Is de Bijbel vervalst?

Hét probleem voor de Koran

Is de Bijbel vervalst volgens de Koran?

Is de Bijbel vervalst? Soera 5:44-48 noemt Thora en Evangelie leiding en licht, terwijl Soera 6:115 zegt dat niemand Allah’s woorden kan veranderen. Wat betekent dat voor de islamitische corruptieclaim?

Is de Bijbel vervalst? Het is waarschijnlijk een van de bekendste islamitische bezwaren tegen het christendom.

“Jullie Bijbel is niet meer het oorspronkelijke Woord van God. De Thora en het Evangelie zijn vervalst.”

Dat klinkt als een gemakkelijke oplossing.

De Bijbel zegt dat Jezus werd gekruisigd, maar de Koran ontkent dat? De Bijbel is vervalst.

Het Evangelie presenteert Jezus als veel meer dan een profeet, maar de Koran bestrijdt Zijn godheid? De Bijbel is vervalst.

Jezus sterft volgens het Nieuwe Testament voor onze zonden, maar dat past niet binnen de islamitische leer? De Bijbel is vervalst.

Maar er is één groot probleem:

De Koran zelf lijkt deze eenvoudige uitweg niet te geven.

Sterker nog: wie Soera 5:44-48, Soera 6:115 en Soera 10:94 naast elkaar legt, krijgt een aantal vragen op tafel die de populaire islamitische claim over de corruptie van de Bijbel bijzonder moeilijk en ingewikkeld maken.

Laten we daarom geen kerkelijke geloofsbelijdenis als uitgangspunt nemen.

Laten we de Koran zelf ondervragen.

Is de Bijbel vervalst volgens de Koran - Thora, Evangelie en Koran onderzocht
De Bijbel vervalst? Het probleem voor de Koran

 

Wat zegt Soera 5:44 over de Thora?

We beginnen bij Soera 5:44:

“Voorwaar, Wij hebben de Thora neergezonden, waarin leiding en licht is.”

Let goed op wat hier wordt gezegd.

De Thora wordt niet voorgesteld als menselijke religieuze folklore.

Allah zou haar hebben neergezonden.

En daarin waren:

leiding en licht.

Daarover bestaat volgens de Koran dus geen discussie: de Thora heeft haar oorsprong bij God.

Dat leidt onmiddellijk tot onze eerste vraag:

Was de Thora werkelijk het Woord van Allah?

Als het antwoord ja is, gaan we verder.

 

Wat zegt Soera 5:46 over het Evangelie?

Soera 5:46 gaat verder:

“En Wij deden Jezus, de zoon van Maria, in hun voetsporen volgen, als bevestiger van wat vóór hem van de Thora was. En Wij gaven hem het Evangelie, waarin leiding en licht was…”

Opnieuw dezelfde structuur.

De Thora: van Allah.

Het Evangelie: van Allah.

De Thora: leiding en licht.

Het Evangelie: leiding en licht.

Bovendien bevestigt Jezus volgens dit vers de Thora die vóór Hem kwam.

Dus de volgende vraag:

Was het Evangelie werkelijk een openbaring van Allah waarin leiding en licht was?

Als het antwoord opnieuw ja is, hebben we inmiddels dus twee goddelijke openbaringen:

Thora en Evangelie.

Nu wordt het interessant.

 

Waarom moeten christenen volgens Soera 5:47 het Evangelie volgen?

Lees vervolgens Soera 5:47:

“En laten de mensen van het Evangelie oordelen volgens wat Allah daarin heeft neergezonden.”

Hier wordt het probleem aanzienlijk groter.

Er staat niet:

“Laat de mensen van het Evangelie proberen te reconstrueren wat Jezus eeuwen geleden misschien ontvangen heeft.”

Er staat ook niet:

“Het Evangelie is inmiddels verdwenen, dus wacht op Mohammed.”

De mensen van het Evangelie worden aangesproken op wat Allah daarin heeft neergezonden.

Dan ligt een eenvoudige vraag voor de hand:

Hoe kunnen christenen volgens het Evangelie oordelen wanneer zij het Evangelie niet meer betrouwbaar bezitten?

Dat is beslist géén instink-vraag.

Die vraag ontstaat rechtstreeks uit de Koran.

Als het Evangelie vóór Mohammed tekstueel zo zwaar gecorrumpeerd was dat zijn leer over Jezus, kruisiging, verzoening en opstanding niet meer betrouwbaar was, waarom worden de mensen van het Evangelie dan opgedragen te oordelen naar wat Allah daarin heeft geopenbaard?

Hoe moesten zij onderscheid maken tussen het oorspronkelijke Woord van Allah en de vermeende latere vervalsingen?

Waar geeft de Koran hun daarvoor de tekstkritische handleiding?

 

Welke eerdere Schrift bevestigt de Koran in Soera 5:48?

Dan Soera 5:48:

“En Wij hebben aan jou het Boek met de waarheid neergezonden, ter bevestiging van wat er vóór was van de Schrift…”

Hier komt de zaak op scherp te staan.

De Koran presenteert zichzelf als bevestiging van eerdere Schrift.

Prima.

Dan willen we weten:

Welke Schrift?

Welke Thora?

Welk Evangelie?

Want als de Koran een verdwenen oorspronkelijke Thora en een verdwenen oorspronkelijk Evangelie bedoelt die niemand meer bezit, moet dat worden bewezen.

Waar zijn die teksten?

Waar zijn de manuscripten?

Waar zijn de citaten?

Welke Joodse of christelijke gemeenschappen bezaten ze?

Hoe weten we wat erin stond?

En vooral:

Waar is het historische Evangelie waarin Jezus exact de Isa van de Koran is?

Dit kan niet worden opgelost door eenvoudig te antwoorden:

“Het oorspronkelijke Evangelie was anders.”

Dat is geen antwoord.

Dat is dus de bewering die bewezen moet worden.

 

Wanneer zou de Bijbel volgens de islam zijn vervalst?

Nu wordt een concrete datering noodzakelijk.

Wanneer vond die grote corruptie van de Bijbel plaats?

Vóór Mohammed of ná Mohammed?

Dat is geen detail. Het is cruciaal.

Stel dat de Bijbel vóór Mohammed reeds fundamenteel gecorrumpeerd was.

Dan hebben we een probleem met Soera 5.

Waarom noemt de Koran de Thora en het Evangelie dan “leiding en licht”?

Waarom worden de mensen van het Evangelie opgedragen volgens het Evangelie te oordelen?

Waarom presenteert de Koran zichzelf als bevestiging van eerdere Schrift?

Maar stel dat de corruptie pas ná Mohammed plaatsvond.

Dan ontstaat een historisch nog groter probleem.

Want dan zou moeten worden aangetoond dat christenen in de zevende eeuw een wezenlijk andere Bijbel bezaten dan wij nu hebben.

Waar is die Bijbel?

Waar zijn de manuscripten?

Waar zijn de christelijke schrijvers die uit dat andere Evangelie citeren?

Waar is de tekst waarin Jezus niet wordt gekruisigd?

Waar is het Evangelie waarin Zijn opstanding ontbreekt?

Waar is het Evangelie waarin Hij slechts de islamitische Isa is?

Laat het zien.

 

Soera 6:115: kan iemand de woorden van Allah veranderen?

En nu komen we bij Soera 6:115:

“En het Woord van jouw Heer is tot voltooiing gekomen in waarachtigheid en rechtvaardigheid. Niemand kan Zijn Woorden veranderen.”

Dat levert een buitengewoon interessante combinatie op.

Volgens Soera 5 gaf Allah de Thora.

Volgens Soera 5 gaf Allah het Evangelie.

Volgens Soera 6 kan niemand Zijn woorden veranderen.

Dan stel ik een eenvoudige vraag:

Zijn de Thora en het Evangelie woorden van Allah of niet?

Als het antwoord nee is, ontstaat een probleem met Soera 5.

Als het antwoord ja is, ontstaat een probleem met de gebruikelijke bewering dat mensen Gods openbaring zodanig konden veranderen dat wij eeuwenlang een fundamenteel vervalste boodschap voor Gods Woord hebben aangezien.

Men kan natuurlijk antwoorden dat “niemand kan Zijn woorden veranderen” in Soera 6:115 iets anders betekent.

Prima.

Maar toon dat dan vanuit de tekst aan.

Want alleen roepen:

“De Bijbel is vervalst”

betekent niks wanneer je eigen heilige boek eerst verklaart dat God de Thora en het Evangelie gaf en vervolgens zegt dat niemand Zijn woorden kan veranderen.

 

Soera 10:94: waarom verwijst de Koran naar eerdere Schriftlezers?

Dan wordt het nog merkwaardiger.

Soera 10:94 zegt:

“En als jij in twijfel verkeert over wat Wij tot jou hebben neergezonden, vraag dan degenen die de Schrift vóór jou lazen.”

Stop hier even.

Wie zijn deze mensen?

Mensen die de Schrift lezen.

Wanneer?

In de wereld waarin de Koran verschijnt.

En juist naar deze mensen wordt verwezen.

Maar volgens de populaire islamitische verdediging zouden de geschriften van Joden en christenen toen al zodanig gecorrumpeerd zijn geweest dat wij ze niet als betrouwbare maatstaf tegenover de Koran mogen gebruiken.

Dan moet de vraag gesteld worden:

Waarom zou Allah iemand verwijzen naar lezers van gecorrumpeerde geschriften?

Stel je de consequentie eens voor.

De Schrift zou niet meer betrouwbaar zijn.

Christenen zouden verkeerde boeken hebben.

De oorspronkelijke boodschap van Jezus zou verloren zijn gegaan.

Centrale leerstukken zouden zijn binnengeslopen.

En vervolgens zegt de Koran:

Vraag degenen die de Schrift vóór jou lazen.

Waarom?

Welke Schrift lazen zij dan?

Hadden christenen in Mohammeds tijd het Evangelie of niet?

Dit is een vraag waarop een ondubbelzinnig duidelijk antwoord nodig is.

Hadden de christenen in de zevende eeuw het Evangelie waarover de Koran spreekt?

Als het antwoord ja is:

Uitstekend.

Dan kunnen we onderzoeken welke evangeliën christenen in en vóór de zevende eeuw daadwerkelijk lazen.

En dan ontstaat het probleem onmiddellijk.

De boeken van Mattheüs, Markus, Lukas en Johannes bestonden eeuwen vóór Mohammed.

Daarin wordt Jezus gekruisigd.

Daarin staat Zijn opstanding centraal.

Daarin wordt Hij niet gepresenteerd als slechts een gewone menselijke profeet.

Mattheüs eindigt bijvoorbeeld met:

“Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in den Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes” (Mattheüs 28:19, STV).

Vanuit strikt islamitisch perspectief is dat bepaald geen onschuldige tekst.

De Zoon staat binnen één doopformule naast de Vader en de Heilige Geest.

Als de christenen in Mohammeds tijd dit Evangelie bezaten, moet worden verklaard waarom de Koran hen niet simpelweg waarschuwt:

“Jullie boek is tekstueel vervalst; vertrouw het niet.”

Maar als het antwoord nee is — zij bezaten het oorspronkelijke Evangelie niet meer — dan komen we opnieuw bij Soera 5:47:

Hoe konden de mensen van het Evangelie dan oordelen volgens wat Allah daarin had neergezonden?

 

Is de Bijbel vervalst omdat hij de Koran tegenspreekt?

Hier moeten we misschien de ongemakkelijkste vraag stellen.

Hoe weten moslims eigenlijk dat de Bijbel gecorrumpeerd is?

Wanneer de redenering uiteindelijk neerkomt op:

“De Bijbel zegt X, maar de Koran zegt Y, dus de Bijbel moet veranderd zijn”

dan hebben we geen onafhankelijk historisch bewijs voor corruptie.

Dan hebben we een cirkelredenering.

De Koran is waar.

Daarom moet alles wat de Koran tegenspreekt verkeerd zijn.

De Bijbel spreekt de Koran tegen.

Dus de Bijbel is verkeerd.

En hoe weten we vervolgens dat de Koran gelijk heeft?

Omdat de Bijbel gecorrumpeerd is.

Dat bewijst niets.

Het veronderstelt precies wat bewezen moet worden.

 

Wáár is het oorspronkelijke Evangelie van Jezus?

Daarom kom ik steeds weer terug bij dezelfde eenvoudige vraag:

Waar is het Evangelie dat volgens de islam werkelijk aan Jezus werd gegeven?

Niet:

“Allah weet waar het is.”

Niet:

“Het moet bestaan hebben.”

Niet:

“De Koran zegt dat Jezus het kreeg.”

Ik vraag naar historisch bewijs.

Waar is het?

Wat stond erin?

Wie las het?

Wie citeerde het?

Wanneer verdween het?

Wie verving het?

Hoe kon die vervanging overal zo succesvol plaatsvinden?

En waarom beschikken we over christelijke teksten van eeuwen vóór Mohammed die juist de boodschap verkondigen die de islam later afwijst?

Een hypothetisch verloren boek kan theoretisch ieder probleem oplossen.

Je kunt immers altijd zeggen:

“Het oorspronkelijke boek zei precies wat mijn latere boek zegt, maar helaas is het verdwenen.”

Maar historisch gezien bewijst dat niets zolang daarvoor geen bewijs wordt geleverd.

 

Bevestigt de Koran de Bijbel of corrigeert hij hem?

Dit brengt ons uiteindelijk bij een taalkundig eenvoudige maar inhoudelijk vernietigende vraag:

Wat betekent “bevestigen”?

Stel dat ik zeg:

“Ik bevestig het getuigenis van deze man.”

En dan zeg ik:

“Hij heeft het verkeerd over de belangrijkste gebeurtenis, hij heeft het verkeerd over de identiteit van de hoofdpersoon, hij heeft het verkeerd over wat er met hem gebeurde en hij heeft het verkeerd over de betekenis daarvan.”

Bevestig ik zijn getuigenis dan ??

Dat is ongeveer het probleem waarmee we hier geconfronteerd worden.

Het Evangelie verkondigt de kruisiging van Christus.

De Koran ontkent dat Hij werd gekruisigd.

Het Evangelie verkondigt Zijn opstanding.

Het Nieuwe Testament stelt Zijn dood en opstanding centraal in Gods verlossend handelen.

Het Nieuwe Testament presenteert Jezus bovendien op een wijze die ver uitstijgt boven de islamitische categorie van een gewone profeet.

En toch zou de Koran deze eerdere openbaring bevestigen.

Hoeveel kun je van een boodschap ontkennen voordat “bevestigen” ophoudt bevestigen te betekenen?

 

Het islamitische dilemma: Koran, Thora en Evangelie

Daarmee ontstaat wat wel het islamitische dilemma wordt genoemd.

De islam staat voor een lastige keuze.

De Thora en het Evangelie waren in Mohammeds tijd betrouwbaar.

Dan mogen we hun inhoud vergelijken met de Koran.

En dan ontstaan ernstige tegenstellingen.

De Thora en het Evangelie waren vóór Mohammed reeds tekstueel gecorrumpeerd.

Dan moet worden uitgelegd waarom de Koran ze “leiding en licht” noemt, de mensen van het Evangelie opdraagt naar Gods openbaring daarin te oordelen, eerdere Schrift bevestigt en naar mensen verwijst die die Schrift lezen.

Alleen een inmiddels verloren oorspronkelijke Thora en een verloren oorspronkelijk Evangelie waren betrouwbaar.

Dan willen we historisch bewijs zien dat deze alternatieve teksten daadwerkelijk hebben bestaan in de vorm die de islam nodig heeft.

Niet een theorie.

Niet een vaak herhaalde aanname.

Bewijs.

 

Misschien staat de Bijbel wel helemaal niet terecht

Dit is precies waarom het gesprek moet worden omgedraaid.

In islamitische polemiek staat de Bijbel vaak als verdachte in de beklaagdenbank:

“Jullie hebben Gods Woord veranderd.”

Maar wanneer we om bewijs vragen, wordt dikwijls de Koran zelf als maatstaf gebruikt om te bepalen wat in de Bijbel oorspronkelijk geweest moet zijn.

Dat is onvoldoende.

Misschien moet de Koran zelf eens plaatsnemen in de getuigenbank.

En dan stellen we slechts vragen.

Heeft Allah de Thora gegeven?

Volgens Soera 5:44: ja.

Heeft Allah het Evangelie gegeven?

Volgens Soera 5:46: ja.

Moesten de mensen van het Evangelie oordelen volgens wat Allah daarin had geopenbaard?

Volgens Soera 5:47: ja.

Bevestigt de Koran eerdere Schrift?

Volgens Soera 5:48: ja.

Kan iemand de woorden van Allah veranderen?

Soera 6:115 zegt dat niemand Zijn woorden kan veranderen.

Verwijst de Koran naar mensen die eerdere Schrift lazen?

Volgens Soera 10:94: ja.

Goed.

Dan blijft er één vraag over.

 

Wáár is het historische bewijs dat de Bijbel is vervalst?

Niet dat christenen teksten verschillend hebben geïnterpreteerd.

Niet dat kopiisten ooit varianten hebben gemaakt.

Niet dat er verschillende Bijbelhandschriften bestaan.

De islamitische corruptieclaim die hier ter discussie staat is veel groter.

Er wordt beweerd dat de boodschap die wij in eeuwenoude Bijbelse manuscripten aantreffen zodanig afwijkt van de oorspronkelijke goddelijke openbaring dat de Koran zes eeuwen na Christus nodig was om de ware Jezus opnieuw bekend te maken.

Waar is het bewijs voor die enorme historische bewering?

Waar is het manuscript van vóór de vervalsing?

Waar zien we de overgang?

Waar zien we een vroege christelijke gemeenschap die het “islamitische Evangelie” leest?

Waar vinden we vóór Mohammed het Evangelie waarin Jezus niet gekruisigd wordt en slechts de koranische Isa is?

Dat zijn vragen waarop

“jullie Bijbel is vervalst”

geen antwoord is.

Dat is slechts het herhalen van de beschuldiging.

 

Aan jou als moslim: onderzoek zélf Koran en Evangelie

Ik schrijf dit niet omdat ik wil , hoop of denk dat je minder serieus over je geloof nadenkt.

Integendeel.

Neem je geloof serieus genoeg om deze vragen niet uit de weg te gaan.

Wanneer iemand je altijd heeft verteld dat de Bijbel vervalst is, vraag dan eens:

Waar is dan het bewijs?

Wanneer iemand zegt dat het oorspronkelijke Evangelie iets anders leerde, vraag:

Waar kan ik dat oorspronkelijke Evangelie lezen?

Wanneer iemand zegt dat de christenen hun Schrift hebben veranderd, vraag:

Wanneer gebeurde dat precies?

En wanneer je vervolgens ontdekt dat wij manuscripten en christelijke geschriften hebben van eeuwen vóór Mohammed waarin Jezus wordt gekruisigd, opstaat en veel meer is dan slechts een profeet, stel dan de moeilijkste vraag van allemaal:

Wat als niet het Evangelie het probleem is?

Wat als de latere Koran niet werkelijk bevestigt wat het Evangelie al eeuwen verkondigde?

Lees daarom de Koran.

Maar lees óók het Evangelie.

Niet door de bril van wat iemand je verteld heeft dat er zou moeten staan.

Lees wat er daadwerkelijk staat.

En wees vervolgens ook eerlijk en consequent.

Want wanneer de Koran zegt dat Allah het Evangelie gaf als “leiding en licht”, dan verdient dat Evangelie op zijn minst iets beters dan de onbewezen beschuldiging:

“Het is vervalst.”

Waarheid hoeft nooit beschermd te worden tegen onderzoek.

“Beproeft alle dingen; behoudt het goede.” (1 Thessalonicenzen 5:21, STV)

YouTube player

Lees ook:

De vervalste Bijbel? De mythe die instort onder 5000 manuscripten – Bijbelse basis

Het Islamitisch dilemma – Bijbelse basis

Waarheid of leugen, allah: waarachtig of een bedrieger? – Bijbelse basis

Het Islamitisch dilemma 2 – Bijbelse basis

De koran, de Bijbel en het islamitisch dilemma – Bijbelse basis

 

Lees ook: (extern)

De Koran is onjuist, omdat de Koran het zegt – De waarheid over de islam

Islam en de Bijbel – Zoeklicht

Hebben Christenen de Bijbel verdraaid? – Logos Instituut

 

 

De Koran en het Evangelie, claims en feiten

Claims versus feiten

YouTube player

 In deze video onderzoek ik een fundamentele vraag: wat zegt de Koran zelf over de Thora, het Evangelie en de kruisiging van Jezus Christus, en hoe verhouden die claims zich tot de historische feiten?

De Koran ontkent in Soera 4:157 dat Jezus werd gekruisigd. Tegelijkertijd zegt de Koran dat Allah de Thora en het Evangelie heeft gegeven, dat daarin ‘leiding en licht’ zijn en dat de Koran de eerdere openbaring bevestigt. In Soera 5:47 worden de mensen van het Evangelie zelfs opgeroepen te oordelen naar hetgeen Allah daarin heeft geopenbaard. En in Soera 10:94 wordt Mohammed, in het geval hij zou twijfelen, verwezen naar degenen die de Schrift vóór hem lazen.

Dat roept belangrijke vragen op. Als het Evangelie vóór Mohammed al vervalst was, waarom verwijst de Koran er dan naar als gezaghebbende openbaring? Naar welk Evangelie moesten de christenen in de zevende eeuw volgens Soera 5:47 oordelen? En als Jezus niet werd gekruisigd, hoe verklaren we dan dat Zijn kruisiging, dood en opstanding al vanaf de vroegste christelijke verkondiging centraal stonden, eeuwen vóór het ontstaan van de islam? In deze video leg ik de claims naast elkaar en laat de teksten zelf spreken.

Besproken Koranteksten: Soera 3:3 Soera 4:157 Soera 5:44-48 Soera 6:115 Soera 10:94 Soera 18:27

Besproken Bijbelteksten: Mattheüs 28:6 Johannes 19:30 1 Korinthe 1:23 1 Korinthe 15:3-4

Doch wij prediken Christus, den Gekruisigde (1 Korinthe 1:23, STV)

DISCLAIMER:Deze video is allerminst bedoeld om moslims te bespotten of aan te vallen. Integendeel: omdat waarheid ertoe doet, moeten religieuze claims onderzocht mogen worden. Lees de Koran. Lees het Evangelie. Onderzoek de historische gegevens. En stel vervolgens jezelf de vraag: welke boodschap over Jezus vinden we daadwerkelijk in de bronnen die eeuwen vóór Mohammed bestonden?

Jezus in de Koran: waarom is Hij zó uitzonderlijk?

En Mohammed dan?

De islam wil Jezus kleiner maken, portretteert Hem significant minder glorieus dan het Evangelie Hem verkondigt.

Hij mag dan wel profeet zijn Hij mag Messias heten. (Wat dat laatste betekent wordt in de Koran niet duidelijk) Hij mag uit een maagd geboren worden. Hij mag wonderen verrichten. Hij mag zelfs het Woord van Allah en een Geest van Hem genoemd worden.

Maar de Zoon van God?

Nee.

En precies daar zit een heel groot probleem.

Want hoe harder de Koran probeert Jezus terug te brengen tot “slechts een boodschapper”, hoe opvallender en sprekender de uitzonderlijke taal wordt die dezelfde Koran voor Hem gebruikt.

Daar komt nog iets bij.

Wanneer Mohammed door zijn tijdgenoten om een wonder wordt gevraagd, vinden we in de Koran niet het antwoord dat je bij de laatste en grootste profeet zou verwachten.

Geen zee die splijt.

Geen dode die opstaat.

Geen blinde die ziende wordt.

Geen melaatse die geneest.

Integendeel: telkens wanneer Mohammed om een teken wordt gevraagd, wordt het wonderverzoek afgewezen of wordt uiteindelijk naar de Koran zelf verwezen.

Dat contrast verdient veel meer aandacht.

Jezus in de Koran

Jezus is ook volgens de Koran zelf niet zomaar een profeet

Moslims zeggen vaak:

“Wij geloven ook in Jezus.”

Dat is maar heel gedeeltelijk waar.

De Koran spreekt buitengewoon hoog over Jezus. Maar juist hierdoor ontstaat een vraag die binnen de islam moeilijk verdwijnt:

Waarom is Jezus dan zo anders dan alle andere profeten?

De meest opmerkelijke tekst is Soera 4:171:

„De Messias, Jezus, de zoon van Maria, is slechts een boodschapper van Allah en Zijn Woord, dat Hij aan Maria heeft gegeven, en een Geest van Hem.”
— Soera 4:171

Let op de opeenstapeling.

Jezus is:

  • de Messias;
  • het Woord van Allah;
  • een Geest van Hem.

Dat zijn geen alledaagse titels.

Mohammed wordt nergens het Woord van Allah genoemd.

Mozes wordt nergens het Woord van Allah genoemd.

Abraham wordt nergens het Woord van Allah genoemd.

Jezus wel.

Hoe zit dat?

 

“Het Woord van Allah” kun je niet zomaar wegverklaren

De gebruikelijke islamitische verklaring is dat Jezus “het Woord” heet omdat Allah zei:

 Wees!

en Jezus daardoor tot bestaan kwam

Maar daarmee wordt het probleem niet opgelost.

Volgens de Koran schept Allah immers ook andere dingen door eenvoudig te bevelen dat zij er zijn.

Wanneer “door het bevel van Allah ontstaan” voldoende zou zijn om iemand het Woord van Allah te noemen, dan zou die titel helemaal niet uniek zijn.

Toch noemt de Koran uitdrukkelijk Jezus zo.

Dat wordt nog interessanter wanneer we het naast het Evangelie leggen:

„In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.”
— Johannes 1:1, STV

En vervolgens:

„En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.”
— Johannes 1:14, STV

De Koran ontkent de christelijke conclusie over Jezus, maar behoudt merkwaardig genoeg taal die juist rechtstreeks raakt aan de eeuwenoude christelijke belijdenis over Hem.

Dat bewijst op zichzelf niet dat de Koran de Godheid van Christus leert.

Dat doet hij niet.

Maar het levert wel een serieus intern probleem op voor de islamitische voorstelling dat Jezus uiteindelijk slechts één menselijke boodschapper in een lange rij profeten zou zijn.

Want waarom noemt Allah juist Hém Zijn Woord?

 

En dan: “een Geest van Hem”

Alsof “Woord van Allah” nog niet opmerkelijk genoeg is, noemt Soera 4:171 Jezus:

“een Geest van Hem.”

Ook hier probeert islamitische uitleg de betekenis doorgaans zo beperkt mogelijk te houden.

Maar de tekst blijft staan.

Niet alleen:

een geest,

maar:

een Geest van Hém.

En opnieuw rijst dezelfde vraag.

Waarom Jezus?

Waarom wordt deze taal niet op Mohammed toegepast?

Waarom niet op Abraham?

Waarom niet op Mozes?

Binnen het christelijke getuigenis is de uitzonderlijke positie van Jezus volkomen begrijpelijk. Hij is niet slechts één profeet tussen anderen.

Hij is de Zoon.

Hij is het Woord dat vlees geworden is.

Maar wanneer de Godheid van Christus eerst wordt ontkend, moet vervolgens worden verklaard waarom de Koran Hem met taal omringt die Hem voortdurend boven de gewone profetische categorie doet uitsteken.

 

Jezus wordt bovendien ondersteund door de Heilige Geest

De Koran zegt over Jezus:

“Wij hebben Jezus, den zoon van Maria, de duidelijke tekenen gegeven en Hem versterkt met den Heiligen Geest.”
— Soera 2:253

Hetzelfde komt terug in Soera 5:110, waar Allah Jezus eraan herinnert dat Hij Hem met de Heilige Geest ondersteunde.

Dat maakt de uitzonderlijke positie nog opvallender.

Jezus is:

Messias.
Woord van Allah.
Geest van Hem.
Ondersteund door de Heilige Geest.

En vervolgens is dan het antwoord:

“Maar Hij is slechts een profeet.”

Dat antwoord wordt steeds problematischer naarmate je de eigen woorden van de Koran naast elkaar legt.

 

Zelfs Zijn geboorte is volkomen uniek

Maria zegt in de Koran:

„Hoe zal ik een zoon hebben, terwijl geen man mij heeft aangeraakt?”
— vgl. Soera 19:20

Het antwoord is dat dit voor Allah gemakkelijk is.

Jezus wordt dus zonder menselijke vader geboren.

Ook daarin is Hij uniek.

Daarmee komen we echter bij een opmerkelijk probleem in de manier waarop de Koran elders het christelijke Zoonschap bestrijdt.

 

Heeft God een vrouw nodig om een Zoon te hebben?

Soera 6:101 zegt:

„Hoe zou Hij een zoon kunnen hebben terwijl Hij geen gezellin heeft?”

Sta daar eens bij stil.

Het argument lijkt te zijn:

Allah heeft geen vrouw, dus hoe zou Hij een zoon kunnen hebben?

Maar christenen hebben nooit geleerd dat God met Maria gemeenschap had en daardoor Jezus verwekte.

Dat is geen christelijke leer.

Niet in het Nieuwe Testament.

Niet in de vroegchristelijke belijdenis.

Niet in de leer van de Drie-eenheid.

Christenen spreken over de Zoon van God, niet over een lichamelijke zoon die ontstond doordat God een echtgenote nam.

De Koran bestrijdt hier dus een lichamelijke voorstelling van het zoonschap die het christendom niet leert.

En het wordt nog merkwaardiger.

 

Maria kan volgens de Koran een Zoon hebben zonder man

Wanneer Maria vraagt:

“Hoe zal ik een zoon hebben, terwijl geen man mij heeft aangeraakt?”

is het antwoord in Soera 19:21 in essentie:

dat is gemakkelijk voor Allah.

Dus wanneer Maria zegt:

“Ik heb geen man; hoe kan ik dan een zoon krijgen?”

is het antwoord:

Allah heeft geen man nodig om haar een zoon te geven.

Maar wanneer het gaat over God en de christelijke benaming „Zoon van God”, luidt de redenering:

“Hoe kan Hij een zoon hebben als Hij geen gezellin heeft?

Zie je het probleem?

De Koran erkent in het ene geval zelf dat een zoon door Gods bovennatuurlijke handelen kan bestaan zonder voortplanting.

Maar elders wordt Gods Zoonschap bestreden alsof een echtgenote noodzakelijk zou zijn.

Dat is géén weerlegging van het christelijke geloof.

Het is een weerlegging van een geloof dat christenen niet hebben.

 

De Koran bestrijdt vaker een christendom dat christenen niet belijden

Dat zien we eveneens in Soera 5:116.

Daar vraagt Allah aan Jezus of Hij tegen de mensen heeft gezegd:

„Neem mij en mijn moeder als twee goden naast Allah.”

Maar Maria hoort niet bij de christelijke Drie-eenheid.

De christelijke belijdenis is niet:

God – Maria – Jezus.

Maar:

Vader – Zoon – Heilige Geest.

Ook Soera 5:73 veroordeelt degenen die zeggen dat Allah “de derde van drie” (?!) is.

Maar christenen geloven evenmin dat “God één god naast twee andere goden is”.

De leer van de Drie-eenheid zegt niet:

drie goden.

Zij zegt dat er één God is.

Het probleem is daarom veel dieper dan simpelweg:

 De Koran verwerpt de Drie-eenheid.

De vraag is:

Begrijpt de Koran eigenlijk wel welke Drie-eenheid hij verwerpt?

 

Jezus verricht wonder na wonder

Het contrast met Mohammed wordt vervolgens buitengewoon scherp.

Over Jezus zegt Soera 5:110 dat Hij:

  • als baby tot mensen sprak;
  • blinden genas;
  • melaatsen genas;
  • doden uit de dood liet voortkomen;
  • uit klei de vorm van een vogel maakte en deze tot leven liet komen.

‘De Koran voegt steeds toe dat dit gebeurde met toestemming van Allah 

Maar daarmee verdwijnt het contrast niet.

Jezus doet de wonderen.

Zichtbare wonderen.

Wonderen die rechtstreeks aansluiten bij Zijn optreden als bijzondere boodschapper.

En dan komt Mohammed.

De zo genoemde laatste profeet

De boodschapper die volgens de islam de eerdere openbaringen corrigeert.

De profeet aan wie uiteindelijk de hele mensheid zich zou moeten onderwerpen.

Wat gebeurt er wanneer zijn tijdgenoten zeggen:

Laat dan een teken zien.

 

“Waarom is geen teken tot hem neergezonden?”

De vraag komt in de Koran niet één keer voor.

Hij komt telkens terug.

Soera 6:37:

„Waarom is geen teken van zijn Heer tot hem neergezonden?”

Het antwoord?

Allah kan een teken zenden.

Maar er komt geen wonder waarmee Mohammed zijn critici overtuigt.

Soera 10:20:

„Waarom is geen teken van zijn Heer tot hem neergezonden?”

Opnieuw.

Soera 13:7:

„Waarom is geen teken van zijn Heer tot hem neergezonden?”

Opnieuw.

Soera 13:27:

opnieuw dezelfde uitdaging.

Dat is opmerkelijk.

Want stel dat Mohammed publiek wonderen verrichtte zoals Mozes en Jezus.

Waarom antwoordt hij dan niet eenvoudig:

Geen teken? Jullie hebben het toch gezien?

 

De Koran geeft zelfs een reden waarom tekenen uitblijven

Soera 17:59 zegt in essentie dat Allah ervan weerhouden werd tekenen te zenden omdat vroegere volken die tekenen hadden verworpen.

Maar wat is dat voor argument?

Mensen verwierpen ook de tekenen van Mozes.

Tóch kreeg Mozes tekenen.

Mensen verwierpen Jezus.

Tóch verrichtte Jezus volgens de Koran wonder na wonder.

Dat sommige mensen een wonder zullen verwerpen, verklaart niet waarom een profeet geen wonder ontvangt.

Een teken dient juist om zijn aanspraak te bevestigen.

 

Uiteindelijk is het antwoord: de Koran zelf

Het duidelijkst wordt het in Soera 29:50-51.

De tegenstanders vragen:

Waarom zijn geen tekenen van zijn Heer tot hem neergezonden?

Mohammed moet antwoorden dat de tekenen bij Allah zijn en dat hij slechts een waarschuwer is.

Daarna volgt het argument dat het toch voldoende zou moeten zijn dat het Boek aan hem is geopenbaard.

Dat is veelzeggend.

De mensen vragen om een teken dat Mohammeds aanspraak bevestigt.

En Mohammed verwijst hen uiteindelijk naar de boodschap waarvan zij vragen waarom zij die als goddelijke openbaring zouden moeten geloven.

De boodschap wordt daarmee haar eigen bewijs.

Maar dat is dus precies wat de vraagsteller ter discussie stelde.

 

“Maar Mohammed spleet toch de maan?”

Hier wordt vaak Soera 54:1 aangehaald:

Het uur is nabijgekomen en de maan is gespleten.

Latere islamitische traditie maakt hier een wonder van Mohammed van..

Maar lees het vers zelf.

Er staat niet:

Mohammed spleet de maan.

Er staat zelfs niet in het vers dat Mohammed een wonder verrichtte in aanwezigheid van zijn tegenstanders.

Dat verhaal wordt door latere overlevering ingevuld.

En daarmee ontstaat opnieuw een eenvoudige vraag.

Als Mohammed daadwerkelijk voor de ogen van zijn tegenstanders de maan in tweeën had laten splijten, waarom lezen we dan later nog:

Waarom is geen teken tot hem neergezonden?

Het antwoord had dan verbluffend eenvoudig kunnen zijn:

Geen teken? Hebben jullie de maan soms gemist?

Maar zo’n antwoord staat niet in de Koran.

 

En dan verschijnen de wonderen later alsnog

In de latere hadithliteratuur verandert het beeld sterk.

Daar lezen we over Mohammed bij wie water uit zijn vingers stroomt, voedsel wordt vermenigvuldigd en bomen hem gehoorzamen.

Dat maakt de spanning alleen maar groter.

Want het oudste en volgens moslims hoogste islamitische gezag — de Koran — laat Mohammed herhaaldelijk geconfronteerd worden met het ontbreken van een teken.

De veel latere overleveringen leveren vervolgens alsnog de wonderen die zijn tegenstanders tijdens zijn leven kennelijk voortdurend verlangden.

Dat roept een historische vraag op die niet met vrome beweringen kan worden weggenomen:

Waarom ontbreken die wonderen in Mohammeds eigen antwoord aan degenen die hem erom vroegen?

 

Het contrast met Jezus kan nauwelijks groter zijn

Daarmee komen de lijnen samen.

Over Jezus zegt de Koran:

Hij is de Messias.

Hij is het Woord van Allah.

Hij is een Geest van Hem.

Hij wordt door de Heilige Geest ondersteund.

Hij wordt uit een maagd geboren.

Hij geneest de blinde.

Hij reinigt de melaatse.

Hij brengt de doden tot leven, met Gods toestemming.

Hij zal bovendien volgens de islamitische verwachting een buitengewone rol aan het einde der tijden vervullen.

Hij zal Gods oordeel brengen.

En Mohammed?

Wanneer om een teken wordt gevraagd:

Ik ben slechts een waarschuwer.

De asymmetrie is enorm.

De islam wil Mohammed boven Jezus plaatsen als laatste profeet, maar haar eigen bronnen geven Jezus kenmerken die Mohammed niet heeft.

Zelfs Satan krijgt op Jezus geen vat

De hadiths maken het contrast nog opvallender.

In Sahih al-Bukhari 3286 wordt overgeleverd dat Satan ieder kind bij de geboorte aanraakt, maar dat dit bij Jezus niet lukt.

Sahih al-Bukhari 3431 noemt Maria en haar Zoon als uitzonderingen.

Ook Sahih Muslim 2366a bevat deze traditie.

Nogmaals dan de vraag:

Waarom Jezus?

Waarom deze uitzonderingspositie?

Waarom niet Mohammed?

Waarom wordt degene die volgens de islam ‘slechts een profeet’ is voortdurend met uitzonderingen omgeven?

De islamitische bronnen lijken steeds hetzelfde probleem te creëren dat de islamitische leer vervolgens moet proberen weg te verklaren.

 

Misschien moeten we de vraag wel omdraaien

Moslims vragen christenen geregeld:

Waar zegt Jezus letterlijk: Ik ben God, aanbid Mij?

Maar misschien moet er eerst iets worden uitgelegd:

Waarom spreekt zelfs de Koran op zo’n uitzonderlijke manier over Jezus Christus?

Waarom is Hij het Woord van Allah?

Waarom een Geest van Hem?

Waarom de Messias?

Waarom uit een maagd?

Waarom ondersteund door de Heilige Geest?

Waarom verricht Hij wonderen die Mohammed in de Koran niet verricht?

Waarom kan Satan Hem volgens de hadith niet aanraken?

En waarom moet een boek dat zes eeuwen na Christus verschijnt vervolgens zeggen dat de fundamentele boodschap van de apostelen over Zijn kruisiging niet klopt?

 

Ga terug naar de oudste getuigen

Wanneer twee religies elkaar tegenspreken over Jezus, moet de vraag niet zijn:

Welke traditie ben ik gewend?

maar:

Welke getuigen staan het dichtst bij Jezus Zelf?

De Koran verschijnt ongeveer zes eeuwen na Christus.

Het Nieuwe Testament voert ons terug naar de eerste eeuw, naar de apostolische verkondiging en naar mensen die Jezus kenden of direct verbonden waren met degenen die Hem kenden.

Daar vinden wij geen Jezus die alleen maar de komst van Mohammed aankondigt.

Daar vinden wij:

In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.
— Johannes 1:1, STV

Daar vinden wij Thomas die voor de opgestane Christus uitroept:

Mijn Heere en mijn God!
— Johannes 20:28, STV

Daar vinden wij Paulus:

Welke is God boven allen te prijzen in der eeuwigheid. Amen.
— Romeinen 9:5, STV

En daar vinden wij het warme hart van het Evangelie:

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; en dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften.
— 1 Korinthe 15:3-4, STV

Dat is de Jezus van de Bijbel.

Niet slechts een profeet.

Niet de voorloper van Mohammed.

Niet iemand die aan het kruis vervangen moest worden.

Maar de gekruisigde en opgestane Here Jezus Christus.

Onderzoek niet alleen wat je over Jezus is verteld

De vraag aan de moslim is daarom niet of hij respect voor Jezus heeft.

De veel belangrijkere vraag is:

Wie is Jezus echt?

Wanneer zelfs de Koran Hem uitzonderlijke titels geeft, uitzonderlijke geboorte, uitzonderlijke wonderen en een uitzonderlijke verhouding tot de Geest van God, wees dan niet tevreden met het antwoord:

Hij was gewoon een profeet.

Onderzoek waarom Hij zo anders is.

En wanneer Mohammed als laatste boodschapper wordt gepresenteerd, onderzoek dan eveneens waarom de mensen om hem heen herhaaldelijk vroegen waarom hij geen teken ontving — en waarom de Koran hun niet antwoordt met de indrukwekkende wonderen die pas later uitgebreid in de hadith verschijnen.

Wees daarin een Bereeër.

En dezen waren edeler dan die te Thessalonica waren, als die het woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren.
— Handelingen 17:11, STV

Onderzoek.

Vergelijk.

Vraag door.

En bovenal: laat niet een latere religieuze traditie bepalen wie Jezus zou mogen zijn.

Ga terug naar de getuigen van het begin.

YouTube player
Geverifieerd door MonsterInsights