Uitverkiezing in de Bijbel: geen fatalisme maar Gods voornemen in Christus

Uitverkiezing in de Bijbel: geen heilige mist, maar vaak een misbruikte leer

Er zijn weinig leerstukken waar zoveel verwarring, spanning en geestelijke schade omheen hangt als de leer van de uitverkiezing. Wat in de Schrift een rijke troost is in Christus, is in de handen van mensen vaak veranderd in een koude mistbank. Het evangelie wordt dan niet helderder, maar donkerder. Christus verdwijnt naar de achtergrond, en in Zijn plaats komt een systeem. De zondaar wordt niet opgeroepen om te zien op de Zoon van God, maar gaat eindeloos in zichzelf graven: ben ik wel gekozen, hoor ik er misschien niet bij, is de belofte wel echt voor mij?

Zo verandert een woord in een geestelijke wurggreep

En laten we het maar eerlijk zeggen: veel populaire voorstellingen van uitverkiezing lijken minder op apostolische prediking en meer op religieus fatalisme. Dan heet het: de mens kan niets, de mens mag niets, de mens kan alleen maar afwachten of God misschien ooit iets in hem doet. Geloof wordt dan geen gehoorzaamheid aan Gods Woord meer, maar een soort ongrijpbare hemelse injectie die je al dan niet krijgt. De oproep van het evangelie klinkt nog wel, maar wordt feitelijk uitgehold.

Dat is niet de stem van de Schrift.

De Bijbel leert niet dat wij eerst in een verborgen besluit moeten kijken. De Bijbel wijst ons naar Christus. Dáár begint het. Dáár ligt het centrum. Dáár wordt uitverkiezing licht in plaats van mist.

Uitverkiezing begint bij Christus

Zodra het gesprek over uitverkiezing begint, schiet men vaak meteen naar de mens. Ben ik uitverkoren? Zijn bepaalde mensen gekozen en anderen niet? Maar de Schrift begint daar niet. De Schrift begint bij de Uitverkorene Zelf.

Over de Messias staat geschreven:

“Ziet, Mijn Knecht, Dien Ik ondersteun, Mijn Uitverkorene, in Denwelken Mijn ziel een welbehagen heeft! Ik heb Mijn Geest op Hem gegeven; Hij zal het recht den heidenen voortbrengen.” Jesaja 42:1 (STV)

En Petrus zegt over Christus:

“Tot Welken komende, als tot een levenden Steen, van de mensen wel verworpen, maar bij God uitverkoren en dierbaar.” 1 Petrus 2:4 (STV)

Dat is geen bijzinnetje. Dat is het fundament. Christus is de Uitverkorene van God. Wie dus over uitverkiezing wil spreken, moet niet beginnen bij een verborgen selectie van losse individuen, maar bij Gods geopenbaarde verkiezing van Zijn Zoon. God heeft Zijn gehele heilsplan vastgemaakt aan Hem. Alles wat God aan zegen, heerlijkheid, erfdeel, rechtvaardigheid, zoonschap en toekomst heeft vastgesteld, heeft Hij vastgesteld in Christus.

Dat betekent ook dat de leer van de uitverkiezing buiten Christus niet alleen onvolledig is, maar gevaarlijk wordt. Dan houd je geen evangelie meer over, maar een schema. Geen blijde boodschap, maar een gesloten systeem. Geen benaderbare Zaligmaker, maar een verborgen mechaniek.

 

Efeze 1 zegt niet wat men er vaak van maakt

Het hoofdstuk dat het vaakst wordt aangehaald, is Efeze 1. Maar juist dat hoofdstuk wordt vaak gelezen alsof Paulus zou zeggen dat God in de eeuwigheid willekeurig individuen heeft uitgezocht, nog voordat Christus überhaupt ter sprake komt.

Dat is niet wat er staat.

Paulus schrijft:

“Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, vóór de grondlegging der wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde.” Efeze 1:4 (STV)

Die woorden “in Hem” zijn beslissend. Niet naast Hem. Niet buiten Hem. Niet los van Hem. In Hem.

Even verder zegt Paulus:

“Die ons te voren verordineerd heeft tot aanneming tot kinderen, door Jezus Christus, in Zichzelven, naar het welbehagen van Zijn wil.” Efeze 1:5 (STV)

En:

“In Welken wij ook een erfdeel geworden zijn, wij, die te voren verordineerd waren naar het voornemen Desgenen, Die alle dingen werkt naar den raad van Zijn wil.” Efeze 1:11 (STV)

Paulus stapelt het op: in Hem, door Jezus Christus, in Welken. Zijn punt is niet dat Christus een uitvoerder zou zijn van een besluit dat elders al buiten Hem lag vastgelegd. Nee, Gods voornemen ligt juist in Christus verankerd. Hij is het Hoofd. Hij is de Geliefde. Hij is de Erfgenaam. Hij is de Eerstgeborene. En wie in Hem is, deelt in alles wat van Hem is.

Dat is de lijn van Efeze 1. En zodra men die lijn verlaat, misbruikt men de tekst.

 

De gelovige deelt in Christus, en dus in Zijn verkiezing

De Bijbel leert niet dat de gelovige eerst als individu is uitverkoren en daarna eventueel nog met Christus verbonden wordt. De Bijbel leert dat God Zijn voornemen met Christus heeft vastgesteld, en dat gelovigen door het geloof aan Hem worden toegevoegd en daardoor deel krijgen aan alles wat in Hem is.

Paulus zegt:

“Want gij zijt allen kinderen Gods door het geloof in Christus Jezus.” Galaten 3:26 (STV)

En ook:

“Want zovelen als gij in Christus gedoopt zijt, hebt gij Christus aangedaan.” Galaten 3:27 (STV)

En:

“En indien gij van Christus zijt, zo zijt gij dan Abrahams zaad, en naar de beloftenis erfgenamen.” Galaten 3:29 (STV)

Dat is de volgorde van de Schrift. Niet: eerst individueel erfgenaam, daarna misschien geloof. Maar: door geloof in Christus, en zo erfgenaam. Door geloof in Christus, en zo kind van God. Door geloof in Christus, en zo deel aan wat God in Hem heeft bereid.

Daarom is het ook zo schadelijk wanneer zoekende mensen niet naar Christus worden gewezen, maar naar een verborgen besluit. De Schrift roept de mens niet op om eerst te ontdekken of hij misschien op een geheime lijst staat. De Schrift roept de mens op om te geloven in Gods Zoon.

“Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem.” Johannes 3:36 (STV)

Dát is helder. Dat is publiek. Dat is evangelie. Daar is geen mistbank van gemaakt, behalve door mensen.

 

Geen aanneming des persoons betekent géén willekeurige hemelse loterij

Een groot deel van de verwarring ontstaat doordat men Gods soevereiniteit verwart met willekeur. Maar Gods soevereiniteit is geen heilige grilligheid.

De Schrift zegt:

“Want er is geen aanneming des persoons bij God.” Romeinen 2:11 (STV)

En ook:

“En indien gij tot een Vader aanroept Dengene, Die zonder aanneming des persoons oordeelt naar eens iegelijks werk, zo wandelt in vreze den tijd uwer inwoning.” 1 Petrus 1:17 (STV)

God ziet niet zoals mensen zien. De mens ziet aan wat voor ogen is, maar de Heere ziet het hart aan. Dat betekent niet dat God niet verkiest. Natuurlijk verkiest God. Maar Zijn verkiezing is niet een blinde loting waarbij de mens op een mysterieuze manier passief overgeleverd is aan een onbekende uitslag.

De Schrift verbindt Gods handelen steeds met Zijn waarheid, Zijn Woord, Zijn voornemen in Christus en de roeping tot geloof.

“Doch dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.” Romeinen 4:5 (STV)

Dat vers is dodelijk voor elke gedachte dat het Evangelie eigenlijk geen echte oproep zou zijn. God rechtvaardigt de goddeloze die gelooft. Niet de goddeloze die eerst een verborgen decreet heeft uitgeplozen. Niet de goddeloze die wacht op een ondefinieerbare ervaring. Maar de goddeloze die gelooft.

 

Israël was uitverkoren, maar niet op de manier waarop men het begrip vaak misbruikt

Ook in het Oude Testament gebruikt de Schrift het woord uitverkiezing voor Israël. Maar daaruit maakt men vaak meteen een karikatuur: alsof uitverkiezing automatisch zou betekenen dat elk individu binnen dat volk zonder meer tot eeuwige zaligheid was bestemd. Dat is niet de Bijbelse lijn.

“Want gij zijt een heilig volk den HEERE, uw God; u heeft de HEERE, uw God, verkoren, dat gij Hem tot een volk des eigendoms zoudt zijn uit al de volken, die op den aardbodem zijn.” Deuteronomium 7:6 (STV)

Israël was uitverkoren als volk, tot een plaats in Gods heilsplan, tot een roeping, tot een bediening, tot een positie op aarde. Daaruit volgt niet dat elk individu zalig was. Het begrip uitverkiezing heeft in de Schrift dus een doelgerichte, verbondsmatige en heilshistorische lading. Juist daarom is het zo verkeerd om het begrip meteen te versmallen tot een filosofische formule over individuele hemelbestemming.

Paulus laat in Romeinen 9 tot 11 ook zien dat Gods Woord niet is uitgevallen, en dat niet allen Israël zijn die uit Israël zijn.

“Niet, dat het woord Gods ware uitgevallen; want die zijn niet allen Israël, die uit Israël zijn.” Romeinen 9:6 (STV)

Dat betekent: je moet Bijbelse termen Bijbels laten spreken. Niet ieder gebruik van verkiezing betekent hetzelfde. Maar overal blijft staan dat God Zijn plan uitvoert in overeenstemming met Zijn beloften, Zijn verbondstrouw en uiteindelijk in Christus.

 

Geloof en verantwoordelijkheid in de Bijbel

Zodra iemand kritiek uit op een fatalistische uitverkiezingsleer, komt meestal snel de tegenwerping: dan maakt u de mens bepalend. Maar dat is een valse tegenstelling. De Schrift leert voluit dat de zaligheid uit Genade is. Tegelijk roept zij de mens werkelijk tot geloof en bekering.

“Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave.” Efeze 2:8 (STV)

Maar dezelfde Schrift zegt ook:

“Bekeert u, en gelooft het Evangelie.” Markus 1:15 (STV)

En:

“Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden, gij en uw huis.” Handelingen 16:31 (STV)

Die oproepen zijn geen toneelstuk. Dat zijn geen bevelen aan mensen die eigenlijk niets anders kunnen doen dan passief afwachten of zij misschien ooit in aanmerking komen. God spreekt werkelijk. God roept werkelijk. God beveelt alle mensen overal dat zij zich bekeren.

“God dan, de tijden der onwetendheid overzien hebbende, verkondigt nu allen mensen alom, dat zij zich bekeren.” Handelingen 17:30 (STV)

De verantwoordelijkheid van de mens is dus echt. Het ongeloof van de mens is ook echt zijn schuld. Jezus zegt niet: gij kunt onmogelijk komen omdat gij niet op een lijst staat.

Hij zegt:

“En gij wilt tot Mij niet komen, opdat gij het leven moogt hebben.” Johannes 5:40 (STV)

Dáár ligt de schuld. Niet in het Evangelie. Niet in Christus. Niet in de oprechtheid van Gods roepstem. Maar in de halsstarrigheid van het menselijke hart.

 

Romeinen 8 is troost in Christus, geen recept voor wanhoop

Romeinen 8 wordt vaak aangevoerd alsof het een onwrikbaar filosofisch stappenplan zou zijn dat mensen naar binnen moet laten kijken. Maar Paulus schrijft het juist om gelovigen in Christus te vertroosten.

“Want die Hij te voren gekend heeft, die heeft Hij ook te voren verordineerd, den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zij onder vele broederen.” Romeinen 8:29 (STV)

Ook hier staat Christus centraal. Het doel is dat Hij de Eerstgeborene zou zijn onder vele broederen. God werkt dus naar een Christusvormig einddoel. Het gaat om Gods voornemen met Zijn Zoon en met allen die aan Hem verbonden zijn.

Daarom klinkt vervolgens:

“Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt.” Romeinen 8:33 (STV)

Waarom kan niemand aanklagen? Omdat de gelovige in Christus is. Waarom kan niemand verdoemen? Omdat Christus gestorven is, opgewekt is en aan Gods rechterhand is.

“Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt.” Romeinen 8:34 (STV)

Kijk wat Paulus doet. Hij stuurt de gelovige niet naar een verborgen besluit achter Christus, maar naar Christus Zelf. Daar ligt de zekerheid. Niet in speculatie, maar in de Middelaar. Niet in een schema, maar in de levende Heere.

 

De pastorale ramp van verkeerd spreken over uitverkiezing

Hier wordt het werkelijk ernstig. Want een verkeerde uitverkiezingsleer is niet alleen een exegetische fout. Zij kan zielen kapotmaken.

Hoeveel mensen zijn niet grootgebracht met de gedachte dat zij vooral niet te snel mochten geloven? Dat de beloften misschien niet voor hen waren? Dat zij eerst moesten wachten op een bijzonder bewijs dat God persoonlijk met hen bezig was? Dat Christus niet eenvoudig mocht worden aangenomen op Zijn Woord? Dat men vooral geen “algemene” nodiging te ruim moest maken?

Dat is geestelijk gif.

Want zo wordt de blik van de zondaar afgewend van Christus. Zo wordt het evangelie verdacht gemaakt. Zo worden zoekende mensen niet eenvoudig gewezen op de Heere Jezus, maar vastgezet in een kring van zelfonderzoek, twijfel en vrome wanhoop.

Maar wat zegt de Heere Jezus?

“En dit is de wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft, dat een iegelijk, die den Zoon aanschouwt, en in Hem gelooft, het eeuwige leven hebbe; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.” Johannes 6:40 (STV)

Dat is niet gesloten. Dat is niet mistig. Dat is niet dubbelzinnig. Dat is een geopende Christus voor verlorenen.

En nog krachtiger:

“Al wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen; en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.” Johannes 6:37 (STV)

Let daarop. De mens die komt, wordt niet teruggestuurd met de boodschap dat hij eerst moet uitzoeken of hij wel uitverkoren is. Christus zegt: “die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.” Daar hoort het geloof op te rusten.

 

Bijbels spreken over uitverkiezing bewaart zowel Gods eer als de oproep van het Evangelie

De kracht van de Schrift is dat zij geen tegenstelling maakt waar mensen die maken. God is soeverein. De mens is verantwoordelijk. Christus is de Uitverkorene. De gelovige deelt in Zijn verkiezing. Het evangelie moet aan alle creaturen gepredikt worden. Ieder die gelooft, heeft het eeuwige leven.

Dat is geen menselijke logica, maar Bijbelse volheid.

De fout ontstaat pas wanneer men één lijn zo doordrukt dat alle andere lijnen worden weggevaagd. Wie alleen nog over soevereiniteit spreekt en de oprechte nodiging van het evangelie praktisch uitschakelt, predikt niet meer zoals de Schrift spreekt. Maar wie uit angst voor misbruik Gods verkiezend handelen ontkent, doet evenmin recht aan het Woord.

De Schrift houdt beide vast. Maar zij doet dat altijd met Christus in het midden.

Paulus schrijft:

“Maar uit Hem zijt gij in Christus Jezus, Die ons geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing.” 1 Korinthe 1:30 (STV)

En opnieuw:

“Gezegend zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus.” Efeze 1:3 (STV)

Daar ligt de rijkdom. Niet in een scholastiek systeem. Niet in het eindeloos ontwarren van menselijke redeneringen. Maar in Christus.

 

De vraag die er toe doet

U hoeft niet in Gods verborgen raad te kijken. Dat kunt u niet. U hoeft geen decreten open te breken. U hoeft geen geheim register in te zien. U wordt geroepen om te doen wat God in Zijn Woord van u vraagt: te luisteren naar Zijn Zoon, u te bekeren, en te geloven in het evangelie.

De vraag is dus niet: hoe kom ik achter een verborgen lijst?

De vraag is: wat doet u met Christus?

Want buiten Hem is er geen leven. Buiten Hem is er geen rechtvaardigheid. Buiten Hem is er geen vrede met God. Buiten Hem blijft alleen schuld en oordeel over. Maar in Hem ligt alles wat de zondaar nodig heeft.

“Die den Zoon heeft, die heeft het leven; die den Zoon van God niet heeft, die heeft het leven niet.” 1 Johannes 5:12 (STV)

Daarom is de zaak tegelijk eenvoudig en ernstig. Niet eenvoudig in de zin van oppervlakkig. Maar eenvoudig in de zin van helder. God heeft Zijn Zoon gegeven. God heeft Zijn evangelie laten verkondigen. God roept. God beveelt. God belooft. En de mens die zich daartegen verhardt, zal niet kunnen zeggen dat de deur dicht was. Hij heeft de deur zelf geweigerd binnen te gaan.

 

De enige veilige plaats: in Christus

De leer van de uitverkiezing is in de Bijbel geen koude kelder waar zoekende zielen in opgesloten moeten worden. Zij is een hemels venster waardoor Gods genade in Christus des te heerlijker schittert. Maar zodra mensen die leer losmaken van de Zoon van God, maken zij er iets duisters van. Dan wordt troost een bedreiging. Dan wordt zekerheid een raadsel. Dan wordt evangelie een gesloten systeem.

Dat moet radicaal worden afgewezen.

Christus is Gods Uitverkorene. En wie in Hem is, deelt in alles wat God in Hem heeft weggelegd. Dáár ligt de troost. Dáár ligt de zekerheid. Dáár ligt de rijkdom van Gods voornemen. Niet in een verborgen schema achter Christus, maar in Christus Zelf.

Daarom: houd op met turen in de nevel van menselijke systemen. Houd op met luisteren naar stemmingen die u van de Zaligmaker afleiden. Houd op met het verwarren van Bijbelse verkiezing met heidens noodlot.

Zie op de Zoon.

Buig voor Gods Woord.

Geloof het Evangelie.

Want de vraag die u eenmaal zal veroordelen of redden, is niet of u genoeg over uitverkiezing hebt kunnen redeneren. De vraag is wat u gedaan hebt met de Here Jezus Christus, de Uitverkorene van God.

zie ook:

De uitverkiezingsleer en de dubbele uitverkiezing in het licht van de Bijbel – Bijbelse basis

Bekering: Geloof als levensveranderende persoonlijke keuze – Bijbelse basis

Kritiek op het Calvinisme – Bijbelse basis

Ben ik wel uitverkoren? – Bijbelse basis

Extern:

De Gemeente als Tempel – Alleen Geloof

 

De uitverkiezingsleer en de dubbele uitverkiezing in het licht van de Bijbel

We betreden hier heilige grond. Het gaat over Gods soevereiniteit, over redding, over verantwoordelijkheid, over eeuwigheid. Het is daarom van groot belang dat wij niet beginnen bij een systeem, maar bij de Schrift zelf.

Niet wat Augustinus, Calvijn of Dordt hebben geconcludeerd, maar wat er geschreven staat.

Wat bedoelt men met uitverkiezing?

Met uitverkiezing bedoelt men dat God vóór de grondlegging der wereld mensen heeft uitverkoren tot zaligheid.

De klassieke hoofdtekst luidt:

“Efeze 1:4 — Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem vóór de grondlegging der wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor Hem in de liefde.” (STV)

Let nauwkeurig op wat er staat:

  • De uitverkiezing is in Hem
  • Het doel is heiligheid
  • Het gaat om een positie in Christus

Er staat niet dat mensen los van Christus individueel geselecteerd zijn. De verkiezing is christocentrisch.

Wie in Christus is, deelt in wat God vóór de grondlegging der wereld heeft vastgesteld.

Wat is dubbele uitverkiezing?

Dubbele uitverkiezing leert dat:

  • God sommigen actief heeft uitverkoren tot zaligheid
  • God anderen actief heeft uitverkoren tot verwerping

Met andere woorden: sommigen zouden zijn bestemd om gered te worden, anderen zijn bestemd om verloren te gaan, nog vóór hun bestaan.

Maar leert de Schrift dit werkelijk?

Gods geopenbaarde wil

De Schrift spreekt opvallend helder over Gods verlangen:

“1 Timotheüs 2:4 — Welke wil dat alle mensen zalig worden en tot kennis der waarheid komen.” (STV)

“2 Petrus 3:9 — De Heere vertraagt de belofte niet (gelijk sommigen dat traagheid achten), maar is lankmoedig over ons, niet willende dat enigen verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen.” (STV)

Deze teksten spreken niet over een verborgen wil, maar over Gods geopenbaarde hart.

God wil dat allen behouden worden.

Dát is geen randtekst.

Dát is conform de Schrift.

Het universele aanbod van het Evangelie

Het Evangelie wordt zonder beperking aangeboden:

“Johannes 3:16 — Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.” (STV)

“De wereld.”
“Een ieder die gelooft.

Er staat niet: een ieder die uitverkoren is.
De nadruk ligt op geloof.

Even verder:

“Johannes 3:18 — Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van God.” (STV)

De grond van veroordeling is ongeloof.

Niet een gebrek aan verkiezing.

Romeinen 9: sleuteltekst of misbruikte tekst?

Vaak wordt Romeinen 9 naar voren geschoven als bewijs voor dubbele uitverkiezing.

“Romeinen 9:18 — Zo ontfermt Hij Zich dan diens Hij wil, en verhardt dien Hij wil.” (STV)

Maar wat is de context?

Paulus bespreekt hier Gods heilsweg met Israël en de volkeren. Het gaat over Gods recht om Zijn heilshistorisch plan te ontvouwen zoals Hij wil.

Farao wordt genoemd.

Maar lees zorgvuldig:

“Exodus 8:15 — Maar Farao ziende dat er verademing was, verzwaarde zijn hart…” (STV)

En later:

“Exodus 9:12 — Doch de HEERE verstokte het hart van Farao…” (STV)

Eerst verhardt Farao zichzelf.
Daarna bevestigt God die houding.

Dat is iets anders dan een vooraf vastgestelde verdoemenis zonder verantwoordelijkheid.

Romeinen 9 leert Gods soevereiniteit, maar het ontkent nergens menselijke verantwoordelijkheid.

Verkiezing in relatie tot Israël en de Gemeente

De Schrift spreekt ook over verkiezing op collectief niveau.

“Deuteronomium 7:6 — Want gij zijt een heilig volk den HEERE, uw God; u heeft de HEERE, uw God, verkoren…” (STV)

Israël is verkoren als volk.

Maar niet elke Israëliet was automatisch behouden. Verkiezing tot een positie in Gods plan is niet hetzelfde als individuele verantwoordelijkheid

Zo ook met de Gemeente: zij is uitverkoren in Christus. Het gaat om positie in Hem.

Gods soevereiniteit en menselijke verantwoordelijkheid

De Schrift houdt beide lijnen vast zonder ze te reduceren.

Aan de ene kant Gods voornemen:

“Romeinen 8:29 — Want die Hij tevoren gekend heeft, die heeft Hij ook tevoren verordineerd, den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn…” (STV)

Aan de andere kant de oproep:

“Handelingen 16:31 — En zij zeiden: Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden, gij en uw huis.” (STV)

De oproep is werkelijk.
De verantwoordelijkheid is werkelijk.
De keuze wordt werkelijk voorgehouden.

Geen mens kan later zeggen: ik wilde wel, maar God had mij niet uitverkoren.

Wat leert de Schrift níet?

Er staat nergens:

  • Dat God mensen heeft geschapen om hen te verdoemen
  • Dat Christus niet voor de wereld zou zijn gestorven
  • Dat God iemand verhindert om tot geloof te komen
  • Dat iemand verloren gaat omdat hij niet uitverkoren was

De verlorenheid wordt consequent verbonden aan ongeloof.

Maar:

De Schrift leert:

God is soeverein.
God heeft een heilsplan vóór de grondlegging der wereld.
De verkiezing is in Christus.
Het heil is universeel aangeboden.
De mens is verantwoordelijk om te geloven.

Dubbele uitverkiezing zoals systematisch uitgewerkt in latere theologie gaat uit boven wat de Schrift expliciet zegt.

Wij moeten oppassen dat wij geen conclusies trekken die de Schrift zelf niet trekt.

De Bijbelse uitverkiezing is geen koude fatalistische leer.
Deze s verankerd in Christus.

Wie gelooft, ontdekt achteraf dat hij deel heeft aan wat God reeds vóór de grondlegging der wereld heeft voorgenomen.

En wie verloren gaat, gaat verloren vanwege ongeloof.

Dát is de duidelijke lijn van de Schrift.

Laten we daarom het Evangelie vrijmoedig prediken aan allen.
En tegelijk Gods soevereiniteit erkennen zonder haar filosofisch te systematiseren.

Onderzoek zelf als een Bereeër.
Vergelijk Schrift met Schrift.
En blijf dicht bij wat er geschreven staat.

lees ook:

Calvinisme en de Bijbel: de leer getoetst

Schrift en belijdenis?

Verkeerd gebruikte en/of begrepen teksten

Ben ik wel uitverkoren?

Kritiek op het Calvinisme

“Ja maar, die uitverkiezing.” Zolang u Hem niet hebt aangenomen hebt u daar niets mee te maken.

Calvinisme en Islam: predestinatie en uitverkiezing

Romeinen 9 en uitverkiezing

Romeinen 9 en uitverkiezing (2)

 

Bekering: Geloof als levensveranderende persoonlijke keuze

In “de Saambinder”, het orgaan van de Gereformeerde Gemeenten stond een korte artikelenreeks (hulp bij het lezen van Gods Woord) van de hand van ds. D. de Wit.

In dit artikel wil ik ingaan op deel 2, “Christus aannemen”, zoals gepubliceerd in de Saambinder van 05-12-2024. En daarna verkennen hoe het zit met aannemen en bekeren.

“Zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven.” – Johannes 1:12

De ds. fileert de teks uit Johannes 1:12 meteen en volledig door de kerkleer der uitverkiezing er rucksichtlos overheen te gooien.

Gewoon lezen en geloven wat er staat komt eenvoudig niet voor in de denkwereld van deze ds. De Kanttekeningen worden er aan hun lange oude haren bijgesleept in een poging dit Schriftwoord van zijn kracht te beroven. De drempel naar het heil wordt zó opgehoogd, dat de lezer wordt geacht apatisch in zijn ‘fatale doodsstaat’ te blijven hangen. Want Hem aannemen, dat kán eigenlijk helemaal niet…….

Lees en huiver:

In een tijd waarin geloof vaak als een complex systeem van regels en rituelen wordt voorgesteld, dringt één eenvoudige waarheid zich op: het Evangelie roept mensen niet op tot prestatie, maar tot een beslissing. Geen handeling, geen verdienste, maar een antwoord. Dit artikel onderzoekt diepgaand de fundamentele Bijbelse lijn van bekering, wedergeboorte, het aannemen van Gods Woord, en het ontvangen van nieuw leven – zoals beschreven in het nieuwe Testament door onder anderen de apostelen als Petrus en Paulus. De nadruk ligt niet op theologische leerstellingen, maar op wat het praktisch betekent om te geloven en wat de gevolgen daarvan zijn.


🕊️ Het Evangelie: vrijheid door de Opstanding

De prediking van Petrus in Handelingen 2 vormt het hart van het Evangelie: Jezus Christus is gestorven, begraven, en opgestaan. Dat feit vormt de basis voor de hele oproep tot bekering. Zijn opstanding was niet alleen een historisch wonder, maar het begin van een nieuwe schepping. Die oproep is geen vage religieuze aanmoediging, maar een directe uitnodiging tot overgave aan het Woord van God.

Petrus confronteert zijn toehoorders met hun verantwoordelijkheid: “Wat moeten wij doen?” De boodschap is helder: bekeert u en laat u dopen. Hier ligt het zwaartepunt niet op externe handelingen, maar op een innerlijke beslissing: geloven is aannemen wat God aanbiedt.


🙏 Wat is Bekering ECHT?

Bekering betekent in de Bijbelse context dat je stopt met vertrouwen op jezelf, op je eigen dan wel geleende filosofie, en op religieuze werken. Het is het afleggen van eigen wijsheid en argumentatie. Het is niet een poging om jezelf aanvaardbaar te maken voor God, maar het opgeven van al die pogingen. Bekering is daarom diep bevrijdend: het betekent dat de mens niet langer hoeft te presteren, maar mag ontvangen.

Volgens de Schrift is bekering het stoppen met iets, niet het doen van iets. Dit staat haaks op veel hedendaagse theologische opvattingen die bekering verpakken in emotie, berouw of mystieke ervaring. De Bijbel zegt simpelweg: geloof het Woord.


✨ Geloven = aannemen = ontvangen

Geloven is niets anders dan aanvaarden. Vertrouwen op de medegedeelde boodschap. Een mens hoort het Woord van God en zegt: “Ja, dat is waar.” Dat is geloof. Wie gelooft, ontvangt nieuw leven: het leven van Christus Zelf. Die persoon wordt meteen kind van God, wedergeboren door de Geest.

Het Woord is als een geschenk dat aangereikt wordt. Je hoeft niets te doen behalve het aan te nemen. Zeg je “ja”, dan ontvang je het Leven. Zeg je “nee”, dan blijft het Leven buiten je bereik.


🏛 Toegevoegd aan de Gemeente

Na het aannemen van het Woord voegt de Heer de gelovige toe aan Zijn Gemeente. Niet op basis van religieuze status, maar door geloof in het Evangelie. Dit is een voltooide handeling van God: Hij voegt toe wie gelooft. Dat betekent ook dat de Gemeente geen menselijke organisatie is, maar een geestelijk lichaam gevormd door wedergeboren gelovigen.


🧱 Gods verkiezing is openbaar

Uitverkiezing is geen geheim plan van God waarbij sommige mensen wél gered (mogen) worden en anderen niet. Integendeel: de Schrift leert dat God degene kiest die gelooft. Gelovigen zijn dus per definitie uitverkoren. Ongelovigen niet. Dat is niet wreed of willekeurig – het is eenvoudig, logisch en rechtvaardig.

Gods uitnodiging is universeel, Zijn selectie is op basis van aanvaarding van Zijn Woord. Niemand wordt buitengesloten, behalve diegenen die Zelf weigeren aan te nemen wat God aanbiedt.


🔥 De geestelijke mens vs. de natuurlijke mens

1 Korinthe 2 legt een cruciaal verschil bloot tussen de “natuurlijke mens” (de mens die leeft naar zintuig, ervaring en filosofie) en de “geestelijke mens” (de wedergeborene). De eerste verstaat niet wat van God is – het is hem dwaasheid. Alleen wie de Geest ontvangt, kan geestelijke dingen verstaan.

Dit verklaart waarom Bijbelse waarheden vaak botsen met menselijke logica. De Bijbel is geen filosofisch werk, maar een geestelijk boek. Het vereist geestelijk verstaan, en dat begint bij bekering.


🛡️ Blijf bij het Evangelie

De oproep tot volharding klinkt in 1 Korinthe 15: “…het Evangelie dat gij aangenomen hebt… door hetwelk gij ook zalig wordt, indien gij het behoudt…” Geloven is één ding, maar het blijven geloven is essentieel. Niet om behouden te blijven door inspanning, maar omdat het Woord je bron van leven wordt. Loslaten betekent je geestelijke voedselbron afsnijden.


❤️ Liefde voor de Waarheid

De meest schrijnende reden dat mensen verloren gaan, is volgens 2 Thessalonicenzen 2 “omdat zij de liefde der waarheid niet aangenomen hebben.” Niet omdat ze geen kans kregen. Niet omdat God hen afwees. Maar omdat ze niet wilden. Geen liefde voor waarheid betekent openstaan voor leugen.

In tijden van verwarring, fake news en ideologische leegheid is liefde voor de waarheid het enige dat redt. De waarheid is geen abstract ding, maar een Persoon: Christus. Hem aanvaarden is waarheid aanvaarden.


🌍 Verzoening: God vraagt het ons

“Laat u met God verzoenen.” Het klinkt vreemd, maar deze oproep komt niet van de mens naar God – maar van God naar de mens. God bidt jou, via Zijn Woord: neem Mijn aanbod aan. Hij heeft alles gedaan – door Christus’ dood, door Zijn opstanding – nu vraagt Hij een antwoord. Geen smeekbede om liefde, maar een serieuze uitnodiging tot gemeenschap.


🧭 Kennis der waarheid = Zaligheid

Kennis is niet alleen informatie. In Bijbelse zin is “kennen” altijd relatie. Je leert het Woord niet alleen weten, maar je gaat er in leven. Je wordt Zijn eigendom, en het wordt het jouwe. Naarmate je het Woord begrijpt, vorm je er een eenheid mee. In die mate word je zalig.


🌟 Tot slot: De Enige Weg

Er is één Weg, één Waarheid, één Leven – en dat is Jezus Christus. Geen andere naam, geen andere boodschap, geen ander fundament. Hij is niet één van de vele opties. Hij ís de enige. Alle religies, ideologieën en theorieën die dat ontkennen, zijn slechts vermomde afleidingen.

De conclusie is eenvoudig: Geloof is aannemen. Niet meer, niet minder. Het is de meest eerlijke, persoonlijke, vrije keuze die je ooit zult maken – en de enige die eeuwig telt.

“Die dan Zijn woord gaarne aannamen, werden gedoopt; en er werden op dien dag tot hen toegedaan omtrent drie duizend zielen.” – Handelingen 2:41

“Bekeert u, en een ieder van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.” – Handelingen 2:38

“Laat u met God verzoenen.” – 2 Korinthe 5:20

“De mensen die verloren gaan hebben ‘de liefde der Waarheid niet aangenomen, om zalig te worden’.” – 2 Thessalonicenzen 2:10

Geloven is niets vaags of onzekers… geloven is aannemen.

Romeinen 9 en uitverkiezing (2)

Romeinen 9 is een van de meest controversiele hoofdstukken in de Bijbel. Dat komt door de uitspraak:

Gelijk geschreven is: Jakob heb Ik liefgehad, en Ezau heb Ik gehaat.

Romeinen 9:13

“Haat”

Om dit beter te begrijpen, is het belangrijk om te kijken naar hoe de Bijbel het woord ‘haat’ gebruikt. Vaak betekent het niet letterlijk afwijzing, maar eerder een voorkeur. Jezus zegt bijvoorbeeld in Lucas 14:26 dat wie Hem wil volgen, zijn vader en moeder moet haten. Natuurlijk bedoelt Hij niet dat we onze familie moeten verafschuwen. Hij stelt dat onze toewijding aan Hem groter moet zijn dan aan wie dan ook. Op dezelfde manier kan Gods “haat” voor Esau worden gezien als een manier om Zijn keuze voor Jacob te benadrukken. Wat dus niet betekent dat Esau werd veroordeeld al voordat hij geboren was.

Redding of roeping

Daarnaast is de vraag of dit vers over redding of over een specifieke roeping gaat van groot belang. Vaak wordt aangenomen dat God Jacob uitkoos voor de hemel en Esau voor de hel. Maar als je kijkt naar de bredere context, zie je dat deze uitspraak niet alleen over de twee broers gaat. Het gaat primair over de volken die uit hen voortkwamen: Israël en Edom. In Genesis 25 zegt God tegen Rebekka dat er twee naties in haar baarmoeder zijn en dat de oudste de jongste zal dienen. Dit maakt duidelijk dat de woorden over Jacob en Esau niet alleen over hen als personen gaan, maar vooral over hun nakomelingen.

Dit wordt nog duidelijker als je beseft dat Paulus in Romeinen 9 citeert uit het boek Maleachi. Daar spreekt God over het lot van de Edomieten. Dat is het volk dat van Esau afstamt. Deze woorden werden uitgesproken 1500 jaar na de dood van Esau en hebben niets te maken met een voorbestemde afwijzing van Esau als individu. Het gaat hier om Gods oordeel over de Edomieten als natie.  Zij waren Israël vijandig gezind waren en hebben hen hen meerdere keren aangevallen en naar het leven gestaan.

Willekeur of reden

Dat brengt ons bij de vraag of Gods keuze volledig willekeurig was, of dat er een reden achter zat. Sommige theologen (Calvinisme) stellen dat God zonder enige reden bepaalde mensen kiest voor redding en anderen voor verdoemenis. Maar als je kijkt naar de bredere Bijbelse context, zie je dat Gods oordeel vaak gebaseerd is op het hart, de houding en daden van mensen en volken. In Maleachi wordt Gods veroordeling van Edom gekoppeld aan hun agressie tegen Israël. Dit sluit mooi aan bij de belofte die God aan Abraham gaf: “Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken.” Dit laat zien dat Gods oordeel over Esau en de Edomieten niet willekeurig was, maar een reactie op hun daden.

Op grond van geloof

De kern van Romeinen 9 draait niet om wie voorbestemd is voor de hemel en wie voor de hel. Paulus legt uit dat Gods soevereiniteit bepaalt hoe Zijn verbond tot stand komt. De Israëlieten dachten dat ze automatisch recht hadden op Gods zegen, simpelweg omdat ze afstammelingen waren van Abraham. Paulus corrigeert dat idee door te laten zien dat God Zijn plan niet baseert op afkomst of menselijke inspanningen, maar op Zijn eigen belofte en keuze. Hij bepaalt wie onderdeel wordt van Zijn verbond. Dat is niet door werken, maar op grond van geloof.

Voor alle mensen

Dit betekent niet dat God willekeurig mensen uitsluit van Zijn genade. De hele Bijbel laat zien dat Hij liefdevol en rechtvaardig is, en dat Hij wil dat alle mensen tot bekering komen. De nadruk in Romeinen 9 ligt hier op, dat Gods plan niet wordt beperkt door menselijke inspannningen of verwachtingen. Hij werkt op een manier die soms verrassend en onbegrijpelijk kan lijken, maar die uiteindelijk altijd gericht is op Zijn grotere doel: redding en verzoening voor de wereld. Door deze Bijbeltekst in de juiste context te laten staan, wordt duidelijk dat Gods liefde en rechtvaardigheid perfect samengaan. Hij kiest mensen en volken voor specifieke taken of doelen. Zijn uiteindelijke doel is om Zijn genade bekend te maken. Het gaat hier niet over een ondoorgrondelijke, willekeurige veroordeling van sommige mensen, maar over de manier waarop God Zijn belofte aan en via Abraham vervult en Zijn reddingsplan uitvoert.

Romeinen 9 en uitverkiezing

In deze blog duiken we in de boodschap van de video van Sam Shamoun over Romeinen 9, waarin hij een diepgaande exegese van de tekst geeft en zich richt op de leerstellige implicaties. De video bespreekt vooral hoe Romeinen 9 vaak wordt misbegrepen, met name in relatie tot doctrines zoals het calvinisme, en hoe Paulus in werkelijkheid een veel bredere boodschap over Gods genade en rechtvaardigheid verkondigt.

Paulus’ hartzeer over Israël

De passage begint met Paulus die verklaart dat hij diepe droefheid en onophoudelijke pijn in zijn hart heeft (Romeinen 9:1-5). Hij is zo begaan met zijn volksgenoten, de Israëlieten, dat hij bereid zou zijn om zelf vervloekt en afgescheiden van Christus te worden als dat zou betekenen dat zij gered zouden worden. Dit toont een intense, opofferende liefde – en roept direct een vraag op:

Als Paulus zo veel van Israël houdt, hoe kan het dan dat God hen lijkt te hebben verworpen?

Calvinistische theologen, zoals James White, stellen dat God alleen de uitverkorenen liefheeft en dat Christus alleen voor hen gestorven is. Maar als dat waar is, waarom heeft Paulus dan een diepere liefde voor de verloren Israëlieten dan, zo lijkt het, God zelf?

Paulus begint hier een verborgenheid te ontrafelen: als Israël zoveel zegeningen van God heeft ontvangen (het zoonschap, de glorie, de verbonden, de wet, de eredienst, de beloften, en zelfs Christus zelf die uit Israël kwam), hoe kunnen zij dan zijn verworpen? Heeft God gefaald?

De betekenis van Gods uitverkiezing

Paulus stelt in Romeinen 9:6-13 dat niet alle Israëlieten echt Israël zijn. Dit betekent dat fysieke afstamming niet voldoende is om deel uit te maken van Gods verbondsvolk. In plaats daarvan worden alleen degenen die geloven in Christus ware kinderen van Abraham.

Hij gebruikt Isaak en Ismaël als voorbeeld: hoewel beide zonen van Abraham waren, werd alleen Isaak de zoon van de belofte. Evenzo, binnen Isaaks nageslacht, werd Jacob gekozen boven Esau, niet vanwege goede of slechte daden, maar omdat God besloot door hem te werken.

Maar betekent dit dat God willekeurig mensen kiest voor redding en anderen veroordeelt tot verwerping? Hier betoogt de spreker van de video dat dit niet het geval is.

De keuze van Jacob boven Esau gaat niet over individuele redding, maar over nationale roeping: God koos Jacob (Israël) als het volk waardoor de Messias zou komen, niet omdat Hij Esau en zijn nageslacht haatte in absolute zin.

Gods Genade en rechtvaardigheid

Romeinen 9:14-18 stelt de vraag: Is God onrechtvaardig? Paulus antwoordt: Zeker niet! Hij citeert Exodus 33:19, waarin God zegt: “Ik zal genadig zijn voor wie ik genadig ben en barmhartig voor wie ik barmhartig ben.” Dit wordt vaak door calvinisten gebruikt om te zeggen dat God willekeurig mensen kiest voor redding, maar is dat wel wat Paulus bedoelt?

De context laat zien dat Gods genade niet exclusief is voor de uitverkorenen, maar dat Hij vrij is om Zijn barmhartigheid te tonen aan iedereen.

Paulus gebruikt ook het voorbeeld van de Farao, over wie God zegt: “Ik heb u opgewekt, opdat ik mijn kracht in u zou tonen.” Sommigen zien dit als bewijs dat God mensen voorbestemt tot verharding. Maar de video benadrukt een cruciaal punt:

God verhardde de Farao’s hart door hem genade te tonen! Elke keer dat God een plaag wegnam en de Farao de kans gaf om Israël vrij te laten, weigerde hij. De hardheid kwam als reactie op Gods goedheid.

Dit principe geldt voor iedereen: als iemand Gods genade blijft verwerpen, kan die persoon uiteindelijk verhard worden. Dit is niet gedwongen verwerping, maar een zelfgekozen proces.

Vaten van barmhartigheid en vaten van toorn

Romeinen 9:19-24 spreekt over de pottenbakker en de klei. Veel calvinisten gebruiken dit om te zeggen dat God sommige mensen voorbestemt tot vernietiging en anderen tot redding. Maar is dat wat Paulus bedoelt?

Jeremia 18, waar de pottenbakker-metafoor vandaan komt, laat zien dat God natiën kan omvormen op basis van hun reactie. Als een volk zich bekeert, zal God zich ontfermen. Dit betekent dat de “vaten van toorn” niet willekeurig voorbestemd zijn, maar worden gevormd door hun eigen ongeloof en opstandigheid.

Daarom wordt een “vat van toorn” niet gemaakt door Gods decreet, maar door een voortdurende afwijzing van Gods genade.

De vaten van barmhartigheid zijn niet willekeurig gekozen individuen, maar zij die Gods genade in geloof ontvangen.

Het einde van Romeinen 9: geloof als de sleutel

Paulus sluit hoofdstuk 9 af met een duidelijke conclusie:

“De heidenen die de gerechtigheid niet zochten, hebben gerechtigheid verkregen, namelijk de gerechtigheid die uit geloof is. Maar Israël, dat een wet tot gerechtigheid najaagde, heeft de wet niet bereikt.” (Romeinen 9:30-32)

Hier maakt Paulus duidelijk dat het niet gaat om voorbestemming zonder geloof, maar dat geloof de sleutel is.

Het probleem met Israël was niet dat ze niet uitverkoren waren, maar dat ze probeerden gerechtigheid te verkrijgen door de wet in plaats van door geloof in Christus.

Gods plan is voor iedereen

De video laat zien dat Romeinen 9 niet over een rigide calvinistische predestinatie gaat, maar over Gods soevereine keuze om door Israël te werken om uiteindelijk genade aan de hele wereld aan te bieden.

God verwerpt niemand willekeurig, maar biedt genade aan iedereen. De ware Israëlieten zijn niet degenen die fysiek afstammen van Abraham, maar zij die in Christus geloven.

Belangrijk

✔ Gods verkiezing in Romeinen 9 gaat over nationale roeping, niet individuele predestinatie.
✔ Farao’s hardheid was zijn eigen schuld; Gods genade werd verworpen.
✔ Vaten van barmhartigheid worden gevormd door geloof, vaten van toorn door ongeloof.
✔ Gods genade is voor iedereen beschikbaar – wie gelooft, ontvangt het.

Kortom: Romeinen 9 is een krachtige boodschap van hoop, geen bewijs voor een strenge, willekeurige predestinatie.

Gods liefde en Genade zijn bestemd voor iedereen die bereid is te geloven!

Kritiek op het Calvinisme

Het calvinisme is een invloedrijke stroming binnen het christendom die diepgeworteld is in de protestantse traditie. Het leert dat God soeverein alle gebeurtenissen heeft bepaald, inclusief de redding van individuen, en dat de mens volledig afhankelijk is van Gods genade.  In een recente video van Warren McGrew, presentator van het YouTube-kanaal Idol Killer, wordt het calvinisme benoemd als een schadelijke en misleidende leer die het christelijke geloof verdraait en het evangelie onjuist presenteert. Dieze blog analyseert McGrew’s argumenten tegen het calvinisme en onderzoekt de bredere implicaties van deze theologische discussie.

Calvinisme is een vervorming van het Evangelie

Een van de kernpunten van McGrew’s kritiek is dat het calvinisme een verdraaiing is van de oorspronkelijke christelijke boodschap. Volgens hem presenteert deze leer God als een wezen dat alle gebeurtenissen vooraf heeft bepaald, inclusief kwaad en zonde. Dit is problematisch omdat het een beeld van God schetst als iemand die niet werkelijk rechtvaardig is, maar eerder een meesterplanner van zowel goed als kwaad.

Calvinisten verdedigen hun standpunt vaak met de doctrine van predestinatie, (uitverkiezing) waarbij wordt gesteld dat God vooraf heeft bepaald wie gered zal worden en wie verloren zal gaan. Dit zou betekenen dat sommige mensen gedoemd zijn tot de hel zonder dat ze daar zelf iets aan kunnen doen. McGrew verwerpt deze interpretatie als onbijbels en moreel verwerpelijk. Hij stelt dat het evangelie in essentie een boodschap van liefde en redding voor iedereen is, niet alleen voor een selecte groep.

Daarnaast wijst hij op de historische context van het calvinisme. Hij stelt dat veel van de kernconcepten van deze leer, zoals de erfzonde en totale verdorvenheid, niet rechtstreeks uit de Bijbel komen, maar voortkomen uit de leer van Augustinus van Hippo. Deze ideeën, die pas ongeveer 500 jaar na Christus wijdverbreid werden, zouden daarom niet als oorspronkelijke christelijke doctrines mogen worden beschouwd.

Indoctrinatie en het gevaar van tunnelvisie

Een ander belangrijk punt dat McGrew aanhaalt, is hoe het calvinisme zich verspreidt via indoctrinatie, vooral binnen gezinnen en kerken waar eenzijdige theologische opvoeding wordt gegeven. Hij merkt op dat veel jonge calvinisten opgroeien in een omgeving waar alternatieve theologische perspectieven worden genegeerd of zelfs als gevaarlijk worden bestempeld. Hierdoor ontstaat een situatie waarin men ervan overtuigd is de absolute waarheid te bezitten, zonder open te staan voor kritiek of nuance.

Dit leidt volgens McGrew tot een “indoctrinatie-vibe” waarbij gelovigen niet worden aangemoedigd om zelf op zoek te gaan naar waarheid, maar simpelweg de dogma’s aannemen die hen worden geleerd. Hij verwijst in dit kader naar de YouTuber Messenger for Truth, die zichzelf als orthodox christen beschrijft en claimt enkel de oorspronkelijke apostolische leer te volgen. Toch verdedigt hij tegelijkertijd het calvinisme, dat pas vele eeuwen na Christus volledig is ontwikkeld. Dit toont volgens McGrew de interne tegenstrijdigheid van calvinistische theologie: het presenteert zich als puur en bijbels, terwijl het in werkelijkheid veel latere toevoegingen en interpretaties bevat.

Calvinisme als hindernis  voor evangelisatie en geloof

McGrew benadrukt dat het calvinisme niet alleen schadelijk is voor gelovigen, maar ook voor niet-gelovigen die het christendom willen begrijpen. Hij noemt drie manieren waarop calvinisme het geloof ondermijnt:

Foutieve theologie: Calvinisme presenteert God als iemand die de zonde heeft verordineerd en slechts een selecte groep mensen wil redden. Dit is in strijd met de bredere bijbelse boodschap waarin God liefdevol en rechtvaardig is, en redding voor iedereen beschikbaar stelt.

Afschrikking van niet-gelovigen: Wanneer buitenstaanders kennismaken met het calvinisme als representatief voor het christendom, krijgen ze een vertekend beeld van wie God werkelijk is. Velen verwerpen deze versie van het geloof en keren zich volledig af van het christendom, niet omdat ze Jezus afwijzen, maar omdat ze een theologisch systeem zien dat moreel problematisch lijkt.

Valse zekerheid voor calvinistische ‘farizeeërs’: McGrew stelt dat sommige calvinisten zich vasthouden aan een intellectueel systeem zonder een echte relatie met God te hebben. Voor hen is het calvinisme een filosofisch bouwwerk waarin ze zich veilig voelen, maar waarin ze de kern van het geloof – een oprechte band met God – uit het oog verliezen.

Volgens McGrew wordt het calvinisme vaak aantrekkelijk gevonden door mensen die houden van intellectuele uitdaging en complexiteit, maar die daardoor een authentieke en persoonlijke geloofsbeleving missen. Hij waarschuwt dat de theologische structuur van het calvinisme veel ruimte laat voor een rationele benadering van het geloof, zonder dat men werkelijk leeft volgens de leer van Christus.

Getuigenis

Een van de krachtigste argumenten in de video is McGrew’s eigen getuigenis. Hij was jarenlang een calvinist en verdedigde de leer met volle overtuiging, totdat hij zich realiseerde dat het in strijd was met de bijbelse boodschap van liefde en genade. Hij beschrijft hoe moeilijk het was om toe te geven dat hij een verkeerd theologisch systeem had verdedigd, en hoe pijnlijk het besef was dat hij, in zijn oprechte verlangen om God te eren, onbewust een verdraaide versie van het evangelie had verkondigd.

McGrew’s verhaal benadrukt het belang van geloofs zelfreflectie. Hij moedigt anderen aan om kritisch na te denken over de doctrines die zij aanhangen en zich niet blind te staren op traditie of autoriteit. Hij stelt dat ware theologie niet draait om intellectuele coherentie, maar om een oprechte relatie met God.

De kritiek op het calvinisme, zoals geuit door Warren McGrew, is diepgaand en raakt aan fundamentele vragen over de aard van God, genade en menselijke verantwoordelijkheid. Hij betoogt dat het calvinisme een misleidende en schadelijke leer is die een onjuist beeld schetst van Gods karakter en een obstakel vormt voor zowel gelovigen als niet-gelovigen.

Door te wijzen op de historische wortels van het calvinisme, de gevaren van indoctrinatie en de negatieve impact op evangelisatie, maakt McGrew een krachtig pleidooi voor een hernieuwde benadering van het geloof – een die werkelijk recht doet aan de Bijbelse boodschap van liefde en redding voor iedereen.

Predestinatie: Voorbestemd of vrij om te kiezen?

Predestinatie is een van de meest complexe en omstreden onderwerpen binnen het
christendom. Heeft de mens een vrije wil, of is alles al door God vastgelegd? Dit vraagstuk
raakt de kern van ons geloof en ons begrip van Gods rechtvaardigheid en liefde. In dit artikel
duiken we dieper in de twee dominante opvattingen over predestinatie: absolute predestinatie
en de predestinatie van omstandigheden.

Wat is absolute predestinatie?

De leer van absolute predestinatie stelt dat alles in het universum, van de kleinste gebeurtenis
tot het eeuwige lot van de mens, door God is voorbestemd. Dit betekent dat sommige mensen
door God zijn gekozen om gered te worden, terwijl anderen zijn voorbestemd om verloren te
gaan, ongeacht hun eigen keuzes.
Dit roept veel vragen op. Als alles al vastligt, wat heeft het dan voor zin om God te zoeken, je best te doen, te
bidden of zelfs evangelie te verkondigen? Als God bepaalt wie gered wordt, heeft menselijke
inspanning dan überhaupt betekenis? Deze doctrine kan leiden tot fatalisme, waarbij mensen
passief worden en hun verantwoordelijkheid ontlopen, onder het mom dat hun daden geen
invloed hebben op hun bestemming.
Bovendien werpt absolute predestinatie een duistere schaduw op Gods rechtvaardigheid.
Waarom zou een liefdevolle en barmhartige God bewust mensen scheppen die geen kans
krijgen op redding? En als al onze gedachten en daden door God zijn bepaald, betekent dat
dan niet dat Hij ook verantwoordelijk is voor het kwaad in de wereld?


De Bijbelse visie: Predestinatie van omstandigheden


Een alternatieve en veel meer Bijbelse visie is die van de predestinatie van omstandigheden.
Volgens deze visie bepaalt God de omstandigheden waarin mensen zich bevinden, zonder hen
te dwingen tot een bepaalde keuze. Hij geeft ieder mens vrije wil om te kiezen tussen goed en
kwaad, tussen geloof en ongeloof.
Denk bijvoorbeeld aan Judas Iskariot. God bepaalde dat hij in de tijd van Jezus zou leven en
een van Zijn discipelen zou worden, maar Hij dwong Judas niet om Jezus te verraden. Evenzo
bepaalde God dat koning Josia en koning Cyrus in specifieke tijden en situaties geboren
zouden worden, zodat zij een rol konden spelen in Zijn plan, maar Hij maakte hen niet per
definitie goed of slecht.
Dit concept erkent Gods soevereiniteit zonder de menselijke verantwoordelijkheid uit te
wissen. God weet van tevoren hoe mensen zullen handelen en plaatst hen in omstandigheden
die passen binnen Zijn goddelijke plan, maar de uiteindelijke keuzes blijven aan de mens zelf.


De rol van vrije wil in de Bijbel


De Bijbel benadrukt voortdurend dat mensen verantwoordelijk zijn voor hun keuzes. Van
Genesis tot Openbaring roept God ons op om ons te bekeren, Hem te gehoorzamen en een
heilig leven te leiden. Waarom zou Hij dat doen als alles al vastligt? Waarom waarschuwt Hij
mensen voor de gevolgen van hun zonden als ze toch geen andere keuze hebben?

Een krachtig bewijs voor de vrije wil vinden we in Jeremia 7:31, waar God spreekt over de
gruwelijke zonden van het volk Israël:


“En zij hebben gebouwd de hoogten van Tofeth, dat in het dal des zoons van Hinnom is, om
hun zonen en hun dochters met vuur te verbranden; hetwelk Ik niet heb geboden, noch in Mijn
hart is opgekomen.”


Dit laat zien dat God menselijke daden niet heeft bepaald. Hij heeft de mens de mogelijkheid
gegeven om zijn eigen keuzes te maken, inclusief verkeerde keuzes. Dit bewijst dat de
menselijke wil echt vrij is en dat God ons niet dwingt tot zonde of gehoorzaamheid.


Waarom is deze waarheid belangrijk?


Het begrijpen van de juiste visie op predestinatie is cruciaal, omdat een verkeerde opvatting
desastreuze gevolgen kan hebben. Als mensen geloven dat alles al vastligt en dat hun keuzes
geen verschil maken, leidt dit tot een passieve en onverantwoordelijke houding. Ze kunnen
nalaten om zich te bekeren, te evangeliseren of zelfs moreel goed te handelen, onder het
voorwendsel dat God alles al heeft bepaald.
De doctrine van absolute predestinatie kan ook leiden tot een verkeerde voorstelling van God.
Het schildert Hem als een wrede en willekeurige rechter die sommige mensen genadeloos aan
hun lot overlaat, terwijl anderen zonder hun wil gered worden. Dit staat haaks op het beeld
van God dat de Bijbel schetst: een liefdevolle Vader die wil dat iedereen tot bekering komt (2
Petrus 3:9).
De predestinatie van omstandigheden biedt daarentegen een veel evenwichtigere en Bijbelse
kijk op Gods soevereiniteit en de menselijke verantwoordelijkheid. God leidt de wereld, maar
Hij dwingt niemand tot redding of verdoemenis. Hij roept ons op om Hem te zoeken, te
gehoorzamen en in Hem te geloven – een keuze die ons toebehoort en die echte betekenis
heeft.

Samengevat 


Predestinatie is een diepgaand en complex onderwerp, maar de Bijbel biedt ons duidelijkheid.
Absolute predestinatie, waarin God alles bepaalt en de mens geen vrije wil heeft, leidt tot
morele passiviteit en een verkeerd beeld van God. De Bijbel leert ons echter dat God de
omstandigheden van de mens bepaalt, maar hem vrij laat in zijn keuzes.
Deze waarheid heeft grote implicaties voor ons dagelijks leven. We zijn niet slechts pionnen
in een kosmisch schaakspel, maar we hebben de verantwoordelijkheid om te kiezen voor God,
om goed te doen en om het evangelie uit te dragen. Onze keuzes hebben betekenis, en God
roept ons op om Hem met heel ons hart, onze ziel en ons verstand te volgen.
Laten we daarom leven in het besef dat onze keuzes ertoe doen, en dat God een liefdevolle
Vader is die ons uitnodigt om vrijwillig voor Hem te kiezen.

Calvinisme en Islam: predestinatie en uitverkiezing

Overeenkomsten

Predestinatie (uitverkiezing, voorbestemming) is een concept dat zowel in de islam als in het calvinisme een centrale rol speelt. Beide tradities benadrukken dat God soeverein is en dat alles wat gebeurt, binnen Zijn wil valt. Dit roept de vraag op of mensen werkelijk vrije keuzes maken of slechts handelen volgens een vooraf bepaald plan. Hoewel de islam en het calvinisme verschillende geloofssystemen zijn, vertonen hun opvattingen over voorbestemming opmerkelijke overeenkomsten, maar ook duidelijke verschillen.

Vastgelegd in de Islam

In de islam wordt predestinatie gezien als een goddelijk besluit dat al vastligt in de ‘Bewaarde Tablet’ lang voordat iemand geboren wordt. Alles, van iemands levensloop tot zijn uiteindelijke bestemming in het Paradijs of de Hel, is volgens deze leer door God voorbeschikt. In sommige islamitische overleveringen wordt beschreven hoe een engel, nog voor de geboorte, opschrijft welke daden iemand zal verrichten en waar hij uiteindelijk zal eindigen. Dit lijkt de idee van vrije wil te ondermijnen, hoewel de islam tegelijkertijd leert dat mensen verantwoordelijk worden gehouden voor hun keuzes.

Voorbestemd in het Calvinisme

In het calvinisme wordt eveneens gesteld dat God bij de schepping al heeft bepaald wie gered zal worden en wie niet. Volgens de leer van de dubbele predestinatie zijn sommigen uitverkoren tot eeuwige zaligheid, terwijl anderen voorbestemd zijn voor verwerping. Deze beslissing is volledig gebaseerd op Gods willekeur, en niet op menselijke daden of verdiensten. Dit betekent dat iemand niet door eigen inspanningen tot geloof kan komen, maar uitsluitend kan worden gered als hij of zij behoort tot de uitverkorenen. Net als in de islam roept dit spanningen op tussen Gods absolute soevereiniteit en de menselijke verantwoordelijkheid.

Cruciaal verschil

Ondanks deze overeenkomsten is er een cruciaal verschil tussen beide tradities. In het calvinisme speelt de dood en opstanding van Jezus Christus een essentiële rol in de redding, terwijl de islam geen verzoeningsleer kent waarin iemands zonden worden vergeven door een offer. In de islam wordt een persoon uiteindelijk beoordeeld op basis van Gods genade én zijn daden, terwijl in het calvinisme menselijke werken geen invloed hebben op iemands uiteindelijke bestemming. Een ander belangrijk verschil is dat de islam de erfzonde verwerpt en leert dat mensen in een natuurlijke staat van overgave aan God worden geboren, terwijl in het calvinisme wordt onderwezen dat alle mensen in zonde worden geboren en zonder Gods tussenkomst verloren zijn.

Niet ontrafeld

Hoewel beide tradities worstelen met de spanning tussen goddelijke voorbeschikking en menselijke verantwoordelijkheid, komt het uiteindelijk neer op dezelfde fundamentele vraag: ligt ons lot van tevoren vast, of hebben we zelf invloed op onze uiteindelijke bestemming? Zowel binnen de islam als in het calvinisme blijft dit een mysterie dat gelovigen al eeuwenlang gevangen houdt en dat zonder externe informatie niet ontrafeld kan worden.

Ben ik wel uitverkoren?

Uitverkiezing in de Bijbel

Bijbelstudie over bekering, uitverkiezing en geloofszekerheid.
Alle Bijbelteksten in deze Bijbelstudie zijn geciteerd uit de Statenvertaling.

In sommige kringen fel bestreden.

Klik de afbeelding om de studie (pdf) te downloaden

Ben ik wel uitverkoren?

De Bijbel roept nergens op om te onderzoeken óf iemand uitverkoren is, maar wel om zich te bekeren en in Jezus Christus te geloven. Twijfel over uitverkiezing kan een obstakel vormen voor geloofszekerheid.

Wat zegt de Bijbel over bekering?

Bekering is een bewuste keuze en betekent:

Berouw over zonde

Omkeren naar God

Geloven in Jezus Christus

De Bijbel roept meerdere keren op tot bekering en belooft dat God iedereen aanneemt die zich tot Hem wendt.

Kan ik mezelf bekeren?

Hoewel bekering Gods werk is, wordt de mens opgeroepen zich te bekeren. God geeft de kracht en de wil om Hem te zoeken en Zijn aanbod van genade aan te nemen.

Is de uitverkiezing willekeurig?

Uitverkiezing betekent niet dat sommigen automatisch gered worden en anderen niet. Jezus is de door God verkozen Redder en iedereen die in Hem gelooft, deelt in deze uitverkiezing.

Wat betekent “weinigen uitverkoren”?

De uitnodiging van het Evangelie geldt voor iedereen, maar niet iedereen accepteert deze. Alleen zij die Jezus aannemen, worden “uitverkoren” genoemd.

Hoe krijg ik geloofszekerheid?

Geloofszekerheid komt niet door gevoelens of ervaringen, maar door te vertrouwen op Gods beloften in de Bijbel. Wie in Jezus gelooft, heeft eeuwig leven.

Wat moet ik doen om gered te worden?

Erken dat je een zondaar bent.

Geloof dat Jezus voor jouw zonden is gestorven.

Vertrouw alleen op Hem voor redding.

Geef je leven over aan God.

De Bijbel belooft: Wie in Hem gelooft, zal niet verloren gaan maar eeuwig leven hebben (Johannes 3:16).

Video: “Wat zegt de Bijbel over uitverkiezing?”

zie ook:

Uitverkiezing in de Bijbel: geen fatalisme maar Gods voornemen in Christus – Bijbelse basis

Verkeerd gebruikte en/of begrepen teksten

Het zal mijn bezoekers niet ontgaan zijn dat mijn recente berichten allemaal een link hebben met de leer van Johannes Calvijn en wat daaruit is ontsproten, zoals de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels, die vooral in de rechterflank van de Gereformeerde en Hervormde kerken nog altijd allesbepalend zijn voor de leer en schriftuitleg. In het kader daarvan mocht ik van de website van mijn vrouw https://debijbeloverdenken.nl/ het onderstaande overnemen. Het is een deel van de serie over de Romeinenbrief, die zij daar in zijn geheel bespreekt.

Inleiding op de hoofdstukken 9, 10 en 11

Inleiding

De hoofdstukken 9 tot en met 11 vormen een nieuwe eenheid in de Romeinenbrief. Het zijn de minst begrepen hoofdstukken van de brief. Het is een moeilijk gedeelte, maar als we de woorden van Paulus aandachtig lezen, wordt zijn bedoeling duidelijk. Daarbij is de context van de hele brief belangrijk. Als we deze hoofdstukken verkeerd verstaan, kan dat grote gevolgen hebben voor ons beeld van God. Daarom wil ik in deze inleiding het grote plaatje bekijken. Wat is het onderwerp van dit gedeelte? Hoe sluiten deze hoofdstukken aan op de eerdere hoofdstukken? Kortom: hoe moeten we dit gedeelte begrijpen in het geheel van de Romeinenbrief?

Hoofdstuk 8 sloot Paulus af met de jubelende woorden dat niets ons zal kunnen scheiden van de liefde van God in Christus Jezus, onze Heere. Na dit hoogtepunt verandert Paulus van onderwerp en van toon. Drie hoofdstukken lang spreekt hij over zijn volksgenoten, zijn broeders naar het vlees. Hij is diepbedroefd nu de meeste Joden de Messias hebben afgewezen. Hun afwijzing roept ook een brandende vraag op. Blijven de beloften van God aan Israël onvervuld nu blijkt dat de redding vooral naar de heidenen gaat?

 

Opbouw van deze studie

  • Eerst zullen we kijken waarom deze hoofdstukken verkeerd begrepen worden en de gevolgen daarvan;
  • dan laat ik zien hoe we ze kunnen lezen in de context van de hele Romeinenbrief;
  • ik geef een korte terugblik op de hoofdstukken 1 tot en met 8;
  • en daarna een vooruitblik naar de hoofdstukken 9, 10 en 11.

Waarom zo vaak verkeerd begrepen?

Ons leesgedrag

Het misverstaan van deze hoofdstukken is het gevolg van de manier waarop wij meestal de Bijbel lezen. Als we lezen pakken we één hoofdstuk of twee. Dan leggen we de Bijbel weer weg en lezen de volgende dag het volgende hoofdstuk. Wij zijn niet gewend om een Bijbelboek in een ruk door te lezen. Ook een preek is meestal gebaseerd op een tekst of een kort tekstgedeelte. Maar daarmee doen we de Schrift en de bijbelschrijvers tekort. De brief aan de Romeinen is zorgvuldig opgebouwd en alle hoofdstukken hangen met elkaar samen. Het is niet de bedoeling om er zomaar een aantal verzen uit te nemen en die los van de context te verklaren. De hoofdstukken 9, 10 en 11 horen bij het complete verhaal dat Paulus vertelt in deze brief.

Calvinistische leer van de uitverkiezing

Het lezen van deze hoofdstukken zonder de context van de brief, heeft geleid tot de leer van de uitverkiezing. We lezen in Romeinen 9:18 bijvoorbeeld dat God Zich ontfermt over wie Hij wil en verhardt wie Hij wil. En in 9:22 dat er voorwerpen van toorn zijn die Hij voor het verderf heeft gereedgemaakt. Als we nu geen rekening houden met de context en de vragen die Paulus in dit hoofdstuk beantwoordt dan trekken we verkeerde conclusies. Dat gebeurt in de Dordtse Leerregels. Die zijn in 1619 opgesteld en worden nu nog steeds door veel Nederlandse kerken gebruikt.

Dordtse Leerregels

Losse teksten uit Romeinen 9 spelen een belangrijke rol in de Dordtse Leerregels. Hoofdstuk 1 van deze Leerregels heeft als titel: Van de goddelijke verkiezing en verwerping. Het leert dat God vóór de grondlegging van de wereld sommigen heeft uitverkoren om gered te worden en anderen heeft verworpen. Ik citeer uit Hoofdstuk 1, paragraaf 15:

Sommige mensen zijn niet uitverkoren. Dat wil zeggen: God ging in Zijn eeuwige verkiezing aan hen voorbij. ( bewijstekst: Romeinen 9:22) Dat betreft die mensen van wie God in Zijn volkomen vrij, rechtvaardig, onberispelijk en onveranderlijk welbehagen besloten heeft om hen in de gemeenschappelijke ellende te laten waarin zij zich door eigen schuld hebben gestort.
God besloot om hun het zaligmakend geloof en de genade van de bekering niet te schenken, maar hen op hun zelfgekozen wegen en onder Zijn rechtvaardig oordeel te laten.

Dit standpunt is om meerdere redenen onhoudbaar. Juist in de Romeinenbrief heeft Paulus zo duidelijk uitgelegd dat de zaligheid is voor “ieder die gelooft” (Rom.1:16 en 17). In Romeinen 10:13 zegt hij: Want ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zal zalig worden. Hij zegt niet: Want ieder die God van tevoren heeft uitverkoren zal zalig worden.

Aandachtig lezen van hoofdstuk 9 laat zien dat Paulus hier helemaal niet spreekt over de redding of verwerping van individuele personen. Laten we naar de context kijken.

Context van de brief

De climax van hoofdstuk 8 was de heerlijkheid die voor de gelovigen klaarligt. Dat betekent dat we mede erfgenamen met Christus zullen zijn en met Hem verheerlijkt worden. Paulus had in Romeinen 8:15 gezegd:

Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidt, maar u hebt de Geest van zoonstelling [vertaald met aanneming tot kinderen] ontvangen, door Wie wij roepen: Abba, Vader!

Zie ook Romeinen 8:23. Die belofte van aanstelling tot zonen en de heerlijkheid die daarbij hoort, waren in het Oude Testament aan Israël beloofd. Vandaar dat Paulus nu bedroefd is. Hoe kan het dat deze beloften over heerlijkheid en zoonstelling vooral bij de gelovigen uit de heidenen terecht is gekomen? Hij opent hoofdstuk 9 daarom met deze woorden:

1 Ik spreek de waarheid in Christus, ik lieg niet en mijn geweten getuigt mee door de Heilige Geest,
2 dat het een grote bron van droefheid voor mij is, en een voortdurende smart voor mijn hart.
3 Want ik zou zelf wel wensen vervloekt te zijn, weg van Christus, ten gunste van mijn broeders, mijn verwanten wat het vlees betreft.
4 Zij zijn immers Israëlieten; voor hen geldt de zoonstelling [aanneming tot kinderen] en de heerlijkheid en de verbonden en de wetgeving en de eredienst en de beloften.
5 Tot hen behoren de vaderen, en uit hen is, wat het vlees betreft, de Christus voortgekomen, Die God is, boven alles, te prijzen tot in eeuwigheid. Amen!

Niet de Israëlieten, het volk waar Paulus deel van uit maakt, zijn de ontvangers geworden van deze beloften maar de gemeente, gelovigen uit de Joden en heidenen. In de komende hoofdstukken gaat Paulus uitleggen waarom dit gebeurd is. En ook dat het niet strijdig is met Gods Woord en Gods beloften. Gods Woord is hiermee niet vervallen.

De nadruk in deze hoofdstukken ligt niet op de redding van individuele personen, maar op het plan van God met Israël en de gemeente. Hoe werkt God zijn plan uit en hoe worden de beloften van God doorgegeven.

Als we de voorgaande hoofdstukken aandachtig hebben gelezen dan zagen we in bijna alle hoofdstukken het onderwerp Jood en heiden naar voren komen (1:162:9-293:1-33:93:29-304:97:1). Zelfs de vraag of God wel trouw is aan Zijn beloften heeft Paulus eerder gesteld in Romeinen 3:3

3 Want wat is het geval? Als sommigen ontrouw zijn geweest, zal hun ontrouw de trouw van God toch niet tenietdoen?
4 Volstrekt niet!

Hier een korte terugblik op de voorgaande hoofdstukken:

Hoofdstuk 1 tot en met 8

  • In hoofdstuk 1:18-32 besprak Paulus de zondigheid van de mensen en de toorn van God.
  • In hoofdstuk 2 heeft hij laten zien dat die toorn over alle mensen komt. Of we nu Jood of heiden zijn, mét of zonder de wet leven, wél of niet besneden zijn.
  • In hoofdstuk 3 kwam hij tot de conclusie dat de gerechtigheid van God, buiten de wet om, is geopenbaard en door Jezus Christus aan de gelovige wordt toegerekend.
  • In hoofdstuk 4 liet hij zien hoe deze rechtvaardiging door geloof al in het Oude Testament is gedemonstreerd in het leven van Abraham.
  • Vanaf hoofdstuk 5 heeft Paulus uitgelegd wat de rechtvaardiging betekent in het praktische leven van de gelovige.
  • In hoofdstuk 6 heeft hij duidelijk gemaakt dat wij mét Christus gestorven zijn en daarom niet langer hoeven te leven onder de macht van de zonde.
  • In hoofdstuk 7 sprak Paulus over de wet. Hoewel die heilig en rechtvaardig en goed is, had de wet ons alleen maar meer in de problemen gebracht.
  • Hoofdstuk 8 gaat over het leven door de Geest en de heerlijkheid die in de toekomst geopenbaard zal worden. De hele schepping ziet hier naar uit.

Hoofdstukken 9 tot en met 11

Dan komen we, na het hoogtepunt van hoofdstuk 8 bij het gedeelte waar een moeilijke vraag beantwoord moet worden. Hoe zit het met de beloften van God aan Israël? Paulus neemt uitgebreid de tijd om deze vraag te bespreken. Hij doet er drie hoofdstukken over en we moeten geen conclusies trekken voordat we het hele gedeelte hebben gelezen. Ik zal de hoofdstukken op mijn blog vers voor vers behandelen. Hier geef ik een voorlopige samenvatting per hoofdstuk.

Hoofdstuk 9

In de beginverzen van dit hoofdstuk zegt Paulus hoe bedroefd hij is omdat zijn volksgenoten het heil niet hebben aangenomen. Terwijl zij toch Israëlieten zijn en de beloften en de verbonden en de wet hadden ontvangen. Toch heeft Gods Woord niet gefaald. Want zegt Paulus:

Ik zeg dit niet alsof het Woord van God vervallen is, want niet allen die uit Israël voortgekomen zijn, zijn Israël.

In de vertaling van de NBV21: Gods belofte is niet komen te vervallen. Want niet alle Israëlieten behoren werkelijk tot Israël.

Aan de hand van de geschiedenis van het volk laat Paulus zien dat God altijd een keuze moest maken via welke lijn de belofte vererfd zou worden. Niet Ismaël maar Izak was de zoon van de belofte. Via de lijn van Izak zou uiteindelijk de Messias geboren worden. En in de volgende generatie koos God Jakob en niet Ezau. God is vrij om die keuze te maken zegt Paulus. Maar we moeten ons realiseren dat het niet de keuze is wie er behouden wordt of niet. Het gaat niet om de persoonlijke redding of afwijzing van Jakob en Ezau.

Paulus vervolgt zijn geschiedenisles met Mozes en de uittocht van het volk en eindigt met de tijd van de ballingschap, met citaten uit Hosea en Jesaja.

In Romeinen 9:30-32 komt hij tot een voorlopige conclusie over Israël als volk. Ze hebben de rechtvaardigheid niet gekregen. Ze zochten die namelijk door de wet te houden en niet door geloof. En we hebben in de voorgaande hoofdstukken van deze Romeinenbrief geleerd dat gerechtigheid van God geopenbaard wordt “uit geloof, tot geloof”. De rechtvaardige zal uit het geloof leven (Romeinen 1:17). De tekortkomingen van de wet heeft Paulus in hoofdstuk 7 aangetoond.

Hoofdstuk 10

In dit hoofdstuk onderzoekt Paulus de volgende vraag: Hoe komt het dat Israël misgegrepen heeft als het om de gerechtigheid gaat, terwijl de heidenen dit wel hebben gekregen? Hij werkt dan verder uit wat hij in Romeinen 9:32 heeft gezegd. Zij hebben niet met geloof gereageerd op het evangelie terwijl de heidenen dit wel aangenomen hebben. Het evangelie is aan hen verkondigd (Romeinen 10:14-18) maar ze hebben er niet met geloof op gereageerd (Romeinen 10:21).

Paulus onderbouwt dit met teksten uit het Oude Testament. Hij zet de gerechtigheid die uit de wet is, die in Leviticus 18:5 wordt beschreven, tegenover de gerechtigheid uit het geloof. En hij laat, met een citaat uit Jesaja 28:16, zien dat de gerechtigheid uit geloof al in het Oude Testament werd aangekondigd:

Romeinen 10:11
Want de Schrift zegt: Ieder die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden.

Hoofdstuk 11

In hoofdstuk 11 tenslotte stelt Paulus de vraag of God Israël compleet heeft verworpen. Het antwoord is: Nee, er is altijd een overblijfsel geweest van gelovige Israëlieten. Dat was zo in de tijd van Elia en het is ook nu zo (Romeinen 11:2-5).

Paulus brengt het evangelie aan de heidenen en hoopt zijn volksgenoten jaloers te maken zodat ook enigen uit hen behouden worden. Want iedere Israëliet die tot geloof komt, wordt toegevoegd aan het volk dat God nu verzamelt: de gemeente. God zal hen opnieuw enten op de olijfboom waarvan ze afgebroken waren.
En Paulus voorziet een toekomst waarin God Zich over het hele volk opnieuw zal ontfermen (Romeinen 11:32).

Tot slot

Dit zijn de grote lijnen van deze hoofdstukken. Ze geven antwoord op de vraag of God wel trouw is aan Zijn beloften: Ja dat is Hij. En op de vraag of Israël geheel verworpen is: Nee, er is nu een gelovig overblijfsel en God zal Zich in de toekomst opnieuw over hen ontfermen.

Dit is de volgende studie: Droefheid over het ongeloof van Israël: Rom.9:1-5.

Alle studies over de Romeinenbrief die inmiddels online staan: Blog Romeinenbrief

Lees ook: Hoe calvinistisch bent u? 

Schrift en belijdenis?

Schrift en belijdenis?

Belijdenisgeschriften 

In het boek “Schrift en belijdenis?” onderzoekt Harold Grevers de gereformeerde belijdenisgeschriften en vergelijkt deze met de Bijbel. Hij stelt de vraag of het gerechtvaardigd is om naast de Bijbel een belijdenis te hebben en of de gereformeerde belijdenisgeschriften volledig in overeenstemming zijn met de Bijbel.

Geschiedenis

Grevers geeft eerst een korte geschiedenis van de Reformatie en het ontstaan van de gereformeerde belijdenisgeschriften. Hij bespreekt de drie sola’s van de Reformatie: alleen door het geloof, alleen door Gods genade en alleen door de Schrift. Hij bespreekt ook de opkomst van de wederdopers en hun invloed op de totstandkoming van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.

Niet in overeenstemming

Vervolgens bespreekt Grevers de drie belijdenisgeschriften: de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Dordtse Leerregels en de Heidelbergse Catechismus. Hij onderzoekt verschillende artikelen uit deze geschriften en vergelijkt ze met de Bijbel. Hij concludeert dat er meerdere punten zijn waar de belijdenisgeschriften niet in overeenstemming zijn met de Bijbel.

Grevers bespreekt ook de rol van de kerkenraad en de sacramenten in de gereformeerde traditie. Hij stelt dat de kerkenraad niet in overeenstemming is met de Bijbelse structuur van de gemeente en dat de sacramenten geen genademiddelen zijn.

De uitverkiezing

Ten slotte bespreekt Grevers de leer van de uitverkiezing en verwerping. Hij concludeert dat deze leer niet in overeenstemming is met de Bijbel en dat de Bijbel leert dat God alle mensen wil redden.

De Bijbel alleen

Grevers besluit zijn boek met een oproep om terug te keren naar de Bijbel en de belijdenisgeschriften kritisch te onderzoeken. Hij benadrukt dat de Bijbel het enige onfeilbare richtsnoer is voor het christelijk geloof.

Lees: Schrift en belijdenis? (pdf)

Calvinisme en de Bijbel: de leer getoetst

Calvinisme getoetst

Als in dit e-book over het calvinisme wordt gesproken, dan wordt daarmee het vijfpuntscalvinisme van de Dordtse leerregels bedoeld. Omwille van de duidelijkheid was het nodig om sommige belangrijke gedeelten een enkele maal te herhalen. In de hoofdstukken wordt geregeld verwezen naar andere hoofdstukken of bijlagen. Er zit een opbouw in de hoofdstukken. Het is verstandig om de hoofdstukken in volgorde te lezen. Het boek is afkomstig van www.hetcalvinismeendebijbel.nl, een website die niet beveiligd is met https en er vaak uitligt. Mede daarom hier te downloaden.

Bookcover het Calvinisme en de Bijbel
                 Bookcover “Het Calvinisme en de Bijbel. ” Tik de afbeelding om de pdf te downloaden.

Voorwoord en inleiding

1.Hoe zit het met de onmacht van de mens

2.Over de roeping

3.Hoe zit het met verblinding

4.Hoe zit het met verharding

5.Voor wie is Christus gestorven

6.De bijbel over uitverkiezing

7.Romeinen 9

8.De calvinistische opvatting van uitverkiezing

9.Geloof en bekering

10.Geloof is geen gave

11.De orde des heils

12.Zeker zijn van je behoud

A.Gods bestuur en de eigen wil van de mens

B.Het calvinisme, een overzicht

C.Het nieuwe calvinisme, het calvinistische opleven in Amerika

D.De felle aanvallen van het nieuwe calvinisme op het hart van de evangelische beweging

E.Hoe sommige calvinisten de boodschap van de Dordtse Leerregels proberen te verzachten

F.Soli Deo Gloria?

G.Het genadebegrip in het calvinisme

H.De negatieve gevolgen van het calvinisme, een overzicht

I.Efeziërs 2:8, 9

J.Openbaring 3:20

Het boek is een diepgaande kritiek op het vijfpuntscalvinisme zoals vastgelegd in de Dordtse Leerregels. De auteur richt zich vooral op evangelische christenen en biedt een alternatieve interpretatie van Bijbelse teksten die door calvinisten worden gebruikt om hun leer te onderbouwen. Geelhoed stelt dat calvinistische doctrines zoals de totale verdorvenheid van de mens, onvoorwaardelijke uitverkiezing, beperkte verzoening, onweerstaanbare genade en volharding van de heiligen niet in overeenstemming zijn met de Bijbel.

De auteur begint met het idee van de onmacht van de mens. Hij erkent dat de mens door de zondeval geneigd is tot het kwaad, maar wijst erop dat God ieder mens genade geeft om voor of tegen Hem te kiezen. Hij betwist de calvinistische opvatting dat de mens volledig onmachtig is om te kiezen voor God en benadrukt dat de Bijbel oproept tot bekering en geloof als een vrije keuze.

Over de roeping stelt Geelhoed dat er geen onderscheid is tussen een algemene en een bijzondere roeping, zoals calvinisten beweren. Volgens hem roept God iedereen op tot bekering, en de keuze om hierop in te gaan ligt bij de mens. Hij verwerpt het idee van een onweerstaanbare genade en wijst op Bijbelteksten die laten zien dat mensen de Heilige Geest kunnen weerstaan.

De auteur weerlegt ook de calvinistische opvatting van uitverkiezing, waar Romeinen 9 ten onrechte voor wordt aangevoerd ter verdediging. Hij stelt dat uitverkiezing in de Bijbel vooral te maken heeft met Gods plan en roeping van volkeren en individuen voor specifieke taken, en niet met de redding van individuen zonder dat zij daar invloed op hebben.

Wat betreft de leer van de beperkte verzoening, waarin calvinisten stellen dat Christus alleen voor de uitverkorenen is gestorven, benadrukt Geelhoed dat de Bijbel duidelijk zegt dat Jezus voor de hele wereld is gestorven. Hij noemt teksten zoals Johannes 3:16 en 1 Timotheüs 2:4, die aangeven dat God wil dat alle mensen behouden worden.

Ook de calvinistische opvatting dat geloof een gave van God is, wordt door de auteur verworpen. Hij analyseert Bijbelteksten zoals Efeze 2:8 en concludeert dat het geloof zelf geen gift van God is, maar dat mensen door Gods genade in staat worden gesteld om te geloven.

Verder behandelt het boek het begrip ‘volharding der heiligen’, oftewel de calvinistische overtuiging dat uitverkorenen niet kunnen afvallen. Geelhoed stelt dat de Bijbel waarschuwt voor afval van het geloof en dat christenen worden opgeroepen om te volharden.

De auteur eindigt met een bespreking van de negatieve gevolgen van het calvinisme. Hij stelt dat de leer kan leiden tot fatalisme, geestelijke passiviteit en een onjuiste voorstelling van Gods karakter. Hij wijst op Bijbelteksten die laten zien dat God echt wil dat alle mensen tot bekering komen en dat Hij oprecht roept tot redding.

Doorheen het boek legt Geelhoed systematisch calvinistische argumenten naast Bijbelse teksten en betoogt dat calvinisme niet strookt met de boodschap van de Bijbel. Hij moedigt christenen aan om vast te houden aan de Bijbelse boodschap waarin Gods liefde en rechtvaardigheid centraal staan en waarin de keuzevrijheid van de mens een essentiële rol speelt.

Geverifieerd door MonsterInsights