Kan God sterven? Islam, Jezus en de menswording

Een islamitisch bezwaar tegen Jezus dat in zichzelf vastloopt

“God kan niet sterven.”

Het klinkt indrukwekkend. Het wordt in gesprekken tussen moslims en christenen dan ook regelmatig gebruikt als argument tegen de Godheid van de Here Jezus Christus.

De redenering lijkt eenvoudig:

God kan niet sterven.
Jezus stierf.
Dus Jezus kan niet God zijn

Klaar Einde gesprek.

Maar is dat ook zo?

Nee. Het probleem zit meteen al in de eerste zin. Want voordat iemand kan zeggen dat God “niet kan” sterven, mens worden of Zich op een bepaalde manier openbaren, moet eerst duidelijk gemaakt worden wat daarmee precies bedoeld wordt.

En daar begint het islamitische argument behoorlijk te kraken.

Een islamitisch misverstand ontkracht
Kan God sterven?

“God kan dat niet”

Een veelgehoord islamitisch bezwaar tegen het christelijk geloof luidt ongeveer:

“Hoe kan God mens worden?”

Of:

“Hoe kan God sterven?”

Of:

“Hoe kan God één zijn en toch Vader, Zoon en Heilige Geest?”

Vaak wordt de vraag niet gesteld als oprechte vraag, maar als conclusie:

“Dat kan niet.”

Maar ho eens even.

Kán God het niet?

Of zou God het volgens jou niet doen?

Dat zijn twee totaal verschillende beweringen.

Wanneer iemand zegt:

“God kan geen menselijke natuur aannemen”,

dan doet hij een uitspraak over (de grenzen van) Gods macht.

En daar ontstaat binnen de islam een bijzonder probleem. Want de islam benadrukt voortdurend de absolute almacht en soevereiniteit van Allah.

Als God werkelijk almachtig is, op welke grond zegt een mens dan:

“Dat kan Hij niet”?

 

Legt de moslim een grens aan Gods almacht?

Binnen invloedrijke islamitische theologische tradities, in het bijzonder de Ash’aritische traditie, wordt zeer sterk benadrukt dat Allah absoluut vrij en soeverein is in Zijn wil.

God wordt niet geregeerd door iets dat boven Hem staat.

Prima.

Maar dan ontstaat onmiddellijk een probleem wanneer dezelfde moslim vervolgens tegen de christen zegt:

“God kan onmogelijk een menselijke natuur aannemen.”

Hoezo niet?

Wie bepaalt die grens?

Als God almachtig is, waarom zou het dan onmogelijk zijn dat Hij, zonder op te houden God te zijn, een werkelijke menselijke natuur aanneemt?

Je hoeft op dat moment zelfs nog niet te bewijzen dát de menswording heeft plaatsgevonden.

De eerste vraag is veel eenvoudiger:

Is God daartoe in staat?

Wanneer het antwoord “nee” luidt, is de volgende vraag onvermijdelijk:

Wie of wat beperkt Hem dan?

Dat is een nogal ongemakkelijke en schurende vraag.

 

“Kan God mens worden?” is niet de doorslaggevende vraag

Het christelijk geloof zegt niet dat God veranderde van God in een mens.

Dat zou inderdaad onbijbels zijn.

De Schrift leert dat het Woord vlees geworden is:

“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond…” (Johannes 1:14, STV)

Johannes had vlak daarvoor geschreven:

“In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.” (Johannes 1:1, STV)

Het Woord was God.

En datzelfde Woord werd vlees.

Niet: God hield op God te zijn.

Niet: God veranderde in een mens.

Maar: de Zoon nam een volledig menselijke natuur aan.

Daarmee wordt de vraag ineens anders.

Niet:

“Kan God mens worden?”

Maar:

“Heeft God Zich op deze wijze geopenbaard?”

Dát is de vraag waarover we het dan hebben.

 

Maar God kán toch niet sterven?

Dan komt het tweede bezwaar:

“Als Jezus God is en Jezus stierf, dan stierf God. Maar God kan niet sterven. Dus Jezus is niet God.”

Ook hier wordt meer verondersteld dan bewezen.

Wat bedoelen we met “sterven”?

Bij de dood houdt iemand niet op te bestaan.

De Bijbel beschrijft de dood als scheiding.

Jakobus schrijft:

“Want gelijk het lichaam zonder geest dood is…” (Jakobus 2:26, STV)

Als een mens sterft, verdwijnt hij niet in het niets.

Het lichaam sterft. De geest wordt van het lichaam gescheiden.

Waarom zou de dood van Christus dan moeten betekenen dat de Zoon van God ophield te bestaan?

Dat is helemaal niet wat christenen geloven.

 

Jezus Christus is werkelijk God én werkelijk Mens

Hier komen we bij een waarheid die niet pas bedacht is toen moslims begonnen te argumenteren.

Eeuwen vóór Mohammed werd er al uitvoerig nagedacht over de vraag hoe de Goddelijke en menselijke natuur van Christus zich tot elkaar verhouden.

De Bijbel geeft daarvoor zelf de bouwstenen.

Van Christus wordt gezegd:

“Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk.” (Kolossenzen 2:9, STV)

Let op die woorden.

Niet: een beetje Godheid.

Niet: een afgeleide goddelijke kracht.

“Al de volheid der Godheid.”

En tegelijk wordt Hij werkelijk mens genoemd.

Paulus schrijft:

“Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw…” (Galaten 4:4, STV)

De Zoon nam dus werkelijk onze menselijke natuur aan.

Hij had een echt lichaam.

Hij kende honger.

Hij kende dorst.

Hij werd moe.

Hij kon lijden.

En Hij kon naar Zijn menselijke natuur sterven.

Maar op geen enkel moment hield Hij op Gods Zoon te zijn.

 

Wie stierf er aan het kruis?

Hier moeten we nauwkeurig zijn.

Niet een “menselijke Jezus” los van de Zoon van God stierf aan het kruis.

De Persoon Die aan het kruis hing, was dezelfde Persoon Die Johannes “het Woord” noemt.

Daarom kan Paulus zelfs schrijven:

“…indien zij ze gekend hadden, zo zouden zij den Heere der heerlijkheid niet gekruist hebben.” (1 Korinthe 2:8, STV)

Wie werd dus gekruisigd?

“De Heere der heerlijkheid.”

Dat is buitengewoon kractig gezegd.

De Zoon onderging werkelijk de dood in de menselijke natuur die Hij had aangenomen.

Zijn Godheid hield niet op te bestaan.

De Goddelijke natuur werd niet vernietigd.

God verdween niet drie dagen uit het universum.

Dat is een belachelijke karikatuur van het christelijk geloof.

 

Christus werd ook niet door de dood overrompeld

Er is bovendien nog een groot verschil tussen onze dood en de dood van de Here Jezus Christus.

Wij sterven omdat wij sterfelijke mensen zijn.

Wij hebben de dood uiteindelijk niet onder controle.

Christus wel.

Hij zei:

“Daarom heeft Mij de Vader lief, overmits Ik Mijn leven afleg, opdat Ik hetzelve wederom neme. Niemand neemt hetzelve van Mij, maar Ik leg het van Mijzelven af; Ik heb macht hetzelve af te leggen, en heb macht hetzelve wederom te nemen.” (Johannes 10:17-18, STV)

Dat verandert alles.

Jezus was geen hulpeloos slachtoffer van gebeurtenissen die uit de hand liepen.

Hij gaf Zijn leven.

Vrijwillig.

Bewust.

Volgens het raadsbesluit van God.

Dat is geen zwakheid.

Dat is macht onder vrijwillige vernedering.

 

“Maar God zou zoiets nooit doen”

En daar verschuift het islamitische argument meestal.

Eerst klinkt het:

“God kan geen mens worden.”

Maar zodra gevraagd wordt waarom de Almachtige dat niet zou kunnen, verandert het vaak in:

“God zou Zich nooit zo vernederen.”

Aha.

Dat is een ander argument.

Nu gaat het niet meer over Gods macht, maar over Gods karakter.

En daar ligt het hart van het Evangelie.

De vraag is niet of wij het passend vinden dat God Zich vernederde.

De vraag is of God heeft geopenbaard dat Hij het deed.

Paulus schrijft over Christus:

“Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode evengelijk te zijn; Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden; En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises.” (Filippenzen 2:6-8, STV)

Dat is het grote wonder van het Evangelie.

Niet dat God te zwak was om Zich tegen mensen te verdedigen.

Maar dat de Zoon vrijwillig neerdaalde.

 

De vraag die de islam moeilijk kan ontwijken

Wanneer een moslim zegt:

“God kan niet mens worden”,

Stel dan de ontwapenende vraag:

“Bedoel je dat God dat niet zou willen, of dat God daartoe niet in staat is?”

Dat onderscheid haalt veel verwarring uit het gesprek.

Wanneer hij zegt:

“God kan het niet”,

vraag:

“Hoe rijm je dat dan met Gods almacht?”

Wanneer hij zegt:

“God zou het niet doen”,

vraag:

“Hoe weet je dat?”

Want dan gaat de discussie niet langer over  veronderstelde onmogelijkheden, maar over openbaring.

 Wat heeft God echt gedaan?

Wie is Jezus Christus?

Wat zeggen de eerdere Schriften over Hem?

Waarom wordt Hij in het Nieuwe Testament genoemd:

het Woord dat God is;

Immanuël, “God met ons”;

de Heere der heerlijkheid;

de Schepper;

de Eerste en de Laatste;

Degene in Wie de volheid der Godheid lichamelijk woont?

Dat zijn vragen waar men niet omheen kan door plompverloren te zeggen:

“God kan dat niet.”

 

Het kruis is géén nederlaag van God

Voor de islam is het kruis een struikelblok.

En bepaald niet alleen voor de Islam…..

Voor het Evangelie staat uitgerekend dáár Gods kracht centraal.

Paulus schrijft:

“Want het woord des kruises is wel dengenen, die verloren gaan, dwaasheid; maar ons, die behouden worden, is het een kracht Gods.” (1 Korinthe 1:18, STV)

De wereld verwacht macht in verheffing.

God openbaarde Zijn kracht in vernedering.

De wereld verwacht overwinning door de tegenstander te vermijden.

Christus overwon door de dood binnen te gaan en eruit op te staan.

en vaHet antwoord vinden we niet in het winnen van een filosofisch spelletje.

Christus is gestorven.

Christus is begraven.

Christus is opgestaan.

En juist doordat Hij Mens was, kon Hij sterven.

Juist doordat HijGod is, kon de dood Hem niet houden.

Petrus verkondigde over Hem:

“Welken God opgewekt heeft, de smarten des doods ontbonden hebbende, alzo het niet mogelijk was, dat Hij van denzelven dood zou gehouden worden.” (Handelingen 2:24, STV)

Let op wat hier onmogelijk wordt genoemd.

Niet dat God mens wordt.

Niet dat Christus sterft.

Maar dat de dood Hem zou kunnen vasthouden.

Dát is het Evangelie

 

Niet “God kan dat niet”, maar: Wie is Jezus?

Daarom is

“God kan niet sterven”

geen geldig argument tegen de Godheid van Christus.

Het berust op een verkeerde voorstelling van zowel de menswording als de dood van Christus.

De christen gelooft niet dat Gods bestaan drie dagen ophield.

Hij belijdt dat de Zoon werkelijk mens werd, werkelijk leed, werkelijk stierf en werkelijk opstond uit de dood.

Daarom komt uiteindelijk alles neer op één vraag:

Wie is Jezus Christus?

Niet: Wie willen wij dat Hij is?

Niet: Welke voorstelling past binnen de grenzen van onze religieuze verwachtingen?

Maar:

Wie zegt de Schrift dat Hij is?

Thomas kwam oog in oog met de opgestane Christus en antwoordde:

“Mijn Heere en mijn God!” (Johannes 20:28, STV)

Jezus wees hem daar niet terecht.

Hij ontkende het niet.

Hij accepteerde die belijdenis.

Daar ligt de echte uitdaging.

Niet voor Gods almacht.

Maar voor jouw en mijn hart.

Zie ook:

koran – Bijbelse basis

islam – Bijbelse basis

YouTube player

Jezus is de Messias, óók in de Koran, maar…..

Wat dat betekent?

Een moslim zal zonder aarzeling zeggen dat Jezus de Messias is. Dat is geen christelijke claim die de islam van buitenaf is opgedrongen. De Koran zelf noemt Jezus ook:

المسيح “al-Masih”: de Messias. Wat betekent: de Gezalfde.

Maar stel je de eenvoudige vraag:

Wat betekent het volgens de Koran dat Jezus de Messias is?

Dan wordt het ineens muisstil.

Want de Koran gebruikt een titel die eeuwen ouder is dan de islam, maar legt niet uit wat die titel inhoudt.

Waarom is Jezus de Messias? Waarvoor is Hij gezalfd? Tot welk ambt? Welke beloften vervult Hij? Waarom draagt Jezus deze titel en Mohammed niet?

Dat zijn geen randzaken. Wanneer men iemand “de Messias” noemt, gebruikt men een titel met een voorgeschiedenis. En juist die voorgeschiedenis brengt ons niet naar Mekka of Medina, maar naar Mozes, de Psalmen, de Profeten en uiteindelijk naar het Evangelie.

Jezus is de Messias ook in de Koran. Wat betekent dat?
Jezus is de Messias, ook in de Koran

De Koran noemt Jezus uitdrukkelijk de Messias

In Soera 3:45 wordt aan Maria aangekondigd:

“Allah geeft u een blijde tijding van een Woord van Hem, wiens naam de Messias is, Jezus, zoon van Maria.”

Ook Soera 4:171 spreekt over:

“de Messias, Jezus, zoon van Maria.”

Soera 5:72 en 5:75 gebruiken opnieuw dezelfde titel.

Er bestaat dus geen discussie over de vraag óf de Koran Jezus de Messias noemt. Dat doet hij herhaaldelijk.

De vraag is veel lastiger:

Wat bedoelt de Koran ermee?

 

“Messias” is geen achternaam van Jezus

Soms lijkt het binnen de Koran bijna alsof “Messias” slechts een eretitel bij de naam Jezus is geworden. Maar historisch en Bijbels kan dat niet zo zijn.

Het Arabische “al-Masih” staat in dezelfde traditie als het Hebreeuwse “Mashiach”: de gezalfde. Het Griekse equivalent is “Christos”, waarvan ons woord “Christus” afkomstig is.

Daarom lezen we in Johannes 1:42:

“Wij hebben gevonden den Messias, hetwelk is, overgezet zijnde, de Christus.” (STV)

“Messias” en “Christus” verwijzen dus naar dezelfde Persoon: de Gezalfde.

Maar daarmee begint de vraag pas.

Gezalfd waarvoor?

Een titel zonder inhoud zegt immers heel weinig.

 

Waarvoor is Jezus volgens de Koran gezalfd?

Hier ligt het probleem.

De Koran noemt Jezus “de Messias”, maar geeft geen uitwerking van Zijn messiaanse ambt.

Waar lezen we in de Koran waarom Jezus de Messias is?

Waar wordt uitgelegd tot welk ambt Hij gezalfd werd?

Waar wordt Zijn Messias-schap verbonden met de beloften aan David?

Waar vinden we een uitgewerkte messiaanse verwachting?

Waar wordt verklaard waarom deze titel juist aan Jezus toebehoort?

En misschien nog opvallender:

Waarom is Mohammed niet de Messias?

Als “Messias” eenvoudig “een belangrijke boodschapper van Allah” zou betekenen, waarom krijgt Mohammed, volgens de islam de laatste en belangrijkste profeet, die titel dan niet?

Mozes wordt niet “de Messias” genoemd.

Abraham wordt niet “de Messias” genoemd.

Mohammed wordt niet “de Messias” genoemd.

Jezus wel.

Dat vraagt om een verklaring.

 

De Koran leent een titel uit een eerdere openbaringsgeschiedenis

En precies hier ontstaat de controverse.

De islam kan het begrip “Messias” niet zelf hebben voortgebracht. De titel bestond eeuwen vóór Mohammed en komt voort uit de geschiedenis en verwachting van Israël.

Wie echt wil weten wat “Messias” betekent, moet daarom terug naar de Schriften waarin deze verwachting ontwikkeld wordt.

En daar begint het voor de islam ongemakkelijk te worden.

Want de Messias van de Schrift is veel meer dan alleen ‘een profeet die een boodschap komt brengen.’

 

De beloofde Zoon van David

God beloofde David:

“Ik zal uw zaad na u doen opstaan, dat uit uw lijf voortkomen zal, en Ik zal zijn koninkrijk bevestigen.” (2 Samuel 7:12, STV)

En:

“Doch uw huis zal bestendig zijn, en uw koninkrijk tot in eeuwigheid, voor uw aangezicht; uw stoel zal vast zijn tot in eeuwigheid.” (2 Samuel 7:16, STV)

De Messiasverwachting is daardoor onlosmakelijk verbonden met het koningschap van David.

Jesaja bouwt daarop verder:

“Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst.” (Jesaja 9:5, STV)

En vervolgens:

“Der grootheid dezer heerschappij en des vredes zal geen einde zijn op den troon van David en in zijn koninkrijk.” (Jesaja 9:6, STV)

Dit is geen inhoudsloze titel.

Dit is een Koning.

 

Psalm 2 maakt het nog scherper

Psalm 2 spreekt uitdrukkelijk over Gods Gezalfde:

“De koningen der aarde stellen zich op, en de vorsten beraadslagen te zamen tegen den HEERE en tegen Zijn Gezalfde.” (Psalm 2:2, STV)

Dan zegt God:

“Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, den berg Mijner heiligheid.” (Psalm 2:6, STV)

En dan:

“Ik zal van het besluit verhalen: de HEERE heeft tot Mij gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd.” (Psalm 2:7, STV)

Let op hoe die begrippen bij elkaar komen:

Gezalfde. Koning. Zoon.

Dat is de Bijbelse achtergrond van de titel die de Koran vervolgens zonder uitgebreide verklaring aan Jezus geeft.

 

De Messias is óók de lijdende Knecht

Daar houdt het verhaal niet op.

Jesaja spreekt over de Knecht Die om de zonden van anderen lijdt:

“Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden.” (Jesaja 53:5, STV)

En:

“de HEERE heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen.” (Jesaja 53:6, STV)

Hier wordt zichtbaar waarom het Evangelie niet slechts vertelt dat Jezus een profeet was die goede dingen onderwees.

Hij kwam om Zijn leven te geven.

De Here Jezus Christus zegt Zelf:

“Gelijk de Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen.” (Mattheüs 20:28, STV)

Dat raakt precies aan iets wat de Koran later ontkent: de kruisiging van Jezus.

 

De Koran behoudt de titel maar verwerpt de inhoud

En daarmee wordt de Messiascontroverse echt scherp.

De Koran noemt Jezus “de Messias”, maar verwerpt tegelijkertijd centrale elementen van de Bijbelse boodschap over Hem.

Soera 4:157 ontkent dat de Joden Jezus daadwerkelijk hebben gedood en gekruisigd.

Tegelijkertijd bestrijdt de Koran de christelijke belijdenis omtrent Zijn Goddelijke identiteit.

Maar daarmee ontstaat een fundamentele vraag:

Kun je de titel “Messias” uit de Bijbelse openbaringsgeschiedenis overnemen en vervolgens de inhoud waarmee die titel in diezelfde openbaringsgeschiedenis wordt gevuld grotendeels terzijde schuiven?

Dat is de kern van het probleem.

 

De Koran vertelt ons bovendien dat Jezus “Zijn Woord” is

Het wordt nog opmerkelijker wanneer we kijken naar de manier waarop de Koran Jezus omschrijft.

Soera 4:171 noemt Hem niet alleen de Messias, maar ook:

“Zijn Woord, dat Hij aan Maria gaf, en een geest van Hem.”

En Soera 3:45 spreekt eveneens over “een Woord van Hem”.

We moeten daar niet meer in lezen dan wat de Koran zelf zegt. De Koran leert hiermee niet automatisch de christelijke leer van Johannes 1.

Maar de vergelijking is desondanks opmerkelijk.

Want het Evangelie zegt:

“In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.” (Johannes 1:1, STV)

En:

“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond.” (Johannes 1:14, STV)

De Koran wil de christelijke belijdenis over Jezus corrigeren, maar gebruikt tegelijkertijd buitengewone titels voor Hem.

Hij is de Messias.

Hij is een Woord van Allah.

Hij wordt geboren uit Maria zonder menselijke vader.

Hij verricht uitzonderlijke wonderen.

En toch wordt de lezer gewaarschuwd vooral niet de conclusies over Jezus te trekken die het Evangelie trekt.

Dat verdient op zijn minst onderzoek.

 

Waarom Jezus?

Dit is misschien wel de eenvoudigste apologetische vraag die je een moslim kunt stellen:

Waarom Jezus?

Waarom wordt Mohammed niet uit een maagd geboren?

Waarom heet Mohammed niet “de Messias”?

Waarom wordt Mohammed niet “Zijn Woord” genoemd zoals Jezus in Soera 4:171?

Waarom staat juist Jezus zo uitzonderlijk in de Koran?

Het antwoord kan niet eenvoudig zijn: “Omdat Jezus een profeet was.”

Er staan immers veel profeten in de Koran.

De vraag is waarom deze Profeet zulke uitzonderlijke aanduidingen krijgt.

Ga terug naar de eerdere Schriften

Een moslim zou kunnen antwoorden dat wij de Koran zelf moeten laten bepalen wat “Messias” betekent.

Prima.

Waar doet de Koran dat dan?

Waar vinden we een duidelijke definitie?

Waar wordt het messiaanse ambt uitgelegd?

Waar wordt verklaard waarom Jezus en niemand anders “de Messias” is?

Wanneer de Koran dat niet uitlegt, ligt de volgende stap voor de hand: kijk naar de eerdere Schriften waaruit het begrip afkomstig is.

En dan komen we terecht bij de Torah, de Profeten, de Psalmen en het Evangelie.

Niet bij een hypothetisch verdwenen boek waarvan niemand een manuscript kan tonen.

Maar bij geschriften waarvan de messiaanse verwachting al eeuwen vóór de islam aantoonbaar bestond.

 

Jezus Zelf stelt de beslissende vraag

De Here Jezus Christus stelde Zijn discipelen niet de vraag of zij Hem als één profeet uit een lange rij profeten beschouwden.

Hij vroeg:

“Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben?” (Mattheüs 16:15, STV)

Petrus antwoordde:

“Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods.” (Mattheüs 16:16, STV)

Let opnieuw op: ‘de Christus.’

De Messias.

Maar Petrus stopt daar niet.

“De Zoon des levenden Gods.”

Daar ligt uiteindelijk het verschil.

De Koran behoudt voor Jezus de titel “Messias”, maar het Nieuwe Testament vertelt ons Wie deze Messias is.

 

Een vraag aan de islamitische lezer

Ik wil niet eindigen met spot, of “gotcha”maar met een eenvoudige uitnodiging.

Als jij als moslim gelooft dat Jezus inderdaad de Messias is, neem die belijdenis dan serieus.

Vraag niet wat christenen ervan gemaakt zouden hebben.

Vraag:

Wat betekent “Messias”?

Waarom draagt Jezus die titel?

Waar komt die titel vandaan?

Wat beloofden de eerdere Schriften over deze Messias?

En vooral:

Wie zegt Jezus Zelf dat Hij is?

Lees vervolgens de geschriften waarin de Messiasverwachting daadwerkelijk wordt uitgelegd.

Lees Psalm 2.

Lees Jesaja 9.

Lees Jesaja 53.

Lees Micha 5.

Lees het Evangelie naar Mattheüs.

Lees het Evangelie naar Johannes.

En stel dan opnieuw de vraag die al tweeduizend jaar niet aan kracht heeft verloren:

“Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben?”

De Koran noemt Hem de Messias.

De echt beslissende vraag is:

Weet je wat je daarmee over Jezus belijdt?

De Koran kan Jezus wel ‘de Messias’ noemen, maar voor de betekenis van die belijdenis moet hij lenen bij de Schriften die hij vervolgens op beslissende punten tegenspreekt.

lees ook:

Jezus in de Koran: waarom is Hij zó uitzonderlijk? – Bijbelse basis

De Koran en het Evangelie, claims en feiten – Bijbelse basis

extern:

Bijbelstudie: De betekenis van de naam Jezus Christus

https://www.gcvreugdenhil.nl/koran-en-jezus/

Is de Bijbel vervalst?

Hét probleem voor de Koran

Is de Bijbel vervalst volgens de Koran?

Is de Bijbel vervalst? Soera 5:44-48 noemt Thora en Evangelie leiding en licht, terwijl Soera 6:115 zegt dat niemand Allah’s woorden kan veranderen. Wat betekent dat voor de islamitische corruptieclaim?

Is de Bijbel vervalst? Het is waarschijnlijk een van de bekendste islamitische bezwaren tegen het christendom.

“Jullie Bijbel is niet meer het oorspronkelijke Woord van God. De Thora en het Evangelie zijn vervalst.”

Dat klinkt als een gemakkelijke oplossing.

De Bijbel zegt dat Jezus werd gekruisigd, maar de Koran ontkent dat? De Bijbel is vervalst.

Het Evangelie presenteert Jezus als veel meer dan een profeet, maar de Koran bestrijdt Zijn godheid? De Bijbel is vervalst.

Jezus sterft volgens het Nieuwe Testament voor onze zonden, maar dat past niet binnen de islamitische leer? De Bijbel is vervalst.

Maar er is één groot probleem:

De Koran zelf lijkt deze eenvoudige uitweg niet te geven.

Sterker nog: wie Soera 5:44-48, Soera 6:115 en Soera 10:94 naast elkaar legt, krijgt een aantal vragen op tafel die de populaire islamitische claim over de corruptie van de Bijbel bijzonder moeilijk en ingewikkeld maken.

Laten we daarom geen kerkelijke geloofsbelijdenis als uitgangspunt nemen.

Laten we de Koran zelf ondervragen.

Is de Bijbel vervalst volgens de Koran - Thora, Evangelie en Koran onderzocht
De Bijbel vervalst? Het probleem voor de Koran

 

Wat zegt Soera 5:44 over de Thora?

We beginnen bij Soera 5:44:

“Voorwaar, Wij hebben de Thora neergezonden, waarin leiding en licht is.”

Let goed op wat hier wordt gezegd.

De Thora wordt niet voorgesteld als menselijke religieuze folklore.

Allah zou haar hebben neergezonden.

En daarin waren:

leiding en licht.

Daarover bestaat volgens de Koran dus geen discussie: de Thora heeft haar oorsprong bij God.

Dat leidt onmiddellijk tot onze eerste vraag:

Was de Thora werkelijk het Woord van Allah?

Als het antwoord ja is, gaan we verder.

 

Wat zegt Soera 5:46 over het Evangelie?

Soera 5:46 gaat verder:

“En Wij deden Jezus, de zoon van Maria, in hun voetsporen volgen, als bevestiger van wat vóór hem van de Thora was. En Wij gaven hem het Evangelie, waarin leiding en licht was…”

Opnieuw dezelfde structuur.

De Thora: van Allah.

Het Evangelie: van Allah.

De Thora: leiding en licht.

Het Evangelie: leiding en licht.

Bovendien bevestigt Jezus volgens dit vers de Thora die vóór Hem kwam.

Dus de volgende vraag:

Was het Evangelie werkelijk een openbaring van Allah waarin leiding en licht was?

Als het antwoord opnieuw ja is, hebben we inmiddels dus twee goddelijke openbaringen:

Thora en Evangelie.

Nu wordt het interessant.

 

Waarom moeten christenen volgens Soera 5:47 het Evangelie volgen?

Lees vervolgens Soera 5:47:

“En laten de mensen van het Evangelie oordelen volgens wat Allah daarin heeft neergezonden.”

Hier wordt het probleem aanzienlijk groter.

Er staat niet:

“Laat de mensen van het Evangelie proberen te reconstrueren wat Jezus eeuwen geleden misschien ontvangen heeft.”

Er staat ook niet:

“Het Evangelie is inmiddels verdwenen, dus wacht op Mohammed.”

De mensen van het Evangelie worden aangesproken op wat Allah daarin heeft neergezonden.

Dan ligt een eenvoudige vraag voor de hand:

Hoe kunnen christenen volgens het Evangelie oordelen wanneer zij het Evangelie niet meer betrouwbaar bezitten?

Dat is beslist géén instink-vraag.

Die vraag ontstaat rechtstreeks uit de Koran.

Als het Evangelie vóór Mohammed tekstueel zo zwaar gecorrumpeerd was dat zijn leer over Jezus, kruisiging, verzoening en opstanding niet meer betrouwbaar was, waarom worden de mensen van het Evangelie dan opgedragen te oordelen naar wat Allah daarin heeft geopenbaard?

Hoe moesten zij onderscheid maken tussen het oorspronkelijke Woord van Allah en de vermeende latere vervalsingen?

Waar geeft de Koran hun daarvoor de tekstkritische handleiding?

 

Welke eerdere Schrift bevestigt de Koran in Soera 5:48?

Dan Soera 5:48:

“En Wij hebben aan jou het Boek met de waarheid neergezonden, ter bevestiging van wat er vóór was van de Schrift…”

Hier komt de zaak op scherp te staan.

De Koran presenteert zichzelf als bevestiging van eerdere Schrift.

Prima.

Dan willen we weten:

Welke Schrift?

Welke Thora?

Welk Evangelie?

Want als de Koran een verdwenen oorspronkelijke Thora en een verdwenen oorspronkelijk Evangelie bedoelt die niemand meer bezit, moet dat worden bewezen.

Waar zijn die teksten?

Waar zijn de manuscripten?

Waar zijn de citaten?

Welke Joodse of christelijke gemeenschappen bezaten ze?

Hoe weten we wat erin stond?

En vooral:

Waar is het historische Evangelie waarin Jezus exact de Isa van de Koran is?

Dit kan niet worden opgelost door eenvoudig te antwoorden:

“Het oorspronkelijke Evangelie was anders.”

Dat is geen antwoord.

Dat is dus de bewering die bewezen moet worden.

 

Wanneer zou de Bijbel volgens de islam zijn vervalst?

Nu wordt een concrete datering noodzakelijk.

Wanneer vond die grote corruptie van de Bijbel plaats?

Vóór Mohammed of ná Mohammed?

Dat is geen detail. Het is cruciaal.

Stel dat de Bijbel vóór Mohammed reeds fundamenteel gecorrumpeerd was.

Dan hebben we een probleem met Soera 5.

Waarom noemt de Koran de Thora en het Evangelie dan “leiding en licht”?

Waarom worden de mensen van het Evangelie opgedragen volgens het Evangelie te oordelen?

Waarom presenteert de Koran zichzelf als bevestiging van eerdere Schrift?

Maar stel dat de corruptie pas ná Mohammed plaatsvond.

Dan ontstaat een historisch nog groter probleem.

Want dan zou moeten worden aangetoond dat christenen in de zevende eeuw een wezenlijk andere Bijbel bezaten dan wij nu hebben.

Waar is die Bijbel?

Waar zijn de manuscripten?

Waar zijn de christelijke schrijvers die uit dat andere Evangelie citeren?

Waar is de tekst waarin Jezus niet wordt gekruisigd?

Waar is het Evangelie waarin Zijn opstanding ontbreekt?

Waar is het Evangelie waarin Hij slechts de islamitische Isa is?

Laat het zien.

 

Soera 6:115: kan iemand de woorden van Allah veranderen?

En nu komen we bij Soera 6:115:

“En het Woord van jouw Heer is tot voltooiing gekomen in waarachtigheid en rechtvaardigheid. Niemand kan Zijn Woorden veranderen.”

Dat levert een buitengewoon interessante combinatie op.

Volgens Soera 5 gaf Allah de Thora.

Volgens Soera 5 gaf Allah het Evangelie.

Volgens Soera 6 kan niemand Zijn woorden veranderen.

Dan stel ik een eenvoudige vraag:

Zijn de Thora en het Evangelie woorden van Allah of niet?

Als het antwoord nee is, ontstaat een probleem met Soera 5.

Als het antwoord ja is, ontstaat een probleem met de gebruikelijke bewering dat mensen Gods openbaring zodanig konden veranderen dat wij eeuwenlang een fundamenteel vervalste boodschap voor Gods Woord hebben aangezien.

Men kan natuurlijk antwoorden dat “niemand kan Zijn woorden veranderen” in Soera 6:115 iets anders betekent.

Prima.

Maar toon dat dan vanuit de tekst aan.

Want alleen roepen:

“De Bijbel is vervalst”

betekent niks wanneer je eigen heilige boek eerst verklaart dat God de Thora en het Evangelie gaf en vervolgens zegt dat niemand Zijn woorden kan veranderen.

 

Soera 10:94: waarom verwijst de Koran naar eerdere Schriftlezers?

Dan wordt het nog merkwaardiger.

Soera 10:94 zegt:

“En als jij in twijfel verkeert over wat Wij tot jou hebben neergezonden, vraag dan degenen die de Schrift vóór jou lazen.”

Stop hier even.

Wie zijn deze mensen?

Mensen die de Schrift lezen.

Wanneer?

In de wereld waarin de Koran verschijnt.

En juist naar deze mensen wordt verwezen.

Maar volgens de populaire islamitische verdediging zouden de geschriften van Joden en christenen toen al zodanig gecorrumpeerd zijn geweest dat wij ze niet als betrouwbare maatstaf tegenover de Koran mogen gebruiken.

Dan moet de vraag gesteld worden:

Waarom zou Allah iemand verwijzen naar lezers van gecorrumpeerde geschriften?

Stel je de consequentie eens voor.

De Schrift zou niet meer betrouwbaar zijn.

Christenen zouden verkeerde boeken hebben.

De oorspronkelijke boodschap van Jezus zou verloren zijn gegaan.

Centrale leerstukken zouden zijn binnengeslopen.

En vervolgens zegt de Koran:

Vraag degenen die de Schrift vóór jou lazen.

Waarom?

Welke Schrift lazen zij dan?

Hadden christenen in Mohammeds tijd het Evangelie of niet?

Dit is een vraag waarop een ondubbelzinnig duidelijk antwoord nodig is.

Hadden de christenen in de zevende eeuw het Evangelie waarover de Koran spreekt?

Als het antwoord ja is:

Uitstekend.

Dan kunnen we onderzoeken welke evangeliën christenen in en vóór de zevende eeuw daadwerkelijk lazen.

En dan ontstaat het probleem onmiddellijk.

De boeken van Mattheüs, Markus, Lukas en Johannes bestonden eeuwen vóór Mohammed.

Daarin wordt Jezus gekruisigd.

Daarin staat Zijn opstanding centraal.

Daarin wordt Hij niet gepresenteerd als slechts een gewone menselijke profeet.

Mattheüs eindigt bijvoorbeeld met:

“Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in den Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes” (Mattheüs 28:19, STV).

Vanuit strikt islamitisch perspectief is dat bepaald geen onschuldige tekst.

De Zoon staat binnen één doopformule naast de Vader en de Heilige Geest.

Als de christenen in Mohammeds tijd dit Evangelie bezaten, moet worden verklaard waarom de Koran hen niet simpelweg waarschuwt:

“Jullie boek is tekstueel vervalst; vertrouw het niet.”

Maar als het antwoord nee is — zij bezaten het oorspronkelijke Evangelie niet meer — dan komen we opnieuw bij Soera 5:47:

Hoe konden de mensen van het Evangelie dan oordelen volgens wat Allah daarin had neergezonden?

 

Is de Bijbel vervalst omdat hij de Koran tegenspreekt?

Hier moeten we misschien de ongemakkelijkste vraag stellen.

Hoe weten moslims eigenlijk dat de Bijbel gecorrumpeerd is?

Wanneer de redenering uiteindelijk neerkomt op:

“De Bijbel zegt X, maar de Koran zegt Y, dus de Bijbel moet veranderd zijn”

dan hebben we geen onafhankelijk historisch bewijs voor corruptie.

Dan hebben we een cirkelredenering.

De Koran is waar.

Daarom moet alles wat de Koran tegenspreekt verkeerd zijn.

De Bijbel spreekt de Koran tegen.

Dus de Bijbel is verkeerd.

En hoe weten we vervolgens dat de Koran gelijk heeft?

Omdat de Bijbel gecorrumpeerd is.

Dat bewijst niets.

Het veronderstelt precies wat bewezen moet worden.

 

Wáár is het oorspronkelijke Evangelie van Jezus?

Daarom kom ik steeds weer terug bij dezelfde eenvoudige vraag:

Waar is het Evangelie dat volgens de islam werkelijk aan Jezus werd gegeven?

Niet:

“Allah weet waar het is.”

Niet:

“Het moet bestaan hebben.”

Niet:

“De Koran zegt dat Jezus het kreeg.”

Ik vraag naar historisch bewijs.

Waar is het?

Wat stond erin?

Wie las het?

Wie citeerde het?

Wanneer verdween het?

Wie verving het?

Hoe kon die vervanging overal zo succesvol plaatsvinden?

En waarom beschikken we over christelijke teksten van eeuwen vóór Mohammed die juist de boodschap verkondigen die de islam later afwijst?

Een hypothetisch verloren boek kan theoretisch ieder probleem oplossen.

Je kunt immers altijd zeggen:

“Het oorspronkelijke boek zei precies wat mijn latere boek zegt, maar helaas is het verdwenen.”

Maar historisch gezien bewijst dat niets zolang daarvoor geen bewijs wordt geleverd.

 

Bevestigt de Koran de Bijbel of corrigeert hij hem?

Dit brengt ons uiteindelijk bij een taalkundig eenvoudige maar inhoudelijk vernietigende vraag:

Wat betekent “bevestigen”?

Stel dat ik zeg:

“Ik bevestig het getuigenis van deze man.”

En dan zeg ik:

“Hij heeft het verkeerd over de belangrijkste gebeurtenis, hij heeft het verkeerd over de identiteit van de hoofdpersoon, hij heeft het verkeerd over wat er met hem gebeurde en hij heeft het verkeerd over de betekenis daarvan.”

Bevestig ik zijn getuigenis dan ??

Dat is ongeveer het probleem waarmee we hier geconfronteerd worden.

Het Evangelie verkondigt de kruisiging van Christus.

De Koran ontkent dat Hij werd gekruisigd.

Het Evangelie verkondigt Zijn opstanding.

Het Nieuwe Testament stelt Zijn dood en opstanding centraal in Gods verlossend handelen.

Het Nieuwe Testament presenteert Jezus bovendien op een wijze die ver uitstijgt boven de islamitische categorie van een gewone profeet.

En toch zou de Koran deze eerdere openbaring bevestigen.

Hoeveel kun je van een boodschap ontkennen voordat “bevestigen” ophoudt bevestigen te betekenen?

 

Het islamitische dilemma: Koran, Thora en Evangelie

Daarmee ontstaat wat wel het islamitische dilemma wordt genoemd.

De islam staat voor een lastige keuze.

De Thora en het Evangelie waren in Mohammeds tijd betrouwbaar.

Dan mogen we hun inhoud vergelijken met de Koran.

En dan ontstaan ernstige tegenstellingen.

De Thora en het Evangelie waren vóór Mohammed reeds tekstueel gecorrumpeerd.

Dan moet worden uitgelegd waarom de Koran ze “leiding en licht” noemt, de mensen van het Evangelie opdraagt naar Gods openbaring daarin te oordelen, eerdere Schrift bevestigt en naar mensen verwijst die die Schrift lezen.

Alleen een inmiddels verloren oorspronkelijke Thora en een verloren oorspronkelijk Evangelie waren betrouwbaar.

Dan willen we historisch bewijs zien dat deze alternatieve teksten daadwerkelijk hebben bestaan in de vorm die de islam nodig heeft.

Niet een theorie.

Niet een vaak herhaalde aanname.

Bewijs.

 

Misschien staat de Bijbel wel helemaal niet terecht

Dit is precies waarom het gesprek moet worden omgedraaid.

In islamitische polemiek staat de Bijbel vaak als verdachte in de beklaagdenbank:

“Jullie hebben Gods Woord veranderd.”

Maar wanneer we om bewijs vragen, wordt dikwijls de Koran zelf als maatstaf gebruikt om te bepalen wat in de Bijbel oorspronkelijk geweest moet zijn.

Dat is onvoldoende.

Misschien moet de Koran zelf eens plaatsnemen in de getuigenbank.

En dan stellen we slechts vragen.

Heeft Allah de Thora gegeven?

Volgens Soera 5:44: ja.

Heeft Allah het Evangelie gegeven?

Volgens Soera 5:46: ja.

Moesten de mensen van het Evangelie oordelen volgens wat Allah daarin had geopenbaard?

Volgens Soera 5:47: ja.

Bevestigt de Koran eerdere Schrift?

Volgens Soera 5:48: ja.

Kan iemand de woorden van Allah veranderen?

Soera 6:115 zegt dat niemand Zijn woorden kan veranderen.

Verwijst de Koran naar mensen die eerdere Schrift lazen?

Volgens Soera 10:94: ja.

Goed.

Dan blijft er één vraag over.

 

Wáár is het historische bewijs dat de Bijbel is vervalst?

Niet dat christenen teksten verschillend hebben geïnterpreteerd.

Niet dat kopiisten ooit varianten hebben gemaakt.

Niet dat er verschillende Bijbelhandschriften bestaan.

De islamitische corruptieclaim die hier ter discussie staat is veel groter.

Er wordt beweerd dat de boodschap die wij in eeuwenoude Bijbelse manuscripten aantreffen zodanig afwijkt van de oorspronkelijke goddelijke openbaring dat de Koran zes eeuwen na Christus nodig was om de ware Jezus opnieuw bekend te maken.

Waar is het bewijs voor die enorme historische bewering?

Waar is het manuscript van vóór de vervalsing?

Waar zien we de overgang?

Waar zien we een vroege christelijke gemeenschap die het “islamitische Evangelie” leest?

Waar vinden we vóór Mohammed het Evangelie waarin Jezus niet gekruisigd wordt en slechts de koranische Isa is?

Dat zijn vragen waarop

“jullie Bijbel is vervalst”

geen antwoord is.

Dat is slechts het herhalen van de beschuldiging.

 

Aan jou als moslim: onderzoek zélf Koran en Evangelie

Ik schrijf dit niet omdat ik wil , hoop of denk dat je minder serieus over je geloof nadenkt.

Integendeel.

Neem je geloof serieus genoeg om deze vragen niet uit de weg te gaan.

Wanneer iemand je altijd heeft verteld dat de Bijbel vervalst is, vraag dan eens:

Waar is dan het bewijs?

Wanneer iemand zegt dat het oorspronkelijke Evangelie iets anders leerde, vraag:

Waar kan ik dat oorspronkelijke Evangelie lezen?

Wanneer iemand zegt dat de christenen hun Schrift hebben veranderd, vraag:

Wanneer gebeurde dat precies?

En wanneer je vervolgens ontdekt dat wij manuscripten en christelijke geschriften hebben van eeuwen vóór Mohammed waarin Jezus wordt gekruisigd, opstaat en veel meer is dan slechts een profeet, stel dan de moeilijkste vraag van allemaal:

Wat als niet het Evangelie het probleem is?

Wat als de latere Koran niet werkelijk bevestigt wat het Evangelie al eeuwen verkondigde?

Lees daarom de Koran.

Maar lees óók het Evangelie.

Niet door de bril van wat iemand je verteld heeft dat er zou moeten staan.

Lees wat er daadwerkelijk staat.

En wees vervolgens ook eerlijk en consequent.

Want wanneer de Koran zegt dat Allah het Evangelie gaf als “leiding en licht”, dan verdient dat Evangelie op zijn minst iets beters dan de onbewezen beschuldiging:

“Het is vervalst.”

Waarheid hoeft nooit beschermd te worden tegen onderzoek.

“Beproeft alle dingen; behoudt het goede.” (1 Thessalonicenzen 5:21, STV)

YouTube player

Lees ook:

De vervalste Bijbel? De mythe die instort onder 5000 manuscripten – Bijbelse basis

Het Islamitisch dilemma – Bijbelse basis

Waarheid of leugen, allah: waarachtig of een bedrieger? – Bijbelse basis

Het Islamitisch dilemma 2 – Bijbelse basis

De koran, de Bijbel en het islamitisch dilemma – Bijbelse basis

 

Lees ook: (extern)

De Koran is onjuist, omdat de Koran het zegt – De waarheid over de islam

Islam en de Bijbel – Zoeklicht

Hebben Christenen de Bijbel verdraaid? – Logos Instituut

 

 

Geverifieerd door MonsterInsights