Preek geanalyseerd, de Schuilplaats zondag 4 oktober 2026

Context

De preek staat hier op Youtube

Setting: zondagse samenkomst, tevens Israëlzondag.
Thema: de Joodse bruiloft als beeld van Christus en Zijn Gemeente.
Doel: laten zien dat allerlei elementen uit een Joodse huwelijkstraditie volgens de spreker vooruitwijzen naar Christus, de Gemeente, de opname, de grote verdrukking en uiteindelijk het bruiloftsfeest.

De spreker zegt zelf dat het “meer een studie dan een preek” is. Zijn uitgangspunt wordt al vroeg duidelijk:

“Jezus is de bruidegom en wij zijn de bruid.”

Daar voegt hij onmiddellijk aan toe dat zowel Israël als de Gemeente de bruid van Jezus zouden zijn. (???) Voor Israël beroept hij zich op Ezechiël 16:8; voor de Gemeente redeneert hij vanuit Mattheüs 9:15:

Jezus is de Bruidegom, dus moet de Gemeente de bruid zijn.

Dat laatste is een belangrijk punt voor deze beoordeling.

De kern

De hele boodschap wordt opgebouwd rond een veronderstelde parallel tussen de traditionele Joodse huwelijksprocedure en Gods heilsplan.

De lijn is ongeveer als volgt:

  1. Een vader zoekt een bruid voor zijn zoon.
  2. Dit wordt toegepast op God de Vader Die een bruid voor Christus kiest.
  3. De bruidegom bezoekt de bruid en er ontstaat een verbintenis.
  4. Openbaring 3:20 — “Zie, Ik sta aan de deur, en Ik klop” — wordt daarop toegepast: Christus staat aan de deur van het menselijke hart.
  5. Het huwelijkscontract wordt verbonden met Gods verbond met de gelovige.
  6. De gezamenlijke beker wordt verbonden met het laatste avondmaal en Mattheüs 26:29.
  7. De bruidsprijs en geschenken worden verbonden met wat God de gelovige schenkt.
  8. Het vertrek van de bruidegom om woonruimte gereed te maken wordt verbonden met Johannes 14:2-3.
  9. De reiniging van de bruid in een mikwe wordt verbonden met de doop en de Heilige Geest.
  10. De vader bepaalt wanneer de bruidegom zijn bruid mag ophalen.
  11. De bazuin bij de komst van de bruidegom wordt verbonden met 1 Thessalonicenzen 4:16.
  12. Het verblijf van bruid en bruidegom wordt vervolgens verbonden met zeven jaar in de hemel, terwijl op aarde de grote verdrukking plaatsvindt.
  13. Daarna komt Christus met de heiligen terug en begint het duizendjarig rijk.
  14. Uiteindelijk volgt het Nieuwe Jeruzalem en de nieuwe hemel en aarde.

De praktische hoofdoproep is:

“Zorg dat je erbij bent.”

Daarbij wordt de hoorder opgeroepen een “keus voor Jezus” te maken.

 

Bijbelvastheid

Hier ontstaat het belangrijkste probleem van de preek.

De Bijbel bepaalt niet de structuur; de vermeende huwelijkstraditie bepaalt de structuur

Er worden behoorlijk veel Bijbelteksten genoemd. Dat geeft aanvankelijk een Bijbelse indruk.

Maar qua methode gebeurt iets anders:

Eerst wordt een onderdeel van een vermeende Joodse huwelijkstraditie beschreven en vervolgens wordt daar een Bijbeltekst bij gezocht die erop lijkt.

Dat is iets heel anders dan een Schriftgedeelte in zijn context uitleggen.

Bijvoorbeeld:

Joodse bruidegom bouwt woonruimte → Johannes 14 → Jezus bouwt huizen in de hemel.

De spreker gaat zelfs zover te zeggen dat Jezus nog niet teruggekomen is omdat Hij steeds huizen moet bouwen voor mensen die tot bekering komen:

“Hup, weer een huis bouwen. Hup, weer een huis bouwen. Jezus is fulltime aannemer.”

Maar dat zegt Johannes 14 helemaal niet.

“Ik ga heen om u plaats te bereiden”

mag niet zonder exegetische onderbouwing worden veranderd in: Christus is letterlijk individuele woningen aan het bouwen en iedere nieuwe bekeerling betekent een extra huis. Dat is inlegkunde. 

 Deze cabaretesque voorstelling van de huizenbouwer  doet bovendien geen enkel recht aan het Hogepriesterlijk ambt wat de Here Jezus Christus op dit moment bekleedt in de hemel. Zie daarvoor onder meer Hebreeën 2:17 en de gehele Hebreeën brief.

 

De Gemeente wordt te makkelijk “de bruid” genoemd

Dit is voor mij een van de grootste leerstellige zwaktes.

De redenering luidt ongeveer:

Jezus is de Bruidegom → dus de Gemeente moet de bruid zijn.

Maar Mattheüs 9:15 zegt dat helemaal niet.

Sterker nog, de mensen over wie Christus daar spreekt worden “kinderen des bruidsvertreks” genoemd (STV), niet de bruid.

Dat Jezus als Bruidegom wordt voorgesteld, bewijst dus op zichzelf nog niet dat iedere groep gelovigen die in dezelfde context genoemd wordt automatisch “de bruid” is.

Tegelijkertijd erkent de spreker dat Israël ook als vrouw/bruid wordt voorgesteld en verwijst hij daarvoor terecht naar Ezechiël 16. Vervolgens worden echter Israël en Gemeente zonder grondige uitwerking beide onder hetzelfde bruidsbeeld geplaatst.

Daar ontbreekt dus het onderscheid dat hier noodzakelijk is.

 

Openbaring 3:20 wordt uit zijn context getrokken

De bekende uitspraak:

“Zie, Ik sta aan de deur, en Ik klop…”

Wordt gebruikt als evangelisatiebeeld: Jezus klopt aan de deur van het hart van een ongelovige en die moet Hem binnenlaten.

Maar Openbaring 3:20 is gericht aan de gemeente te Laodicea.

De tekst zegt bovendien nergens “deur van je hart”.

Dat maakt de evangelische toepassing begrijpelijk als illustratie, maar exegetisch is het gewoon niet wat de tekst zegt. In deze preek wordt het bovendien geïntegreerd in het Joodse huwelijksmodel: Vader en Zoon zouden als het ware voor de deur van de toekomstige bruid staan. Dat staat helemaal niet in Openbaring 3.

 

De mikwe → waterdoop → doop met de Heilige Geest

Ook hier wordt de analogie te snel tot leer gebombardeerd.

De spreker beschrijft de reiniging van een Joodse bruid in stromend water en zegt vervolgens:

“We laten ons dopen. Maar tegelijkertijd … worden we ook gedoopt met het levende water, met de Heilige Geest.”

De verbinding klinkt mooi, maar wordt niet vanuit de Bijbel aangetoond. De vermeende huwelijkstraditie functioneert opnieuw als exegetische sleutel.

Dat is riskant.

Beeldspraak hoort vanuit de Schrift aantoonbaar te zijn; je kunt niet elk cultureel gebruik dat overeenkomst vertoont met een nieuwtestamentisch begrip tot profetische typologie verheffen.

 

Zeven huwelijksdagen worden zeven jaar grote verdrukking

Hier wordt het probleem nog duidelijker.

De spreker zegt dat de bruidegom zijn bruid zeven dagen meeneemt en maakt daarvan:

“voor ons de zeven jaar met Jezus in zijn bruidskamer”

Terwijl de wereld zeven jaar door de verdrukking gaat. Jesaja 26:20-21 wordt erbij betrokken. Vervolgens worden opname en wederkomst van elkaar gescheiden door deze zevenjarige periode.

De opname voor de grote verdrukking kan uiteraard vanuit profetische Schriftplaatsen verdedigd worden. Maar de zeven jaar kunnen niet bewezen worden doordat een Joods huwelijksfeest zeven dagen zou duren.

Daar wordt typologie feitelijk gebruikt als bewijsvoering.

Dat is exegetisch de verkeerde volgorde.

 

Leerstellige hiaten

Er zitten zeker Bijbelse elementen in de boodschap.

Christus’ sterven en opstanding worden genoemd. Zijn plaatsvervangend lijden wordt duidelijk beleden. Bij het avondmaal wordt gezegd dat Christus onze schuld droeg en dat Zijn bloed vergoten werd tot vergeving van zonden. Romeinen 6 wordt gelezen en de verbondenheid van de gelovige met Christus in dood en opstanding wordt benadrukt.

Dat moet eerlijk worden bevestigd.

Maar het Evangelie wordt in de toepassing sterk gereduceerd tot:

“een keus voor Jezus maken”
“de deur van je hart opendoen”
“zorgen dat je erbij bent.”

Zonde, verlorenheid, Gods oordeel, rechtvaardiging, geloof in Christus en bekering worden niet in dezelfde helderheid uitgewerkt.

Daardoor verschuift het zwaartepunt van:

Wat heeft God in Christus volbracht?

naar:

Heb jij Jezus binnengelaten en ben jij klaar voor het feest?

Dat is veel minder scherp dan de apostolische evangelieverkondiging.

 

Positionering

De preek is duidelijk evangelisch-charismatisch en dispensationalistisch/premillennialistisch van karakter.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen opname en wederkomst, er wordt gesproken over zeven jaar grote verdrukking en daarna het duizendjarig rijk. Israël behoudt nadrukkelijk een eigen plaats en wordt niet primair door de Gemeente vervangen. Dat laatste is positief.

Maar tegelijkertijd wordt het onderscheid Israël-Gemeente juist op het cruciale punt van de bruid weer vervaagd.

De spreker zegt feitelijk:

Israël is de bruid én de Gemeente is de bruid.

Dat vraagt veel meer Schriftuurlijke onderbouwing dan wordt gegeven.

Daarbij komt een uitgesproken charismatische laag. In het gebed wordt bijvoorbeeld gesproken over het “klaren” van de hemelse gewesten, het neerhalen van blokkades van “de boze” en later wordt gebeden dat er “deze week” een “doorbraak” zal komen.

Ook wordt gezegd:

“in de naam van Jezus … hebben we genezing ontvangen”(!!!!)

Zelfs wanneer iemand dat op dit moment niet merkt, waarna voor mensen die al lang bidden om genezing of verandering een concrete “doorbraak” wordt uitgesproken.

Dat gaat echt veel verder dan wat uit de behandelde Schriftgedeelten kan worden afgeleid.

 

Houding en taalgebruik

De toon is warm, enthousiast, toegankelijk en niet bedreigend. De spreker gebruikt veel humor en alledaagse voorbeelden.

Er is geen sterke manipulatieve druk.

Maar er is wel een ander probleem: stellige beweringen krijgen door enthousiasme een gezag dat de exegetische onderbouwing niet rechtvaardigt.

Voorbeelden daarvan zijn:

  • Jezus bouwt letterlijk huizen voor nieuwe bekeerlingen.
  • De Vader bepaalt vanuit het Joodse huwelijksmodel wanneer Christus Zijn bruid mag halen.
  • De bazuin uit 1 Thessalonicenzen correspondeert met de sjofar van het huwelijksgebruik.
  • De zeven dagen in de bruidskamer corresponderen met zeven jaar grote verdrukking.
  • De Gemeente is de bruid omdat Christus de Bruidegom is.
  • Christus praat voortdurend “vol trots” met de Vader over individuele gelovigen en noemt daarbij hun namen.
  • God zal “deze week” een doorbraak geven.

Vooral die laatste categorie uitspraken wordt niet uit de Schrift afgeleid maar namens God ingevuld.

Dat vraagt grote voorzichtigheid.

 

Een opmerkelijke paradox: verkapte vervangingsleer op Israëlzondag?

Juist omdat deze boodschap op Israëlzondag wordt gebracht, is de gekozen uitleg opmerkelijk.

Aan de ene kant wordt Israël nadrukkelijk erkend als Gods volk. De spreker verwijst zelfs naar Ezechiël 16 om te laten zien dat Israël in de Schrift als vrouw van de HEERE wordt voorgesteld. Dat is belangrijk, omdat daarmee wordt erkend dat het bruids- en huwelijksmotief in het Oude Testament concreet verbonden is met Gods verbondsrelatie met Israël.

Maar vervolgens gebeurt er iets heel merkwaardigs.

Vrijwel het gehele huwelijksmotief wordt daarna op de Gemeente toegepast. De Gemeente wordt de bruid, Christus wordt haar Bruidegom, de verloving wordt toegepast op de gelovige, de huwelijksbeker op het avondmaal, de mikwe op de doop, het gereedmaken van de woning op Johannes 14, het ophalen van de bruid op de opname en de bruidskamer op de periode waarin de Gemeente tijdens de grote verdrukking bij Christus zou verblijven.

Daarmee wordt Israël eerst als bruid erkend, maar vervolgens raakt Israël binnen de verdere uitleg vrijwel geheel uit dat beeld verdwenen. De Gemeente neemt functioneel de plaats in die eerder vanuit Ezechiël aan Israël werd toegekend.

Dat is opmerkelijk dicht bij vervangingsleer waar de kerk zich al eeuwen aan heeft bezondigd.

Niet in de klassieke vorm: “God is klaar met Israël en de Gemeente is nu het nieuwe Israël.” Dat zegt de spreker nadrukkelijk niet. Integendeel, Israël behoudt volgens hem een toekomstige plaats.

Maar op het niveau van de beeldspraak en identiteit gebeurt wel degelijk iets vergelijkbaars:

Wat vanuit de Schrift expliciet op Israël wordt toegepast, wordt vervolgens zonder afdoende Schriftbewijs overgedragen op de Gemeente.

Juist op Israëlzondag had het voor de hand gelegen om het onderscheid zorgvuldig te bewaren.

De Schrift noemt de Gemeente immers expliciet het Lichaam van Christus:

“Welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult.”
(Efeze 1:23, STV)

Israël daarentegen wordt in het Oude Testament daadwerkelijk in huwelijks- en ‘vrouwterminologie’ beschreven. Denk naast Ezechiël 16 ook aan Hosea, waar ontrouw, verstoting en uiteindelijk herstel binnen dat huwelijksbeeld een belangrijke plaats innemen.

Daarom is de vraag niet of er overeenkomsten bestaan tussen Christus, de Gemeente en huwelijksbeelden. Die zijn er. De vraag is of daaruit zonder meer geconcludeerd mag worden:

“De Gemeente is de bruid.”

Dat moet uit de Schrift worden bewezen en niet uit een reconstructie van Joodse huwelijksgebruiken.

Anders ontstaat de merkwaardige situatie dat men op Israëlzondag zegt Israël zijn Bijbelse plaats te willen geven, terwijl men op hetzelfde ogenblik een van de meest karakteristieke Bijbelse beelden van Israëls verhouding tot God overneemt en vrijwel volledig op de Gemeente projecteert.

Dat is op zijn minst een vorm van functionele vervangingsleer

En daarom is het onderscheid tussen Israël en de Gemeente hier geen detail. Het bepaalt hoe de gebruikte Schriftplaatsen gelezen worden.

Israël erkennen met woorden is niet genoeg als Israël in de uitleg vervolgens een deel van zijn eigen Bijbelse identiteit kwijtraakt.

 

Eindoordeel

Wat kan worden bevestigd?

De preek bevat een duidelijke verwachting van Christus’ wederkomst, neemt Israël serieus, belijdt het verzoenende sterven en de opstanding van Christus, spreekt over vergeving van zonden en roept mensen op zich tot Christus te wenden. De verwachting van de opname wordt gekoppeld aan 1 Thessalonicenzen 4, waar daadwerkelijk sprake is van het opgenomen worden van gelovigen om de Here tegemoet te gaan.

Wat vraagt correctie?

Het grootste probleem is de methode.

De Joodse huwelijkstraditie wordt een tweede interpretatiekader naast de Bijbel. Details uit die traditie worden één-op-één gekoppeld aan onderdelen van Gods heilsplan en worden vervolgens voorgesteld alsof de Schrift daarmee verklaard is.

Dat is een cirkelredenering

Daarbij zagen we dat verschillende teksten buiten hun directe context worden toegepast, met Openbaring 3:20 als duidelijk voorbeeld.

Wat kan verwarring veroorzaken?

Vooral het zonder nader onderscheid gelijkstellen van de Gemeente met de bruid.

De Schrift noemt de Gemeente zeer expliciet:

“Welke Zijn lichaam is…”
(Efeze 1:23, STV)

Dat is geen afgeleide metafoor maar expliciete apostolische leer.

Daarom is het beter eerst eens “Gemeente = Lichaam van Christus” als uitgangspunt te nemen en vervolgens afzonderlijk onderzoeken op wie de Schrift de beelden “vrouw”, “bruid”, “vrouw des Lams” en “bruiloftsgasten” toepast. Dat onderscheid wordt in deze preek echt onvoldoende gemaakt.

 

Ernst van de afwijking

Ik zou deze preek niet per sé als fundamentele dwaling kwalificeren. De kernwaarheden rond Christus’ dood, opstanding, vergeving en wederkomst zijn aanwezig.

Maar er is wel sprake van serieuze exegetische onnauwkeurigheid en uitgaan boven wat de Bijbel zegt

Het gevaar zit ‘m in hoe overtuigend het allemaal klinkt. De parallellen zijn mooi, soms zelfs indrukwekkend. Maar:

Een mooie parallel is nog géén Bijbels bewijs.

En dat is bij deze preek de belangrijkste toets.

De Bijbel moet de symboliek verklaren; nooit andersom

Het is schrijnend dat dergelijke misvattingen onweerlegd en ongecheckt van achter een katheder over de gemeente wordt uitgegoten.

Dat is hier meerdere keren wel gebeurd.

Triest.

Hiermee zet ik een punt achter preekanalyses van de Schuilplaats.

Het is mooi geweest zo.

zie ook:

Is de gemeente de bruid van Christus?

De Galilese bruiloft ontmaskerd: Bijbelse achtergrond of moderne mythe? – Bijbelse basis

Preek geanalyseerd: de Schuilplaats Papendrecht,14 juni 2026 – Bijbelse basis

Kapstok prediking – Bijbelse basis

bruid – Bijbelse basis

New Wine en Israëlhaat: vrede of capitulatie?

Over zaken omdraaien gesproken

New Wine en Israëlhaat lijkt op het eerste gezicht misschien een overdreven combinatie. hoe durf ik dit toch in één zin te zeggen? Foei Jaap!

Toch riep de handelwijze van de organisatie tijdens de Zomerconferentie van 2026 bij mij serieuze vragen op. Nadat reclamebanners van Christenen voor Israël waren beklad en bezoekers bezwaar hadden gemaakt, werden niet de bekladders terechtgewezen, maar werden de banners omgedraaid.

Niet de intimidatie verdween uit beeld, maar de boodschap.

Dat is geen onbeduidend organisatorisch incident. Het laat zien wat er gebeurt wanneer christelijke organisaties vrede verwarren met het vermijden van onrust. Wanneer vandalisme en protest bepalen wat op een christelijke conferentie zichtbaar mag blijven, is geen sprake meer van goede vrede.

Dan wordt er gebogen. Diep gebogen. Of is het knielen?

Voor de goede vrede new wine

 

Edit: terwijl ik dit zit te bloggen, lees ik op cvandaag dat een journalist achter de bekladding zit.

citaat:

“CVI is een heel extremistische religieus fundamentalistische gewelddadige organisatie”,

 Israël-banners op de New Wine Zomerconferentie

Tijdens de New Wine Zomerconferentie 2026 stonden twee reclamebanners van Christenen voor Israël op het conferentieterrein. Daarmee werd aandacht gevraagd voor de tentoonstelling Dieper dan je denkt in het Israëlcentrum.

Die tentoonstelling behandelt de Bijbelse en Joodse wortels van het christelijk geloof. Het ging dus niet om partijpolitieke verkiezingspropaganda. Er werd niet opgeroepen tot oorlog, verheerlijking van geweld of kritiekloze steun aan iedere beslissing van de Israëlische regering.

De boodschap was eenvoudig: het christelijk geloof kan niet worden losgemaakt van Israël, het Joodse volk, de verbonden, de beloften en de Schriften.

Toch werd minstens één banner beklad met het woord ‘genocide’. Hét woord dat naar believen een eigen betekenis heeft gekregen in de context met Israel.

Daarnaast kwamen er klachten over de aanwezigheid van de banners.

De reactie van New Wine was veelzeggend: beide banners werden omgedraaid.

Daarmee draaide New Wine meer om dan twee reclame-uitingen.

 

Vandalisme tegen Israël werd beloond

Laten we de gang van zaken eens bekijken.

Iemand bekladt andermans eigendom. Andere mensen klagen over de boodschap die op dat eigendom staat. Vervolgens maakt de organisatie niet de bekladding, maar de oorspronkelijke boodschap onzichtbaar.

Wie heeft er dan gewonnen?

Niet degene die zich aan de regels hield.
Niet degene die een legale reclame-uiting plaatste.
Niet degene die bereid was een inhoudelijk gesprek te voeren.

De winnaar is degene die met bekladding, druk en onrust duidelijk maakte dat een zichtbare verwijzing naar Israël niet werd geaccepteerd.

Het praktische resultaat was eenvoudig: de banners van Christenen voor Israël verdwenen uit beeld.

Vandalisme loonde.

Intimidatie werkte.

New Wine kan deze beslissing mogelijk omschrijven als conflictbeheersing, pastorale voorzichtigheid of ‘het bewaren van de rust.’ Maar zalvende woorden veranderen de aard van een beslissing niet.

Wie onder druk een boodschap omdraait, heeft niet bemiddeld. Die is bezweken.

 

New Wine en Israëlhaat: een noodzakelijke precisering

Beweer ik hiermee dat iedere leider of medewerker van New Wine persoonlijk Israël of het Joodse volk haat?

Nee. Natuurlijk niet Wij kennen de harten en persoonlijke motieven van de betrokkenen niet. Het zou onjuist zijn om mensen op basis van één beslissing door de organisatie persoonlijk als antisemiet te bestempelen.

Maar hun handelen mag wel worden beoordeeld.

New Wine heeft niet bewezen zelf Israël te haten. De organisatie heeft wel laten zien vatbaar te zijn en bereid te zijn te buigen voor anti-Israëlische druk.

Dat onderscheid is belangrijk.

Niet iedere kritiek op Israël is antisemitisme. Niet iedere bezorgdheid over Palestijnse burgers is Israëlhaat. De Israëlische regering staat, net als iedere andere regering, niet boven morele, politieke of juridische beoordeling.

Maar daar ging het hier niet om.

Het ging niet om een inhoudelijke discussie over een specifieke militaire operatie of regeringsbeslissing. Het ging om de zichtbaarheid van een christelijke organisatie die verbondenheid met Israël uitdraagt.

De naam Israël zelf was kennelijk al voldoende om de banner verdacht te maken. En om de zekeringen bij een bepaald getriggerd volksdeel te laten ploffen.

Dat is iets anders dan gewone gezonde politieke kritiek.

 

Goede vrede of goedkope vrede?

Het thema van de New Wine Zomerconferentie luidde:

‘Voor de goede vrede.’

Juist dat thema maakt de beslissing zo schrijnend en pijnlijk.

Bijbelse vrede betekent niet dat iedere spanning onmiddellijk moet worden weggemasseerd. Het betekent niet dat degene die de meeste onrust veroorzaakt met de grootste bek automatisch zijn zin moet krijgen.

Jakobus schrijft:

„Doch de wijsheid, die van boven is, die is ten eerste zuiver, daarna vreedzaam.”

Jakobus 3:17, STV

Let op de volgorde.

Eerst zuiver. Daarna vreedzaam.

Niet eerst de rust bewaren en daarna bekijken hoeveel waarheid er nog overeind staat.

Goede vrede begint bij waarheid en gerechtigheid. Goedkope vrede begint bij de vraag hoe men zo snel mogelijk van het gedoe afkomt.

De banners omdraaien was gemakkelijk. De bekladding afwijzen, de banners herstellen en duidelijk grenzen stellen aan intimidatie zou moed hebben gevraagd.

New Wine koos voor de gemakkelijke oplossing.

Maar een gemakkelijke en goedkope oplossing is niet altijd een goede oplossing.

 

Vrede is niet hetzelfde als geen gedoe

In kerkelijk Nederland wordt vrede steeds vaker gelijkgesteld aan het ontbreken van openlijk conflict.

Niemand mag gekwetst worden.
Niemand mag zich ongemakkelijk voelen.
Niemand mag worden geconfronteerd met een boodschap die tegen zijn overtuiging ingaat.

Zodra spanning ontstaat, moet de zichtbare aanleiding verdwijnen.

Maar zo functioneerde Bijbelse verkondiging nooit.

De profeten maakten zich niet geliefd door iedere aanstootgevende waarheid om te draaien. De Here Jezus Christus zweeg niet wanneer religieuze leiders de waarheid verdraaiden. Paulus organiseerde geen sus-gesprekken met mensen die het Evangelie wilden vermengen of verdraaien.

Bijbelse vrede is niet de afwezigheid van confrontatie. Het is vrede die op waarheid rust.

Vrede die wordt gekocht door de waarheid uit beeld te draaien, is geen geestelijke volwassenheid.

Het isordinaire lafheid met een christelijk etiket.

 

Was de boodschap van Christenen voor Israël dan zo gevaarlijk of aanstootgevend?

Wat stond er eigenlijk op de banners?

Geen oproep tot bombardementen.
Geen verheerlijking van oorlog.
Geen bewering dat iedere politieke beslissing van Israël rechtstreeks door God wordt ingegeven.
Geen ontkenning van Palestijns leed.

De banner verwees naar een tentoonstelling over de Joodse wortels van het christelijk geloof.

Blijkbaar is in delen van kerkelijk Nederland alleen het woord Israël al voldoende om alarmbellen te laten afgaan.

of Iedere zichtbare verbondenheid met Israël moet eerst worden voorzien van verklaringen, nuances en disclaimers. Alsof iedere verwijzing naar Israël automatisch een goedkeuring zou zijn van alles wat een Israëlische regering doet  of ooit heeft gedaan.

Bespottelijk dit..

Geen enkel ander land of volk wordt op die manier behandeld.

Wie iets over Nederland zegt, hoeft zich niet eerst te distantiëren van iedere Nederlandse regeringsbeslissing. Wie een Amerikaanse christelijke organisatie uitnodigt, hoeft niet eerst rekenschap af te leggen over iedere Amerikaanse militaire actie.

Maar zodra Israël wordt genoemd, moet kennelijk eerst een rituele politieke zuivering plaatsvinden.

Dat is geen normale kritische houding meer.

Dat is een ziekelijke verdachtmaking van alles wat met Israël verbonden is.

 

De Bijbelse wortel mocht niet zichtbaar blijven

Paulus schrijft aan gelovigen uit de volken:

„Roem niet tegen de takken; en indien gij daartegen roemt, gij draagt den wortel niet, maar de wortel u.”

Romeinen 11:18, STV

De gemeente heeft Israël niet voortgebracht. Israël, de verbonden en de beloften vormen geen toevallige historische achtergrond die de kerk inmiddels achter zich heeft gelaten.

De Here Jezus Christus kwam uit Israël. Hij was naar het vlees uit het zaad van David. De wet, de profeten, de psalmen en de beloften werden aan Israël gegeven.

Paulus schrijft over zijn volksgenoten:

„Welker is de aanneming tot kinderen, en de heerlijkheid, en de verbonden, en de wetgeving, en de dienst van God, en de beloftenissen.”

Romeinen 9:4, STV

Israël is mede daarom geen politieke voetnoot bij het christelijke geloof. Israël behoort tot de structuur van de heilsgeschiedenis.

Juist daarom is het veelzeggend dat een banner over deze wortels op een christelijke conferentie niet zichtbaar mocht blijven zodra er tegenstand ontstond.

De olijfboom mocht kennelijk alleen blijven staan zolang niemand zich eraan ergerde.

 

Van vervangingstheologie naar verdringingstheologie

De klassieke vervangingstheologie leert dat de kerk de plaats van Israël heeft ingenomen en dat de beloften aan Israël geestelijk op de kerk zijn overgegaan.

Veel hedendaagse christenen wijzen die leer gelukkig officieel af. Zij weten dat God nog een plan heeft met Israël.

Maar ondertussen ontstaat een subtielere vorm van hetzelfde probleem.

Israël wordt niet openlijk vervangen, maar praktisch verdrongen.

Israël mag in de Bijbel blijven staan, zolang het niet te nadrukkelijk in de kerk verschijnt. Men mag over Abraham, David en de profeten spreken, zolang het hedendaagse Joodse volk maar niet zichtbaar wordt.

Men zegt dat de wortel belangrijk is, maar draait de banner over die wortel om zodra bezoekers protesteren.

Dat is geen vervangingstheologie. Het is verdringingstheologie.

Israël wordt niet leerstellig geschrapt, maar kerkelijk onzichtbaar gemaakt.

 

Het Koninkrijk verkondigen zónder Israël?

New Wine spreekt veel over de komst en zichtbaarheid van Gods Koninkrijk.

Maar over welk Koninkrijk spreken we dan?

Een Koninkrijk dat is losgemaakt van de beloften aan Israël?
Een Koninkrijk waarin de profeten alleen nog algemene geestelijke inspiratie bieden?
Een Koninkrijk waarin de naam Israël te gevoelig is om zichtbaar te blijven?
Een Koninkrijk waarin politieke verontwaardiging meer gezag heeft dan het Woord van God?

Het is uiterst merkwaardig hoe gemakkelijk sommige christenen spreken over het ‘zichtbaar maken van Gods Koninkrijk’, terwijl zij moeite hebben met, en struikelen over het volk waaraan zoveel beloften over dat Koninkrijk zijn gegeven.

De Here Jezus Christus werd geboren als de Koning der Joden. De profeten spraken over Zijn heerschappij. De apostelen vroegen Hem naar het herstel van het Koninkrijk aan Israël.

Wie Gods Koninkrijk losmaakt van de Bijbelse heilsgeschiedenis, houdt uiteindelijk een vaag religieus ideaal over.

Een menselijk project met christelijke woorden.

 

Kritiek op Israël is geen Israëlhaat

Omdat het onderwerp gevoelig is, moet ook dit duidelijk worden gezegd: kritiek op Israël is niet vanzelf Israëlhaat.

Een christen hoeft niet iedere regeringsbeslissing van Israël goed te keuren. Medelijden met Palestijnse burgers is geen verraad aan Israël. Onrecht mag worden benoemd, ongeacht wie het pleegt.

Maar eerlijke kritiek richt zich op concrete handelingen, besluiten en verantwoordelijke personen.

Israëlhaat werkt anders.

Daarbij wordt Israël als geheel verdacht gemaakt. Het land, het volk en zelfs christelijke verbondenheid met Israël worden behandeld als moreel besmet.

Dat gebeurde hier op micro niveau

Een banner over Joodse wortels werd niet inhoudelijk weerlegd. Er werd het woord ‘genocide’ overheen gespoten. De organisatie achter de banner werd niet aangesproken op een concrete uitspraak, maar vanwege haar zichtbare verbondenheid met Israël.

Daarom kan de zaak rond New Wine en Israëlhaat niet worden afgedaan als een gewone discussie over politiek.

Anti-Israëlische intimidatie bepaalde wat zichtbaar mocht blijven.

 

New Wine schiep hier een gevaarlijk precedent

Vandaag gaat het om een banner.

Morgen gaat het misschien om een spreker die te duidelijk over Gods beloften aan Israël spreekt. Daarna om een Bijbelstudie over Romeinen 9 tot en met 11. Vervolgens om een Israëlzondag die te veel weerstand oproept.

Misschien moet uiteindelijk zelfs het woord Israël in liederen en psalmen worden uitgelegd, afgezwakt of voorzien van een waarschuwing.

Dat klinkt overdreven, totdat men beseft dat een reclame-uiting over de Joodse wortels van het geloof op een christelijke conferentie al niet zichtbaar mocht blijven.

Wie vandaag onder druk een banner omdraait, heeft morgen weinig principiële grond om een Bijbelstudie of spreker wel te verdedigen.

Principes die alleen standhouden zolang niemand protesteert, zijn geen principes.

Het zijn voorkeuren.

 

Wat New Wine had moeten doen

New Wine had niet ingewikkeld moeten handelen.

De organisatie had de bekladding duidelijk en zondermeer moeten afwijzen. De banner had schoongemaakt of vervangen kunnen worden. Vervolgens had New Wine een eenvoudige verklaring kunnen afleggen:

Verschil van mening is toegestaan. Kritiek mag worden geuit. Inhoudelijk debat is welkom. Maar vandalisme, intimidatie en beschadiging van andermans eigendom bepalen niet welke legale christelijke organisaties bij ons zichtbaar mogen zijn.

Dát zou leiderschap zijn geweest.

New Wine hoeft het niet op ieder politiek of leerstellig punt met Christenen voor Israël eens te zijn. De organisatie had slechts het eenvoudige beginsel hoeven verdedigen dat intimidatie geen vetorecht heeft.

Maar dat gebeurde niet.

De banners werden omgedraaid.

Niet degene die bekladdingen aanbracht, maar degene wiens eigendom was beklad, verdween uit beeld.

 

New Wine moet de fout erkennen

Er is geen behoefte aan een lang kerkelijk communicatieverhaal over emoties, veiligheid, complexiteit en polarisatie.

Er is behoefte aan één eenvoudige erkenning:

Het omdraaien van de Israël-banners was verkeerd.

Niet omdat Christenen voor Israël boven kritiek staat.
Niet omdat iedere Israëlische regeringsdaad verdedigd moet worden.
Niet omdat Palestijns leed zou moeten worden verzwegen.

Maar omdat vandalisme en intimidatie nooit mogen bepalen welke legale christelijke boodschap zichtbaar blijft.

New Wine had gewoon de druk moeten weerstaan.

De organisatie had de waarheid niet hoeven omdraaien om de rust te bewaren.

 

New Wine en Israëlhaat: de test werd niet doorstaan

Het thema was Voor de goede vrede.

Maar toen die vrede een rechte rug vereiste, draaide New Wine de banners om.  En toonde een ruggegraat van deugragout.

Daarmee werd geen vrede gesticht. Er werd slechts aangetoond dat intimidatie werkt. Wie genoeg onrust veroorzaakt, kan kennelijk bepalen welke boodschap op een christelijke conferentie zichtbaar blijft.

New Wine heeft niet bewezen zelf Israël te haten.

Maar New Wine boog wel voor anti-Israëlische druk.

En wie voor Israëlhaat buigt om de rust te bewaren, heeft geen vrede gesticht. Hij heeft slechts de prijs van capitulatie betaald.

Vandaag werd een banner omgedraaid.

De vraag is wat of wie morgen aan de beurt is.

Noot:ik ben geen groot fan van CVI, er is m.i. wel wat te kanttekenen bij deze organisatie, Maar met het mes op de keel kies ik zeker partij. Tegen de vooropgezette en aangewakkerde hersenloze Israelhaat van deugend Nederland,

De rodeletter-valkuil: waarom veel christenen de woorden van Jezus verkeerd toepassen

“Jezus heeft het Zelf gezegd.”

Het klinkt vroom. Eerbiedig zelfs. Alsof daarmee op voorhand het gesprek is beëindigd.

Maar  deze redenering heeft misschien wel meer verwarring veroorzaakt dan menige dwaalleer.

Niet omdat de woorden van de Here Jezus onwaar zouden zijn. Integendeel. Iedere uitspraak van de Here Jezus is volmaakt waar.

Het probleem is een ander.

Veel christenen passen de woorden van Jezus rechtstreeks toe op de Gemeente, zonder rekening te houden met Gods heilsplan, de bediening van Paulus en de Verborgenheid die pas later werd geopenbaard.

Daardoor worden Wet en Genade, Israël en de Gemeente, profetie en Verborgenheid voortdurend met elkaar vermengd.

Dit artikel is géén aanval op kerken of oprechte gelovigen. Integendeel. Juist omdat zoveel christenen deze manier van Bijbellezen hebben meegekregen, is het belangrijk opnieuw de vraag te stellen:

Wat zegt de Schrift?

Niet alleen wat zij zegt, maar ook:

  • tot wie?
  • wanneer?
  • waarom?

Dát is de sleutel tot verantwoord Bijbelgebruik.

de rode letter valkuil
De rode letter valkuil

Waarom veel christenen vooral de rode letters lezen

Opmerkelijk genoeg hebben veel christenen onbewust een canon binnen de canon gemaakt.

De rode letters lijken belangrijker te zijn geworden dan de zwarte.

Alsof de Evangeliën de definitieve uitleg geven van de rest van het Nieuwe Testament.

Maar de Schrift leert dat nergens. En, de grondtekst kent geen kleurendruk.

“Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is.” (2 Timótheüs 3:16, STV)

Niet een deel van de Schrift.

Ook niet alleen de woorden van Jezus.

Al de Schrift.

Waarom de bediening van Paulus vaak wordt vergeten

Vraag eens in een gemiddelde kerk:

Waarom werd Paulus geroepen?

Vaak blijven de antwoorden steken bij:

  • zendeling
  • apostel van de heidenen
  • schrijver van brieven

Allemaal waar.

Maar Paulus zegt zelf iets veel groters.

“Hoe dat Hij mij door openbaring heeft bekendgemaakt deze verborgenheid.” (Efeze 3:3, STV)

En:

“Welke in andere eeuwen den kinderen der mensen niet is bekendgemaakt…” (Efeze 3:5, STV)

Hier ligt de sleutel.

Paulus ontving geen tweede mening over de woorden van Jezus.

Hij ontving een nieuwe openbaring van de verheerlijkte Christus.

Daarom is de bediening van Paulus onmisbaar  en essentieel voor het verstaan van het Nieuwe Testament.

Waarom Mattheüs niet rechtstreeks tot de Gemeente spreekt

De Here Jezus zegt Zelf:

“Ik ben niet gezonden, dan tot de verloren schapen van het huis Israëls.” (Matthéüs 15:24, STV)

En:

“En gaat niet op den weg der heidenen… maar gaat veelmeer heen tot de verloren schapen van het huis Israëls.” (Matthéüs 10:5-6, STV)

Dat laat de context van Zijn aardse bediening zien.

Hij kwam als Israëls Messias.

Hij predikte het Koninkrijk.

Hij leefde onder de Wet.

De Gemeente als Lichaam van Christus was toen nog een Verborgenheid.

 

Mattheüs 6:14-15 uitgelegd: geldt deze tekst voor de Gemeente?

Hier wordt de rodeletter-valkuil zichtbaar.

“Want indien gij den mensen hun misdaden vergeeft, zo zal uw hemelse Vader ook u vergeven.” (Matthéüs 6:14, STV)

Gods vergeving is hier verbonden aan de houding van de mens.

Maar Paulus schrijft later:

“Vergevende elkander, gelijk ook God in Christus ulieden vergeven heeft.” (Efeze 4:32, STV)

De volgorde is

Niet:

vergeven om vergeving te ontvangen.

Maar:

vergeven omdat God reeds heeft vergeven.

Dat is geen tegenstelling.

Dat is voortgaande openbaring binnen Gods heilsplan.

 

Waarom Paulus de sleutel is tot het verstaan van de Bijbel

Paulus schrijft:

“Want ik heb ook hetzelve niet van een mens ontvangen, noch geleerd, maar door de openbaring van Jezus Christus.” (Galaten 1:12, STV)

Dat betekent dat de verhoogde Here Jezus na Zijn hemelvaart nieuwe waarheden bekendmaakte.

Niet ter vervanging van Zijn aardse bediening.

Maar als verdere ontvouwing van Gods heilsplan.

Wie Paulus overslaat, mist daarom:

  • de Verborgenheid;
  • de bedeling der Genade;
  • het Lichaam van Christus;
  • de hemelse roeping van de Gemeente.

 

Wat gebeurt er als Israël en de Gemeente door elkaar worden gehaald?

Wanneer de bediening van Paulus wordt genegeerd, ontstaat vanzelf verwarring.

Dan wordt:

  • Wet vermengd met Genade;
  • Israël vermengd met de Gemeente;
  • profetie vermengd met de Verborgenheid;
  • het Koninkrijk vermengd met het Lichaam van Christus.

Het gevolg is een Evangelie waarin voorwaarden en Genade voortdurend door elkaar lopen.

 

Recht snijden van het Woord is geen optionele keuze

Paulus schrijft niet:

“Lees de Bijbel aandachtig.”

Hij schrijft:

“Benaarstig u, om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt.” (2 Timótheüs 2:15, STV)

Het probleem van veel hedendaagse prediking is niet dat men te veel over Jezus spreekt.

Het probleem is dat men de Here Jezus tijdens Zijn aardse bediening leest zonder te luisteren naar wat diezelfde Here Jezus later vanuit de hemel aan Paulus heeft geopenbaard.

De rodeletter-valkuil vermijden

De rode letters zijn niet belangrijker dan de zwarte.

Samen vormen zij het volmaakte Woord van God.

Maar de Bijbel vraagt om zorgvuldig onderscheid.

Niet alles wat in de Schrift staat, is rechtstreeks tot de Gemeente gesproken.

Alles is voor ons geschreven tot lering.

Maar niet alles is aan ons gericht.

Wie dat onderscheid leert zien, ontdekt hoe de bediening van Paulus, de Verborgenheid en het onderscheid tussen Israël en de Gemeente de Bijbel ontsluiten.

Misschien is de grootste blinde vlek van het moderne christendom daarom niet een gebrek aan liefde voor de Bijbel.

Misschien is het eenvoudig een gebrek aan zorgvuldig Bijbelgebruik.

 

lees ook:

Vergeving volgens de Bijbel: hoe een populaire leer het Evangelie van Gods Genade ondermijnt – Bijbelse basis

Christus niet meer naar het vlees kennen – Bijbelse basis

De bediening van Jezus en Paulus niet hetzelfde – Bijbelse basis

De verborgenheid in de Bijbel – Bijbelse basis

Geverifieerd door MonsterInsights