Dit had ik dus niet meegekregen,staat toch al wat maandjes online.
Het heet een parodie te zijn. Ik denk daar nog even over na.
Disney style. Dat dan weer wel.

Dit had ik dus niet meegekregen,staat toch al wat maandjes online.
Het heet een parodie te zijn. Ik denk daar nog even over na.
Disney style. Dat dan weer wel.

Veel verwarring in Bijbelstudie ontstaat niet doordat de Schrift onduidelijk zou zijn, maar doordat men geen rekening houdt met onderscheid. Onderscheid tussen tijden, tussen doelgroepen, tussen beloften, tussen Wet en Genade, en vooral: tussen Israël en de Gemeente.
De Bedelingen_Gods (pdf) ook wel dispensationalisme genoemd – biedt een sleutel om deze verschillen recht te doen en de rijkdom van Gods heilsplan te zien.
Het woord bedeling komt van het Griekse oikonomia, wat letterlijk betekent: huishouding of beheer. Het gaat niet primair om een tijdvak, maar om een door God ingestelde manier waarop Hij Zijn schepping bestuurt, met bepaalde regels, verantwoordelijkheden en openbaring.
Een bedeling is:
Belangrijk is dat bedelingen elkaar kunnen overlappen. Ze volgen elkaar niet simpelweg lineair op, zoals vaak in populaire schema’s wordt voorgesteld. God kan meerdere lijnen tegelijk laten lopen.
Binnen de protestantse theologie bestaan grofweg twee allesomvattende systemen:
De verbondstheologie beschouwt de Bijbel als één doorgaande, uniforme geschiedenis van verlossing. Israël en de Gemeente worden daarbij in wezen gelijkgesteld. Profetieën over Israël worden vaak geestelijk toegepast op de Kerk, en toekomstverwachtingen worden teruggebracht tot “de jongste dag”.
Het dispensationalisme kiest een andere benadering: lees de Schrift zoals zij geschreven is. Dat betekent:
Volgens deze benadering verdwijnen veel tegenstrijdigheden vanzelf wanneer men erkent dat God in verschillende bedelingen op verschillende manieren werkt.
Een kernpunt in de leer van de bedelingen is het strikte onderscheid tussen Israël en de Gemeente.
Israël
De Gemeente
De Gemeente vervangt Israël niet en staat er ook niet tijdelijk voor in de plaats. Het zijn twee verschillende huishoudingen binnen één groot heilsplan.

De Bijbel laat zien dat Gods weg met een gevallen schepping een duidelijke structuur heeft. Die structuur wordt gekenmerkt door het getal zeven:
De periode vóór de zondeval (vaak “de bedeling van de onschuld” genoemd) wordt niet meegeteld, omdat de zeven bedelingen juist Gods weg na de val beschrijven: de weg van herstel, via oordeel en genade, naar een nieuwe schepping.
Deze bedeling begint bij de uitdrijving uit de hof van Eden en geldt voor alle mensen.
De norm is het geweten: de innerlijke kennis van goed en kwaad. God heeft Zijn wet in het hart van de mens gelegd. Profetie en geweten functioneren als licht in een gevallen wereld.
Deze bedeling loopt tot het moment waarop er geen stervende mensen meer zijn.
Na de zondvloed begint God de mensheid te ordenen in volkeren. Overheden worden ingesteld en volkeren krijgen verantwoordelijkheid.
God regeert de wereld indirect, via machten en gezagsstructuren.
Deze bedeling zal in de toekomst worden afgesloten door een oordeel over de volkeren.
Met Abraham begint een nieuwe lijn. God geeft onvoorwaardelijke beloften:
Deze beloften worden niet ingetrokken en zijn nog steeds toekomstig. Abraham ontving ze niet in zijn leven, maar zag ze van verre.
De wet wordt gegeven aan Israël, niet aan de volken.
De functie van de wet is niet behouden, maar openbaren: zij maakt zonde zichtbaar en toont de noodzaak van verlossing.
Deze bedeling eindigt bij het kruis. Sinds de opstanding van Christus leven gelovigen niet meer onder de wet.
Dit is de huidige bedeling, toevertrouwd aan de apostel Paulus.
Kenmerken:
Deze bedeling was in eerdere eeuwen niet geopenbaard. Zij vormt geen voortzetting van Israël, maar een geheel nieuwe huishouding.
In deze toekomstige bedeling zal God alles wat in de hemel en op de aarde is, onder één hoofd bijeenbrengen: Christus.
Deze periode omvat:
Het is de afsluiting van de heerschappij van de volkeren.
Dit is het duizendjarig rijk, waarin Christus zichtbaar regeert op aarde.
Kenmerken:
Na deze bedeling volgt de nieuwe hemel en de nieuwe aarde: de achtste dag, een totaal nieuw begin.
Zonder onderscheid tussen bedelingen:
Met dit onderscheid:
De leer van de bedelingen is geen kunstmatig systeem dat men de Bijbel oplegt. Zij ontstaat juist door zorgvuldig, eerlijk en consequent lezen van de Schrift.
Niet alles geldt voor iedereen, altijd. God handelt doelgericht, ordelijk en wijs – en Zijn Woord vraagt dat wij die orde respecteren.
lees ook:
De vraag of christenen een schuld hebben tegenover het Joodse volk wordt vandaag zelden rustig gesteld. Is sterk beladen met emotie, historische trauma’s en politieke druk. Juist daardoor raakt een wezenlijk Bijbels onderscheid steeds opnieuw ondergesneeuwd: dat tussen het Joodse volk en de moderne staat Israël.
Wie dat onderscheid verliest, vervangt Schrift door sentiment.
De Bijbel kent geen erfelijke of collectieve schuld over generaties heen. Schuld is persoonlijk en concreet.
“De ziel die zondigt, die zal sterven.” (Ezechiël 18:4, STV)
Christenen van nu dragen geen geestelijke of morele schuld voor:
Zonden uit het verleden kunnen en moeten benoemd en veroordeeld worden, maar dat is iets fundamenteel anders dan zeggen dat Christenen als zodanig blijvend schuldig staan tegenover het Joodse volk. Dat idee is moreel begrijpelijk, maar Bijbels onhoudbaar.

Paulus behandelt deze kwestie uitvoerig in Romeinen 9–11. Zijn benadering is opvallend nuchter en theologisch scherp.
Israël:
“Want die zijn niet allen Israël, die uit Israël zijn.” (Romeinen 9:6, STV)
Paulus spreekt tegelijk over:
Dat leidt niet tot schuldgevoel bij heidengelovigen, maar tot ootmoed.
“Verhef u niet tegen de takken.” (Romeinen 11:18, STV)
Ootmoed is echter iets anders dan boetedoening namens anderen.
Vaak wordt als doorslaggevend argument aangevoerd dat Christenen door de eeuwen heen Joden hebben vervolgd, en dat hieruit een blijvende schuld voortvloeit. Dat argument klinkt moreel sterk, maar is historisch en Bijbels onvolledig. Het verhaal begon namelijk andersom.
In de eerste decennia na Christus waren het geen christenen, maar Joodse leiders die de eerste vervolgingen inzetten. De gemeente bestond aanvankelijk vrijwel volledig uit Joden, en werd vervolgd door de eigen volksgenoten. De steniging van Stefanus, de vervolging door Saulus vóór zijn bekering en het verbannen van gelovigen uit synagogen laten zien dat het conflict begon binnen het Jodendom zelf. Rome trad pas later op, en de kerk had in deze periode geen enkele politieke of maatschappelijke macht.
Dat verklaart de latere geschiedenis niet volledig maar is wel eerlijk. De vervolgingen door kerk en staat in de middeleeuwen waren reëel en verwerpelijk, maar zij kwamen voort uit een machtskerk die zich van het Evangelie had losgemaakt. Het Nieuwe Testament kent geen opdracht tot dwang, geweld of vervolging. Wat zich christelijk noemde, handelde vaak onchristelijk.
Daarom kan historische misdaad niet worden teruggeprojecteerd als theologische schuld. Schuld vraagt daders, geen erfgenamen. Wie dit onderscheid niet maakt, vervangt historische analyse door morele druk en gebruikt het verleden om hedendaagse theologie en politiek te sturen.
Het Joodse volk is:
Bijbels gezien is het volk:
Het Joodse volk is net als elk volk geroepen het Evangelie in geloof te aanvaarden.
De moderne staat Israël is:
Deze staat:
Het verwarren van deze twee — volk en staat — is geen Bijbels inzicht, maar een emotionele reflex.
In de praktijk gebeurt vaak het volgende:
Maar:
Christenen worden zo ongemerkt gedwongen:
Dat is geen liefde, maar verwarring.
Christenen hebben geen schuld, maar wel verantwoordelijkheid:
“Er is onder de hemel geen andere Naam gegeven, door Welke wij moeten zalig worden.” (Handelingen 4:12)
Genade maakt vrij, ook van morele chantage.
God heeft een toekomst met Israël als volk.
Maar niet elke daad van een staat is een daad van God.
Wie dat onderscheid bewaart, doet recht aan de Schrift,
én voorkomt dat emotie het laatste woord krijgt.