De Koran en het Evangelie, claims en feiten

Claims versus feiten

YouTube player

 In deze video onderzoek ik een fundamentele vraag: wat zegt de Koran zelf over de Thora, het Evangelie en de kruisiging van Jezus Christus, en hoe verhouden die claims zich tot de historische feiten?

De Koran ontkent in Soera 4:157 dat Jezus werd gekruisigd. Tegelijkertijd zegt de Koran dat Allah de Thora en het Evangelie heeft gegeven, dat daarin ‘leiding en licht’ zijn en dat de Koran de eerdere openbaring bevestigt. In Soera 5:47 worden de mensen van het Evangelie zelfs opgeroepen te oordelen naar hetgeen Allah daarin heeft geopenbaard. En in Soera 10:94 wordt Mohammed, in het geval hij zou twijfelen, verwezen naar degenen die de Schrift vóór hem lazen.

Dat roept belangrijke vragen op. Als het Evangelie vóór Mohammed al vervalst was, waarom verwijst de Koran er dan naar als gezaghebbende openbaring? Naar welk Evangelie moesten de christenen in de zevende eeuw volgens Soera 5:47 oordelen? En als Jezus niet werd gekruisigd, hoe verklaren we dan dat Zijn kruisiging, dood en opstanding al vanaf de vroegste christelijke verkondiging centraal stonden, eeuwen vóór het ontstaan van de islam? In deze video leg ik de claims naast elkaar en laat de teksten zelf spreken.

Besproken Koranteksten: Soera 3:3 Soera 4:157 Soera 5:44-48 Soera 6:115 Soera 10:94 Soera 18:27

Besproken Bijbelteksten: Mattheüs 28:6 Johannes 19:30 1 Korinthe 1:23 1 Korinthe 15:3-4

Doch wij prediken Christus, den Gekruisigde (1 Korinthe 1:23, STV)

DISCLAIMER:Deze video is allerminst bedoeld om moslims te bespotten of aan te vallen. Integendeel: omdat waarheid ertoe doet, moeten religieuze claims onderzocht mogen worden. Lees de Koran. Lees het Evangelie. Onderzoek de historische gegevens. En stel vervolgens jezelf de vraag: welke boodschap over Jezus vinden we daadwerkelijk in de bronnen die eeuwen vóór Mohammed bestonden?

Jezus in de Koran: waarom is Hij zó uitzonderlijk?

En Mohammed dan?

De islam wil Jezus kleiner maken, portretteert Hem significant minder glorieus dan het Evangelie Hem verkondigt.

Hij mag dan wel profeet zijn Hij mag Messias heten. (Wat dat laatste betekent wordt in de Koran niet duidelijk) Hij mag uit een maagd geboren worden. Hij mag wonderen verrichten. Hij mag zelfs het Woord van Allah en een Geest van Hem genoemd worden.

Maar de Zoon van God?

Nee.

En precies daar zit een heel groot probleem.

Want hoe harder de Koran probeert Jezus terug te brengen tot “slechts een boodschapper”, hoe opvallender en sprekender de uitzonderlijke taal wordt die dezelfde Koran voor Hem gebruikt.

Daar komt nog iets bij.

Wanneer Mohammed door zijn tijdgenoten om een wonder wordt gevraagd, vinden we in de Koran niet het antwoord dat je bij de laatste en grootste profeet zou verwachten.

Geen zee die splijt.

Geen dode die opstaat.

Geen blinde die ziende wordt.

Geen melaatse die geneest.

Integendeel: telkens wanneer Mohammed om een teken wordt gevraagd, wordt het wonderverzoek afgewezen of wordt uiteindelijk naar de Koran zelf verwezen.

Dat contrast verdient veel meer aandacht.

Jezus in de Koran

Jezus is ook volgens de Koran zelf niet zomaar een profeet

Moslims zeggen vaak:

“Wij geloven ook in Jezus.”

Dat is maar heel gedeeltelijk waar.

De Koran spreekt buitengewoon hoog over Jezus. Maar juist hierdoor ontstaat een vraag die binnen de islam moeilijk verdwijnt:

Waarom is Jezus dan zo anders dan alle andere profeten?

De meest opmerkelijke tekst is Soera 4:171:

„De Messias, Jezus, de zoon van Maria, is slechts een boodschapper van Allah en Zijn Woord, dat Hij aan Maria heeft gegeven, en een Geest van Hem.”
— Soera 4:171

Let op de opeenstapeling.

Jezus is:

  • de Messias;
  • het Woord van Allah;
  • een Geest van Hem.

Dat zijn geen alledaagse titels.

Mohammed wordt nergens het Woord van Allah genoemd.

Mozes wordt nergens het Woord van Allah genoemd.

Abraham wordt nergens het Woord van Allah genoemd.

Jezus wel.

Hoe zit dat?

 

“Het Woord van Allah” kun je niet zomaar wegverklaren

De gebruikelijke islamitische verklaring is dat Jezus “het Woord” heet omdat Allah zei:

 Wees!

en Jezus daardoor tot bestaan kwam

Maar daarmee wordt het probleem niet opgelost.

Volgens de Koran schept Allah immers ook andere dingen door eenvoudig te bevelen dat zij er zijn.

Wanneer “door het bevel van Allah ontstaan” voldoende zou zijn om iemand het Woord van Allah te noemen, dan zou die titel helemaal niet uniek zijn.

Toch noemt de Koran uitdrukkelijk Jezus zo.

Dat wordt nog interessanter wanneer we het naast het Evangelie leggen:

„In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.”
— Johannes 1:1, STV

En vervolgens:

„En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.”
— Johannes 1:14, STV

De Koran ontkent de christelijke conclusie over Jezus, maar behoudt merkwaardig genoeg taal die juist rechtstreeks raakt aan de eeuwenoude christelijke belijdenis over Hem.

Dat bewijst op zichzelf niet dat de Koran de Godheid van Christus leert.

Dat doet hij niet.

Maar het levert wel een serieus intern probleem op voor de islamitische voorstelling dat Jezus uiteindelijk slechts één menselijke boodschapper in een lange rij profeten zou zijn.

Want waarom noemt Allah juist Hém Zijn Woord?

 

En dan: “een Geest van Hem”

Alsof “Woord van Allah” nog niet opmerkelijk genoeg is, noemt Soera 4:171 Jezus:

“een Geest van Hem.”

Ook hier probeert islamitische uitleg de betekenis doorgaans zo beperkt mogelijk te houden.

Maar de tekst blijft staan.

Niet alleen:

een geest,

maar:

een Geest van Hém.

En opnieuw rijst dezelfde vraag.

Waarom Jezus?

Waarom wordt deze taal niet op Mohammed toegepast?

Waarom niet op Abraham?

Waarom niet op Mozes?

Binnen het christelijke getuigenis is de uitzonderlijke positie van Jezus volkomen begrijpelijk. Hij is niet slechts één profeet tussen anderen.

Hij is de Zoon.

Hij is het Woord dat vlees geworden is.

Maar wanneer de Godheid van Christus eerst wordt ontkend, moet vervolgens worden verklaard waarom de Koran Hem met taal omringt die Hem voortdurend boven de gewone profetische categorie doet uitsteken.

 

Jezus wordt bovendien ondersteund door de Heilige Geest

De Koran zegt over Jezus:

“Wij hebben Jezus, den zoon van Maria, de duidelijke tekenen gegeven en Hem versterkt met den Heiligen Geest.”
— Soera 2:253

Hetzelfde komt terug in Soera 5:110, waar Allah Jezus eraan herinnert dat Hij Hem met de Heilige Geest ondersteunde.

Dat maakt de uitzonderlijke positie nog opvallender.

Jezus is:

Messias.
Woord van Allah.
Geest van Hem.
Ondersteund door de Heilige Geest.

En vervolgens is dan het antwoord:

“Maar Hij is slechts een profeet.”

Dat antwoord wordt steeds problematischer naarmate je de eigen woorden van de Koran naast elkaar legt.

 

Zelfs Zijn geboorte is volkomen uniek

Maria zegt in de Koran:

„Hoe zal ik een zoon hebben, terwijl geen man mij heeft aangeraakt?”
— vgl. Soera 19:20

Het antwoord is dat dit voor Allah gemakkelijk is.

Jezus wordt dus zonder menselijke vader geboren.

Ook daarin is Hij uniek.

Daarmee komen we echter bij een opmerkelijk probleem in de manier waarop de Koran elders het christelijke Zoonschap bestrijdt.

 

Heeft God een vrouw nodig om een Zoon te hebben?

Soera 6:101 zegt:

„Hoe zou Hij een zoon kunnen hebben terwijl Hij geen gezellin heeft?”

Sta daar eens bij stil.

Het argument lijkt te zijn:

Allah heeft geen vrouw, dus hoe zou Hij een zoon kunnen hebben?

Maar christenen hebben nooit geleerd dat God met Maria gemeenschap had en daardoor Jezus verwekte.

Dat is geen christelijke leer.

Niet in het Nieuwe Testament.

Niet in de vroegchristelijke belijdenis.

Niet in de leer van de Drie-eenheid.

Christenen spreken over de Zoon van God, niet over een lichamelijke zoon die ontstond doordat God een echtgenote nam.

De Koran bestrijdt hier dus een lichamelijke voorstelling van het zoonschap die het christendom niet leert.

En het wordt nog merkwaardiger.

 

Maria kan volgens de Koran een Zoon hebben zonder man

Wanneer Maria vraagt:

“Hoe zal ik een zoon hebben, terwijl geen man mij heeft aangeraakt?”

is het antwoord in Soera 19:21 in essentie:

dat is gemakkelijk voor Allah.

Dus wanneer Maria zegt:

“Ik heb geen man; hoe kan ik dan een zoon krijgen?”

is het antwoord:

Allah heeft geen man nodig om haar een zoon te geven.

Maar wanneer het gaat over God en de christelijke benaming „Zoon van God”, luidt de redenering:

“Hoe kan Hij een zoon hebben als Hij geen gezellin heeft?

Zie je het probleem?

De Koran erkent in het ene geval zelf dat een zoon door Gods bovennatuurlijke handelen kan bestaan zonder voortplanting.

Maar elders wordt Gods Zoonschap bestreden alsof een echtgenote noodzakelijk zou zijn.

Dat is géén weerlegging van het christelijke geloof.

Het is een weerlegging van een geloof dat christenen niet hebben.

 

De Koran bestrijdt vaker een christendom dat christenen niet belijden

Dat zien we eveneens in Soera 5:116.

Daar vraagt Allah aan Jezus of Hij tegen de mensen heeft gezegd:

„Neem mij en mijn moeder als twee goden naast Allah.”

Maar Maria hoort niet bij de christelijke Drie-eenheid.

De christelijke belijdenis is niet:

God – Maria – Jezus.

Maar:

Vader – Zoon – Heilige Geest.

Ook Soera 5:73 veroordeelt degenen die zeggen dat Allah “de derde van drie” (?!) is.

Maar christenen geloven evenmin dat “God één god naast twee andere goden is”.

De leer van de Drie-eenheid zegt niet:

drie goden.

Zij zegt dat er één God is.

Het probleem is daarom veel dieper dan simpelweg:

 De Koran verwerpt de Drie-eenheid.

De vraag is:

Begrijpt de Koran eigenlijk wel welke Drie-eenheid hij verwerpt?

 

Jezus verricht wonder na wonder

Het contrast met Mohammed wordt vervolgens buitengewoon scherp.

Over Jezus zegt Soera 5:110 dat Hij:

  • als baby tot mensen sprak;
  • blinden genas;
  • melaatsen genas;
  • doden uit de dood liet voortkomen;
  • uit klei de vorm van een vogel maakte en deze tot leven liet komen.

‘De Koran voegt steeds toe dat dit gebeurde met toestemming van Allah 

Maar daarmee verdwijnt het contrast niet.

Jezus doet de wonderen.

Zichtbare wonderen.

Wonderen die rechtstreeks aansluiten bij Zijn optreden als bijzondere boodschapper.

En dan komt Mohammed.

De zo genoemde laatste profeet

De boodschapper die volgens de islam de eerdere openbaringen corrigeert.

De profeet aan wie uiteindelijk de hele mensheid zich zou moeten onderwerpen.

Wat gebeurt er wanneer zijn tijdgenoten zeggen:

Laat dan een teken zien.

 

“Waarom is geen teken tot hem neergezonden?”

De vraag komt in de Koran niet één keer voor.

Hij komt telkens terug.

Soera 6:37:

„Waarom is geen teken van zijn Heer tot hem neergezonden?”

Het antwoord?

Allah kan een teken zenden.

Maar er komt geen wonder waarmee Mohammed zijn critici overtuigt.

Soera 10:20:

„Waarom is geen teken van zijn Heer tot hem neergezonden?”

Opnieuw.

Soera 13:7:

„Waarom is geen teken van zijn Heer tot hem neergezonden?”

Opnieuw.

Soera 13:27:

opnieuw dezelfde uitdaging.

Dat is opmerkelijk.

Want stel dat Mohammed publiek wonderen verrichtte zoals Mozes en Jezus.

Waarom antwoordt hij dan niet eenvoudig:

Geen teken? Jullie hebben het toch gezien?

 

De Koran geeft zelfs een reden waarom tekenen uitblijven

Soera 17:59 zegt in essentie dat Allah ervan weerhouden werd tekenen te zenden omdat vroegere volken die tekenen hadden verworpen.

Maar wat is dat voor argument?

Mensen verwierpen ook de tekenen van Mozes.

Tóch kreeg Mozes tekenen.

Mensen verwierpen Jezus.

Tóch verrichtte Jezus volgens de Koran wonder na wonder.

Dat sommige mensen een wonder zullen verwerpen, verklaart niet waarom een profeet geen wonder ontvangt.

Een teken dient juist om zijn aanspraak te bevestigen.

 

Uiteindelijk is het antwoord: de Koran zelf

Het duidelijkst wordt het in Soera 29:50-51.

De tegenstanders vragen:

Waarom zijn geen tekenen van zijn Heer tot hem neergezonden?

Mohammed moet antwoorden dat de tekenen bij Allah zijn en dat hij slechts een waarschuwer is.

Daarna volgt het argument dat het toch voldoende zou moeten zijn dat het Boek aan hem is geopenbaard.

Dat is veelzeggend.

De mensen vragen om een teken dat Mohammeds aanspraak bevestigt.

En Mohammed verwijst hen uiteindelijk naar de boodschap waarvan zij vragen waarom zij die als goddelijke openbaring zouden moeten geloven.

De boodschap wordt daarmee haar eigen bewijs.

Maar dat is dus precies wat de vraagsteller ter discussie stelde.

 

“Maar Mohammed spleet toch de maan?”

Hier wordt vaak Soera 54:1 aangehaald:

Het uur is nabijgekomen en de maan is gespleten.

Latere islamitische traditie maakt hier een wonder van Mohammed van..

Maar lees het vers zelf.

Er staat niet:

Mohammed spleet de maan.

Er staat zelfs niet in het vers dat Mohammed een wonder verrichtte in aanwezigheid van zijn tegenstanders.

Dat verhaal wordt door latere overlevering ingevuld.

En daarmee ontstaat opnieuw een eenvoudige vraag.

Als Mohammed daadwerkelijk voor de ogen van zijn tegenstanders de maan in tweeën had laten splijten, waarom lezen we dan later nog:

Waarom is geen teken tot hem neergezonden?

Het antwoord had dan verbluffend eenvoudig kunnen zijn:

Geen teken? Hebben jullie de maan soms gemist?

Maar zo’n antwoord staat niet in de Koran.

 

En dan verschijnen de wonderen later alsnog

In de latere hadithliteratuur verandert het beeld sterk.

Daar lezen we over Mohammed bij wie water uit zijn vingers stroomt, voedsel wordt vermenigvuldigd en bomen hem gehoorzamen.

Dat maakt de spanning alleen maar groter.

Want het oudste en volgens moslims hoogste islamitische gezag — de Koran — laat Mohammed herhaaldelijk geconfronteerd worden met het ontbreken van een teken.

De veel latere overleveringen leveren vervolgens alsnog de wonderen die zijn tegenstanders tijdens zijn leven kennelijk voortdurend verlangden.

Dat roept een historische vraag op die niet met vrome beweringen kan worden weggenomen:

Waarom ontbreken die wonderen in Mohammeds eigen antwoord aan degenen die hem erom vroegen?

 

Het contrast met Jezus kan nauwelijks groter zijn

Daarmee komen de lijnen samen.

Over Jezus zegt de Koran:

Hij is de Messias.

Hij is het Woord van Allah.

Hij is een Geest van Hem.

Hij wordt door de Heilige Geest ondersteund.

Hij wordt uit een maagd geboren.

Hij geneest de blinde.

Hij reinigt de melaatse.

Hij brengt de doden tot leven, met Gods toestemming.

Hij zal bovendien volgens de islamitische verwachting een buitengewone rol aan het einde der tijden vervullen.

Hij zal Gods oordeel brengen.

En Mohammed?

Wanneer om een teken wordt gevraagd:

Ik ben slechts een waarschuwer.

De asymmetrie is enorm.

De islam wil Mohammed boven Jezus plaatsen als laatste profeet, maar haar eigen bronnen geven Jezus kenmerken die Mohammed niet heeft.

Zelfs Satan krijgt op Jezus geen vat

De hadiths maken het contrast nog opvallender.

In Sahih al-Bukhari 3286 wordt overgeleverd dat Satan ieder kind bij de geboorte aanraakt, maar dat dit bij Jezus niet lukt.

Sahih al-Bukhari 3431 noemt Maria en haar Zoon als uitzonderingen.

Ook Sahih Muslim 2366a bevat deze traditie.

Nogmaals dan de vraag:

Waarom Jezus?

Waarom deze uitzonderingspositie?

Waarom niet Mohammed?

Waarom wordt degene die volgens de islam ‘slechts een profeet’ is voortdurend met uitzonderingen omgeven?

De islamitische bronnen lijken steeds hetzelfde probleem te creëren dat de islamitische leer vervolgens moet proberen weg te verklaren.

 

Misschien moeten we de vraag wel omdraaien

Moslims vragen christenen geregeld:

Waar zegt Jezus letterlijk: Ik ben God, aanbid Mij?

Maar misschien moet er eerst iets worden uitgelegd:

Waarom spreekt zelfs de Koran op zo’n uitzonderlijke manier over Jezus Christus?

Waarom is Hij het Woord van Allah?

Waarom een Geest van Hem?

Waarom de Messias?

Waarom uit een maagd?

Waarom ondersteund door de Heilige Geest?

Waarom verricht Hij wonderen die Mohammed in de Koran niet verricht?

Waarom kan Satan Hem volgens de hadith niet aanraken?

En waarom moet een boek dat zes eeuwen na Christus verschijnt vervolgens zeggen dat de fundamentele boodschap van de apostelen over Zijn kruisiging niet klopt?

 

Ga terug naar de oudste getuigen

Wanneer twee religies elkaar tegenspreken over Jezus, moet de vraag niet zijn:

Welke traditie ben ik gewend?

maar:

Welke getuigen staan het dichtst bij Jezus Zelf?

De Koran verschijnt ongeveer zes eeuwen na Christus.

Het Nieuwe Testament voert ons terug naar de eerste eeuw, naar de apostolische verkondiging en naar mensen die Jezus kenden of direct verbonden waren met degenen die Hem kenden.

Daar vinden wij geen Jezus die alleen maar de komst van Mohammed aankondigt.

Daar vinden wij:

In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.
— Johannes 1:1, STV

Daar vinden wij Thomas die voor de opgestane Christus uitroept:

Mijn Heere en mijn God!
— Johannes 20:28, STV

Daar vinden wij Paulus:

Welke is God boven allen te prijzen in der eeuwigheid. Amen.
— Romeinen 9:5, STV

En daar vinden wij het warme hart van het Evangelie:

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; en dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften.
— 1 Korinthe 15:3-4, STV

Dat is de Jezus van de Bijbel.

Niet slechts een profeet.

Niet de voorloper van Mohammed.

Niet iemand die aan het kruis vervangen moest worden.

Maar de gekruisigde en opgestane Here Jezus Christus.

Onderzoek niet alleen wat je over Jezus is verteld

De vraag aan de moslim is daarom niet of hij respect voor Jezus heeft.

De veel belangrijkere vraag is:

Wie is Jezus echt?

Wanneer zelfs de Koran Hem uitzonderlijke titels geeft, uitzonderlijke geboorte, uitzonderlijke wonderen en een uitzonderlijke verhouding tot de Geest van God, wees dan niet tevreden met het antwoord:

Hij was gewoon een profeet.

Onderzoek waarom Hij zo anders is.

En wanneer Mohammed als laatste boodschapper wordt gepresenteerd, onderzoek dan eveneens waarom de mensen om hem heen herhaaldelijk vroegen waarom hij geen teken ontving — en waarom de Koran hun niet antwoordt met de indrukwekkende wonderen die pas later uitgebreid in de hadith verschijnen.

Wees daarin een Bereeër.

En dezen waren edeler dan die te Thessalonica waren, als die het woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren.
— Handelingen 17:11, STV

Onderzoek.

Vergelijk.

Vraag door.

En bovenal: laat niet een latere religieuze traditie bepalen wie Jezus zou mogen zijn.

Ga terug naar de getuigen van het begin.

 

De mythe van één onveranderde Koran

Woord voor woord, letter voor letter bewaard?

“Er is maar één Koran.”

Het is een van de bekendste slogans uit de islamitische apologetiek. Overal ter wereld zouden moslims exact hetzelfde boek lezen. De Koran zou vanaf Mohammed woord voor woord en letter voor letter zijn bewaard. Geen tekstvarianten, geen veranderingen en geen onzekerheid over de oorspronkelijke woorden.

Deze vermeende één onveranderde Koran wordt vervolgens tegenover de Bijbel geplaatst. De Bijbel zou door mensen zijn veranderd, terwijl Allah de Koran wonderbaarlijk zou hebben beschermd.

Het klinkt indrukwekkend.

Totdat iemand nauwkeurig naar de overleveringsgeschiedenis van de Koran kijkt.

Dan blijkt dat “één Koran” geen eenvoudig historisch feit is, maar een apologetische slogan die alleen overeind blijft zolang niemand vraagt wat met het woord één wordt bedoeld.

Want naast de tegenwoordig dominante Hafs-lezing bestaan Warsh en andere erkende qira’at. Deze lezingen zijn niet op iedere plaats woord voor woord en letter voor letter gelijk. Bovendien spreekt de islamitische traditie over zeven ahruf, terwijl niet eens eenduidig kan worden vastgesteld wat deze precies waren en in hoeverre zij bewaard zijn gebleven.

De ene Koran blijkt meerdere erkende tekstvormen te kennen.

De woordelijk identieke Koran blijkt verschillende woorden te bevatten.

En de zogenaamd volmaakt bewaarde Koran roept de vraag op wat er met de overige geopenbaarde vormen is gebeurd.

 

Infographic over de qira’at, zeven ahruf en het dilemma rond de claim van één woord voor woord bewaarde Koran.
De mythe van één Koran

 

De claim van één onveranderde Koran

De vraag is eenvoudig:

Welke Koran is woord voor woord bewaard gebleven?

Is dat de Hafs-lezing, die tegenwoordig in het grootste deel van de islamitische wereld wordt gebruikt?

Is dat de Warsh-lezing, die vooral in delen van Noord- en West-Afrika voorkomt?

Of behoren ook de andere canonieke qira’at volledig tot de Koran?

Wanneer alle canonieke lezingen echt Koran zijn, bestaat de Koran niet in slechts één woordelijk identieke tekstvorm. Dan bestaan er meerdere erkende tekstvormen die allemaal als geldig worden beschouwd.

Wanneer alleen Hafs de werkelijk bewaarde Koran zou zijn, ontstaat onmiddellijk de vraag welke status de andere canonieke lezingen hebben. Zijn die dan minder Koran? Zijn ze slechts historische bijzaken? Of zijn ze eveneens geopenbaard?

De islamitische apologeet moet kiezen:

Óf meerdere woordelijke tekstvormen zijn volledig Koran.

Óf slechts één daarvan is de echte Koran en de andere erkende lezingen zijn dat niet.

De slogan

“er is maar één Koran”

lost dit probleem niet op. Hij verbergt het.

 

Hafs, Warsh en de verschillende qira’at

De meest gebruikte Korantekst is tegenwoordig de overlevering van Hafs van Asim. Toch is Hafs niet de enige erkende leeswijze. Ook Warsh van Nafi en andere qira’at worden binnen de islamitische traditie als canoniek aanvaard.

Dat zou geen probleem opleveren wanneer alle qira’at exact dezelfde letters en woorden zouden bevatten en alleen anders werden uitgesproken.

Maar dat is niet het geval.

De verschillen kunnen betrekking hebben op:

  • letters en klinkertekens;
  • verschillende woorden;
  • enkelvoud en meervoud;
  • werkwoordsvormen;
  • actieve en passieve formuleringen;
  • grammaticale constructies;
  • aanwezige of ontbrekende woorden;
  • verschillen in betekenisnuance.

Niet ieder verschil verandert de hoofdgedachte van een passage. Veel verschillen zijn beperkt. Maar dat is niet de claim die ter discussie staat.

De claim luidt niet dat de Koran als geheel herkenbaar en grotendeels stabiel is overgeleverd.

De claim luidt dat er maar één onveranderde Koran bestaat die vanaf Mohammed overal woord voor woord en letter voor letter identiek is gebleven.

En juist die absolute bewering houdt geen stand.

 

Het zijn niet slechts uitspraakverschillen

Een veelgehoorde reactie luidt:

“Het zijn alleen verschillende manieren van reciteren.”

Dat antwoord is misleidend.

Wanneer het uitsluitend om uitspraak, accent of melodie ging, zou de geschreven tekst hetzelfde blijven. Maar wanneer in de ene lezing een andere letter, een andere werkwoordsvorm of een ander woord staat dan in de andere, is er sprake van een tekstuele variant.

Een ander woord is geen accent.

Een andere letter is geen melodie.

Een andere grammaticale vorm is niet slechts een uitspraakverschil.

Men kan zulke verschillen qira’at, lezingen of geautoriseerde recitaties noemen. Maar een religieus etiket verandert het verschil zelf niet.

Wanneer twee erkende teksten niet dezelfde woorden bevatten, zijn ze niet woord voor woord identiek. Dat blijft zo, ongeacht de leerstellige verklaring die eraan wordt gegeven.

Een variant houdt niet op een variant te zijn doordat een geleerde haar canoniek noemt.

 

Eén Koran in meerdere (woordelijke) vormen?

Sommige moslimapologeten proberen het probleem op te lossen door te zeggen dat er “één Koran met meerdere lezingen” bestaat.

Maar daarmee wordt de oorspronkelijke claim al verlaten.

Wat betekent “één” in dat geval?

Niet één woordelijke tekst.

Niet één overal gelijke reeks letters.

Niet één precieze formulering.

“Eén” betekent dan blijkbaar:

  • één goddelijke oorsprong;
  • één boodschap;
  • één openbaringstraditie;
  • één religieus boek in verschillende erkende tekstvormen.

Men mag dat geloven. Maar dan kan men niet tegelijkertijd volhouden dat er wereldwijd maar één woordelijk identieke Korantekst bestaat.

De betekenis van “één Koran” wordt tijdens het gesprek aangepast.

Eerst zou “één” absolute tekstuele uniformiteit betekenen. Zodra Hafs, Warsh en de andere qira’at ter sprake komen, betekent “één” plotseling geestelijke of leerstellige eenheid binnen een meervoudige teksttraditie.

Dat is geen verdediging van de oorspronkelijke claim.

Het is een semantische vluchtpoging.

 

Wat zijn de zeven ahruf?

Het probleem wordt nog ingewikkelder door de islamitische overleveringen over de zeven ahruf.

Mohammed zou toestemming hebben gekregen om de Koran in zeven ahruf te reciteren. Maar wat deze ahruf precies waren, is binnen de islamitische traditie nooit eenduidig vastgesteld.

Het zouden dialecten kunnen zijn.

Of recitatiemogelijkheden.

Of verschillende taalkundige vormen.

Of verschillende bewoordingen.

Of categorieën van inhoud.

Er zijn door de eeuwen heen vele verklaringen gegeven. Dat alleen al laat zien dat het begrip niet zo helder is als in populaire islamitische verdedigingen vaak wordt voorgesteld.

Bovendien zijn de zeven ahruf niet eenvoudig hetzelfde als de zeven of tien latere qira’at. Wie beide begrippen gelijkstelt, heeft het probleem niet opgelost maar twee verschillende categorieën door elkaar gehaald.

De onvermijdelijke vraag blijft daarom staan:

Waar zijn de zeven ahruf vandaag?

 Zijn alle geopenbaarde vormen bewaard gebleven?

Op deze vraag zijn uiteindelijk slechts twee antwoorden mogelijk.

Alle ahruf zijn bewaard

Wanneer alle zeven ahruf nog aanwezig zijn in de bestaande qira’at, bestaat de geopenbaarde Koran in meerdere woordelijke vormen.

Dan kan men al die vormen gezamenlijk “de Koran” noemen, maar dan is de Koran een meervoudige tekst- en recitatietraditie.

Dan bestaat er dus niet slechts één woordelijk identieke tekst.

Daarmee is de bekende claim al gevallen. Want de bewering was niet dat één openbaring in verschillende geautoriseerde formuleringen bestaat. De bewering was dat er vanaf Mohammed maar één tekst is geweest waarin nooit een letter veranderde.

Wanneer meerdere verschillende formuleringen allemaal Koran zijn, is die bewering onwaar.

Niet alle ahruf zijn bewaard

De andere mogelijkheid is dat niet alle zeven ahruf in de huidige Korantekst zijn overgeleverd.

Dan ontstaat een nog groter probleem.

Wanneer alle zeven door God waren geopenbaard of toegestaan, maar een deel daarvan niet meer beschikbaar is, kan men niet zeggen dat alles wat geopenbaard werd volledig is bewaard.

Dan heeft de islamitische wereld vandaag niet alle oorspronkelijke vormen, maar alleen datgene wat binnen de gestandaardiseerde teksttraditie is blijven bestaan.

Het Koran-dilemma is daarom eenvoudig:

Zijn alle geopenbaarde vormen bewaard, dan bestaat de Koran in meerdere verschillende woordelijke tekstvormen.

Zijn niet alle geopenbaarde vormen bewaard, dan is niet alles wat geopenbaard werd volledig overgeleverd.

Geen van beide mogelijkheden ondersteunt de slogan van één volkomen uniforme, letter voor letter bewaarde Koran.

 

Standaardisering is niet hetzelfde als bewaring

De standaardisering onder kalief Oethman wordt vaak als bewijs van perfecte bewaring gepresenteerd.

Maar standaardisering en bewaring zijn niet hetzelfde.

Bewaring betekent dat een bestaande tekst onveranderd wordt doorgegeven.

Standaardisering betekent dat uit een bestaande veelheid een normatieve vorm wordt vastgesteld en andere vormen worden teruggedrongen.

Volgens de islamitische overlevering ontstonden er meningsverschillen over de recitatie van de Koran. Oethman liet daarop officiële exemplaren vervaardigen en afwijkende codices verwijderen of vernietigen.

Wanneer er werkelijk overal slechts één woordelijk identieke Koran bestond, was zo’n ingrijpende standaardisering niet nodig geweest.

Dan viel er niets te harmoniseren.

Niets te verbieden.

Niets uit de circulatie te halen.

Niets te verbranden.

Het standaardiseringsproces laat juist zien dat er verschillen bestonden die als een bedreiging voor de eenheid van de islamitische gemeenschap werden ervaren.

De moslims kregen uiteindelijk een gestandaardiseerde teksttraditie. Maar een gestandaardiseerde tekst is niet automatisch een tekst die vanaf het eerste ogenblik overal woord voor woord identiek is geweest.

Oethman kan eenheid hebben afgedwongen.

Maar afgedwongen eenheid is geen bewijs van oorspronkelijke uniformiteit.

 

Canonieke lezingen lossen het probleem niet op

Een andere verdediging is dat de verschillende qira’at allemaal canoniek zijn en daarom geen bewijs vormen van tekstuele onzekerheid.

Maar het woord canoniek betekent erkend.

Het betekent niet identiek.

Wanneer twee canonieke lezingen verschillende woorden of grammaticale vormen bevatten, blijven zij woordelijk verschillend. Hun canonieke status verklaart hooguit waarom beide binnen de islam aanvaard worden.

Die status wist het verschil niet uit.

Sterker nog: wanneer meerdere woordelijk verschillende lezingen allemaal canoniek zijn, bevestigt dit juist dat de canonieke Koran niet tot één precieze tekstvorm beperkt is.

De verdediging vernietigt daarmee de slogan die zij moest redden.

 

Bij de Bijbel heet het een tekstvariant

Hier wordt de dubbele maatstaf van de islamitische apologetiek zichtbaar.

Wanneer twee Bijbelse handschriften van elkaar verschillen, klinkt onmiddellijk:

“De Bijbel is veranderd.”

Wanneer twee canonieke Koranlezingen van elkaar verschillen, luidt het antwoord:

“Het zijn allebei volmaakte lezingen van dezelfde openbaring.”

Bij de Bijbel zou één verschil corruptie bewijzen.

Bij de Koran zou hetzelfde soort verschil plotseling een teken van goddelijke rijkdom zijn.

Bij de Bijbel spreekt men van tekstvarianten.

Bij de Koran worden varianten omgedoopt tot geautoriseerde lezingen.

Dat is geen eerlijke vergelijking. Het is meten met twee maten.

Een andere letter is een andere letter.

Een ander woord is een ander woord.

Een andere werkwoordsvorm is een andere werkwoordsvorm.

Dat geldt bij de Bijbel en dat geldt bij de Koran.

Daarna kan men onderzoeken hoe oud, omvangrijk of belangrijk een variant is. Maar men kan niet eerlijk beweren dat het verschil bij het ene boek werkelijk bestaat en bij het andere boek slechts schijn is.

 

De islamitische apologeet verandert van stelling

De verdediging van één onveranderde Koran verloopt vaak volgens een herkenbaar patroon.

Eerst klinkt het zelfverzekerd:

“Er is overal maar één Koran.”

Wanneer de qira’at worden genoemd:

“Het zijn slechts uitspraakverschillen.”

Wanneer blijkt dat er ook verschillen in letters en woorden bestaan:

“Het zijn verschillende woorden met dezelfde betekenis.”

Wanneer ook de betekenis soms verschilt:

“De betekenissen vullen elkaar aan.”

Wanneer gevraagd wordt waar de zeven ahruf zijn:

“Dat is een ingewikkeld onderwerp waarover geleerden verschillende meningen hebben.”

En ten slotte:

“Alle lezingen zijn uiteindelijk één Koran.”

Maar dan is de oorspronkelijke bewering volledig verdwenen.

Wat begon als één volkomen identieke tekst, eindigt als een verzameling erkende lezingen met woordelijke verschillen en een onduidelijke verhouding tot de oorspronkelijke ahruf.

Toch blijft men de eerste slogan herhalen alsof er niets is veranderd.

Eerst ontkent men de verschillen.

Daarna minimaliseert men ze.

Vervolgens herdefinieert men ze.

En uiteindelijk worden de verschillen voorgesteld als bewijs van volmaakte bewaring.

Dat is geen tekstuele transparantie.

Dat is damage control….

 

De dubbele maatstaf van islamitische apologeten

De mythe van één onveranderde Koran vervult vooral een polemische functie.

Zij moet een eenvoudig contrast creëren:

De Bijbel heeft tekstvarianten en is daarom onbetrouwbaar.

De Koran heeft geen tekstvarianten en is daarom volmaakt bewaard.

Maar zodra erkend wordt dat ook de Koran verschillende lezingen, woordelijke varianten en een proces van standaardisering kent, stort dit kunstmatige contrast in.

Dan moeten beide boeken met dezelfde historische en tekstkritische maatstaven worden onderzocht.

Christelijke tekstwetenschappers erkennen openlijk dat Bijbelse handschriften verschillen. Die varianten worden gepubliceerd, vergeleken en onderzocht. Niemand hoeft te doen alsof alle beschikbare handschriften op iedere letter identiek zijn.

De islamitische apologeet begint daarentegen dikwijls met de ontkenning dat de Koran enige tekstuele variatie kent. Pas wanneer de verschillen niet langer ontkend kunnen worden, worden ze gepresenteerd als volmaakte en geautoriseerde lezingen.

Dat is geen bewijs dat de verschillen niet bestaan.

Het is een religieuze verklaring voor het bestaan ervan.

 

De werkelijkheid achter de slogan

De conclusie hoeft niet te zijn dat de Koran totaal chaotisch is overgeleverd of dat iedere moslim een geheel ander boek bezit. Dat zou een overdrijving zijn.

Er bestaat een herkenbare en grotendeels stabiele Korantekst.

Maar er bestaan ook:

  • verschillende canonieke qira’at;
  • woordelijke en grammaticale varianten;
  • verschillende overleveringslijnen;
  • een historische standaardisering;
  • alternatieve codices en recitaties;
  • onzekerheid over de aard van de zeven ahruf;
  • onzekerheid over de vraag in hoeverre alle oorspronkelijk toegestane vormen bewaard zijn.

Daarom is deze formulering verdedigbaar:

De Koran is overgeleverd binnen een gecontroleerde maar meervoudige tekst- en recitatietraditie.

Maar deze populaire bewering is niet verdedigbaar:

Er bestaat vanaf Mohammed wereldwijd slechts één onveranderde Koran, die overal woord voor woord en letter voor letter identiek is gebleven.

Dat is geen aangetoond historisch feit.

Het is een apologetische mythe.

 

De mythe van woordelijke en letterlijke bewaring

Er is slechts één manier waarop men kan blijven zeggen dat er “één Koran” bestaat: door het woord één zo ruim te maken dat het niets meer zegt over de precieze tekst.

“Eén” betekent dan:

  • één religie;
  • één openbaringsclaim;
  • één boodschap;
  • één verzameling van verschillende canonieke lezingen.

Maar zeg dan niet langer dat er slechts één woordelijke Korantekst bestaat.

Zeg niet dat iedere letter overal identiek is.

Zeg niet dat de Koran geen tekstvarianten kent.

En gebruik die mythe vooral niet om de betrouwbaarheid van de Bijbel aan te vallen.

De Koran is niet vanaf Mohammed in één wereldwijd identieke tekstvorm overgeleverd. Hij is overgeleverd binnen een teksttraditie met meerdere erkende lezingen, woordelijke verschillen, menselijke standaardisering en onbeantwoorde vragen over de oorspronkelijke ahruf.

De slogan van één onveranderde Koran is eenvoudig.

De geschiedenis is dat niet.

En daarom overleeft de slogan een serieus onderzoek niet.

Zie ook:

Eén Koran, punt voor punt bewaard? Perfecte bewaring? – Bijbelse basis

Het islamitisch dilemma ontmaskerd: Waarom de Koran je terugstuurt naar de Bijbel – Bijbelse basis

De koran, de Bijbel en het islamitisch dilemma – Bijbelse basis

Geverifieerd door MonsterInsights