Kan God sterven? Islam, Jezus en de menswording

Een islamitisch bezwaar tegen Jezus dat in zichzelf vastloopt

“God kan niet sterven.”

Het klinkt indrukwekkend. Het wordt in gesprekken tussen moslims en christenen dan ook regelmatig gebruikt als argument tegen de Godheid van de Here Jezus Christus.

De redenering lijkt eenvoudig:

God kan niet sterven.
Jezus stierf.
Dus Jezus kan niet God zijn

Klaar Einde gesprek.

Maar is dat ook zo?

Nee. Het probleem zit meteen al in de eerste zin. Want voordat iemand kan zeggen dat God “niet kan” sterven, mens worden of Zich op een bepaalde manier openbaren, moet eerst duidelijk gemaakt worden wat daarmee precies bedoeld wordt.

En daar begint het islamitische argument behoorlijk te kraken.

Een islamitisch misverstand ontkracht
Kan God sterven?

“God kan dat niet”

Een veelgehoord islamitisch bezwaar tegen het christelijk geloof luidt ongeveer:

“Hoe kan God mens worden?”

Of:

“Hoe kan God sterven?”

Of:

“Hoe kan God één zijn en toch Vader, Zoon en Heilige Geest?”

Vaak wordt de vraag niet gesteld als oprechte vraag, maar als conclusie:

“Dat kan niet.”

Maar ho eens even.

Kán God het niet?

Of zou God het volgens jou niet doen?

Dat zijn twee totaal verschillende beweringen.

Wanneer iemand zegt:

“God kan geen menselijke natuur aannemen”,

dan doet hij een uitspraak over (de grenzen van) Gods macht.

En daar ontstaat binnen de islam een bijzonder probleem. Want de islam benadrukt voortdurend de absolute almacht en soevereiniteit van Allah.

Als God werkelijk almachtig is, op welke grond zegt een mens dan:

“Dat kan Hij niet”?

 

Legt de moslim een grens aan Gods almacht?

Binnen invloedrijke islamitische theologische tradities, in het bijzonder de Ash’aritische traditie, wordt zeer sterk benadrukt dat Allah absoluut vrij en soeverein is in Zijn wil.

God wordt niet geregeerd door iets dat boven Hem staat.

Prima.

Maar dan ontstaat onmiddellijk een probleem wanneer dezelfde moslim vervolgens tegen de christen zegt:

“God kan onmogelijk een menselijke natuur aannemen.”

Hoezo niet?

Wie bepaalt die grens?

Als God almachtig is, waarom zou het dan onmogelijk zijn dat Hij, zonder op te houden God te zijn, een werkelijke menselijke natuur aanneemt?

Je hoeft op dat moment zelfs nog niet te bewijzen dát de menswording heeft plaatsgevonden.

De eerste vraag is veel eenvoudiger:

Is God daartoe in staat?

Wanneer het antwoord “nee” luidt, is de volgende vraag onvermijdelijk:

Wie of wat beperkt Hem dan?

Dat is een nogal ongemakkelijke en schurende vraag.

 

“Kan God mens worden?” is niet de doorslaggevende vraag

Het christelijk geloof zegt niet dat God veranderde van God in een mens.

Dat zou inderdaad onbijbels zijn.

De Schrift leert dat het Woord vlees geworden is:

“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond…” (Johannes 1:14, STV)

Johannes had vlak daarvoor geschreven:

“In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.” (Johannes 1:1, STV)

Het Woord was God.

En datzelfde Woord werd vlees.

Niet: God hield op God te zijn.

Niet: God veranderde in een mens.

Maar: de Zoon nam een volledig menselijke natuur aan.

Daarmee wordt de vraag ineens anders.

Niet:

“Kan God mens worden?”

Maar:

“Heeft God Zich op deze wijze geopenbaard?”

Dát is de vraag waarover we het dan hebben.

 

Maar God kán toch niet sterven?

Dan komt het tweede bezwaar:

“Als Jezus God is en Jezus stierf, dan stierf God. Maar God kan niet sterven. Dus Jezus is niet God.”

Ook hier wordt meer verondersteld dan bewezen.

Wat bedoelen we met “sterven”?

Bij de dood houdt iemand niet op te bestaan.

De Bijbel beschrijft de dood als scheiding.

Jakobus schrijft:

“Want gelijk het lichaam zonder geest dood is…” (Jakobus 2:26, STV)

Als een mens sterft, verdwijnt hij niet in het niets.

Het lichaam sterft. De geest wordt van het lichaam gescheiden.

Waarom zou de dood van Christus dan moeten betekenen dat de Zoon van God ophield te bestaan?

Dat is helemaal niet wat christenen geloven.

 

Jezus Christus is werkelijk God én werkelijk Mens

Hier komen we bij een waarheid die niet pas bedacht is toen moslims begonnen te argumenteren.

Eeuwen vóór Mohammed werd er al uitvoerig nagedacht over de vraag hoe de Goddelijke en menselijke natuur van Christus zich tot elkaar verhouden.

De Bijbel geeft daarvoor zelf de bouwstenen.

Van Christus wordt gezegd:

“Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk.” (Kolossenzen 2:9, STV)

Let op die woorden.

Niet: een beetje Godheid.

Niet: een afgeleide goddelijke kracht.

“Al de volheid der Godheid.”

En tegelijk wordt Hij werkelijk mens genoemd.

Paulus schrijft:

“Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw…” (Galaten 4:4, STV)

De Zoon nam dus werkelijk onze menselijke natuur aan.

Hij had een echt lichaam.

Hij kende honger.

Hij kende dorst.

Hij werd moe.

Hij kon lijden.

En Hij kon naar Zijn menselijke natuur sterven.

Maar op geen enkel moment hield Hij op Gods Zoon te zijn.

 

Wie stierf er aan het kruis?

Hier moeten we nauwkeurig zijn.

Niet een “menselijke Jezus” los van de Zoon van God stierf aan het kruis.

De Persoon Die aan het kruis hing, was dezelfde Persoon Die Johannes “het Woord” noemt.

Daarom kan Paulus zelfs schrijven:

“…indien zij ze gekend hadden, zo zouden zij den Heere der heerlijkheid niet gekruist hebben.” (1 Korinthe 2:8, STV)

Wie werd dus gekruisigd?

“De Heere der heerlijkheid.”

Dat is buitengewoon kractig gezegd.

De Zoon onderging werkelijk de dood in de menselijke natuur die Hij had aangenomen.

Zijn Godheid hield niet op te bestaan.

De Goddelijke natuur werd niet vernietigd.

God verdween niet drie dagen uit het universum.

Dat is een belachelijke karikatuur van het christelijk geloof.

 

Christus werd ook niet door de dood overrompeld

Er is bovendien nog een groot verschil tussen onze dood en de dood van de Here Jezus Christus.

Wij sterven omdat wij sterfelijke mensen zijn.

Wij hebben de dood uiteindelijk niet onder controle.

Christus wel.

Hij zei:

“Daarom heeft Mij de Vader lief, overmits Ik Mijn leven afleg, opdat Ik hetzelve wederom neme. Niemand neemt hetzelve van Mij, maar Ik leg het van Mijzelven af; Ik heb macht hetzelve af te leggen, en heb macht hetzelve wederom te nemen.” (Johannes 10:17-18, STV)

Dat verandert alles.

Jezus was geen hulpeloos slachtoffer van gebeurtenissen die uit de hand liepen.

Hij gaf Zijn leven.

Vrijwillig.

Bewust.

Volgens het raadsbesluit van God.

Dat is geen zwakheid.

Dat is macht onder vrijwillige vernedering.

 

“Maar God zou zoiets nooit doen”

En daar verschuift het islamitische argument meestal.

Eerst klinkt het:

“God kan geen mens worden.”

Maar zodra gevraagd wordt waarom de Almachtige dat niet zou kunnen, verandert het vaak in:

“God zou Zich nooit zo vernederen.”

Aha.

Dat is een ander argument.

Nu gaat het niet meer over Gods macht, maar over Gods karakter.

En daar ligt het hart van het Evangelie.

De vraag is niet of wij het passend vinden dat God Zich vernederde.

De vraag is of God heeft geopenbaard dat Hij het deed.

Paulus schrijft over Christus:

“Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode evengelijk te zijn; Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden; En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises.” (Filippenzen 2:6-8, STV)

Dat is het grote wonder van het Evangelie.

Niet dat God te zwak was om Zich tegen mensen te verdedigen.

Maar dat de Zoon vrijwillig neerdaalde.

 

De vraag die de islam moeilijk kan ontwijken

Wanneer een moslim zegt:

“God kan niet mens worden”,

Stel dan de ontwapenende vraag:

“Bedoel je dat God dat niet zou willen, of dat God daartoe niet in staat is?”

Dat onderscheid haalt veel verwarring uit het gesprek.

Wanneer hij zegt:

“God kan het niet”,

vraag:

“Hoe rijm je dat dan met Gods almacht?”

Wanneer hij zegt:

“God zou het niet doen”,

vraag:

“Hoe weet je dat?”

Want dan gaat de discussie niet langer over  veronderstelde onmogelijkheden, maar over openbaring.

 Wat heeft God echt gedaan?

Wie is Jezus Christus?

Wat zeggen de eerdere Schriften over Hem?

Waarom wordt Hij in het Nieuwe Testament genoemd:

het Woord dat God is;

Immanuël, “God met ons”;

de Heere der heerlijkheid;

de Schepper;

de Eerste en de Laatste;

Degene in Wie de volheid der Godheid lichamelijk woont?

Dat zijn vragen waar men niet omheen kan door plompverloren te zeggen:

“God kan dat niet.”

 

Het kruis is géén nederlaag van God

Voor de islam is het kruis een struikelblok.

En bepaald niet alleen voor de Islam…..

Voor het Evangelie staat uitgerekend dáár Gods kracht centraal.

Paulus schrijft:

“Want het woord des kruises is wel dengenen, die verloren gaan, dwaasheid; maar ons, die behouden worden, is het een kracht Gods.” (1 Korinthe 1:18, STV)

De wereld verwacht macht in verheffing.

God openbaarde Zijn kracht in vernedering.

De wereld verwacht overwinning door de tegenstander te vermijden.

Christus overwon door de dood binnen te gaan en eruit op te staan.

en vaHet antwoord vinden we niet in het winnen van een filosofisch spelletje.

Christus is gestorven.

Christus is begraven.

Christus is opgestaan.

En juist doordat Hij Mens was, kon Hij sterven.

Juist doordat HijGod is, kon de dood Hem niet houden.

Petrus verkondigde over Hem:

“Welken God opgewekt heeft, de smarten des doods ontbonden hebbende, alzo het niet mogelijk was, dat Hij van denzelven dood zou gehouden worden.” (Handelingen 2:24, STV)

Let op wat hier onmogelijk wordt genoemd.

Niet dat God mens wordt.

Niet dat Christus sterft.

Maar dat de dood Hem zou kunnen vasthouden.

Dát is het Evangelie

 

Niet “God kan dat niet”, maar: Wie is Jezus?

Daarom is

“God kan niet sterven”

geen geldig argument tegen de Godheid van Christus.

Het berust op een verkeerde voorstelling van zowel de menswording als de dood van Christus.

De christen gelooft niet dat Gods bestaan drie dagen ophield.

Hij belijdt dat de Zoon werkelijk mens werd, werkelijk leed, werkelijk stierf en werkelijk opstond uit de dood.

Daarom komt uiteindelijk alles neer op één vraag:

Wie is Jezus Christus?

Niet: Wie willen wij dat Hij is?

Niet: Welke voorstelling past binnen de grenzen van onze religieuze verwachtingen?

Maar:

Wie zegt de Schrift dat Hij is?

Thomas kwam oog in oog met de opgestane Christus en antwoordde:

“Mijn Heere en mijn God!” (Johannes 20:28, STV)

Jezus wees hem daar niet terecht.

Hij ontkende het niet.

Hij accepteerde die belijdenis.

Daar ligt de echte uitdaging.

Niet voor Gods almacht.

Maar voor jouw en mijn hart.

Zie ook:

koran – Bijbelse basis

islam – Bijbelse basis

YouTube player
Geverifieerd door MonsterInsights