De verborgenheid in het Nieuwe Testament

Hoezo Kingdom Now, “Koninkrijk zichtbaar maken” en NAR ?

 

Wat bedoelt het Nieuwe Testament met het woord verborgenheid”? Vaak wordt dit begrip vaag, mystiek of breed gebruikt. Maar bij Paulus gaat het juist om geopenbaarde waarheid: iets wat vroeger verborgen was in Gods raad, maar nu bekendgemaakt is door apostolische openbaring. Vooral de verborgenheid van Christus en de Gemeente is daarbij beslissend. Jood en heiden worden in Christus tot één lichaam gemaakt, verbonden met het Hoofd in de hemel. Dáárom is de roeping van de Gemeente niet Kingdom Now, niet “het Koninkrijk zichtbaar maken” als aards programma, en niet de New Apostolic Reformation, maar Christus belijden, het Evangelie bewaren en de Heere verwachten.

 Er zijn Bijbelse begrippen die gemakkelijk verkeerd verstaan worden of erger: genegeerd of weggeredeneerd worden.

.Met alle gevolgen van dien.

Het woord “verborgenheid” is daar een goed voorbeeld van.

Voor sommigen klinkt het als iets mystieks. Alsof Paulus ons meeneemt in een verborgen binnenkamer van geheime kennis. Voor anderen wordt het een soort theologisch stopwoord: alles wat moeilijk is, noemt men dan “een verborgenheid”. En weer anderen gebruiken het woord om de Gemeente, Israël, het Koninkrijk en Gods heilsplan op één hoop te schuiven.

Maar zo gebruikt het Nieuwe Testament het woord dus niet.

Als Paulus spreekt over een verborgenheid, bedoelt hij niet dat wij in het duister moeten tasten. Hij bedoelt juist dat God iets bekendgemaakt heeft wat eerder verborgen was in Zijn raad.

De nadruk ligt niet op menselijke onwetendheid, maar op Goddelijke openbaring.

Een verborgenheid is in het Nieuwe Testament geen rookgordijn. Het is daarentegen onthulling.

Dit onderwerp is van belang. Want als je de verborgenheid van de Gemeente niet verstaat, kom je in knoei..

Dan wordt de Gemeente verward met Israël.

Dan wordt de roeping van de Gemeente verward met het Koninkrijk.

Dan wordt verwachting vervangen door activisme.

Dan wordt getuigenis vervangen door dominion.

Dan wordt de hemelse roeping  van de Gemeente ingeruild voor een aards programma.

De verborgenheid
De verborgenheid
Dáárom: geen Kingdom Now.
Geen “Koninkrijk zichtbaar maken” als opdracht aan de Gemeente.
Geen New Apostolic Reformation.

 

Niet omdat we bang moeten zijn voor gehoorzaamheid, heiliging, goede werken of een vrijmoedig getuigenis. Maar omdat we de Schrift recht willen snijden.

“Benaarstig u, om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt.” 2 Timotheüs 2:15 (STV)

 

Wat betekent verborgenheid?

Het Griekse woord achter “verborgenheid” is mystērion. Dat woord betekent in het Nieuwe Testament niet: een raadsel voor ingewijden, of een geheime leer die alleen een geestelijke elite kan begrijpen.

Het betekent: een waarheid die voorheen verborgen was, maar nu door God is bekendgemaakt.

Paulus schrijft:

“Dat Hij mij door openbaring heeft bekend gemaakt deze verborgenheid, gelijk ik met weinige woorden te voren geschreven heb;” Efeze 3:3 (STV)

Dat ene woord openbaring is beslissend. Paulus heeft deze waarheid niet uit zichzelf bedacht. Hij heeft haar niet afgeleid uit menselijke filosofie. Hij heeft haar ook niet opgebouwd vanuit religieuze traditie. Zij is hem bekendgemaakt door openbaring.

Daarom is een verborgenheid in het Nieuwe Testament niet iets wat wij zelf moeten opgraven met geestelijke fantasie. Het is iets wat God Zelf heeft onthuld in Zijn Woord.

De verborgenheid wordt niet bepaald door menselijke ervaring, kerkelijke traditie, moderne profeten, apostolische claims of koninkrijksactivisme, maar door apostolische openbaring.

 

Verborgen in vorige eeuwen, nu bekendgemaakt

Paulus maakt het nog duidelijker in Efeze 3:

“Welke in andere eeuwen den kinderen der mensen niet is bekend gemaakt, gelijk zij nu is geopenbaard aan Zijn heilige apostelen en profeten, door den Geest;” Efeze 3:5 (STV)

Let goed op wat hier staat. Paulus zegt niet dat niemand in het Oude Testament iets wist van Gods genade. Dat zou onbijbels zijn. Abraham werd gerechtvaardigd uit geloof. David kende de zaligheid van vergeving. De profeten spraken over de komende Messias, Zijn lijden en Zijn heerlijkheid.

Maar Paulus zegt wel dat deze specifieke waarheid niet in andere eeuwen bekendgemaakt was zoals zij nu is geopenbaard.

Dat is belangrijk. Niet alles wat later duidelijker wordt, was eerder volledig onbekend. Maar bij de verborgenheid van de Gemeente gaat het om meer dan alleen “meer licht” op een oude zaak. Het gaat om een werkelijkheid die in Gods raad verborgen was en nu door de Geest via apostelen en profeten bekendgemaakt is.

Wie dat niet ziet, maakt het Nieuwe Testament plat. Dan wordt Paulus slechts een herhaler van Mozes en de profeten. Maar Paulus is niet alleen uitlegger van bestaande openbaring; hij is ook ontvanger en verkondiger van specifieke nieuwtestamentische openbaring.

En precies daar wordt de strijd scherp. Want waar Paulus spreekt over een hemelse Gemeente, maakt Kingdom Now er een aardse machtsbeweging van. Waar Paulus spreekt over een verborgenheid die nu geopenbaard is, komt de NAR met nieuwe apostolische sleutels, nieuwe profetische strategieën en nieuwe mandaten. Waar Paulus de Gemeente richt op Christus in de hemel, richt dominion-denken haar op invloed op aarde.

Zie hier de bron van de hedendaagse verwarring,

 

De kern: Jood en heiden in één lichaam

Paulus laat ons niet raden naar de inhoud van deze verborgenheid. Hij zegt het zelf:

“Namelijk dat de heidenen zijn medeërfgenamen, en van hetzelfde lichaam, en mededeelgenoten Zijner belofte in Christus, door het Evangelie;” Efeze 3:6 (STV)

Dit is de kern: heidenen zijn in Christus mede-erfgenamen, van hetzelfde lichaam, en mededeelgenoten van de belofte door het Evangelie.

Dat is veel meer dan: ook heidenen kunnen zalig worden. Dat was in het Oude Testament al bekend. Denk aan Rachab, Ruth, Naäman en de belofte aan Abraham dat in zijn Zaad alle volken gezegend zouden worden.

De verborgenheid is dus niet simpelweg dat heidenen gezegend worden. De verborgenheid is dat Jood en heiden in Christus samengevoegd worden tot één lichaam.

Niet twee groepen naast elkaar.

Niet de heidenen als aanhangsel of ingevoegd bij Israël.

Niet Israël dat door de kerk wordt vervangen.

Maar één nieuwe, hemelse werkelijkheid in Christus: de Gemeente als lichaam van de verhoogde Heere.

Daarom schrijft Paulus in Efeze 2:

“Opdat Hij die twee in Zichzelven tot een nieuwen mens zou scheppen, vrede makende;” Efeze 2:15 (STV)

Dat is duidelijke taal: een nieuwe mens.

Niet een opgelapt oud systeem.

Niet een geestelijke annexatie van Israël door de heidenen.

Niet een religieuze coalitie.

Maar: een nieuwe schepping in Christus.

En dat nieuwe lichaam heeft geen opdracht gekregen om het Davidische Koninkrijk alvast op aarde te manifesteren. Het lichaam is verbonden met het Hoofd in de hemel.

Dat verandert alles.

 

De Gemeente is geen Koninkrijksmachine

Veel moderne prediking gebruikt taal die op het eerste gehoor vroom klinkt:

“Wij moeten het Koninkrijk zichtbaar maken.”

“Wij moeten de hemel naar de aarde brengen.”

“Wij zijn geroepen om de cultuur te transformeren.”

“Wij moeten de zeven bergen innemen.”

“Wij moeten als zonen van het Koninkrijk gaan regeren.”

Maar de vraag is niet of die taal energiek klinkt. De vraag is: is zij Bijbels?

De Gemeente is in het Nieuwe Testament niet de machine waarmee Christus Zijn Koninkrijk alvast zichtbaar op aarde vestigt. Zij is Zijn lichaam, verbonden met Hem in Zijn verwerping én in Zijn hemelse verhoging.

Paulus zegt:

“Want onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus;” Filippenzen 3:20 (STV)

Dat is géén Kingdom Now-jargon.. Dat is hemelse verwachting.

De Gemeente leeft op aarde, maar haar burgerschap is in de hemel. Zij dient hier, getuigt hier, lijdt hier, wandelt hier, maar haar centrum ligt niet hier. Haar Hoofd is boven. Haar leven is met Christus verborgen in God. Haar hoop is niet dat zij de wereld stap voor stap omvormt tot Koninkrijk, maar dat Christus verschijnt.

“Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.” Kolossenzen 3:4 (STV)

Let op de volgorde. Eerst Christus geopenbaard. Dan de Zijnen met Hem geopenbaard in heerlijkheid.

Niet: de Gemeente openbaart eerst het Koninkrijk, zodat Christus kan terugkomen op een door ons klaargemaakt toneel.

Dat is de geestelijke kortsluiting van Kingdom Now-denken.

 

Geen vervanging van Israël

Zodra men zegt dat de Gemeente een verborgenheid is, denkt men soms dat Israël daardoor onbelangrijk wordt. Aan de andere kant zeggen sommigen: omdat gelovigen uit de heidenen nu delen in geestelijke zegeningen, is Israël als volk klaar, afgeschreven, vervangen.

Beide gedachten doen geen recht aan Paulus’ boodschap.

In Romeinen 11 waarschuwt Paulus juist tegen hoogmoed van heidenchristenen tegenover Israël:

“Zo roem niet tegen de takken; en indien gij daartegen roemt, gij draagt den wortel niet, maar de wortel u.” Romeinen 11:18 (STV)

En even verder:

“Want ik wil niet, broeders, dat u deze verborgenheid onbekend zij, opdat gij niet wijs zijt bij uzelven, dat de verharding voor een deel over Israël gekomen is, totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn.” Romeinen 11:25 (STV)

Ook hier gebruikt Paulus het woord verborgenheid. En opnieuw gaat het om een waarheid die God bekendmaakt. Israël is niet definitief verworpen. De verharding is voor een deel. En zij duurt totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn.

Daarom vervolgt Paulus:

“En alzo zal geheel Israël zalig worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob.” Romeinen 11:26 (STV)

Wie de Gemeente gebruikt om Israël weg te verklaren, gaat tegen Paulus in. En wie Israël zo centraal stelt dat de verborgenheid van de Gemeente verdwijnt, doet eveneens tekort aan Paulus.

De Bijbel vraagt geen vermenging, maar onderscheid.

Israël heeft beloften, verbonden en een toekomst in Gods plan.

De Gemeente heeft een hemelse roeping, positie en toekomst in Christus.

Beide lijnen komen niet voort uit menselijke schema’s, maar uit de Schrift die zorgvuldig onderscheiden en recht gesneden moet worden.

Hier ontspoort Kingdom Now-theologie. Zij neemt Koninkrijksbeloften, verplaatst die naar de Gemeente, maakt ze tot een opdracht voor nu, en bouwt daar vervolgens een activistische overwinningsleer op.

Maar het Koninkrijk van Christus wordt niet zichtbaar gemaakt door een ‘apostolisch netwerk’, een ‘culturele strategie’ of een beweging die meent de aarde terug te moeten claimen. Het Koninkrijk wordt dan pas openbaar wanneer de Koning verschijnt.

 

Christus en de Gemeente

In Efeze 5 spreekt Paulus opnieuw over een verborgenheid. Hij behandelt daar het huwelijk en citeert Genesis:

“Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen; en zij twee zullen tot één vlees wezen.” Efeze 5:31 (STV)

Daarna zegt hij:

“Deze verborgenheid is groot; doch ik zeg dit, ziende op Christus en op de Gemeente.” Efeze 5:32 (STV)

Dat is een indrukwekkend moment. Paulus kijkt naar het huwelijk en zegt: dit wijst naar Christus en de Gemeente.

De Gemeente is dus niet zomaar een verzameling mensen met dezelfde overtuiging. Zij is geen vereniging, geen kerkelijke structuur, geen denominatie, geen religieus instituut dat zijn bestaansrecht ontleent aan geschiedenis of organisatie.

Zij is verbonden met Christus Zelf.

Hij is het Hoofd.

Zij is Zijn lichaam.

Daarom schrijft Paulus elders:

“En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult.” Efeze 1:22-23 (STV)

Dát is de essentie van de verborgenheid. De verworpen Christus is verhoogd aan Gods rechterhand. En in deze tijd wordt een volk geroepen dat met Hem verbonden is als Zijn lichaam.

Geen aardse politiek.

Geen Koninkrijk in zichtbare heerlijkheid.

Geen christelijke beschaving als einddoel.

Geen apostolische bestuurslaag die de kerk moet aansturen naar werelddominantie.

Maar een hemels lichaam verbonden met een hemels Hoofd.

 

Christus onder u, de Hoop der heerlijkheid

Ook Kolossenzen spreekt over deze verborgenheid:

“Namelijk de verborgenheid, die verborgen is geweest van alle eeuwen en van alle geslachten, maar nu geopenbaard is aan Zijn heiligen;” Kolossenzen 1:26 (STV)

En dan komt de inhoud:

“Aan wie God heeft willen bekend maken, welke zij de rijkdom der heerlijkheid dezer verborgenheid onder de heidenen, welke is Christus onder u, de Hoop der heerlijkheid;” Kolossenzen 1:27 (STV)

Hier zien we de verborgenheid van binnenuit. Christus is niet alleen de beloofde Messias voor Israël. Hij is niet alleen de toekomstige Koning Die zal regeren. Hij is ook nu de levende, verhoogde Heere onder Zijn heiligen.

“Christus onder u, de Hoop der heerlijkheid.”

Dat is geen armoede. Dat is niet voorlopig in de zin van tweederangs. Dat is rijkdom der heerlijkheid.

De gelovige leeft niet vanuit aardse status, tempel, priesterschap, ritueel of nationale voorrechten. Hij leeft vanuit Christus. Christus is zijn leven, zijn gerechtigheid, zijn positie, zijn hoop en zijn toekomst.

Paulus zegt het zo:

“Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.” Kolossenzen 3:3 (STV)

Dat is de hemelse positie van de gelovige. Zijn leven is niet geworteld in deze wereld, maar in Christus.

En daarom is het zo gevaarlijk wanneer moderne bewegingen de gelovige gaan leren dat hij pas werkelijk geestelijk volwassen is wanneer hij leert heersen, decreteren, gebieden, gebieden innemen, structuren transformeren en de hemel op aarde manifesteren.

De Bijbelse lijn is radicaal anders.

Sterven met Christus.

Leven uit Christus.

Wandelen door de Geest.

Getuigen van Christus.

Lijden om Christus.

Wachten op Christus.

 

De verborgenheden van het Koninkrijk

Niet alleen Paulus gebruikt het woord. De Heere Jezus spreekt in Mattheüs 13 over de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen:

“En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Omdat het u gegeven is, de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen te weten, maar dien is het niet gegeven.” Mattheüs 13:11 (STV)

Mattheüs 13 komt niet zomaar uit de lucht vallen. In Mattheüs 12 is de verwerping van de Koning scherp zichtbaar geworden. De leiders van Israël schrijven het werk van de Geest toe aan Beëlzebul. Daarna begint de Heere Jezus in gelijkenissen te spreken.

Dat is veelzeggend.

Het Koninkrijk wordt niet onmiddellijk openbaar opgericht in heerlijkheid. De Koning is verworpen. Er komt een tussentijd waarin het Koninkrijk een verborgen gestalte heeft. Het Woord wordt gezaaid. Er komt vrucht, maar ook tegenstand. Er is tarwe, maar ook onkruid. Er is uiterlijke groei, maar ook vermenging.

De gelijkenissen van Mattheüs 13 leren dus niet simpelweg: alles wordt steeds beter totdat de hele wereld christelijk is. Ze laten juist zien dat er in deze periode een gemengde toestand is tot aan de voleinding.

Dat is apologetisch van belang.

Want veel christelijk optimisme heeft zich niet laten corrigeren door Mattheüs 13. Men verwacht een geleidelijk gekerstende wereld, maar de Heer Zelf spreekt over onkruid tussen de tarwe, boze werking, schijn en uiteindelijke scheiding.

Dat maakt de verborgenheden van het Koninkrijk geen vaag begrip, maar een sleutel tot het verstaan van deze tijd.

De Koning is niet afwezig omdat Zijn macht ontbreekt. Hij is verborgen voor de wereld omdat Gods plan in deze bedeling anders werkt dan menselijke triomfverwachting wil. Christus bouwt Zijn Gemeente. Het Evangelie gaat uit. De Geest woont in de gelovigen. Maar de openbare Koninkrijksheerlijkheid wacht op de verschijning van de Koning.

Daarom is “Koninkrijk zichtbaar maken” als programma zo misleidend. Het klinkt vroom, maar het trekt naar voren wat God verbonden heeft aan Christus’ verschijning.

 

De verborgenheid van de opname

Een andere verborgenheid vinden we in 1 Korinthe 15:

“Ziet, ik zeg u een verborgenheid: wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden;” 1 Korinthe 15:51 (STV)

Paulus spreekt hier over de toekomstige verandering van de gelovigen. Niet alle gelovigen zullen sterven. Er zullen gelovigen zijn die levend veranderd worden.

Hij vervolgt:

“In een punt des tijds, in een ogenblik, met de laatste bazuin; want de bazuin zal slaan, en de doden zullen onverderfelijk opgewekt worden, en wij zullen veranderd worden.” 1 Korinthe 15:52 (STV)

Ook hier is verborgenheid géén speculatie. Paulus zegt: “ik zeg u”. Het is onderwijs van de apostel.. De toekomst van de gelovige rust niet op menselijke hoop, maar op Gods geopenbaarde waarheid.

De Gemeente eindigt niet in institutionele triomf op aarde, maar in vereniging met de Heer.   De doden worden opgewekt. De levenden worden veranderd. Het verderfelijke doet onverderfelijkheid aan. Het sterfelijke doet onsterfelijkheid aan.

Dat is geen bijzaak. Het hoort bij de hemelse roeping van de Gemeente.

En opnieuw staat dit haaks op Kingdom Now. De grote hoop van de Gemeente is niet dat zij door invloed, strategie en geestelijke doorbraak de aarde onder controle krijgt. Haar hoop is de Heere Zelf.

“Verwachtende de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van den groten God en onzen Zaligmaker Jezus Christus;” Titus 2:13 (STV)

De zalige hoop is geen succesvolle cultuurovername.

De zalige hoop is Christus.

 

Waarom dit belangrijk is

Wie de verborgenheid niet verstaat, drijft af.

Dan wordt de Gemeente terug onder Israël geplaatst, alsof zij slechts een voortzetting van Israël is.

Of Israël wordt vervangen door de Gemeente, alsof Gods beloften aan het volk Israël geestelijk zijn opgelost.

Of het Koninkrijk wordt vereenzelvigd met kerkelijke invloed in de wereld.

Of de christen wordt teruggebracht naar de Sinaï, terwijl Paulus zegt:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” Romeinen 6:14 (STV)

De verborgenheid bewaart ons dus voor verwarring. Zij dwingt ons om te onderscheiden tussen Wet en Genade, Israël en Gemeente, aardse beloften en hemelse roeping, Koninkrijk in verborgen gestalte en Koninkrijk in openbare heerlijkheid.

Dat is geen koude schema-theologie. Dat is eerbiedig luisteren naar de Schrift.

Niet uiteenrukken wat bij elkaar hoort. Maar ook niet samenpersen wat God onderscheidt.

En dit raakt direct de New Apostolic Reformation. Want de NAR leeft juist van het samenpersen van lijnen die de Schrift onderscheidt. Koninkrijksbeloften worden overgezet naar de kerk. Apostolisch fundament wordt omgebouwd tot een doorlopend hedendaags apostelambt. Profetische openbaring krijgt praktisch gezag naast of boven de Schrift. Heiliging wordt vervangen door activatie. Verwachting wordt vervangen door mandaat.

Daar moet een Bijbelvaste correctie tegenover staan.

Geen “Koninkrijk zichtbaar maken”

De uitdrukking klinkt vroom. En het moet gezegd: soms bedoelen mensen er alleen mee dat christenen zichtbaar moeten leven tot eer van God. Als dát bedoeld wordt, is er op zichzelf niets mis met gehoorzaamheid, goede werken, liefde, trouw, barmhartigheid en heiliging. Een christen hoort zichtbaar anders te leven.

De Heere Jezus zegt:

“Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien, en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.” Mattheüs 5:16 (STV)

Maar goede werken zijn niet hetzelfde als het Koninkrijk zichtbaar maken in de zin van aardse heerschappij, cultuurtransformatie of geestelijke gebiedsclaim.

Dáár zit de angel.

Een gelovige moet Christus zichtbaar belijden. Ja.

Een gelovige zou wandelen als kind des lichts. Ja.

Een gelovige zou vrucht dragen. Ja.

Een gemeente zou het Woord bewaren en het Evangelie verkondigen. Ja.

Maar nergens krijgt de Gemeente de opdracht om het Messiaanse Koninkrijk alvast zichtbaar te maken alsof zij de voorhoede is van een wereldwijde christelijke machtsorde.

Het Koninkrijk wordt openbaar wanneer de Koning openbaar wordt.

Tot die tijd is de Gemeente getuige, vreemdeling en bijwoner, pelgrim, lichaam van Christus, tempel van de Heilige Geest in verwachting.

Petrus schrijft:

“Geliefden, ik vermaan u als inwoners en vreemdelingen, dat gij u onthoudt van de vleselijke begeerlijkheden, welke krijg voeren tegen de ziel;” 1 Petrus 2:11 (STV)

Dat is de toon van het Nieuwe Testament. Geen triomfalistische veroveringstaal, maar pelgrimstaal. Geen dominion-programma, maar heiliging en getuigenis.

 

Geen Kingdom Now

Kingdom Now leert in verschillende bewoordingen dat de kerk geroepen is om het Koninkrijk van God nu zichtbaar op aarde te vestigen, uit te breiden of te manifesteren, vaak vóór de lichamelijke wederkomst van Christus. Soms gebeurt dat subtiel. Soms openlijk. Soms met zachte taal over invloed en herstel. Soms met harde taal over heerschappij, gebieden, decreten en mandaten.

Maar het probleem blijft hetzelfde: de Bijbelse tijdlijn wordt verbogen.

De Schrift leert dat Christus nu verhoogd is en dat alle dingen Hem onderworpen zijn in Gods raad. Maar zij leert ook dat wij nu nog niet zien dat alle dingen Hem onderworpen zijn.

“Alle dingen hebt Gij onder Zijn voeten onderworpen. Want daarin, dat Hij Hem alle dingen heeft onderworpen, heeft Hij niets uitgelaten, dat Hem niet onderworpen zij; doch nu zien wij nog niet, dat Hem alle dingen onderworpen zijn;” Hebreeën 2:8 (STV)

Dat vers is killing voor goedkoop triomfalisme.

Christus heeft alle macht.

Maar de openbare onderwerping van alle dingen is nog niet zichtbaar in deze wereld.

Wat zien wij nu?

“Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, Die een weinig minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden des doods…” Hebreeën 2:9 (STV)

Wij zien nog niet alles aan Hem onderworpen. Maar wij zien Jezus.

Dat is de positie van de Gemeente. Niet: wij zien de wereld al onder onze voeten. Maar: wij zien Jezus.

Kingdom Now verschuift de blik van de verhoogde Christus naar een opdracht aan de mens. Het klinkt krachtig, maar het legt een last op de Gemeente die de apostelen niet opleggen.

 

Geen New Apostolic Reformation

De New Apostolic Reformation draait in de kern om precies dezelfde verschuiving: moderne apostelen, moderne profeten, nieuwe mandaten, invloedssferen, herstel van apostolisch bestuur, koninkrijksdoorbraken en het idee dat de kerk de wereld moet transformeren om ‘het Koninkrijk gestalte te geven.’

Maar in het Nieuwe Testament wordt de Gemeente niet gebouwd op een doorgaande reeks moderne apostelen met nieuw gezag. Zij is gebouwd op het fundament dat gelegd is.

“Gebouwd op het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen;” Efeze 2:20 (STV)

Een fundament leg je niet telkens opnieuw.

De apostelen en profeten van Efeze 2:20 horen bij het fundament van de Gemeente. Zij zijn niet een eindeloos herhaalbaar bestuursmodel voor latere eeuwen. De apostolische openbaring is gegeven, vastgelegd en bewaard in de Schrift.

Daarom is de NAR niet zomaar een overenthousiaste stroming met een andere stijl van aanbidding. Zij raakt aan het fundament. Zij suggereert dat de Gemeente nu opnieuw apostolisch bestuur en profetische richting nodig heeft om haar bestemming te bereiken. Daarmee wordt de genoegzaamheid van Christus, de Schrift en het apostolische fundament praktisch ondergraven.

De vraag is niet of alle mensen in die beweging onoprecht zijn.

De vraag is of het systeem Bijbels is.

En dat is het niet.

Want de Gemeente is niet geroepen om onder nieuwe apostelen de zeven bergen te veroveren. Zij is geroepen om te blijven in de leer der apostelen.

“En zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden.” Handelingen 2:42 (STV)

Niet: zij wachtten op een latere apostolische reformatie die de kerk eindelijk haar ware mandaat zou geven.

Zij volhardden in de leer der apostelen.

 

Geen fundament bovenop het fundament wat er al was

De NAR-taal over “herstel van apostelen” klinkt vaak alsof er iets ontbreekt aan de Gemeente zolang moderne apostelen niet erkend worden. Maar dat botst met het beeld van het fundament.

Een huis heeft een fundament. Dat fundament wordt gelegd. Daarna wordt erop gebouwd.

Paulus schrijft:

“Naar de genade Gods, die mij gegeven is, heb ik als een wijs bouwmeester het fondament gelegd; en een ander bouwt daarop. Maar een iegelijk zie toe, hoe hij daarop bouwe.” 1 Korinthe 3:10 (STV)

Het fundament wordt niet elke generatie opnieuw gelegd door nieuwe apostolische claims. Wie dat wel doet, bouwt niet veilig verder, maar begint te rommelen aan de dragende grond.

En waar het fundament verschuift, verschuift alles.

Dan komt er ruimte voor profetieën die praktisch evenveel gewicht krijgen als de Schrift.

Dan komt er ruimte voor geestelijke autoriteitsstructuren die niet uit het Nieuwe Testament voortkomen.

Dan komt er ruimte voor gehoorzaamheid aan “apostolische visie” in plaats van toetsing aan het Woord.

Dan komt er ruimte voor een koninkrijksagenda die de Gemeente richting aardse invloed duwt.

Daarom moet dit helder gezegd worden: de verborgenheid van Christus en de Gemeente is niet de voedingsbodem voor NAR-denken. Zij is juist het Bijbelse tegengif ertegen.

 

Geen veroveringsmandaat, maar getuigenis

De Heere Jezus gaf Zijn discipelen geen opdracht om machtscentra over te nemen. Hij gaf hun de opdracht om getuigen te zijn.

“Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde.” Handelingen 1:8 (STV)

Getuigenis is geen dominion.

Een getuige wijst naar Christus. Een getuige verkondigt wat God gedaan heeft. Een getuige kan verworpen worden. Een getuige kan lijden. Een getuige kan sterven. Het Griekse woord voor getuige hangt zelfs samen met het woord martelaar.

Dat is de nieuwtestamentische lijn.

Niet de Gemeente als machtsblok.

Niet de apostel als geestelijke CEO.

Niet profetische strategie als routekaart naar wereldtransformatie.

Maar getuigen van Christus in de kracht van de Heilige Geest.

En juist dat is vruchtbaar. Want Gods kracht werkt niet volgens de logica van aardse heerschappij. Het kruis zelf is daar het grote bewijs van.

“Maar wij prediken Christus, den Gekruisigde, den Joden wel een ergernis, en den Grieken een dwaasheid;” 1 Korinthe 1:23 (STV)

NAR en Kingdom Now hebben moeite met deze kruisboodschap. Ze willen overwinningstaal, doorbraaktaal, heerschappijtaal, invloedstaal.

Maar Paulus zet in het centrum: Christus, de Gekruisigde.

Natuurlijk is Christus opgestaan. Natuurlijk is Hij verhoogd. Natuurlijk heeft Hij alle macht. Maar de Gemeente leeft in deze wereld nog in de gestalte van getuigenis, lijden, volharding en verwachting.

 

De verborgenheid en het Evangelie

De verborgenheid staat niet los van het Evangelie. Zij is niet een extra laag boven op het Evangelie, alsof het kruis slechts het begin is en de echte kennis later komt.

Nee, de verborgenheid is geworteld in Christus’ dood, opstanding en verhoging.

Door het kruis is de middelmuur des afscheidsels gebroken.

Paulus schrijft:

“Want Hij is onze vrede, Die deze beiden één gemaakt heeft, en den middelmuur des afscheidsels gebroken hebbende,” Efeze 2:14 (STV)

En:

“En opdat Hij die beiden met God in één lichaam zou verzoenen door het kruis, de vijandschap aan hetzelve gedood hebbende.” Efeze 2:16 (STV)

Daar staat het: door het kruis.

De verborgenheid van het ene lichaam is niet los verkrijgbaar van Golgotha. Zij is geen theologische decoratie. Zij is vrucht van het volbrachte werk van Christus.

Daarom is het zo ernstig wanneer men de Gemeente maakt tot een aardse machtsfactor, een morele verbeterclub of een religieus verlengstuk van Israël. Dan verlaagt men wat God in Christus heeft geopenbaard.

De Gemeente is gekocht door dierbaar bloed, gevormd door de Geest, verbonden met het Hoofd in de hemel, en bestemd voor heerlijkheid.

 

Geen vrijbrief

Het woord verborgenheid wordt soms misbruikt. Men zegt dan: “Dit is een verborgenheid”, en vervolgens wordt elke controleerbare uitleg losgelaten. Dan mag de tekst ineens alles betekenen wat men geestelijk voelt.

Maar dat is precies het tegenovergestelde van hoe het Nieuwe Testament het woord gebruikt.

Een verborgenheid is niet een open deur naar willekeur. Zij is geopenbaarde waarheid. En geopenbaarde waarheid staat vast in de Schrift.

Daarom moeten wij oppassen voor twee gevaren.

Aan de ene kant rationalisme: alleen willen aanvaarden wat men binnen bestaande systemen kan plaatsen.

Aan de andere kant geestelijke fantasie: onder het mom van verborgenheid dingen leren die de apostelen niet geleerd hebben.

Paulus’ verborgenheid is geen speeltuin voor religieuze creativiteit. Zij is leerstellige openbaring met apostolisch gezag.

En dat betekent: geen moderne apostelen die nieuwe bouwtekeningen aandragen.

Geen profeten die de koers van de Gemeente bepalen buiten de Schrift om.

Geen “koninkrijksstrategieën” die de apostolische leer overschrijven.

Geen taal over doorbraak en bestemming die de eenvoudige roeping van de Gemeente opzij duwt.

 

Geen geheime kennis voor ingewijden

Er is nog een gevaar. Het woord verborgenheid kan ook gebruikt worden om een soort hogere klasse van christenen te creëren. Alsof gewone gelovigen slechts de basis hebben, maar een select gezelschap toegang heeft tot de “diepere geheimen”.

Ook dat past niet bij Paulus.

Paulus verkondigt de verborgenheid juist aan de heiligen. Hij bidt dat gelovigen inzicht zullen krijgen. Hij wil niet dat deze waarheid verborgen blijft achter een priesterlijke, academische of apostolische muur.

Aan de Kolossenzen schrijft hij:

“Opdat hun harten vertroost mogen worden, en zij samengevoegd zijn in de liefde, en dat tot allen rijkdom der volle verzekerdheid des verstands, tot kennis der verborgenheid van God en den Vader, en van Christus;” Kolossenzen 2:2 (STV)

De kennis van de verborgenheid is dus niet bedoeld om hoogmoed te kweken, maar om harten te vertroosten en gelovigen te bevestigen in Christus.

Waar de verborgenheid goed verstaan wordt, wordt Christus groter. Niet de uitlegger. Niet het systeem. Niet de beweging. Niet de apostel. Niet de profeet. Christus.

 

De verborgenheid en nederigheid

Paulus verbindt deze openbaring niet met hoogmoed, maar met verwondering. Hij noemt zichzelf:

“Mij, den allerminste van al de heiligen, is deze genade gegeven, om onder de heidenen door het Evangelie te verkondigen den onnaspeurlijken rijkdom van Christus,” Efeze 3:8 (STV)

Daarmee zet hij de toon.

Wie de verborgenheid verstaat, gaat niet pronken met inzicht. Hij buigt. Want deze waarheid is niet door menselijke scherpzinnigheid ontdekt. Zij is gegeven.

Paulus noemt het Genade.

En dat is precies de sfeer van deze hele bedeling: Genade. God eist niet eerst gerechtigheid onder de Wet om daarna te zegenen. Hij geeft gerechtigheid in Christus. Hij rechtvaardigt de goddeloze die gelooft. Hij bouwt Zijn Gemeente uit mensen die van nature niets kunnen inbrengen.

Daarom schrijft hij:

“Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave;” Efeze 2:8 (STV)

En meteen daarna:

“Niet uit de werken, opdat niemand roeme.” Efeze 2:9 (STV)

 

De verborgenheid past volmaakt bij Genade. Alles is uit God. Alles is in Christus. Alles is door openbaring. Alles sluit menselijke roem uit.

Dat is ook waarom de overwinningsretoriek van veel Kingdom Now-denken geestelijk zo wringt. Zij praat veel over Christus, maar zet ongemerkt de mens weer in het midden: onze decreten, onze autoriteit, onze invloed, onze apostelen, onze strategie, onze generatie die het eindelijk gaat doen.

Paulus spreekt anders.

Genade sluit roem uit.

Ook christelijke roem.

Ook charismatische roem.

Ook apostolische roem.

 

De apologetische spits

Waarom moet dit verdedigd worden?

Omdat de verwarring op dit punt enorme gevolgen heeft.

Wanneer men de verborgenheid wegdrukt, wordt de Gemeente vaak teruggetrokken in het kader van de Wet. Dan wordt Mozes alsnog de leefregel in plaats van Christus. Dan wordt genade vermengd met Sinaï. Dan ontstaat het bekende religieuze mengsel: behouden door genade, maar geheiligd door wet.

Wanneer men Israël vervangt door de kerk, worden Gods verbonden geestelijk omgebogen. Dan wordt de trouw van God aan Israël afhankelijk gemaakt van kerkelijke uitleg. Maar als Gods beloften aan Israël niet betrouwbaar zijn in hun eigen betekenis, waarom zouden Zijn beloften aan de Gemeente dan wel betrouwbaar zijn?

Wanneer men het Koninkrijk nu al als zichtbare christelijke heerschappij op aarde wil vestigen, krijgt men triomfdenken. Dan moet de wereld worden veroverd, gecorrigeerd, gedomineerd of gekerstend. Maar de apostelen bereiden de Gemeente niet voor op aardse heerschappij vóór Christus’ verschijning. Zij roepen haar tot volharding, heiliging, verwachting en getuigenis.

De verborgenheid bewaart ons dus bij de eenvoud van Gods plan.

Christus is verworpen door de wereld, verhoogd in de hemel, en vergadert nu Zijn Gemeente. Straks zal Hij komen. Dan zal wat nu verborgen is in positie, openbaar worden in heerlijkheid.

Paulus schrijft:

“Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.” Kolossenzen 3:4 (STV)

Dat is de toekomst van de Gemeente. Niet zelfverheerlijking nu, maar openbaring met Hem straks.

 

Leven vanuit de verborgenheid

Geen kil verhaal.  Het raakt ons leven als gelovigen.

Als Christus het Hoofd is, hoeft de Gemeente niet te leven vanuit menselijke druk of verwachting.

Als de gelovige in Christus volmaakt gesteld is, hoeft hij niet terug naar een wettische ladder.

Als de Gemeente hemels geroepen is, hoeft zij niet te aarden in wereldgelijkvormige macht.

Als Israël niet vervangen is, hoeven wij Gods trouw niet te verdraaien.

Als de Koning komt, hoeven wij het Koninkrijk niet kunstmatig te bouwen met menselijke middelen.

Als Christus onder ons is, hebben wij geen tweede zegen, aparte geestelijke klasse of moderne apostolische elite nodig om compleet te zijn.

Paulus zegt:

“En gij zijt in Hem volmaakt, Die het Hoofd is van alle overheid en macht;” Kolossenzen 2:10 (STV)

Dat is genoeg.

Niet karig genoeg. Overvloedig genoeg.

De gelovige is niet arm omdat hij niet onder de Wet staat. Hij is rijk omdat hij in Christus is.

De Gemeente is niet zwak omdat zij geen aardse troon bezit. Zij is gezegend omdat zij verbonden is met het Hoofd in de hemel.

 

Dáárom geen Kingdom Now

Als de Gemeente een verborgenheid is, verbonden met de verhoogde Christus in de hemel, dan is haar opdracht niet om het Koninkrijk nu zichtbaar te vestigen als machtsstructuur op aarde.

De Gemeente is niet geroepen om de wereld over te nemen, maar om Christus te belijden, het Evangelie te verkondigen, te volharden, heilig te leven en de Heer te verwachten.

De apostolische vermaningen zijn opvallend nuchter. Paulus zegt niet tegen de gelovigen dat zij steden moeten claimen, cultuurbergen moeten innemen of de aarde onder apostolisch bestuur moeten brengen. Hij schrijft over wandelen waardig de roeping, de oude mens afleggen, de nieuwe mens aandoen, elkaar vergeven, de waarheid spreken, de wapenrusting Gods aandoen, bidden, volharden en uitzien.

“Wandelt waardiglijk der roeping, met welke gij geroepen zijt;” Efeze 4:1 (STV)

Dat is geen passiviteit. Dat is gehoorzaamheid.

Maar het is gehoorzaamheid binnen de roeping die God werkelijk gegeven heeft, niet binnen een verzonnen koninkrijksmandaat.

 

Dáárom geen “Koninkrijk zichtbaar maken”

De formulering klinkt aantrekkelijk, maar zij is vaak veel te geladen. Zij lijkt nederig, maar smokkelt soms een heel leerstellig pakket mee. Want wie moet dat Koninkrijk zichtbaar maken? Met welke middelen? Onder welk gezag? In welke fase van Gods heilsplan? En wat betekent “zichtbaar” dan precies?

Als bedoeld wordt dat christenen goede werken moeten doen, liefde moeten tonen, rechtvaardig moeten wandelen en Christus moeten belijden, dan hebben wij genoeg Bijbelse taal om dat te zeggen.

Noem het gehoorzaamheid.

Noem het vrucht van de Geest.

Noem het goede werken.

Noem het wandelen in het licht.

Noem het getuigenis.

Maar noem het niet achteloos “het Koninkrijk zichtbaar maken” wanneer daarmee de indruk wordt gewekt dat de Gemeente geroepen is om de openbare Koninkrijksheerlijkheid nu al op aarde te realiseren.

Die heerlijkheid is verbonden aan de verschijning van de Koning.

“En de Heere zal tot Koning over de ganse aarde zijn; te dien dage zal de Heere één zijn, en Zijn Naam één.” Zacharia 14:9 (STV)

Dat is geen project van de Gemeente vóór Christus’ komst. Dat is de openbaring van de Koning Zelf.

 

Dáárom geen New Apostolic Reformation

De NAR past niet bij de verborgenheid van Christus en de Gemeente, omdat zij de Gemeente van haar apostolische eenvoud lossloopt.

Zij maakt van de kerk een koninkrijksbeweging.

Zij maakt van dienstbaarheid een heerschappij taal.

Zij maakt van apostolisch fundament een modern bestuursmodel.

Zij maakt van profetie vaak richtinggevende openbaring naast de Schrift.

Zij maakt van verwachting een transformatieprogramma.

Maar de Gemeente heeft geen nieuwe apostelen nodig om haar bestemming te bereiken. Zij heeft het Woord nodig. Zij heeft de bediening van de Geest nodig. Zij heeft herders en leraars nodig die haar bewaren bij Christus. Zij heeft geen geestelijke generaals nodig, maar trouwe dienstknechten.

Paulus waarschuwt:

“Doch ik vrees, dat enigszins, gelijk de slang Eva door haar arglistigheid bedrogen heeft, alzo uw zinnen bedorven worden, om af te wijken van de eenvoudigheid, die in Christus is.” 2 Korinthe 11:3 (STV)

Dat is het punt.

De verborgenheid brengt ons niet in een ingewikkeld systeem van apostolische rangen, profetische sleutels, geestelijke territoria en koninkrijksmandaten. Zij brengt ons bij de eenvoudigheid die in Christus is.

 

Verborgen geweest, nu geopenbaard

De verborgenheid in het Nieuwe Testament is geen vage term voor alles wat wij niet begrijpen. Zij is ook geen mystieke binnenleer voor geestelijke specialisten.

Zij is Gods bekendgemaakte waarheid over Christus, de Gemeente, de tegenwoordige bedeling, de tijdelijke verharding van Israël, de verborgen gestalte van het Koninkrijk en de toekomstige verandering van de gelovigen.

Vooral in Paulus’ brieven schittert deze kern: Jood en heiden worden in Christus tot één lichaam gemaakt. Dat lichaam is de Gemeente. Haar Hoofd is in de hemel. Haar leven is in Christus. Haar roeping is hemels. Haar toekomst is heerlijkheid met Hem.

Dat bewaart voor vervangingstheologie.

Dat bewaart voor wetticisme.

Dat bewaart voor triomfalistische koninkrijksverwarring.

Dat bewaart voor geestelijke elitevorming.

Dat bewaart voor moderne apostolische overheersing.

En bovenal: het verhoogt Christus.

Want de verborgenheid is uiteindelijk niet een leerstuk dat los naast Hem staat. Zij is vol van Hem.

Christus onder u.

Christus het Hoofd.

Christus de Hoop der heerlijkheid.

Christus, in Wie God Zijn raad bekendmaakt.

Wat verborgen was, is nu geopenbaard. En wat nu nog verborgen is in positie, zal straks openbaar worden in heerlijkheid.

Daarom belijdt de Gemeente Christus.

Daarom bewaart zij het Evangelie.

Daarom verwacht zij haar Heere.

En daarom zegt zij nee tegen elke leer die haar hemelse roeping verruilt voor een aardse machtsdroom.

Geen Kingdom Now.

Geen “Koninkrijk zichtbaar maken” als programma.

Geen New Apostolic Reformation.

Wel Christus.

Wel Zijn Woord.

Wel de apostolische leer.

Wel genade.

Wel verwachting.

Wel de zalige hoop:

“Die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom haastelijk. Amen. Ja, kom, Heere Jezus!” Openbaring 22:20 (STV)

Zie ook:

verborgenheid – Bijbelse basis

Extern:

Bijbelstudie lezing: Verborgenheid. (Rom.16)

https://christelijknieuws.nl/2026/05/11/wim-grandia-zorg-over-de-invloed-van-de-new-apostolic-reformation-in-kerken-en-gemeenten/

 

 

 

De verborgenheid van de Gemeente

Waarom dit onderscheid vaak niet meer wordt gezien

Wie de brieven van Paulus zorgvuldig leest, ontdekt dat de Gemeente een verborgenheid (geheimenis) wordt genoemd. Dat betekent niet dat zij geheimzinnig of mystiek is, maar dat zij vroeger verborgen was en later door God geopenbaard werd.

Dit punt is beslissend voor het begrijpen van Gods heilsplan. Veel verwarring in het christendom ontstaat doordat men deze verborgenheid niet meer onderscheidt van Gods plan met Israël.

In dit artikel zet ik de belangrijkste lijnen uit de Schrift overzichtelijk naast elkaar.

Wat betekent “verborgenheid” in de Bijbel?

In het Nieuwe Testament betekent een verborgenheid een waarheid die voorheen niet geopenbaard was, maar nu bekendgemaakt wordt.

Paulus schrijft:

“Indien gij maar gehoord hebt van de bedeling der genade Gods, die mij gegeven is aan u; Dat Hij mij door openbaring heeft bekend gemaakt deze verborgenheid.”
— Efeze 3:2-3 (STV)

En verder:

“…de bedeling der verborgenheid, die van alle eeuwen verborgen is geweest in God.”
— Efeze 3:9 (STV)

Het gaat dus om een onderdeel van Gods plan dat niet zichtbaar was in de oudtestamentische profetieën.

Wat de profeten wél zagen

De oudtestamentische profeten zagen vooral twee grote gebeurtenissen:

  • het lijden van de Messias
  • de heerlijkheid van Zijn Koninkrijk

Petrus beschrijft dit:

“Onderzoekende op welken of hoedanigen tijd de Geest van Christus, Die in hen was, beduidde en tevoren getuigde het lijden dat op Christus komen zou, en de heerlijkheid daarna.”
— 1 Petrus 1:11 (STV)

Wat zij niet zagen, was de periode tussen deze twee gebeurtenissen.

Dáár ligt de verborgenheid.

De verborgen tussenperiode

Tussen het lijden van Christus en de openbaring van Zijn Koninkrijk ligt een periode waarin God iets nieuws doet.

Jakobus zegt hierover:

“Simeon heeft verhaald hoe God eerst de heidenen heeft bezocht, om uit hen een volk aan te nemen voor Zijn Naam.”
— Handelingen 15:14 (STV)

God verzamelt dus nu een volk uit alle volken. Dat volk is de Gemeente.

De verborgenheid van de Gemeente

De kern van deze verborgenheid is dat Joden en heidenen samen één lichaam vormen in Christus.

Paulus schrijft:

“Dat de heidenen mede-erfgenamen zijn, en van hetzelfde lichaam, en mededeelgenoten Zijner belofte in Christus, door het Evangelie.”
— Efeze 3:6 (STV)

Dit was nieuw.

In het Oude Testament waren de heidenen buiten het verbond, maar nu worden zij gelijkgesteld met gelovigen uit Israël.

Christus woont in de gelovigen

Een tweede component van deze verborgenheid is de inwonende Christus.

“De verborgenheid, die verborgen is geweest van alle eeuwen en van alle geslachten, maar nu geopenbaard is aan Zijn heiligen; Aan welke God heeft willen bekendmaken welke zij de rijkdom der heerlijkheid dezer verborgenheid onder de heidenen, welke is Christus in u, de hoop der heerlijkheid.”
— Kolossenzen 1:26-27 (STV)

Dit betekent dat Christus niet alleen voor ons gestorven is, maar ook in ons leeft.

De Gemeente als lichaam van Christus

Paulus gebruikt voor de Gemeente vooral één beeld: een lichaam.

“En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn lichaam is.”
— Efeze 1:22-23 (STV)

En:

“Want wij zijn leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen.”
— Efeze 5:30 (STV)

Dit beeld benadrukt een levende eenheid tussen Christus en de gelovigen.

Christus is het Hoofd, de gelovigen vormen Zijn lichaam.

De Here Jezus predikte tijdens Zijn aardse bediening nog niet de Gemeente

Tijdens Zijn aardse bediening richtte Jezus zich in de eerste plaats tot Israël.

Hij zegt:

“Ik ben niet gezonden, dan tot de verloren schapen van het huis Israëls.”
— Mattheüs 15:24 (STV)

Toen Hij de twaalf uitzond gaf Hij dezelfde opdracht:

“Gaat veelmeer heen tot de verloren schapen van het huis Israëls.”
— Mattheüs 10:6 (STV)

Hun boodschap was:

“Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.”
— Mattheüs 10:7 (STV)

De Gemeente werd pas later geopenbaard.

De Gemeente zou nog gebouwd worden

Jezus zegt:

“En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn Gemeente bouwen.”
— Mattheüs 16:18 (STV)

Let op het woord zal.

De Gemeente bestond toen nog niet. Zij zou pas ontstaan na kruis, opstanding en Pinksteren.

De verborgenheden van het Nieuwe Testament

Het Nieuwe Testament noemt meerdere verborgenheden:

  • de verborgen vorm van het Koninkrijk
  • de tijdelijke verharding van Israël
  • de Gemeente als lichaam van Christus
  • Christus in de gelovigen
  • de opname van de Gemeente
  • de verborgen werking van de ongerechtigheid
  • Gods plan om alles onder Christus samen te brengen

Deze verborgenheden beschrijven samen de huidige bedeling van Gods genade.

Israël en de Gemeente zijn niet hetzelfde

De Schrift maakt onderscheid tussen beide.

Israël:

  • een volk
  • aardse beloften
  • land en koninkrijk
  • herstel in de toekomst

De Gemeente:

  • lichaam van Christus
  • hemelse roeping
  • samengesteld uit alle volken
  • verbonden met Christus in de hemel

De kwestie van de bruid

In sommige christelijke tradities wordt de Gemeente, min of meer vanzelfsprekend, de bruid van Christus genoemd. Toch is dit niet het hoofdbeeld dat de apostelen gebruiken.

Paulus spreekt steeds over:

  • het lichaam van Christus
  • Christus als Hoofd

Daarnaast beschrijft het Oude Testament Israël juist vaak als de vrouw van de HEERE.

Bijvoorbeeld:

“Want uw Maker is uw Man, HEERE der heirscharen is Zijn Naam.”
— Jesaja 54:5 (STV)

In Openbaring wordt de bruid verbonden met het nieuwe Jeruzalem.

“Kom herwaarts, ik zal u tonen de bruid, de vrouw des Lams.”
— Openbaring 21:9 (STV)

“En hij toonde mij de grote stad, het heilige Jeruzalem.”
— Openbaring 21:10 (STV)

Daarom is het belangrijk om beelden uit de Schrift niet door elkaar te halen.

De kern van de verborgenheid

De verborgenheid van de Gemeente betekent dat God in deze tijd:

  • een volk verzamelt uit alle volken
  • dat volk verenigt met Christus
  • en hen een hemelse roeping geeft

Paulus noemt deze tijd daarom:

“de bedeling der genade Gods.”
— Efeze 3:2 (STV)

De Gemeente is géén voortzetting van Israël en ook géén vervanging van Israël. Zij is een verborgen werk van God, geopenbaard na de komst van Christus.

Wanneer dit onderscheid wordt losgelaten, ontstaan vrijwel automatisch verwarringen:

  • profetieën worden verkeerd toegepast
  • Israël en de Gemeente worden vermengd
  • het koninkrijk wordt vergeestelijkt

Maar wanneer het onderscheid wél wordt gezien, ontstaat een helder overzicht van Gods plan:

eerst
de komst van de Messias

nu
de verborgen periode van de Gemeente

en straks
de openbaring van Christus en het herstel van Israël.

Dát is de verborgenheid die Paulus mocht bekendmaken.

De Zoon, onze Hogepiester

Niet later, maar nu al

“Ik zal van het besluit verhalen: de HEERE heeft tot Mij gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd” (Psalm 2:7 STV)

“Want tot wien van de engelen heeft Hij ooit gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd? En wederom: Ik zal Hem tot een Vader zijn, en Hij zal Mij tot een Zoon zijn” (Hebreeën  1:5  STV)

Gij zijt Mijn Zoon…. wanneer was dat “heden”?
Er zijn van die zinnen in de Schrift die als een anker in de tijd staan.

Die woorden klinken vier keer in de Bijbel: in Psalm 2, in Handelingen 13 en twee keer in de Hebreeënbrief. Vaak worden ze toegepast bij Bethlehem. Bij de kribbe. Bij Kerst.

Maar de Schrift zelf legt uit wat dat “heden” is.

En dat verandert alles.

Niet Bethlehem, maar de opstanding

In Psalm 2 lezen we over opstandige volken die de banden met God willen verbreken. Koningen beraadslagen tegen de HEERE en tegen Zijn Gezalfde. De mens wil autonoom zijn. Onafhankelijk. Vrij van God.

Maar dan spreekt God:

“Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, de berg Mijner heiligheid.”

En vervolgens:

“Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd.”

Dat “heden” wordt verklaard in Handelingen. Daar predikt Paulus in de synagoge over de opstanding van Christus en citeert precies deze tekst. Hij verbindt het rechtstreeks aan het moment dat God Hem uit de doden heeft opgewekt.

Dát is het heden.

Niet Zijn geboorte.
Maar Zijn opstanding.

Daar, en niet eerder, werd Hij officieel aangesteld als Zoon.

Zoonstelling

Dat klinkt misschien vreemd. Was Hij dan niet altijd de Zoon?

Jawel. Hij was van eeuwigheid bij de Vader. Hij was voorbestemd tot Erfgenaam. De geliefde Zoon.

Maar in Bijbelse zin is een “zoon” niet alleen een kind — het is een aangestelde erfgenaam. Een officieel beklede positie.

In Hebreeën wordt Psalm 2 tweemaal aangehaald. Eén keer in verband met Zijn koningschap. Eén keer in verband met Zijn hogepriesterschap.

Toen Hij opstond uit de dood:

werd Hij gesteld tot Koning
werd Hij gesteld tot Hogepriester
werd Hij aangesteld als Erfgenaam van alles
Dat gebeurde niet in de stal.
Dat gebeurde bij het lege graf.

Dat was het moment waarop de Vader als het ware zei:

Nú.

Nu ben je Mijn Zoon ,in officiële heerlijkheid.

De wereld lacht, maar God lacht het laatst

Psalm 2 beschrijft hoe de wereld zich los wil maken van God.

“Laat ons hun banden verscheuren.”

Is dat niet precies wat wij om ons heen zien?
God wordt uit het publieke domein weggedrukt. Zijn Woord wordt bespot. Zijn geboden worden herschreven.

Maar Psalm 2 zegt:

“Die in de hemel woont zal lachen.”

Niet omdat God onverschillig is.
Maar omdat de opstand kansloos is.

De Zoon is al aangesteld.

Zijn koningschap is geen toekomstig experiment. Het is een vastgestelde werkelijkheid. Alleen nog verborgen.

Hij eist nu nog niet. Hij oordeelt nog niet zichtbaar. Maar Hij zit wel aan de rechterhand van de Majesteit.

En dat is geen zwakte.

Dat is Genade.

Wat doet Hij nu? Hier wordt het herderlijk.

Want dezelfde Zoon die straks zal eisen, doet nú iets anders.

Hij is Hogepriester.

Hij bidt.
Hij pleit.
Hij reinigt.
Hij onderwijst.
Hij troost.

Hij is niet bezig de wereld te overheersen.
Hij is bezig Zijn volk te verzorgen.

Wát een verschil…..

Voor de wereld is Hij verborgen Koning.
Voor ons is Hij levende Hogepriester.

Wij hebben vrije toegang tot de troon der Genade.

Niet omdat wij sterk zijn.
Maar omdat Hij is aangesteld. En wij dan?
Er zit nog iets diepers in dit woord. In de Schrift worden kinderen geboren, maar zonen worden aangesteld. In Romeinen wordt gesproken over de aanneming tot zonen (=Zoonstelling), namelijk de verlossing van ons lichaam.

Wij zijn nu kinderen van God.
Maar de officiële aanstelling ligt nog voor ons.

Zoals Hij door lijden heen tot heerlijkheid ging, zo gaan ook wij een weg. Niet om Zoon te worden zoals Hij dat is ,maar om deel te krijgen aan Zijn heerlijkheid.

Dat vraagt volharding.

Niet krampachtig.
Maar gelovig.

Zoals Paulus aan het einde van zijn leven kon zeggen: ik heb de loop geëindigd, ik heb het geloof behouden.

Dat is geen stoere uitspraak. Dat is vertrouwen.

Waarom dit ertoe doet
Als “heden heb Ik U gegenereerd” op de opstanding ziet, dan betekent dat:

De overwinning ligt achter ons.
De aanstelling is voltooid.
De Koning is gekroond.
De Hogepriester zit op Zijn plaats.

Wij leven niet toe naar een onzekere uitkomst.

Wij leven vanuit een volbrachte aanstelling.

Dat geeft rust.

De wereld mag razen.
Volken mogen ijdelheid bedenken.
Machten mogen zich verheffen.

Maar de Zoon is gesteld.

En wie in Hem is, staat niet aan de verliezende kant van de geschiedenis.

Een zachte maar dringende oproep

Misschien leest u dit en merkt u dat uw hart moe is.
Of dat de chaos van deze tijd op u drukt

Kijk dan niet eerst naar wat nog moet komen.

Kijk naar wat al gebeurd is.

Hij is opgewekt.
Hij is aangesteld.
Hij is Zoon , in heerlijkheid.

En Hij bidt voor u.

Dat is geen leerstellige vondst.
Dat is een bron van rust.

Wie Hem toebehoort, mag weten:

Mijn Koning leeft.
Mijn Hogepriester pleit.
Mijn toekomst is veilig. Wat hier ook  gebeuren mag…

En eens zal ook over ons openbaar worden wat nu nog verborgen is.

Want zoals Hij werd aangesteld,
zo zal ook Zijn gemeente geopenbaard worden.

En dat “heden” van Hem,
is de zekerheid van ons morgen.

lees ook:

Zoonstelling – Meer dan wedergeboorte alleen

Aanneming tot kinderen of zoonstelling? 

Verkeerd gebruikte en/of begrepen teksten

De Gemeente is geen Israël

De Gemeente is geen Israël

Een duidelijk Bijbels onderscheid

De verwarring rond de Gemeente begint vrijwel altijd bij het vervagen van het onderscheid tussen Israël en de Gemeente. Zodra men die twee samenvoegt, ontstaan vermenging van beloften, vermenging van roeping en uiteindelijk vermenging van Wet en Genade.

Wat zegt de Schrift?

Paulus schrijft:

“En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult.” (Efeze 1:22-23 STV)

De Gemeente is het Lichaam van Christus. Dat wordt nergens van Israël gezegd.

Israël wordt genoemd: knecht, wijnstok, volk, kudde, maar nooit het Lichaam van Christus.

Dat is een unieke openbaring die pas ná het kruis bekendgemaakt is.

Een verborgenheid die tevoren niet bekend was

Paulus noemt de Gemeente een verborgenheid.

“Dat Hij mij door openbaring heeft bekendgemaakt deze verborgenheid; (gelijk ik met weinige woorden tevoren geschreven heb;) Waaraan gij, dit lezende, kunt bemerken mijn wetenschap in deze verborgenheid van Christus; Welke in andere eeuwen den kinderen der mensen niet is bekendgemaakt, gelijk zij nu is geopenbaard aan Zijn heilige apostelen en profeten door den Geest.” (Efeze 3:3-5 STV)

Hier staat iets cruciaals: in andere eeuwen niet bekendgemaakt.

Dat betekent dat Mozes, Jesaja, Jeremia of Daniël de Gemeente niet voorzagen als het Lichaam van Christus. Zij zagen het Koninkrijk, zij zagen het herstel van Israël, maar niet deze hemelse eenheid van Jood en heiden in één lichaam.

Daarom kan de Gemeente geen voortzetting van Israël zijn. Een verborgenheid kan geen voortzetting zijn van iets dat al bekend was.

Wanneer begon de Gemeente?

De Heere Jezus sprak vóór het kruis:

“En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze Petra zal Ik Mijn Gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.” (Mattheüs 16:18 STV)

Let op: Ik zal bouwen.

Toekomende tijd. Het bestond toen nog niet.

De Gemeente begon historisch bij de uitstorting van de Heilige Geest.

“En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest.” (Handelingen 2:4 STV)

Vanaf dat moment worden gelovigen door één Geest tot één lichaam gedoopt:

“Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot één Geest gedrenkt.” (1 Korinthe 12:13 STV)

Hier ontstaat iets nieuws: geen nationale eenheid, maar een geestelijke eenheid in Christus.

Israël heeft aardse beloften

Israël heeft een landbelofte.

“En Ik zal u het land Kanaän geven tot een eeuwige bezitting; en Ik zal hun tot een God zijn.” (Genesis 17:8 STV)

Israël verwacht het aardse Koninkrijk onder de Messias.

De discipelen vragen na de opstanding:

“Heere, zult Gij in dezen tijd aan Israël het Koninkrijk weder oprichten?” (Handelingen 1:6 STV)

De Heere corrigeert hun verwachting niet — Hij ontkent het Koninkrijk niet — maar spreekt over het tijdstip.

Dat Koninkrijk is toekomstig en verbonden aan Israël.

De Gemeente heeft een hemelse roeping

Van de Gemeente lezen wij:

“Gezegend zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus.” (Efeze 1:3 STV)

En:

“Want ons burgerschap is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.” (Filippenzen 3:20 STV)

Israël verwacht de Messias op aarde.
De Gemeente verwacht Hem uit de hemel.

Israël ontvangt aardse zegeningen in het land.
De Gemeente is gezet en gezegend in de hemel

Dat is geen nuanceverschil maar een wezenlijk onderscheid.

De Gemeente is niet onder de Wet

Israël stond onder het Sinaïtisch verbond.

Maar Paulus zegt tegen gelovigen uit Jood en heiden:

“Want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” (Romeinen 6:14 STV)

Wie de Gemeente weer onder de Wet plaatst, maakt van het Lichaam van Christus opnieuw een Sinaïtisch volk.

Dat is precies wat de Galatenbrief bestrijdt.

Wet en Genade kunnen niet gemengd worden zonder dat beide hun kracht verliezen.

Wat gebeurt er als men dit onderscheid loslaat?

Dan wordt:

– de Gemeente het nieuwe Israël
– het Koninkrijk vergeestelijkt
aardse beloften geestelijk gemaakt
– profetie heringevuld
– Wet en Genade vermengd

En uiteindelijk raakt men het zicht kwijt op Gods veelkleurige wijsheid.

Paulus spreekt over:

“Opdat nu door de Gemeente bekendgemaakt worde aan de overheden en de machten in den hemel de veelvuldige wijsheid Gods.” (Efeze 3:10 STV)

Juist het onderscheid laat Gods plan schitteren.

Niet vermenging, maar onderscheiden bedelingen.

De Gemeente is:

– Het Lichaam van Christus
– Een verborgenheid in het Oude Testament
– Ontstaan na kruis en opstanding
– Samengesteld uit Jood en heiden zonder onderscheid
– Gezegend met hemelse zegeningen
– Niet onder de Wet maar onder de Genade

Israël blijft Gods aardse verbondsvolk met eigen beloften en toekomst.

Wie de Schrift recht wil snijden, moet onderscheiden wat God onderscheidt.

Niet om te scheiden wat bij elkaar hoort, maar om niet samen te voegen wat God uiteen heeft gezet.

 

De Schrift recht snijden

De Schrift recht snijden

Wat bedoelt de Bijbel daarmee, en waarom is het van levensbelang?

2 Timotheüs 2:15 (STV)
“Benaarstig u, om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt.”

Deze woorden schreef Paulus aan Timotheüs.
Het is de enige plaats in de Schrift waar expliciet wordt gezegd dat het Woord “recht gesneden” moet worden.

Dat betekent: er is blijkbaar ook een manier waarop deze níet recht gesneden wordt.

En dáár begint het probleem in veel uitleg….

Wat betekent “recht snijden”?

Het Griekse woord orthotomeō betekent letterlijk:

  • recht doorsnijden
  • een rechte lijn trekken
  • correct verdelen

Het beeld is dat van een vakman die nauwkeurig werkt. Geen slordige sneden. Geen vermenging.

Geestelijk betekent het:

Het Woord van God juist indelen, onderscheiden en toepassen.

Niet alles wat in de Bijbel staat, is rechtstreeks tot ons gesproken — hoewel alles voor ons geschreven is (Romeinen 15:4).

Als je geen onderscheid maakt, ontstaat verwarring.

Waarom moet de Schrift recht gesneden worden?

Omdat God niet altijd op dezelfde manier met mensen heeft gehandeld.

Denk aan:

  • Adam in onschuld
  • Noach na de zondvloed
  • Israël onder de Wet
  • De Gemeente onder genade

God verandert niet.
Maar Zijn openbaring en bestuur kennen wel voortgang.

Dat noemt Paulus:

“de bedeling der genade Gods” (Efeze 3:2)

Het woord bedeling betekent: huishouding of beheer.

Het grote onderscheid: Israël en Gemeente

Hier ligt het hart van het recht snijden.

Israël:

  • Aards volk
  • Verbonden met landbeloften
  • Onder de Wet van Mozes
  • Koninkrijksverwachting

De Gemeente:

  • Hemelse roeping
  • Niet onder de Wet
  • Lichaam van Christus
  • Geopenbaard als verborgenheid

Paulus schrijft:

“Dat Hij door openbaring heeft bekendgemaakt deze verborgenheid…” (Efeze 3:3)

Deze Gemeente was niet geopenbaard in de profeten.
Zij is geen voortzetting van Israël.

Wanneer men dit onderscheid niet maakt:

  • Wordt de Gemeente geestelijk Israël
  • Worden aardse beloften vergeestelijkt
  • Worden profetieën verkeerd toegepast

Profetie versus verborgenheid

De Schrift kent twee lijnen:

1 Wat gesproken was door de profeten

Koninkrijk, Messias, herstel van Israël.

2️ Wat verborgen was van eeuwigheid

De Gemeente als Lichaam van Christus.

Paulus noemt dit:

  • “mijn Evangelie” (Romeinen 16:25)
  • “de verborgenheid” (Efeze 3:9)
  • “het Woord der waarheid”

Recht snijden betekent die twee lijnen niet vermengen.

Wat gaat er mis als men niet recht snijdt?

Bergrede als gemeentelijke grondwet

Men leest Mattheüs 5–7 alsof dat rechtstreeks voor de Gemeente geschreven is.
Maar de context is het Koninkrijk voor Israël.

Tekenen en wonderen de norm maken

Men eist vandaag tongen, genezingen en wonderen als bewijs van geloof.
Maar Paulus zegt later:

“Want wij wandelen door geloof en niet door aanschouwen.” (2 Korinthe 5:7)

In zijn latere brieven verdwijnen de tekenen.

De Wet vermengen met Genade

Men predikt genade, maar legt tegelijk wetseisen op.

Paulus zegt echter:

“Gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” (Romeinen 6:14)

Is recht snijden hetzelfde als hyperdispensationalisme?

Absoluut niet!

Recht snijden:

  • Erkent voortgang in Gods plan
  • Houdt heel de Schrift vast
  • Ziet Paulus als heidenapostel
  • Erkent onderscheid zonder delen te schrappen

Hyper- of ultradispensationalisme:

  • Schrapt delen van Handelingen
  • Ontkent vroege gemeenteleer
  • Gaat verder dan de Schrift

Recht snijden is niet schrappen.
Het is onderscheiden.

Waarom juist Paulus dit zegt

Opmerkelijk: nergens zegt Petrus dat we de Schrift moeten recht snijden.
Het is Paulus die dit schrijft.

Waarom?

Omdat hij de apostel is van:

  • De verborgenheid
  • De Genade
  • Het Lichaam van Christus

Wanneer je Paulus niet op zijn eigen plaats laat staan, vervaagt het onderscheid.

En dat gebeurt vaak.

Recht snijden bewaart de helderheid van het evangelie

Zonder recht snijden:

  • Wordt het Koninkrijk vermengd met de Gemeente
  • Worden beloften verward
  • Wordt Genade verduisterd
  • Ontstaat Wetticisme of charismatische druk

Met recht snijden:

✔️ Blijft genade puur
✔️ Blijft Israël onderscheiden
✔️ Blijft de Gemeente hemels
✔️ Blijft het evangelie helder

Praktische toepassing

Recht snijden betekent bij elke tekst vragen:

  1. Tot wie is dit primair gesproken?
  2. Wanneer is dit?
  3. Is dit Koninkrijkstaal of gemeentelijke waarheid?
  4. Is dit profetie of verborgenheid?

Dat is geen kunstmatige constructie.
Dat is gehoorzaamheid aan 2 Timotheüs 2:15.

“De Schrift recht snijden” is geen zolderkamerhobby

Het is een opdracht.

Het bewaart:

de eenheid van Gods plan

het onderscheid in openbaring

de zuiverheid van Genade

Wie het Woord niet recht snijdt, raakt verstrikt in vermenging.

Wie het wel recht snijdt, ziet de harmonie.

lees ook:

De bedelingen in de Bijbel en de reden waarom Paulus er letterlijk over spreekt

Bedelingen….

Waarom “Verbondstheologie” tekort schiet

Het verschil tussen de tijd van het Koninkrijk en de tijd van de Gemeente

 

Geverifieerd door MonsterInsights