Stop niet met Bijbellezen

Stop met gelovigen klein houden

Ik werd door mijn vrouw gewezen op een ‘herderlijk schrijven’ van een aangewaaide pater/kluizenaar.

Ik viel tijdens het lezen van de ene verbijstering in de andere.

Vandaar dit blog.

Er waait vandaag een religieus-gure wind door kerkelijk Nederland. Niet nieuw, wel erg herkenbaar.

De gewone gelovige zou maar beter niet al te vrijmoedig de Bijbel lezen is de gedachte. Dat geeft maar verwarring. Dat leidt maar tot rare conclusies. Dat levert fundamentalisten, paniek, YouTube-theologie en ‘religieuze ontsporing’ op.

Kort gezegd: de Bijbel is prachtig, maar gevaarlijk in handen van ‘gewone mensen’.

Dat klinkt misschien als goedbedoelde pastorale voorzichtigheid. Alsof men kwetsbare zielen wil beschermen tegen wilde interpretaties en geestelijke ongelukken. Maar onder die vrome zorg ligt een veel groter probleem: wantrouwen tegenover het Woord van God én tegenover het werk van de Heilige Geest in gewone gelovigen.

Want de Bijbel zelf spreekt andere taal

De Schrift wordt niet voorgesteld als een wild beest dat getemd moet worden, danwel opgesloten moet blijven totdat het bevoegd personeel arriveert. Zij wordt voorgesteld als licht, waarheid, voedsel, zwaard, troost, vermaning en openbaring van Christus.

“Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.” Psalm 119:105 (STV)

Een lamp stop je niet weg onder een hooimaat omdat iemand verkeerd zou kunnen kijken.

Een lamp steek je aan en zet je neer omdat mensen anders verdwalen en struikelen.

De Bijbel is voor iedereen
De Bijbel is voor iedereen

 

De Bijbel is géén verboden terrein voor gewone gelovigen

De Here Jezus zei niet:

“laat de Schrift onderzoeken en uitleggen door een kerkelijke bovenlaag.”

Hij zei:

“Onderzoekt de Schriften; want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben; en die zijn het, die van Mij getuigen.” Johannes 5:39 (STV)

Dat woord is zo duidelijk.

Onderzoekt de Schriften.

Niet: verstop het.

Niet: blijf er af.

Niet: wacht tot iemand met een ambtelijke bevoegdheid  u vertelt wat u veilig kan en mag lezen.

Niet: laat de Schrift vooral liturgisch langs u heen komen, maar waag u er thuis niet aan.

Christus Zelf wijst naar de Schriften als het getuigenis van Hem. Wie mensen bij de Schrift vandaan houdt, houdt hen niet weg van gevaar, maar weg van (het getuigenis van) Christus.

Natuurlijk vraagt Bijbellezen om eerbied. moet je teksten niet uit hun verband slopen

Natuurlijk is context belangrijk. Natuurlijk kan iemand ontsporen met een open Bijbel en een gesloten hart.

Maar dat is dus géén argument tegen Bijbellezen.

Dat is een argument tegen slecht en selectief Bijbellezen.

 

Het probleem is niet de open Bijbel, maar het gesloten hart

Er wordt vaak gedaan alsof verwarring ontstaat doordat mensen de Bijbel lezen. Maar de Schrift zelf legt het probleem dieper. De natuurlijke mens buigt niet voor Gods Woord. Hij wil heersen over de tekst, schrappen in de tekst, vluchten voor de tekst of de tekst onderwerpen aan kerkelijke, culturele of persoonlijke voorkeuren.

Dat gevaar bestaat overal.

Bij protestanten.

Bij katholieken.

Bij evangelischen.

Bij academici.

Bij YouTubers

Bij priesters.

Bij voorgangers.

Bij dominees.

Bij mij.

Bij u.

Het probleem is niet dat de Bijbel op tafel ligt. Het probleem is dat de mens van nature niet wil buigen voor wat God zegt.

Dáárom hebben we onderwijs nodig. Bijbelstudie. Prediking. Herderlijke leiding. Schriftvergelijking. Nederigheid. Gebed. Maar dat is iets totaal anders dan zeggen dat de gemiddelde gelovige ‘maar beter niet zelf de Bijbel kan gaan lezen’.

Een herder die de schapen liefheeft, jaagt ze niet weg van het gras omdat ze misschien verkeerd kauwen. Hij leert ze wat en waar goed voedsel is.

 

De Bereeërs deden precies wat men hier verdacht maakt

In Handelingen 17 komen we mensen tegen die apostolische prediking hoorden. Niet zomaar een praatje. Paulus predikte. Een apostel van Jezus Christus.

En wat deden de Bereeërs?

Zij namen zijn woorden niet kritiekloos aan omdat er “bevoegd personeel” sprak. Zij toetsten zijn boodschap aan de Schrift.

“En dezen waren edeler, dan die te Thessalonica waren, als die het woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren.” Handelingen 17:11 (STV)

Dat is vernietigend voor elke vorm van geestelijke betutteling.

De Bereeërs worden niet berispt omdat zij zelf gingen onderzoeken. Zij worden edeler genoemd. Niet omdat zij alles wantrouwden. Niet omdat zij eigenwijze hobbytheologen waren. Maar omdat zij het gepredikte woord ontvingen én toetsten aan de Schrift.

Dát is gezond Bijbels christendom.

Niet: de leek zwijgt en de geestelijke klasse beslist.

Maar: de gemeente hoort, ontvangt, onderzoekt en toetst.

Paulus zegt niet: lees minder Bijbel

Paulus schrijft aan Timotheüs:

“En dat gij van kinds af de heilige Schriften geweten hebt, die u wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof, hetwelk in Christus Jezus is.” 2 Timotheüs 3:15 (STV)

Let op wat hier staat. De heilige Schriften kunnen wijs maken tot zaligheid. Niet omdat ieder mens automatisch alles begrijpt. Niet omdat onderwijs overbodig is. Maar omdat God door Zijn Woord werkt.

Paulus gaat verder:

“Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is; Opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust.” 2 Timotheüs 3:16-17 (STV)

De Schrift is nuttig tot lering. Tot wederlegging. Tot verbetering. Tot onderwijzing. Tot toerusting.

Dat klinkt niet als een gevaarlijk pakket dat alleen door geestelijke beambten mag worden geopend. Dat klinkt als Gods eigen middel om Zijn volk te vormen.

Wie gewone gelovigen bij de Schrift vandaan houdt, berooft hen van het middel dat God Zelf gegeven heeft om hen te voeden, onderwijzen, te corrigeren en toe te rusten.

De vergelijking met oude oosterse teksten is een rookgordijn

Sommigen vergelijken Bijbellezen met het lezen van Assyrische of Babylonische teksten. Niemand gaat zomaar de Enuma Elish of het Gilgamesh-epos lezen en denkt dan zonder assyriologen, filologen en tekstkritiek alles te begrijpen.

Dus, zo redeneert men dan gemakshalve, zou de gewone gelovige ook niet zomaar de Bijbel moeten lezen.

Dat klinkt geleerd. Maar het argument deugt voor geen meter.

De Bijbel is geen dood museumstuk. De Schrift is geen religieuze kleitablet uit een verdwenen wereld die alleen door specialisten veilig gehanteerd kan worden.

De Bijbel is het Woord van de levende God, gegeven aan iedereen die het horen wil.

Ja, de Bijbel heeft historische diepte. Ja, er zijn moeilijke gedeelten. Ja, kennis van taal, cultuur en context helpt. Maar de apostolische brieven bijvoorbeeld, werden geschreven aan gemeenten. Aan echte mensen. Aan slaven en vrijen. Aan mannen en vrouwen. Aan jongeren en ouderen. Aan gewone gelovigen die moesten horen, lezen, bewaren, gehoorzamen en toetsen.

Paulus schrijft:

“En wanneer deze zendbrief van u zal gelezen zijn, maakt, dat hij ook in de gemeente der Laodicensen gelezen worde, en dat ook gij dien leest, die uit Laodicea geschreven is.” Kolossenzen 4:16 (STV)

De Schrift moest circuleren. De gemeente moest horen. Lezen. Ontvangen. Bewaren.

Er staat niet: laat dit document uitsluitend behandelen door gewijde deskundigen, want de gemiddelde gelovige kan hier geestelijke schade van oplopen.

Slecht Bijbellezen bestrijd je niet met géén Bijbellezen

Er is terechte zorg. Dat kan je zo zeggen.

Er bestaat inderdaad een hoop geestelijke rotzooi. Er zijn mensen die van de Bijbel een grabbelton maken. Er zijn complotpredikers, eindtijdhandelaren, sektarische uitleggers, sensatiekanalen en religieuze knutselaars die met losse teksten complete luchtkastelen bouwen.

Maar de oplossing voor een McBible is geen gesloten Bijbel.

De oplossing is niet dat gelovigen hun Bijbel dichtleggen en dan maar kaarsen branden, litanieën bidden of zich verliezen in devotie tot Maria, heiligen en engelen.

De oplossing is beter Bijbellezen.

Lees de tekst in verband.

Lees Christus centraal.

Lees Schrift met Schrift.

Lees nederig.

Lees biddend.

Lees met gezonde prediking.

Lees met de gemeente.

Toets leraren aan het Woord.

Wees traag met grote conclusies.

Laat moeilijke teksten niet los rondzwerven, maar breng ze onder het gezag van het geheel van de Schrift.

Dat is heel iets anders dan gewone gelovigen ontmoedigen om de Bijbel te lezen.

 

Liturgie is geen vervanging van het Woord in het hart

Er wordt gezegd dat de Schrift voor de gemiddelde gelovige in de liturgie al voldoende tot spreken wordt gebracht. Maar dat is een gotspe.  De Schrift moet niet maar plechtig worden voorgelezen. Zij moet wonen in het hart, klinken in het huis, werken in het geweten en richting geven aan het denken.

Paulus schrijft:

“Het woord van Christus wone rijkelijk in u, in alle wijsheid; leert en vermaant elkander, met psalmen en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende den Heere met aangenaamheid in uw hart.” Kolossenzen 3:16 (STV)

Niet: het woord van Christus worde af en toe liturgisch over u uitgesproken.

Niet: het woord van Christus blijve veilig beheerd door een kerkelijk systeem.

Maar: het Woord van Christus wone rijkelijk in u.

Dat is persoonlijk. Gemeentelijk. Levend. Vormend. Corrigerend.

Een gelovige die alleen in de liturgie de Schrift hoort, maar niet leert om zelf in het Woord te leven, blijft geestelijk afhankelijk. Hij krijgt voedsel aangereikt, maar leert niet eten.

 

De aanval op de Reformatie verraadt de onderliggende kwestie

Wanneer de Reformatie wordt weggezet als het gevolg van een augustijn die Paulus niet goed begrepen had, gaat het niet meer alleen over leesvaardigheid. Dan gaat het over gezag.

Wie heeft het laatste woord?

De Schrift?

Of de kerkelijke traditie?

De Reformatie was verre van volmaakt. Reformatoren waren mensen. Ze maakten fouten. Ze spraken soms te hard, te kort door de bocht of historisch belast.

Maar de vraag is hier: mag de kerk worden getoetst aan het Woord van God, of moet het Woord van God worden gelezen door de bril van de kerk?

Paulus zegt:

“Wij besluiten dan, dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der wet.” Romeinen 3:28 (STV)

En:

“Doch dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.” Romeinen 4:5 (STV)

Dat zijn geen protestantse vingertjes in katholieke pap. Dat is Bijbelse leer.

De clou zit hier: zodra gewone gelovigen de Schrift lezen, kunnen zij vragen gaan stellen.

Waar staat dit? Waar leert Christus dit? Waar leren de apostelen dit? Waar wordt Maria als middelares aangesteld? Waar wordt het aanroepen van heiligen geboden? Waar wordt volksdevotie boven Schriftlezing geplaatst?

Dat zijn ongewenste vragen voor een (aanzienlijk) deel van de ‘verheven geestelijken. Maar ongewenste vragen zijn nog niet hetzelfde als imbeciele gevolgtrekkingen.

Soms zijn ongewenste vragen precies die vragen die nodig zijn.

 

Maria, heiligenverering en engelensprookjes zijn geen beter alternatief

Het meest onthullende is dat de Bijbel als gevaarlijk wordt voorgesteld, terwijl volksdevotie, bedevaarten, litanieën, kaarsen en persoonlijke relaties met Maria, heiligen en engelen als ‘geestelijk veilig’ alternatief worden aangereikt.

Daar gaat het echt he-le-maal mis.

De Schrift zou paniek kunnen veroorzaken, maar devotionele praktijken zonder enige Bijbelse opdracht zouden het geloof versterken? De Bijbel zou te ingewikkeld zijn, maar een persoonlijke relatie met Maria en engelen zou geestelijk gezond zijn?

Paulus schrijft:

“Want er is één God, er is ook één Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus.” 1 Timotheüs 2:5 (STV)

Eén Middelaar.

Niet Christus plus Maria.

Niet Christus plus heiligen.

Niet Christus plus engelen.

Niet Christus plus een devotioneel netwerk van hemelse tussenpersonen.

Eén Middelaar: Jezus Christus.

Wie gewone gelovigen wegleidt van de Schrift naar devotionele tussenfiguren, beschermt hun geloof niet. Hij verplaatst hun vertrouwen.

En juist dát is gevaarlijk.

 

De Schrift is niet tegen onderwijs, maar tegen geestelijke gijzeling

Laat niemand doen alsof een pleidooi voor Bijbellezen een pleidooi is voor individualistische willekeur. De Bijbel is niet gegeven om ieder zijn eigen privéreligie te laten bouwen. Christus heeft leraren gegeven. De gemeente is nodig. Prediking is nodig. Herderlijke leiding is nodig.

Maar onderwijs is iets anders dan controle.

Een leraar opent de Schrift.

Een controleur schermt haar af.

Een herder brengt de schapen naar voedsel.

Een clericaal religieus systeem houdt voedsel achter en noemt dat ‘bescherming’.

Een gezonde voorganger zegt: kom, we lezen samen, en toets vooral ook mij aan het Woord.

Een ongezonde voorganger zegt: pas op, dit is te gevaarlijk voor u zónder mij.

Dat cruciale verschil raakt het hart van geestelijk gezag.

De Heilige Geest werkt door het Woord

Het is opvallend hoe vaak men bij dit onderwerp spreekt over ‘gevaar, verwarring en misverstand’, maar nauwelijks of niet  over de Heilige Geest. Alsof gewone gelovigen alléén staan tegenover een oude tekst, zonder Herder, zonder Geest, zonder Christus.

Maar de Geest van God heeft de Schrift gegeven en gebruikt de Schrift om Christus te verheerlijken.

“Uw woord is de waarheid.” Johannes 17:17 (STV)

De Geest leidt niet weg van het Woord naar vrome mist. Hij brengt ons juist onder het gezag van het Woord. Niet om ons tot kille letterknechten te maken, maar om ons Christus te leren kennen zoals Hij Zich geopenbaard heeft.

Een geloof dat bang is voor een open Bijbel, is geen sterk geloof. Het is een geloof dat alleen veilig lijkt zolang niemand controleert waarop het eigenlijk gebouwd is.

 

Niet minder Bijbel, maar betere Bijbelkennis

De kerk van vandaag heeft niet te veel Bijbel. Zij heeft te weinig Bijbel.

Te veel losse kreten.

Te veel oppervlakkige filmpjes.

Te veel tekstmisbruik.

Te veel eigengereidheid.

Te veel mensen die  denken dat zij de kerkgeschiedenis wel even kunnen corrigeren.

Dat probleem los je niet op door de Bijbel terug te leggen op de lessenaar, of op de kast op slot te zetten en het volk naar huis te sturen met kaarsen, devotieprentjes en heiligenverhalen.

Dat probleem los je op door Bijbelkennis.

Door geduldig onderwijs.

Door prediking van de Opgestane Heer.

Door uitleg, in context.

Door scherpe onderscheiding.

Door gelovigen te leren dat de Bijbel geen kapstok is, maar Gods Woord.

Door mensen te leren lezen. Niet minder. Beter.

 

De echte vraag is: wie en wat vertrouw je?

Achter deze hele discussie zit een heel eenvoudige vraag.

Vertrouwen we erop dat God door Zijn Woord spreekt?

Vertrouwen we erop dat de Heilige Geest gewone gelovigen kan en wil onderwijzen door dat Woord?

Vertrouwen we erop dat Christus Zijn schapen kent en leidt?

Of vertrouwen we uiteindelijk meer op kerkelijke bemiddeling, gewijde deskundigheid, traditie en devotionele omheining?

De Bijbel zelf geeft het antwoord.

“En deze woorden, die ik u heden gebiede, zullen in uw hart zijn. En gij zult ze uw kinderen inscherpen, en daarvan spreken, als gij in uw huis zit, en als gij op den weg gaat, en als gij nederligt, en als gij opstaat.” Deuteronomium 6:6-7 (STV)

Gods Woord hoort niet opgesloten te blijven in een religieus gebouw. Het hoort in het huis. Op de weg. In het gesprek. In je gezin. In je hart.

Dat principe verdwijnt niet in het Nieuwe Testament. Het verdiept zich.

Ik vat samen

We moeten niet ‘rap ophouden iedereen aan te moedigen de Bijbel te lezen.’

We moeten rap ophouden gewone gelovigen klein te houden.

We moeten ophouden doen alsof de Schrift vooral gevaarlijk is wanneer zij in handen komt van mensen zonder kerkelijke bevoegdheid. We moeten ophouden alsof liturgie, traditie en volksdevotie veilig zijn, terwijl het Woord van God verdacht wordt gemaakt als bron van paniek.

De Bijbel kan verkeerd gelezen worden. Zeker.

Maar een gesloten Bijbel is nog gevaarlijker.

Want waar de Schrift dicht blijft, krijgt religieuze macht vrij spel. Daar worden tradities onaantastbaar. Daar worden menselijke instellingen beschermd tegen toetsing. Daar worden gelovigen afhankelijk gehouden van mensen die zeggen dat zij de sleutel hebben. En waar dat zoal toe leidt bewijst de geschiedenis wel.

Christus heeft Zijn volk niet verwezen naar kaarsen, litanieën en een persoonlijke relatie met heiligen. Hij wees naar de Schriften.

“Onderzoekt de Schriften; want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben; en die zijn het, die van Mij getuigen.” Johannes 5:39 (STV)

Daarom: ópen die Bijbel.

Lees eerbiedig.

Lees biddend.

Lees met onderscheid.

Lees in verband.

Lees Christus gericht.

Maar léés.

Want niet de open Bijbel bedreigt het geloof.

Een kerk die bang is voor een open Bijbel, dát is de bedreiging.

 

Geverifieerd door MonsterInsights