Over Gods Woord, menselijke twijfel en Gods trouw
Hebben veel christenen een valse Bijbel?
Die beschuldiging klinkt misschien vroom en waakzaam, maar gaat veel verder dan een discussie over vertalingen. Wie zegt dat gelovigen een valse Bijbel hebben, zegt indirect ook iets over God: alsof Hij Zijn Woord wel heeft ingegeven, maar niet werkelijk heeft bewaard.
Natuurlijk moeten vertalingen getoetst worden. Natuurlijk bestaan er tekstvarianten. Maar dat is iets anders dan zeggen dat de Bijbel vals is.
Er zijn van die beschuldigingen die godvruchtig klinken, maar ondertussen meer kapotslopen dan ze opbouwen.
Op het eerste gehoor lijkt het misschien een uiting van ernst. Iemand wil zuiverheid. Iemand wil waken over Gods Woord. Iemand wil niet zomaar alles slikken wat uitgevers, vertaalcommissies of moderne theologen ons voorzetten.
Dat verlangen kan oprecht zijn.
Maar de uitspraak zelf is bloedlink.
Want wie zegt dat gelovigen een valse Bijbel hebben, zegt niet alleen iets over vertalers. Niet alleen over handschriften. Niet alleen over kerkgeschiedenis. Niet alleen over de Statenvertaling, de Textus Receptus, de Masoretische tekst, moderne vertalingen of tekstkritiek.
Hij zegt indirect ook iets over God.
Alsof God Zijn Woord wel heeft ingegeven, maar daarna niet afdoende heeft bewaard. Alsof de Heer wel gesproken heeft, maar Zijn spreken vervolgens in de mist is kwijtgeraakt. Alsof de Gemeente nu moet leven van een beschadigde, verdachte, halfbetrouwbare tekst.
Dat is niet zomaar een beschuldiging.
Het is een aanklacht tegen Gods voorzienigheid.

Christus sprak niet alsof men een valse Bijbel had
De Here Jezus leefde in een tijd waarin er ook handschriften waren. Er waren boekrollen. Er waren vertalingen. Er was gebruik van de Hebreeuwse Schrift, maar ook van de Griekse vertaling van het Oude Testament.
Er waren schriftgeleerden, overleveringen, religieuze discussies en misbruiken.
En toch sprak Christus niet alsof de Schriften in Zijn dagen onbetrouwbaar waren.
Hij zei niet: jullie moeten eerst wachten tot de zuivere autografen zijn teruggevonden.
Hij zei niet: pas op, jullie Bijbel is hoogstwaarschjnlijk vals.
Hij zei niet: Gods Woord is ooit ingegeven, maar in de praktijk niet meer overal betrouwbaar beschikbaar.
Nee. Hij beriep Zich op de Schrift als het gezaghebbende Woord van God.
“Er is geschreven: De mens zal bij brood alleen niet leven, maar bij alle woord, dat door den mond Gods uitgaat.” Matthéüs 4:4 (STV)
“De Schrift kan niet gebroken worden.” Johannes 10:35 (STV)
“Heilig ze in Uw waarheid; Uw woord is de waarheid.” Johannes 17:17 (STV)
Dat is de toon van Christus. Niet paniek. Niet achterdocht. Niet tekstwanhoop.
Maar vast vertrouwen in het Woord van God.
In de Bijbel wordt dit terecht als uitgangspunt genomen: Jezus Christus wist en geloofde dat “de Schriften” waar, geïnspireerd en gezaghebbend waren, en Zijn getuigenis daarover is doorslaggevend voor iedere gelovige.
Daar begint het.
Niet bij ons wantrouwen.
Niet bij internetpolemiek.
Niet bij angstige filmpjes waarin elke vertaling behalve de eigen favoriete uitgave verdacht wordt gemaakt.
Maar bij Christus.
De beschuldiging klinkt scherp, maar slaat de plank mis
Natuurlijk moet je vertalingen toetsen. Natuurlijk moet je niet naïef zijn.
Natuurlijk zijn er moderne vertalingen waarin keuzes zijn gemaakt die je kritisch mag en soms moet afwijzen.
Natuurlijk zijn er tekstvarianten.
Natuurlijk zijn er verschillen tussen handschrifttradities.
Natuurlijk kan een vertaling op plaatsen zwak, onnauwkeurig of gekleurd zijn.
Maar dat is iets anders dan zeggen: ze hebben een valse Bijbel.
Verdenking
Dat woord “vals” is niet neutraal. Het suggereert bedrog.
Misleiding. Namaak. Opzet. Een nepboek. Een geestelijk vervalst document.
Als iemand zegt: “Deze vertaling is op bepaalde plaatsen zwak”, dan kun je daarover spreken.
Als iemand zegt: “Deze tekstkeuze is betwistbaar”, dan kun je bronnen naast elkaar leggen.
Als iemand zegt: “Deze weergave doet geen recht aan de grondtekst”, dan kun je dat onderzoeken.
Maar als iemand zegt: “Dat is een valse Bijbel”, dan is hij een brug te ver gegaan.
Dan wordt de gewone gelovige niet geholpen, maar ontworteld.
Dan wordt Gods Woord niet geëerd, maar verdacht gemaakt.
Dan wordt de Bijbel niet geopend, maar onder verdenking geplaatst.
En dat is waar het uit de bocht vliegt.
Gods Woord is niet uit Zijn handen gevallen
De Schrift spreekt niet alleen over inspiratie, maar ook over duurzaamheid. Gods Woord is niet als een kostbaar document dat door mensenhanden ergens in een vochtige kelder is kwijtgeraakt.
God spreekt. God waakt. God bewaart.
“Het gras verdort, de bloem valt af; maar het Woord onzes Gods bestaat in der eeuwigheid.” Jesaja 40:8 (STV)
“De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.” Matthéüs 24:35 (STV)
“Maar het Woord des Heeren blijft in der eeuwigheid; en dit is het Woord, dat onder u verkondigd is.” 1 Petrus 1:25 (STV)
Let vooral op dat laatste. Petrus spreekt niet over een onbereikbaar ideaal in de hemel. Hij verbindt het blijvende Woord met het verkondigde Woord. Het Woord dat blijft, is ook het Woord dat onder hen verkondigd is.
Dat geeft rust.
Niet omdat mensen foutloos zijn.
Niet omdat overschrijvers nooit fouten maakten.
Niet omdat vertalers geïnspireerd zijn.
Niet omdat elke drukeditie volmaakt is.
Maar omdat God niet machteloos is.
Wie over Gods Woord spreekt alsof alles op losse schroeven staat, heeft misschien veel informatie verzameld, maar weinig vertrouwen overgehouden.
De Bijbel is geen archeologisch wrak
Sommigen praten over de Bijbel alsof het een schipbreukeling is. Alsof er ergens nog wat planken ronddrijven uit een gezonken openbaring.
Dan moet de moderne mens, gewapend met academische gereedschappen, proberen Gods Woord stukje voor stukje te reconstrueren.
Dat klinkt geleerd.
Maar het is geestelijk armoedig.
De Bijbel is geen archeologisch wrak. De Schrift is het levende Woord van de levende God. Zij is door God gegeven, door God gebruikt, door God bewaard en door God gezegend tot bekering, vermaning, vertroosting, onderwijzing en heiliging.
Paulus schrijft:
“Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is.” 2 Timótheüs 3:16 (STV)
Dat schrijft Paulus niet om Timótheüs in verlammende onzekerheid te brengen. Hij schrijft het juist om hem te funderen.
“En dat gij van kinds af de heilige Schriften geweten hebt, die u wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof, hetwelk in Christus Jezus is.” 2 Timótheüs 3:15 (STV)
Timótheüs had de heilige Schriften. Hij kende ze. Ze konden hem wijs maken tot zaligheid. Paulus behandelt die Schriften niet als een verdachte verzameling religieuze documenten waarvan de betrouwbaarheid eigenlijk voortdurend tussen haakjes moet staan.
Tekstvarianten zijn geen rampgebied
Er wordt soms gedaan alsof het bestaan van tekstvarianten betekent dat de Bijbel onzeker is. Dat is misleidend.
Een tekstvariant is niet automatisch een leerstellige aardverschuiving. Veel varianten gaan over spelling, woordvolgorde, herhaling, kleine verschillen of zaken die de kern van het geloof niet veranderen. Er zijn ook grotere en belangrijkere tekstvragen. Die mag je serieus nemen. Maar serieus nemen is iets anders dan paniek zaaien.
De leer van Christus hangt niet aan één verborgen snipper.
De rechtvaardiging door geloof hangt niet aan één betwiste voetnoot.
De opstanding van Christus hangt niet aan één onzekere tekstregel.
De Godheid van Christus hangt niet aan één geïsoleerde variant.
De verzoening door Zijn bloed hangt niet aan een dun draadje dat door tekstcritici elk moment kan worden doorgeknipt.
Gods waarheid is breed verankerd in de Schrift.
Dat is juist de kracht van de Bijbel. Schrift verklaart Schrift. Waarheden staan niet op één smalle plank boven een afgrond, maar zijn verweven door het geheel van Gods openbaring.
Een vertaling is niet geïnspireerd, maar kan wel betrouwbaar zijn
Hier moeten we nuchter blijven.
De oorspronkelijke Schrift is door God ingegeven. Vertalingen zijn mensenwerk. Dat betekent dat vertalingen getoetst moeten worden. Een vertaler kan kiezen, kleuren, missen, fouten maken, interpreteren of versimpelen. Daarom is zorgvuldigheid nodig.
Maar mensenwerk betekent niet automatisch vals.
Een preek is ook mensenwerk. Toch kan een preek trouw Gods Woord doorgeven.
Een Bijbelstudie is mensenwerk. Toch kan die naar de Schrift zijn.
Een vertaling is mensenwerk. Toch kan deze betrouwbaar Gods Woord overbrengen in een andere taal.
Wie zegt dat alleen de oorspronkelijke Hebreeuwse, Aramese en Griekse woorden Gods Woord zijn en dat elke vertaling slechts een menselijke schaduw is zonder werkelijk gezag, maakt de eenvoudige gelovig afhankelijk van vertaaldeskundigen. Dan wordt de Bijbel in de volkstaal een soort tweederangs boek.
Maar dat is pertinent niet hoe God door de eeuwen heen gewerkt heeft.
God heeft Zijn Woord altijd door vertaling heen gebruikt. Hij heeft mensen geroepen, overtuigd, vertroost en opgebouwd door Bijbels in hun eigen taal.
Niet omdat vertalers apostelen waren, maar omdat Gods waarheid werkelijk overgezet kan worden in menselijke taal.
De Statenvertaling niet behandelen als afgod
Dit moet ook nog eens gezegd worden.
Wie de Statenvertaling liefheeft, hoeft haar niet te vergoddelijken.
De Statenvertaling is een eerbiedwaardige, nauwkeurige, historische en invloedrijke vertaling. Zij heeft diepe wortels in de gereformeerde traditie en is voor velen nog altijd een rijke, krachtige en betrouwbare Bijbelvertaling.
Maar de Statenvertaling is niet zelf geïnspireerd zoals de oorspronkelijke Schrift geïnspireerd is.
De vertalers waren geen profeten.
De kanttekeningen zijn zeker niet onfeilbaar.
De zeventiende-eeuwse taalvorm is niet heilig.
En toch mag je dankbaar zeggen dat de Statenvertaling een zeer belangrijke en vaak zeer nauwkeurige getuige is van Gods Woord in het Nederlands.
Dat is de gezonde positie.
Betekenisvalstrikken
Niet: de Statenvertaling is een goddelijk unicum die boven elke toetsing staat.
Ook niet: de Statenvertaling is oud, dus achterhaald en verdacht.
Maar: de Statenvertaling verdient eerbiedige waardering, zorgvuldige lezing en waar nodig uitleg, juist omdat taal verandert en sommige woorden voor moderne lezers betekenisvalstrikken kunnen worden.
Daarmee val je de Statenvertaling niet aan. Je neemt haar juist serieus.
Nieuwe vertalingen vragen om onderscheid
Aan de andere kant is het naïef om te doen alsof elke moderne vertaling alleen maar een onschuldige poging tot begrijpelijkheid is. Vertaalfilosofie doet ertoe. Grondtekstkeuzes doen ertoe. Weergave van kernwoorden doet ertoe. De manier waarop zonde, genade, verzoening, gerechtigheid, behoud, geloof, bekering en oordeel worden vertaald, is niet onbelangrijk.
Soms wordt begrijpelijkheid gekocht tegen de prijs van scherpte.
Soms wordt eenvoud een excuus voor vervlakking.
Soms wordt uitleg in de tekst gesmokkeld.
Soms klinkt een vertaling vlot, maar is zij minder precies.
Daarom is toetsen nodig.
Maar toetsen is iets anders dan iedereen die een andere vertaling gebruikt verdacht maken. En het is zeker iets anders dan roepen dat christenen massaal met een “valse Bijbel” in handen zitten.
Daarmee help je de gemeente niet aan onderscheid.
Je jaagt ze de mist in.
Wie “valse Bijbel” roept, zaait wantrouwen
Het meest schadelijke van deze beschuldiging is niet dat er een stevige discussie ontstaat over tekst en vertaling. Stevige discussies mogen er zijn.
Het probleem is dat gewone gelovigen gaan denken: kan ik mijn Bijbel nog wel vertrouwen?
Dan leest iemand Johannes 3:16 en denkt: staat dit er eigenlijk wel goed?
Dan leest iemand Romeinen 5 en denkt: is dit misschien ook verdraaid?
Dan leest iemand het Evangelie en vraagt zich af: waar begint Gods Woord en waar begint menselijke vervalsing?
Zo wordt het geloof niet opgebouwd, maar aangevreten.
Dat is de bittere vrucht van wantrouwende Bijbelpolemiek. Zij lijkt eerbied voor het Woord te hebben, maar maakt ondertussen het Woord onbereikbaar. De gelovige moet eerst door een doolhof van claims, kampen, teksttradities en verdachtmakingen voordat hij durft te zeggen: hier spreekt God.
Maar de Heere Jezus zei:
“Onderzoekt de Schriften; want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben; en die zijn het, die van Mij getuigen.” Johannes 5:39 (STV)
Hij zegt niet: wantrouw de Schriften.
Hij zegt: onderzoek ze.
De echte aanval is niet altijd frontaal
Soms wordt de Bijbel openlijk aangevallen door ongelovigen. Dan zegt men: de Bijbel is een mythe, fabel, mensenwerk, religieuze evolutie, machtsmiddel of achterhaalde literatuur.
Dat is duidelijk vijandig.
Maar er is ook een vrome vorm van ondermijning. Dan zegt men: wij verdedigen de Bijbel, maar ondertussen wordt bijna elke Bijbel die de gelovigeleest verdacht gemaakt. Dan blijft er uiteindelijk maar één kamp, één leraar, één schema of één uitgave over als veilig eiland.
Dat lijkt op waakzaamheid.
Maar het kan heel snel sektarisch worden.
Want de vraag verschuift dan van: “Wat zegt de Schrift?” naar: “Heb jij wel onze exacte tekstlijn, onze exacte editie, onze exacte formule?”
Dan wordt de gelovige niet naar Christus gedreven, maar naar een controlemodel.
En zodra de Bijbel alleen nog veilig is in handen van jouw groep, is er iets grondig mis.
Gods Woord staat boven menselijke systemen
Het Woord van God is niet afhankelijk van eigentijdse academici. Maar het is ook niet opgesloten in de slogans van hypertraditionele strijders.
Gods Woord staat boven beide.
Boven de universiteit.
Boven de synode.
Boven de uitgever.
Boven de vertaalcommissie.
Boven de internetapologeet.
Boven de man die met grote stelligheid roept dat alleen hij nog weet wat de echte Bijbel is.
De Schrift zelf is norm. Niet onze angst. Niet onze voorkeur. Niet onze traditie. Niet onze allergie tegen moderniteit. Niet ons wantrouwen tegenover alles wat na een bepaald jaar gedrukt is.
“Maak mij Uw wegen bekend, HEERE; leer mij Uw paden.” Psalm 25:4 (STV)
Dat is de houding die past.
Leerbaar. Eerbiedig. Wakker. Maar niet paniekerig.
Bewaring is geen simplistische theorie
Sommige mensen maken van Gods bewaring een te simpel rekensommetje. Alsof bewaring betekent dat er nooit een tekstvariant mocht ontstaan. Nooit een overschrijffout. Nooit een discussie. Nooit een vertaalprobleem. Nooit een moeilijke passage.
Maar dat is niet hoe God werkt.
God bewaart Zijn volk ook, maar dat betekent niet dat gelovigen nooit strijd, ziekte, vervolging, verwarring of zwakte kennen.
God bewaart Zijn gemeente, maar dat betekent niet dat er nooit dwaalleer opkomt.
God bewaart Zijn waarheid, maar dat betekent niet dat er nooit aanvallen, misbruik of verkeerde uitleg zijn.
Bewaring betekent niet dat de menselijke geschiedenis steriel wordt. Bewaring betekent dat God door die geschiedenis heen Zijn doel niet laat mislukken.
Daarom moeten we geen karikatuur maken. Niet aan de ene kant. Niet aan de andere kant.
Wie zegt dat elke tekstvraag Gods bewaring ontkent, denkt te plat.
Wie zegt dat tekstvarianten bewijzen dat Gods Woord niet betrouwbaar bewaard is, denkt even plat.
De Bijbelse lijn is rijker en steviger: God is trouw, ook door menselijke zwakheid heen.
De Schrift is niet gebroken
Een van de krachtigste woorden van Christus over de Schrift is kort en hard als graniet:
“De Schrift kan niet gebroken worden.” Johannes 10:35 (STV)
Dat ene zinnetje is genoeg om veel moderne en vrome twijfel te breken.
De Schrift kan niet gebroken worden.
Niet door een Farao.
Niet door Babel.
Niet door Rome.
Niet door middeleeuwse duisternis.
Niet door moderne kritiek.
Niet door slordige overschrijvers.
Niet door hoogmoedige theologen.
Niet door uitgevers.
Niet door vertaalcommissies.
Niet door mensen die de Bijbel aanvallen.
En ook niet door mensen die de Bijbel denken te verdedigen, maar ondertussen het vertrouwen in Gods Woord ondergraven.
De Schrift kan niet gebroken worden.
Dat is geen vrijbrief voor slordigheid. Maar het is wel een verdedgingsmuur tegen wanhoop.
Het probleem zit niet in de Bijbel, maar in de mens
Veel aanvallen op de Bijbel komen uiteindelijk voort uit hetzelfde oude probleem: de mens wil niet buigen. Soms doet hij dat openlijk. Soms vroom. Soms wetenschappelijk. Soms steunend op traditie. Maar het oude hart blijft hetzelfde.
De ongelovige zegt: de Bijbel is vals, want ik wil niet, ik geloof niet dat God spreekt.
De religieuze mens zegt soms: bijna alle Bijbels zijn vals, behalve de uitgave waarmee ik mijn systeem kan bewaken.
De moderne mens zegt: de Bijbel moet aangepast worden aan mijn tijd.
De traditionele mens kan zeggen: mijn traditie bepaalt precies waar Gods Woord nog veilig is.
In al die gevallen dreigt dezelfde omkering: niet de mens wordt geoordeeld door het Woord, maar het Woord wordt voortdurend voor de rechtbank van de mens gesleept.
Maar Hebreeën zegt:
“Want het Woord Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard, en gaat door tot de verdeling der ziel en des geestes, en der samenvoegselen en des mergs, en is een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten.” Hebreeën 4:12 (STV)
Niet de mens staat boven het Woord.
Het Woord gaat door de mens heen.
De goede reactie is niet naïviteit, maar vertrouwen
Dus nee, we hoeven niet naïef te zijn. We mogen vragen stellen. We mogen vertalingen vergelijken. We mogen bronnen onderzoeken. We mogen tekstkeuzes bespreken. We mogen waarschuwen tegen vertalingen die te vrij omgaan met de tekst. Wijemogen de Statenvertaling verdedigen waar deze betrouwbaar en krachtig weergeeft wat er staat.
Maar we mogen niet spreken alsof God Zijn Woord uit handen heeft laten vallen.
Dat is de grens.
De gelovige houding is niet: alles is even goed.
De gelovige houding is ook niet: bijna alles is vals.
De gelovige houding is: God heeft gesproken, God bewaart Zijn Woord, en daarom lezen wij met eerbied, toetsen wij met zorgvuldigheid en buigen wij onder het gezag van de Schrift.
“Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.” Psalm 119:105 (STV)
Een lamp die niet brandt, leidt niet.
Een licht dat verdwenen is, verlicht geen pad.
Maar Gods Woord is werkelijk een lamp. Niet denkbeeldig. Niet verloren. Niet vals.
Wie wordt hier eigenlijk aangeklaagd?
Dat is de vraag die gesteld moet worden aan iedereen die achteloos roept: “Velen hebben een valse Bijbel.”
Besef je wat je zegt?
Beschuldig je alleen mensen?
Of beschuldig je uiteindelijk ook God?
Want als de gelovigen met een valse Bijbel opgescheept zitten, wat zegt dat dan over Gods zorg? Wat zegt dat over Christus’ belofte? Wat zegt dat over de Heilige Geest, Die de Gemeente leidt in de waarheid? Wat zegt dat over de prediking waardoor mensen tot geloof komen? Wat zegt dat over martelaren die sterven met Schriftwoorden op hun lippen?
Gevoed door een valse Bijbel?
Zijn miljoenen gelovigen vertroost door een tekst die eigenlijk verdacht is?
Hier moet men niet te snel overheen praten.
De beschuldiging “valse Bijbel” is geen stoere slogan. Het is een geestelijk explosief.
De Schrift gaat over Christus
Het doel van de Schrift is niet dat wij verdwalen in eindeloze tekstretoriek De Schrift getuigt van Christus.
“Onderzoekt de Schriften; want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben; en die zijn het, die van Mij getuigen.” Johannes 5:39 (STV)
Na Zijn opstanding opent Christus de Schriften en laat Hij zien dat Mozes, de Profeten en de Psalmen van Hem spreken.
“En Hij zeide tot hen: Dit zijn de woorden, die Ik tot u sprak, als Ik nog met u was, namelijk dat het alles moest vervuld worden, wat van Mij geschreven is in de wet van Mozes, en de profeten, en psalmen.” Lukas 24:44 (STV)
Voilá
De Schrift brengt ons niet tot een teksttraditie als eindstation. De Schrift brengt ons tot Christus. Tot Zijn Persoon. Zijn lijden. Zijn opstanding. Zijn heerlijkheid. Zijn wederkomst. Zijn volbrachte werk.
Een Bijbelstrijd die mensen niet dieper brengt onder het gezag van Christus, maar vooral banger, harder, veroordelender, sektarischer en wantrouwiger maakt, is geen gezonde strijd.
Geen valse Bijbel, wel valse beschuldigingen
Hebben velen een valse Bijbel?
Nee.
Gelovigen hebben een betrouwbaar bewaard Woord van God. Niet omdat mensen zo betrouwbaar zijn. Niet omdat elke vertaling volmaakt is. Niet omdat elke tekstvraag eenvoudig is. Niet omdat de kerkgeschiedenis schoon en foutloos is.
Maar omdat God betrouwbaar is.
Omdat Christus de Schrift bevestigt.
Omdat de Heilige Geest door het Woord werkt.
Omdat Gods Woord blijft.
De echte vraag is daarom niet of God Zijn Woord wel heeft bewaard.
De echte vraag is of wij nog buigen voor het Woord dat Hij bewaard heeft.
Want het probleem van onze tijd is niet dat God te weinig gesproken heeft.
Het probleem is dat mensen te weinig luisteren.
De beschuldiging “valse Bijbel” klinkt misschien scherp, maar is vaak bot waar deze precies zou moeten zijn. Smijt tekstvragen, vertaalkeuzes, handschriftverschillen en geestelijk wantrouwen door elkaar tot één giftige cocktail.
Een Bijbelgetrouwe houding is anders.
Wij toetsen vertalingen.
Wij wegen woorden.
Wij zijn niet blind voor verschillen.
Wij erkennen dat vertalers mensen zijn.
Wij verabsoluteren geen menselijke uitgave.
Maar wij weigeren te spreken alsof God Zijn Woord niet heeft bewaard.
Want de Here Jezus heeft gezegd:
“De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.” Matthéüs 24:35 (STV)
Daar mag een gelovige in rusten.
Niet lui.
Niet oppervlakkig.
Niet kritiekloos.
Maar wel vast.
Gods Woord is niet uit Zijn handen gevallen.
Zie ook:
De KJV-only en Statenvertaling alléén controverse ontzenuwd – Bijbelse basis
Vervalste Bijbels… zijn ‘moderne’ Bijbels vervalst? – Bijbelse basis