De Koran en het Evangelie, claims en feiten

Claims versus feiten

YouTube player

 In deze video onderzoek ik een fundamentele vraag: wat zegt de Koran zelf over de Thora, het Evangelie en de kruisiging van Jezus Christus, en hoe verhouden die claims zich tot de historische feiten?

De Koran ontkent in Soera 4:157 dat Jezus werd gekruisigd. Tegelijkertijd zegt de Koran dat Allah de Thora en het Evangelie heeft gegeven, dat daarin ‘leiding en licht’ zijn en dat de Koran de eerdere openbaring bevestigt. In Soera 5:47 worden de mensen van het Evangelie zelfs opgeroepen te oordelen naar hetgeen Allah daarin heeft geopenbaard. En in Soera 10:94 wordt Mohammed, in het geval hij zou twijfelen, verwezen naar degenen die de Schrift vóór hem lazen.

Dat roept belangrijke vragen op. Als het Evangelie vóór Mohammed al vervalst was, waarom verwijst de Koran er dan naar als gezaghebbende openbaring? Naar welk Evangelie moesten de christenen in de zevende eeuw volgens Soera 5:47 oordelen? En als Jezus niet werd gekruisigd, hoe verklaren we dan dat Zijn kruisiging, dood en opstanding al vanaf de vroegste christelijke verkondiging centraal stonden, eeuwen vóór het ontstaan van de islam? In deze video leg ik de claims naast elkaar en laat de teksten zelf spreken.

Besproken Koranteksten: Soera 3:3 Soera 4:157 Soera 5:44-48 Soera 6:115 Soera 10:94 Soera 18:27

Besproken Bijbelteksten: Mattheüs 28:6 Johannes 19:30 1 Korinthe 1:23 1 Korinthe 15:3-4

Doch wij prediken Christus, den Gekruisigde (1 Korinthe 1:23, STV)

DISCLAIMER:Deze video is allerminst bedoeld om moslims te bespotten of aan te vallen. Integendeel: omdat waarheid ertoe doet, moeten religieuze claims onderzocht mogen worden. Lees de Koran. Lees het Evangelie. Onderzoek de historische gegevens. En stel vervolgens jezelf de vraag: welke boodschap over Jezus vinden we daadwerkelijk in de bronnen die eeuwen vóór Mohammed bestonden?

Jezus in de Koran: waarom is Hij zó uitzonderlijk?

En Mohammed dan?

De islam wil Jezus kleiner maken, portretteert Hem significant minder glorieus dan het Evangelie Hem verkondigt.

Hij mag dan wel profeet zijn Hij mag Messias heten. (Wat dat laatste betekent wordt in de Koran niet duidelijk) Hij mag uit een maagd geboren worden. Hij mag wonderen verrichten. Hij mag zelfs het Woord van Allah en een Geest van Hem genoemd worden.

Maar de Zoon van God?

Nee.

En precies daar zit een heel groot probleem.

Want hoe harder de Koran probeert Jezus terug te brengen tot “slechts een boodschapper”, hoe opvallender en sprekender de uitzonderlijke taal wordt die dezelfde Koran voor Hem gebruikt.

Daar komt nog iets bij.

Wanneer Mohammed door zijn tijdgenoten om een wonder wordt gevraagd, vinden we in de Koran niet het antwoord dat je bij de laatste en grootste profeet zou verwachten.

Geen zee die splijt.

Geen dode die opstaat.

Geen blinde die ziende wordt.

Geen melaatse die geneest.

Integendeel: telkens wanneer Mohammed om een teken wordt gevraagd, wordt het wonderverzoek afgewezen of wordt uiteindelijk naar de Koran zelf verwezen.

Dat contrast verdient veel meer aandacht.

Jezus in de Koran

Jezus is ook volgens de Koran zelf niet zomaar een profeet

Moslims zeggen vaak:

“Wij geloven ook in Jezus.”

Dat is maar heel gedeeltelijk waar.

De Koran spreekt buitengewoon hoog over Jezus. Maar juist hierdoor ontstaat een vraag die binnen de islam moeilijk verdwijnt:

Waarom is Jezus dan zo anders dan alle andere profeten?

De meest opmerkelijke tekst is Soera 4:171:

„De Messias, Jezus, de zoon van Maria, is slechts een boodschapper van Allah en Zijn Woord, dat Hij aan Maria heeft gegeven, en een Geest van Hem.”
— Soera 4:171

Let op de opeenstapeling.

Jezus is:

  • de Messias;
  • het Woord van Allah;
  • een Geest van Hem.

Dat zijn geen alledaagse titels.

Mohammed wordt nergens het Woord van Allah genoemd.

Mozes wordt nergens het Woord van Allah genoemd.

Abraham wordt nergens het Woord van Allah genoemd.

Jezus wel.

Hoe zit dat?

 

“Het Woord van Allah” kun je niet zomaar wegverklaren

De gebruikelijke islamitische verklaring is dat Jezus “het Woord” heet omdat Allah zei:

 Wees!

en Jezus daardoor tot bestaan kwam

Maar daarmee wordt het probleem niet opgelost.

Volgens de Koran schept Allah immers ook andere dingen door eenvoudig te bevelen dat zij er zijn.

Wanneer “door het bevel van Allah ontstaan” voldoende zou zijn om iemand het Woord van Allah te noemen, dan zou die titel helemaal niet uniek zijn.

Toch noemt de Koran uitdrukkelijk Jezus zo.

Dat wordt nog interessanter wanneer we het naast het Evangelie leggen:

„In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.”
— Johannes 1:1, STV

En vervolgens:

„En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.”
— Johannes 1:14, STV

De Koran ontkent de christelijke conclusie over Jezus, maar behoudt merkwaardig genoeg taal die juist rechtstreeks raakt aan de eeuwenoude christelijke belijdenis over Hem.

Dat bewijst op zichzelf niet dat de Koran de Godheid van Christus leert.

Dat doet hij niet.

Maar het levert wel een serieus intern probleem op voor de islamitische voorstelling dat Jezus uiteindelijk slechts één menselijke boodschapper in een lange rij profeten zou zijn.

Want waarom noemt Allah juist Hém Zijn Woord?

 

En dan: “een Geest van Hem”

Alsof “Woord van Allah” nog niet opmerkelijk genoeg is, noemt Soera 4:171 Jezus:

“een Geest van Hem.”

Ook hier probeert islamitische uitleg de betekenis doorgaans zo beperkt mogelijk te houden.

Maar de tekst blijft staan.

Niet alleen:

een geest,

maar:

een Geest van Hém.

En opnieuw rijst dezelfde vraag.

Waarom Jezus?

Waarom wordt deze taal niet op Mohammed toegepast?

Waarom niet op Abraham?

Waarom niet op Mozes?

Binnen het christelijke getuigenis is de uitzonderlijke positie van Jezus volkomen begrijpelijk. Hij is niet slechts één profeet tussen anderen.

Hij is de Zoon.

Hij is het Woord dat vlees geworden is.

Maar wanneer de Godheid van Christus eerst wordt ontkend, moet vervolgens worden verklaard waarom de Koran Hem met taal omringt die Hem voortdurend boven de gewone profetische categorie doet uitsteken.

 

Jezus wordt bovendien ondersteund door de Heilige Geest

De Koran zegt over Jezus:

“Wij hebben Jezus, den zoon van Maria, de duidelijke tekenen gegeven en Hem versterkt met den Heiligen Geest.”
— Soera 2:253

Hetzelfde komt terug in Soera 5:110, waar Allah Jezus eraan herinnert dat Hij Hem met de Heilige Geest ondersteunde.

Dat maakt de uitzonderlijke positie nog opvallender.

Jezus is:

Messias.
Woord van Allah.
Geest van Hem.
Ondersteund door de Heilige Geest.

En vervolgens is dan het antwoord:

“Maar Hij is slechts een profeet.”

Dat antwoord wordt steeds problematischer naarmate je de eigen woorden van de Koran naast elkaar legt.

 

Zelfs Zijn geboorte is volkomen uniek

Maria zegt in de Koran:

„Hoe zal ik een zoon hebben, terwijl geen man mij heeft aangeraakt?”
— vgl. Soera 19:20

Het antwoord is dat dit voor Allah gemakkelijk is.

Jezus wordt dus zonder menselijke vader geboren.

Ook daarin is Hij uniek.

Daarmee komen we echter bij een opmerkelijk probleem in de manier waarop de Koran elders het christelijke Zoonschap bestrijdt.

 

Heeft God een vrouw nodig om een Zoon te hebben?

Soera 6:101 zegt:

„Hoe zou Hij een zoon kunnen hebben terwijl Hij geen gezellin heeft?”

Sta daar eens bij stil.

Het argument lijkt te zijn:

Allah heeft geen vrouw, dus hoe zou Hij een zoon kunnen hebben?

Maar christenen hebben nooit geleerd dat God met Maria gemeenschap had en daardoor Jezus verwekte.

Dat is geen christelijke leer.

Niet in het Nieuwe Testament.

Niet in de vroegchristelijke belijdenis.

Niet in de leer van de Drie-eenheid.

Christenen spreken over de Zoon van God, niet over een lichamelijke zoon die ontstond doordat God een echtgenote nam.

De Koran bestrijdt hier dus een lichamelijke voorstelling van het zoonschap die het christendom niet leert.

En het wordt nog merkwaardiger.

 

Maria kan volgens de Koran een Zoon hebben zonder man

Wanneer Maria vraagt:

“Hoe zal ik een zoon hebben, terwijl geen man mij heeft aangeraakt?”

is het antwoord in Soera 19:21 in essentie:

dat is gemakkelijk voor Allah.

Dus wanneer Maria zegt:

“Ik heb geen man; hoe kan ik dan een zoon krijgen?”

is het antwoord:

Allah heeft geen man nodig om haar een zoon te geven.

Maar wanneer het gaat over God en de christelijke benaming „Zoon van God”, luidt de redenering:

“Hoe kan Hij een zoon hebben als Hij geen gezellin heeft?

Zie je het probleem?

De Koran erkent in het ene geval zelf dat een zoon door Gods bovennatuurlijke handelen kan bestaan zonder voortplanting.

Maar elders wordt Gods Zoonschap bestreden alsof een echtgenote noodzakelijk zou zijn.

Dat is géén weerlegging van het christelijke geloof.

Het is een weerlegging van een geloof dat christenen niet hebben.

 

De Koran bestrijdt vaker een christendom dat christenen niet belijden

Dat zien we eveneens in Soera 5:116.

Daar vraagt Allah aan Jezus of Hij tegen de mensen heeft gezegd:

„Neem mij en mijn moeder als twee goden naast Allah.”

Maar Maria hoort niet bij de christelijke Drie-eenheid.

De christelijke belijdenis is niet:

God – Maria – Jezus.

Maar:

Vader – Zoon – Heilige Geest.

Ook Soera 5:73 veroordeelt degenen die zeggen dat Allah “de derde van drie” (?!) is.

Maar christenen geloven evenmin dat “God één god naast twee andere goden is”.

De leer van de Drie-eenheid zegt niet:

drie goden.

Zij zegt dat er één God is.

Het probleem is daarom veel dieper dan simpelweg:

 De Koran verwerpt de Drie-eenheid.

De vraag is:

Begrijpt de Koran eigenlijk wel welke Drie-eenheid hij verwerpt?

 

Jezus verricht wonder na wonder

Het contrast met Mohammed wordt vervolgens buitengewoon scherp.

Over Jezus zegt Soera 5:110 dat Hij:

  • als baby tot mensen sprak;
  • blinden genas;
  • melaatsen genas;
  • doden uit de dood liet voortkomen;
  • uit klei de vorm van een vogel maakte en deze tot leven liet komen.

‘De Koran voegt steeds toe dat dit gebeurde met toestemming van Allah 

Maar daarmee verdwijnt het contrast niet.

Jezus doet de wonderen.

Zichtbare wonderen.

Wonderen die rechtstreeks aansluiten bij Zijn optreden als bijzondere boodschapper.

En dan komt Mohammed.

De zo genoemde laatste profeet

De boodschapper die volgens de islam de eerdere openbaringen corrigeert.

De profeet aan wie uiteindelijk de hele mensheid zich zou moeten onderwerpen.

Wat gebeurt er wanneer zijn tijdgenoten zeggen:

Laat dan een teken zien.

 

“Waarom is geen teken tot hem neergezonden?”

De vraag komt in de Koran niet één keer voor.

Hij komt telkens terug.

Soera 6:37:

„Waarom is geen teken van zijn Heer tot hem neergezonden?”

Het antwoord?

Allah kan een teken zenden.

Maar er komt geen wonder waarmee Mohammed zijn critici overtuigt.

Soera 10:20:

„Waarom is geen teken van zijn Heer tot hem neergezonden?”

Opnieuw.

Soera 13:7:

„Waarom is geen teken van zijn Heer tot hem neergezonden?”

Opnieuw.

Soera 13:27:

opnieuw dezelfde uitdaging.

Dat is opmerkelijk.

Want stel dat Mohammed publiek wonderen verrichtte zoals Mozes en Jezus.

Waarom antwoordt hij dan niet eenvoudig:

Geen teken? Jullie hebben het toch gezien?

 

De Koran geeft zelfs een reden waarom tekenen uitblijven

Soera 17:59 zegt in essentie dat Allah ervan weerhouden werd tekenen te zenden omdat vroegere volken die tekenen hadden verworpen.

Maar wat is dat voor argument?

Mensen verwierpen ook de tekenen van Mozes.

Tóch kreeg Mozes tekenen.

Mensen verwierpen Jezus.

Tóch verrichtte Jezus volgens de Koran wonder na wonder.

Dat sommige mensen een wonder zullen verwerpen, verklaart niet waarom een profeet geen wonder ontvangt.

Een teken dient juist om zijn aanspraak te bevestigen.

 

Uiteindelijk is het antwoord: de Koran zelf

Het duidelijkst wordt het in Soera 29:50-51.

De tegenstanders vragen:

Waarom zijn geen tekenen van zijn Heer tot hem neergezonden?

Mohammed moet antwoorden dat de tekenen bij Allah zijn en dat hij slechts een waarschuwer is.

Daarna volgt het argument dat het toch voldoende zou moeten zijn dat het Boek aan hem is geopenbaard.

Dat is veelzeggend.

De mensen vragen om een teken dat Mohammeds aanspraak bevestigt.

En Mohammed verwijst hen uiteindelijk naar de boodschap waarvan zij vragen waarom zij die als goddelijke openbaring zouden moeten geloven.

De boodschap wordt daarmee haar eigen bewijs.

Maar dat is dus precies wat de vraagsteller ter discussie stelde.

 

“Maar Mohammed spleet toch de maan?”

Hier wordt vaak Soera 54:1 aangehaald:

Het uur is nabijgekomen en de maan is gespleten.

Latere islamitische traditie maakt hier een wonder van Mohammed van..

Maar lees het vers zelf.

Er staat niet:

Mohammed spleet de maan.

Er staat zelfs niet in het vers dat Mohammed een wonder verrichtte in aanwezigheid van zijn tegenstanders.

Dat verhaal wordt door latere overlevering ingevuld.

En daarmee ontstaat opnieuw een eenvoudige vraag.

Als Mohammed daadwerkelijk voor de ogen van zijn tegenstanders de maan in tweeën had laten splijten, waarom lezen we dan later nog:

Waarom is geen teken tot hem neergezonden?

Het antwoord had dan verbluffend eenvoudig kunnen zijn:

Geen teken? Hebben jullie de maan soms gemist?

Maar zo’n antwoord staat niet in de Koran.

 

En dan verschijnen de wonderen later alsnog

In de latere hadithliteratuur verandert het beeld sterk.

Daar lezen we over Mohammed bij wie water uit zijn vingers stroomt, voedsel wordt vermenigvuldigd en bomen hem gehoorzamen.

Dat maakt de spanning alleen maar groter.

Want het oudste en volgens moslims hoogste islamitische gezag — de Koran — laat Mohammed herhaaldelijk geconfronteerd worden met het ontbreken van een teken.

De veel latere overleveringen leveren vervolgens alsnog de wonderen die zijn tegenstanders tijdens zijn leven kennelijk voortdurend verlangden.

Dat roept een historische vraag op die niet met vrome beweringen kan worden weggenomen:

Waarom ontbreken die wonderen in Mohammeds eigen antwoord aan degenen die hem erom vroegen?

 

Het contrast met Jezus kan nauwelijks groter zijn

Daarmee komen de lijnen samen.

Over Jezus zegt de Koran:

Hij is de Messias.

Hij is het Woord van Allah.

Hij is een Geest van Hem.

Hij wordt door de Heilige Geest ondersteund.

Hij wordt uit een maagd geboren.

Hij geneest de blinde.

Hij reinigt de melaatse.

Hij brengt de doden tot leven, met Gods toestemming.

Hij zal bovendien volgens de islamitische verwachting een buitengewone rol aan het einde der tijden vervullen.

Hij zal Gods oordeel brengen.

En Mohammed?

Wanneer om een teken wordt gevraagd:

Ik ben slechts een waarschuwer.

De asymmetrie is enorm.

De islam wil Mohammed boven Jezus plaatsen als laatste profeet, maar haar eigen bronnen geven Jezus kenmerken die Mohammed niet heeft.

Zelfs Satan krijgt op Jezus geen vat

De hadiths maken het contrast nog opvallender.

In Sahih al-Bukhari 3286 wordt overgeleverd dat Satan ieder kind bij de geboorte aanraakt, maar dat dit bij Jezus niet lukt.

Sahih al-Bukhari 3431 noemt Maria en haar Zoon als uitzonderingen.

Ook Sahih Muslim 2366a bevat deze traditie.

Nogmaals dan de vraag:

Waarom Jezus?

Waarom deze uitzonderingspositie?

Waarom niet Mohammed?

Waarom wordt degene die volgens de islam ‘slechts een profeet’ is voortdurend met uitzonderingen omgeven?

De islamitische bronnen lijken steeds hetzelfde probleem te creëren dat de islamitische leer vervolgens moet proberen weg te verklaren.

 

Misschien moeten we de vraag wel omdraaien

Moslims vragen christenen geregeld:

Waar zegt Jezus letterlijk: Ik ben God, aanbid Mij?

Maar misschien moet er eerst iets worden uitgelegd:

Waarom spreekt zelfs de Koran op zo’n uitzonderlijke manier over Jezus Christus?

Waarom is Hij het Woord van Allah?

Waarom een Geest van Hem?

Waarom de Messias?

Waarom uit een maagd?

Waarom ondersteund door de Heilige Geest?

Waarom verricht Hij wonderen die Mohammed in de Koran niet verricht?

Waarom kan Satan Hem volgens de hadith niet aanraken?

En waarom moet een boek dat zes eeuwen na Christus verschijnt vervolgens zeggen dat de fundamentele boodschap van de apostelen over Zijn kruisiging niet klopt?

 

Ga terug naar de oudste getuigen

Wanneer twee religies elkaar tegenspreken over Jezus, moet de vraag niet zijn:

Welke traditie ben ik gewend?

maar:

Welke getuigen staan het dichtst bij Jezus Zelf?

De Koran verschijnt ongeveer zes eeuwen na Christus.

Het Nieuwe Testament voert ons terug naar de eerste eeuw, naar de apostolische verkondiging en naar mensen die Jezus kenden of direct verbonden waren met degenen die Hem kenden.

Daar vinden wij geen Jezus die alleen maar de komst van Mohammed aankondigt.

Daar vinden wij:

In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.
— Johannes 1:1, STV

Daar vinden wij Thomas die voor de opgestane Christus uitroept:

Mijn Heere en mijn God!
— Johannes 20:28, STV

Daar vinden wij Paulus:

Welke is God boven allen te prijzen in der eeuwigheid. Amen.
— Romeinen 9:5, STV

En daar vinden wij het warme hart van het Evangelie:

Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; en dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften.
— 1 Korinthe 15:3-4, STV

Dat is de Jezus van de Bijbel.

Niet slechts een profeet.

Niet de voorloper van Mohammed.

Niet iemand die aan het kruis vervangen moest worden.

Maar de gekruisigde en opgestane Here Jezus Christus.

Onderzoek niet alleen wat je over Jezus is verteld

De vraag aan de moslim is daarom niet of hij respect voor Jezus heeft.

De veel belangrijkere vraag is:

Wie is Jezus echt?

Wanneer zelfs de Koran Hem uitzonderlijke titels geeft, uitzonderlijke geboorte, uitzonderlijke wonderen en een uitzonderlijke verhouding tot de Geest van God, wees dan niet tevreden met het antwoord:

Hij was gewoon een profeet.

Onderzoek waarom Hij zo anders is.

En wanneer Mohammed als laatste boodschapper wordt gepresenteerd, onderzoek dan eveneens waarom de mensen om hem heen herhaaldelijk vroegen waarom hij geen teken ontving — en waarom de Koran hun niet antwoordt met de indrukwekkende wonderen die pas later uitgebreid in de hadith verschijnen.

Wees daarin een Bereeër.

En dezen waren edeler dan die te Thessalonica waren, als die het woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren.
— Handelingen 17:11, STV

Onderzoek.

Vergelijk.

Vraag door.

En bovenal: laat niet een latere religieuze traditie bepalen wie Jezus zou mogen zijn.

Ga terug naar de getuigen van het begin.

 

Was Mohammed echt een profeet?

Een Bijbelse toets van de eerste openbaring van de islam

In dit apologetische blog wordt onderzocht of Mohammeds eerste openbaring de toets van de Bijbel doorstaat. De ervaring in de grot van Hira wordt vergeleken met de roeping van Mozes in Exodus 3 en 4. Daarbij komt vooral de vraag naar voren of Waraka’s bevestiging werkelijk overeenkomt met de eerdere Schriften. De conclusie is dat Mohammeds boodschap niet aansluit bij het Bijbelse getuigenis, maar botst frontaal met het Evangelie van Jezus Christus.

De vraag of Mohammed echt een profeet van God was(video van Jos), is allesbehalve bijzaak. Zij raakt het fundament van de islam. Als Mohammed door God gezonden is, dan moet zijn boodschap ernstig genomen worden. Maar als hij géén profeet van God was, dan valt de aanspraak van de islam als goddelijke openbaring weg.

Daarom is de vraag niet: vinden wij Mohammed indrukwekkend?
De vraag is: doorstaat zijn roeping de toets van Gods eerdere openbaring?

Waarop baseert de islam eigenlijk dat Mohammed een profeet was en dat zijn openbaringen van God kwamen? Daarbij wordt Mohammeds eerste ervaring in de grot van Hira vergeleken met de roeping van Mozes in Exodus 3 en 4.

Poster met Bijbelse toets van Mohammeds eerste openbaring tegenover de roeping van Mozes bij de brandende braamstruik.
Was Mohammed echt een profeet?

 

De islam begint met een onzekere ervaring

Volgens de islamitische overlevering trok Mohammed zich terug in de grot van Hira. Daar verscheen een engel die hem opdroeg te lezen. Mohammed antwoordde dat hij niet kon lezen. Vervolgens werd hij door die engel hard vastgegrepen en aangedrukt. Dit herhaalde zich meerdere keren.

Wat daarna opvalt, is niet rust, zekerheid of aanbidding, maar angst.

Mohammed keert terug naar Khadija en zegt: “Bedek mij, bedek mij.” Hij is bang dat er iets met hem gebeurt. Hij weet op dat moment kennelijk niet zeker wat hij heeft meegemaakt. Khadija weet dat evenmin. Zij stelt hem gerust op basis van zijn karakter: hij is goed voor zijn familie, helpt armen, is gastvrij en ondersteunt mensen in nood.

Maar een goed karakter bewijst nog geen profeetschap.

Dat iemand moreel respectabel is, betekent nog niet dat zijn geestelijke ervaring van God komt. Ook religieuze ernst, afzondering, vasten, visioenen of intense belevingen zijn op zichzelf geen bewijs van goddelijke openbaring. De Bijbel leert juist dat geestelijke ervaringen getoetst moeten worden.

“Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn.”
1 Johannes 4:1 (STV)

Daar ligt meteen het kernpunt: Mohammeds eerste openbaring vraagt om toetsing.

 

Waraka wordt de eerste uitlegger van Mohammeds ervaring

Na deze gebeurtenis brengt Khadija Mohammed bij Waraka ibn Nawfal. Waraka wordt beschreven als iemand met kennis van de eerdere Schriften. Hij was vertrouwd met de Torah en het Evangelie. Hij zegt tegen Mohammed dat dit dezelfde engel zou zijn die tot Mozes kwam.

Dat is een zeer belangrijk moment.

Want Mohammeds ervaring wordt op dat punt niet bevestigd door de Koran — die bestond immers nog niet als afgeronde openbaring. De ervaring wordt ook niet bevestigd door duidelijke tekenen voor het volk. De eerste duiding komt van Waraka, en Waraka beroept zich in feite op de eerdere Schriften.

Dat betekent dat de claim eerlijk getoetst mag worden aan diezelfde Schriften.

Als Waraka zegt: “dit is zoals bij Mozes”, dan rijst de vraag: is dat zo?

 

De Bijbel is ook hier geen bijzaak

Veel moslims stellen dat de Bijbel vervalst is. Maar dat argument wordt problematisch wanneer Mohammeds eerste bevestiging juist afhankelijk wordt gemaakt van iemand die zich op de eerdere Schriften beroept.

Als de Torah en het Evangelie in principe onbetrouwbaar zijn, waarom zou Waraka’s bevestiging dan betrouwbaar zijn?

En als Waraka’s bevestiging betrouwbaar is omdat hij de eerdere Schriften kende, dan mogen die Schriften ook spreken. Dan mogen wij Exodus openslaan en vragen: lijkt Mohammeds roeping ook maar enigszins op die van Mozes?

Dat is geen oneerlijke vraag. Dat is juist consequent toetsen.

De vraag of Mohammed werkelijk een profeet was, moet niet worden beantwoord op basis van religieuze traditie, maar op grond van Gods eerdere openbaring.

 

Mozes wist Wie tot hem sprak

Wanneer Mozes in Exodus 3 bij de brandende braamstruik komt, is de situatie radicaal anders. Daar is geen verwarrende worsteling met een onbekende geestelijke macht. Daar is geen paniek waarin Mozes naar huis vlucht en door een familielid gerustgesteld moet worden.

God maakt Zichzelf bekend.

De HEERE zegt:

“Ik ben de God uws vaders, de God van Abraham, de God van Izak, en de God van Jakob.”
Exodus 3:6 (STV)

Mozes weet met Wie hij te maken heeft. Hij vreest, ja, maar dat is heilige eerbied. Hij bedekt zijn gezicht omdat hij beseft dat hij voor God staat. Dat is iets heel anders dan geestelijke ontreddering zonder zekerheid over de bron van de ervaring.

Bij Mozes is er duidelijke openbaring. God spreekt. God noemt Zichzelf. God geeft een opdracht. God verbindt die opdracht aan Zijn verbond met Abraham, Izak en Jakob. De roeping van Mozes staat in de lijn van Gods eerdere beloften.

Bij Mohammed ontbreekt juist dat soort Bijbelse helderheid.

 

Mozes kreeg een concrete opdracht

God roept Mozes niet tot een vaag religieus bewustzijn. Hij geeft hem een concrete opdracht:

Mozes moet naar Farao gaan.
Mozes moet Israël uit Egypte leiden.
Mozes wordt gezonden binnen Gods verbondsgeschiedenis.
Mozes krijgt woorden van God mee.
Mozes krijgt tekenen ter bevestiging.

Wanneer Mozes vreest dat het volk hem niet zal geloven, geeft God hem tekenen. Zijn staf wordt een slang. Zijn hand wordt melaats en wordt weer hersteld. Het water uit de Nijl zal bloed worden. Die tekenen zijn niet bedoeld als religieus spektakel, maar als bevestiging dat de HEERE werkelijk gesproken heeft.

Mozes hoeft niet te zeggen: “Ik had een intense ervaring, geloof mij maar.”

God Zelf bevestigt Zijn knecht.

 

Bij Mohammed ontbreekt de Bijbelse bevestiging

Daar wringt het.

Bij Mohammeds eerste ervaring zien we volgens de overlevering angst, verwarring en onzekerheid. Hij moet door Khadija gerustgesteld worden. Vervolgens moet Waraka de ervaring verklaren. Maar er is geen directe Bijbelse bevestiging zoals bij Mozes.

Geen brandende braamstruik waarin God Zichzelf openbaart als de God van Abraham, Izak en Jakob.
Geen duidelijke verbondslijn.
Geen tekenen voor het volk.
Geen bevestiging zoals bij Mozes tegenover Aäron en de oudsten van Israël.
Geen openbaring die overeenstemt met het Evangelie van Christus.

En dat laatste is doorslaggevend.

Want de Bijbel geeft een ernstige waarschuwing:

“Doch al ware het ook, dat wij, of een engel uit den hemel u een Evangelie verkondigde buiten hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt.”
Galaten 1:8 (STV)

Let op: Paulus zegt zelfs dat een engel uit de hemel niet automatisch geloofd mag worden. De vraag is niet alleen: was er een engel? De vraag is: welke boodschap bracht hij?

Als de boodschap afwijkt van het Evangelie van Jezus Christus, dan moet zij verworpen worden.

 

De cruciale vraag: welke Jezus wordt verkondigd?

De islam erkent Jezus als profeet, maar verwerpt Hem als de gekruisigde en opgestane Zoon van God. Zij ontkent dat Jezus werkelijk de Middelaar is zoals het Nieuwe Testament Hem verkondigt. Zij ontkent het hart van het Evangelie: Christus gestorven voor onze zonden, begraven en opgewekt naar de Schriften.

Maar de apostolische boodschap is helder:

“Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften;
En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften.”
1 Korinthe 15:3-4 (STV)

Daar staat of valt alles mee.

Een religie die Jezus eert als profeet maar Hem niet erkent zoals de Schrift Hem openbaart, geeft niet te veel eer aan Jezus, maar te weinig. Zij houdt een andere Jezus over: een Jezus zonder kruis als verzoening, zonder opstanding als overwinning, zonder volkomen middelaarschap.

Dat is geen klein verschilletje. Dat is een ander evangelie.

 

Mozes wees vooruit naar Christus, niet naar Mohammed

In Deuteronomium 18 wordt gesproken over een profeet als Mozes. Islamitische apologeten verbinden dit vaak met Mohammed. Maar het Nieuwe Testament past deze verwachting toe op Christus.

Petrus zegt in Handelingen 3 dat Mozes gesproken heeft over de Profeet Die God zou verwekken, en hij verbindt dat met Jezus Christus. De lijn van Mozes loopt dus niet naar Mohammed, maar naar de Heere Jezus.

Mozes was middelaar van het oude verbond.
Christus is Middelaar van het nieuwe verbond.
Mozes leidde Israël uit Egypte.
Christus verlost zondaren uit zonde, dood en oordeel.
Mozes bracht de wet.
Christus bracht genade en waarheid.

“Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden.”
Johannes 1:17 (STV)

Wie Mozes echt en nauwkeurig volgt, komt niet uit bij de islam, maar bij de Here Jezus Christus.

 

Het probleem is niet eens Mohammeds karakter, maar zijn claim

Dit blog is geen aanval op moslims als mensen. Moslims zijn onze medemensen. Zij moeten net als iedereen met respect en liefde benaderd worden. Maar liefde betekent niet dat wij geestelijke claims dan maar ongetoetst laten uit angst te kwetsen of zo.

Het probleem is niet dat Mohammed religieus was.
Het probleem is niet dat hij ernstig zocht.
Het probleem is niet dat hij invloedrijk werd.

Het probleem is zijn claim: dat hij openbaring van God ontving die het Bijbelse getuigenis corrigeert, aanvult en uiteindelijk grof tegenspreekt.

Die claim kan een christen nooit aanvaarden.

Want God heeft gesproken in Zijn Zoon.

“God, voortijds veelmaal en op velerlei wijze, tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door den Zoon.”
Hebreeën 1:1-2 (STV)

Dat is beslissend. Na Christus komt er geen profeet die het Evangelie mag herschrijven. Er komt geen latere openbaring die de kruisdood van Christus relativeert of ontkent. Er komt geen engel die een ander evangelie mag brengen.

 

Het overzicht

Wanneer Mohammeds eerste openbaring wordt vergeleken met Mozes’ roeping, vallen de verschillen op.

Mozes wordt geroepen door de God van Abraham, Izak en Jakob.
Mohammed wordt geconfronteerd met een ervaring die hij zelf niet begrijpt.

Mozes ontvangt een duidelijke opdracht.
Mohammed keert angstig terug en moet gerustgesteld worden.

Mozes krijgt tekenen van God ter bevestiging.
Mohammeds ervaring wordt achteraf geduid door Waraka.

Mozes staat in de lijn van Gods verbond met Israël.
Mohammed brengt een boodschap die het apostolische Evangelie tegenspreekt.

Daarom kan een christen niet zeggen: “Mohammed was ook een profeet.” Niet omdat christenen moslims haten, maar omdat zij Christus liefhebben en de Schrift serieus nemen.

De Bijbelse toets is helder:

Een ware profeet spreekt niet tegen Gods eerdere openbaring in.
Een ware engel brengt geen ander evangelie.
Een ware boodschap van God verhoogt Christus zoals de Schrift Hem openbaart
.

En precies daar faalt de islamitische claim.

De vraag is daarom niet: was Mohammed oprecht?
De vraag is: was hij door de God van de Bijbel gezonden?

Op grond van de Schrift moet het antwoord zijn: nee.

Want de laatste en beslissende openbaring van God is niet gekomen in de grot van Hira, maar in Jezus Christus, de Zoon van God, gekruisigd en opgestaan.

Wie God wil leren kennen, moet niet naar Mohammed gaan, maar naar de Here Jezus Christus.

 

 

Geverifieerd door MonsterInsights