Christus niet meer naar het vlees kennen

Waarom 2 Korinthe 5:16 veel modern christendom ontmaskert

 

“Zo dan, wij kennen van nu aan niemand naar het vlees; en indien wij ook Christus naar het vlees gekend hebben, nochtans kennen wij Hem nu niet meer naar het vlees.” (2 Korinthe 5:16, STV)

Wat betekent het dat wij Christus niet meer naar het vlees kennen?

Het is een van de scherpste en meest ingrijpende uitspraken van de apostel Paulus. Toch wordt 2 Korinthe 5:16 opvallend weinig uitgelegd. Dat is niet zo vreemd. Dit vers past namelijk slecht binnen een christendom dat vooral oproept om “Jezus te volgen”, “te leven zoals Jezus” en “te doen wat Jezus deed”.

Paulus zegt niet dat wij Christus steeds beter naar het vlees moeten leren kennen. Hij zegt precies het tegenovergestelde:

“Nochtans kennen wij Hem nu niet meer naar het vlees.” (2 Korinthe 5:16, STV)

Dat is geen terloopse opmerking. Het is de noodzakelijke consequentie van Christus’ dood, opstanding en verhoging.

De Here Jezus Christus is niet meer in de vernederde positie waarin Hij tijdens Zijn aardse bediening verkeerde. Hij is opgewekt uit de doden, verheerlijkt en gezeten aan de rechterhand Gods.

Wie uitsluitend blijft spreken over de aardse Jezus van Nazareth, maar weinig weet te zeggen over de opgestane en verheerlijkte Christus, blijft halverwege het Evangelie steken.

Christus niet meer naar het vlees kennen
Christus niet meer naar het vlees kennen

 

“Zo dan”: de conclusie van dood en opstanding

Vers 16 begint met de woorden “Zo dan”. Paulus trekt een conclusie uit wat hij in de voorgaande verzen heeft gezegd:

“Want de liefde van Christus dringt ons; als die dit oordelen, dat, indien Eén voor allen gestorven is, zij dan allen gestorven zijn. En Hij is voor allen gestorven, opdat degenen, die leven, niet meer zichzelven zouden leven, maar Dien, Die voor hen gestorven en opgewekt is.” (2 Korinthe 5:14-15, STV)

De gedachte is duidelijk.

Christus is gestorven. Daarom en daarmee is het oordeel over de oude mens voltrokken.

Christus is opgewekt. Daarom leven degenen die door het geloof aan Hem deelhebben niet langer voor zichzelf, maar voor Hem Die gestorven en opgewekt is.

Het christenleven wordt niet geleefd voor een gestorven godsdienststichter of een inspirerende rabbi uit het verleden. Het wordt geleefd voor en door de levende en verheerlijkte Christus.

Paulus wijst niet alleen terug naar Golgotha. Hij richt onze blik omhoog, naar Christus aan de rechterhand Gods.

Daarom volgt onmiddellijk:

“Zo dan, wij kennen van nu aan niemand naar het vlees.” (2 Korinthe 5:16, STV)

De opstanding van Christus heeft alles veranderd.

 

Wat betekent Christus naar het vlees kennen?

Iemand naar het vlees kennen, betekent dat wij hem beoordelen vanuit zijn natuurlijke en aardse positie. Wij kijken dan naar afkomst, uiterlijk, maatschappelijke status, prestaties, menselijke relaties en zichtbare omstandigheden.

Paulus kende deze manier van beoordelen maar al te goed. Naar het vlees kon hij zich beroemen op zijn afkomst, zijn besnijdenis, zijn godsdienstige ijver en zijn gehoorzaamheid aan de wet.

Maar nadat hij de verheerlijkte Christus had leren kennen, verloor al die natuurlijke roem haar waarde.

Ook Christus kon naar het vlees gekend worden.

Hij werd geboren uit een vrouw en geboren onder de wet. Hij was naar het vlees uit het zaad van David. Hij wandelde door het land Israël, sprak tot de verloren schapen van het huis Israëls en presenteerde Zich aan dat volk als de beloofde Messias.

Hij werd veracht, verworpen, bespot en gekruisigd.

Dat is echt gebeurd. Maar dat is niet meer Zijn huidige positie.

De verworpen Jezus van Nazareth is opgewekt uit de doden. De Man van smarten is met eer en heerlijkheid gekroond. Hij is verhoogd tot de rechterhand Gods en is het Hoofd van Zijn Gemeente.

“Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israëls, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk dezen Jezus, Dien gij gekruist hebt.” (Handelingen 2:36, STV)

Dezelfde Jezus Die gekruisigd werd, is nu de verheerlijkte Heer.

Wie Christus niet meer naar het vlees kent, ontkent Zijn aardse leven niet. Hij erkent juist waar dat leven op uitliep: het kruis, de opstanding, de hemelvaart en de verhoging.

 

Vers 16 maakt de Evangeliën niet onbelangrijk

Sommigen zullen tegenwerpen dat deze uitleg de aardse bediening van de Here Jezus Christus minder belangrijk maakt. Dat is niet het geval.

De vier Evangeliën zijn geïnspireerd Woord van God. Zij openbaren Wie de Here Jezus is, tonen de vervulling van de profetieën en beschrijven Zijn lijden, sterven en opstanding.

Maar de Evangeliën eindigen niet bij Bethlehem, de Bergrede of de wonderen. Zij werken doelgericht naar het kruis en het geopende graf.

Wie uit de Evangeliën slechts een tijdloze verzameling leefregels maakt en vervolgens de opstanding en de apostolische brieven naar de achtergrond schuift, leest de Evangeliën verkeerd.

De aardse bediening van Christus vond plaats binnen een concrete Bijbelse context.

Hij kwam tot Israël.

Hij stond onder de wet.

Hij verkondigde het nabijgekomen Koninkrijk.

Hij werd als Messias aan Israël voorgesteld.

Na Zijn verwerping, dood, opstanding en hemelvaart is een nieuwe situatie aangebroken. De verheerlijkte Christus bouwt Zijn Gemeente en vormt uit gelovigen één lichaam.

Wie dit onderscheid negeert, haalt Israël en de Gemeente, wet en genade, Koninkrijk en Lichaam van Christus onvermijdelijk hopeloos door elkaar.

 

Het probleem met “doen wat Jezus deed”

Binnen evangelische en vooral charismatische kringen klinkt voortdurend de oproep om “te doen wat Jezus deed”.

Dat klinkt geestelijk. Het is echter leerstellig buitengewoon slordig.

Jezus genas zieken. Dus zouden gelovigen zieken moeten genezen.

Jezus dreef demonen uit. Dus zou iedere christen demonen moeten uitdrijven.

Jezus verkondigde het nabijgekomen Koninkrijk. Dus zou de Gemeente het Koninkrijk op aarde moeten vestigen, uitbreiden of zichtbaar maken.

Jezus wandelde ook op water. Merkwaardig genoeg wordt juist dat onderdeel meestal niet als algemene opdracht gepresenteerd.

Men selecteert uit de aardse bediening van Christus precies die onderdelen waarmee moderne bedieningen, machtsaanspraken en wonderclaims kunnen worden gelegitimeerd.

Het probleem is niet dat men de Here Jezus te serieus neemt. Het probleem is dat men Zijn aardse bediening uit haar Bijbelse verband trekt.

Paulus zegt niet dat wij de aardse bediening van Jezus moeten kopiëren. Hij schrijft:

“Nochtans kennen wij Hem nu niet meer naar het vlees.” (2 Korinthe 5:16, STV)

De gelovige leeft niet door een uitwendige imitatie van Christus’ aardse optreden. Hij leeft uit de gemeenschap met de opgestane Christus.

“Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij.” (Galaten 2:20, STV)

Dat is iets heel anders dan religieus gedrag of nog erger toneelspel.

Het christelijke leven is niet het vlees dat zo goed mogelijk probeert Jezus na te doen. Het is nieuw leven dat voortkomt uit de opgestane Christus.

 

De vele zelfgemaakte Jezussen

Tweede Korinthe 5:16 ontmaskert de vele vervormingen van Jezus die binnen kerk en samenleving populair zijn geworden.

Er is een sociale Jezus, Die voornamelijk wordt voorgesteld als activist en wereldverbeteraar.

Er is een therapeutische Jezus, Die vooral zou bestaan om mensen zelfvertrouwen, emotionele bevestiging en een prettig gevoel te geven.

Er is een charismatische Jezus, Wiens tekenen uit hun Messiaanse verband worden losgemaakt om moderne genezers, apostelen en profeten van een Bijbels aureool te voorzien.

Er is een historische Jezus, Die door Schriftkritiek wordt teruggebracht tot een Joodse prediker over Wie Zijn volgelingen later overdreven verhalen zouden hebben verteld.

Er is zelfs een sentimentele Jezus, Die eeuwig als Kind in de kribbe ligt of machteloos aan het kruis blijft hangen.

 

Maar de Schrift laat Hem niet in Bethlehem, Nazareth of op Golgotha achter.

Hij is opgewekt.

Hij leeft.

Hij is verheerlijkt.

Hij is Hogepriester.

Hij is het Hoofd van Zijn Gemeente.

Hij zal wederkomen.

Wie Hem uitsluitend beschouwt als de vriendelijke rabbi, de revolutionaire leraar, een belangrijke profeet, de morele voorbeeldfiguur of de wonderdoener uit Galiléa, kent Christus nog steeds voornamelijk naar het vlees.

 

Waarom ‘rodeletterchristendom’ tekortschiet

Sommige christenen spreken over de rechtstreeks uitgesproken woorden van Jezus in de Evangeliën alsof die belangrijker zouden zijn dan de rest van het Nieuwe Testament.

De woorden van Jezus worden in sommige Bijbels rood afgedrukt. Dat kan typografisch handig zijn, maar er schuilt een leerstellig gevaar in wanneer men denkt dat deze woorden meer gezag  zouden hebben dan de apostolische brieven.

De woorden die de Here Jezus Christus tijdens Zijn aardse bediening sprak, zijn het Woord van God.

Maar de woorden die Hij na Zijn hemelvaart door de apostelen bekendmaakte, zijn dat ook.

Paulus heeft zijn Evangelie niet zelf bedacht. Hij ontving zijn boodschap door openbaring van de verheerlijkte Christus.

“Maar ik maak u bekend, broeders, dat het Evangelie, hetwelk van mij verkondigd is, niet is naar den mens. Want ik heb ook hetzelve niet van een mens ontvangen, noch geleerd, maar door de openbaring van Jezus Christus.” (Galaten 1:11-12, STV)

Wie zegt dat hij “alleen de woorden van Jezus” wil volgen en daarom Paulus relativeert, luistert juist niet naar de Here Jezus.

Hij verwerpt de openbaring die Christus na Zijn hemelvaart Zelf heeft gegeven.

Christus niet meer naar het vlees kennen betekent daarom ook dat wij Hem niet opsluiten in de periode van Zijn aardse omwandeling.

 

Wij kennen ook niemand meer naar het vlees

Paulus zegt niet alleen dat hij Christus niet meer naar het vlees kent. Hij schrijft eerst:

“Wij kennen van nu aan niemand naar het vlees.” (2 Korinthe 5:16, STV)

Ook onze kijk op andere gelovigen verandert dus fundamenteel.

Binnen de Gemeente zijn natuurlijke afkomst, maatschappelijke positie, bezit, opleiding, welsprekendheid en menselijk aanzien niet bepalend voor iemands positie voor God.

De wereld beoordeelt mensen naar het vlees. Helaas doet veel kerkelijk christendom hetzelfde.

Men kijkt naar diploma’s, functies, titels, charisma, bezoekersaantallen, mediabereik en organisatorisch succes. Zo ontstaan christelijke beroemdheden, onaantastbare leiders en religieuze machtsstructuren.

Maar God ziet de gelovige in Christus.

De gelovige is niet waardevol omdat hij indrukwekkend is naar het vlees. Hij is begenadigd in de Geliefde. Hij is met Christus levend gemaakt en opgewekt.

Dat sluit menselijke roem uit.

“Opdat geen vlees zou roemen voor Hem.” (1 Korinthe 1:29, STV)

De Gemeente is geen podium waarop indrukwekkende mensen hun natuurlijke talenten etaleren. Zij is het Lichaam waarvan Christus het Hoofd is.

 

Een nieuwe schepping

Vers 16 loopt rechtstreeks over in vers 17:

“Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, zie, het is alles nieuw geworden.” (2 Korinthe 5:17, STV)

Opnieuw gebruikt Paulus de woorden “Zo dan”.

Omdat wij Christus niet meer naar het vlees kennen, gaat het niet om de verbetering van de oude schepping. Het gaat om een nieuwe schepping.

God probeert de oude mens niet wat godsdienstiger, fatsoenlijker of geestelijker te maken. De oude mens is met Christus gekruisigd.

Het vlees wordt niet opgevoed tot geestelijkheid. Wat uit het vlees geboren is, blijft vlees.

“Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees; en hetgeen uit den Geest geboren is, dat is geest.” (Johannes 3:6, STV)

Het Evangelie is daarom geen programma voor zelfverbetering.

Het is de bekendmaking dat God in Christus iets volkomen nieuws tot stand heeft gebracht.

De gelovige is niet maar een verbeterde versie van zijn oude bestaan. Hij is een nieuw schepsel in Christus.

Zijn positie wordt niet langer bepaald door wat hij in Adam was, maar door Wie Christus nu is.

 

Niet terug naar Nazareth, maar omhoog naar Christus

De Bijbelse richting is niet terug naar de aardse bediening van Jezus, alsof kruis en opstanding slechts de tragische afsluiting van Zijn levensverhaal waren.

De richting is omhoog:

“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods.” (Kolossenzen 3:1, STV)

Dáár is Christus.

Niet meer in de kribbe.

Niet meer wandelend langs het meer van Galiléa.

Niet meer onder de wet.

Niet meer hangend aan het kruis.

Hij is opgestaan en verheerlijkt.

Wij kijken niet terug naar een aardse Jezus om Zijn bediening na te spelen. Wij zien omhoog naar het Hoofd, uit Wie het gehele Lichaam leeft.

Dat is geen ontkenning van Zijn mensheid. Ook nu is Hij de Mens Christus Jezus:

“Want er is één God, er is ook één Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus.” (1 Timotheüs 2:5, STV)

Maar Hij bevindt Zich niet meer in Zijn vroegere vernederde positie. Hij is de verheerlijkte Mens aan de rechterhand Gods.

 

Veel christendom blijft bij het kruis staan

Een groot deel van het christendom weet veel te zeggen over de geboorte en de dood van Christus, maar opvallend weinig over Zijn huidige werk.

Men spreekt over wat Hij tweeduizend jaar geleden deed, maar nauwelijks over wat Hij nu doet als Hoofd, Hogepriester en Voorspraak.

Daardoor blijft de gelovige voortdurend rond het kruis cirkelen. Hij blijft zichzelf aanklagen, probeert zijn vlees te verbeteren en zoekt telkens opnieuw verzoening alsof Christus steeds opnieuw zou moeten sterven.

Maar Christus is eenmaal gestorven en voor altijd opgewekt.

Hij leeft om de Zijnen te dienen, te bewaren en tot volwassenheid te brengen.

“Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.” (Hebreeën 7:25, STV)

Het Evangelie eindigt niet bij de woorden: Christus is gestorven.

Het verkondigt ook dat Christus is opgewekt, verhoogd en leeft.

 

Welke Jezus kennen wij?

De beslissende vraag is niet alleen of wij in Jezus geloven.

De vraag is ook: Welke Jezus kennen wij?

Kennen wij Hem uitsluitend als het Kind van Bethlehem?

Als de rabbi uit Nazareth?

Als de genezer uit Galiléa?

Als de lijdende Man aan het kruis?

Of kennen wij Hem als de opgestane en verheerlijkte Heer, het Hoofd van een nieuwe schepping?

Wie Christus uitsluitend naar het vlees kent, zal ook proberen het christelijke leven naar het vlees te leven. Hij zal vertrouwen op zelfverbetering, religieuze prestaties, zichtbare wonderen, menselijke leiders en aardse invloed.

Wie Christus als de Opgestane kent, leert leven uit Zijn leven.

“Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, zie, het is alles nieuw geworden.” (2 Korinthe 5:17, STV)

Daar ligt de breuklijn.

Niet Adam 2.0, maar een nieuw schepsel.

Niet  wet, maar genade.

Niet uitwendige imitatie, maar innerlijk leven.

Niet een Jezus Die wij aanpassen aan onze eigen tijd, verlangens en kerkelijke programma’s, maar de Here Jezus Christus zoals Hij nu werkelijk is: opgewekt, verheerlijkt en gezeten aan de rechterhand Gods.

 

Wij kennen Christus niet meer naar het vlees.

En juist daarom kunnen wij Hem echt kennen.

zie ook:

Jezus volgen… – Bijbelse basis

 

Romeinen 4 over Genade als vaste grond

Vast in Genade

Romeinen 4 is een hoofdstuk voor vermoeide mensen. Voor mensen die ervaren dat hun geloof niet altijd groot is. Voor mensen die zichzelf tegenvallen. Voor mensen die soms kijken naar hun lichaam, hun omstandigheden, hun verleden, hun zwakheid, hun zonde, hun onvermogen, en dan denken: hoe kan Gods belofte voor mij nog vaststaan?

Paulus wijst ons niet op onze kracht. Niet op onze prestaties. Niet op onze geestelijke staat van dienst. Hij brengt ons bij Abraham. En via Abraham brengt hij ons naar God Zelf.

Want de boodschap van dit gedeelte is niet: Abraham was zo sterk.

De boodschap is: God is zo betrouwbaar.

Belofte ligt vast omdat-het Genade is.
Belofte ligt vast omdat het Genade is.

Uit geloof

Paulus schrijft:

“Daarom is zij uit het geloof, opdat zij naar genade zij; ten einde de belofte vast zij al den zade” Romeinen 4:16 (STV)

Dat is een zin om langzaam te lezen. De belofte is uit geloof, opdat zij naar genade is. En omdat zij naar genade is, is zij vast.

Niet omdat Abraham zo indrukwekkend was.
Niet omdat zijn omstandigheden zo hoopgevend waren.
Niet omdat zijn lichaam nog vol levenskracht was.
Niet omdat Sara menselijk gesproken nog kinderen kon krijgen.

Integendeel. Alles sprak hen tegen.

Abraham was oud. Sara was onvruchtbaar. De belofte leek onmogelijk. En toch staat er:

“Welke tegen hoop op hoop geloofd heeft, dat hij zou worden een vader van vele volken; volgens hetgeen gezegd was: Alzo zal uw zaad wezen.” Romeinen 4:18 (STV)

Dat is geloof. Niet optimisme. Niet jezelf moed inspreken met losse kreten. Niet doen alsof de feiten niet bestaan. Geloof is: God meer vertrouwen dan wat zichtbaar is.

Abraham keek niet weg van de feiten

Abraham zag de dood in zijn eigen lichaam. Hij zag de onmogelijkheid bij Sara. Hij had alle reden om te zeggen: dit kan niet meer. En menselijk gesproken klopte dat ook.

Maar geloof rekent niet alleen met wat de mens nog kan. Geloof rekent met Wie God is.

Paulus zegt van God:

“God, Die de doden levend maakt, en roept de dingen, die niet zijn, alsof zij waren” Romeinen 4:17 (STV)

Dát is de God van het Evangelie. Niet een God Die alleen werkt wanneer er nog genoeg menselijke mogelijkheden over zijn. Niet een God Die wacht tot wij sterk genoeg zijn, in de overwinningsmodus gaan om Zijn belofte waar te maken. Maar de God Die leven brengt waar dood is. Die roept wat er nog niet is. Die Zijn eigen Woord vervult, ook wanneer de omstandigheden gesloten lijken als een graf.

Daarom is dit zo bemoedigend.

Want als de belofte door de wet zou zijn, dan viel alles terug op de mens. Dan moest de mens het waarmaken. Dan moest de mens voldoen. Dan moest de mens zichzelf omhoog werken tot het niveau van Gods eis. Maar Paulus snijdt die weg af:

“Want indien degenen, die uit de wet zijn, erfgenamen zijn, zo is het geloof ijdel geworden, en de beloftenis te niet gedaan.” Romeinen 4:14 (STV)

Als het via de wet loopt, wordt geloof leeg. Dan wordt de belofte krachteloos. Dan blijft er geen rust over, maar alleen spanning.

Heb ik genoeg gedaan?

Ben ik ver genoeg gekomen?

Is mijn geloof wel sterk genoeg?

Is mijn wandel wel zuiver genoeg?

Heb ik niet te veel gefaald?

Maar God heeft de belofte niet op die grond gefundeerd.

Hij heeft haar gefundeerd op Genade.

En Genade is geen dun laagje over menselijke verdienste. Genade is niet God Die het laatste beetje aanvult nadat wij ons best hebben gedaan. Genade is Gods vrije gunst voor mensen die niets kunnen aanbrengen om zichzelf rechtvaardig te maken.

Daarom ligt de belofte vast.

Niet ik maar Christus, rust vinden buiten jezelf

Niet omdat jij zo vast bent.
Maar omdat Christus vast is.
Niet omdat jouw hand altijd stevig vasthoudt.
Maar omdat Gods hand niet loslaat.
Niet omdat jouw geloof nooit beeft.
Maar omdat het voorwerp van je geloof niet wankelt.

Abraham werd niet gerechtvaardigd omdat hij een groot geloof als prestatie leverde. Hij werd gerechtvaardigd omdat hij God geloofde. Omdat hij rustte in Gods belofte.

“En hij heeft aan de beloftenis Gods niet getwijfeld door ongeloof; maar is gesterkt geweest in het geloof, gevende God de eer; En ten volle verzekerd zijnde, dat hetgeen beloofd was, Hij ook machtig was te doen.” Romeinen 4:20-21 (STV)

Dat is de kern: God is machtig te doen wat Hij beloofd heeft.

En Paulus laat ons niet bij Abraham staan alsof dit alleen een oude geschiedenis is. Hij zegt nadrukkelijk dat dit ook voor ons geschreven is:

“Nu is het niet alleen om zijnentwil geschreven, dat het hem toegerekend is; Maar ook om onzentwil, welken het zal toegerekend worden, namelijk dengenen, die geloven in Hem, Die Jezus, onzen Heere, uit de doden opgewekt heeft” Romeinen 4:23-24 (STV)

Daar wordt het verhaal ineens heel persoonlijk.

Dit gaat niet alleen over Abraham. Dit gaat over iedereen die gelooft in God, Die Jezus onze Heere uit de doden opgewekt heeft. Het geloof ziet dus niet maar vaag omhoog. Het grijpt zich vast aan de God van de opstanding. Aan de God Die niet alleen leven beloofde uit Abrahams verstorven lichaam, maar Die Zijn eigen Zoon uit de doden heeft opgewekt.

En dan eindigt dit gedeelte bij het hart van het Evangelie:

“Welke overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.” Romeinen 4:25 (STV)

Dáár ligt de rust.

Christus is overgeleverd om onze zonden. Niet om vage fouten. Niet om kleine tekortkomingen.

Om onze zonden.

Schuld.

Overtreding.

Verlorenheid.

En Hij is opgewekt om onze rechtvaardigmaking.

Zijn opstanding is Gods stempel op het volbrachte werk. God zegt: het offer is aangenomen. De schuld is gedragen. De dood is overwonnen. De rechtvaardiging staat vast.

Daarom mag een gelovige ademen en leven.

Niet omdat hij nooit struikelt.
Niet omdat hij zichzelf altijd begrijpt.
Niet omdat zijn gevoel altijd meewerkt.
Niet omdat de omstandigheden hoopvol lijken.

Maar omdat Jezus Christus overgeleverd is om onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.

Dat maakt Romeinen 4 zo sterk bemoedigend. Het haalt de grond onder onszelf vandaan, maar geeft een veel betere grond onder onze voeten: Christus Zelf.

De wet werkt toorn. De wet wijst aan, legt bloot, veroordeelt. Maar de belofte is uit geloof, opdat zij naar Genade zij. En omdat zij naar genade is, is zij vast.

Dus wanneer je zwak bent: zie niet eerst naar je zwakheid, maar naar Hem Die de doden levend maakt.

Wanneer je omstandigheden tegenspreken: zie niet alleen naar wat zichtbaar is, maar naar Gods belofte.

Wanneer je geweten je aanklaagt: vlucht niet naar betere prestaties, maar naar Christus, Die overgeleverd is om onze zonden.

Wanneer je bang bent dat je tekortschiet: hoor opnieuw dat de belofte vast is, niet omdat jij deze overeind houdt, maar omdat Gods Genade dat doet

God rechtvaardigt niet de mens die zichzelf denkt te kunnen handhaven . Hij rechtvaardigt de goddeloze die gelooft. Hij maakt levend waar dood is. Hij vervult wat Hij belooft. Hij wekt op wat begraven lijkt.

Romeinen 4 laat zien dat Gods belofte niet rust op menselijke prestatie, wetsonderhouding of geestelijke kracht. Abraham werd gerechtvaardigd door geloof, terwijl alles menselijk gesproken onmogelijk leek. Juist daarom is dit gedeelte zo bemoedigend: God maakt de doden levend en vervult wat Hij belooft. Voor de gelovige ligt de zekerheid uiteindelijk niet in zichzelf, maar in Christus,

“Welke overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.” Romeinen 4:25 (STV)

 

Daarom mag het geloof, soms bevend, maar hardop, zeggen:

Heer, ik zie mijn onvermogen.
Ik zie mijn zonde.
Ik zie mijn zwakheid.
Maar ik zie ook Christus.
Overgeleverd om mijn zonden.
Opgewekt om mijn rechtvaardigmaking.

Dat is genoeg.

Zie ook:

Wat bedoelt de Bijbel met “leven uit Genade”? – Bijbelse basis

Wet en Genade sluiten elkaar uit – Bijbelse basis

Genade? – Bijbelse basis

Niet kerst, maar Pasen is het hart van het Evangelie

Waarom Pasen groter is dan kerst

Kerstfeest heeft sfeer. Lichtjes, muziek, warmte, gezelligheid, traditie. Pasen heeft dat veel minder. Juist daarom voelt kerst voor veel mensen groter. Maar ons geloof wordt niet bepaald door sfeer, gevoel of traditie. Het wordt bepaald door het grote  heilsfeit dat het zwaarst weegt.

En dan is het antwoord helder: Pasen is groter dan kerstfeest.

Dat klinkt voor sommigen bijna oneerbiedig. Alsof daarmee iets van Bethlehem wordt afgepakt. Maar dat is niet zo. De geboorte van Christus is onmisbaar. Zonder de menswording geen Middelaar. Zonder Zijn komst in het vlees geen kruis. Zonder Bethlehem geen Golgotha. Maar juist dáárom moet het scherp gezegd worden: Christus kwam niet naar deze wereld om in een kribbe bewonderd te worden, maar om als Lam van God de zonde weg te dragen en op te staan uit de doden.

De Bijbel, en met grote nadruk de boeken van het nieuwe Testament,  legt dat zwaartepunt ook duidelijk bij Christus’ dood, opstanding en verhoging, en verbindt Zijn opstanding rechtstreeks aan onze rechtvaardiging .

Pasen groter feest dan Kerst
Niet de kribbe, maar kruis en opstanding vormen het hart van het Evangelie. Daarom is Pasen groter dan kerstfeest.

De kribbe ontroert, maar Pasen redt

Dat mag vandaag opnieuw gezegd worden, ook omdat zoveel christelijke beleving sentimenteel geworden is. Rond kerst raakt men ontroerd. Rond Pasen zou men eigenlijk verbroken, verwonderd en overweldigd moeten zijn. Maar precies daar zie je hoe scheef het vaak is gegroeid. Men houdt van het kerstkind, maar struikelt over het kruis. Men houdt van de sfeer van Bethlehem, maar leeft niet vanuit de kracht van de opstanding.

De Heere Jezus werd geboren om te sterven. Zijn menswording was geen eindpunt, maar een weg. De doeken van Bethlehem wijzen vooruit naar het hout van Golgotha. De kribbe staat niet los van het kruis. Wie kerst losmaakt van Pasen, houdt een ontroerend begin over zonder verlossende voltooiing.

Zonder Pasen is kerst mis

Dát is crciaal. Een geboren Jezus zonder opgestane en uitermate verhoogde Christus redt niemand. Een gestorven Jezus zonder opgestane Christus laat de zondaar dood in zijn schuld.

Paulus spreekt daar zonder omwegen over:

“En indien Christus niet opgewekt is, zo is dan onze prediking ijdel, en ijdel is ook uw geloof.” (1 Korinthe 15:14, STV)

en hij zegt het nog wat sterker:

“En indien Christus niet opgewekt is, zo is uw geloof tevergeefs; zo zijt gij nog in uw zonden.” (1 Korinthe 15:17, STV)

Let erop hoe radicaal dat is. Paulus zegt niet: als de geboorte van Christus niet herdacht wordt, verliest het geloof zijn kracht. Hij zegt: als Christus niet is opgewekt, is het geloof leeg. Dan staat alles op de helling. Dan is er geen vrede met God, geen vergeving, geen overwinning, geen hoop.

Dát alleen al maakt duidelijk waarom Pasen groter is dan kerstfeest.

Pasen gaat over het volbrachte verlossingswerk

Kerst vertelt dat de Zaligmaker gekomen is. Pasen verkondigt dat Zijn werk door God is aanvaard.

“Welke overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.” (Romeinen 4:25, STV)

Dat is het verschil tussen begin en voltooiing. Met kerst zien we de komst van de Persoon. Met Pasen zien we de kracht van Zijn werk. Met kerst wordt Hij geboren onder de wet. Met Pasen blijkt dat Hij de vloek heeft gedragen, de schuld heeft betaald en de dood heeft overwonnen.

De Schrift onderstreept  Christus werd opgewekt om onze rechtvaardiging, en zonder opstanding blijft er geen hoop over .

Het Nieuwe Testament legt het accent niet op Bethlehem maar op kruis en opstanding

Dat is een punt wat door veel mensen gemist wordt De Schrift zelf leert ons waar het zwaartepunt ligt. Natuurlijk spreken de Evangeliën over Zijn geboorte. Maar het Bijbelse getuigenis draait steeds weer om Zijn dood en opstanding. Dáár ligt de prediking. Dáár ligt de roem. Dáár ligt de zekerheid.

De apostelen trokken niet de wereld door met een boodschap over een bijzonder Kind alleen. Zij predikten “Jezus Christus, en Dien gekruisigd.” En zij verkondigden dat God Hem uit de doden heeft opgewekt. Dat is het evangelie in zijn volle kracht.

De gelovige leeft niet uit een kerstgevoel, maar uit een levende Christus.

Kerst ontroert, Pasen beslist

Juist hier moet het onderscheid scherp worden gemaakt.

Kerst ontroert, omdat God neerdaalt in nederigheid.
Pasen beslist, omdat God Zijn Zoon rechtvaardigt in opstanding.
Kerst laat de vernedering zien.
Pasen openbaart de overwinning.
Kerst toont het begin van Zijn aardse weg.
Pasen toont het doorbreken van de nieuwe schepping.

Een Kind in de kribbe roept verwondering op. Terecht. Maar een open graf, een overwonnen dood en een levende Heere vragen geloof, aanbidding en overgave. Pasen is geen sfeervol randfeest van het christendom. Pasen is het kloppend hart van de christelijke hoop.

Waarom dit vandaag nodig gezegd moet worden

Omdat veel naamchristendom dol is op een Jezus Die ontroert, maar niet op een Christus Die heeft overwonnen. Men houdt van het kinderlijke, zachte, warme beeld van kerst. Maar Pasen confronteert. Pasen zegt dat de mens verloren was in zonde en misdaden. Pasen bewijst dat er bloed nodig was. Pasen verkondigt dat de dood werkelijk de straf op de zonde is. Pasen bewijst dat alleen een opgestane Christus redt.

Dat maakt Pasen zwaarder. Ernstiger ook. Maar daarom ook heerlijker.

Want als Christus leeft, dan is het offer voldoende.
Als Christus leeft, dan is de schuld werkelijk gedragen.
Als Christus leeft, dan heeft de dood niet het laatste woord.
Als Christus leeft, dan is het Evangelie geen gevoels-item maar Goddelijke realiteit.

Waarom Pasen een groter feest is dan kerstfeest

Het antwoord is eenvoudig.

Kerstfeest viert dat Christus kwam.
Pasen verkondigt dat Christus overwon.

Kerstfeest laat zien Wie Hij is.
Pasen laat zien, bevestigt, wat Hij gedaan heeft.

Kerstfeest is noodzakelijk.
Pasen geeft de doorslag.

Kerstfeest zonder Pasen laat een onvoltooide geschiedenis achter.
Pasen toont het volbrachte werk van de Zaligmaker.

Daarom is Pasen Bijbels gezien, niet een wat soberder vervolg op kerst. Pasen is het hoogtepunt van het heilswerk van Christus.

De religieuze mens loopt gemakkelijk warm voor de kribbe en blijft vaak koel bij het lege graf. Dat zegt veel over de tijdgeest. Men verkiest sfeer boven waarheid, gevoel boven fundament, kerstglans boven opstandingskracht.

Maar de Schrift doet daar niet aan mee.

Niet Bethlehem draagt het Evangelie. Niet de kribbe redt zondaren. Niet een kerstgedachte rechtvaardigt de goddeloze. Dat doet alleen de gekruisigde en opgestane Christus.

Daarom is Pasen groter dan kerstfeest.

Niet omdat kerst klein zou zijn, maar omdat Pasen laat zien waarom Hij kwam. De kribbe is het begin. Het kruis en het lege graf zijn de overwinning.

En alleen wie daar buigt, weet echt wat het Evangelie is.

zie ook (extern):

Bijbelstudie lezingen: Kerstfeest en Pasen – Bijbels Panorama

Geverifieerd door MonsterInsights