Niet omdat wij zo sterk zijn, maar omdat Christus trouw is
Hoe blijven christenen trouw aan Christus wanneer hun geloof hun vrijheid of zelfs hun leven kost? De Bijbel laat zien dat standhouden in verdrukking niet draait om menselijke kracht, maar om Gods genade en de trouw van de opgestane Here Jezus Christus.
Er zijn christenen voor wie het bezit van een Bijbel echt gevaarlijk is. Gelovigen die in het geheim samenkomen, hun familie verliezen omdat zij de Here Jezus Christus belijden, gevangen worden gezet of zelfs met de dood worden bedreigd vanwege hun geloof.
En toch houden ze stand.
Dat is indrukwekkend. Waar halen deze mensen de kracht vandaan om onder zulke omstandigheden trouw te blijven aan Christus? Zijn zij sterker dan wij? Hebben zij meer geloof? Beschikken zij over een bijzondere geestelijke kracht die wij missen?
Of ligt het antwoord ergens anders?
De Bijbel leert ons dat standhouden in verdrukking uiteindelijk niet berust op onze eigen kracht, maar op de trouw van de Here Jezus Christus.
Dat is geen goedkope troost. Het is een waarheid die juist voor de vervolgde kerk van onschatbare betekenis en waarde is.

Vervolging van christenen, realiteit vanaf het begin
In onze westerse samenleving zijn we gewend geraakt aan godsdienstvrijheid. We kunnen ongehinderd, in alle vrijheid onze Bijbel lezen, samenkomen met andere gelovigen en openlijk over ons geloof spreken. Dat vinden we normaal.
Maar voor veel christenen elders is dat helemaal niet vanzelfsprekend.
De geschiedenis van de Gemeente laat zien dat vervolging van christenen geen uitzonderlijk verschijnsel is. Vanaf het ontstaan van de Gemeente hebben gelovigen weerstand, vijandschap en vervolging ondervonden.
Paulus schrijft in 2 Timotheüs 3:12:
“En ook allen, die godzaliglijk willen leven in Christus Jezus, die zullen vervolgd worden.” (STV)
Dat is een veelzeggende uitspraak.
Niet dat christenen misschien vervolgd zullen worden wanneer zij iets verkeerd doen. Nee, juist het godzalig willen leven in Christus Jezus roept weerstand op.
De Here Jezus had Zijn discipelen daar al voor gewaarschuwd:
“Gedenkt des woords, dat Ik u gezegd heb: Een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer. Indien zij Mij vervolgd hebben, zij zullen ook u vervolgen; indien zij Mijn woord bewaard hebben, zij zullen ook het uwe bewaren.” (Johannes 15:20, STV)
Wie Christus volgt, moet er dus niet vreemd van opkijken wanneer hij weerstand ondervindt.
Dat betekent overigens niet dat iedere vorm van tegenstand automatisch vervolging om Christus’ wil is. Soms roepen christenen weerstand op door hun eigen gedrag, hoogmoed of onverstand. Petrus maakt in zijn eerste brief nadrukkelijk onderscheid tussen lijden vanwege verkeerd handelen en lijden omdat iemand christen is.
Maar wanneer iemand lijdt vanwege zijn verbondenheid met Christus, is dat geen bewijs dat er iets mis is met zijn geloof.
Integendeel.
Juist daarom is het belangrijk om te zien wat Bijbelse standvastigheid echt betekent.
Standhouden in verdrukking, ook wanneer je bang bent
Wij hebben nogal eens de neiging om geloofshelden op een voetstuk te plaatsen.
Denk aan de apostelen, aan de martelaren uit de kerkgeschiedenis of aan vervolgde christenen die ondanks verschrikkelijke omstandigheden hun geloof niet verloochenen.
Wat een geloof! Wat een moed!
Maar daarmee kunnen we gemakkelijk een verkeerd beeld neerzetten.
Alsof deze mensen geen angst kennen. Alsof zij nooit twijfelen, nooit huilen of nooit wanhopig worden.
De Bijbel schildert ons een veel realistischer beeld.
Paulus schrijft in 2 Korinthe 1:8-9:
“Want wij willen niet, broeders, dat u onbekend zij onze verdrukking, die ons in Azië overkomen is, dat wij uitnemend zeer bezwaard zijn geweest boven onze macht, alzo dat wij zeer in twijfel waren, ook van het leven. Ja, wij hadden al zelven in onszelven het vonnis des doods; opdat wij niet op onszelven vertrouwen zouden, maar op God, Die de doden verwekt.” (STV)
Lees dat nog eens.
Paulus was uitermate zwaar belast. Boven zijn macht. Hij vreesde zelfs voor zijn leven.
Was zijn geloof daarmee tekortgeschoten?
Nee.
Juist in die omstandigheden leerde hij niet op zichzelf te vertrouwen, maar op God, Die de doden opwekt.
Daar ligt een bijzonder belangrijke les.
Bijbelse standvastigheid is niet hetzelfde als menselijke onverzettelijkheid. Het is blijven vertrouwen op God wanneer onze eigen kracht tekortschiet.
Een vervolgde christen hoeft dus geen bovenmenselijke held te zijn om trouw te blijven aan Christus.
Hij mag zwak zijn, bang zijn, verdriet hebben.
Maar zijn behoud en zijn hoop liggen niet in zijn eigen geestelijke prestaties.
Ze liggen in Christus.
Vanuit die waarheid kunnen we beter begrijpen waarom Gods genade genoeg is, juist wanneer menselijke kracht ontbreekt.
Gods genade is ook genoeg als onze kracht tekortschiet
In 2 Korinthe 12 lezen we dat Paulus de Here driemaal had gebeden om verlost te worden van een bepaalde beproeving, die hij zijn doorn in het vlees noemt.
Het antwoord van de Here is veelzeggend:
“En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg; want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Zo zal ik dan veel liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij wone.” (2 Korinthe 12:9, STV)
Hij zegt: “Mijn genade is u genoeg.”
Wat een antwoord!
De omstandigheden hoeven niet eerst te veranderen voordat Gods genade genoeg is.
En dat is wat het Evangelie zo bijzonder maakt. Onze zekerheid ligt niet in de vraag of wij sterk genoeg zijn om alle beproevingen te doorstaan, maar in de betrouwbaarheid van Hem Die ons heeft liefgehad.
Daarom moeten we ook voorzichtig zijn met opvattingen die geloof gelijkstellen aan een leven zonder lijden of tegenslag.
Geloof is niet hetzelfde als voortdurend zichtbare overwinning
Hier moet ik toch even iets aanstippen.
Binnen bepaalde christelijke stromingen wordt de indruk gewekt dat een werkelijk gelovige voortdurend in overwinning hoort te leven.
Ziekte, tegenslag, armoede en andere moeilijkheden worden dan makkelijk verbonden aan onvoldoende geloof, een gebrek aan geestelijke autoriteit of het niet toepassen van Gods beloften.
Men spreekt over doorbraken, het proclameren van overwinning en het opeisen van zegeningen.
Maar hoe verhoudt zich dat tot de vervolgde Gemeente?
Wat zeggen we tegen een christen die vanwege zijn geloof gevangen zit?
Dat hij onvoldoende geloof heeft?
Dat hij zijn geestelijke autoriteit niet goed gebruikt?
Dat hij de overwinning nog niet heeft geclaimd?
Het wordt hoog tijd dat we zulke opvattingen eens serieus toetsen aan de Schrift.
Paulus schrijft in Filippenzen 1:29:
“Want u is uit genade gegeven in de zaak van Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden.” (STV)
Niet alleen geloven, maar ook lijden om Christus’ wil.
En dat wordt hier nota bene verbonden aan Gods genade!
Dat staat toch wel heel ver af van een prediking waarin het christelijke leven voornamelijk draait om succes, voorspoed en zichtbare overwinningen.
Begrijp me goed. Lijden is op zichzelf geen verdienste en zeker niet iets wat we moeten opzoeken. De Bijbel leert ons ook om te bidden om uitredding.
Maar nergens wordt ons beloofd dat een christen gevrijwaard zal blijven van vervolging en verdrukking.
De overwinning van de gelovige bestaat niet noodzakelijk uit het verdwijnen van de verdrukking, maar uit het feit dat zelfs de verdrukking hem niet van Christus kan scheiden.
Die zekerheid wordt in Romeinen 8 op indrukwekkende wijze uitgewerkt.
Christus’ liefde houdt ons vast in de verdrukking
In Romeinen 8 stelt Paulus een indrukwekkende vraag:
“Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, of naaktheid, of gevaar, of zwaard?” (Romeinen 8:35, STV)
Let eens op die opsomming.
Het zijn geen denkbeeldige gevaren. Paulus wist uit eigen ervaring waarover hij sprak.
En dan schrijft hij:
“Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem, Die ons liefgehad heeft.” (Romeinen 8:37, STV)
In dit alles!
Niet buiten deze omstandigheden. Niet pas wanneer de moeilijkheden verdwenen zijn.
Maar midden in de verdrukking.
En bovendien: door Hem.
Niet door onze bijzondere geestelijke vermogens. Niet door onze geloofsprestaties.
Door Hem, Die ons liefgehad heeft.
Daarom kan een christen die vanwege zijn geloof wordt gedood, toch een overwinnaar zijn.
Dat klinkt voor de wereld misschien onbegrijpelijk. De wereld ziet immers alleen het verlies van een mensenleven.
Maar de gelovige weet dat de dood niet het laatste woord heeft.
Christus is opgestaan uit de doden.
En juist die opstanding vormt de grondslag van onze hoop.
Die hoop maakt duidelijk waarom de vervolgde Gemeente, ondanks alles wat zij verliest, niet zonder toekomst is.
De hoop op de opstanding draagt de lijdende kerk
Hebreeën 11 wordt wel het hoofdstuk van de geloofshelden genoemd.
We lezen over mensen die door het geloof koninkrijken overwonnen, beloften verkregen en aan grote gevaren ontkwamen.
Maar het hoofdstuk vertelt ook iets anders.
Er waren gelovigen die werden gemarteld, bespot, gevangen gezet en gedood.
Hebreeën 11:35 zegt over sommigen van hen:
“En anderen zijn uitgerekt geworden, de aangeboden verlossing niet aannemende, opdat zij een betere opstanding verkrijgen zouden.” (STV)
Wat een aangrijpend getuigenis.
Sommigen werden bevrijd. Anderen niet.
Sommigen ontkwamen aan de dood. Anderen stierven.
En toch worden zij allemaal genoemd als getuigen van het geloof.
Hoe kan dat?
Omdat geloof niet wordt afgemeten aan de zichtbare afloop van onze omstandigheden.
Deze gelovigen verwachtten hun uiteindelijke toekomst van God. Hun hoop reikte verder dan dit tijdelijke leven.
Dat is ook vandaag van grote betekenis voor de vervolgde Gemeente.
Een christen kan alles verliezen wat hij in deze wereld bezit, maar de belofte van het eeuwige leven in Christus blijft staan.
Dat maakt het lijden niet minder werkelijk, het verdriet niet minder diep en het verlies niet minder ingrijpend.
Maar het geeft een hoop die verder reikt dan de dood.
En juist daarom mogen we ook in de donkerste omstandigheden vasthouden aan Gods nabijheid en trouw.
Verdrukking betekent niet dat God Zijn kinderen verlaten heeft
Soms kan het lijken alsof God ver weg is.
Wanneer gelovigen jarenlang gevangen zitten, wanneer gezinnen uiteengerukt worden en wanneer gebeden om bevrijding ogenschijnlijk onbeantwoord blijven, kunnen er moeilijke vragen ontstaan.
Waar is God?
Waarom grijpt Hij niet in?
Waarom laat Hij dit toe?
We moeten niet doen alsof wij op al die vragen een eenvoudig antwoord hebben.
De Bijbel geeft ons ook geen verklaring voor iedere afzonderlijke gebeurtenis.
Maar de Schrift verzekert ons wel dat verdrukking niet betekent dat God Zijn kinderen heeft verlaten.
Paulus schrijft:
“Als die in alles verdrukt worden, doch niet benauwd; twijfelmoedig, doch niet mismoedig; Vervolgd, doch niet daarin verlaten; nedergeworpen, doch niet verdorven.” (2 Korinthe 4:8-9, STV)
Vooral die woorden zijn kostbaar:
Vervolgd, doch niet daarin verlaten.
De gelovige kan door mensen worden verlaten, maar is daarom nog niet door Christus verlaten.
Dat is geen belofte dat alle omstandigheden goed zullen aflopen naar menselijke maatstaven.
Het is de zekerheid dat de Here trouw blijft aan degenen die Hem toebehoren.
Die trouw vraagt niet alleen om bewondering, maar ook om een concrete houding tegenover onze vervolgde broeders en zusters.
Gedenkt de gevangenen, verbonden met het Lichaam van Christus
De vervolgde kerk is geen ver-van-ons-bedverhaal.
Zij behoort tot hetzelfde Lichaam van Christus als wij.
Paulus schrijft in 1 Korinthe 12:26:
“En hetzij dat één lid lijdt, zo lijden al de leden mede; hetzij dat één lid verheerlijkt wordt, zo verblijden zich al de leden mede.” (STV)
Dat is geen vrijblijvende uitspraak.
Wanneer één lid van het Lichaam lijdt, gaat dat de andere leden aan.
De schrijver van de Hebreeënbrief zegt het nog indringender:
“Gedenkt der gevangenen, alsof gij mede gevangen waart; en dergenen, die kwalijk behandeld worden, alsof gij ook zelven in het lichaam kwalijk behandeld waart.” (Hebreeën 13:3, STV)
Dat is geen kleinigheidje.
Alsof wij zelf gevangen zitten.
Alsof wij zelf mishandeld worden.
Wat zou er veranderen wanneer wij de vervolgde Gemeente echt zo zouden bekijken?
Dan zouden we waarschijnlijk minder makkelijk voorbijgaan aan berichten over christenvervolging.
Dan zouden we niet alleen bidden voor onze eigen omstandigheden, onze gezondheid en onze dagelijkse zorgen, maar ook voor broeders en zusters die vanwege hun geloof grote gevaren lopen.
En waar mogelijk zouden we praktische hulp bieden.
Niet omdat wij betere christenen zijn, maar omdat wij met hen verbonden zijn in Christus.
Die verbondenheid krijgt vooral vorm in ons gebed. Daarom is het goed om ons af te vragen waarvoor we bidden.
Bidden om bescherming, vrijmoedigheid en volharding
Natuurlijk mogen en moeten we bidden om bescherming en bevrijding van vervolgde christenen.
Maar er is nog iets opvallends.
Paulus zat zelf gevangen toen hij de gelovigen in Efeze vroeg voor hem te bidden.
Wat vroeg hij?
“En voor mij, opdat mij het Woord gegeven worde in de opening mijns monds met vrijmoedigheid, om de verborgenheid des Evangelies bekend te maken; Waarover ik een gezant ben in een keten, opdat ik in hetzelve vrijmoediglijk moge spreken, gelijk mij betaamt te spreken.” (Efeze 6:19-20, STV)
Dat vind ik bijzonder.
Paulus vraagt hier niet in de eerste plaats om zijn vrijlating.
Hij vraagt om vrijmoedigheid om het Evangelie bekend te maken.
Zelfs als gevangene.
Dat betekent niet dat bevrijding onbelangrijk was. Maar het laat zien waar zijn hart naar uitging.
Christus moest bekendgemaakt worden.
Misschien is dat ook een belangrijke les voor onze gebeden.
Laten we bidden om bescherming, om uitredding en om verlichting van het lijden.
Maar laten we ook bidden dat vervolgde christenen stand mogen houden in het geloof, dat zij vertroost worden door Gods Woord en dat het Evangelie ondanks de tegenstand zijn weg mag vinden.
En terwijl we voor hen bidden, moeten we ook beseffen dat wij hun omstandigheden niet vanuit een veilige afstand kunnen beoordelen. Hun volharding wijst ons terug naar onze eigen afhankelijkheid van genade.
De vervolgde kerk houdt ons een spiegel voor
Wij spreken in onze tijd veel over geloofsbeleving.
Over ervaringen, bijzondere samenkomsten, geestelijke groei en persoonlijke zegeningen.
Daar hoeft op zichzelf niets verkeerds aan te zijn.
Maar het wordt problematisch wanneer onze ervaringen belangrijker worden dan het Woord van God, of wanneer we het geestelijke leven gaan beoordelen aan de hand van zichtbare successen.
De vervolgde Gemeente houdt ons wat dat betreft een spiegel voor.
Wat blijft er van ons geloof over wanneer alle uiterlijke zekerheden wegvallen?
Wanneer er geen kerkgebouw is?
Wanneer er geen christelijke activiteiten meer georganiseerd kunnen worden?
Wanneer het bezit van een Bijbel gevaarlijk wordt?
Wanneer geloven in Christus daadwerkelijk iets kost?
Dan komt de vraag naar voren waarop het uiteindelijk aankomt.
Is Christus voor ons genoeg?
Paulus schrijft:
“Want het leven is mij Christus, en het sterven is mij gewin.” (Filippenzen 1:21, STV)
Dat zijn woorden die we misschien makkelijk kunnen citeren.
Maar wat betekenen ze ?
Voor Paulus was Christus niet een aanvulling op een verder aangenaam leven.
Christus was zijn leven.
En juist daarom kon hij, ondanks gevangenschap en de dreiging van de dood, spreken over hoop en overwinning.
Niet omdat hij zijn omstandigheden beheerste.
Maar omdat zijn leven in handen lag van de opgestane Heiland.
Dat brengt ons bij de kern van dit alles: niet onze trouw staat uiteindelijk centraal, maar de trouw van Christus.
Niet onze trouw, maar Zijn trouw
Misschien ligt hier wel de belangrijkste les.
Wanneer we spreken over standhouden in verdrukking, richten we onze aandacht gemakkelijk op de volharding van de gelovige.
Hoe sterk is zijn geloof? Hoeveel kan hij verdragen? Hoe lang houdt hij het vol?
Maar de Bijbel richt onze blik steeds weer op Christus.
Paulus schrijft in 2 Timotheüs 1:12:
“Om welke oorzaak ik ook deze dingen lijde, maar word niet beschaamd; want ik weet, Wien ik geloofd heb, en ik ben verzekerd, dat Hij machtig is, mijn pand, bij Hem weggelegd, te bewaren tot dien dag.” (STV)
Let op wat Paulus zegt.
Niet: ik weet hoe sterk mijn geloof is.
Maar:
“Ik weet, Wien ik geloofd heb.”
Daar ligt het geheim.
Het geloof ontleent zijn waarde niet aan de kracht waarmee wij geloven, maar aan de betrouwbaarheid van Degene op Wie het gericht is.
En daarom is het zo belangrijk dat wij Gods Woord kennen.
Niet om daarmee een bepaalde uitkomst af te dwingen, maar om te weten Wie God is, wat Hij beloofd heeft en wat wij in Christus ontvangen hebben.
Het geloof leeft immers niet van gevoelens of omstandigheden, maar van Gods betrouwbare beloften.
Daarom moeten we ook met bescheidenheid spreken over hen die onder zware druk staan. Wij weten niet hoe wij zelf zouden reageren, maar we mogen wel weten op Wie ook wij uiteindelijk aangewezen zijn.
Ook in menselijke zwakheid blijft Gods genade
Hier past ook enige bescheidenheid.
Wij kunnen makkelijk spreken over standhouden in vervolging zolang we zelf veilig zijn.
Maar wie van ons weet hoe hij zou reageren wanneer zijn gezin wordt bedreigd? Wanneer hij wordt gemarteld? Wanneer hem de keuze wordt voorgelegd om Christus te verloochenen of zijn leven te verliezen?
Laten we niet te snel oordelen.
Petrus was ervan overtuigd dat hij zijn Heere nooit zou verloochenen.
En toch gebeurde het.
Driemaal zelfs.
Maar daarmee was het verhaal van Petrus niet afgelopen. De opgestane Here Jezus zocht hem weer op en herstelde hem.
Wat een genade!
Dat betekent niet dat het verloochenen van Christus onbelangrijk is. Integendeel. Maar het leert ons wel dat menselijke zwakheid en Gods genade niet tegenover elkaar staan alsof de Here alleen sterke mensen zou kunnen gebruiken.
Daarom moeten we nooit met een opgeheven vingertje naar vervolgde christenen kijken.
Wij hebben geen reden om onszelf geestelijk sterker te achten.
Ook wij leven alleen van genade.
En juist die genade wijst ons ten slotte naar de vaste grond onder ons geloof: Christus Zelf blijft trouw.
Christus blijft trouw
Er zijn christenen die vandaag in gevangenschap zitten vanwege hun geloof.
Er zijn gelovigen die hun familie, hun bezit of hun maatschappelijke positie verloren hebben omdat zij de Here Jezus Christus belijden.
En er zijn er die hun leven hebben gegeven om Zijn Naam.
Laten we hen niet vergeten.
Maar laten we hen ook niet op een voetstuk plaatsen alsof hun standvastigheid voortkomt uit een uitzonderlijke menselijke kracht.
Ze zijn mensen zoals wij.
Met dezelfde kwetsbaarheid, dezelfde menselijke gevoelens en dezelfde afhankelijkheid van Gods genade.
En misschien is dat wel het mooiste getuigenis dat van de vervolgde Gemeente uitgaat.
Niet dat christenen zulke sterke mensen zijn.
Maar dat Christus een trouwe Heiland is.
Paulus schrijft aan het einde van zijn leven:
“En de Heere zal mij verlossen van alle boos werk, en bewaren tot Zijn hemels Koninkrijk; Denwelken zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.” (2 Timotheüs 4:18, STV)
Paulus wist dat zijn einde naderde. Zijn vertrouwen betekende niet dat hij aan de dood zou ontkomen.
Zijn zekerheid lag ergens anders.
De Here zou hem bewaren tot Zijn hemels Koninkrijk.
En daarom kunnen we, ook met het oog op de vervolgde Gemeente, vasthouden aan deze heerlijke waarheid:
Wij houden niet stand omdat wij zo sterk zijn, maar omdat Christus trouw is.
En Zijn trouw houdt niet op waar onze mogelijkheden eindigen.
zie ook:
Heel mooi en goed uitgelegd. We beseffen hoe afhankelijk we zijn van Gods trouw en genade, waarvan we weten dat die ons niet in de steek zal laten.
Dankjewel voor je reactie 👍🏼