Als de preek een alarmbel wordt

En de Bijbel een kapstok

Er zijn preken die je wakker schudden.
En er zijn preken die je wakker schreeuwen.

Dat onderscheid ligt genuanceerder dan je zou denken.

Een Bijbelse preek opent de Schrift, legt de tekst uit, brengt Christus naar voren en roept de hoorder op tot geloof, bekering en gehoorzaamheid. Een ander soort preek gebruikt een Bijbeltekst als startknop. Daarna begint de machine te draaien: eindtijd, opwekking, satan, porno, demonen, Nederland, regering, kinderen die profeteren, publieke keuzes, stille tijd, vasten, geheimen, schaamte en geestelijke strijd.

Alles komt voorbij.
Prangende vraag: wordt de Bijbel ook echt geopend, of vooral gebruikt als kapstok?

In deze preek van Herman Boon gehouden tijdens een revival dienst van Stichting De Donk ministries  staat Romeinen 13 centraal. Althans, dat doet zich zo voor. De tekst wordt aangehaald met de oproep om wakker te worden, de werken der duisternis af te leggen en te leven in het licht.

Dat is een ernstige en Bijbelse oproep. Paulus schrijft inderdaad dat de gelovige wakker moet zijn, omdat de zaligheid dichterbij is dan toen hij geloofde. De nacht is ver gevorderd. De dag is nabij. Daarom moet de gelovige wandelen als bij dag en zich bekleden met de Here Jezus Christus.

Dat is krachtig genoeg.
Daar hoeft geen rookmachine naast.

Alarmitische preek met de Bijbel als kapstok
Als de preek een alarmbel wordt

 

De terechte ernst

Laat ik helder zijn: pornografie is geen onschuldig privéprobleempje. Het is goor, verslavend, ontmenselijkend en verwoestend. Het beschadigt huwelijken, vervormt het denken, voedt begeerte en maakt van mensen lustobjecten. Wie porno geestelijk bagatelliseert, begrijpt niet wat zonde doet.

Daarin raakt de preek iets wat veel gemeenten veel te lang hebben laten liggen. Er wordt soms eindeloos gepraat over leiderschap, visie, groei en bediening, terwijl hele gezinnen onderhuids worden opgevreten door digitale onreinheid. Kinderen krijgen hun seksuele vorming niet van vader en moeder, niet vanuit Gods Woord, maar via groepsdruk, telefoonschermen en smerige algoritmes.

Dat moet gezegd worden.

Ook de oproep aan ouders is terecht. Praat met je kinderen. Niet hysterisch. Niet Wettisch. Niet beschamend. Niet pas wanneer het te laat is. Maar eerlijk, wijs en Bijbels. Wie zwijgt, laat onderwijs over seksualiteit over aan de duisternis.

Ook de waarschuwing tegen verborgen zonden is Bijbels. Een dubbelleven maakt kapot. Geheimen rotten door. Schaamte zoekt het donker op. Zonde wil niet aan het licht komen, omdat het licht haar macht breekt.

Tot zover zit er echte ernst in de preek.
Maar ernst is nog geen zuiverheid.
Vuur is nog geen licht.

 

Waar het begint te schuiven

Het probleem ontstaat wanneer de Bijbelse vermaning wordt opgetild in een groter charismatisch opwekkingsverhaal.

De preek zegt niet alleen: “Word wakker en wandel in het licht.”
Dat zou Bijbels zijn.

Er wordt ook gezegd dat Nederland radicaal gaat veranderen, dat het land terugkeert naar koning Jezus, dat er een regering komt die Jezus kent, dat scholen opnieuw Gods Woord zullen onderwijzen, en dat God Zijn Geest over alle mensen in Nederland zal uitstorten. De preek koppelt dat aan Handelingen 2 en aan het idee dat wij in de laatste dagen leven.

Maar waar staat dat precies?

Waar belooft de Schrift dat Nederland als natie een christelijke regering zal krijgen?

Waar staat dat elke school in Nederland opnieuw Gods Woord zal onderwijzen?

Waar staat dat de huidige tijd specifiek de tijd is waarin God Zijn Geest over alle Nederlanders gaat uitstorten?

Dat zijn geen subtiele toepassingen.
Dat zijn grote claims.

En grote claims vragen om heldere Schriftgrond. Niet om sfeer. Niet om volume. Niet om “Amen?” vanaf het podium. Niet om een opwekkingsverwachting die als Bijbelse zekerheid wordt gepresenteerd.

Hier gaat het mis. De tekst wordt niet uitgelegd. De tekst wordt meegenomen in een verhaal dat al klaar lag.

 

Romeinen 13 kan dit dragen. De preek niet

Romeinen 13:11–14 is scherp. Paulus heeft geen hulp nodig van revivalretoriek om indringend te zijn. De tekst zegt genoeg.

De gelovige moet ontwaken.
De nacht is ver gevorderd.
De dag is nabij.
De werken van de duisternis moeten worden afgelegd.
De wapens van het licht moeten worden aangedaan.
Het vlees mag geen verzorging krijgen tot begeerlijkheden.

Dat is messcherp.

Maar in de preek fungeert Romeinen 13 als springplank naar bijna alles: eindtijdschema’s, pornografie, demonische machten, stille tijd, geheimen, ruzies, uitstelgedrag, vasten, nationale opwekking en persoonlijke opdrachten.

Het lijkt alsof de tekst overal voor ingezet en toegepast kan worden.

Dat is precies het gevaar van kapstokprediking. Je hangt er alles aan wat jij kwijt wilt. De haak is Bijbels, maar de jas die eraan hangt komt ergens anders vandaan.

 

Het probleem met eindtijdpressie

De preek werkt met de gedachte dat de wereldgeschiedenis ongeveer 6000 jaar heeft gehad: 4000 jaar tot Christus, 2000 jaar daarna, en dat we nu in “blessuretijd” zitten, vlak voor de zevende dag, het duizendjarig vrederijk.

Dat klinkt spannend.
Maar spanning is nog geen exegese.

De Bijbel roept op tot waakzaamheid, niet tot rekenkundige zekerheid. Leert ons leven in verwachting, maar niet in schema-zelfverzekerdheid.

Wanneer eindtijdverwachting een pressiemiddel wordt, verschuift de toon. Dan is de vraag niet meer: “Leef ik uit Christus?” maar: “Wat als Jezus terugkomt terwijl ik net faal?”

Dan wordt de wederkomst niet bovenal troost en hoop, maar dreiging en paniek.

Natuurlijk moet Christus’ komst ernst geven aan het leven. Maar Bijbelse ernst is iets anders dan geestelijke stress.

 

Porno als demonische hoofdpoort

Een tweede groot probleem is de manier waarop pornografie bijna volledig demonisch wordt geduid. De preek stelt dat achter pornobeelden geesten zitten, dat wie kijkt geesten van lust en onreinheid binnenlaat, en dat die geesten vervolgens iemands leven gaan bepalen.

Dat klinkt geestelijk.
Maar is het ook Bijbels zorgvuldig?

De Schrift spreekt ernstig over begeerte, zonde, vlees, onreinheid, verleiding, overspel in het hart, slavernij aan de zonde, vernieuwing van denken, bekering en zelfbeheersing.

Maar niet elke zondige gewoonte wordt automatisch uitgelegd als het binnenkomen van een geest.

Wie alles demonisch duidt, kan pastoraal schade aanrichten.

Iemand die worstelt met porno heeft bekering nodig. Zeker.
heeft eerlijkheid nodig.
heeft hulp nodig.
heeft soms radicale maatregelen nodig.
heeft reiniging nodig.
heeft vernieuwing van denken nodig.
heeft het Evangelie nodig.

Maar hij hoeft niet automatisch te horen dat er geesten zijn leven zijn binnengekomen die hem nu besturen. Dat kan iemand nog veel dieper in angst, schaamte en fatalisme drukken.

De Bijbel  portretteert zonde ernstig genoeg zonder dat wij overal een demonisch mechanisme overheen hoeven te leggen.

 

Slachtoffers hebben geen geestelijk spektakel nodig

De preek benoemt ook mensen die misbruik hebben meegemaakt. Dat is op zichzelf goed. Misbruik mag niet worden verzwegen. Slachtoffers moeten niet worden weggestopt in stilte. Ze moeten veilig kunnen spreken, gehoord worden en hulp krijgen.

Maar juist daarom is voorzichtigheid nodig.

Wanneer een preek seksueel misbruik, porno, geesten, schaamte, geheimen, satan, verkrachting, zelfmoord, kinderporno en eindtijd allemaal in één donderende stroom aan elkaar rijgt, kan dat slachtoffers opnieuw overspoelen. Dan klinkt het niet meer als herderlijke zorg, maar als een geestelijke storm.

Slachtoffers hebben waarheid nodig.
Maar ook veiligheid.
Zorgvuldigheid.
Rust.
Onderscheid.

Niet iedereen is dader. Niet iedereen is verslaafd. Niet iedereen heeft een geheim dat “opgeruimd” moet worden. Sommigen dragen wonden die door anderen zijn geslagen.

Een Bijbelse preek maakt onderscheid tussen schuld en schade. Tussen dader en slachtoffer. Tussen bekering en genezing. Tussen zonde belijden en trauma verwerken.

Dat onderscheid blijft te dun.

 

Discipelschap of religieuze loopband?

De tegenstelling tussen “kerkganger” en “discipel” loopt als een rode draad door de preek. De kerkganger wordt neergezet als iemand die naar de kerk gaat, zijn eigen gang gaat en alleen uit de preek haalt wat hem interesseert. De discipel daarentegen gehoorzaamt.

Daar zit een op zich terechte waarschuwing in. Christelijk geloof is geen religieuze consumptie. Horen zonder doen is risicovol De Here Jezus roept mensen tot navolging, niet tot vrijblijvend kerkbezoek.

Maar ook hier wordt het erg zwart-wit.

Niet iedere worstelende gelovige is een lauwe kerkganger. Niet iedere stille christen is ongehoorzaam. Niet iedereen die niet in de charismatische actiestand staat, slaapt geestelijk. Er bestaat ook een gewoon, trouw, eenvoudig, verborgen christenleven. Met vallen en opstaan. Met gebed aan de keukentafel. Met strijd die niemand ziet. Met gehoorzaamheid zonder podium.

In deze preek wordt discipelschap vooral actievoeren: doen, kiezen, strijden, bidden, vasten, getuigen, zieken genezen, boze geesten verjagen, geheimen opruimen en in beweging komen.

Maar waar blijft de rust in Christus?
Waar blijft de voeding vanuit het volbrachte werk?
Waar blijft de zekerheid dat de gelovige niet leeft uit zweepslagen, maar uit genade?

Een preek die alleen maar opjut en roept “vooruit, vooruit, vooruit” kan vroom klinken, maar toch een geestelijke loopband worden.

 

De publieke druk

Op een bepaald moment worden mensen uitgenodigd om te gaan staan als ze last hebben van uitstelgedrag. Daarna moeten zij een gebed nazeggen en zelfs beloven dat ze binnen een week iets gaan regelen en een mailtje zullen sturen als stok achter de deur.

Dat lijkt praktisch.
Maar het is ook riskant.

Wanneer een prediker groepsdruk, publieke respons en directe beloften combineert, kan de grens tussen pastorale aansporing en geestelijke manipulatie erg dun worden. Zeker in een geladen samenkomst waar al veel gesproken is over eindtijd, satan, schaamte, verborgen zonden en radicale keuzes.

Bekering is geen zaaltechniek.
Heiliging is geen massapsychologisch moment.
Gehoorzaamheid groeit niet door podiumdruk, maar door het Woord van God, de Geest, geloof, genade, waarheid en concrete gehoorzaamheid in het gewone leven.

Een stok achter de deur kan soms wat helpen. Maar als die stok vanaf het podium wordt uitgedeeld, moet je goed opletten wie hem vasthoudt.

 

Waar Christus te weinig klinkt

Dat is misschien het diepste bezwaar.

De naam van Jezus klinkt vaak. Heel vaak zelfs. Maar Christus als fundament van de gelovige klinkt veel minder helder.

Er is veel:
word wakker!
stop!
kies!
doe!
bid!
lees!
praat!
vergeef!
zoek hulp!
stel niet uit!
ga staan!
zeg na!
mail mij!

Maar het Evangelie is veel meer dan het volgen van instructies op commando.

De gelovige wordt niet geheiligd omdat hij onder maximale druk wordt gezet. Hij wordt geheiligd doordat hij leert leven uit Christus, Die voor hem gestorven en opgestaan is. De genade van God onderwijst ons om de goddeloosheid en wereldse begeerlijkheden te verloochenen.

Niet het alarm. Niet de zaaldruk. Niet de eindtijdkoorts.

De Bijbel zegt niet alleen: “Leg af.”
Hij zegt ook: “Bekleed u met de Here Jezus Christus.”

Als dat tweede niet diep wordt uitgewerkt, wordt het eerste heel snel een religieuze zweep.

 

De nodige balans

Deze preek is niet waardeloos. Integendeel, sommige waarschuwingen zijn hard nodig. Pornografie moet benoemd worden. Verborgen zonde moet aan het licht. Ouders moeten wakker worden. Gemeenten moeten ophouden met doen alsof (digitale) onreinheid alleen “buiten” voorkomt. Er is echte ernst nodig.

Maar Bijbelse ernst moet gedragen worden door Bijbeluitleg.

En daar wringt de schoen.

De preek heeft vuur, maar te weinig basis.
Urgentie, maar te weinig exegese.
Moed, maar te weinig onderscheid.
Waarschuwing, maar te weinig Evangelierust.
Bijbelteksten genoeg, maar te vaak als kapstok.

Het resultaat is een preek die mensen wakker kan schudden, maar tegelijkertijd ook kan opjagen. Die zonde terecht ontmaskert, maar tegelijk veel toevoegt aan de tekst. Die waarschuwt tegen duisternis, maar zelf soms rook produceert.

 

De gemeente heeft geen slaaplied nodig. Dat is waar.

Maar zij heeft ook geen geestelijke sirene nodig die alles tegelijk uitschreeuwt.

Zij heeft de geopende Schrift nodig. Rustig. Scherp. Helder. Zonder rook. Zonder revivalretoriek. Zonder demonologische overbelasting. Zonder publieke pressietechnieken.

Laat Romeinen 13 gewoon zeggen wat het zegt.

De nacht is ver gevorderd.
De dag is nabij.
Leg de werken van de duisternis af.
Doe de wapens van het licht aan.
Wandel eerlijk als bij dag.
Bekleed u met de Here Jezus Christus.

Dat is ernstig genoeg.
Dat is scherp genoeg.
Dat is Bijbels genoeg.

En vooral: daar staat Christus in het midden.

Zie ook:

Mensgerichte prediking ontmaskerd: wanneer de Bijbel als kapstok wordt misbruikt – Bijbelse basis

Pinkster hersenschim: gedram over tienden

Mensen die teveel tijd over hebben gaan soms nadenken en herinneren zich ineens ouwe meuk . Zo vergaat het mij in elk geval.

De kracht zat ‘m in de herhaling?

Onze voorganger heeft het op zeker moment nodig gevonden om de gemeente te impregneren over het ’trouw betalen van tienden’ Daarover werd intensief, indringend en terugkerend gepreekt, en er volgde tevens een aparte Bijbelstudieavond.

Geen Bijbelstudie maar visie overdracht

Dat was geen Bijbelstudie, achteraf gezien….De Bijbel werd, zoals daar gebruikelijk was, hoofdzakelijk als kapstok gebruikt om de gewenste gedachte/visie over te brengen.

Wij hadden eerder ooit geleerd zelf Bijbelstudie te doen oa. door Schrift met Schrift te vergelijken, en we hebben destijds  veel gelezen over de Bijbelse tempeldienst in het algemeen en uiteraard  ‘het geven en innen van tienden’  en in welke context eea. staat.

Recent kwam ik nog wat papierwerk tegen hiervan. Daar is wel wat tijd overheen gegaan zeg… .

Geld

Over geld heb ik geen probleem gemaakt; er zijn nou eenmaal onkosten die gemaakt moeten worden om samen te komen, en verder was er ook steun aan christelijke doelen. Prima allemaal.

Maar om daarvoor dan tempel onderwijs één op één uit het oude Testament op de plaatselijke gemeente te projecteren ging me veel te ver. Ik wilde weten hoe het zat, heb het onderzocht, en het bleek een misvatting.

Voelde me wel geroepen om bij te dragen in de kosten. Logisch dat je bijdraagt toch? Zo noemde ik de betaalopdracht destijds ook: bijdrage.

Correctie tijdens gebed

Daar werd ik tijdens een gebedsmoment indirect over afgerekend/gecorrigeerd door de voorganger, dat er een ‘bijdrage’ was overgemaakt, maar geen tienden. Dat was niet goed.

Was weer een signaal dat er sprake was van ordinaire manipulatie. Deze man deed zich voor als heel geestelijk, het hoofd van het plaatselijke lichaam, kreeg ook regelmatig beelden en woorden voor bepaalde mensen door…

Ondertussen stug door blijven hameren op onze ‘plicht om trouw onze ’tienden in het schathuis’ te brengen. Dat moesten we toch vooral gaan doen, en gehoorzaam zijn, dan zou God ons meer en overvloedig kunnen zegenen.

Hysterie

Er werden themadiensten gehouden en onderwerpen aangekondigd. Zoals ‘Generatie vloeken.’ Gemeenteleden namen familie mee, broers en zussen , vaders, moeders.

Want er waren banden en die moesten verbroken worden. Naar mijn beste weten was dat allemaal opgeklopte hysterie. Er werd niks verbroken.

Wonderlijk blijft het wel dat zoveel mensen binnen kwamen en ook bleven komen terwijl het gewoon algemeen genomen geen goed en Bijbels gedegen onderwijs was.

Weer wat geleerd

Het heeft er allemaal wel voor gezorgd dat we zelf veel meer gingen studeren en onderzoeken dus in die zin was het zeker ook een vruchtbare tijd.

Nog steeds zijn er bepaalde typische pinkster triggerwoorden (waarover later meer) waarbij al de rode lampen gaan rinkelen en bellen gaan knipperen. Bepaald goedgelovig en vaak onwetend volk stinkt er nog steeds in zo valt te vrezen. Niet gehinderd door enige goede Bijbelkennis ben je ook vatbaar voor allerlei wind van leer. Kapstok prediking. En soms ook platte manipulatie.

Het belang van Bijbelstudie, geen boekstudie

Dus er zit voor de gelovige die iets goeds wil leren maar één ding op: Bijbelstudie. Geen zoveelste boekstudie, wat een of ander helder licht erover geschreven heeft in zijn/haar twintigste boek, maar gewoon de Bijbel. Het Woord van God.

Exit

Er kwamen nieuwe mensen bij en er verdwenen ook genoeg stilletjes via de achterdeur. Een fenomeen wat ik later elders ook terugzag.

Niet lang hierna trok ik ook de deur achter me dicht. Ik ben zonder uitleg of navraag vertrokken, moegetergd maar een wijze les rijker.

Geen wrok achteraf, wel ‘hoe is het mogelijk’…..en het verlangen anderen hiervoor te behoeden.

 

 

De Jezus die men nog noemt, maar niet meer kent

Een aangepast beeld

Er is een vorm van misleiding die grof en herkenbaar is. Die zegt gewoon: Jezus is niet nodig. De Bijbel is niet betrouwbaar. Het kruis is achterhaald. Zonde is een ouderwets woord. Bekering is religieuze druk.

Dat is ernstig, maar tenminste duidelijk. Je weet meteen hoe de hazen rennen.

Veel gevaarlijker is de misleiding die Jezus niet wegduwt, maar Hem opnieuw vormgeeft. Zijn Naam blijft staan. Zijn Naam wordt gezongen. Zijn Naam wordt uitgesproken in gebeden, conferenties, preken, getuigenissen en bedieningstaal. Maar langzaam wordt Hij veranderd in iemand anders.

Niet de Christus der Schriften.

Maar een Jezus die past bij onze verlangens, onze systemen, onze roepingstaal, onze geestelijke succesverhalen en onze behoefte aan zichtbare kracht.

De meest verraderlijke leugen over Jezus is niet dat Hij wordt ontkend, maar dat Hij wordt hertekend.

Het is een soms subtiel verschil wat wel herkenbaar wordt als je het eenmaal doorhebt.

Welke Jezus wordt verkondigd?

 

Hij wordt nog genoemd wordt, maar staat niet meer centraal

Veel christenen willen de Heer oprecht dienen. Ze houden van Jezus. Ze willen Hem volgen. Ze willen trouw zijn. En toch lopen velen rond met een stille geestelijke vermoeidheid.

Ik doe niet genoeg.

Ik geloof niet genoeg.

Ik ben niet krachtig genoeg.

Ik ben niet ver genoeg.

Ik wandel niet hoog genoeg.

Ik mis iets.

In veel gevallen wordt de schuld dan bij de gelovige gelegd.

Meer overgave.

Meer geloof.

Meer kracht.

Meer activatie.

Meer doorbraak.

Meer vuur.

Meer discipline.

Meer honger.

Meer verwachting.

Meer verlangen.

Maar wat als het probleem niet primair jouw inzet is?

Wat als het probleem de Jezus is die je is voorgehouden?

Want zodra Jezus niet meer wordt verkondigd zoals de Schrift Hem openbaart, maar zoals Hij bruikbaar is voor een bepaald geestelijk systeem, is het hek los….Dan blijft Zijn Naam misschien centraal staan in de taal, maar niet meer in de leer.

Dan wordt niet meer gevraagd: Wie is Christus volgens de Schrift?

Maar: hoe helpt Jezus ons bij wat wij willen bouwen, ervaren, bereiken of bewijzen?

Zie je het al?

 

De Bijbel als toetssteen of ervaring als bril

De dwaling begint vrijwel nooit met openlijke minachting voor de Bijbel. Te confronterend. Het begint subtieler.

Ervaringen krijgen gewicht.

Getuigenissen krijgen gezag.

Emotionele momenten worden sturend en normgevend.

‘Succesvolle bedieningen’ worden voorbeeldmodellen.

Zichtbare kracht wordt bewijs van waarheid.

En langzaam gebeurt er iets verraderlijks: de Bijbel toetst niet meer, maar de ervaring kleurt de Bijbel.

Dan lezen mensen de Schrift niet meer vanuit wat God heeft geopenbaard, maar vanuit wat zij hebben meegemaakt, gezien, gevoeld of gehoord. Een indrukwekkend getuigenis krijgt dan praktisch meer gewicht dan nuchtere exegese. Een ervaring wordt een sleutel tot de tekst. Een conferentiesfeer gaat bepalen wat men “geestelijk” noemt.

Dat lijkt levend. Dat lijkt krachtig. Dat lijkt vurig.

Maar het kan ook de poort zijn waardoor een andere Jezus binnenkomt.

Niet openlijk.

Niet schreeuwend.

Maar fluisterend.

 

Jezus als prototype van wat jij zou moeten kunnen

Een van de meest gevaarlijke verschuivingen is de voorstelling van Jezus als vooral ons voorbeeld in kracht. Dan wordt gezegd: Jezus deed Zijn wonderen als mens, volkomen afhankelijk van de Geest, om te laten zien wat ook wij kunnen doen.

Dat klinkt godsdienstig. Zelfs inspirerend.

Maar kijk uit wat er gebeurt.

De vraag was: Wie is Hij?

Maar wordt: waarom kan ik niet wat Hij kon?

Daarmee verandert aanbidding in prestatiedruk. Christus wordt niet meer allereerst de Heer voor Wie men buigt, de Zaligmaker op Wie men rust, de Middelaar Die volbracht heeft wat wij niet konden. Hij wordt een norm waaraan jij jezelf meet.

En als jij dan geen zieken geneest, geen demonen uitdrijft, geen wonderen ziet, geen profetische precisie hebt, geen “doorbraak” forceert, dan komt de conclusie dichtbij:

Er zal wel iets mis zijn met mij.

Te weinig geloof.

Te weinig overgave.

Te weinig zalving.

Te weinig geestelijke autoriteit.

Zo wordt Jezus niet meer de Redder van vermoeiden, maar de meetlat die vermoeiden nog verder neerdrukt.

Dat is geen evangelie. Dat is een religieuze loopband in overdrive met de Naam van Jezus erboven.

 

Het kruis als startpunt in plaats van centrum

In eigentijdse populaire geestelijke taal wordt het kruis niet openlijk ontkend. Dat is juist het verraderlijke.

Men zingt er nog over. Men noemt het nog. Men erkent nog dat Jezus gestorven is voor onze zonden.

Maar in de praktijk wordt het kruis vaak gereduceerd tot het beginpunt.

Alsof de boodschap is:

Jezus heeft je gered, nu moet jij Zijn overwinning waarmaken.

Jezus heeft de basis gelegd, nu moet jij het Koninkrijk zichtbaar maken.

Jezus heeft overwonnen, nu moet jij de aarde in bezit nemen.

Jezus heeft betaald, nu moet jij doorbreken, activeren, realiseren en bewijzen.

 

Daarmee verschuift het gewicht van Christus’ volbrachte werk naar de schouders van de gelovige. De genade wordt nog beleden, maar de druk wordt geleefd.

En als het dan niet werkt? Als de genezing uitblijft? Als de omstandigheden niet veranderen? Als het allemaal niet voelt als overwinning? Als de beloofde doorbraak niet komt?

Dan ga je niet het systeem bevragen.

Dan ga je naar jezelf kijken.

Dat is het venijn. Een verkeerde prediking maakt mensen niet vrij, maar onzeker. Niet geworteld, maar opgejaagd. Niet levend uit geloof maar voortdurend met zichzelf bezig.

 

Jezus als de activator van jouw bestemming

Een andere vorm van deze verschuiving is nog algemener geworden. Jezus wordt niet meer allereerst verkondigd als de Zaligmaker van zondaren, maar als Degene Die jouw potentieel ontsluit.

Hij wordt de sleutel tot jouw bestemming.

De activator van jouw roeping.

De promotor van jouw droom.

De kracht achter jouw persoonlijke ontwikkeling.

De geestelijke coach Die jou helpt worden wie jij bedoeld bent te zijn.

Dat klinkt positief. Het voelt bemoedigend. Het past goed in een cultuur waarin alles draait om jouw identiteit, groei, invloed en zelfontplooiing.

Maar de Bijbelse richting is anders.

De vraag van het Evangelie is niet: hoe word jij de beste versie van jezelf?

De vraag is: hoe wordt een zondaar met God verzoend?

De Bijbel begint niet bij jouw potentieel, maar bij Gods heiligheid, jouw verlorenheid en Christus’ volbrachte werk. Wie dat omdraait, krijgt een andere boodschap. Dan wordt redding bijzaak en zelfontplooiing hoofdzaak. Dan wordt bekering vervangen door zelfontdekking. Dan wordt Christus functioneel gemaakt voor jouw verhaal.

Maar Jezus is geen accessoire bij jouw bestemming.

Hij is de levende Heer.

Hij is niet gekomen om jouw naam groot te maken, maar om zondaren te verlossen en de Vader te verheerlijken.

 

De vrucht ervan is geen rust, maar uitputting

Je herkent een boom aan de vrucht.

Wat brengt deze manier van spreken over Jezus voort?

Vaak geen rust. Geen diepe zekerheid. Geen verwondering over genade. Geen vaste blik op Christus. Maar vermoeidheid.

Altijd meer.

Meer geloof.

Meer vuur.

Meer activatie.

Meer overwinning.

Meer geestelijke autoriteit.

Meer zichtbare vrucht.

Meer bewijs.

De gelovige wordt steeds teruggeworpen op zichzelf. Op zijn geloofsniveau. Zijn toewijding. Zijn geestelijke temperatuur. Zijn bereidheid. Zijn resultaten.

En dat klinkt vroom, maar het is dodelijk vermoeiend.

Want het vlees kan ook religieus worden opgejaagd. Het kan zelfs met behulp van de Bijbel worden opgejaagd. Maar opgejaagd vlees wordt niet geestelijker. Het wordt alleen vermoeider, krampachtiger en banger om tekort te schieten.

De echte Christus brengt geen vrome slavernij.

Hij roept vermoeiden bij Zich.

“Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.” Mattheüs 11:28 (STV)

Dat is geen oproep tot activatie, maar tot komen.

Niet tot moeten bewijzen, maar tot rusten.

Niet tot zelfverheffing, maar tot vertrouwen.

 

De echte Jezus is geen zorghulpmiddel

De echte Jezus is niet een prototype dat je geacht wordt na te bootsen om te laten zien hoe geestelijk, voorbeeldig of krachtig jij bent.

Hij is niet een platform voor jouw bediening.

Hij is niet een springplank naar jouw bestemming.

Hij is niet een geestelijke powerbank die jij aansluit op je droom.

 

Niks d’r van.

 

Hij is de Zoon van God.

Hij is de Middelaar.

Hij is het Lam Gods.

Hij is de Hogepriester.

Hij is de Heere der heerlijkheid.

Hij is de Zaligmaker Die deed wat jij nooit kon doen.

Hij leefde het leven dat jij niet kon leven. Hij droeg de schuld die jij niet kon dragen. Hij stierf de dood die jij verdiende. Hij stond op uit de doden als Overwinnaar. Niet om jou op te zadelen met een nieuw geestelijk prestatieprogramma, maar om zondaren te redden, te rechtvaardigen, te verzoenen en rust te geven in Hem.

Dat maakt het verschil tussen Bijbels geloof en godsdienstige prestatiedrang.

 

De valse Jezus zegt: doe meer.

De Bijbelse Christus zegt: kom tot Mij.

De valse Jezus maakt je onzeker over jezelf.

De Bijbelse Christus haalt je focus van jezelf af naar Hem.

De valse Jezus maakt genade tot een startbewijs voor jouw prestatie.

De Bijbelse Christus is Zelf het centrum, het fundament en de zekerheid van het geloof.

 

God heeft gesproken door Zijn Zoon

De conclusiel is duidelijk. God heeft niet een half woord gesproken dat nog aangevuld moet worden door moderne stemmen, nieuwe openbaringen, geestelijke elites of spectaculaire ervaringen.

God heeft gesproken door Zijn Zoon.

“God, voortijds veelmaal en op velerlei wijze, tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door den Zoon;” Hebreeën 1:1-2 (STV)

Dat betekent dat Christus niet maar een tussenstop is naar iets hogers. Hij is niet de opstap naar diepere openbaring.

Hij is niet de entree pas tot een elitechristendom waarin apostelen, profeten, activaties en impartaties de gelovige verder brengen dan het eenvoudige rusten in Hem.

Wie Christus heeft, heeft geen hoger doel nodig.

Wie Gods Zoon hoort, hoeft niet achter hypes aan.

Wie de Schrift heeft, hoeft ervaring niet tot openbaringsbron te gebruiken.

Daar ligt de bescherming van de gemeente: terug naar Christus, zoals God Hem heeft geopenbaard in Zijn Woord.

Niet de Jezus van de geestelijke webshop.

Niet de Jezus van menselijke ambitie, of nog erger: geldingsdrang

Niet de Jezus van podiumtaal en succesverhalen.

Maar de Christus der Schriften.

 

Een paar noodzakelijke vragen

De vraag is daarom niet alleen: geloof ik in Jezus?

De vraag is ook: welke Jezus wordt mij voorgehouden?

Is Hij de Zaligmaker van zondaren, of vooral de activator van mijn potentieel?

Is Hij het middelpunt van het evangelie, of de aanjager om mijn geestelijke dromen waar te maken?

Rust mijn geloof in Zijn volbrachte werk, of leef ik onder een prestatiedrang om te bewijzen dat ik “meer” heb?

Word ik naar Christus getrokken, of steeds meer op mezelf teruggeworpen?

Een Jezus Die jou voortdurend opjaagt, is niet de Herder Die Zijn vermoeide schapen rust geeft., maar een huurling. Een Jezus Die vooral jouw bestemming dient, is niet de Heer voor Wie elke knie zich zal buigen. Een Jezus Die slechts het beginpunt is waarna jij het grote werk moet afmaken, is niet de Christus Die riep: het is volbracht.

 

Terug naar de echte Christus

De oplossing is niet: harder proberen.

Niet méér presteren

Niet nog een conferentie.

Niet nog een doorbraakmodel.

Niet nog een nieuwe geestelijke techniek.

De oproep is eenvoudiger: terug naar Christus Zelf.

Terug naar Zijn Persoon.

Terug naar Zijn volbrachte werk.

Terug naar de Schrift.

Terug naar genade die werkelijk Genade is.

Terug naar rust die niet afhankelijk is van jouw geestelijke prestaties, maar van Zijn werk.

De gevaarlijkste leugen over Jezus is niet dat men Hem weglaat, maar dat men Hem verandert. En juist daarom moet de gemeente wakker zijn. Niet alles wat “Jezus” zegt of zels proclameert, verkondigt ook de Jezus van de Bijbel. Niet alles wat geestelijk klinkt, komt uit de Geest der waarheid. Niet elke boodschap die over kracht spreekt, brengt mensen tot Christus.

De ware Christus hoeft niet aangepast te worden aan deze tijd, of aan onze wensen.

Wij moeten teruggebracht worden tot Hem.

Geverifieerd door MonsterInsights