kleren scheurde.

 

Jezus beweerde niet alleen namens God te spreken. Hij presenteerde Zich als Degene over Wie de Schriften al eeuwenlang hadden gesproken

De Godheid van Jezus Christus is daarom geen vreemde toevoeging aan het Oude Testament.

Het is de onthulling van een waarheid die er vanaf het begin al in zat.
YouTube player

 

De Koran en het Evangelie, claims en feiten

Claims versus feiten

YouTube player

 In deze video onderzoek ik een fundamentele vraag: wat zegt de Koran zelf over de Thora, het Evangelie en de kruisiging van Jezus Christus, en hoe verhouden die claims zich tot de historische feiten?

De Koran ontkent in Soera 4:157 dat Jezus werd gekruisigd. Tegelijkertijd zegt de Koran dat Allah de Thora en het Evangelie heeft gegeven, dat daarin ‘leiding en licht’ zijn en dat de Koran de eerdere openbaring bevestigt. In Soera 5:47 worden de mensen van het Evangelie zelfs opgeroepen te oordelen naar hetgeen Allah daarin heeft geopenbaard. En in Soera 10:94 wordt Mohammed, in het geval hij zou twijfelen, verwezen naar degenen die de Schrift vóór hem lazen.

Dat roept belangrijke vragen op. Als het Evangelie vóór Mohammed al vervalst was, waarom verwijst de Koran er dan naar als gezaghebbende openbaring? Naar welk Evangelie moesten de christenen in de zevende eeuw volgens Soera 5:47 oordelen? En als Jezus niet werd gekruisigd, hoe verklaren we dan dat Zijn kruisiging, dood en opstanding al vanaf de vroegste christelijke verkondiging centraal stonden, eeuwen vóór het ontstaan van de islam? In deze video leg ik de claims naast elkaar en laat de teksten zelf spreken.

Besproken Koranteksten: Soera 3:3 Soera 4:157 Soera 5:44-48 Soera 6:115 Soera 10:94 Soera 18:27

Besproken Bijbelteksten: Mattheüs 28:6 Johannes 19:30 1 Korinthe 1:23 1 Korinthe 15:3-4

Doch wij prediken Christus, den Gekruisigde (1 Korinthe 1:23, STV)

DISCLAIMER:Deze video is allerminst bedoeld om moslims te bespotten of aan te vallen. Integendeel: omdat waarheid ertoe doet, moeten religieuze claims onderzocht mogen worden. Lees de Koran. Lees het Evangelie. Onderzoek de historische gegevens. En stel vervolgens jezelf de vraag: welke boodschap over Jezus vinden we daadwerkelijk in de bronnen die eeuwen vóór Mohammed bestonden?

Geverifieerd door MonsterInsights