New Wine en Israëlhaat: vrede of capitulatie?

Over zaken omdraaien gesproken

New Wine en Israëlhaat lijkt op het eerste gezicht misschien een overdreven combinatie. hoe durf ik dit toch in één zin te zeggen? Foei Jaap!

Toch riep de handelwijze van de organisatie tijdens de Zomerconferentie van 2026 bij mij serieuze vragen op. Nadat reclamebanners van Christenen voor Israël waren beklad en bezoekers bezwaar hadden gemaakt, werden niet de bekladders terechtgewezen, maar werden de banners omgedraaid.

Niet de intimidatie verdween uit beeld, maar de boodschap.

Dat is geen onbeduidend organisatorisch incident. Het laat zien wat er gebeurt wanneer christelijke organisaties vrede verwarren met het vermijden van onrust. Wanneer vandalisme en protest bepalen wat op een christelijke conferentie zichtbaar mag blijven, is geen sprake meer van goede vrede.

Dan wordt er gebogen. Diep gebogen. Of is het knielen?

Voor de goede vrede new wine

 

Edit: terwijl ik dit zit te bloggen, lees ik op cvandaag dat een journalist achter de bekladding zit.

citaat:

“CVI is een heel extremistische religieus fundamentalistische gewelddadige organisatie”,

 Israël-banners op de New Wine Zomerconferentie

Tijdens de New Wine Zomerconferentie 2026 stonden twee reclamebanners van Christenen voor Israël op het conferentieterrein. Daarmee werd aandacht gevraagd voor de tentoonstelling Dieper dan je denkt in het Israëlcentrum.

Die tentoonstelling behandelt de Bijbelse en Joodse wortels van het christelijk geloof. Het ging dus niet om partijpolitieke verkiezingspropaganda. Er werd niet opgeroepen tot oorlog, verheerlijking van geweld of kritiekloze steun aan iedere beslissing van de Israëlische regering.

De boodschap was eenvoudig: het christelijk geloof kan niet worden losgemaakt van Israël, het Joodse volk, de verbonden, de beloften en de Schriften.

Toch werd minstens één banner beklad met het woord genocide. Hét woord dat naar believen een eigen betekenis heeft gekregen in de context met Israel.

Daarnaast kwamen er klachten over de aanwezigheid van de banners.

De reactie van New Wine was veelzeggend: beide banners werden omgedraaid.

Daarmee draaide New Wine meer om dan twee reclame-uitingen.

 

Vandalisme tegen Israël werd beloond

Laten we de gang van zaken eens bekijken.

Iemand bekladt andermans eigendom. Andere mensen klagen over de boodschap die op dat eigendom staat. Vervolgens maakt de organisatie niet de bekladding, maar de oorspronkelijke boodschap onzichtbaar.

Wie heeft er dan gewonnen?

Niet degene die zich aan de regels hield.
Niet degene die een legale reclame-uiting plaatste.
Niet degene die bereid was een inhoudelijk gesprek te voeren.

De winnaar is degene die met bekladding, druk en onrust duidelijk maakte dat een zichtbare verwijzing naar Israël niet werd geaccepteerd.

Het praktische resultaat was eenvoudig: de banners van Christenen voor Israël verdwenen uit beeld.

Vandalisme loonde.

Intimidatie werkte.

New Wine kan deze beslissing mogelijk omschrijven als conflictbeheersing, pastorale voorzichtigheid of ‘het bewaren van de rust.’ Maar zalvende woorden veranderen de aard van een beslissing niet.

Wie onder druk een boodschap omdraait, heeft niet bemiddeld. Die is bezweken.

 

New Wine en Israëlhaat: een noodzakelijke precisering

Beweer ik hiermee dat iedere leider of medewerker van New Wine persoonlijk Israël of het Joodse volk haat?

Nee. Natuurlijk niet Wij kennen de harten en persoonlijke motieven van de betrokkenen niet. Het zou onjuist zijn om mensen op basis van één beslissing door de organisatie persoonlijk als antisemiet te bestempelen.

Maar hun handelen mag wel worden beoordeeld.

New Wine heeft niet bewezen zelf Israël te haten. De organisatie heeft wel laten zien vatbaar te zijn en bereid te zijn te buigen voor anti-Israëlische druk.

Dat onderscheid is belangrijk.

Niet iedere kritiek op Israël is antisemitisme. Niet iedere bezorgdheid over Palestijnse burgers is Israëlhaat. De Israëlische regering staat, net als iedere andere regering, niet boven morele, politieke of juridische beoordeling.

Maar daar ging het hier niet om.

Het ging niet om een inhoudelijke discussie over een specifieke militaire operatie of regeringsbeslissing. Het ging om de zichtbaarheid van een christelijke organisatie die verbondenheid met Israël uitdraagt.

De naam Israël zelf was kennelijk al voldoende om de banner verdacht te maken. En om de zekeringen bij een bepaald getriggerd volksdeel te laten ploffen.

Dat is iets anders dan gewone gezonde politieke kritiek.

 

Goede vrede of goedkope vrede?

Het thema van de New Wine Zomerconferentie luidde:

‘Voor de goede vrede.’

Juist dat thema maakt de beslissing zo schrijnend en pijnlijk.

Bijbelse vrede betekent niet dat iedere spanning onmiddellijk moet worden weggemasseerd. Het betekent niet dat degene die de meeste onrust veroorzaakt met de grootste bek automatisch zijn zin moet krijgen.

Jakobus schrijft:

„Doch de wijsheid, die van boven is, die is ten eerste zuiver, daarna vreedzaam.”

Jakobus 3:17, STV

Let op de volgorde.

Eerst zuiver. Daarna vreedzaam.

Niet eerst de rust bewaren en daarna bekijken hoeveel waarheid er nog overeind staat.

Goede vrede begint bij waarheid en gerechtigheid. Goedkope vrede begint bij de vraag hoe men zo snel mogelijk van het gedoe afkomt.

De banners omdraaien was gemakkelijk. De bekladding afwijzen, de banners herstellen en duidelijk grenzen stellen aan intimidatie zou moed hebben gevraagd.

New Wine koos voor de gemakkelijke oplossing.

Maar een gemakkelijke en goedkope oplossing is niet altijd een goede oplossing.

 

Vrede is niet hetzelfde als geen gedoe

In kerkelijk Nederland wordt vrede steeds vaker gelijkgesteld aan het ontbreken van openlijk conflict.

Niemand mag gekwetst worden.
Niemand mag zich ongemakkelijk voelen.
Niemand mag worden geconfronteerd met een boodschap die tegen zijn overtuiging ingaat.

Zodra spanning ontstaat, moet de zichtbare aanleiding verdwijnen.

Maar zo functioneerde Bijbelse verkondiging nooit.

De profeten maakten zich niet geliefd door iedere aanstootgevende waarheid om te draaien. De Here Jezus Christus zweeg niet wanneer religieuze leiders de waarheid verdraaiden. Paulus organiseerde geen sus-gesprekken met mensen die het Evangelie wilden vermengen of verdraaien.

Bijbelse vrede is niet de afwezigheid van confrontatie. Het is vrede die op waarheid rust.

Vrede die wordt gekocht door de waarheid uit beeld te draaien, is geen geestelijke volwassenheid.

Het isordinaire lafheid met een christelijk etiket.

 

Was de boodschap van Christenen voor Israël dan zo gevaarlijk of aanstootgevend?

Wat stond er eigenlijk op de banners?

Geen oproep tot bombardementen.
Geen verheerlijking van oorlog.
Geen bewering dat iedere politieke beslissing van Israël rechtstreeks door God wordt ingegeven.
Geen ontkenning van Palestijns leed.

De banner verwees naar een tentoonstelling over de Joodse wortels van het christelijk geloof.

Blijkbaar is in delen van kerkelijk Nederland alleen het woord Israël al voldoende om alarmbellen te laten afgaan.

of Iedere zichtbare verbondenheid met Israël moet eerst worden voorzien van verklaringen, nuances en disclaimers. Alsof iedere verwijzing naar Israël automatisch een goedkeuring zou zijn van alles wat een Israëlische regering doet  of ooit heeft gedaan.

Bespottelijk dit..

Geen enkel ander land of volk wordt op die manier behandeld.

Wie iets over Nederland zegt, hoeft zich niet eerst te distantiëren van iedere Nederlandse regeringsbeslissing. Wie een Amerikaanse christelijke organisatie uitnodigt, hoeft niet eerst rekenschap af te leggen over iedere Amerikaanse militaire actie.

Maar zodra Israël wordt genoemd, moet kennelijk eerst een rituele politieke zuivering plaatsvinden.

Dat is geen normale kritische houding meer.

Dat is een ziekelijke verdachtmaking van alles wat met Israël verbonden is.

 

De Bijbelse wortel mocht niet zichtbaar blijven

Paulus schrijft aan gelovigen uit de volken:

„Roem niet tegen de takken; en indien gij daartegen roemt, gij draagt den wortel niet, maar de wortel u.”

Romeinen 11:18, STV

De gemeente heeft Israël niet voortgebracht. Israël, de verbonden en de beloften vormen geen toevallige historische achtergrond die de kerk inmiddels achter zich heeft gelaten.

De Here Jezus Christus kwam uit Israël. Hij was naar het vlees uit het zaad van David. De wet, de profeten, de psalmen en de beloften werden aan Israël gegeven.

Paulus schrijft over zijn volksgenoten:

„Welker is de aanneming tot kinderen, en de heerlijkheid, en de verbonden, en de wetgeving, en de dienst van God, en de beloftenissen.”

Romeinen 9:4, STV

Israël is mede daarom geen politieke voetnoot bij het christelijke geloof. Israël behoort tot de structuur van de heilsgeschiedenis.

Juist daarom is het veelzeggend dat een banner over deze wortels op een christelijke conferentie niet zichtbaar mocht blijven zodra er tegenstand ontstond.

De olijfboom mocht kennelijk alleen blijven staan zolang niemand zich eraan ergerde.

 

Van vervangingstheologie naar verdringingstheologie

De klassieke vervangingstheologie leert dat de kerk de plaats van Israël heeft ingenomen en dat de beloften aan Israël geestelijk op de kerk zijn overgegaan.

Veel hedendaagse christenen wijzen die leer gelukkig officieel af. Zij weten dat God nog een plan heeft met Israël.

Maar ondertussen ontstaat een subtielere vorm van hetzelfde probleem.

Israël wordt niet openlijk vervangen, maar praktisch verdrongen.

Israël mag in de Bijbel blijven staan, zolang het niet te nadrukkelijk in de kerk verschijnt. Men mag over Abraham, David en de profeten spreken, zolang het hedendaagse Joodse volk maar niet zichtbaar wordt.

Men zegt dat de wortel belangrijk is, maar draait de banner over die wortel om zodra bezoekers protesteren.

Dat is geen vervangingstheologie. Het is verdringingstheologie.

Israël wordt niet leerstellig geschrapt, maar kerkelijk onzichtbaar gemaakt.

 

Het Koninkrijk verkondigen zónder Israël?

New Wine spreekt veel over de komst en zichtbaarheid van Gods Koninkrijk.

Maar over welk Koninkrijk spreken we dan?

Een Koninkrijk dat is losgemaakt van de beloften aan Israël?
Een Koninkrijk waarin de profeten alleen nog algemene geestelijke inspiratie bieden?
Een Koninkrijk waarin de naam Israël te gevoelig is om zichtbaar te blijven?
Een Koninkrijk waarin politieke verontwaardiging meer gezag heeft dan het Woord van God?

Het is uiterst merkwaardig hoe gemakkelijk sommige christenen spreken over het ‘zichtbaar maken van Gods Koninkrijk’, terwijl zij moeite hebben met, en struikelen over het volk waaraan zoveel beloften over dat Koninkrijk zijn gegeven.

De Here Jezus Christus werd geboren als de Koning der Joden. De profeten spraken over Zijn heerschappij. De apostelen vroegen Hem naar het herstel van het Koninkrijk aan Israël.

Wie Gods Koninkrijk losmaakt van de Bijbelse heilsgeschiedenis, houdt uiteindelijk een vaag religieus ideaal over.

Een menselijk project met christelijke woorden.

 

Kritiek op Israël is geen Israëlhaat

Omdat het onderwerp gevoelig is, moet ook dit duidelijk worden gezegd: kritiek op Israël is niet vanzelf Israëlhaat.

Een christen hoeft niet iedere regeringsbeslissing van Israël goed te keuren. Medelijden met Palestijnse burgers is geen verraad aan Israël. Onrecht mag worden benoemd, ongeacht wie het pleegt.

Maar eerlijke kritiek richt zich op concrete handelingen, besluiten en verantwoordelijke personen.

Israëlhaat werkt anders.

Daarbij wordt Israël als geheel verdacht gemaakt. Het land, het volk en zelfs christelijke verbondenheid met Israël worden behandeld als moreel besmet.

Dat gebeurde hier op micro niveau

Een banner over Joodse wortels werd niet inhoudelijk weerlegd. Er werd het woord ‘genocide’ overheen gespoten. De organisatie achter de banner werd niet aangesproken op een concrete uitspraak, maar vanwege haar zichtbare verbondenheid met Israël.

Daarom kan de zaak rond New Wine en Israëlhaat niet worden afgedaan als een gewone discussie over politiek.

Anti-Israëlische intimidatie bepaalde wat zichtbaar mocht blijven.

 

New Wine schiep hier een gevaarlijk precedent

Vandaag gaat het om een banner.

Morgen gaat het misschien om een spreker die te duidelijk over Gods beloften aan Israël spreekt. Daarna om een Bijbelstudie over Romeinen 9 tot en met 11. Vervolgens om een Israëlzondag die te veel weerstand oproept.

Misschien moet uiteindelijk zelfs het woord Israël in liederen en psalmen worden uitgelegd, afgezwakt of voorzien van een waarschuwing.

Dat klinkt overdreven, totdat men beseft dat een reclame-uiting over de Joodse wortels van het geloof op een christelijke conferentie al niet zichtbaar mocht blijven.

Wie vandaag onder druk een banner omdraait, heeft morgen weinig principiële grond om een Bijbelstudie of spreker wel te verdedigen.

Principes die alleen standhouden zolang niemand protesteert, zijn geen principes.

Het zijn voorkeuren.

 

Wat New Wine had moeten doen

New Wine had niet ingewikkeld moeten handelen.

De organisatie had de bekladding duidelijk en zondermeer moeten afwijzen. De banner had schoongemaakt of vervangen kunnen worden. Vervolgens had New Wine een eenvoudige verklaring kunnen afleggen:

Verschil van mening is toegestaan. Kritiek mag worden geuit. Inhoudelijk debat is welkom. Maar vandalisme, intimidatie en beschadiging van andermans eigendom bepalen niet welke legale christelijke organisaties bij ons zichtbaar mogen zijn.

Dát zou leiderschap zijn geweest.

New Wine hoeft het niet op ieder politiek of leerstellig punt met Christenen voor Israël eens te zijn. De organisatie had slechts het eenvoudige beginsel hoeven verdedigen dat intimidatie geen vetorecht heeft.

Maar dat gebeurde niet.

De banners werden omgedraaid.

Niet degene die bekladdingen aanbracht, maar degene wiens eigendom was beklad, verdween uit beeld.

 

New Wine moet de fout erkennen

Er is geen behoefte aan een lang kerkelijk communicatieverhaal over emoties, veiligheid, complexiteit en polarisatie.

Er is behoefte aan één eenvoudige erkenning:

Het omdraaien van de Israël-banners was verkeerd.

Niet omdat Christenen voor Israël boven kritiek staat.
Niet omdat iedere Israëlische regeringsdaad verdedigd moet worden.
Niet omdat Palestijns leed zou moeten worden verzwegen.

Maar omdat vandalisme en intimidatie nooit mogen bepalen welke legale christelijke boodschap zichtbaar blijft.

New Wine had gewoon de druk moeten weerstaan.

De organisatie had de waarheid niet hoeven omdraaien om de rust te bewaren.

 

New Wine en Israëlhaat: de test werd niet doorstaan

Het thema was Voor de goede vrede.

Maar toen die vrede een rechte rug vereiste, draaide New Wine de banners om.  En toonde een ruggegraat van deugragout.

Daarmee werd geen vrede gesticht. Er werd slechts aangetoond dat intimidatie werkt. Wie genoeg onrust veroorzaakt, kan kennelijk bepalen welke boodschap op een christelijke conferentie zichtbaar blijft.

New Wine heeft niet bewezen zelf Israël te haten.

Maar New Wine boog wel voor anti-Israëlische druk.

En wie voor Israëlhaat buigt om de rust te bewaren, heeft geen vrede gesticht. Hij heeft slechts de prijs van capitulatie betaald.

Vandaag werd een banner omgedraaid.

De vraag is wat of wie morgen aan de beurt is.

Noot:ik ben geen groot fan van CVI, er is m.i. wel wat te kanttekenen bij deze organisatie, Maar met het mes op de keel kies ik zeker partij. Tegen de vooropgezette en aangewakkerde hersenloze Israelhaat van deugend Nederland,

Stop met vergoddelijken van Israël

Israël heeft geen Christelijke fans nodig maar hun Messias

In grote delen van het christendom is iets merkwaardigs gebeurd. Israël is verschoven van een onderwerp van Bijbelstudie naar een onderwerp van bijna religieuze bewondering of nog sterker: verafgoding en vergoddelijking.

In conferenties, blogs en sociale media wordt Israël soms behandeld alsof het land zelf een soort heilige status heeft gekregen. Politieke gebeurtenissen worden onmiddellijk tot profetie verheven en elke kritische opmerking over Israël wordt gezien als een aanval op Gods plan.

Maar laten we eerlijk zijn: de Bijbel zelf doet daar niet aan mee.

De Schrift romantiseert Israël namelijk helemaal niet.

Sterker nog: de Bijbel spreekt vaak harder over Israël dan over enig ander volk.

De Bijbel spaart Israël niet

Wie het Oude Testament leest zonder religieuze bril ziet iets opvallends. Israël wordt nergens voorgesteld als een moreel voorbeeldvolk. Integendeel.

Mozes zegt zelfs expliciet dat Israël het land niet krijgt vanwege eigen rechtvaardigheid.

“Niet om uw gerechtigheid, noch om de oprechtheid uws harten komt gij in, om hun land te erven.” (Deuteronomium 9:5, STV)

Dat is geen flatterende beoordeling.

Door de hele geschiedenis heen lezen we over:

opstand
afgoderij
ongehoorzaamheid
en uiteindelijk de verwerping van de Messias.

Dát is het Bijbelse beeld van Israël.

Het Nieuwe Testament is nog confronterender

Wanneer de Here Jezus verschijnt, bereikt de crisis zijn hoogtepunt.

Johannes schrijft zonder omhaal van woorden:

“Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.”
(Johannes 1:11, STV)

Dat is een historisch feit waar christenen niet omheen kunnen.

Het grootste deel van het Joodse volk verwierp de Messias.

Paulus:

“Maar tegen Israël zegt hij: Den gehelen dag heb Ik Mijn handen uitgestrekt tot een ongehoorzaam en tegensprekend volk.” (Romeinen 10:21, STV)

“Wat dan? Hetgeen Israël zoekt, dat heeft het niet verkregen; maar de uitverkorenen hebben het verkregen, en de anderen zijn verhard geworden.”(Romeinen 11:7, STV)

Met andere woorden: Israël staat vandaag geestelijk niet hoger, maar juist onder een tijdelijke verharding.

Het evangelie maakt geen etnische uitzonderingen

Toch lijkt het in sommige christelijke kringen alsof het Joodse volk een aparte geestelijke status heeft gekregen. Alsof hun etniciteit hen dichter bij God zou brengen.

Maar het Nieuwe Testament laat daar geen millimeter ruimte voor.

“En de zaligheid is in geen ander; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.”
(Handelingen 4:12, STV)

Dat geldt voor:

Europeanen
Afrikanen
Arabieren

en ook voor Joden.

Niemand komt tot God via afkomst.

Alleen via Christus.

De ironie van moderne Israël-verering

De ironie is bijna pijnlijk.

Juist christenen die zeggen de Bijbel letterlijk te nemen, lijken soms het duidelijkste Bijbelse punt over Israël te vergeten:

Israël heeft de Messias nodig

Niet politieke steun.
Niet religieuze bewondering.
Niet theologische sympathie of romantiek..

Maar bekering.

Paulus zegt daarom ook:

“Broeders, de toegenegenheid mijns harten en het gebed dat ik tot God voor Israël doe, is tot hun zaligheid.”
(Romeinen 10:1, STV)

Paulus organiseerde geen Israël-conferenties.

Hij bad voor hun bekering.

De andere fout: Israël uit Gods plan schrappen

Maar eerlijkheid verplicht ons ook het andere uiterste te benoemen.

Eeuwenlang heeft een deel van het christendom beweerd dat Israël volledig vervangen is door de kerk.

Ook dat is onbijbels.

Paulus zegt namelijk:

“Zo zeg ik dan: Heeft God Zijn volk verstoten? Dat zij verre!”
(Romeinen 11:1, STV)

En hij voegt eraan toe:

“Want de genadegiften en de roeping Gods zijn onberouwelijk.”
(Romeinen 11:29, STV)

God heeft Zijn beloften aan Israël niet ingetrokken.

Maar dat betekent niet dat Israël vandaag geestelijk gezond is.

De Bijbelse realiteit

De Bijbel tekent een ongemakkelijke waarheid.

Israël heeft een unieke plaats in Gods heilsplan.
Maar Israël leeft momenteel grotendeels in ongeloof.

Die twee waarheden horen bij elkaar.

Wie er één weglaat, vervormt de Schrift.

Waar het werkelijk om gaat

De kern van het Evangelie is niet een land.

Niet een volk.

Niet een etnische identiteit.

De kern van het evangelie is een Persoon.

Jezus Christus.

 

En zolang Israël Hem niet erkent, staat het volk precies waar ieder ander volk staat: verloren,  in nood van redding.

Christenen zouden er wijs aan doen te stoppen met twee dingen.

Stoppen met Israël uit Gods plan schrappen.
Maar óók stoppen met Israël verheffen tot een bijna heilig volk.

De Bijbel doet geen van beide.

De Schrift wijst uiteindelijk altijd naar één naam.

Jezus Christus

Zie ook

(extern):

De toekomst van Israël; Jesaja 60 – Alleen Geloof

 

 

 

 

 

 

;

 

De Naam die men liever niet noemt

De Naam die men liever niet noemt

Over angst, aanpassing en een zwijgen dat te ver gaat

Er is één opvallend kenmerk dat ik steeds weer aantref bij organisaties die zich christelijk noemen en tegelijk sterk gericht zijn op dialoog, hulpverlening of bruggenbouw met Joden:
men spreekt graag over God, over liefde, over dienstbaarheid — maar de Naam van Jezus Christus blijft angstvallig afwezig.

Dat zwijgen is geen toeval.
En het is ook niet neutraal.

Het is geen vergetelheid, maar een bewuste keuze

Wie websites, missiestatements en publieksmateriaal leest, ziet dat er uiterst zorgvuldig wordt geformuleerd. Woorden worden gewogen. Gevoeligheden ontzien. En precies daar, waar het christelijk geloof zijn hart heeft, valt een stilte.

Niet omdat men Jezus niet kent.
Niet omdat men Hem vergeten is.
Maar omdat men Hem niet wil noemen.

Waarom?

Omdat Zijn Naam schuurt.
Omdat Hij aanstoot geeft.
Omdat Hij relaties kan verstoren.
Omdat Hij deuren kan sluiten die men open wil houden.

Maar dát is nu precies HET probleem.

De Bijbel kent geen Naamloze liefde

De Schrift is hier opvallend helder.

Handelingen 4:12 (SV)

“En de zaligheid is in geen ander; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.”

Niet: een principe.
Niet: een algemeen godsbegrip.
Maar: een Naam.

Wie bewust over God spreekt en tegelijk structureel zwijgt over Jezus Christus, doet iets wat de Bijbel nergens toestaat:

God losmaken van Zijn Zoon.

Aanpassing aan de ontvanger? Paulus doet het niet

Het argument klinkt vroom: “We willen aansluiten bij de Jood, geen aanstoot geven, eerst relatie bouwen.”
Maar juist Paulus — de apostel met het diepste hart voor Israël — wijst die weg af.

In Romeinen 1:16 schrijft hij dat het Evangelie een kracht van God is

“eerst den Jood”,

maar hij voegt er onmiddellijk aan toe:
het blijft het Evangelie van Christus.

Paulus past zijn toon aan, zijn vorm, zijn benadering,
maar nooit de inhoud.
Nooit de Naam.

Christus is een aanstoot, en dat wist men al

De Schrift doet hier geen enkele poging tot verzachting. In 1 Korinthe 1:23 lezen we:

“Maar wij prediken Christus den Gekruisigde, den Joden wel een ergernis…”

Dat is geen communicatief falen.
Dat is geen culturele blindheid.
Dat is onvermijdelijk.

Wie probeert die ergernis weg te nemen door Christus te verzwijgen, verwijdert niet een struikelblok, maar het fundament.

Liefde zonder waarheid is geen Bijbelse liefde

Er wordt veel gesproken over liefde, dienstbaarheid en compassie. Maar de Bijbel is hier scherp: liefde die losstaat van de waarheid over Christus is geen christelijke liefde.

In 2 Johannes1:9 staat onomwonden:

“Die niet blijft in de leer van Christus, die heeft God niet.”

Dat is confronterend.
Maar het is niet hard , het is eerlijk.

De diepere angst

Laten we het benoemen:
het probleem is niet theologisch onvermogen, maar angst.

Angst om afgewezen te worden.
Angst om deuren te sluiten.
Angst om het verwijt van zending te krijgen.
Angst om als ‘te christelijk’ gezien te worden.

Maar juist daarom is dit zwijgen zo ernstig.

Want wie Christus verzwijgt om vrede te bewaren,
bewart een vrede die niet Bijbels is.

De Bijbel kent geen christendom zonder Christus.
Geen God zonder de Zoon.
Geen liefde zonder waarheid.
En geen zegen die voortkomt uit het verzwijgen van de Naam boven alle namen.

Wie werkelijk liefheeft — Jood én Griek —
zal niet zwijgen waar God spreekt.

Niet uit hardheid.
Maar uit trouw.

Geverifieerd door MonsterInsights