Wat is geestelijke strijd?
De wapenrusting Gods in Efeze 6 is waarschijnlijk een van de bekendste beelden die Paulus gebruikt.
Toch wordt dit gedeelte regelmatig verbonden met allerlei ideeën over geestelijke strijd die we in de tekst zelf helemaal niet terugvinden. Denk aan het binden van demonen, territoriale geesten, generatievloeken, geestelijke decreten en speciale technieken voor zogenaamde geestelijke oorlogsvoering.
Maar wanneer Paulus zelf uitlegt hoe de gelovige de geestelijke strijd voert, klinkt het heel anders.
Geen geheime kennis over de demonenwereld. Geen stappenplan om territoriale machten te verdrijven. Geen bijzondere groep “geestelijke strijders”. Geen opdracht om satan rechtstreeks aan te spreken.
Paulus zegt:
“Daarom neemt aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt wederstaan in den bozen dag, en alles verricht hebbende, staande blijven.” (Efeze 6:13, STV)
Staande blijven
Dat klinkt veel minder spectaculair dan wat er tegenwoordig allemaal onder geestelijke oorlogsvoering wordt verstaan. Maar daarin ligt wel de geweldige boodschap van Efeze 6.
De gelovige strijdt niet om een positie in Christus te bemachtigen.
Hij strijdt vanuit de positie die God hem reeds in Christus gegeven heeft.

Eerst onze positie in Christus, daarna de geestelijke strijd
Wie de geestelijke strijd van Efeze 6 losmaakt van de rest van de brief, mist gemakkelijk de kern van Paulus’ onderwijs.
Paulus begint namelijk niet met de duivel.
Hij begint met Christus.
En hij begint niet met onze strijd, maar met hetgeen God reeds voor ons gedaan heeft.
“Gezegend zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus.” (Efeze 1:3, STV)
En:
“En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus.” (Efeze 2:6, STV)
Voordat Paulus de gelovige in Efeze 6 vertelt dat hij moet staan, heeft hij hem dus eerst verteld waar God hem heeft gezet.
Dat is cruciaal voor het begrijpen van de wapenrusting Gods.
Onze geestelijke strijd begint niet bij de vraag:
Hoe kan ik de overwinning behalen?
De betere vraag is:
Wat heeft God mij in Christus reeds gegeven en hoe blijf ik daarin staan?
De overwinning van Christus is niet het uiteindelijke resultaat van onze geestelijke strijd.
Zijn overwinning is het uitgangspunt ervan
Efeze 6 zegt dat de geestelijke strijd echt bestaat
Dat betekent niet dat Paulus de realiteit van geestelijke machten ontkent. Integendeel.
“Want wij hebben den strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld, der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht.” (Efeze 6:12, STV)
De geestelijke strijd is reëel.
De tegenstander is reëel .
De geestelijke boosheden zijn reëel .
Daarom moeten we nauwkeurig luisteren naar wat Paulus vervolgens zegt.
Hij vertelt ons niet uitvoerig hoe deze machten georganiseerd zouden zijn. Hij geeft ons geen namen van demonen. Hij leert ons niet hoe wij hun territoria moeten identificeren.
Hij geeft ook geen formules waarmee geestelijke machten zouden kunnen worden gebonden.
In plaats daarvan schrijft hij:
“Doet aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt staan tegen de listige omleidingen des duivels.” (Efeze 6:11, STV)
Daar staat iets veelzeggend:
listige omleidingen.
Misleiding behoort kennelijk tot het terrein waarop de strijd wordt gevoerd.
En daarmee komen we bij het eerste onderdeel van de wapenrusting Gods.
De gordel van de waarheid tegen geestelijke misleiding
“Staat dan, uw lenden omgord hebbende met de waarheid…” (Efeze 6:14, STV)
Waarom begint de wapenrusting Gods met waarheid?
Omdat de tegenstander vanaf het begin met leugen, verdraaiing en twijfel heeft gewerkt.
In Genesis klinkt:
“Is het ook, dat God gezegd heeft…” (Genesis 3:1, STV)
Daar begint het.
Niet onmiddellijk met een openlijke ontkenning van God, maar met twijfel aan hetgeen God gesproken heeft.
Heeft God dat werkelijk gezegd?
Bedoelde God het wel zo?
Kun je werkelijk vertrouwen op Zijn Woord?
Daarom is het opvallend dat Paulus de gelovige niet eerst een bijzondere geestelijke ervaring aanbiedt.
Hij geeft hem waarheid.
Geestelijke strijd wordt niet gewonnen door steeds meer met de vijand bezig te zijn. De gelovige moet juist steeds beter weten wat God gezegd heeft.
Daarom is Bijbelse toetsing geen gebrek aan geloof. Het behoort juist bij geestelijke waakzaamheid.
Niet alles wat geestelijk klinkt, komt van God.
Niet iedere indrukwekkende ervaring is waarheid.
Niet iedereen die beweert namens God te spreken, spreekt daarom namens God.
Onze gordel is niet onze ervaring.
Onze gordel is de waarheid
Het borstwapen der gerechtigheid
Paulus vervolgt:
“…en aangedaan hebbende het borstwapen der gerechtigheid;” (Efeze 6:14, STV)
Een van de gevaarlijkste aanvallen op een gelovige is beschuldiging.
Je bent niet goed genoeg.
Na wat jij gedaan hebt, kan God jou onmogelijk gebruiken.
Denk je werkelijk dat God jou nog aanneemt?
Wanneer wij daarop antwoorden door uitsluitend naar onszelf te kijken, raken we gemakkelijk verstrikt.
Want als onze zekerheid afhankelijk wordt van onze prestaties, zullen we altijd iets vinden waarvoor we onszelf kunnen aanklagen.
Maar het Evangelie richt onze blik op Christus.
“Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt.” (Romeinen 8:33, STV)
Daar ligt onze zekerheid.
Niet in onze volmaaktheid.
Niet in onze prestaties.
Niet in onze geestelijke ervaringen.
In Christus
Dat maakt onze levenswandel uiteraard niet onbelangrijk. Integendeel. Juist wie begrijpt wat hem uit genade geschonken is, behoort waardig zijn roeping te wandelen.
Maar onze positie voor God rust niet op onze prestaties.
Wij staan in Christus.
Het Evangelie des vredes geeft vaste grond
“En de voeten geschoeid hebbende met bereidheid van het Evangelie des vredes;” (Efeze 6:15, STV)
Wat een opmerkelijke combinatie.
Paulus spreekt over geestelijke strijd en vervolgens over vrede.
Dat alleen al zou ons uiterst voorzichtig moeten maken met vormen van geestelijke oorlogsvoering die christenen voortdurend angstig maken voor demonen, vervloekingen, territoriale machten en geestelijke aanvallen.
De gelovige staat op het Evangelie des vredes.
Hij weet Wie hem gered heeft.
Hij weet op grond waarvan hij aangenomen is.
Hij weet tot Wie hij behoort.
Hij weet dat Christus genoeg is.
Daarom hoeft hij niet voortdurend angstig achterom te kijken om te ontdekken wat de duivel misschien aan het doen is.
Zijn voeten staan ergens op.
Het Evangelie des vredes
Het schild des geloofs tegen de vurige pijlen
“Bovenal aangenomen hebbende het schild des geloofs, met hetwelk gij al de vurige pijlen des bozen zult kunnen uitblussen.” (Efeze 6:16, STV)
Paulus ontkent de aanvallen van de boze niet.
Hij noemt ze vurige pijlen.
Twijfel kan zo’n pijl zijn. Angst kan zo’n pijl zijn. Verleiding, beschuldiging, moedeloosheid en leugen kunnen een gelovige diep raken.
Maar wat moet hij vervolgens doen?
Paulus zegt niet dat wij achter iedere gedachte moeten proberen te ontdekken welke demon ervoor verantwoordelijk zou kunnen zijn.
Hij zegt:
Neem het schild des geloofs.
Geloof zegt niet:
Ik voel dat alles goedkomt.
Geloof zegt:
God heeft gesproken en daarom vertrouw ik Hem.
Onze gevoelens kunnen vandaag sterk zijn en morgen volledig instorten.
Gods Woord verandert niet.
Het geloof rust daarom uiteindelijk niet op de kracht waarmee wij geloven, maar op de betrouwbaarheid van Hem Die gesproken heeft.
De helm der zaligheid en de zekerheid van de gelovige
“En neemt den helm der zaligheid…” (Efeze 6:17, STV)
Hoeveel gelovigen worden juist op dit terrein aangevallen?
Ben ik werkelijk behouden?
Heb ik wel genoeg geloof?
Heb ik misschien iets gedaan waardoor God mij heeft losgelaten?
Wanneer onze blik vervolgens steeds verder naar binnen gericht wordt, kunnen we volledig verstrikt raken in onszelf.
Maar zaligheid is Gods werk.
Onze zekerheid ligt niet in de volmaaktheid van onze gevoelens, maar in de volmaaktheid van het werk van Christus.
De gelovige moet daarom leren denken vanuit hetgeen God over hem in Christus heeft gezegd.
Niet voortdurend:
Wat voel ik vandaag?
Maar:
Wat heeft God gezegd?
Het zwaard des Geestes is Gods Woord
Dan komen we bij het zwaard:
“En neemt den helm der zaligheid, en het zwaard des Geestes, hetwelk is Gods Woord.” (Efeze 6:17, STV)
Hier kunnen we niet omheen.
Wanneer Paulus over geestelijke strijd spreekt en een daadwerkelijk aanvalswapen noemt, verwijst hij ons naar:
Gods Woord
Niet naar speciale formules.
Niet naar geheime kennis.
Niet naar geestelijke technieken.
Niet naar een bijzonder “gezalfde” bediening.
Niet naar het uitspreken van decreten.
Gods Woord
Ook de Here Jezus Christus liet bij Zijn verzoeking zien hoe fundamenteel dit is:
“Er is geschreven…” (Mattheüs 4:4, STV)
Dáár hebben we Bijbelse geestelijke strijd.
En hier kan het best een beetje ongemakkelijk worden.
Een christendom dat voortdurend spreekt over geestelijke strijd, maar waarin steeds minder degelijk Bijbelonderwijs wordt gegeven, heeft een ernstig probleem.
Men spreekt dan veel over het zwaard, terwijl men nauwelijks leert het te hanteren.
Wie christenen werkelijk wil toerusten voor geestelijke strijd, moet hen daarom niet in de eerste plaats leren hoe demonen zouden functioneren.
Leer hen Gods Woord kennen
Gebed en de wapenrusting Gods horen bij elkaar
Paulus eindigt met:
“Met alle bidding en smeking, biddende te allen tijd in den Geest, en tot hetzelve wakende met alle gedurigheid en smeking voor al de heiligen;” (Efeze 6:18, STV)
Gebed is ook hier geen magische techniek.
Gebed is afhankelijkheid.
De gelovige staat niet in eigen kracht. Hij leeft vanuit Christus en blijft afhankelijk van God.
Opvallend genoeg trekt Paulus onze blik daarbij ook naar andere gelovigen:
“…smeking voor al de heiligen;” (Efeze 6:18, STV)
Geestelijke strijd is dus niet slechts de individuele christen die zichzelf steeds verder verdiept in een onzichtbare oorlog met demonen.
Het Lichaam van Christus bidt voor elkaar.
Is “demonen binden” eigenlijk wel Bijbelse geestelijke strijd?
Hier wordt de vergelijking met sommige hedendaagse vormen van geestelijke oorlogsvoering onontkomelijk.
Er wordt gesproken over het binden van territoriale geesten, het verbreken van demonische bolwerken boven steden, het verbreken van generatievloeken, het rechtstreeks aanspreken van geestelijke machten en het uitspreken van geestelijke decreten.
Maar wanneer Paulus de Gemeente daadwerkelijk instrueert over haar strijd tegen geestelijke machten, noemt hij iets anders:
waarheid, gerechtigheid, het Evangelie des vredes, geloof, zaligheid, Gods Woord en gebed.
Daarom moeten we een eenvoudige maar ongemakkelijke vraag stellen:
Als allerlei moderne technieken werkelijk noodzakelijk zijn voor effectieve geestelijke strijd, waarom noemt Paulus ze dan niet wanneer hij juist uitlegt hoe de gelovige tegen de listige omleidingen van de duivel moet standhouden?
Dat is geen bijzaak.
Efeze 6 vertelt ons namelijk niet alleen dat er geestelijke strijd bestaat.
Het vertelt ons ook hoe God wil dat wij daarin staan.
Geestelijke strijd betekent niet voortdurend met de duivel bezig zijn
Hier ligt ook een belangrijke pastorale bevrijding.
Sommige christenen zijn door bepaald onderwijs bijna voortdurend bezig met de duivel.
Een tegenslag?
Misschien een aanval.
Een moeilijke gedachte?
Misschien demonisch.
Problemen in het gezin?
Misschien een vloek.
Tegenstand?
Misschien territoriale machten.
Maar zo kan iemand die meent voortdurend met geestelijke strijd bezig te zijn ongemerkt steeds meer met satan bezig zijn.
Efeze 6 richt onze aandacht juist op hetgeen God gegeven heeft.
Dat verandert de blikrichting volledig.
Niet voortdurend:
Wat doet de vijand?
Maar:
Wat heeft God gezegd?
Niet:
Welke macht moet ik nog verbreken?
Maar:
Sta ik in geloof op hetgeen Christus volbracht heeft?
Niet:
Welke bijzondere geestelijke techniek heb ik nodig?
Maar:
Ken ik het Woord van God?
Dat is niet minder geestelijk.
Dat is de geestelijke strijd die Paulus beschrijft.
De kern van de wapenrusting Gods: staande blijven in Christus
Misschien zijn dit uiteindelijk wel de mooiste woorden van Efeze 6:
“…en alles verricht hebbende, staande blijven.” (Efeze 6:13, STV)
Staande blijven.
Niet omdat jij zo sterk bent.
Niet omdat jouw geloof altijd sterk voelt.
Niet omdat jij de vijand volledig doorgrond hebt.
Niet omdat jij een bijzondere geestelijke status hebt bereikt.
Maar omdat God jou in Christus ziet.
De christelijke strijd begint daarom niet bij onze kracht, maar bij Zijn genade.
De gelovige hoeft niet alsnog te bereiken wat Christus reeds volbracht heeft. Dat is ten enen male onmogelijk.
Hij mag geloven.
Hij mag rusten op Gods Woord.
Hij mag bidden.
Hij mag wandelen vanuit hetgeen God hem in Christus gegeven heeft.
En wanneer de vurige pijlen komen, hoeft hij niet in paniek op zoek naar een nieuwe geestelijke techniek.
Neem de gehele wapenrusting Gods.
En blijf staan.
Want echte Bijbelse geestelijke strijd is niet de kunst om steeds meer over de duivel te weten.
Het is leren leven vanuit datgene wat wij in Christus al bezitten.
Lees ook:
Strategische geestelijke oorlogsvoering: pure speculatie – Bijbelse basis