Wanneer het volmaakte gekomen is

Profetie en tongentaal zijn niet het bewijs van geestelijke volwassenheid

1 Korinthe 13 leert niet dat profetie en tongentaal het hoogtepunt van geestelijk leven vormen. Paulus noemt deze gaven tijdelijk en gedeeltelijk. De liefde blijft, maar profetieën worden tenietgedaan en talen zullen ophouden.

In charismatische kringen worden tongentaal, profetische woorden en bovennatuurlijke kennis vaak gepresenteerd als kenmerken van een krachtige, volwassen en Geestvervulde gemeente. Wie niet in tongen spreekt, geen persoonlijke profetieën ontvangt en geen bovennatuurlijke indrukken doorgeeft, zou geestelijk iets missen.

Maar wie 1 Korinthe 13 zorgvuldig leest, ontdekt precies het tegenovergestelde.

Paulus presenteert profetie, talen en bijzondere kennis niet als het einddoel van geestelijke groei. Hij noemt ze tijdelijk, gedeeltelijk en voorbijgaand. Niet de spectaculaire gave blijft bestaan, maar de liefde.

“De liefde vergaat nimmermeer; maar hetzij profetieën, zij zullen tenietgedaan worden; hetzij talen, zij zullen ophouden; hetzij kennis, zij zal tenietgedaan worden.” (1 Korinthe 13:8, STV)

Dat is geen aanbeveling om de gemeente voortdurend afhankelijk te maken van nieuwe profetieën. Het is een aankondiging dat deze gaven hun tijdelijke functie zullen verliezen.

 

Het volmaakte in 1 Korinthe 13
Het volmaakte in 1 Korinthe 13

De liefde blijft, de gaven verdwijnen

De tegenstelling in dit gedeelte is glashelder. De liefde vergaat nimmermeer, maar profetieën worden tenietgedaan, talen houden op en kennis wordt tenietgedaan.

Paulus verdeelt de genoemde zaken daarmee in twee categorieën.

Aan de ene kant staat de liefde. Zij behoort tot het blijvende leven uit God. Aan de andere kant staan profetieën, talen en bijzondere kennis. Zij waren nuttig en door God gegeven, maar hadden een tijdelijke en dienende functie.

Toch heeft een groot deel van de charismatische beweging de nadruk precies omgekeerd. De aandacht verschuift van de liefde van Christus naar de vermeende geestelijke beleving van de mens. Het draait om wat iemand voelde, hoorde, zag, droomde of innerlijk meende te ontvangen.

Daarmee wordt het tijdelijke verheven boven het blijvende.

De vraag is niet langer of Christus wordt verheerlijkt, of de Schrift recht wordt uitgelegd en of gelovigen wandelen in liefde. De vraag wordt of er “iets gebeurt”, of iemand “een woord heeft” en of de samenkomst als bovennatuurlijk wordt ervaren.

Maar geestelijke sensatie is geen bewijs van geestelijke volwassenheid.

 

De Korinthiërs waren begaafd, maar onvolwassen

De gemeente in Korinthe ontbrak het niet aan geestelijke gaven. Toch beschreef Paulus deze gelovigen als vleselijk en als kinderen in Christus. Er waren partijschappen, hoogmoed, wanorde, zedelijke misstanden en onderlinge rechtszaken.

Dat gegeven alleen al ontmaskert de populaire gedachte dat het functioneren van spectaculaire gaven bewijst dat een gemeente geestelijk volwassen is.

Korinthe had gaven in overvloed, maar een schrijnend gebrek aan volwassenheid.

Daarom staat 1 Korinthe 13 niet toevallig tussen de hoofdstukken over geestelijke gaven. Paulus onderbreekt zijn onderwijs niet om een romantisch gedicht over liefde te schrijven. Hij legt de bijl aan de wortel van hun geestelijke hoogmoed.

Zonder liefde waren hun indrukwekkende uitingen niets.

Een mens kan in talen spreken, profeteren, verborgenheden weten en over grote kennis beschikken, maar zonder liefde blijft hij geestelijk leeg. De gave maakt hem niet groot. De liefde van Christus moet zichtbaar worden in zijn wandel.

Wij kennen en profeteren ten dele

Paulus vervolgt:

“Want wij kennen ten dele en wij profeteren ten dele; doch wanneer het volmaakte zal gekomen zijn, dan zal hetgeen dat ten dele is, tenietgedaan worden.” (1 Korinthe 13:9-10, STV)

Profetie en kennis worden hier nadrukkelijk als gedeeltelijk beschreven. Zij gaven geen zelfstandige, volledige en definitieve openbaring van Gods waarheid. Zij brachten delen over binnen een periode waarin de apostolische openbaring nog niet voltooid was.

Dat is van groot belang.

De vroege gemeente beschikte nog niet over het volledige Nieuwe Testament zoals wij dat kennen. De apostelen leefden nog. De apostolische leer werd mondeling verkondigd, door bijzondere tekenen bevestigd en vervolgens schriftelijk vastgelegd.

De bijzondere openbaringsgaven hadden binnen die situatie een duidelijke functie. Maar een tijdelijke functie moet niet kunstmatig tot een blijvende kerkelijke structuur worden gemaakt.

Wat gedeeltelijk is, wijst vooruit naar wat volledig is.

Wat een fundament legt, wordt niet in iedere generatie opnieuw gelegd.

En wat God eenmaal gezaghebbend heeft geopenbaard, hoeft niet voortdurend te worden aangevuld door mensen die zeggen: “God vertelde mij…”

Wat is “het volmaakte”?

Over de precieze betekenis van “het volmaakte” bestaan verschillende uitleggingen. Sommigen denken uitsluitend aan de voltooiing van de Schrift. Anderen betrekken het op de uiteindelijke verheerlijking van de gelovige bij Christus.

Het gebruikte woord draagt de betekenis van voltooid, volgroeid of tot zijn bestemming gekomen. Paulus werkt dat uit met het beeld van een kind dat volwassen wordt:

“Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, was ik gezind als een kind, overlegde ik als een kind; maar wanneer ik een man geworden ben, zo heb ik tenietgedaan hetgeen eens kinds was.” (1 Korinthe 13:11, STV)

Het contrast is dat tussen het kinderlijke en het volwassen geworden leven. Het gedeeltelijke behoort bij een onvoltooide toestand. Het volmaakte of volgroeide maakt het gedeeltelijke overbodig.

De uiteindelijke vervulling ligt zonder twijfel in de volkomen toestand bij Christus:

“Want wij zien nu door een spiegel in een duistere rede, maar alsdan zullen wij zien aangezicht tot aangezicht; nu ken ik ten dele, maar alsdan zal ik kennen, gelijk ook ik gekend ben.” (1 Korinthe 13:12, STV)

Toch betekent dit niet dat iedere bijzondere gave noodzakelijk tot dat uiterste moment moet blijven functioneren. Paulus zegt dat het gedeeltelijke zal verdwijnen wanneer het zijn functie heeft vervuld. Wanneer en hoe dat historisch gebeurt, moet uit het bredere onderwijs van het Nieuwe Testament worden afgeleid.

Eén ding staat echter vast: dit gedeelte biedt geen enkele grond om profetie en tongentaal tot blijvende kenmerken van een volwassen gemeente te verklaren.

Het leert juist dat zij tot het gedeeltelijke en tijdelijke behoren.

Bovendien houdt de apostel Paulus gelovigen in Christus het volgende voor:

“En gij zijt in Hem volmaakt, Die het Hoofd is van alle overheid en macht;” (Kollossenzen 2:10, STV)

Let op dat er niet staat dat dat in de toekomst pas zo zal zijn!

De Schrift is geen aanzet tot voortdurende aanvulling

Hier ligt het fundamentele probleem van de hedendaagse profetische beweging. Men belijdt vaak formeel dat de Bijbel het Woord van God is, maar voegt in de praktijk voortdurend nieuwe boodschappen toe.

Men noemt die boodschappen misschien niet gelijkwaardig aan de Schrift. Men zegt dat zij “getoetst” moeten worden. Maar ondertussen worden zij wel ingeleid met uitspraken als:

“God zegt tegen jou…”

“De Heer liet mij zien…”

“Ik hoorde in mijn geest…”

“Dit is een profetisch woord voor deze tijd…”

Dat taalgebruik claimt Goddelijk gezag. Wie beweert dat God gesproken heeft, doet meer dan een menselijke gedachte of bemoediging delen. Hij legt zijn woorden feitelijk in de mond van God.

Daar helpt een vrome disclaimer achteraf niet tegen.

Wanneer zo’n profetie niet uitkomt, vaag blijft of aantoonbaar verkeerd blijkt te zijn, wordt zelden geconcludeerd dat de spreker ten onrechte namens God heeft gesproken. Men zegt dan dat de ontvanger het verkeerd begreep, dat de omstandigheden veranderden of dat de profetie “voorwaardelijk” was.

Zo wordt de profeet beschermd en de hoorder belast.

Dat is niet nederig. Dat is geestelijke manipulatie.

Moderne profetie is meestal oncontroleerbaar

Bijbelse profetie was geen verzameling voorzichtige indrukken die achteraf alle kanten op konden worden uitgelegd. Wanneer God sprak, sprak Hij waarheid.

De moderne profetische praktijk bestaat daarentegen vaak uit algemeenheden:

“Er komt een nieuw seizoen.”

“God gaat deuren openen.”

“Je hebt een roeping op je leven.”

“Er komt herstel.”

“God heeft meer voor je.”

Dergelijke uitspraken klinken geestelijk, maar zijn meestal zo vaag dat zij nauwelijks getoetst kunnen worden. Ze kunnen op bijna iedereen worden toegepast. Wanneer er iets positiefs gebeurt, wordt dat als vervulling gezien. Wanneer er niets gebeurt, wordt de boodschap vergeten.

Dit is geen Bijbelse profetie. Het is religieus verpakte suggestie.

Het gevaar wordt groter wanneer zulke woorden beslissingen over relaties, gezondheid, werk, geld of gemeentekeuze gaan beïnvloeden. Dan wordt een menselijke indruk voorzien van Goddelijk gewicht.

Mensen durven niet meer vrij en verantwoordelijk te handelen, omdat iemand heeft gezegd dat “God een plan heeft laten zien”.

De vermeende profetie bindt dan het geweten waar de Schrift dat niet doet.

Tongentaal is geen keurmerk van de Heilige Geest

Hetzelfde geldt voor tongentaal. In sommige kringen wordt spreken in tongen voorgesteld als noodzakelijk bewijs van de doop of vervulling met de Heilige Geest.

Maar Paulus zegt niet dat alle gelovigen in talen spreken. Hij stelt juist retorische vragen waaruit blijkt dat niet iedereen dezelfde gave ontving. Bovendien zegt hij in 1 Korinthe 13 uitdrukkelijk dat talen zullen ophouden.

Een gave die niet aan iedere gelovige werd gegeven en waarvan de Schrift zegt dat zij zal ophouden, kan onmogelijk het universele bewijs zijn dat iemand de Heilige Geest heeft ontvangen.

De gelovige wordt niet door tongentaal verzegeld, maar door de Heilige Geest Zelf. Hij behoort niet tot Christus omdat hij een bepaalde ervaring heeft gehad, maar omdat hij het Evangelie heeft geloofd.

Wie tongentaal als geestelijk keurmerk gebruikt, schept twee groepen christenen: gewone gelovigen en zogenaamd Geestvervulde gelovigen.

Dat onderscheid kent de Schrift niet.

Het veroorzaakt geestelijke onzekerheid, imitatie en groepsdruk. Mensen proberen klanken voort te brengen omdat hun geleerd is dat zij zich moeten “openstellen”. Vervolgens wordt de aangeleerde uiting als bovennatuurlijke gave bevestigd.

Dat is geen werking van de Geest, maar psychologische beïnvloeding.

Liefde betekent niet dat dwaling ongemoeid moet blijven

Een veelgebruikt verweer luidt dat kritiek op charismatische praktijken liefdeloos zou zijn. Maar liefde betekent niet dat verkeerde leringen vriendelijk mogen blijven voortwoekeren.

Bijbelse liefde verheugt zich niet in ongerechtigheid, maar in de waarheid.

Een leer die gelovigen afhankelijk maakt van profeten, indrukken, ervaringen en bijzondere bedieningen moet worden weersproken. Niet omdat wij mensen willen beschadigen, maar omdat mensen beschermd moeten worden tegen geestelijke afhankelijkheid.

Juist liefde vraagt om duidelijkheid.

Het is niet liefdevol om iemand te laten geloven dat God hem persoonlijk iets heeft beloofd wanneer God dat niet in Zijn Woord heeft beloofd. Het is niet liefdevol om iemand met een ziekte jarenlang te laten wachten op een aangekondigde genezing. Het is niet liefdevol om twijfel aan een menselijke profetie gelijk te stellen aan ongeloof tegenover God.

Waar menselijke woorden Goddelijk gezag krijgen, moet de Schrift scherp worden geopend.

Geestelijke volwassenheid zoekt geen nieuwe stemmen

De volwassen gelovige leeft niet van steeds nieuwe openbaringen, maar groeit in de kennis van het reeds geopenbaarde Woord.

Hij vraagt niet voortdurend: “Heeft God vandaag nog iets nieuws tegen mij gezegd?”

Hij vraagt: “Wat heeft God in Zijn Woord gezegd, en wandel ik daarnaar?”

Dat is minder spectaculair. Het levert misschien geen indrukwekkende verhalen op. Maar het is veilig, nuchter en Bijbels.

De Heilige Geest leidt de gelovige niet weg van de Schrift naar een wereld van oncontroleerbare indrukken. Hij opent het verstand voor het Woord, verheerlijkt Christus en brengt de waarheid in herinnering.

Wie telkens nieuwe boodschappen nodig heeft, toont daarmee niet noodzakelijk geestelijke rijkdom. Het kan juist wijzen op ontevredenheid met wat God reeds heeft gegeven.

De Bijbel wordt dan de achtergrond, terwijl persoonlijke ervaring de feitelijke leiding overneemt.

Het tijdelijke mag en kan nooit de plaats van Christus innemen

Paulus eindigt niet met profetie, talen of bijzondere kennis. Hij eindigt met geloof, hoop en liefde:

“En nu blijft geloof, hoop en liefde, deze drie; doch de meeste van deze is de liefde.” (1 Korinthe 13:13, STV)

Niet de profeet blijft. Niet de tongenspreker blijft. Niet de geestelijke sensatie blijft.

De liefde blijft.

Daarmee ontmaskert 1 Korinthe 13 een geloofsbeleving die haar identiteit zoekt in tekenen, manifestaties en ervaringen. De gemeente wordt niet volwassen door steeds meer bovennatuurlijke verschijnselen. Zij groeit door de kennis van Christus, door het Woord en door een wandel die overeenkomt met haar hemelse roeping.

 

Profetieën zullen tenietgedaan worden.

Talen zullen ophouden.

Gedeeltelijke kennis zal verdwijnen.

Maar de liefde van Christus vergaat nimmermeer.

Wie daarom het tijdelijke tot hoofdzaak maakt, mist de hoofdzaak. En wie voortdurend om nieuwe woorden vraagt, loopt het gevaar het geschreven Woord naar de achtergrond te schuiven.

De volwassen gemeente jaagt niet naar religieuze sensatie. Zij blijft bij de waarheid die God heeft geopenbaard en verheerlijkt Hem Die het levende Woord is: de Here Jezus Christus.

zie ook: Is ‘het volmaakte’ gekomen? – Bijbelse basis

Preek geanalyseerd: de Schuilplaats Papendrecht, 12 juli 2026

De context

Spreker: Johan Celier, voorganger van de Evangelische Gemeente De Hoekse Waard
Datum / setting: Zondagse eredienst, 12 juli 2026
Platform / gemeente: Gastpreek; de ontvangende gemeente wordt niet duidelijk genoemd
Thema: Jezus volgen en gelijkvormig worden aan Zijn beeld
Doelgroep: Gelovigen in een evangelische gemeente

De spreker sluit aan bij het gemeentethema “Jezus volgen”. Hij wil laten zien dat Jezus volgen niet in de eerste plaats bestaat uit spectaculaire gaven, tekenen en wonderen, maar uit het leren van Christus’ zachtmoedigheid en nederigheid. Tegelijk verbindt hij dit met de leiding van de Heilige Geest, persoonlijke openbaring, innerlijke indrukken en het zichtbaar maken van Gods Koninkrijk op aarde.

De kern

Wat wordt er concreet geleerd?

De gelovige is volgens de spreker geroepen om steeds meer op de Here Jezus te gaan lijken. Romeinen 8:28-29 wordt daarbij terecht niet uitgelegd als een algemene belofte dat alle omstandigheden vanzelf prettig zullen eindigen. De bedoeling is dat God omstandigheden gebruikt om gelovigen gelijkvormig te maken aan het beeld van Zijn Zoon.

Vanuit Mattheüs 11:25-30 legt hij uit dat Jezus mensen uitnodigt Zijn juk op zich te nemen. Dat juk wordt voorgesteld als het leven van een leerling die naar zijn rabbi kijkt, hem navolgt en steeds meer op hem gaat lijken. Het centrale kenmerk daarvan is zachtmoedigheid en nederigheid.

Daarnaast leert de spreker dat de gelovige de Here Jezus persoonlijk moet ontmoeten en leren kennen. Daarvoor is volgens hem niet alleen het lezen van de Bijbel nodig, maar ook een persoonlijk spreken met God, het ontvangen van innerlijke openbaring en het leren luisteren naar de Heilige Geest.

 

Hoofdstellingen

Gelijkvormigheid aan Christus is het doel van het geloofsleven.

Zachtmoedigheid en nederigheid zijn geen zwakheid, maar geestelijke kracht.

Tekenen en wonderen zijn niet het belangrijkste bewijs van gelijkvormigheid aan Christus.

De Heilige Geest wil gelovigen persoonlijk leiden en woorden voor anderen geven.

De gelovige moet Gods Koninkrijk zichtbaar maken op aarde.

 

Belangrijkste Bijbelteksten

Mattheüs 11:25-30
Romeinen 8:28-29
Johannes 17:3
Galaten 5:1
Efeze 3:16-17
Genesis 1:26
Filippenzen 2:3

 

Centrale nadruk

De nadruk ligt op relationele navolging: Jezus niet alleen bestuderen, maar Hem ontmoeten, naar Zijn stem luisteren, door de Geest geleid worden en Zijn karakter zichtbaar maken.

Belangrijkste toepassingen

De gelovige moet zich niet richten op geestelijk succes of spectaculaire gaven.

Hij moet leren buigen voor God en niets uit zichzelf verwachten.

Hij moet zichtbaar anders durven leven dan de wereld.

Hij moet aandacht hebben voor de individuele mens die God op zijn weg brengt.

Wie door vernedering, afwijzing of een negatief zelfbeeld is beschadigd, wordt opgeroepen gebed te vragen.

Bijbelvastheid

Positieve Schriftuitleg

De behandeling van Romeinen 8:28-29 behoort tot de sterkste delen van de preek. De spreker bestrijdt terecht de populaire uitleg dat “alle dingen medewerken ten goede” betekent dat ziekte, geldproblemen of moeilijke omstandigheden uiteindelijk altijd in aardse voorspoed veranderen. Het “goede” wordt in vers 29 verbonden met het gelijkvormig worden aan het beeld van Gods Zoon.

Ook zijn waarschuwing tegen geestelijke hoogmoed rond gaven, genezingen en wonderen is terecht. Een bediening waarin de mens zichzelf belangrijk gaat vinden omdat er bijzondere dingen door hem gebeuren, staat haaks op de zachtmoedigheid van Christus.

Positief is verder dat de spreker zijn hoorders uitnodigt om zijn woorden aan de Schrift te toetsen:

“Als het Woord het tegenspreekt, dan mag je tegen mij zeggen: hier staat iets anders.”

Dat is een gezonde uitspraak. Een prediker staat niet boven het Woord en mag gecorrigeerd worden.

De tegenstelling tussen nederigheid en vernederd worden wordt pastoraal zorgvuldig uitgewerkt. Nederigheid is vrijwillig buigen voor God; vernedering is iets wat een ander iemand aandoet. Die onderscheiding kan beschadigde mensen werkelijk helpen.

 

Mattheüs 11 wordt te smal uitgelegd

De spreker stelt dat “vermoeid en belast” in Mattheüs 11 hoofdzakelijk betrekking heeft op de rabbijnse regels en religieuze lasten die Schriftgeleerden mensen oplegden. Die achtergrond kan meespelen, maar wordt te absoluut gemaakt.

In de directe context spreekt de Here Jezus over het ongeloof van steden, de openbaring van de Vader door de Zoon en het komen tot Hem. De rust die Hij geeft, is daarom breder dan bevrijding van menselijke religieuze voorschriften. Het betreft rust voor de ziel bij Christus Zelf: rust van eigen werken, schuld, zonde en menselijke pogingen om zichzelf rechtvaardig te maken.

De spreker zegt dat de bekende pastorale toepassing van Mattheüs 11:28 wel waar is, maar “hier niet bedoeld wordt”. Dat is te stellig. De tekst mag niet tot algemene gevoelsmatige troost worden gereduceerd, maar de rust van Christus is ook niet beperkt tot rabbijnse regelgeving.

 

De verwijzing naar Lukas klopt niet helemaal

De spreker zegt dat het parallelle gedeelte in Lukas in een twistgesprek met Farizeeën en Schriftgeleerden staat. De eigenlijke parallel van Mattheüs 11:25-27 staat in Lukas 10:21-22, direct na de terugkeer van de zeventig discipelen. Daar is geen twistgesprek met Farizeeën gaande.

Dit is geen onbetekenend detail, omdat hij deze vermeende context gebruikt om zijn uitleg van Mattheüs 11 te ondersteunen.

 

Woord en Geest worden uit elkaar getrokken

Het meest zorgelijke moment is de stellige uitspraak:

“Het is niet mogelijk Hem te leren kennen door alleen het Woord te lezen.”

In de meest gunstige uitleg bedoelt de spreker dat een ongelovige de Bijbel verstandelijk kan lezen zonder zich aan Christus over te geven. Dat is waar. Schriftkennis zonder geloof geeft geen geestelijk leven.

Maar zijn formulering schept een verkeerde tegenstelling. Wij leren de Here Jezus juist kennen door het geschreven Woord, dat de Heilige Geest gebruikt en voor ons opent:

  • “Het geloof is uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods” — Romeinen 10:17.
  • De Schriften kunnen wijs maken tot zaligheid — 2 Timotheüs 3:15.
  • Wij zijn wedergeboren door het levende en eeuwig blijvende Woord — 1 Petrus 1:23.
  • Johannes schreef zijn Evangelie opdat wij zouden geloven dat Jezus de Christus is — Johannes 20:31.

De Heilige Geest vormt geen tweede weg naast het Woord. Hij verlicht het verstand, overtuigt door het Woord en verheerlijkt Christus door wat apostolisch is geopenbaard. Een tegenstelling tussen “alleen Bijbellezen” en “werkelijk ontmoeten” kan ertoe leiden dat innerlijke ervaringen uiteindelijk meer gezag krijgen dan de Schrift.

Een betere formulering zou zijn:

Het Woord moet niet slechts verstandelijk gelezen worden, maar in geloof worden ontvangen; de Heilige Geest opent door dat Woord onze ogen voor Christus.

 

Subjectieve openbaring krijgt te veel gewicht

De spreker vertelt dat tijdens een eerdere preek zijn aandacht voortdurend naar een vrouw werd getrokken. Hij liep naar haar toe en zei dat God tegen haar wilde zeggen: “God houdt van je.” Achteraf bleek zij God om precies zo’n teken te hebben gevraagd.

Het verhaal kan oprecht en ontroerend zijn. Het bewijst echter niet dat de innerlijke indruk rechtstreeks van God kwam. De bevestiging door de reactie van de vrouw maakt een indruk nog niet tot openbaring.

De spreker geeft aanvankelijk een goede grens: iets van God mag nooit tegen de Schrift ingaan. Maar “niet tegen de Schrift ingaan” is een te lage toets. Talloze algemene of vage indrukken spreken de Bijbel niet rechtstreeks tegen. De vraag is ook of iemand werkelijk namens God mag verklaren: “God wil dit nu persoonlijk tegen u zeggen.”

Hier ontstaat een patroon dat kenmerkend is voor charismatische spiritualiteit:

innerlijke aandacht → ervaren opdracht → spreken namens God → emotionele bevestiging → conclusie dat de Geest gesproken heeft.

Dit kan gemeenteleden leren hun gedachten en ingevingen als Gods stem te interpreteren. Daarmee verschuift het gezag ongemerkt van het objectieve Woord naar de ervaring van de spreker.

 

Efeze 3 wordt onnauwkeurig toegepast

De spreker zegt dat de Heilige Geest komt “zodat Jezus door het geloof woning kan maken in jouw hart”. Efeze 3:16-17 is echter gericht aan mensen die al gelovig zijn en reeds met de Heilige Geest verzegeld waren. Paulus bidt niet om hun eerste wedergeboorte of inwoning, maar om geestelijke versterking, zodat Christus rijkelijk en praktisch in hun harten woont.

De tekst gaat over verdieping en geestelijke wasdom, niet over een bekeringsschema waarin eerst de Geest komt en daarna Jezus in het hart gaat wonen.

 

Leerstellig probleem

Zonde blijft op de achtergrond

Er wordt gesproken over trots, slavernij, afwijzing en een negatief zelfbeeld, maar zonde als opstand tegen God wordt nauwelijks uitgewerkt. De mens verschijnt vooral als iemand die moet leren luisteren, volgen en veranderen.

Daardoor blijft onduidelijk waarom de mens niet alleen onderwijs of herstel nodig heeft, maar verzoening met God.

 

Het kruis wordt genoemd, maar nauwelijks verkondigd

In het slotgebed wordt beleden dat de Here Jezus mens werd, stierf, opstond, aan Gods rechterhand zit en zal terugkomen. Dat is waardevol en wezenlijk.

Toch wordt niet uitgelegd waarom Hij stierf, wat Zijn bloed heeft bewerkt, hoe de zondaar gerechtvaardigd wordt of wat genade betekent. Het kruis functioneert voornamelijk als de plaats waar iemand zijn leven aflegt en het leven van Jezus ontvangt. De plaatsvervangende betekenis van Zijn dood blijft vrijwel buiten beeld.

 

Bekering en geloof worden ervaringsgericht beschreven

De hoorder moet “op de knieën gaan bij het kruis”, zijn leven afleggen en zeggen: “Heer, ik ontvang Uw leven in mijn leven.” Dat kan een oprechte geloofsreactie omschrijven, maar het Evangelie wordt hierdoor sterk in ervaringstaal gegoten.

Bijbels gezien is geloof het vertrouwen op wat God in Christus heeft volbracht. Niet de intensiteit van het moment, het gebed of de overgave redt, maar Christus Zelf en Zijn volbrachte werk.

 

Verkiezing wordt te snel behandeld

De spreker verwerpt de dubbele predestinatie en stelt vervolgens dat iedereen in Jezus uitverkoren is en dat iemand door voor Jezus te kiezen “zijn hand op die uitverkiezing legt”.

Het juiste element is dat verkiezing nooit los van Christus mag worden gedacht. Maar een moeilijk onderwerp wordt hier in enkele zinnen afgedaan. Romeinen 8:29-30 wordt niet werkelijk uitgelegd, terwijl die passage juist spreekt over Gods voorkennis, voorbestemming, roeping, rechtvaardiging en verheerlijking.

De kritiek op een calvinistische formulering vervangt hier de zorgvuldige behandeling van de Bijbeltekst.

 

Het onderscheid tussen Christus en Zijn volgelingen vervaagt

De spreker verbindt gelijkvormigheid aan Christus aanvankelijk met genezingen, demonenuitdrijving, tekenen en wonderen. Later relativeert hij dit gelukkig en legt hij de nadruk op karakter.

Toch ontbreekt een belangrijk onderscheid: de Here Jezus is niet alleen ons voorbeeld. Hij is de unieke Zoon, Messias, Verlosser en Heer. Veel van Zijn werken hadden een messiaanse betekenis en bewezen Wie Hij was. Ook de apostolische tekenen hadden een bijzondere bevestigende functie.

“Doen wat Jezus deed” kan daarom nooit zonder onderscheid als algemene opdracht aan iedere gelovige worden gebruikt.

 

Positionering

De boodschap staat duidelijk binnen een charismatisch-evangelische Koninkrijksgerichte spiritualiteit.

Kenmerkende accenten zijn:

  • hedendaagse tekenen, wonderen en genezingen;
  • persoonlijke leiding door innerlijke indrukken;
  • spreken van een persoonlijk “woord van God” voor iemand;
  • het leven van de hemel op aarde zichtbaar maken;
  • Gods Koninkrijk zichtbaar maken;
  • nadruk op zonen en dochters die het beeld van God herstellen;
  • een sterke tegenstelling tussen religieuze regels en geestelijk leven.

De preek bevat geen duidelijke oproep tot dominion, moderne apostelen of een vijfvoudige hiërarchie. Daarom is het niet gerechtvaardigd deze preek zonder meer als NAR te bestempelen.

Wel is de gebruikte taal NAR- en Kingdom Now-compatibel. Vooral de uitspraken over “het Koninkrijk zichtbaar maken”, “leven vanuit de hemel op aarde” en bijzondere persoonlijke openbaring bewegen zich in dezelfde begrippenwereld.

Tegelijk zegt de spreker uitdrukkelijk dat een deel pas werkelijkheid wordt wanneer de Here Jezus terugkomt. Daarmee is dit geen volledige gerealiseerde Koninkrijkstheologie. Het is eerder een charismatische reeds nu, maar nog niet volledig”-benadering waarin het “reeds nu” zeer zwaar wordt aangezet.

Een fundamentele correctie is nodig bij het spreken over het bouwen of zichtbaar maken van het Koninkrijk. De Schrift leert niet dat de gemeente het Koninkrijk bouwt. Christus bouwt Zijn Gemeente. Het Koninkrijk wordt door God gegeven, opgericht en bij de wederkomst van Christus geopenbaard. Gelovigen mogen ervan getuigen en leven onder de heerschappij van Christus, maar zij brengen het Koninkrijk niet tot stand.

 

Houding en taalgebruik

De toon is warm, toegankelijk, humoristisch en overwegend herderlijk. De spreker stelt zichzelf niet als onaantastbaar voor. Hij nodigt de gemeente zelfs uit hem vanuit de Bijbel te corrigeren.

Ook spreekt hij eerlijk over eigen tekortkomingen. Zijn verhaal dat een collega vroeger niet wist dat hij christen was, gebruikt hij niet om zichzelf te verheffen, maar als zelfcorrectie.

Er is ruimte voor pastorale gevoeligheid, vooral wanneer hij mensen aanspreekt die vernederd of afgewezen zijn.

Tegelijk gebruikt hij geregeld zeer stellige taal zonder voldoende Schriftuurlijke onderbouwing:

“Ik zeg dat echt met volle zekerheid.”

Juist daarna volgt de problematische uitspraak dat men Christus niet door het Woord alleen kan leren kennen.

De emotionele ervaring wordt niet openlijk als manipulatiemiddel gebruikt, maar het getuigenis over het persoonlijke “profetische woord” en de daaropvolgende oproep voor gebed kunnen wel verwachtingen oproepen dat God tijdens het gebedsmoment bijzondere ervaringen of directe genezing zal geven.

Kritisch denken wordt dus enerzijds aangemoedigd — toets mij aan het Woord — maar anderzijds verzwakt door de grote plaats die persoonlijke indrukken en innerlijke openbaring krijgen.

 

Wat is goed, wat vraagt correctie en eventuele valkuilen

Wat kan worden bevestigd?

De preek bevat een waardevolle oproep om niet naar geestelijk spektakel te zoeken, maar naar gelijkvormigheid aan Christus.

De uitleg van Romeinen 8:28-29 is in de kern sterk.

De nadruk op zachtmoedigheid, nederigheid, afhankelijkheid van God en aandacht voor de individuele mens is Bijbels en pastoraal bruikbaar.

De spreker belijdt de menswording, dood, opstanding, verhoging en wederkomst van de Here Jezus Christus.

Ook zijn waarschuwing tegen geestelijke hoogmoed en het bouwen van een persoonlijk koninkrijk is terecht.

 

Wat vraagt correctie?

Woord en Geest mogen niet tegenover elkaar worden geplaatst. De Heilige Geest maakt Christus bekend door het apostolische Woord.

Persoonlijke indrukken mogen niet zonder meer als openbaring of spreken van God worden gepresenteerd.

Mattheüs 11 wordt te beperkt tot religieuze regelgeving en de verwijzing naar Lukas is exegetisch onjuist.

Het Koninkrijk wordt niet door gelovigen gebouwd of vanuit de hemel naar de aarde gebracht. Christus Zelf zal het openbaren.

Gelijkvormigheid aan Christus betekent niet dat iedere gelovige dezelfde tekenen en wonderen moet doen als de Here Jezus.

De leer over verkiezing wordt te eenvoudig en te polemisch behandeld.

 

Wat kan verwarring veroorzaken?

De ernstigste verwarring ontstaat door de combinatie van deze twee boodschappen:

“Toets alles aan het Woord.”

en:

“Je kunt Hem niet door het Woord alleen leren kennen; de Geest moet persoonlijk tot jou spreken.”

Wanneer deze spanning niet wordt opgelost, zal in de praktijk de innerlijke stem vaak zwaarder gaan wegen dan de geschreven Schrift. De Bijbel wordt dan gebruikt om ervaringen achteraf te bevestigen, in plaats van dat de Schrift vooraf bepaalt wat wij mogen geloven en verkondigen.

Ook de Koninkrijkstaal kan gemeenteleden het idee geven dat hun opdracht bestaat uit het zichtbaar manifesteren van hemelse kracht, terwijl de nieuwtestamentische nadruk ligt op getuigen, dienen, lijden, volharden en uitzien naar de verschijning van Christus.

 

Wat betekent dit voor de gemeente?

De gemeente kan door deze preek terecht worden aangespoord tot nederigheid en bewogenheid. Maar zonder correctie kan zij tegelijk ontvankelijk worden voor subjectieve leiding, persoonlijke profetieën en een vorm van Koninkrijksdenken waarin ervaring en manifestatie belangrijker worden dan zorgvuldig Schriftverstaan.

Daarmee ontstaat gemakkelijk een tweedeling tussen mensen die zeggen bijzondere woorden en indrukken te ontvangen en gelovigen die eenvoudig op het geopenbaarde Woord vertrouwen.

 

Ernst van de afwijking

Dit is geen fundamentele ontkenning van Christus of van het Evangelie. De belangrijkste heilsfeiten worden beleden.

Maar het gaat ook niet slechts om een onschuldig accentverschil.

De preek bevat enkele duidelijke exegetische onnauwkeurigheden en een bredere leerstellige scheefgroei op het terrein van openbaring, Woord en Geest, tekenen en wonderen en het Koninkrijk van God.

De boodschap kan daarom niet volledig worden afgewezen, maar ook niet ongecorrigeerd worden overgenomen.

 

De sterkste oproep van de preek is dat een volgeling van Christus niet herkenbaar moet zijn aan geestelijk vertoon, maar aan het karakter van zijn Heer. Dat verdient instemming.

Maar juist daarom moet ook de Here Jezus worden gezocht waar Hij Zich betrouwbaar bekendmaakt: in het geschreven Woord.

De Geest verheerlijkt Christus niet door ons losser van de Schrift te maken, maar door onze ogen te openen voor wat God daarin reeds heeft geopenbaard.

Geestelijk onderscheid is geen luxe, maar noodzaak. Niet alles wat geestelijk klinkt, is ook Bijbels verantwoord.

 

Zie ook:

Gods Koninkrijk zichtbaar maken? – Bijbelse basis

VPE kritisch bekeken: profetie, leiderschap en pinkstertheologie getoetst aan de Bijbel – Bijbelse basis

Waar komt de NAR vandaan?

Niet uit de lucht komen vallen…

YouTube player

De New Apostolic Reformation, kortweg NAR, is niet zomaar uit het niets ontstaan. In deze video laat ik zien hoe de beweging voortbouwt op oudere pinkster-, Volle-Evangelie- en restorationistische ideeën, zoals de vermeende vijfvoudige bediening, hedendaagse apostelen en profeten, impartatie en profetische activatie. Ook kijk ik naar de invloed van Randy Clark en de manier waarop dit gedachtegoed via Hans Maat ingang heeft gevonden in Nederland. Niet het etiket staat centraal, maar de leer, de praktijk en de vraag: wat zegt de Bijbel?

Zie ook:

De New Apostolic Reformation – Bijbelse basis

Why the Ten Commandments Are Not “Ten Core Values for Christian Life” – Bijbelse basis

Profeten zonder toetsing – Bijbelse basis

De misvatting van de ‘vijfvoudige bediening’ – Bijbelse basis

Dominion-denken: een frontale aanrijding met het Nieuwe Testament – Bijbelse basis

Wat impartatie is en waarom het niet Bijbels is – Bijbelse basis

Dominion-theologie en de zeven bergen: opdracht of machtsdroom? – Bijbelse basis

Geverifieerd door MonsterInsights