Staat en toestand van de gelovige

Een belangrijk principe

Waarom tobben zoveel christenen over de vraag of ze wel “goed genoeg” zijn voor God? En hoe kan de apostel Paulus de gelovigen in Korinthe aan de ene kant “geheiligden in Christus Jezus” noemen, terwijl hij hen een paar hoofdstukken verder de mantel uitveegt om hun vleselijke gedrag en onderlinge strijd?

Het antwoord op deze vragen ligt in een belangrijk Bijbels principe: het onderscheid tussen staat (positie) en toestand (praktische wandel). Wie dit onderscheid eenmaal leert zien, ontdekt de sleutel tot de nieuwtestamentische brieven en ervaart de bevrijdende rust van Gods Genade.

 

De staat van de gelovige

De staat van een gelovige is de volmaakte, onveranderlijke en hemelse positie die hij voor God inneemt vanaf het allereerste moment dat hij in Jezus Christus gelooft.

  • Volkomen: Deze positie wordt niet opgebouwd door menselijke inspanning, gebed, kerkelijke ijver, vroomheid of goede werken. Het is een volstrekt onverdiende gave van God op grond van het volbrachte werk van Christus aan het kruis.
  • Voor iedere gelovige: In Gods ogen bezit de meest zwakke, pasbekeerde of onwetende gelovige exact dezelfde rechten, zekerheden en hemelse zegeningen als de meest ervaren en gezegende christen.
  • Onveranderlijk : Onze positie voor God kan in de hemel niet volmaakter worden dan zij nu al is. In Christus is de gelovige gerechtvaardigd, levend gemaakt, mede opgewekt, in de hemel gezet, verzegeld met de Heilige Geest en gemaakt tot een onmisbaar lid van het Lichaam van Christus.

De toestand van de gelovige

De toestand heeft betrekking op het praktische, dagelijkse leven; het leven van de gelovige hier en nu op aarde.

  • Nog in ontwikkeling: Waar de staat vanaf dag één volmaakt is, is de praktijk van het dagelijks leven vaak nog gebrekkig. De wandel en het karakter van een gelovige kunnen in de praktijk helaas nog ver beneden het niveau van zijn hemelse positie liggen.
  • De strijd tussen oude en nieuwe natuur: In het dagelijks leven ervaart de gelovige de aanwezigheid van de oude natuur (het vlees) en de nieuwe mens (het leven van Christus in ons). Die twee staan van nature tegenover elkaar.

 

Mefiboset bij David - Bijbels type
Mefiboseth bij David

Mefiboseth bij koning David

In de Bijbel wordt dit onderscheid prachtig geïllustreerd aan de hand van de geschiedenis van Mefiboseth uit 2 Samuël 9:

Mefiboseth was de kleinzoon van koning Saul. Hij was kreupel aan beide voeten door een val in zijn jeugd en woonde in Lo-Debar , een dorre plaats die “geen weide” betekent. Uit liefde voor zijn vriend Jonathan haalde koning David Mefiboseth op en schonk hem een vaste plaats aan de koninklijke tafel.

  • Zijn staat veranderde radicaal: Op het moment dat David hem aannam, werd Mefiboseths staat die van een koningszoon. Hij zat dagelijks aan de tafel van de koning en deelde in de rijkdom van het paleis.
  • Zijn toestand bleef hetzelfde: Hoewel zijn staat verheven was tot die van een koningskind, bleef zijn praktische toestand onveranderd: hij bleef kreupel aan beide voeten. Onder de koninklijke tafel waren zijn verlamde voeten echter bedekt door de genade van de koning.

Zo draagt ook de gelovige een zwak en vernederd lichaam met zich mee, terwijl hij door God geplaatst is op de hoogst denkbare koninklijke positie.

De volgorde

Een van de grootste bevrijdingen in het christelijk leven is het inzicht in Gods volgorde van handelen. Onder de Wet van Mozes eiste God eerst gehoorzaamheid voordat de mens zegen kon ontvangen (“Doe en leef”). Onder de Genade werkt God precies andersom (“Geloof en leef”):

  1. God geeft eerst de hoogst denkbare staat om niet, op grond van geloof.
  2. God vermaant de gelovige daarna om te wandelen in overeenstemming met de positie die hij al gekregen heeft.

Onze levenswandel is niet de voorwaarde om bij God te horen, maar het gevolg van het feit dat we bij Hem horen.

Ons karakter is niet de grond van onze positie, maar onze positie is de bron van ons nieuwe karakter.

 

Bijbels onderscheid tussen staat en toestand

In het Nieuwe Testament vinden we talloze teksten die elkaar op het eerste gezicht lijken tegen te spreken, maar die direct helder worden wanneer we letten op het verschil tussen staat en toestand:

Thema staat  toestand (vermaning)
Het licht “Gij zijt het licht der wereld” (Matthéüs 5:14) “Laat zo uw licht schijnen” (Matthéüs 5:16)
Heiliging “Eens voor altijd geheiligd” (Hebreeën 10:10) “De God des vredes heilige u geheel en al” (1 Thessalonicenzen 5:23)
Volmaaktheid “In eeuwigheid volmaakt” (Hebreeën 10:14) “Niet dat ik het reeds verkregen heb, maar ik jaag daarnaar” (Filippenzen 3:12)
Sterven met Christus “Der wet gedood door het lichaam van Christus” (Romeinen 7:4) “Doodt dan uw leden die op de aarde zijn” (Kolossenzen 3:5)

 

Leven vanuit een reeds geschonken positie

Als u niet weet dat u in Christus nú al een volmaakte positie inneemt, zult u steeds proberen uw eigen heil te bewerken om zelf Gods goedkeuring te verdienen. Dat leidt óf tot wettische hoogmoed óf tot diepe ontmoediging.

Gods opvoeding in ons leven, door de inwoning van de Heilige Geest, de tuchtiging van de Vader en de onderwijzing van het Woord,  heeft maar één doel: ons praktische leven (toestand) steeds meer gelijkvormig te maken aan de volmaakte positie (staat) die wij in Christus al bezitten.

U hoeft niet te werken náár een positie; u mag leven úit een positie die u al geschonken is.

Is het maar makkelijk als je niet meer onder de wet leeft?

Is het maar makkelijk als je niet meer onder de wet leeft?

Dat is een vraag die je vaak hoort.
Als je zegt dat de gelovige niet onder de Wet is, maar onder de Genade, dan reageren sommigen direct:

“Dan wordt het geloof wel erg gemakkelijk.”

Maar is dat werkelijk zo?

Paulus schrijft in Romeinen 6 vers 14:
“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de Genade.”

Let goed op wat daar staat. Hij zegt niet: u hebt geen norm meer.
Hij zegt: u bent niet onder de Wet.

Dat is een positieaanduiding.

Onder de Wet betekent: staan onder een systeem van eis en vergelding.
De Wet zegt: doe dit en gij zult leven.
Maar de Wet geeft geen kracht om te doen wat zij eist.

Romeinen 3 vers 20 zegt:


“Want door de wet is de kennis der zonde.”

En Romeinen 7 vers 7:


“Want ik wist de zonde niet dan door de wet.”

De wet openbaart Gods heiligheid.
De wet openbaart óók onze onmacht.

Het probleem lag niet in de wet.
Paulus zegt in Romeinen 8 vers 3:


“Want hetgeen der wet onmogelijk was, dewijl zij door het vlees krachteloos was…”

De wet was goed.
Het vlees was zwak.

Dus wie onder de Wet leeft, leeft onder een voortdurende eis, zonder innerlijke kracht om die eis te vervullen. Dat is geen gemak. Dat is een last.

Maar wat betekent dan: onder de Genade?

Romeinen 6 vers 4 zegt:

“Zo dan, wij zijn met Hem begraven door den doop in den dood, opdat, gelijkerwijs Christus uit de doden opgewekt is tot de heerlijkheid des Vaders, alzo ook wij in nieuwigheid des levens wandelen zouden.”

Genade betekent:
rechtvaardiging zonder werken.
een nieuwe positie in Christus.
mede gekruisigd met Hem.
opgewekt tot een nieuw leven.

En dan komt direct het misverstand.
Paulus stelt het zelf aan de orde in Romeinen 6 vers 15:

“Wat dan? Zullen wij zondigen, omdat wij niet zijn onder de wet, maar onder de genade? Dat zij verre.”

Genade is géén vrijbrief voor zonde.
Integendeel zelfs

Onder de Wet wordt de zonde veroordeeld, maar niet weggedaan.
Onder de Genade wordt de heerschappij van de zonde verbroken.

“Want de zonde zal over u niet heersen.”

Dát is bevrijding.

Maar is dat mákkelijker?

In zekere zin is het lichter, want er is geen veroordeling meer.
Maar in een andere zin is het dieper, want het raakt het hart.

Onder de Wet kun je je nog verschuilen achter uiterlijke naleving.
Onder Genade krijgt de door de Wet veroordeelde zondaar verlossing in Christus.

Galaten 2 vers 20 zegt:

“Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij…”

Dat is geen gemak.
Dat is zelfverloochening.

Onder Genade dien je niet uit angst, maar uit liefde.
Je gehoorzaamt niet om aangenomen te worden, maar omdat je aangenomen bent.
Je leeft niet uit eigen kracht, maar in afhankelijkheid van Christus.

De norm wordt niet verlaagd.
Maar wordt verdiept.

De wet werkt van buiten naar binnen.
Genade werkt van binnen naar buiten.

Dus nee, niet onder de Wet leven is géén makkelijke weg.
Het is geen lagere roeping.
Het is een hogere werkelijkheid.

Geen eigen gerechtigheid meer.
Geen religieuze prestaties meer.
Maar ook geen leven meer voor jezelf.

Niet onder de Wet,
maar onder de Genade.

En dat betekent:
Christus in ons, de hoop der heerlijkheid.

“Een ieder staat of valt zijn eigen Heer”

“Een ieder staat of valt zijn eigen Heer”

Romeinen 14:4

“Wie zijt gij die eens anderen huisknecht oordeelt? Hij staat of hij valt zijn eigen heer; doch hij zal vastgesteld worden, want God is machtig hem vast te stellen.”

Hier staat het woord Heer weliswaar met een kleine letter, omdat het in de context gaat over een knecht en zijn meester. Toch ligt er een diepe geestelijke les in.

 De context van Romeinen 14

In Romeinen 14 gaat het over onderlinge verschillen tussen gelovigen:

  • verschil in eten (wel of geen vlees)
  • verschil in dagen (wel of geen bijzondere dag houden)
  • zwakke en sterke gewetens

Sommigen aten alles.
Anderen aten alleen groenten.
Sommigen hielden bepaalde dagen in ere.
Anderen niet.

Paulus zegt niet: “Los het leerstellig op”
Hij zegt: Oordeel elkaar niet.

Wat betekent “staat of valt zijn eigen heer”?

Dit betekent:

  1. Iedere gelovige is verantwoording schuldig aan Christus.
  2. Jij bent niet de geestelijke rechter over de ander.
  3. Uiteindelijk bepaalt de Heer of iemand standhoudt.

Met andere woorden:

  • Jij bent niet de meester.
  • Jij bent niet de maatstaf.
  • Jij bent niet de beoordelaar van iemands geestelijke positie.

En ik dus ook niet. Dat is Christus alléén

Wat dit NIET betekent

Deze tekst wordt soms misbruikt alsof het betekent:

“Iedereen mag geloven wat hij wil.”

Dat is niet wat Paulus zegt.

Het gaat hier niet over:

  • valse leer
  • openlijke zonde
  • ontkenning van het Evangelie

Het gaat over gewetenskwesties binnen het geloof.

De diepere les

Paulus zegt eigenlijk:

Stop met elkaar controleren.
Leef zelf voor de Heer.

Even verderop staat:

“Want wij zullen allen voor de rechterstoel van Christus gesteld worden.” (Romeinen 14:10)

Iedere gelovige zal persoonlijk rekenschap geven.

Niet aan jou.
Niet aan mij.
Maar aan Christus.

Ben jij sterker in vrijheid? Veracht de zwakke niet.

Ben jij strenger in geweten? Veroordeel de sterke niet.

Focus op je eigen wandel met de Heer.

Dat brengt rust in plaats van religieuze strijd.

Geverifieerd door MonsterInsights