Kan God sterven? Islam, Jezus en de menswording

Een islamitisch bezwaar tegen Jezus dat in zichzelf vastloopt

“God kan niet sterven.”

Het klinkt indrukwekkend. Het wordt in gesprekken tussen moslims en christenen dan ook regelmatig gebruikt als argument tegen de Godheid van de Here Jezus Christus.

De redenering lijkt eenvoudig:

God kan niet sterven.
Jezus stierf.
Dus Jezus kan niet God zijn

Klaar Einde gesprek.

Maar is dat ook zo?

Nee. Het probleem zit meteen al in de eerste zin. Want voordat iemand kan zeggen dat God “niet kan” sterven, mens worden of Zich op een bepaalde manier openbaren, moet eerst duidelijk gemaakt worden wat daarmee precies bedoeld wordt.

En daar begint het islamitische argument behoorlijk te kraken.

Een islamitisch misverstand ontkracht
Kan God sterven?

“God kan dat niet”

Een veelgehoord islamitisch bezwaar tegen het christelijk geloof luidt ongeveer:

“Hoe kan God mens worden?”

Of:

“Hoe kan God sterven?”

Of:

“Hoe kan God één zijn en toch Vader, Zoon en Heilige Geest?”

Vaak wordt de vraag niet gesteld als oprechte vraag, maar als conclusie:

“Dat kan niet.”

Maar ho eens even.

Kán God het niet?

Of zou God het volgens jou niet doen?

Dat zijn twee totaal verschillende beweringen.

Wanneer iemand zegt:

“God kan geen menselijke natuur aannemen”,

dan doet hij een uitspraak over (de grenzen van) Gods macht.

En daar ontstaat binnen de islam een bijzonder probleem. Want de islam benadrukt voortdurend de absolute almacht en soevereiniteit van Allah.

Als God werkelijk almachtig is, op welke grond zegt een mens dan:

“Dat kan Hij niet”?

 

Legt de moslim een grens aan Gods almacht?

Binnen invloedrijke islamitische theologische tradities, in het bijzonder de Ash’aritische traditie, wordt zeer sterk benadrukt dat Allah absoluut vrij en soeverein is in Zijn wil.

God wordt niet geregeerd door iets dat boven Hem staat.

Prima.

Maar dan ontstaat onmiddellijk een probleem wanneer dezelfde moslim vervolgens tegen de christen zegt:

“God kan onmogelijk een menselijke natuur aannemen.”

Hoezo niet?

Wie bepaalt die grens?

Als God almachtig is, waarom zou het dan onmogelijk zijn dat Hij, zonder op te houden God te zijn, een werkelijke menselijke natuur aanneemt?

Je hoeft op dat moment zelfs nog niet te bewijzen dát de menswording heeft plaatsgevonden.

De eerste vraag is veel eenvoudiger:

Is God daartoe in staat?

Wanneer het antwoord “nee” luidt, is de volgende vraag onvermijdelijk:

Wie of wat beperkt Hem dan?

Dat is een nogal ongemakkelijke en schurende vraag.

 

“Kan God mens worden?” is niet de doorslaggevende vraag

Het christelijk geloof zegt niet dat God veranderde van God in een mens.

Dat zou inderdaad onbijbels zijn.

De Schrift leert dat het Woord vlees geworden is:

“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond…” (Johannes 1:14, STV)

Johannes had vlak daarvoor geschreven:

“In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.” (Johannes 1:1, STV)

Het Woord was God.

En datzelfde Woord werd vlees.

Niet: God hield op God te zijn.

Niet: God veranderde in een mens.

Maar: de Zoon nam een volledig menselijke natuur aan.

Daarmee wordt de vraag ineens anders.

Niet:

“Kan God mens worden?”

Maar:

“Heeft God Zich op deze wijze geopenbaard?”

Dát is de vraag waarover we het dan hebben.

 

Maar God kán toch niet sterven?

Dan komt het tweede bezwaar:

“Als Jezus God is en Jezus stierf, dan stierf God. Maar God kan niet sterven. Dus Jezus is niet God.”

Ook hier wordt meer verondersteld dan bewezen.

Wat bedoelen we met “sterven”?

Bij de dood houdt iemand niet op te bestaan.

De Bijbel beschrijft de dood als scheiding.

Jakobus schrijft:

“Want gelijk het lichaam zonder geest dood is…” (Jakobus 2:26, STV)

Als een mens sterft, verdwijnt hij niet in het niets.

Het lichaam sterft. De geest wordt van het lichaam gescheiden.

Waarom zou de dood van Christus dan moeten betekenen dat de Zoon van God ophield te bestaan?

Dat is helemaal niet wat christenen geloven.

 

Jezus Christus is werkelijk God én werkelijk Mens

Hier komen we bij een waarheid die niet pas bedacht is toen moslims begonnen te argumenteren.

Eeuwen vóór Mohammed werd er al uitvoerig nagedacht over de vraag hoe de Goddelijke en menselijke natuur van Christus zich tot elkaar verhouden.

De Bijbel geeft daarvoor zelf de bouwstenen.

Van Christus wordt gezegd:

“Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk.” (Kolossenzen 2:9, STV)

Let op die woorden.

Niet: een beetje Godheid.

Niet: een afgeleide goddelijke kracht.

“Al de volheid der Godheid.”

En tegelijk wordt Hij werkelijk mens genoemd.

Paulus schrijft:

“Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw…” (Galaten 4:4, STV)

De Zoon nam dus werkelijk onze menselijke natuur aan.

Hij had een echt lichaam.

Hij kende honger.

Hij kende dorst.

Hij werd moe.

Hij kon lijden.

En Hij kon naar Zijn menselijke natuur sterven.

Maar op geen enkel moment hield Hij op Gods Zoon te zijn.

 

Wie stierf er aan het kruis?

Hier moeten we nauwkeurig zijn.

Niet een “menselijke Jezus” los van de Zoon van God stierf aan het kruis.

De Persoon Die aan het kruis hing, was dezelfde Persoon Die Johannes “het Woord” noemt.

Daarom kan Paulus zelfs schrijven:

“…indien zij ze gekend hadden, zo zouden zij den Heere der heerlijkheid niet gekruist hebben.” (1 Korinthe 2:8, STV)

Wie werd dus gekruisigd?

“De Heere der heerlijkheid.”

Dat is buitengewoon kractig gezegd.

De Zoon onderging werkelijk de dood in de menselijke natuur die Hij had aangenomen.

Zijn Godheid hield niet op te bestaan.

De Goddelijke natuur werd niet vernietigd.

God verdween niet drie dagen uit het universum.

Dat is een belachelijke karikatuur van het christelijk geloof.

 

Christus werd ook niet door de dood overrompeld

Er is bovendien nog een groot verschil tussen onze dood en de dood van de Here Jezus Christus.

Wij sterven omdat wij sterfelijke mensen zijn.

Wij hebben de dood uiteindelijk niet onder controle.

Christus wel.

Hij zei:

“Daarom heeft Mij de Vader lief, overmits Ik Mijn leven afleg, opdat Ik hetzelve wederom neme. Niemand neemt hetzelve van Mij, maar Ik leg het van Mijzelven af; Ik heb macht hetzelve af te leggen, en heb macht hetzelve wederom te nemen.” (Johannes 10:17-18, STV)

Dat verandert alles.

Jezus was geen hulpeloos slachtoffer van gebeurtenissen die uit de hand liepen.

Hij gaf Zijn leven.

Vrijwillig.

Bewust.

Volgens het raadsbesluit van God.

Dat is geen zwakheid.

Dat is macht onder vrijwillige vernedering.

 

“Maar God zou zoiets nooit doen”

En daar verschuift het islamitische argument meestal.

Eerst klinkt het:

“God kan geen mens worden.”

Maar zodra gevraagd wordt waarom de Almachtige dat niet zou kunnen, verandert het vaak in:

“God zou Zich nooit zo vernederen.”

Aha.

Dat is een ander argument.

Nu gaat het niet meer over Gods macht, maar over Gods karakter.

En daar ligt het hart van het Evangelie.

De vraag is niet of wij het passend vinden dat God Zich vernederde.

De vraag is of God heeft geopenbaard dat Hij het deed.

Paulus schrijft over Christus:

“Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode evengelijk te zijn; Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden; En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises.” (Filippenzen 2:6-8, STV)

Dat is het grote wonder van het Evangelie.

Niet dat God te zwak was om Zich tegen mensen te verdedigen.

Maar dat de Zoon vrijwillig neerdaalde.

 

De vraag die de islam moeilijk kan ontwijken

Wanneer een moslim zegt:

“God kan niet mens worden”,

Stel dan de ontwapenende vraag:

“Bedoel je dat God dat niet zou willen, of dat God daartoe niet in staat is?”

Dat onderscheid haalt veel verwarring uit het gesprek.

Wanneer hij zegt:

“God kan het niet”,

vraag:

“Hoe rijm je dat dan met Gods almacht?”

Wanneer hij zegt:

“God zou het niet doen”,

vraag:

“Hoe weet je dat?”

Want dan gaat de discussie niet langer over  veronderstelde onmogelijkheden, maar over openbaring.

 Wat heeft God echt gedaan?

Wie is Jezus Christus?

Wat zeggen de eerdere Schriften over Hem?

Waarom wordt Hij in het Nieuwe Testament genoemd:

het Woord dat God is;

Immanuël, “God met ons”;

de Heere der heerlijkheid;

de Schepper;

de Eerste en de Laatste;

Degene in Wie de volheid der Godheid lichamelijk woont?

Dat zijn vragen waar men niet omheen kan door plompverloren te zeggen:

“God kan dat niet.”

 

Het kruis is géén nederlaag van God

Voor de islam is het kruis een struikelblok.

En bepaald niet alleen voor de Islam…..

Voor het Evangelie staat uitgerekend dáár Gods kracht centraal.

Paulus schrijft:

“Want het woord des kruises is wel dengenen, die verloren gaan, dwaasheid; maar ons, die behouden worden, is het een kracht Gods.” (1 Korinthe 1:18, STV)

De wereld verwacht macht in verheffing.

God openbaarde Zijn kracht in vernedering.

De wereld verwacht overwinning door de tegenstander te vermijden.

Christus overwon door de dood binnen te gaan en eruit op te staan.

en vaHet antwoord vinden we niet in het winnen van een filosofisch spelletje.

Christus is gestorven.

Christus is begraven.

Christus is opgestaan.

En juist doordat Hij Mens was, kon Hij sterven.

Juist doordat HijGod is, kon de dood Hem niet houden.

Petrus verkondigde over Hem:

“Welken God opgewekt heeft, de smarten des doods ontbonden hebbende, alzo het niet mogelijk was, dat Hij van denzelven dood zou gehouden worden.” (Handelingen 2:24, STV)

Let op wat hier onmogelijk wordt genoemd.

Niet dat God mens wordt.

Niet dat Christus sterft.

Maar dat de dood Hem zou kunnen vasthouden.

Dát is het Evangelie

 

Niet “God kan dat niet”, maar: Wie is Jezus?

Daarom is

“God kan niet sterven”

geen geldig argument tegen de Godheid van Christus.

Het berust op een verkeerde voorstelling van zowel de menswording als de dood van Christus.

De christen gelooft niet dat Gods bestaan drie dagen ophield.

Hij belijdt dat de Zoon werkelijk mens werd, werkelijk leed, werkelijk stierf en werkelijk opstond uit de dood.

Daarom komt uiteindelijk alles neer op één vraag:

Wie is Jezus Christus?

Niet: Wie willen wij dat Hij is?

Niet: Welke voorstelling past binnen de grenzen van onze religieuze verwachtingen?

Maar:

Wie zegt de Schrift dat Hij is?

Thomas kwam oog in oog met de opgestane Christus en antwoordde:

“Mijn Heere en mijn God!” (Johannes 20:28, STV)

Jezus wees hem daar niet terecht.

Hij ontkende het niet.

Hij accepteerde die belijdenis.

Daar ligt de echte uitdaging.

Niet voor Gods almacht.

Maar voor jouw en mijn hart.

Zie ook:

koran – Bijbelse basis

islam – Bijbelse basis

YouTube player

Jezus is JHWH: Bijbelse bewijzen uit Oude en Nieuwe Testament

Daarom is de Here Jezus Christus echt JHWH

Van het één rol je makkelijk in het ander.. Na mijn video en blog over de godheid van de Here Jezus Christus kreeg ik een reactie op mijn youtube kanaal onder die betreffende video.

Van een unitarier.

“Wat is dat Jaap, een unitariër?” Hoor ik iemand denken. Dat is iemand die de Godheid van de Here Jezus Christus ontkent en de nadruk legt op Bijbelteksten die gaan over de menswording en het mens zijn van de Here Jezus Christus tijdens Zijn aardse omwandeling.

Bijbelteksten daarentegen die gaan over Zijn God-gelijk zijn,  Zijn heerlijkheid, de ultieme verhoging die Hij ontvangen heeft ter gelegenheid van Zijn opstanding, deze teksten moeten in deze gedachtengang eerst wel ontkracht en weggeredeneerd worden. Omdat ik daar helemaal geen trek in heb en bovendien geen tijd voor heb, noch energie, wijd ik er nog maar een blogartikel aan in plaats van te vervallen in een woordenstrijd met herhalingen van zetten in de comments.

Er wordt met enige regelmaat beweerd dat de Here Jezus Christus volgens de Bijbel wel de Zoon van God is, maar niet werkelijk God. Jezus zou een menselijke Messias zijn, door God verheven en gezonden, maar Zelf niet delen in de goddelijke identiteit van JHWH.

Daarbij worden meestal dezelfde teksten aangevoerd: Jezus bidt tot Zijn Vader, Hij gehoorzaamt Zijn Vader, Hij zegt dat de Vader groter is dan Hij, Hij kent tijdens Zijn vernedering de dag en het uur niet en uiteindelijk sterft Hij aan het kruis.

Dat zijn allemaal Bijbelse gegevens.

Maar het probleem ontstaat wanneer men daar stopt.

Want dezelfde Schrift die de werkelijke mensheid van Christus leert, past in het Nieuwe Testament titels, eigenschappen, werken en eer die in het Oude Testament uitdrukkelijk aan JHWH toebehoren rechtstreeks toe op de Here Jezus Christus.

Daarom moet de discussie over de godheid van Jezus niet draaien om één los bewijsvers.

De veel belangrijkere vraag is:

Hoeveel eigenschappen van JHWH moeten op Jezus Christus worden toegepast voordat wij de Schrift toestaan ons te vertellen Wie Hij werkelijk is?

 

dezelfde God

De Bijbel leert dat er maar één God is

We moeten beginnen waar de Schrift begint:

“Hoor, Israël! de HEERE, onze God, is een enig HEERE!”
Deuteronomium 6:4 (STV)

Het Bijbelse geloof kent geen verzameling goden.

Er is één God.

De godheid van de Here Jezus Christus betekent daarom niet dat naast JHWH ineens een tweede god verschijnt. De werkelijke vraag is:

Wie behoort volgens de Schrift tot de identiteit van die ene God?

Het Oude Testament laat al opmerkelijke lijnen zien waarin God Zich openbaart en er tegelijk onderscheid zichtbaar wordt. Het Nieuwe Testament maakt vervolgens duidelijk Wie de Zoon is.

 

JHWH is de Eerste en de Laatste: Jezus is de Eerste en de Laatste

JHWH zegt:

“Zo zegt de HEERE, de Koning van Israël, en zijn Verlosser, de HEERE der heirscharen: Ik ben de Eerste, en Ik ben de Laatste, en behalve Mij is er geen God.”
Jesaja 44:6 (STV)

Deze woorden zijn buitengewoon exclusief.

JHWH zegt niet alleen dat Hij de Eerste en de Laatste is. Hij verbindt deze titel direct met Zijn unieke Godheid:

“Behalve Mij is er geen God.”

Maar in Openbaring zegt de Here Jezus Christus:

“Vrees niet; Ik ben de Eerste en de Laatste; En Die leef, en Ik ben dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid.”
Openbaring 1:17-18 (STV)

Wie was dood en leeft weer?

Onmiskenbaar de Here Jezus Christus.

De titel waarmee JHWH in Jesaja Zijn unieke Godheid proclameert, wordt dus door Christus op Zichzelf toegepast.

Wie wil volhouden dat Jezus niet deelt in de identiteit van JHWH, moet dit verklaren.

Niet wegverklaren.

de Godheid van Jezus Christus
Jezus is JHWH

JHWH is de enige Heiland: Jezus Christus is Heiland

JHWH zegt:

“Ik, Ik ben de HEERE, en er is geen Heiland behalve Mij.”
Jesaja 43:11 (STV)

Dat is opnieuw exclusieve taal.

Buiten JHWH bestaat geen Heiland.

Maar bij de geboorte van Christus wordt gezegd:

“Dat u heden geboren is de Zaligmaker, Welke is Christus, de Heere, in de stad Davids.”
Lukas 2:11 (STV)

Paulus spreekt bovendien over:

“onzen groten God en Zaligmaker Jezus Christus.”
Titus 2:13 (STV)

En Petrus over:

“onzen God en Zaligmaker Jezus Christus.”
2 Petrus 1:1 (STV)

Hoe kan Jezus de Zaligmaker zijn als JHWH zegt:

“Er is geen Heiland behalve Mij”?

Wanneer Jezus buiten de goddelijke identiteit van JHWH zou staan, ontstaat hier een ernstig probleem.

Wanneer Christus deelt in die identiteit, valt het op zijn plaats.

 

JHWH alleen is Schepper: alle dingen zijn door Jezus geschapen

Een van de krachtigste teksten vinden we in Jesaja:

“Ik ben de HEERE, Die alles doe, Die de hemelen uitbreid, Ik alleen, en Die de aarde uitspan door Mijzelven.”
Jesaja 44:24 (STV)

Let vooral op:

“Ik alleen.”

En:

“door Mijzelven.”

Johannes schrijft echter over het Woord:

“Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is.”
Johannes 1:3 (STV)

Paulus schrijft over Christus:

“Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn…”
Kolossenzen 1:16 (STV)

Hebreeën spreekt tot de Zoon:

“Gij, Heere! hebt in den beginne de aarde gegrond, en de hemelen zijn werken Uwer handen.”
Hebreeën 1:10 (STV)

Die laatste woorden komen uit Psalm 102, waar JHWH wordt aangesproken.

We krijgen dus:

JHWH: Ik heb alleen geschapen.

Johannes: Alles is door Christus gemaakt.

Paulus: Alle dingen zijn door Hem geschapen.

Hebreeën: De hemelen zijn werken van Zijn handen.

Als Christus Zelf een geschapen wezen zou zijn, ontstaat bovendien een fundamenteel probleem met Johannes 1:3.

Alles wat gemaakt is, is door het Woord gemaakt.

Als het Woord Zelf gemaakt zou zijn, zou Hij behoren tot de categorie dingen waarvan Johannes zegt dat zij juist door Hem gemaakt zijn.

De Schrift plaatst Christus niet aan de kant van het geschapene.

Zij plaatst Hem aan de kant van de Schepper.

Circular wheel diagram with a central circle reading “JESUS IS YAHWEH,” surrounded by labeled segments (God, Creator, Light, Savior, Judge, The First and The Last, Rock, etc.). Each segment contains Bible cross-references to support the claim.

JHWH is de Herder: Jezus is de goede Herder

David zegt:

“De HEERE is mijn Herder…”
Psalm 23:1 (STV)

Jesaja zegt over JHWH:

“Hij zal Zijn kudde weiden gelijk een herder…”
Jesaja 40:11 (STV)

En in Ezechiël 34, nadat de menselijke herders van Israël hebben gefaald, zegt God:

“Zie, Ik, ja Ik, zal naar Mijn schapen vragen en zal ze opzoeken.”
Ezechiël 34:11 (STV)

God Zelf zal naar Zijn schapen omzien.

Dan verschijnt de Here Jezus en zegt:

“Ik ben de goede Herder.”
Johannes 10:11 (STV)

Dit is niet zomaar een vriendelijke metafoor.

De goede Herder uit Johannes staat in de oudtestamentische lijn waarin JHWH Zelf de Herder van Zijn volk is.

 

JHWH is de Rots: Christus is de Rots

Mozes zegt over God:

“Hij is de Rotssteen, Wiens werk volkomen is…”
Deuteronomium 32:4 (STV)

Paulus schrijft:

“En de steenrots was Christus.”
1 Korinthe 10:4 (STV)

Nog scherper wordt het in Jesaja 8:

“Den HEERE der heirscharen, Dien zult gijlieden heiligen…”
Jesaja 8:13 (STV)

En diezelfde HEERE zal zijn:

“tot een Steen des aanstoots, en tot een Rotssteen der struikeling.”
Jesaja 8:14 (STV)

Petrus past deze passage vervolgens op Christus toe:

“Een Steen des aanstoots, en een Rots der ergernis.”
1 Petrus 2:8 (STV)

Wie is de Steen in Jesaja?

JHWH der heirscharen.

Wie is de Steen volgens Petrus?

Christus.

Wanneer zulke verbindingen zich blijven opstapelen, wordt “toeval” een steeds ongeloofwaardiger verklaring.

 

JHWH vergeeft zonden: Jezus vergeeft zonden

JHWH zegt:

“Ik, Ik ben het, Die uw overtredingen uitdelg om Mijnentwil…”
Jesaja 43:25 (STV)

Psalm 103 zegt over de HEERE:

“Die al uw ongerechtigheid vergeeft…”
Psalm 103:3 (STV)

Wanneer Jezus tegen de geraakte zegt:

“Zoon, uw zonden zijn u vergeven.”
Markus 2:5 (STV)

reageren de schriftgeleerden:

“Wie kan de zonden vergeven dan alleen God?”
Markus 2:7 (STV)

Jezus antwoordt niet:

“Jullie begrijpen het verkeerd; Ik vergeef helemaal geen zonden.”

Integendeel.

Hij geneest de man juist om zichtbaar te maken:

“dat de Zoon des mensen macht heeft, de zonden te vergeven op de aarde…”
Markus 2:10 (STV)

De schriftgeleerden begrepen heel goed wat er op het spel stond.

 

JHWH geeft leven: Jezus geeft eeuwig leven

JHWH zegt:

“Ik dood en maak levend…”
Deuteronomium 32:39 (STV)

Jezus zegt:

“Want gelijk de Vader de doden opwekt en levend maakt, alzo maakt ook de Zoon levend, die Hij wil.”
Johannes 5:21 (STV)

Let vooral op:

“die Hij wil.”

En over Zijn schapen zegt Christus:

“En Ik geef hun het eeuwige leven…”
Johannes 10:28 (STV)

Een profeet kan de weg naar het eeuwige leven verkondigen.

Een apostel kan het Evangelie prediken.

Maar Jezus zegt:

Ik geef hun eeuwig leven.

 

JHWH is Rechter: Jezus Christus oordeelt de wereld

Abraham noemt God:

“de Rechter der ganse aarde.”
Genesis 18:25 (STV)

Jezus zegt:

“Want ook de Vader oordeelt niemand, maar heeft al het oordeel den Zoon gegeven.”
Johannes 5:22 (STV)

Paulus schrijft:

“Want wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus…”
2 Korinthe 5:10 (STV)

De mensheid verschijnt uiteindelijk voor Christus.

Waarom?

Jezus Zelf vervolgt:

“Opdat zij allen den Zoon eren, gelijk zij den Vader eren.”
Johannes 5:23 (STV)

Gelijk zij de Vader eren

Niet minder.

Niet slechts als vertegenwoordiger.

Niet als een bijzonder schepsel.

De Zoon ontvangt eer gelijk de Vader.

Als Christus slechts een verheven schepsel zou zijn, wordt dit geen oplossing maar een probleem. De God van Israël staat immers nergens toe dat een schepsel dezelfde eer ontvangt als Hijzelf.

 

JHWH onderzoekt hart en nieren: Jezus doet hetzelfde

JHWH zegt:

“Ik, de HEERE, doorgrond het hart, en proef de nieren…”
Jeremia 17:10 (STV)

De Here Jezus zegt:

“En al de Gemeenten zullen weten, dat Ik het ben, Die nieren en harten onderzoek…”
Openbaring 2:23 (STV)

De overeenkomst is moeilijk te missen.

JHWH:

Ik doorgrond hart en nieren

Christus:

Ik onderzoek nieren en harten

De goddelijke kennis van het innerlijk van mensen wordt rechtstreeks aan Christus toegeschreven.

 

Voor JHWH buigt iedere knie: voor Jezus buigt iedere knie

Jesaja 45 is uitgesproken monotheïstisch.

JHWH zegt:

“Wendt u naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde! want Ik ben God, en niemand meer.”
Jesaja 45:22 (STV)

Vervolgens:

“Dat Mij alle knie zal gebogen worden, alle tong Mij zal zweren.”
Jesaja 45:23 (STV)

Paulus schrijft:

“Opdat in den Naam van Jezus zich zou buigen alle knie…”
Filippenzen 2:10 (STV)

En:

“En alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere zij…”
Filippenzen 2:11 (STV)

Jesaja:

Iedere knie buigt voor JHWH

Paulus:

Iedere knie buigt voor Jezus

Paulus breekt het monotheïsme van Jesaja niet af.

Hij neemt Christus op binnen de identiteit van de ene God.

 

Wie JHWH aanroept wordt behouden: roep de Here Jezus aan

Joël schrijft:

“Al wie den Naam des HEEREN zal aanroepen, zal behouden worden.”
Joël 2:32 (STV)

De Hebreeuwse tekst spreekt over JHWH.

Paulus citeert:

“Want een iegelijk, die den Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden.”
Romeinen 10:13 (STV)

Wie is de Heere in de onmiddellijke context?

“Indien gij met uw mond zult belijden den Heere Jezus…”
Romeinen 10:9 (STV)

Een oudtestamentische tekst over het aanroepen van JHWH wordt toegepast in een gedeelte waarin Jezus als Heere wordt beleden.

Dat is geen vierde-eeuwse kerkelijke uitvinding.

Dat staat gewoon in Romeinen.

 

De weg wordt bereid voor JHWH: Johannes bereidt de weg voor Jezus

Jesaja schrijft:

“Een stem des roependen in de woestijn: Bereidt den weg des HEEREN…”
Jesaja 40:3 (STV)

Mattheüs past deze profetie toe op Johannes de Doper.

Voor Wie maakt Johannes de weg gereed?

Voor Jezus Christus.

Jesaja zegt:

Bereid de weg van JHWH

De Evangeliën zeggen:

Johannes bereidt de weg voor Jezus

Hetzelfde zien we bij Maleachi:

“Zie, Ik zend Mijn engel, die voor Mijn aangezicht den weg bereiden zal…”
Maleachi 3:1 (STV)

Johannes gaat voor Christus uit.

Opnieuw wordt een verwachting rond de komst van JHWH vervuld in de komst van de Here Jezus.

 

Jesaja zag JHWH: Johannes zegt dat hij Christus’ heerlijkheid zag

Jesaja ziet de HEERE:

“Mijn ogen hebben den Koning, den HEERE der heirscharen gezien.”
Jesaja 6:5 (STV)

Johannes verwijst naar Jesaja’s woorden en schrijft:

“Dit zeide Jesaja, toen hij Zijn heerlijkheid zag, en van Hem sprak.”
Johannes 12:41 (STV)

De context in Johannes gaat over Christus.

Jesaja zag de heerlijkheid van JHWH.

Johannes zegt dat Jesaja Zijn heerlijkheid zag en van Hem sprak.

Wie iedere identificatie tussen Jezus en JHWH categorisch afwijst, krijgt hier opnieuw iets uit te leggen.

 

JHWH geeft Zijn heerlijkheid aan geen ander: Jezus bezat die heerlijkheid vóór de wereld bestond

JHWH zegt:

“Ik ben de HEERE, dat is Mijn Naam; en Mijn eer zal Ik geen anderen geven…”
Jesaja 42:8 (STV)

Maar Jezus bidt:

“En nu verheerlijk Mij, Gij Vader, bij Uzelven, met de heerlijkheid, die Ik bij U had, eer de wereld was.”
Johannes 17:5 (STV)

Hoe kan iemand die uitsluitend een menselijke Messias is heerlijkheid bij de Vader hebben voordat de wereld bestond?

Niet alleen vóór Bethlehem.

Niet alleen vóór Abraham.

Maar vóór de wereld.

Dat sluit precies aan bij Johannes 1:

“In den beginne was het Woord…”
Johannes 1:1 (STV)

Het Woord begon daar niet te bestaan.

Het was.

 

JHWH komt op de wolken: Jezus komt op de wolken

Jesaja schrijft:

“Zie, de HEERE rijdt op een snelle wolk…”
Jesaja 19:1 (STV)

Daniël ziet:

“er kwam Een met de wolken des hemels, als eens mensen Zoon…”
Daniël 7:13 (STV)

Deze Mensenzoon ontvangt eeuwige heerschappij.

Tijdens Zijn verhoor zegt Jezus:

“Van nu aan zult gij zien den Zoon des mensen, zittende ter rechterhand der kracht Gods, en komende op de wolken des hemels.”
Mattheüs 26:64 (STV)

Kajafas reageert:

“Hij heeft God gelasterd…”
Mattheüs 26:65 (STV)

Waarom zo’n reactie wanneer Jezus alleen maar zou hebben verklaard dat Hij een menselijke Messias is?

Omdat Kajafas de verwijzing begreep.

De Here Jezus identificeert Zich met de hemelse Mensenzoon uit Daniël 7, Die eeuwige heerschappij ontvangt en met de wolken des hemels komt.

 

Hebreeën 1: wordt Jezus rechtstreeks God genoemd?

Er wordt soms zonder omwegen beweerd:

“Jezus wordt nergens God genoemd.”

Maar dan ligt Hebreeën 1 behoorlijk dwars.

Over de Zoon staat:

“Maar tot den Zoon zegt Hij: Uw troon, o God, is in alle eeuwigheid…”
Hebreeën 1:8 (STV)

Wie wordt aangesproken?

De Zoon.

Hoe wordt Hij aangesproken?

“O God.”

En vervolgens:

“Gij, Heere! hebt in den beginne de aarde gegrond, en de hemelen zijn werken Uwer handen.”
Hebreeën 1:10 (STV)

Deze woorden zijn afkomstig uit Psalm 102, waar JHWH wordt aangesproken.

Hebreeën past ze op de Zoon toe.

Binnen één hoofdstuk wordt Christus:

God genoemd.

Heere genoemd.

Als Schepper beschreven.

Boven de engelen geplaatst.

En vervolgens lezen we:

“En dat alle engelen Gods Hem aanbidden.”
Hebreeën 1:6 (STV)

Daarom wordt de vraag:

“Waar staat eigenlijk dat Jezus God is?”

een beetje bleachelijk zolang Hebreeën 1 gewoon in onze Bijbel staat.

 

Maar Jezus bad toch tot God?

Zeker.

Jezus gehoorzaamde de Vader.

Hij had honger.

Hij werd moe.

Hij leed.

Hij werd verzocht.

Hij stierf.

Dat bewijst iets buitengewoon belangrijks:

Hij was werkelijk mens.

Maar waarom zou Zijn mensheid Zijn godheid uitsluiten?

Johannes schrijft:

“En het Woord is vlees geworden…”
Johannes 1:14 (STV)

Maar dezelfde Johannes had enkele verzen eerder geschreven:

“En het Woord was God.”
Johannes 1:1 (STV)

Hier gaat het in veel redeneringen mis.

Alle teksten over Christus’ mensheid worden letterlijk genomen.

Terecht.

Maar wanneer Hij God genoemd wordt, als Schepper wordt beschreven, eeuwige heerlijkheid bezit, JHWH-teksten op Hem worden toegepast of Hij goddelijke eer ontvangt, moet de tekst ineens worden voorzien van verklaringen waarom er niet zou staan wat er staat.

Dan moeten we ons afvragen:

Zijn we echt bezig onze leer aan de Schrift te onderwerpen, of zijn we bezig de Schrift aan onze leer te onderwerpen?

De Bijbelse oplossing laat beide gegevens gewoon staan:

Het Woord was God.

En:

Het Woord is vlees geworden.

 

Het opvallende manco van het unitarisme

Hier komt voor mij het fundamentele probleem van het unitarisme scherp naar voren.

Het unitarisme kan doorgaans vrij uitvoerig uitleggen waarom de Here Jezus Christus bidt tot de Vader, Zich aan Hem onderwerpt, gehoorzaam is, lijdt en als mens beperkingen kent.

Dat gedeelte van de Schrift krijgt volop aandacht.

Maar wanneer dezelfde Schrift spreekt over Christus als Degene Die God gelijk is, goddelijke heerlijkheid bezit, alle dingen schept, zonden vergeeft, leven geeft, de wereld oordeelt, dezelfde eer als de Vader ontvangt en oudtestamentische JHWH-teksten op Zich toegepast krijgt, wordt de uitleg opvallend minder vanzelfsprekend.

Dan moet vrijwel iedere tekst worden voorzien van een alternatieve betekenis.

Dan betekent “God” ineens iets anders.

“De Eerste en de Laatste” zou anders bedoeld zijn.

Scheppen zou slechts gedelegeerd scheppen betekenen.

Goddelijke eer zou slechts vertegenwoordigde eer zijn.

Het buigen van iedere knie zou niets zeggen over goddelijke identiteit.

Het aanroepen van de Naam van de Here zou zonder probleem op een niet-goddelijke Messias kunnen worden toegepast.

En wanneer de Vader tot de Zoon zegt:

“Uw troon, o God…”
Hebreeën 1:8 (STV)

moet ook dat dan iets anders betekenen dan wat de woorden zeggen.

Dat is geen kleine kanttekening aan de rand van de discussie.

Het is een structureel probleem.

Een leer over Christus moet niet alleen kunnen verklaren waarom Hij werkelijk mens is.

Zij moet ook kunnen verklaren waarom de Bijbel Hem behandelt op een wijze die geen enkel gewoon mens, profeet of engel toekomt.

De vraag is daarom niet alleen:

Hoe kan Jezus God zijn als Hij Zich aan de Vader onderwerpt?

De minstens zo indringende vraag is:

Hoe kan Jezus slechts mens zijn als de Schrift Hem keer op keer plaatst binnen de sfeer van wat uitsluitend aan God toekomt?

Zolang het unitarisme op die tweede vraag geen werkelijk samenhangend antwoord geeft, blijft juist daar zijn grootste Bijbelse zwakte zichtbaar.

 

De Drie-eenheid staat toch nergens in de Bijbel?

Het woord Drie-eenheid staat inderdaad niet letterlijk in de Bijbel.

Maar dat argument bewijst weinig.

De vraag is niet of onze samenvattende leerstellige term letterlijk in één vers voorkomt.

De vraag is of de Bijbelse gegevens waarop die term gebaseerd is aanwezig zijn.

En die zijn er:

  • Er is één God.
  • De Vader is God.
  • De Zoon is onderscheiden van de Vader.
  • De Zoon wordt God genoemd.
  • De Zoon bezit eigenschappen van JHWH.
  • De Zoon verricht werken van JHWH.
  • Oudtestamentische teksten over JHWH worden op de Zoon toegepast.
  • De Zoon ontvangt goddelijke eer.
  • De Heilige Geest wordt onderscheiden van Vader en Zoon en handelt persoonlijk en goddelijk.

De leer van de Drie-eenheid probeert de Schrift niet ingewikkelder te maken.

Zij probeert juist geen van deze Bijbelse gegevens weg te gooien.

 

Het cumulatieve Bijbelse bewijs dat Jezus God is

Dit is uiteindelijk het beslissende punt.

Wanneer één tekst Jezus God zou noemen, kon men eindeloos over dat ene vers discussiëren.

Wanneer één JHWH-tekst op Jezus werd toegepast, kon men misschien nog van uitzonderlijk taalgebruik spreken.

Maar we hebben geen enkele losse tekst.

We hebben een patroon dat door de Schrift heen loopt:

JHWH is de Eerste en de Laatste.
Jezus is de Eerste en de Laatste.

JHWH is Heiland.
Jezus is Heiland.

JHWH is Schepper.
Door Jezus zijn alle dingen geschapen.

JHWH is de Herder.
Jezus is de goede Herder.

JHWH is de Rots.
Christus is de Rots.

JHWH vergeeft zonden.
Jezus vergeeft zonden.

JHWH geeft leven.
Jezus geeft eeuwig leven.

JHWH oordeelt de wereld.
Jezus Christus oordeelt de wereld.

JHWH onderzoekt hart en nieren.
Jezus onderzoekt hart en nieren.

Voor JHWH buigt iedere knie.
Voor Jezus buigt iedere knie.

Wie JHWH aanroept wordt behouden.
De Here Jezus wordt aangeroepen tot behoud.

De weg wordt voor JHWH bereid.
Johannes bereidt de weg voor Jezus.

JHWH komt op de wolken.
Jezus komt op de wolken.

JHWH bezit goddelijke heerlijkheid.
Jezus bezat heerlijkheid bij de Vader voordat de wereld bestond.

Hoeveel overeenkomsten zijn nodig?

Tien?

Twintig?

Wanneer wordt het punt bereikt waarop we niet langer ieder afzonderlijk vers proberen te neutraliseren, maar eindelijk erkennen dat er een cumulatief getuigenis ligt?

 

Jezus is JHWH: laat Johannes het laatste woord hebben

Johannes formuleert het bijna ongeëvenaard zorgvuldig:

“In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.”
Johannes 1:1 (STV)

“Het Woord was bij God.”

Daar is onderscheid.

“Het Woord was God.”

Daar is de Godheid.

Vervolgens:

“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond…”
Johannes 1:14 (STV)

Daar is menswording.

De Here Jezus Christus is niet de Vader.

Hij is werkelijk de Zoon.

Hij is werkelijk mens geworden.

Maar dezelfde Schrift laat ons evenmin toe Hem te reduceren tot uitsluitend een menselijke Messias of een verheven schepsel.

Daarvoor worden eenvoudigweg te moerenondeksher van de titels, eigenschappen, werken en prerogatieven van JHWH die op Hem worden toegepast.

Misschien is daarom niet de juiste vraag:

“Kun je één tekst noemen waaruit blijkt dat Jezus God is?”

De veel indringender vraag luidt:

Hoe vaak moet JHWH in het Oude Testament iets exclusief over Zichzelf zeggen, waarna het Nieuwe Testament precies datzelfde op de Here Jezus Christus toepast, voordat wij ophouden de teksten passend te maken bij onze leer en onze leer passend maken bij de teksten?

Het probleem is niet dat er niet genoeg Bijbelteksten zijn die op de godheid van Christus wijzen.

Het probleem is juist het tegenovergestelde.

Het bewijs blijft zich opstapelen.

En wie alle gegevens serieus wil nemen, kan niet blijven volstaan met tegenspreken:

“Maar Jezus bad toch?”

“Maar Jezus gehoorzaamde toch?”

“Maar Jezus stierf toch?”

Ja.

Dat dééd Hij.

Omdat het Woord werkelijk vlees geworden is.

Maar datzelfde Woord:

was God.

Daarom is de Bijbelse belijdenis niet dat een mens later God geworden is.

De Bijbelse belijdenis is dat Degene Die God was, mens geworden is.

En daarom wijzen uiteindelijk al deze lijnen in dezelfde richting:

Jezus Christus is Heer

Niet als een tweede god naast JHWH.

Niet als slechts een verheven profeet.

Niet als slechts een menselijke Messias.

Maar als de Zoon, door Wie alle dingen zijn, Die de heerlijkheid bij de Vader had eer de wereld was, voor Wie iedere knie zal buigen en Die door de Schrift geplaatst wordt binnen de identiteit van de ene God.

Daar ligt uiteindelijk het punt waarop iedere christologie getoetst moet worden: niet aan de teksten die gemakkelijk in het eigen systeem passen, maar juist aan de teksten die dat systeem onder spanning zetten.

En juist daar blijkt hoe vreselijk ontoereikend het unitarisme is.

Want een leer die uitstekend kan uitleggen waarom Jezus mens is, maar voortdurend moeite heeft met de teksten waarin Hij God gelijk wordt voorgesteld, heeft niet zomaar een klein exegetisch probleem.

Zij heeft een christologisch probleem.

Een ernstig probleem.

Want de vraag is uiteindelijk niet:

Wat maken wij van Jezus?

De vraag is:

Wie zegt de Schrift dat Hij is?

En het antwoord klinkt door van Genesis tot Openbaring:

Jezus Christus is Heer.

Lees ook:

De Godheid van Jezus in het Oude Testament – Bijbelse basis

Jezus is JHWH – Bijbelse basis

De Godheid van Jezus in het Oude Testament

Geen late christelijke uitvinding

Wie beweert dat de eerste christenen van Jezus pas later God hebben gemaakt, loopt tegen een groot probleem aan: het Oude Testament zelf.

De gedachte dat Jezus Christus God is, maar toch onderscheiden is van de Vader, verschijnt namelijk niet ineens uit het niets in het Nieuwe Testament. Lang voordat Johannes schreef dat het Woord bij God was én God was, vinden we in de Hebreeuwse Schriften opmerkelijke passages waarin de HEERE Zich zichtbaar openbaart, waarin Hij van de HEERE onderscheiden wordt en toch Zelf als de HEERE wordt aangeduid.

Dat maakt een veelgehoorde moderne bewering uiterst kwetsbaar: de Godheid van Christus is niet het product van een kerkvergadering eeuwen na Jezus. De wortels ervan liggen diep verankerd in de Schrift zelf.

 

Godheid Jezus in het oude Testament

Eén God, en toch een opmerkelijk onderscheid

Het uitgangspunt van Israël was erg duidelijk:

“Hoor, Israël! de HEERE, onze God, is een enig HEERE!” (Deuteronomium 6:4, STV)

Het Bijbelse geloof is geen geloof in meerdere goden. De HEERE is één.

Juist daarom is Johannes 1 zo indrukwekkend:

“In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.” (Johannes 1:1, STV)

Let op beide elementen.

Het Woord was bij God. Er is dus onderscheid.

En het Woord was God. Er is dus ook volledige Goddelijke identiteit.

Soms wordt beweerd dat Johannes hier onder invloed van Griekse filosofie een totaal nieuw concept introduceerde. Maar daarvoor hoeven we helemaal niet naar Plato of andere Griekse denkers. Johannes kende zijn eigen Schriften.

En juist daarin vinden we het Woord des HEEREN op een manier voorgesteld die veel verder gaat dan een geluid of een boodschap.

 

Een HEERE op aarde en een HEERE in de hemel?

Een van de opmerkelijkste teksten vinden we al in Genesis.

Bij het oordeel over Sodom en Gomorra lezen we:

“Toen deed de HEERE zwavel en vuur over Sodom en over Gomorra regenen, van den HEERE uit den hemel.” (Genesis 19:24, STV)

Lees die zin nog eens heel goed.

De HEERE doet vuur regenen van de HEERE uit de hemel.

Waarom wordt dat zo geformuleerd?

Wanneer men vooraf beslist dat het Oude Testament nooit onderscheid binnen de Goddelijke identiteit kan bevatten, wordt zo’n tekst lastig. Maar wanneer we de Schrift eerst laten spreken voordat we ons systeem opleggen, zien we iets opvallends.

Er is één HEERE.

En toch kan de Schrift spreken over de HEERE in relatie tot de HEERE.

Genesis 19 staat daarin niet op zichzelf

Wie stond er in de brandende braambos?

In Exodus 3 ontmoet Mozes God bij de brandende braambos.

Maar kijk hoe het verhaal begint.

Eerst verschijnt de Engel des HEEREN aan Mozes in het vuur. Even later zegt de tekst dat de HEERE ziet dat Mozes naderbij komt en dat God tot hem spreekt vanuit de braambos.

Wie bevindt Zich daar?

De Engel des HEEREN?

De HEERE?

God?

Het opmerkelijke antwoord van de tekst is dat deze benamingen door elkaar heen worden gebruikt.

Dat is belangrijk. Deze Engel blijkt geen gewone geschapen boodschapper te zijn die toevallig namens God spreekt. Hij wordt op verschillende plaatsen op een manier met God geïdentificeerd die bij gewone engelen ondenkbaar zou zijn.

 

De Engel in Wie Gods Naam is

Dat blijkt ergduidelijk in Exodus 23.

God belooft Israël een Engel die hen zal leiden.

Over Hem zegt God:

“Hoedt u voor Zijn aangezicht, en zijt Zijner stem gehoorzaam, en verbittert Hem niet; want Hij zal ulieder overtreding niet vergeven; want Mijn Naam is in het binnenste van Hem.” (Exodus 23:21, STV)

Dat is buitengewoon sterke taal.

Deze Engel draagt Gods gezag. Israël moet Hem gehoorzamen. Tegen Hem in opstand komen heeft consequenties die verbonden zijn met zonde tegen God.

En vervolgens komt de verklaring:

“Mijn Naam is in het binnenste van Hem.”

In de Bijbel is Gods Naam niet maar een verzameling letters. Gods Naam vertegenwoordigt Hemzelf, Zijn gezag, aanwezigheid en wezen.

Wanneer God dus zegt dat Zijn Naam in deze Engel is, hebben we niet te maken met zomaar een hemelse boodschapper.

Deze Engel is de zichtbare openbaring van de HEERE.

 

Wie heeft Israël uit Egypte geleid?

Vraag een Bijbellezer wie Israël uit Egypte verloste en het antwoord zal terecht zijn: God.

Maar dan wordt het interessant.

Op verschillende plaatsen wordt diezelfde verlossing toegeschreven aan de HEERE, aan Zijn aanwezigheid én aan de Engel des HEEREN.

Dat betekent niet dat de Bijbel zichzelf tegenspreekt.

Het betekent dat de Schrift deze Goddelijke Engel kan vereenzelvigen met Degene Die Israël verloste.

De Engel kan zelfs spreken alsof Hij Zelf degene is Die Israël uit Egypte heeft geleid.

Dat verklaart waarom dit patroon later zo belangrijk wordt voor het begrijpen van Christus.

De Engel die zegt: Ik ben de God van Bethel

In Genesis 31 vertelt Jakob over een droom waarin de Engel Gods tot hem spreekt.

En dan in vers 13 zegt deze Engel iets verbazingwekkends: Hij identificeert Zich met de God Die Jakob eerder te Bethel had ontmoet.

Niet:

“Ik ben door de God van Bethel gezonden.”

Niet:

“Ik vertegenwoordig de God van Bethel.”

Hij identificeert Zich met die God.

Opnieuw zien we hetzelfde patroon: de Engel wordt onderscheiden en toch tegelijkertijd met God vereenzelvigd.

Wie het Nieuwe Testament kent, begint inmiddels waarschijnlijk te begrijpen waarom dit zo belangrijk is.

 

Jakobs zegen: God en de Engel samengebracht

Nog duidelijker wordt het in Genesis 48 wanneer Jakob Efraïm en Manasse zegent.

Jakob spreekt over de God voor Wiens aangezicht Abraham en Izak wandelden, over de God Die hem zijn hele leven geweid heeft en vervolgens over:

“De Engel, Die mij verlost heeft van alle kwaad…” (Genesis 48:16, STV)

Maar vervolgens vraagt Jakob niet dat zij de jongens zullen zegenen, alsof God en de Engel twee losstaande wezens zijn.

De zegen wordt als één geheel uitgesproken.

Dat maakt het te gemakkelijk om simpelweg te zeggen: “De Engel spreekt alleen namens God.”

Hier spreekt de Engel namelijk helemaal niet.

Jakob spreekt over Hem.

En Jakob plaatst deze Engel binnen de Goddelijke identiteit.

 

Het Woord des HEEREN werd gezien

Daarmee komen we bij een tweede belangrijke lijn: het Woord des HEEREN.

Wij zijn gewend aan formuleringen als: “Het Woord des HEEREN kwam tot…” en denken dan automatisch aan een stem in het hoofd van een profeet.

Maar sommige oudtestamentische teksten laten een groter beeld zien.

In Genesis 15 komt het Woord des HEEREN tot Abram in een gezicht.

Een gezicht is iets wat men ziet.

Dat klinkt misschien eenvoudig, maar het nogal verstrekkende gevolgen.

Het Woord des HEEREN is in bepaalde passages niet alleen iets wat gehoord wordt. Het Woord verschijnt.

 

De HEERE verscheen door het Woord des HEEREN

Ook in de geschiedenis van Samuel is dit bijzonder duidelijk.

Aan het begin van 1 Samuël 3 wordt gezegd dat het Woord des HEEREN schaars was en dat er weinig gezichten waren.

Later wordt beschreven dat de HEERE kwam en stond.

Aan het einde lezen we:

“En de HEERE voer voort te verschijnen te Silo; want de HEERE openbaarde Zich aan Samuël te Silo door het woord des HEEREN.” (1 Samuël 3:21, STV)

Let op het taalgebruik.

De HEERE verscheen.

De HEERE openbaarde Zich.

En dat gebeurde door het Woord des HEEREN.

Wanneer Johannes eeuwen later schrijft over het Woord dat bij God was en God was, hoeft hij daarvoor helemaal geen vreemd filosofisch systeem te importeren.

Zijn Bijbel had hem al voorbereid.

 

Het Woord dat vlees werd

Dan krijgt Johannes 1:14 ineens nog veel meer diepte:

“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond…” (Johannes 1:14, STV)

Het Woord dat in de Hebreeuwse Schriften verschijnt, spreekt en God openbaart, wordt vlees.

Johannes presenteert Jezus dus niet als een mens die later tot Goddelijke status werd verheven.

Het is precies andersom.

Degene Die reeds God was, kwam in het vlees.

De incarnatie is niet de vergoddelijking van een mens.

Het is de vleeswording van het eeuwige Woord.

 

Jeremia werd zelfs aangeraakt

Jeremia 1 maakt het beeld nog sterker.

Het Woord des HEEREN komt tot Jeremia. Vervolgens lezen we:

“En de HEERE stak Zijn hand uit, en roerde mijn mond aan…” (Jeremia 1:9, STV)

Nu is er niet alleen sprake van horen.

Niet alleen van zien.

Er wordt gesproken over een hand en over aanraking.

Het Oude Testament kent dus zeker verschijningen waarin God Zich in een zichtbare, menselijke vorm openbaart.

Dat betekent uiteraard niet dat de vleeswording al vóór Bethlehem had plaatsgevonden. Johannes zegt uitdrukkelijk dat het Woord vlees werd.

Maar het betekent wel dat zichtbare manifestaties van de HEERE geen nieuwtestamentische noviteit zijn.

 

De onzichtbare God en Zijn zichtbare openbaring

Wanneer we deze teksten naast elkaar leggen, ontstaat een opmerkelijk patroon.

Aan de ene kant is God verheven en onzichtbaar.

Aan de andere kant verschijnt God zichtbaar aan mensen.

De Schrift gebruikt daarbij onder andere:

  • de Engel des HEEREN;
  • het Woord des HEEREN;
  • Gods Naam;
  • een zichtbare Goddelijke Persoon;
  • en later de Mensenzoon.

Dat helpt ons begrijpen waarom Johannes kan zeggen dat niemand God ooit gezien heeft en tegelijkertijd kan spreken over de Zoon Die Hem bekendgemaakt heeft.

De onzichtbare God wordt gekend door Zijn zichtbare openbaring.

En in het Nieuwe Testament wordt duidelijk Wie die zichtbare openbaring in zijn volheid is: Jezus Christus.

 

De Goddelijke Wolkenrijder

Een van de krachtigste aanwijzingen vinden we in Daniël 7.

In verschillende oudtestamentische teksten is rijden op of komen met de wolken een kenmerk van de HEERE. De wolken behoren tot Zijn majesteit en hemelse heerschappij.

Maar in Daniël gebeurt iets opmerkelijks.

Daniël ziet de Oude van dagen.

En vervolgens:

“Verder zag ik in de nachtgezichten, en ziet, er kwam Een met de wolken des hemels, als eens mensen zoon, en Hij kwam tot den Oude van dagen, en zij deden Hem voor Denzelven naderen.” (Daniël 7:13, STV)

Hier zijn duidelijk twee onderscheiden Figuren.

De Oude van dagen is aanwezig.

En iemand als een Mensenzoon komt met de wolken des hemels.

Dat is geen onbeduidend detail.

Aan deze Mensenzoon wordt vervolgens heerschappij, eer en een allesomvattend Koninkrijk gegeven.

Hier wordt het oudtestamentische patroon bijna niet meer te missen: een Goddelijke Persoon wordt onderscheiden van God en deelt tegelijkertijd in wat aan God toekomt.

 

Jezus zegt tegen Kajafas precies Wie Hij is

Daarom is het verhoor van Jezus voor de hogepriester zo belangrijk.

Wanneer Kajafas Hem vraagt of Hij de Christus is, antwoordt Jezus:

“Gij hebt het gezegd. Doch Ik zeg ulieden: Van nu aan zult gij zien den Zoon des mensen, zittende ter rechterhand der kracht Gods, en komende op de wolken des hemels.” (Mattheüs 26:64, STV)

Voor ons kan dat bijna klinken als een raadselachtig antwoord.

Voor Kajafas was het dat niet.

Jezus combineert Psalm 110 met Daniël 7 en identificeert Zich met de Mensenzoon Die op de wolken komt.

De reactie van de hogepriester is veelzeggend: hij scheurt zijn kleren en beschuldigt Jezus van godslastering.

Waarom?

Omdat Jezus volgens hem blijkbaar méér claimt dan alleen het Messiasschap of het zijn van een menselijke koning.

Hij plaatst Zich in de Goddelijke positie die de Schrift aan de hemelse Mensenzoon toekent.

Kajafas begreep de claim.

De vraag is of wij hem nog begrijpen.

 

Jezus is niet de Vader, maar Hij is wel God

Hier moeten we zorgvuldig blijven.

De Schrift leert niet dat Jezus de Vader is.

Johannes zegt:

“Het Woord was bij God…” (Johannes 1:1, STV)

Er is dus werkelijk onderscheid.

Maar dezelfde zin gaat verder:

“…en het Woord was God.” (Johannes 1:1, STV)

We hoeven het ene niet op te offeren om het andere te bewaren.

Jezus is niet de Vader.

Maar daarom is Hij niet minder God.

Juist het Oude Testament helpt ons om dat te verstaan. Daar ontmoeten we al een zichtbare HEERE Die van de onzichtbare HEERE onderscheiden kan worden zonder dat de Schrift ineens twee goden leert.

De eenheid van God blijft onaangetast.

Maar die eenheid blijkt rijker dan een eenvoudige eenpersoonsvoorstelling van God.

Circular wheel diagram with a central circle reading “JESUS IS YAHWEH,” surrounded by labeled segments (God, Creator, Light, Savior, Judge, The First and The Last, Rock, etc.). Each segment contains Bible cross-references to support the claim.

Daarom is Johannes 1 geen late kerkelijke uitvinding

De populaire theorie dat Jezus eerst een gewone Joodse leraar was en dat Zijn volgelingen Hem geleidelijk tot God hebben verheven, moet daarom veel meer verklaren dan vaak wordt toegegeven.

Dat moet niet alleen Johannes verklaren.

Dat moet Genesis verklaren.

Exodus.

Samuel.

Jeremia.

Daniël.

En  moet verklaren waarom Joodse schrijvers die rotsvast geloofden dat de HEERE één is, zonder aarzeling oudtestamentische taal over de HEERE op Jezus toepasten.

Het christelijke getuigenis over Jezus valt niet als een plotseling, buitenaards, element de Bijbel binnen.

Het komt uit de Schrift zelf.

 

De vraag is uiteindelijk niet wanneer Jezus God werd

Dat is eigenlijk de verkeerde vraag.

Het Nieuwe Testament vertelt ons niet hoe een mens Jezus uiteindelijk als God vereerd begon te worden.

Het vertelt ons hoe Degene Die God was Mens werd.

Dat verschil is allesbepalend.

“In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.” (Johannes 1:1, STV)

En vervolgens:

“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond…” (Johannes 1:14, STV)

Dat is geen kerkelijke promotie van Jezus.

Dat is openbaring.

Dezelfde Schrift die zegt dat God één is, leert ons ook dat de HEERE Zich zichtbaar heeft geopenbaard, dat Zijn Engel Zijn Naam draagt, dat Zijn Woord verschijnt en dat de Mensenzoon met de wolken des hemels komt.

En wanneer Jezus van Nazareth uiteindelijk zegt dat Hij die Mensenzoon is, weten we waarom Kajafas zijn kleren scheurde.

 

Jezus beweerde niet alleen namens God te spreken. Hij presenteerde Zich als Degene over Wie de Schriften al eeuwenlang hadden gesproken

De Godheid van Jezus Christus is daarom geen vreemde toevoeging aan het Oude Testament.

Het is de onthulling van een waarheid die er vanaf het begin al in zat.
YouTube player

 

Lees ook:

Het eerstgeboorterecht in de Bijbel: betekenis, Christus en erfenis

 

Jezus is JHWH

Is de Here Jezus JHWH?

( extern):

https://www.bijbelspanorama.nl/bijbelstudie/geschreven/s17_de_betekenis_van_de_naam_jezus_christus/

https://boeken.vlichthus.nl/wat-dunkt-u-van-de-christus-bettex/

https://wachttorenkijker.vlichthus.nl/jehovah-god-in-openbaring-1/

 

Geverifieerd door MonsterInsights