De tabernakeldienst onder het oude verbond verwijst naar Christus

De tabernakel: schaduw van het Christus en het nieuwe verbond

De oudtestamentische tabernakel was geen willekeurige verzameling godsdienstige voorwerpen en rituelen. God gaf Zelf het ontwerp, stelde de priesterdienst in en bepaalde hoe Israël tot Hem mocht naderen.

Maar de tabernakel was nooit het einddoel.

De tabernakel wees vooruit naar Christus, Zijn offer, Zijn opstanding, Zijn priesterschap en de toegang tot God die door Zijn bloed geopend zou worden. De Brief aan de Hebreeën noemt de tabernakeldienst daarom:

“Welke het voorbeeld en de schaduw der hemelse dingen dienen.” Hebreeën 8:5 (STV)

De tabernakel was de schaduw.

Christus is de werkelijkheid.

De tabernakel was geen kerkmodel, maar een voorafschaduwing van Christus. Het altaar, wasvat, de toonbroden, kandelaar en ark wijzen allemaal naar Zijn volbrachte werk.

Daarom is het niet alleen onnodig, maar ook leerstellig gevaarlijk wanneer christenen elementen van die oudtestamentische schaduwdienst opnieuw invoeren. Een christelijk altaar, een afzonderlijke priesterklasse, heilige gebouwen en herhaalde offers doen geen recht aan de tabernakel. Zij doen tekort aan de Persoon en het volbrachte werk van Christus.

de tabernakeldienst verwijst naar Christus
De tabernakeldienst verwijst naar Christus

 

De tabernakel was een schaduw, geen kerkmodel

De tabernakeldienst werd aan Israël gegeven onder het verbond van Sinaï. Zij behoorde bij het Mozaïsche verbond, het Aäronitische priesterschap en de offers van de Wet.

De Gemeente is geen voortzetting van dit systeem.

De Gemeente heeft geen aardse tempel nodig, geen apart priesterambt dat tussen God en de gelovige staat en geen altaar waarop opnieuw een verzoenend offer moet worden gebracht.

Het nieuwe verbond werd bovendien uitdrukkelijk aangekondigd aan Israël en Juda:

“Zie, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken.” Jeremia 31:31 (STV)

Dit nieuwe verbond is gefundeerd op het bloed van Christus. Gelovigen hebben nu deel aan de geestelijke zegeningen die uit Zijn offer en priesterschap voortkomen. Dat betekent echter niet dat de Gemeente Israël heeft vervangen of dat alle beloften aan Israël voortaan zonder onderscheid op de kerk kunnen worden toegepast.

De tabernakel wijst niet naar een kerkelijk instituut.

De tabernakel wijst naar Christus.

Typologie moet aan de Schrift gebonden blijven

Bij de uitleg van de tabernakel is voorzichtigheid nodig. Niet ieder haakje, touwtje of stuk metaal vormt automatisch de grondslag voor een verborgen leer.

Een type mag nooit als zelfstandige basis voor een leer gebruikt worden. Het mag alleen een waarheid illustreren die elders duidelijk in de Schrift wordt geleerd.

Anders ontstaat willekeur.

Dan kan iedere uitlegger zijn eigen betekenis aan de kleuren, maten, materialen en voorwerpen geven. Zo verandert Bijbelse typologie al snel in religieuze fantasie.

De hoofdlijn is echter glashelder:

“Want Christus is niet ingegaan in het heiligdom, dat met handen gemaakt is, hetwelk is een tegenbeeld van het ware, maar in den hemel zelven, om nu te verschijnen voor het aangezicht Gods voor ons.” Hebreeën 9:24 (STV)

De aardse tabernakel was een afbeelding.

Christus ging het ware, hemelse heiligdom binnen.

 

De poort: Christus is de enige Weg

De tabernakel had één poort.

Er waren geen verschillende ingangen voor verschillende religieuze voorkeuren. God bepaalde Zelf de toegang.

Dat wijst op de Here Jezus Christus:

“Ik ben de Deur; indien iemand door Mij ingaat, die zal behouden worden.” Johannes 10:9 (STV)

Dit is een aanstootgevende waarheid voor de moderne, religieus-pluralistische mens. Men wil graag geloven dat iedere oprechte overtuiging uiteindelijk bij God uitkomt.

De tabernakel leert het tegenovergestelde.

Er is één ingang.

De Here Jezus zegt:

“Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij.” Johannes 14:6 (STV)

Christus is niet één mogelijkheid naast vele andere mogelijkheden. Hij is niet slechts de christelijke variant van een algemene religieuze weg.

Hij is de Weg.

Het brandofferaltaar: de toegang begint bij het offer

Direct na de poort stond het koperen brandofferaltaar.

De eerste ontmoeting was niet met het wasvat, de toonbroden of de kandelaar. De eerste ontmoeting was met het altaar.

Dat is veelzeggend.

De toegang tot God begint niet met zelfverbetering. Zij begint niet met goede werken, morele ontwikkeling, religieuze oefeningen of geestelijke ervaringen.

De toegang begint bij het offer.

Op het brandofferaltaar stierf een onschuldig dier in de plaats van de schuldige. Het bloed werd vergoten en het offer werd door vuur verteerd.

Zonde kan niet worden weggepraat.

Zonde kan niet worden gecompenseerd door goede bedoelingen.

Zonde vraagt om oordeel.

Het brandofferaltaar wijst naar Golgotha:

“Want ook Christus heeft eens voor de zonden geleden, Hij rechtvaardig voor de onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen.” 1 Petrus 3:18 (STV)

Christus stierf niet alleen als voorbeeld van liefde of zelfopoffering. Hij stierf plaatsvervangend.

De Rechtvaardige stierf voor onrechtvaardigen.

Daarmee ontmaskert het altaar iedere religie die leert dat de mens zichzelf door werken, rituelen of geestelijke prestaties voor God aanvaardbaar kan maken.

Het altaar zegt dat de mens zichzelf niet kan redden.

Het Evangelie zegt dat Christus het heeft volbracht.

 

Het offer van Christus wordt niet herhaald

Onder het oude verbond moesten de offers steeds opnieuw worden gebracht. Zij konden de zonden niet definitief wegnemen.

Daarom staat geschreven:

“Want het is onmogelijk, dat het bloed van stieren en bokken de zonden wegneme.” Hebreeën 10:4 (STV)

De oudtestamentische offers wezen vooruit naar het ene volmaakte offer van Christus:

“Maar Deze, één slachtoffer voor de zonden geofferd hebbende, is in eeuwigheid gezeten aan de rechterhand Gods.” Hebreeën 10:12 (STV)

Hij is gezeten.

Het werk is volbracht.

Iedere eredienst waarin Christus op enige wijze opnieuw wordt geofferd, opnieuw wordt aangeboden of afhankelijk wordt gemaakt van een priesterlijke handeling, tast de volkomenheid van Golgotha aan.

Christus heeft niet slechts een mogelijkheid tot verlossing geopend die door religieuze mensen moet worden afgemaakt.

Hij heeft een eeuwige verlossing teweeggebracht:

“Noch door het bloed der bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed, eenmaal ingegaan in het heiligdom, een eeuwige verlossing teweeggebracht hebbende.” Hebreeën 9:12 (STV)

Het woord “eenmaal” laat geen ruimte voor een herhaald verzoenend offer.

Het koperen wasvat: reiniging na het altaar

Na het brandofferaltaar stond het koperen wasvat.

Ook deze volgorde is belangrijk.

Eerst het bloed.

Daarna het water.

Eerst verzoening.

Daarna reiniging.

Het wasvat was bestemd voor priesters die reeds tot de dienst waren afgezonderd. Zij moesten hun handen en voeten wassen voordat zij het heiligdom binnengingen.

Het wasvat beeldt daarom niet uit dat een gelovige telkens opnieuw behouden moet worden. Het spreekt van de dagelijkse reiniging van zijn wandel.

De Here Jezus zei tegen Petrus:

“Die gewassen is, heeft niet van node dan de voeten te wassen, maar is geheel rein.” Johannes 13:10 (STV)

Er is een verschil tussen onze positie en onze dagelijkse toestand.

De gelovige is in Christus gereinigd, gerechtvaardigd en aanvaard. Toch wordt zijn wandel verontreinigd door zonde, wereldgelijkvormigheid en de werking van het vlees.

Daarom heeft hij voortdurend de reinigende werking van het Woord nodig:

“Opdat Hij haar heiligen zou, haar gereinigd hebbende met het bad des waters door het Woord.” Efeze 5:26 (STV)

Het altaar spreekt van wat Christus voor ons heeft gedaan.

Het wasvat spreekt van wat Christus door Zijn Woord in ons doet.

Wie het altaar en het wasvat verwart, maakt de behoudenis afhankelijk van onze dagelijkse reinheid.

Wie het wasvat weglaat, verandert genade in een vrijbrief voor een slordige en vleselijke levenswandel.

 

De toonbroden: Christus is het voedsel van de gelovige

In het heilige stond de tafel met de twaalf toonbroden.

De broden lagen voortdurend voor Gods aangezicht en vertegenwoordigden de twaalf stammen van Israël. Brood spreekt in de Schrift van leven en voedsel.

De Here Jezus zegt:

“Ik ben het Brood des levens; die tot Mij komt, zal geenszins hongeren, en die in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten.” Johannes 6:35 (STV)

Christus is niet alleen Degene door Wie wij behouden worden. Hij is ook het geestelijke voedsel van de gelovige.

De toonbroden leren geen sacramentele verandering van brood in het letterlijke lichaam van Christus. Zij wijzen naar Christus als Degene uit Wie de nieuwe mens leeft.

Wij voeden ons met Hem door het Woord.

Wij leren Hem kennen in Zijn vernedering, gehoorzaamheid, lijden, sterven, opstanding, verhoging en tegenwoordige priesterschap.

Waar Christus niet langer het geestelijke voedsel van de Gemeente is, wordt de leegte opgevuld met amusement, menselijke verhalen, managementprincipes, psychologische technieken en geestelijke sensatie.

Maar de ziel wordt niet gevoed door sfeer.

De ziel wordt gevoed door Christus.

 

De gouden kandelaar: Christus is het Licht

Tegenover de tafel met de toonbroden stond de gouden kandelaar.

Het heilige had geen ramen. Het licht kwam niet van buitenaf en ook niet uit menselijke wijsheid.

Het licht werd door God gegeven.

De Here Jezus zegt:

“Ik ben het Licht der wereld; die Mij volgt, zal in de duisternis niet wandelen, maar zal het licht des levens hebben.” Johannes 8:12 (STV)

De natuurlijke mens kan geestelijke waarheid niet ontdekken door in zichzelf te kijken. Het menselijke hart is geen betrouwbare bron van openbaring.

Evenmin wordt de waarheid bepaald door gevoel, cultuur, meerderheid of persoonlijke ervaring.

Christus is het Licht.

De Heilige Geest verheerlijkt Christus en opent het Woord. Hij brengt geen nieuwe openbaring die de Schrift corrigeert, aanvult of opzijschuift.

Wanneer het Woord wordt vervangen door profetische indrukken, ingevingen, visioenen en persoonlijke openbaringen, wordt het licht van Christus ingeruild voor de flakkerende lamp van menselijke verbeelding.

Het reukofferaltaar: Christus is de Voorspraak

Vlak voor het voorhangsel stond het gouden reukofferaltaar.

Het reukwerk steeg op tot God en verspreidde een aangename geur. Het wijst op aanbidding, gebed en de voorspraak van Christus.

“Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt.” Romeinen 8:34 (STV)

Onze gebeden worden niet aangenomen omdat zij mooi geformuleerd, luid uitgesproken of door een gezalfde leider ondersteund worden.

Wij worden gehoord omdat wij in Christus tot God naderen.

Hij is onze Voorspraak.

Daarom heeft de gelovige geen aardse priester, apostel of profeet nodig om zijn gebeden dichter bij God te brengen.

“Want er is één God, er is ook één Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus.” 1 Timotheüs 2:5 (STV)

Er is één Middelaar.

Niet Christus plus een kerkelijk priesterschap.

Niet Christus plus een moderne apostel.

Niet Christus plus een vermeend gezalfde leider.

Christus alleen.

 

Het voorhangsel: de weg is geopend

Het voorhangsel scheidde het heilige van het heilige der heiligen.

Het maakte duidelijk dat de weg tot Gods onmiddellijke tegenwoordigheid onder het oude verbond nog niet vrij toegankelijk was:

“Waarmede de Heilige Geest dit beduidde, dat de weg des heiligdoms nog niet openbaar gemaakt was.” Hebreeën 9:8 (STV)

Alleen de hogepriester mocht eenmaal per jaar achter het voorhangsel komen, en niet zonder bloed.

Maar bij de dood van Christus scheurde het voorhangsel van boven naar beneden.

God Zelf opende de weg.

“Dewijl wij dan, broeders, vrijmoedigheid hebben, om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus, op een versen en levenden weg, welken Hij ons ingewijd heeft door het voorhangsel, dat is, door Zijn vlees.” Hebreeën 10:19-20 (STV)

De gelovige staat niet langer op afstand.

Hij hoeft niet via een kerkelijk systeem, een priesterlijke hiërarchie of een geestelijke elite tot God te naderen.

Hij heeft door het bloed van Christus vrijmoedigheid om tot God te gaan.

Wie opnieuw een geestelijke tussenmuur bouwt, probeert als het ware het gescheurde voorhangsel weer dicht te naaien.

De ark en het verzoendeksel: genade op grond van bloed

In het heilige der heiligen stond de ark des verbonds.

In de ark lagen de wetstafelen, de gouden kruik met manna en de bloeiende staf van Aäron.

Deze voorwerpen wijzen naar Christus.

Hij heeft de Wet volmaakt vervuld.

Hij is het Brood des levens.

Hij is uit de dood opgestaan en bezit een onvergankelijk priesterschap.

Boven op de ark lag het verzoendeksel. Daar werd op de Grote Verzoendag het bloed gesprengd.

Zonder het bloed zou de wet alleen tegen de mens getuigen. Door het bloed kon God in genade handelen zonder Zijn rechtvaardigheid prijs te geven.

Paulus schrijft over Christus:

“Welken God voorgesteld heeft tot een Verzoening, door het geloof in Zijn bloed.” Romeinen 3:25 (STV)

Gods genade is niet goedkoop.

Vergeving betekent niet dat God de zonde door de vingers ziet. Genade is mogelijk omdat Christus het oordeel heeft gedragen.

Daarom mag de gelovige met vrijmoedigheid naderen:

“Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot den troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd.” Hebreeën 4:16 (STV)

 

De hogepriester: Christus vertegenwoordigt ons bij God

De tabernakel kan niet los worden gezien van het priesterschap.

De zondaar had niet alleen een offer nodig, maar ook een priester die op grond van dat offer tot God naderde.

Aäron was een voorafschaduwing van Christus, maar Christus is oneindig groter dan Aäron.

Aäron moest eerst voor zijn eigen zonden offeren. Christus was zondeloos.

Aäron ging eenmaal per jaar het heilige der heiligen binnen. Christus ging eenmaal en voorgoed het hemelse heiligdom binnen.

Aäron bracht het bloed van dieren. Christus ging binnen door Zijn eigen bloed.

Aärons priesterschap werd steeds door de dood onderbroken. Christus leeft altijd.

“Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.” Hebreeën 7:25 (STV)

Christus redt niet half.

Hij redt volkomen.

 

Waarom terugkeren naar de schaduw?

De tabernakel laat niet zien hoeveel religieuze hulpmiddelen de mens nodig heeft om zichzelf tot God op te werken.

De tabernakel laat zien hoeveel er nodig was voordat de weg tot God geopend kon worden.

En alles wat nodig was, is in Christus vervuld.

Hij is de Poort.

Hij is het Offer.

Hij is het Brood.

Hij is het Licht.

Hij is de Hogepriester.

Hij is de Middelaar.

Hij is het ware Heiligdom.

Daarom is het een ernstige dwaling wanneer het christendom elementen van de oudtestamentische schaduwdienst opnieuw invoert als noodzakelijke middelen om tot God te komen.

Een nieuw altaar doet tekort aan het ene offer.

Een afzonderlijke priesterklasse doet tekort aan de ene Middelaar.

Een heilige ruimte doet tekort aan de vrije toegang tot het hemelse heiligdom.

Een herhaald offer doet tekort aan het volbrachte werk.

Een geestelijke elite doet tekort aan het priesterschap van alle gelovigen.

Wie Christus heeft, heeft de werkelijkheid.

Waarom zou hij terugkeren naar de schaduw?

 

De tabernakel wijst helemaal naar Christus

De boodschap van de tabernakel is niet dat wij haar dienst moeten kopiëren.

De boodschap is dat wij Christus moeten zien.

Het brandofferaltaar wijst naar Zijn offer.

Het koperen wasvat wijst naar Zijn reinigende werk.

De toonbroden wijzen naar Hem als geestelijk voedsel.

De kandelaar wijst naar Hem als het Licht.

Het reukofferaltaar wijst naar Zijn voorspraak.

Het voorhangsel wijst naar Zijn vlees en Zijn dood.

De ark en het verzoendeksel wijzen naar Zijn Persoon en Zijn verzoenend bloed.

Niet religie brengt ons tot God.

Niet een kerkelijk systeem brengt ons tot God.

Niet een sacrament brengt ons tot God.

Niet een gezalfde leider brengt ons tot God.

Christus brengt ons tot God.

En Hij heeft de weg niet gedeeltelijk geopend.

Hij heeft hem volkomen geopend.

 

Veelgestelde vragen over de tabernakel en Christus

Is de tabernakel een afbeelding van de Gemeente?

De tabernakel wijst in de eerste plaats naar Christus, Zijn offer, Zijn priesterschap en de hemelse werkelijkheid. Sommige onderdelen kunnen geestelijke lessen bevatten voor gelovigen, maar de tabernakel mag niet zonder meer als kerkmodel worden gebruikt.

Waarnaar wijst het brandofferaltaar?

Het brandofferaltaar wijst naar het plaatsvervangende en volkomen offer van Christus aan het kruis. Zijn offer werd eenmaal gebracht en hoeft niet herhaald te worden.

Wat betekent het koperen wasvat?

Het wasvat wijst naar de praktische reiniging van de gelovige door het Woord. Het gaat niet om telkens opnieuw behouden worden, maar om reiniging van de dagelijkse wandel.

Wat betekenen de toonbroden?

De toonbroden wijzen naar Christus als het Brood des levens en naar de geestelijke gemeenschap en voeding die de gelovige in Hem ontvangt.

Waarom scheurde het voorhangsel?

Het voorhangsel scheurde bij de dood van Christus omdat door Zijn bloed de weg tot God werd geopend. De gelovige heeft nu vrijmoedigheid om tot de troon der genade te naderen.

Heeft de gelovige nog een aardse priester nodig?

Nee. Christus is de enige Middelaar en Hogepriester. Iedere gelovige mag door Hem rechtstreeks tot God naderen.

zie ook:

Het offer van Christus, méér dan Zijn kruisdood – Bijbelse basis

extern:

De Tabernakel – deel 1

De Tabernakel – deel 2

 

Niet kerst, maar Pasen is het hart van het Evangelie

Waarom Pasen groter is dan kerst

Kerstfeest heeft sfeer. Lichtjes, muziek, warmte, gezelligheid, traditie. Pasen heeft dat veel minder. Juist daarom voelt kerst voor veel mensen groter. Maar ons geloof wordt niet bepaald door sfeer, gevoel of traditie. Het wordt bepaald door het grote  heilsfeit dat het zwaarst weegt.

En dan is het antwoord helder: Pasen is groter dan kerstfeest.

Dat klinkt voor sommigen bijna oneerbiedig. Alsof daarmee iets van Bethlehem wordt afgepakt. Maar dat is niet zo. De geboorte van Christus is onmisbaar. Zonder de menswording geen Middelaar. Zonder Zijn komst in het vlees geen kruis. Zonder Bethlehem geen Golgotha. Maar juist dáárom moet het scherp gezegd worden: Christus kwam niet naar deze wereld om in een kribbe bewonderd te worden, maar om als Lam van God de zonde weg te dragen en op te staan uit de doden.

De Bijbel, en met grote nadruk de boeken van het nieuwe Testament,  legt dat zwaartepunt ook duidelijk bij Christus’ dood, opstanding en verhoging, en verbindt Zijn opstanding rechtstreeks aan onze rechtvaardiging .

Pasen groter feest dan Kerst
Niet de kribbe, maar kruis en opstanding vormen het hart van het Evangelie. Daarom is Pasen groter dan kerstfeest.

De kribbe ontroert, maar Pasen redt

Dat mag vandaag opnieuw gezegd worden, ook omdat zoveel christelijke beleving sentimenteel geworden is. Rond kerst raakt men ontroerd. Rond Pasen zou men eigenlijk verbroken, verwonderd en overweldigd moeten zijn. Maar precies daar zie je hoe scheef het vaak is gegroeid. Men houdt van het kerstkind, maar struikelt over het kruis. Men houdt van de sfeer van Bethlehem, maar leeft niet vanuit de kracht van de opstanding.

De Heere Jezus werd geboren om te sterven. Zijn menswording was geen eindpunt, maar een weg. De doeken van Bethlehem wijzen vooruit naar het hout van Golgotha. De kribbe staat niet los van het kruis. Wie kerst losmaakt van Pasen, houdt een ontroerend begin over zonder verlossende voltooiing.

Zonder Pasen is kerst mis

Dát is crciaal. Een geboren Jezus zonder opgestane en uitermate verhoogde Christus redt niemand. Een gestorven Jezus zonder opgestane Christus laat de zondaar dood in zijn schuld.

Paulus spreekt daar zonder omwegen over:

“En indien Christus niet opgewekt is, zo is dan onze prediking ijdel, en ijdel is ook uw geloof.” (1 Korinthe 15:14, STV)

en hij zegt het nog wat sterker:

“En indien Christus niet opgewekt is, zo is uw geloof tevergeefs; zo zijt gij nog in uw zonden.” (1 Korinthe 15:17, STV)

Let erop hoe radicaal dat is. Paulus zegt niet: als de geboorte van Christus niet herdacht wordt, verliest het geloof zijn kracht. Hij zegt: als Christus niet is opgewekt, is het geloof leeg. Dan staat alles op de helling. Dan is er geen vrede met God, geen vergeving, geen overwinning, geen hoop.

Dát alleen al maakt duidelijk waarom Pasen groter is dan kerstfeest.

Pasen gaat over het volbrachte verlossingswerk

Kerst vertelt dat de Zaligmaker gekomen is. Pasen verkondigt dat Zijn werk door God is aanvaard.

“Welke overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.” (Romeinen 4:25, STV)

Dat is het verschil tussen begin en voltooiing. Met kerst zien we de komst van de Persoon. Met Pasen zien we de kracht van Zijn werk. Met kerst wordt Hij geboren onder de wet. Met Pasen blijkt dat Hij de vloek heeft gedragen, de schuld heeft betaald en de dood heeft overwonnen.

De Schrift onderstreept  Christus werd opgewekt om onze rechtvaardiging, en zonder opstanding blijft er geen hoop over .

Het Nieuwe Testament legt het accent niet op Bethlehem maar op kruis en opstanding

Dat is een punt wat door veel mensen gemist wordt De Schrift zelf leert ons waar het zwaartepunt ligt. Natuurlijk spreken de Evangeliën over Zijn geboorte. Maar het Bijbelse getuigenis draait steeds weer om Zijn dood en opstanding. Dáár ligt de prediking. Dáár ligt de roem. Dáár ligt de zekerheid.

De apostelen trokken niet de wereld door met een boodschap over een bijzonder Kind alleen. Zij predikten “Jezus Christus, en Dien gekruisigd.” En zij verkondigden dat God Hem uit de doden heeft opgewekt. Dat is het evangelie in zijn volle kracht.

De gelovige leeft niet uit een kerstgevoel, maar uit een levende Christus.

Kerst ontroert, Pasen beslist

Juist hier moet het onderscheid scherp worden gemaakt.

Kerst ontroert, omdat God neerdaalt in nederigheid.
Pasen beslist, omdat God Zijn Zoon rechtvaardigt in opstanding.
Kerst laat de vernedering zien.
Pasen openbaart de overwinning.
Kerst toont het begin van Zijn aardse weg.
Pasen toont het doorbreken van de nieuwe schepping.

Een Kind in de kribbe roept verwondering op. Terecht. Maar een open graf, een overwonnen dood en een levende Heere vragen geloof, aanbidding en overgave. Pasen is geen sfeervol randfeest van het christendom. Pasen is het kloppend hart van de christelijke hoop.

Waarom dit vandaag nodig gezegd moet worden

Omdat veel naamchristendom dol is op een Jezus Die ontroert, maar niet op een Christus Die heeft overwonnen. Men houdt van het kinderlijke, zachte, warme beeld van kerst. Maar Pasen confronteert. Pasen zegt dat de mens verloren was in zonde en misdaden. Pasen bewijst dat er bloed nodig was. Pasen verkondigt dat de dood werkelijk de straf op de zonde is. Pasen bewijst dat alleen een opgestane Christus redt.

Dat maakt Pasen zwaarder. Ernstiger ook. Maar daarom ook heerlijker.

Want als Christus leeft, dan is het offer voldoende.
Als Christus leeft, dan is de schuld werkelijk gedragen.
Als Christus leeft, dan heeft de dood niet het laatste woord.
Als Christus leeft, dan is het Evangelie geen gevoels-item maar Goddelijke realiteit.

Waarom Pasen een groter feest is dan kerstfeest

Het antwoord is eenvoudig.

Kerstfeest viert dat Christus kwam.
Pasen verkondigt dat Christus overwon.

Kerstfeest laat zien Wie Hij is.
Pasen laat zien, bevestigt, wat Hij gedaan heeft.

Kerstfeest is noodzakelijk.
Pasen geeft de doorslag.

Kerstfeest zonder Pasen laat een onvoltooide geschiedenis achter.
Pasen toont het volbrachte werk van de Zaligmaker.

Daarom is Pasen Bijbels gezien, niet een wat soberder vervolg op kerst. Pasen is het hoogtepunt van het heilswerk van Christus.

De religieuze mens loopt gemakkelijk warm voor de kribbe en blijft vaak koel bij het lege graf. Dat zegt veel over de tijdgeest. Men verkiest sfeer boven waarheid, gevoel boven fundament, kerstglans boven opstandingskracht.

Maar de Schrift doet daar niet aan mee.

Niet Bethlehem draagt het Evangelie. Niet de kribbe redt zondaren. Niet een kerstgedachte rechtvaardigt de goddeloze. Dat doet alleen de gekruisigde en opgestane Christus.

Daarom is Pasen groter dan kerstfeest.

Niet omdat kerst klein zou zijn, maar omdat Pasen laat zien waarom Hij kwam. De kribbe is het begin. Het kruis en het lege graf zijn de overwinning.

En alleen wie daar buigt, weet echt wat het Evangelie is.

zie ook (extern):

Bijbelstudie lezingen: Kerstfeest en Pasen – Bijbels Panorama

Het offer van Christus, méér dan Zijn kruisdood

Zijn hele leven was een offer

In veel prediking wordt het offer van Christus vrijwel gelijkgesteld aan één moment: het kruis. Golgotha is het centrum. Daar werd de schuld gedragen. Daar vloeide het bloed. Daar riep Hij:

“Toen Jezus dan de edik genomen had, zeide Hij: Het is volbracht! En het hoofd buigende, gaf den geest.” (Johannes 19:30 STV)

En toch… als we de Schrift nauwkeurig lezen, ontdekken we dat het offer van Christus méér omvat dan alleen Zijn kruisdood. Het kruis is het hart van het werk – maar niet het hele werk.

Wie het offer reduceert tot alleen het sterven, doet onbedoeld tekort aan de rijkdom van wat God heeft geopenbaard.

Het offer begon niet op Golgotha

Het offer van Christus begon niet toen de spijkers door Zijn handen gingen. Het begon bij Zijn komst in de wereld.

“Daarom, komende in de wereld, zegt Hij: Slachtoffer en offerande hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt Mij het lichaam toebereid;
Brandoffers en offer voor de zonde hebben U niet behaagd;Toen sprak Ik: Zie, Ik kom (in het begin des boeks is van Mij geschreven), om Uw wil te doen, o God.
Als Hij tevoren gezegd had: Slachtoffer en offerande en brandoffers en offer voor de zonde hebt Gij niet gewild, noch hebben U behaagd (dewelke naar de wet geofferd worden),
Toen sprak Hij: Zie, Ik kom, om Uw wil te doen, o God. Hij neemt het eerste weg, om het tweede te stellen.
In welken wil wij geheiligd zijn door de offerande des lichaams van Jezus Christus, eenmaal geschied”. (Hebreeën 10:5-10 STV)

Hij ontving een lichaam met een doel: om het te geven. Zijn hele leven stond in het teken van gehoorzaamheid. Niet incidenteel. Niet gedeeltelijk. Volkomen.

“En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises.” (Filippenzen 2:8 STV)

Zijn hele leven was een offer. Het kruis was geen noodlottige afloop. Het was het goddelijke plan.

Het bloed werd niet alleen gestort, het werd ook binnengebracht

Hier wordt het vaak stil in prediking. Want Hebreeën leert ons iets dat verder gaat dan alleen het sterven.

“Maar Christus, gekomen zijnde een Hogepriester der toekomende goederen, door den meerderen en volmaakten tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is, niet van dit maaksel, ook niet door het bloed der bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed, eenmaal ingegaan in het heiligdom, een eeuwige verlossing teweeggebracht hebbende.” (Hebreeën 9:11-12 STV)

In het Oude Testament was het niet genoeg dat het offerdier werd geslacht. De hogepriester moest het bloed binnenbrengen in het heilige der heiligen.

Dat deed Christus.

Hij stierf.
Maar Hij ging ook in.
Hij bracht Zijn eigen bloed in het ware, hemelse heiligdom.

Zonder die hogepriesterlijke bediening is het beeld onvolledig.

De opstanding hoort ook bij het offer

Het evangelie eindigt niet bij een dode Heiland. De opstanding is geen bijzaak. Deze is essentieel.

“Welke overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.” (Romeinen 4:25 STV)

Zijn opstanding bevestigt:

  • dat het offer door God is aanvaard
  • dat de schuld werkelijk is weggedragen
  • dat de dood niet het laatste woord heeft

Een gestorven Messias kan geen levende Middelaar zijn. Maar Christus leeft.

Zijn werk gaat door

Het offer is niet maar een eenmalige gebeurtenis in het verleden. Het heeft een voortdurende werking.

“Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.” (Hebreeën 7:25 STV)

Hij leeft.
Hij bidt.
Hij past toe wat Hij verwierf.

Zijn kruisdood is het fundament.
Zijn huidige bediening is de toepassing.

Waarom dit zo belangrijk is

Wanneer het evangelie wordt teruggebracht tot een emotioneel moment bij het kruis, verliest men het zicht op de verheven, hemelse bediening van Christus.

Christus is niet slechts het Lam dat geslacht werd.
Hij is ook de Hogepriester Die leeft.

“Want met één offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen, die geheiligd worden.” (Hebreeën 10:14 STV)

Dat is geen halve verlossing.
Dat is geen tijdelijke oplossing.
Dat is een volkomen, blijvend, hemels werk.

Het offer van Christus is groter dan Golgotha alléén.

Het is het volbrachte én levende werk van de opgewekte, verheerlijkte Here Jezus Christus .

Die niet alleen stierf, maar leeft tot in eeuwigheid.

lees ook:

Wat het Hogepriesterschap van Christus vandaag voor ons betekent

Het kruis is het fundament, het Evangelie is meer

“Koning Jezus”

Wat doet Christus sinds Zijn opstanding?

Geverifieerd door MonsterInsights