De gemeente van Jezus Christus; Zijn lichaam

4 minuten lezen

Rechtstreeks en herhaaldelijk genoemd

De Bijbel noemt de Gemeente niet alleen maar bij wijze van beeldspraak het lichaam van Christus; het staat er rechtstreeks en herhaaldelijk. De Here Jezus Christus is het Hoofd, en alle gelovigen in deze tijd vormen samen Zijn lichaam.

Een van de duidelijkste teksten is:

“En gijlieden zijt het lichaam van Christus, en leden in het bijzonder.”
(1 Korinthe 12:27, STV)

Dat laat weinig ruimte voor twijfel. Paulus zegt niet: “gij lijkt op een lichaam”, maar:

“Gijlieden zijt het lichaam van Christus.”

 

Christus is het Hoofd van dat lichaam

In Efeze wordt dezelfde waarheid verder uitgewerkt:

“…en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult.”
(Efeze 1:22-23, STV)

Hier staan de twee begrippen rechtstreeks naast elkaar:

Christus = het Hoofd
de Gemeente = Zijn lichaam

Ook Kolossenzen zegt:

“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente…”
(Kolossenzen 1:18, STV)

Dat is dus geen afgeleide leer. Het is letterlijk de woordkeus van de Schrift.

 

Iedere gelovige is een lid van dat ene lichaam

Paulus legt in 1 Korinthe 12 uit hoe dat lichaam is samengesteld:

“Want gelijk het lichaam één is, en vele leden heeft, en al de leden van dit ene lichaam, vele zijnde, maar één lichaam zijn, alzo ook Christus.”
(1 Korinthe 12:12, STV)

En vervolgens:

“Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt…”
(1 Korinthe 12:13, STV)

Dat is belangrijk. De gelovige wordt niet door menselijke organisatie, kerkelijke inschrijving of denominatie lid van dit lichaam. De Heilige Geest voegt hem bij Christus.

Daarom kan Paulus zeggen:

“Want wij zijn leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen.”
(Efeze 5:30, STV)

Dat is de lijn die ook in Efeze 5 wordt vastgehouden: Christus wordt daar het Hoofd der Gemeente genoemd en de Gemeente Zijn lichaam.

De verbinding met Christus is dus organisch

Een lichaam staat niet op afstand van zijn hoofd. Het vormt er één geheel mee.

Dat is waarom Paulus zulke sterke uitdrukkingen kan gebruiken als:

“Want wij zijn leden van elkander.”
(Efeze 4:25, STV)

en:

“…opdat wij zouden opwassen in Hem, Die het Hoofd is, namelijk Christus; Uit Welken het gehele lichaam…”
(Efeze 4:15-16, STV)

De Gemeente ontvangt leven, richting en samenhang vanuit Christus.

Zoals het natuurlijke lichaam niet zelfstandig van het hoofd kan functioneren, zo bestaat de Gemeente alleen in Christus.

 

“Alzo ook Christus”

1 Korinthe 12:12 gaat zelfs opvallend ver. Paulus schrijft niet:

“zo ook de Gemeente”,

maar:

“…alzo ook Christus.” (STV)

Christus en Zijn lichaam worden daar zo nauw met elkaar verbonden dat het geheel onder de naam van het Hoofd wordt aangeduid.

Dat past bij de verborgenheid die Paulus verkondigt: gelovigen zijn niet slechts volgelingen van Christus die buiten Hem staan, maar zijn in Christus geplaatst.

 

Eén nieuwe mens

Daarmee hangt ook Efeze 2 samen:

“…opdat Hij die twee in Zichzelven tot één nieuwen mens zou scheppen…”
(Efeze 2:15, STV)

Jood en heiden worden in deze tijd niet tot twee verschillende lichamen gemaakt. Zij worden in Christus samengebracht tot één nieuwe mens.

Dat sluit weer aan bij Efeze 4:

“Eén lichaam is het, en één Geest…”
(Efeze 4:4, STV)

En het doel van de bediening is:

“…tot opbouw des lichaams van Christus; totdat wij allen zullen komen… tot een volkomen man, tot de mate van de grootte der volheid van Christus.”
(Efeze 4:12-13, STV)

Opvallend is hier ook de uitdrukking “een volkomen man”. De gedachtegang is die van Christus als Hoofd en de Gemeente als Zijn lichaam.

Daarom is Efeze 5 zo belangrijk

Efeze 5 wordt vaak aangehaald om te bewijzen dat de Gemeente de bruid van Christus zou zijn. Maar let goed op wat Paulus schrijft:

“Want de man is het hoofd der vrouw, gelijk ook Christus het Hoofd der Gemeente is; en Hij is de Behouder des lichaams.”
(Efeze 5:23, STV)

En even verder:

“Want wij zijn leden Zijns lichaams…”
(Efeze 5:30, STV)

Juist waar Paulus over huwelijk spreekt, noemt hij de Gemeente niet de bruid, maar blijft hij spreken over Hoofd en lichaam.

Daarmee wordt het onderscheid belangrijk:

Israël wordt in de profetieën voorgesteld in de huwelijksrelatie met de HEERE.

De Gemeente wordt in de brieven van Paulus voorgesteld als het lichaam van de opgestane Christus.

 

De kern

De Gemeente is dus niet slechts een groep mensen die Jezus volgt.

Maar is:

Zijn lichaam.

Christus is:

Het Hoofd.

De gelovigen zijn:

leden van dat lichaam.

En zij zijn door één Geest:

tot één lichaam gedoopt.

Daarom is deze positie zelfs veel inniger dan alleen het beeld van een bruid die met een bruidegom verenigd zal worden. De Gemeente is reeds in gemeenschap met Christus verbonden. Hij is ons leven.

“Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.”
(Kolossenzen 3:3, STV)

Daar ligt het onderscheid: Israël heeft een profetische bestemming als vrouw/bruid; de Gemeente heeft nú al zijn positie als het Lichaam van Christus.

lees ook:

lichaam van Christus – Bijbelse basis

Geef een reactie

Geverifieerd door MonsterInsights