Openbaring 12 is geen sprookje, het is heilsgeschiedenis

Mystiek en geheimzinnig?

Er zijn Bijbelgedeelten waar men snel overheen leest.
Openbaring 12 is er zo één.

Een vrouw.
Een draak.
Een kind.
1260 dagen.

Voor velen is het mystiek, geheimzinnig, bijna apocalyptische poëzie zonder vaste grond. Maar wie het Schrift met Schrift vergelijkt, ontdekt dat hier niets nieuws wordt geïntroduceerd. Hier wordt samengebald wat al eeuwen eerder is aangekondigd.

En wie dat niet ziet, heeft Openbaring losgemaakt van Genesis.

Wie Openbaring leest zonder Daniël leest verkeerd

Men noemt het boek Openbaring geheimzinnig. Maar dat komt omdat men het los leest van het Oude Testament.

De vrouw bekleed met zon, maan en twaalf sterren?
Dat is geen nieuw beeld. Dat kennen we al uit Jozefs droom.

De draak met zeven koppen en tien horens?
Dat kennen we uit Daniël.

De 1260 dagen?
Dat staat al in Daniël.

De ijzeren roede?
Psalm 2.

Er staat in Openbaring 12 niets wat niet eerder in de Schrift is voorbereid.

Wie Openbaring wil begrijpen, moet beginnen bij Genesis 1 vers 1. De Bijbel is één geheel. Je kunt niet zomaar voorgaande bladzijden overslaan en dan denken dat je de laatste bladzijde begrijpt.

De vrouw is niet Maria en niet de Kerk

Er zijn twee populaire uitleggingen.

De roomse: de vrouw is Maria.
De protestantse: de vrouw is de Kerk.

Beide missen het fundament.

De vrouw is Israël.

Israël als het verbondsvolk. Israël als de barende vrouw. Israël als de drager van de Messiaanse lijn.

De symboliek laat geen andere conclusie toe.

Zon, maan, twaalf sterren — dat is het huis van Jakob.
Niet Rome.
Niet de Kerk.

De mannelijke zoon: meer dan men denkt

“Zij baarde een mannelijke zoon, die al de heidenen zou hoeden met een ijzeren roede.”

Dat is Psalm 2.

Dat is de Messias.

Maar hier wordt het interessant.

Wanneer het Oude Testament spreekt over de verheerlijkte Christus, dan spreekt het niet over een losstaand individu zonder Zijn lichaam. De verheerlijkte Christus is inclusief de Gemeente.

Christus is het Hoofd.
De Gemeente is Zijn Lichaam.

Daarom wordt de mannelijke zoon weggerukt tot God en Zijn troon. Dat is geen symbolische taal voor hemelvaart alleen. Dat is opname.

En precies daarna wordt de draak uit de hemel geworpen.

De volgorde is cruciaal.

Eerst de opname, dan de neerwerping

Openbaring 12 laat een duidelijke volgorde zien:

De zoon wordt weggerukt.
De draak wordt uit de hemel geworpen.
De draak vervolgt de vrouw.

Met andere woorden:

Eerst wordt de Gemeente weggenomen.
Daarna richt satan zich in volle woede op Israël.

Dat is geen willekeurige gedachtegang. Dat is consistent met Daniël en met de 70e week.

De draak en de antichrist

De draak is Satan.

Na zijn neerwerping manifesteert hij zich zichtbaar in een wereldrijk. Niet slechts als tegenstander van Christus, maar als vervanger van Christus.

“Anti” betekent niet alleen tegen, maar in plaats van.

De wereld zal niet massaal satanist worden. Ze zal massaal een alternatief messiaans systeem omarmen.

Dat is het antichristelijke rijk.

1260 dagen: geen symboliek, maar tijdrekening

De 1260 dagen zijn niet poëtisch bedoeld. Ze corresponderen met:

Drieënhalf jaar.
De tweede helft van Daniëls 70e week.
De grote verdrukking.

Israël vlucht de woestijn in.
De wereldmacht wordt geconsolideerd.
Satan regeert zichtbaar.

En dit alles is al 2600 jaar geleden aangekondigd via Daniël.

Waarom men dit niet ziet

Omdat men Openbaring isoleert.
Omdat men Israël en Gemeente vermengt.
Omdat men de profetieën vergeestelijkt.

Men leest teksten voor bruiloften, begrafenissen en Vaderdag.
Maar men leest de Schrift niet als één doorgaand heilsplan.

Openbaring 12 is geen los visioen. Het is het scharnierpunt van Gods plan met Israël en de Gemeente.

Wat dit praktisch betekent

Wij leven in een tijd van verborgenheid.
Christus regeert, maar verborgen.
De Gemeente is verbonden met een hemelse roeping.

De wereld is niet onderweg naar christelijke heerschappij.
Zij is onderweg naar openlijke rebellie.

Wie denkt dat de Kerk het Koninkrijk op aarde moet vestigen, heeft Openbaring 12 niet begrepen.

De Gemeente wordt niet geroepen om de wereld te veroveren.
Zij wordt geroepen om uit te gaan buiten de legerplaats.

Samengevat

De geschiedenis is geen toeval.
Daniël bevestigt dat God koningen afzet en bevestigt.
Openbaring bevestigt dat Satan tijdelijk wordt toegelaten.
Maar het einde staat vast.

De vrouw blijft.
De draak wordt geoordeeld.
De Zoon regeert.

En wie bij die Zoon hoort, deelt in Zijn verheerlijking.

Dat is geen mystiek.

Dat is heilsgeschiedenis.

De toekomstige rol van de Gemeente

De toekomstige rol van de Gemeente

Wanneer wij de toekomstige rol van de Gemeente willen verstaan, moeten wij beginnen bij haar identiteit. Niet bij traditie. Niet bij kerkelijke formuleringen. Maar bij het beeld dat de Schrift zelf gebruikt.

De Gemeente is niet de verbondsvrouw van de HEERE.
Dát beeld hoort bij Israël.

De Gemeente is het Lichaam van Christus.

“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente.” (Kolossenzen 1:18 STV)

Vanuit dat beeld moeten wij haar toekomst doordenken.

Een hemelse roeping

De Gemeente heeft geen aardse roeping zoals Israël. Haar positie is hemels.

“En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus.” (Efeze 2:6 STV)

“Want ons burgerschap is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.” (Filippenzen 3:20 STV)

Israël verwacht de Messias op aarde.
De Gemeente verwacht Hem uit de hemel.

Dat bepaalt ook haar toekomst.

De opname: het eerstvolgende moment

Voor de Gemeente is de eerstvolgende profetische gebeurtenis niet het Koninkrijk op aarde, maar de ontmoeting met de Heere in de lucht.

“Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen tezamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen.” (1 Thessalonicenzen 4:17 STV)

Hier wordt geen aardse vestiging beschreven, maar een hemelse vereniging.

Dat past bij haar identiteit als Lichaam.

De rechterstoel van Christus

Na de opname volgt beoordeling van dienst.

“Want wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus.” (2 Korinthe 5:10 STV)

Dit is geen oordeel tot verdoemenis.
Het betreft loon en verantwoordelijkheid.

De Gemeente zal niet geoordeeld worden als volk (zoals Israël in Mattheüs 25), maar individueel als leden van het Lichaam.

Verschijnen met Christus

Wanneer Christus verschijnt in heerlijkheid, verschijnt de Gemeente met Hem.

“Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.” (Kolossenzen 3:4 STV)

Het Lichaam deelt in de openbaring van het Hoofd.

Dat is logisch.
Wat aan het Hoofd gebeurt, raakt het Lichaam.

Heersen met Christus

De Schrift leert dat gelovigen zullen delen in Zijn heerschappij.

“Indien wij verdragen, wij zullen ook met Hem heersen.” (2 Timotheüs 2:12 STV)

Dit heersen is geen overname van Israëls beloften.
Israël ontvangt het aardse Koninkrijk onder de Zoon van David.

De Gemeente deelt in de hemelse regering van Christus.

Het onderscheid blijft:

Israël — aards, koninklijk, nationaal.
Gemeente — hemels, organisch verbonden, mede-erfgenaam.

In de toekomende eeuwen

Paulus opent nog een breder perspectief:

“Opdat Hij zou betonen in de toekomende eeuwen den uitnemenden rijkdom Zijner genade, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus.” (Efeze 2:7 STV)

De Gemeente zal in de eeuwigheid een demonstratie zijn van Gods Genade.

Niet als natie.
Niet als verbondsvolk.
Maar als verlost Lichaam, verenigd met het Hoofd.

Waar de Gemeente niet toe is geroepen

De Gemeente is niet geroepen om:

  • het Koninkrijk nu te vestigen
  • politieke heerschappij te zoeken
  • de wereld te christianiseren

Zij is vreemdeling.

“Zo zijn wij dan gezanten van Christuswege.” (2 Korinthe 5:20 STV)

Een gezant vertegenwoordigt een ander rijk.

De toekomstige rol van de Gemeente is:

  • opgenomen worden tot Christus
  • voor Zijn rechterstoel verschijnen
  • met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid
  • delen in Zijn heerschappij
  • in de toekomende eeuwen Gods Genade openbaren

Dit alles vloeit voort uit één waarheid:

De Gemeente is het Lichaam van Christus.

En het Lichaam zal zijn waar het Hoofd is.

Onderzoek zelf de Schrift.
Vergelijk Schrift met Schrift.
Snijd het Woord recht.

zie ook:

De Gemeente is geen Israël

Het verschil tussen de tijd van het Koninkrijk en de tijd van de Gemeente

De toekomstige en zekere bekering van Israël, – geen automatisme

De grote verdrukking, voor wie bestemd

Schrift met Schrift vergelijken

Het onderscheid #1 youtube video van Christengemeente Werkendam

Het onderscheid #1 youtube video van Christengemeente Werkendam

vandaag de aftrap van een nieuwe categorie op deze website:

Het onderscheid

Preken en video’s in Bijbels perspectief bekeken

Sprekers: Drie mannen in gesprek (namen niet expliciet vermeld) 
Setting: YouTube video op het kanaal “Christengemeente Werkendam” met een sterk polemisch karakter
Thema’s:

Afwijzing van de bedelingenleer (dispensationalisme)

Uitleg van “Jacobs benauwdheid”

Verwerping van een geheime opname vóór de grote verdrukking

Eenheid van het evangelie door alle tijden heen

Aanleiding:
Reactie op eerdere aflevering over het Koninkrijk. Er is “stof opgewaaid” binnen evangelisch Nederland.

Beoogd doel:

Aantonen dat de bedelingenleer onschriftuurlijk is

Laten zien dat Jeremia 30 reeds historisch vervuld is

Bewijzen dat 2 Thessalonicenzen 2 de pre-trib opname uitsluit

Waarschuwen tegen wat zij zien als misleiding binnen evangelische kringen

Doelgroep:
Evangelische christenen, vooral (voormalige) aanhangers van de bedelingenleer.

YouTube player

────────────────────────

Samenvatting

Wat wordt concreet geleerd?

De bedelingenleer ‘snijdt de Bijbel kunstmatig in stukken;.

Het evangelie is eeuwig en ‘in alle tijden hetzelfde;’.

“Jacobs benauwdheid” (Jeremia 30:7) verwijst naar de Babylonische ballingschap.

Mattheüs 24 is niet exclusief voor toekomstig Israël.

2 Thessalonicenzen 2 leert dat de opname niet plaatsvindt vóór de openbaring van de “mens der zonde”.

De leer van een geheime opname is misleidend.

Hoofdaannames

Christus is reeds Koning.

Er is geen aparte “genadetijd” tegenover andere tijden.

De opname vindt plaats ná de openbaring van de antichrist.

Dispensationalisme bereidt (onbedoeld) de weg voor misleiding rond de antichrist.

Belangrijkste bijbelteksten

  • Jeremia 25–31

Mattheüs 24

2 Thessalonicenzen 2

Romeinen 4

Hebreeën 4

Openbaring 14

Centrale nadruk

Eén doorlopende heilslijn:
één evangelie – één volk van God – één toekomst van Christus.

Toepassing

Toets leraren aan de Schrift.

Verwacht vervolging.

Verwacht de openbaring van de antichrist.

Verwerp systeemdenken.

────────────────────────

Bijbelvastheid

Positieve elementen

Sterke nadruk op sola Scriptura.

Schrift wordt met Schrift vergeleken.

De context van Jeremia (ballingschap) wordt  uitvoerig behandeld.

Kritische observaties

Jeremia 30 wordt volledig historisch ingevuld, zonder ruimte voor een mogelijk eschatologisch “dubbel perspectief”.

Mattheüs 24 wordt zonder meer gelijkgeschakeld met 2 Thessalonicenzen 2.

Romeinen 9–11 blijft onbesproken (belangrijk in discussie Israël–gemeente).

De eigen positie wordt gepresenteerd als vanzelfsprekend Schriftuurlijk, zonder enige erkenning dat orthodoxe uitleggers hierover verdeeld zijn.

Wordt Schrift met Schrift vergeleken?

Dat lijkt zo,  maar vaak met vooraf vaststaande conclusie.

Wordt onderscheid gemaakt waar de Schrift dat zelf doet?

Het klassieke onderscheid tussen de roeping va Israël en gemeente wordt sterk gerelativeerd of ontkend.

────────────────────────

Leerstellige hiaten

Wat blijft onderbelicht?

Het blijvende karakter van Gods verbonden met Israël.

De profetische literatuur als vaak meervoudig vervuld (nabij én toekomstig).

De complexiteit van eschatologie binnen de kerkgeschiedenis.

Wordt zonde benoemd?

Ja — vooral zonde van dwaalleer.

Wordt genade Schriftuurlijk gedefinieerd?

Ja, nadruk op rechtvaardiging door geloof alleen.

Ontbreekt theologische balans?

Ja, op twee manieren:

Er is weinig (geen) erkenning dat oprechte gelovigen tot andere conclusies komen.

Bedelingenleer wordt vrijwel volledig als gevaarlijke misleiding neergezet.

────────────────────────

Positionering

Theologische plaatsing

Evangelisch

Anti-dispensationalistisch

Anti-calvinistisch

Post-tribulationistisch

Sterk polemisch-profetisch karakter

Dominante accenten

Christus als ‘reeds regerende Koning’, waar het nieuwtesatamentische onderwijs van de Gemeente als lichaam van Christus, met Hem als Hoofd, volkomen genegeerd wordt

Eén evangelie door alle tijden

Afwijzing van opname vóór de Grote Verdrukking

Waarschuwing tegen geestelijke misleiding

Gemeentevisie

Gemeente is geen aparte “fase” in Gods plan, maar onderdeel van één heilsgeschiedenis. (Verbondstheologie)

────────────────────────

Houding en taalgebruik

Geestelijke dynamiek

Strijdvaardig – confronterend – waarschuwend.

Toon

Regelmatig polemisch, scherp en emotioneel.

“kotsmisselijk”

“ketterij”

“vleselijke vreselijke leer”

“vette headers”

Observaties

Emotie versterkt de urgentie.

De toon kan polariserend werken.

Fysieke kenmerken (bijv. “dikke voorgangers”) worden gekoppeld aan geestelijke dwaling — dat is problematisch en niet Schriftuurlijk onderbouwd.

────────────────────────

Beoordeling

Wat kan bevestigd worden?

De oproep tot Bijbels toetsen van leer.

De waarschuwing tegen oppervlakkige opname-speculatie.

De  nadruk dat 2 Thessalonicenzen 2 serieus genomen moet worden.

Christus-centrische focus.

Wat vraagt correctie?

De ontkenning van toekomstig profetisch element in Jeremia 30.

Onvoldoende erkenning van legitieme verschillen binnen orthodoxe eschatologie.

Oververalgemenisering en karikatuur maken  van dispensationalisme.

Polemische overdrijving.

Wat kan verwarring veroorzaken?

Het volledig historiseren van de “Grote Verdrukking”.

Suggestie dat dispensationalisme bijna automatisch tot aanbidding van de antichrist leidt.

Het  volledig ontbreken van nuance tussen verschillende vormen van bedelingenleer.

Gevolg voor de gemeente

Positief:

De noodzaak van Bijbelstudie.

Doorbreekt gemakzuchtig escapisme.

Negatief risico:

Polarisatie.

Wantrouwen en oordeel richting andere gelovigen.

Verenging van complexe thema’s tot zwart-wit-tegenstelling.

────────────────────────

Ernst van de afwijking

Dit betreft:

Geen afwijking van het evangelie zelf.

Wel een sterke polemische versmalling van profetische teksten.

Eenzijdige eschatologische lezing.

Pastoraal riskante toonzetting.

Geen fundamentele dwaalleer —
maar wel theologische verharding en simplificatie.

────────────────────────

Slotreflectie

Deze boodschap wil Christus verhogen en misleiding ontmaskeren. Dat is een eerbaar motief.

Maar geestelijk onderscheid vraagt:

Nauwkeurige exegese

Historisch besef

Theologische bescheidenheid

Een herderlijke toon

Strijd tegen dwaling is Bijbels.
Maar strijd zonder evenwicht kan zelf eenzijdig worden.

Niet alles wat “bedelingenleer” heet is automatisch onbijbels.
Niet alles wat daartegen strijdt is automatisch volledig evenwichtig.

Geestelijk onderscheid is geen luxe, maar noodzaak.
Niet alles wat fel klinkt, is daarom zuiverder.

Mijn persoonlijke commentaar onder deze video op youtube,  waar blijkbaar geen gefundeerd inhoudelijk antwoord op mogelijk was, is gedeleted, dus via deze weg alsnog:

Mannenbroeders.  U spreekt vol  vuur. U spreekt met overtuiging. U beroept zich voortdurend op “alleen Gods Woord”. Maar wie werkelijk “het Woord recht snijdt”, moet ook bereid zijn om zijn eigen lezing te laten toetsen.

En juist daar wringt het.

Jeremia 30: volledig vervuld? Werkelijk? U stelt dat Jeremia 30 uitsluitend over de Babylonische ballingschap gaat en volledig vervuld is in de 70-jarige wegvoering. Dat is nogal  een forse claim. Maar leest u Jeremia 30–31 werkelijk in zijn geheel? “Want zie, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken.” (Jeremia 31:31 STV)

Is dat volledig vervuld in de dagen van Ezra en Nehemia? Is Israël sindsdien blijvend veilig geweest? Is het volk sindsdien nooit meer verstrooid? Is de situatie van Jeremia 30:10–11 permanent gerealiseerd?

De terugkeer uit Babel was historisch herstel, ja. Maar het was geen definitieve nationale verlossing. Wie Jeremia 30 uitsluitend tot de Babylonische ballingschap reduceert, maakt precies datgene waar u anderen van beschuldigt: u knipt het profetische perspectief af waar het u theologisch niet uitkomt. Dat is geen “recht snijden”. Dat is uitlegkundig versmallen.

Mattheüs 24:31 = de opname? Dat zegt u. U beweert met grote stelligheid dat Mattheüs 24:31 over de opname van de Gemeente gaat. “En Hij zal Zijn engelen uitzenden met een bazuin van groot geluid, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen…” (Mattheüs 24:31 STV) Maar waar staat in Mattheüs 24: dat dit de Gemeente betreft? dat dit vóór de toorn is? dat dit 1 Thessalonicenzen 4 moet zijn? De context spreekt over: Judea, sabbat, tempel, vlucht naar de bergen.

U verwijt anderen systeemdenken, maar harmoniseert zelf zonder tekstuele onderbouwing Mattheüs 24 met Paulus’ opname-onderwijs. Dat is niet vanzelfsprekend. Dat is een leerstellige keuze. En wie die keuze maakt, moet dat exegetisch onderbouwen — niet alleen retorisch verdedigen. 2 Thessalonicenzen 2: u stelt meer dan de tekst zegt U presenteert 2 Thessalonicenzen 2 alsof het onweerlegbaar bewijst dat de opname pas ná de openbaring van de mens der zonde plaatsvindt. “Want die dag komt niet, tenzij dat eerst de afval gekomen zij, en dat geopenbaard zij de mens der zonde…” (2 Thessalonicenzen 2:3 STV) Maar Paulus spreekt in vers 2 over verwarring rond “de dag van Christus”.

De cruciale vraag is: Waar verwijst “die dag” precies naar? De opname? De dag des Heeren? Het oordeel? Het zichtbare wederkomen? Dat debat is exegetisch complex. U presenteert het alsof het kinderlijk eenvoudig is. Dat is het niet.

Het is mogelijk uw conclusie te verdedigen. Maar niet door te doen alsof er geen andere lezing bestaat.

Karikatuur van de bedelingenleer

U schildert de bedelingenleer af als: vier evangelieën werken-zaligheid voor verdrukkingsheiligen vleselijke luxe-theologie “stank in Gods neus” Dat is retorisch ijzersterk. Maar het is geen eerlijke representatie van het volledige spectrum van dispensationalisme. Er bestaan: klassiek dispensationalisme progressief dispensationalisme gematigde varianten Bepaald niet iedere dispensationalist leert wat u hier neerzet. En u geeft geen Bijbels verantwoord alternatief

Wie een stroming bestrijdt, moet haar op haar sterkste punt weerleggen — niet op haar zwakste karikatuur. De polemiek over “vette voorgangers” Hier wordt het echt problematisch. Lichamelijke zwaarlijvigheid verbinden aan dwaalleer is: geen exegese geen theologie geen geestelijke toets maar ad hominem polemiek Dat is niet scherp. Dat is goedkoop. Wie werkelijk geestelijke onderscheiding wil tonen, doet dat niet via lichaamsbouw.

Ironie: u verwijt snijden, maar snijdt zelf U beschuldigt dispensationalisten ervan de Schrift in vakjes te snijden. Maar u doet iets vergelijkbaars: U sluit een eschatologische horizon van Jeremia 30 af. U identificeert Mattheüs 24 definitief met de opname. U verklaart 2 Thessalonicenzen 2 tot sluitend bewijs zonder alternatieve lezing serieus te behandelen. Dat is ook systeemvorming. Alleen is het uw systeem.

Wat wél sterk is Laat dat ook gezegd worden: U verdedigt terecht de eenheid van het evangelie. U benadrukt terecht dat redding altijd door genade is. U wijst terecht op het gevaar van escapisme. U waarschuwt terecht tegen gemakzuchtig christendom. Dat zijn legitieme correcties. Maar goede correcties worden zwakker wanneer ze gepaard gaan met overdrijving. Het gevaar is niet dat u scherp bent. Het gevaar is dat u complexe eschatologie presenteert alsof zij kinderlijk simpel is. Profetische teksten hebben: meerlagige vervulling typologische patronen reeds-en-nog-niet spanning historische en eschatologische lagen

Wie dat ontkent, versimpelt de Schrift. En wie versimpelt, loopt het risico precies dat te doen wat hij anderen verwijt.

Als u werkelijk sola Scriptura wilt toepassen, dan vraagt dat: nauwkeurige exegese erkenning van tekstcomplexiteit eerlijke representatie van tegenposities en minder karikatuur

Polemiek kan wakker schudden. Maar als zij argumentatie vervangt, wordt zij lawaai. En de Schrift verdient meer dan lawaai.

Verbondstheologie getoetst aan de Schrift, en waarom het Dispensationalisme inhoudelijk sterker staat

Verbondstheologie getoetst aan de Schrift, en waarom het Dispensationalisme inhoudelijk sterker staat

De kernvraag is niet: welk systeem voelt logischer?
De kernvraag is: wat zegt de Schrift zelf?

Gaat Gods openbaring uit van één doorlopende verbondsstructuur waarin Israël en de Gemeente samenvallen?
Of openbaart de Schrift onderscheiden heilsbedelingen waarin Israël en de Gemeente niet hetzelfde zijn?

Israël en de Gemeente zijn niet identiek

Paulus maakt een onderscheid dat in geen enkel theologisch systeem mag verdwijnen.

“Geeft geen aanstoot, noch den Joden, noch den Grieken, noch der Gemeente Gods.”
— 1 Korinthe 10:32 (STV)

Hier noemt Paulus drie onderscheiden groepen:

  • Joden
  • Grieken (heidenen)
  • De Gemeente Gods

Als de Gemeente “geestelijk Israël” zou zijn, zou deze driedeling onmogelijk zijn.

Verder schrijft Paulus:

“Want ik wil niet, broeders, dat u dit geheimenis onbekend zij (opdat gij niet wijs zijt bij uzelven), dat er voor een deel verharding over Israël gekomen is, totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn.”
— Romeinen 11:25 (STV)

Israël is niet vervangen.
Israël is tijdelijk verhard.
En die verharding duurt “totdat”.

Dat impliceert toekomstig herstel.

Het Nieuwe Verbond is aan Israël beloofd

“Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken.”
— Jeremia 31:31 (STV)

Er staat niet: met de Gemeente.
Er staat: met Israël en Juda.

De Gemeente deelt geestelijk in het Nieuwe Verbond, maar de nationale vervulling — inclusief landbelofte en herstel — betreft Israël.

Als deze beloften vergeestelijkt worden, verandert de betekenis van Gods eigen woorden.

De grote verdrukking is specifiek verbonden aan Israël

Daniël schrijft:

“Zeventig weken zijn bestemd over uw volk, en over uw heilige stad, om de overtreding te sluiten, en om de zonden te verzegelen, en om de ongerechtigheid te verzoenen, en om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen…”
— Daniël 9:24 (STV)

“Uw volk” is het volk van Daniël: Israël.

Jeremia bevestigt dit:

“O wee! want die dag is zo groot, dat zijns gelijke niet geweest is; en het is een tijd van benauwdheid voor Jakob; nog zal hij daaruit verlost worden.”
— Jeremia 30:7 (STV)

Het is een tijd van benauwdheid voor Jakob.

Niet voor de Gemeente.

Is de Gemeente bestemd tot toorn?

Paulus schrijft:

“Want God heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot verkrijging der zaligheid, door onzen Heere Jezus Christus.”
— 1 Thessalonicenzen 5:9 (STV)

De oordelen in Openbaring worden expliciet beschreven als Gods toorn.

Indien de Gemeente niet tot toorn is gesteld, dan is haar positie principieel verschillend van die periode van gerichten.

Waarom dit niet oneerlijk is tegenover Israël

Het argument van “oneerlijkheid” veronderstelt dat Israël en de Gemeente dezelfde roeping hebben.

Maar zij hebben verschillende roepingen.

De Gemeente heeft een hemelse positie:

“Gezegend zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus.”
— Efeze 1:3 (STV)

Israël heeft een aardse koninklijke bestemming binnen het messiaanse rijk.

De verdrukking is geen willekeurige straf, maar de voltooiing van Daniëls profetische programma over Israël.

God werkt naar herstel.

Waarom dispensationalisme inhoudelijk sterker staat

Dispensationalisme:

  • neemt profetie grammaticaal-historisch
  • houdt Israël en de Gemeente onderscheiden
  • erkent dat de Gemeente een “geheimenis” was

Paulus schrijft:

“Dat mij door openbaring is bekendgemaakt dit geheimenis, gelijk ik met weinige woorden tevoren geschreven heb.”
— Efeze 3:3 (STV)

En verder:

“Hetwelk in andere eeuwen den kinderen der mensen niet is bekendgemaakt, gelijk het nu is geopenbaard aan Zijn heilige apostelen en profeten door den Geest.”
— Efeze 3:5 (STV)

Als de Gemeente reeds in het Oude Testament volledig geopenbaard was als voortzetting van Israël, kan zij geen verborgenheid zijn.

Dát is de kern.

Wanneer de Schrift haar eigen onderscheid mag behouden:

  • Israël heeft een toekomstig nationaal herstel
  • De Gemeente is een verborgenheid in dit tijdperk
  • De grote verdrukking betreft het profetisch programma over Israël
  • De opname is geen ontsnapping, maar een gevolg van onderscheiden roepingen

Niet traditie, maar tekstbesef beslist.

En dáárom staat dispensationalisme inhoudelijk sterker — niet omdat het modern is, maar omdat het consequent het onderscheid respecteert dat de Schrift zelf maakt.

lees ook:

Waarom “Verbondstheologie” tekort schiet

De Gemeente is geen Israël

Wet en Genade sluiten elkaar uit

De veelkleurige en veelvuldige wijsheid van God

Het verschil tussen de tijd van het Koninkrijk en de tijd van de Gemeente

Het verschil tussen de tijd van het Koninkrijk en de tijd van de Gemeente

Binnen het christendom bestaat onkunde over de vraag: in welke tijd leven wij eigenlijk? Spreekt de Bijbel over één doorgaande lijn, of maakt God onderscheid tussen verschillende huishoudingen? In het bijzonder worden het Koninkrijk en de Gemeente vaak met elkaar vereenzelvigd. Dat leidt tot leerstellige chaos, geestelijke druk en verkeerde verwachtingen.

De Schrift zelf maakt echter een scherp en principieel onderscheid. Wie dat onderscheid ziet, leest de Bijbel rustiger, helderder en consequenter.

De tijd van het Koninkrijk: beloften voor Israël

Het Koninkrijk is geen abstract begrip

Wanneer Johannes de Doper en de Heere Jezus optreden, verkondigen zij geen nieuwe religie, maar een concrete, profetisch beloofde werkelijkheid:

“Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.”  Mattheüs 4:17 (STV)

Dit Koninkrijk:

  • was beloofd in het Oude Testament
  • zou worden opgericht voor Israël
  • zou zichtbaar, aards en rechtvaardig zijn
  • zou geregeerd worden door de Messias, de Zoon van David

Voor een Jood in de eerste eeuw was dit volstrekt helder. Profeten als Jesaja, Jeremia en Ezechiël hadden gesproken over:

  • herstel van Israël
  • vrede onder de volken
  • gerechtigheid vanuit Jeruzalem

De vraag van de discipelen na de opstanding is dan ook veelzeggend:

“Heere, zult Gij in dezen tijd aan Israël het Koninkrijk weder oprichten? Handelingen 1:6 (STV)

Let op:
Jezus corrigeert niet hun verwachting van een toekomstig Koninkrijk, alleen het tijdstip.

De verwerping van de Koning en het uitstel van het Koninkrijk

Het drama van de evangeliën is niet slechts de kruisiging, maar wat eraan voorafgaat:

“Hij kwam tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.” Johannes 1:11 (STV)

Israël verwerpt:

  • Johannes de Doper
  • de prediking van Jezus
  • uiteindelijk de Messias Zelf

Het gevolg is niet dat het Koninkrijk “geestelijk” wordt, maar dat het wordt uitgesteld.

Zelfs na Pinksteren klinkt nog een oproep tot nationale bekering:

“Zo bekeert u dan… opdat de tijden der verkwikking mogen komen. Handelingen 3:19–21 (STV)

Maar Israël verhardt zich definitief. Het keerpunt wordt zichtbaar bij:

  • de steniging van Stefanus (Hand. 7)
  • de bekering en roeping van Paulus (Hand. 9)

 De openbaring van iets totaal nieuws: de Gemeente

Geen voortzetting, maar een verborgenheid

De Gemeente is niet:

  • het geestelijk geworden Israël
  • het Koninkrijk in afwachting
  • een noodoplossing

De Gemeente is:

“een verborgenheid, die van de eeuwen en van de geslachten verborgen is geweest.” Kolossenzen 1:26 (STV)

Dat betekent:

  • Niet geopenbaard in het Oude Testament
  • Niet gepredikt door Jezus in de evangeliën
  • Niet bekend bij de twaalf apostelen vóór Paulus

Deze waarheid wordt uitsluitend toevertrouwd aan Paulus:

“Mij is deze genade gegeven… om te verkondigen de verborgenheid.”  Efeze 3:2–9 (STV)

De Gemeente:

  • is geen volk
  • heeft geen land
  • heeft geen wet
  • heeft geen zichtbare heerschappij

Maar:

  • is het Lichaam van Christus
  • heeft een hemelse positie
  • leeft onder, door en uit Genade

“Gezegend zij de God… Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegeningen in de hemel.” Efeze 1:3 (STV)

“Want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” Romeinen 6:14 (STV)

De Gemeente regeert nu niet, maar lijdt, dient en getuigt. Haar toekomst is niet het Koninkrijk op aarde, maar:

  • de Opname, wegrukking
  • vereniging met Christus
  • later: mede-regeren ná deze bedeling

Twee tijden, twee roepingen

Tijd van het Koninkrijk Tijd van de Gemeente
Gericht op Israël Joden en heidenen samen
Aards Hemels
Zichtbaar Verborgen
Wet en profeten Genade
Koning regeert Christus als Hoofd
Bekering van een volk Roeping van een Lichaam

Waarom dit onderscheid alles bepaalt

Wanneer Koninkrijk en Gemeente worden vermengd:

  • wordt de Gemeente onder wet en aardse verwachtingen geplaatst
  • worden beloften aan Israël geestelijk gemaakt
  • ontstaat druk, activisme en teleurstelling

Veel hedendaagse dwalingen vinden hier hun oorsprong:

  • vervangingstheologie
  • verbondstheologie
  • kingdom-now-denken
  • christelijk zionisme zonder Schrift

De Schrift daarentegen bewaart rust en orde door onderscheid.

 Nu: Het Koninkrijk is beloofd.
Straks:De Gemeente is geopenbaard.
Straks:Het Koninkrijk komt zichtbaar.
Nu:De Gemeente leeft verborgen.

 

Wie Koninkrijk en Gemeente uit elkaar houdt,
snijdt de Schrift recht
en bewaart de Genade zuiver.

 

De Galilese bruiloft: een moderne mythe doorgeprikt

11 minuten lezen

De beker van het avondmaal

“Toen Jezus de avondmaalsbeker met wijn aan Zijn discipelen aanbood, hebben zij direct gedacht aan de beker die een bruidegom aan zijn toekomstige bruid aanbood. Dronk ze die beker, dan stemde ze in met het huwelijksaanzoek.”

Deze claim hoorde ik afgelopen zondag tijdens een preek over Mattheus 26:26-30. De gedachte is gebaseerd op de symboliek van de zogenoemde ‘Galilese bruiloft’. Volgens deze theorie zou het sluiten van huwelijken in Galilea op allerlei bijzondere manieren verweven zijn in de tekst van het Nieuwe Testament. De gelijkenissen van de Here Jezus, maar ook zijn directe uitspraken en veel profetieën worden dan gelezen met deze ‘Galilese bruiloft’ in het achterhoofd. Een aantal parallellen die men trekt zijn:

 

  • De bruidegom biedt de bruid in spe een beker wijn aan in het bijzijn van zijn vader of getuigen: Zo biedt Jezus de avondmaalsbeker aan de discipelen aan;
  • De bruidegom en bruid zien elkaar niet meer na het drinken van de beker, totdat ze getrouwd zijn: “Ik zeg u dat Ik van nu aan van de vrucht van de wijnstok niet zal drinken tot op de dag wanneer Ik die met u nieuw zal drinken in het Koninkrijk van Mijn Vader” (Mattheüs 26:29);
  • De bruidegom maakt een plaats gereed voor zijn bruid in of bij het huis van zijn vader: “In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen; als dat niet zo was, zou Ik het u gezegd hebben. Ik ga heen om een plaats voor u gereed te maken” (Johannes 14:2);
  • De bruidegom weet niet wanneer hij de bruid mag ophalen, dit bepaalt de vader. Alleen hij weet wanneer het feest begint: “Niemand weet de dag of het uur maar alleen de Vader” (Mattheüs 24:36);
  • De bruidegom komt onverwacht, meestal ‘s nachts, om zijn bruid op te halen: Gelijkenis van de vijf wijzen en de vijf dwaze maagden (Mattheüs 25:1-13);
  • De bruid moet altijd klaarstaan, met haar lamp brandend (dezelfde gelijkenis)
  • De bruidegom grist de bruid weg: hierin ziet men de opname van de gemeente;
  • Het bruiloftsfeest duurt zeven dagen: De bruiloft van het Lam duurt zeven jaar en valt gelijk met de ‘zevenjarige’ verdrukking die op aarde zal zijn.

Klopt dit wel?

Maar klopt dit beeld eigenlijk wel? Bestond er wel zoiets als een unieke, mysterieuze ‘Galilese bruiloft’ die fundamenteel anders was dan huwelijksfeesten elders in Israël? En waar is deze gedachte op gebaseerd?

In dit blog neem ik je mee op een zoektocht naar de oorsprong van dit idee. Ik laat zien dat het verhaal van de ‘Galilese of Joodse bruiloft’ niet is gebaseerd op Joodse bronnen uit de tijd van Jezus. Het verhaal is uitgegroeid tot een geliefd symbool in sommige christelijke kringen, maar het blijkt een moderne mythe te zijn. Het is voortgekomen uit de fantasie van enkele schrijvers die (misschien goedbedoeld?) onze liefde voor de Heer willen aanwakkeren. Lees verder op Jolande’s blog>>>

 

#galilesebruiloft #opnamevandegemeente #kritiek #mythe

Een dag is 1000 Jaar: het bewijs

YouTube player

Pastor Jimmy Root bewijst aan de hand van de Bijbel dat een dag bij God inderdaad letterlijk 1000 jaar kan betekenen. God maakt geen fouten, wat Hij zegt klopt altijd! En dat heeft grote gevolgen voor onze tijd!
Nederlands ondertiteld.
Deze video is een klein stukje van een lange video die u hier kunt vinden, dan echter wel zonder ondertiteling:
A Clue to the Rapture BANG ZONE 2025?

Bruidegom en bruid, wie zijn zij in de Bijbel?

Regelmatig lees ik iets waarvan ik denk “dat had ik zelf niet duidelijker kunnen formuleren”. Als ik de website Alleen Geloof bekijk heb ik dat eigenlijk best vaak.  Sylvia heeft de gave om eenvoudig maar toch heel duidelijk Bijbelse waarheid uit te leggen. Vandaar herplaats ik het hier, me realiserend dat dit één van de punten is waar veel misverstanden over bestaan, en waar ook verkeerde verwachtingen over leven. “Na de opname van de Gemeente de wereld verdrukking, en wij een bruiloft” bijvoorbeeld. Ook wordt de Gemeente van Jezus Christus wel “bruidsgemeente” genoemd.

Hoe zit het nou?

Op de dag van het huwelijk worden man en vrouw, bruidegom en bruid genoemd. In de Bijbel komen de begrippen bruidegom en bruid ook voor, maar hebben daar natuurlijk een veel diepere betekenis. De Bruidegom is namelijk Christus, samen met Zijn Lichaam, de Gemeente. De Bruid is het Volk Israël.

Die de Bruid heeft, is de Bruidegom

Johannes 3
26 En zij kwamen tot Johannes (Johannes de Doper), en zeiden tot hem (de Heere Jezus): Rabbi, Die met u was over de Jordaan, Welken gij getuigenis gaaft, zie, Die doopt, en zij komen allen tot Hem.
27 Johannes antwoordde en zeide: Een mens kan geen ding aannemen, zo het hem uit den hemel niet gegeven zij.
28 Gijzelven zijt mijn getuigen, dat ik gezegd heb: Ik ben de Christus niet; maar dat ik voor Hem heen uitgezonden ben. (de wegbereider)
29 Die de bruid heeft (het Volk Israël)is de bruidegom (de Heere Jezus Christus inclusief Zijn Lichaam, de Gemeente), maar de vriend des bruidegoms, die staat en hem hoort, verblijdt zich met blijdschap om de stem des bruidegoms. Zo is dan deze mijn blijdschap vervuld geworden. (Johannes de Doper is de vriend van de Bruidegom)
30 Hij (Christus, de Bruidegom) moet wassen (= groeien; volgroeien), maar ik minder worden. (= het gaat helemaal niet om mij, maar alleen om de Heere Jezus Christus)
31 Die van boven komt, is boven allen (Christus, de Bruidegom); die uit de aarde is voortgekomen, die is uit de aarde, en spreekt uit de aarde. Die uit den hemel komt, is boven allen.

De Bruidegom Die uit de Hemel komt

De Bruidegom is de Zoon des Mensen, die de Christus blijkt te zijn. Hij is uit de Hemel gekomen, en de bedoeling was dat Hij een Bruiloft zou vieren met Zijn Bruid. Er is in Johannes 3 (bovenstaand) de Bruidegom en de Bruid en de vriend van de Bruidegom. Uit dit verband blijkt duidelijk dat de Bruidegom de Christus is. Johannes de Doper zegt immers: ‘Ik ben de Christus niet. Die de Bruid heeft, is de Bruidegom’. De vriend van de Bruidegom is Johannes de Doper, Zijn voorloper. De Heere Jezus is gekomen om Zijn Volk Zalig te maken. ‘Zaligmaken’ betekent redden, ofwel verlossen. Hij zou haar verlossen van haar zonden. Hij zou haar verlossen van het Oude Verbond der Wet. Dat was de taak die de Heere Jezus had gekregen. Israël zou Zijn Bruid zijn. (zie ook de studie ‘het Bijbelse huwelijk’)

Galaten 4
4 Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw (het Joodse Volk; Maria), geworden onder de wet;
5 Opdat Hij degenen, die onder de wet waren (het Joodse Volk), verlossen zou, en opdat wij de aanneming tot kinderen aanstelling tot zonen verkrijgen zouden.

Mattheüs 18
11 Want de Zoon des mensen is gekomen om zalig te maken (te redden; te verlossen), dat verloren was. (door zonden)

Ze heeft Hem niet aangenomen

Johannes 1
11 Hij is gekomen tot het Zijne (het Volk Israël), en de Zijnen (die behoorden tot het Volk) hebben Hem niet aangenomen. (= geloofd)

Het Woord van God ‘daalde af’, en kwam in de handen van Mozes. God gaf, bij de Sinaï, Zijn Woord. Bij de Sinaï heeft de Heere Zijn Bruid ondertrouwd. Als Volk Israël hebben ‘de Zijnen’ dit Woord niet aangenomen, ofwel niet geloofd. Het Volk was Zijn Eigendom, maar zij heeft Zijn Woord altijd tegengesproken. Vanaf het begin was Israël de Heere ontrouw, hoewel zij Zijn Vrouw was. (zie ook de studie ‘Het Bijbelse huwelijk‘)

Ondertrouw

Jeremia 2
1 En des HEEREN woord geschiedde tot mij (= profeet Jeremia), zeggende:
2 Ga en roep voor de oren van Jeruzalem, zeggende: Zo zegt de HEERE: Ik gedenk der weldadigheid uwer jeugd, der liefde uwer ondertrouw, toen gij Mij nawandeldet in de woestijn, in onbezaaid land.

Huwelijksverbond

Ezechiël 16
8 Als Ik nu bij u voorbijging, zag Ik u, en ziet, uw tijd was de tijd der minne (liefdestijd); zo breidde Ik Mijn vleugel over u uit, en dekte uw naaktheid; ja, Ik zwoer u (= de Heere deed een Belofte dat Hij voor haar zou zorgen, als zij Hem zou dienen en zou volgen)en kwam met u in een verbond (het Huwelijksverbond)spreekt de Heere HEERE en gij werdt de Mijne.

Het Volk Israël was Zijn Eigendom

Jeremia 2
31 O geslacht, aanmerkt toch gijlieden des HEEREN woord! Ben Ik Israël een woestijn geweest, of een land der uiterste donkerheid? Waarom zegt dan Mijn volk: Wij zijn heren, wij zullen niet meer tot U komen?
32 Vergeet ook een jonkvrouw haar versiersel, of een bruid haar bindselen (de versiering; trouwjurk)(er had een bruiloft op aarde gekomen, als het Volk Israël zich had laten versieren tot Bruid) Nochtans heeft Mijn volk Mij vergeten, dagen zonder getal.

Mogen de mede-erfgenamen niet eten?

Lukas 5
33 En zij (Schriftgeleerden, en de Farizeën) zeiden tot Hem (de Heere Jezus): Waarom vasten de discipelen van Johannes (de Doper) dikmaals, en doen gebeden, desgelijks ook de discipelen der Farizeën, maar de Uwe (de twaalf discipelen van de Heere Jezus) eten en drinken?
34 Doch Hij (de Heere Jezus) zeide tot hen: Kunt gij de bruiloftskinderen (zonen), terwijl de Bruidegom bij hen is, doen vasten? (een bruiloft is immers een feest!)
35 Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, dan zullen zij (de discipelen; Juda) vasten in die dagen. (de Bruidegom zal er dus ook een tijd niet zijn, dan is er tijd voor rouw en vasten)

Symboliek

Ook deze verzen bevatten symboliek; er zit een geestelijke Waarheid achter. Zoals bij alle gebeurtenissen uit de Bijbel. De volgelingen van Johannes de Doper, en de volgelingen van de Farizeeën, handelden toen nog vanuit de leefregel van het Oude Verbond der Wet. De volgelingen van de Heere Jezus, die eten en drinken, omdat zij nu al handelen vanuit de vrijheid van het Nieuwe Verbond der Genade. (Het vasten was overigens niet eens een voorgeschreven in de Wet van Mozes; leidslieden hadden dit zélf ingesteld om God daar, zogenaamd, mee te behagen). De Heere Jezus zegt: ‘kun je de zonen van de Bruiloftszaal laten vasten? Mogen de zonen, ofwel de mede-erfgenamen, van de Bruidegom niet eten?’

Onzienlijke Christus

Johannes 3
35 Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, dan zullen zij vasten in die dagen.

Momenteel is er geen bruiloftsfeest. Er is geen blijdschap, geen vreugde, geen feest. Wij weten dat de Bruidegom in Zijn Hemelvaart naar de Hemel is vertrokken. Hij is onzichtbaar voor de wereld, en voor Israël. Wel woont de onzienlijke Christus, ofwel de Heilige Geest, in de harten van de gelovigen. Met gelovige ogen zien wij – de Gemeente – Hem aan de Rechterhand van de Vader. De Bruidegom is dus niet meer in het midden van Zijn Bruid, het Volk Israël. De Bruid heeft Hem afgewezen. ‘De Zijnen hebben Hem niet aangenomen’. Alle stammen zijn in de verstrooiing, ofwel de ballingschap, terecht gekomen. Daar past inderdaad verdriet, en rouw, en vasten bij.

Het Koninkrijk der Hemelen is als een Bruiloft

Het Nieuwe Verbond der Genade is, na de Opstanding van de Christus, wel gepredikt, maar het Volk heeft de Nieuwe Bruidegom niet aanvaard. In Mattheüs 21 wordt het Koninkrijk der Hemelen vergeleken met een Bruiloft, die een Koning voor Zijn Zoon bereidde. De genodigden (het Joodse Volk) wilden echter niet komen, en hadden allerlei excuses. Pas in de dagen van de Wederkomst van Christus zullen zij de Bruiloft binnengaan.

Mattheüs 22
2 Het Koninkrijk der hemelen is gelijk een zeker koning (God de Vader), die zijn zoon (Christus) een bruiloft bereid had;
3 En zond zijn dienstknechten uit, om de genoden (genodigden; het Joodse Volk) ter bruiloft te roepen; en zij wilden niet komen. (de Zijnen hebben Hem niet aangenomen)

Een Nieuw Verbond; een Nieuw Huwelijk

De Bruidegom is Christus, de Bruid is Israël, en het is niet tot een Bruiloft gekomen. Het Nieuwe Verbond der Genade is wel gekomen, maar de Vrouw was niet bereid. Er is dus geen nieuw huwelijk, geen relatie, ontstaan. De Heere houdt Zich echter altijd aan Zijn Beloften. Ook de Beloften Die Hij aan Zijn Volk Israël gedaan heeft. Hij zal Zijn Volk niet vergeten. Er komt in de toekomst een Nieuw Verbond tussen de Bruidegom en de Bruid. Er komt weer vreugde en blijdschap. In het verleden is er verwoesting en verstoring geweest in het Land Israël, en dit zal in de (nabije) toekomst wéér zo zijn.

De Grote Verdrukking over Israël

Israël gaat namelijk eerst door de grote Verdrukking, er komt een oordeel over het Volk (zie ook de studie ‘Mattheüs 24 ‘en ‘De 70e Jaarweek’) Daarna zal de Heere terugkomen op aarde. De vijanden zullen dan vertrekken en de verstrooide stammen zullen terugkeren naar het Land van de Heere. Er komt een terugverzameling van alle stammen uit de ballingschap. Dan zal er een Bruiloft zijn. Zijn Bruid zal, in de toekomst, onder het Nieuwe (Huwelijks-)Verbond leven.

Mattheüs 24
Alsdan zullen zij u overleveren in verdrukking (de grote Verdrukking over Israël), en zullen u doden, en gij zult gehaat worden van alle volken, om Mijns Naams wil (het is een oordeel van de Heere).

LEES VERDER IN DE PDF BRUIDEGOM EN BRUID; CHRISTUS EN ISRAËL- pdf

He shall come

“What I say unto you I say unto all, Watch.”

“At even, or at midnight, or at the cock-crowing.”

It may be in the evening,

When the work of the day is done,

And you have time to sit in the twilight,

And to watch the sinking sun;

While the long bright day dies slowly

Over the sea,

And the hour grows quiet and holy

With thoughts of Me;

While you hear the village children

Passing along the street,

Among these thronging footsteps

May come the sound of My feet;

Therefore I tell you, watch!

By the light of the evening star,

When the room is growing dusky

As the clouds afar;

Let the door be on the latch

In your home,

For it may be through the gloaming,

I will come.

It may be in the midnight

When ’tis heavy upon the land,

And the black waves lying dumbly

Along the sand;

When the moonless night draws close

And the lights are out in the house,

When the fires burn low and red,

And the watch is ticking loudly

Beside the bed;

Though you sleep tired on your couch,

Still your heart must wake and watch

In the dark room;

For it may be that at midnight

I will come.

It may be at the cock-crow,

When the night is dying slowly

In the sky,

And the sea looks calm and holy,

Waiting for the dawn of the golden sun

Which draweth nigh;

When the mists are on the valleys, shading,

The rivers chill,

And my morning star is fading, fading

Over the hill;

Behold, I say unto you, watch !

Let the door be on the latch

In your home,

In the chill before the dawning,

Between the night and morning,

I may come.

It may be in the morning

When the sun is bright and strong,

And the dew is glittering sharply

Over the little lawn,

When the waves are laughing loudly

Along the shore,

And the little birds are singing sweetly

About the door;

With the long day’s work before you

You are up with the sun,

And the neighbors come to talk a little

Of all that must be done;

But, remember, that I may be the next

To come in at the door,

To call you from your busy work,

For evermore.

As you work, your heart must watch,

For the door is on the latch

In your room,

And it may be in the morning

I will come.

So I am watching quietly

Every day,

Whenever the sun shines brightly

I rise and say,

Surely it is the shining of His face,

And look unto the gate of His high place

Beyond the sea,

For I know He is coming shortly

To summon me;

And when a shadow falls across the window

Of my room,

Where I am working my appointed task,

I lift my head to watch the door and ask

If He is come!

And the Spirit answers softly

In my home,

“Only a few more shadows,

And He will come.”

Geverifieerd door MonsterInsights