Stierf de Here Jezus Christus voor alle mensen?
Algehele verzoening – afdoende en voldoende voor de hele mensheid
De vraag of de Here Jezus Christus voor alle mensen gestorven is, raakt het hart van het evangelie. Het gaat hier niet om een scholastische discussie, maar om de aard van Gods liefde, de omvang van het Verlossingswerk en de oprechtheid van de evangelieverkondiging.
Deze leer wordt vaak aangeduid als algehele verzoening. Die term vraagt om zorgvuldige uitleg. Deze betekent niet dat alle mensen automatisch behouden worden. Zij betekent wél dat het offer van Christus afdoende is voor de gehele mensheid.
Ik kijk hiernaar aan de hand van de Schrift (STV).
De duidelijke uitspraken van de Schrift
Gods liefde geldt voor de wereld
“Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.” (Johannes 3:16 STV)
Het object van Gods liefde is “de wereld”. Niet slechts een beperkte groep., zoals ‘de uitverkorenen’. De toepassing ligt vervolgens bij “een iegelijk, die in Hem gelooft”.
De voorziening is universeel.
De toepassing is persoonlijk.

Christus stierf voor allen
“Want de liefde van Christus dringt ons; als die dit oordelen, dat indien Eén voor allen gestorven is, zo zijn zij allen gestorven.” (2 Korinthe 5:14 STV)
“En Hij is voor allen gestorven, opdat degenen, die leven, niet meer zichzelven zouden leven, maar Dien, Die voor hen gestorven en opgewekt is.” (2 Korinthe 5:15 STV)
Paulus gebruikt zonder terughoudendheid het woord “allen”. De lezing is inclusief. Insluitend dus.
Een verzoening voor de gehele wereld
“En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele wereld.” (1 Johannes 2:2 STV)
Johannes maakt hier expliciet onderscheid tussen “onze zonden” en “de gehele wereld”. Indien “de gehele wereld” slechts de uitverkorenen zou betekenen, verliest de tegenstelling haar betekenis.
Hij smaakte de dood voor allen
“Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, Die een weinig minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de genade Gods voor allen den dood smaken zou.” (Hebreeën 2:9 STV)
De tekst zelf geeft geen enkele aanwijzing voor een beperking.
Een rantsoen voor allen
“Welke wil, dat alle mensen zalig worden, en tot kennis der waarheid komen.” (1 Timotheüs 2:4 STV)
“Die Zichzelven gegeven heeft tot een rantsoen voor allen, zijnde de getuigenis te zijner tijd.” (1 Timotheüs 2:6 STV)
Gods heilswil en Christus’ zelfgave worden beide in universele termen beschreven.
Wat algehele verzoening betekent
Algehele verzoening houdt in:
het offer is voldoende voor alle mensen
het offer is niet beperkt in waarde
het evangelie kan oprecht aan allen worden aangeboden
Het betekent niet dat iedereen automatisch gered wordt.
Wat algehele verzoening niet betekent
De Schrift leert duidelijk dat niet allen behouden worden.
“Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van God.” (Johannes 3:18 STV)
“En dezen zullen gaan in de eeuwige pijn; maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven.” (Mattheüs 25:46 STV)
Er is een reële scheiding tussen geloof en ongeloof.
Het Verlossingswerk is afdoende voor allen.
Het wordt toegepast op wie gelooft.
Romeinen 5 – de parallel met Adam
“Daarom, gelijk door één mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood; en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben.” (Romeinen 5:12 STV)
“Want gelijk door de ongehoorzaamheid van dien enen mens velen tot zondaars gesteld zijn geworden, alzo zullen ook door de gehoorzaamheid van Eén velen tot rechtvaardigen gesteld worden.” (Romeinen 5:19 STV)
De werking van Adam strekte zich uit tot allen. Het werk van Christus is minstens zo ruim in grondslag, hoewel de toepassing plaatsvindt door geloof.
De oprechtheid van de evangelieverkondiging
Paulus schrijft:
“Zo zijn wij dan gezanten van Christus’ wege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christus’ wege: Laat u met God verzoenen.” (2 Korinthe 5:20 STV)
Dit appel kan alleen oprecht tot ieder mens klinken wanneer er werkelijk een verzoeningsgrond voor allen is gelegd.
De Schrift leert helder:
Christus stierf voor alle mensen.
Zijn offer is afdoende/ voldoende voor de gehele mensheid.
Het wordt effectief toegepast op wie gelooft.
Zo blijven twee Bijbelse lijnen onaangetast:
Gods Genade is rijk en universeel in voorziening. Het wordt aangeboden aan iedereen.
De redding is persoonlijk en alleen door geloof.
Daarom kan het Evangelie zonder voorbehoud gepredikt worden aan ieder mens.
En ieder mens staat voor dezelfde vraag:
Gelooft u dit?