Wat doet Christus vandaag

De levende Hogepriester Die Zijn gemeente reinigt

 

Wat doet Christus vandaag?

Die vraag is belangrijker dan veel christenen beseffen. Want het Evangelie eindigt niet bij het kruis. Christus is gestorven, ja. Maar wat meer is, Hij is ook opgewekt. Hij is verheerlijkt. Hij zit aan de rechterhand van God. Hij leeft. En omdat Hij leeft, werkt Hij vandaag aan Zijn gemeente.

Veel christenen weten goed te zeggen wat Christus heeft gedaan. Hij stierf voor onze zonden. Hij gaf Zijn bloed. Hij droeg het oordeel. Dat is het fundament.

Zonder dat fundament is er geen Evangelie.

Maar het kruis is niet het eindpunt.

Christus hangt niet meer aan het kruis. Hij ligt niet meer in het graf. Hij is de levende Hogepriester van het Nieuwe Verbond. Hij bidt voor de Zijnen, reinigt Zijn gemeente door het Woord, heiligt haar en maakt gelovigen bekwaam om de levende God te dienen.

Dat is niet zomaar een bonus aanvulling op het Evangelie. Dat is de ademruimte van Genade.

het tegenwoordige werk van Christus
wat doet Christus vandaag?

Het kruis is het fundament, niet het eindpunt

Het kruis van Christus laat zien dat de oude mens voor God geen toekomst heeft. Het kruis is niet Gods poging om de oude mens wat op te knappen. Het kruis is Gods oordeel over de oude mens.

Paulus schrijft:

“Want de liefde van Christus dringt ons; als die dit oordelen, dat, indien Eén voor allen gestorven is, zij dan allen gestorven zijn.” — 2 Korinthe 5:14 (STV)

Dat is helder. Als Eén voor allen gestorven is, dan zijn allen gestorven.

Daarmee wordt het christelijk leven geen verbeterproject van het vlees. Het is niet: probeer van je oude mens een vrome, religieuze en acceptabele versie te maken. Het is niet: poets jezelf op totdat God tevreden met je kan zijn.

Nee. De oude mens wordt niet geheiligd. De oude mens wordt afgelegd.

“Dat gij zoudt afleggen, aangaande de vorige wandeling, den ouden mens, die verdorven wordt door de begeerlijkheden der verleiding.” — Efeze 4:22 (STV)

Daar gaat het vaak mis. Veel prediking draait om de mens. Wat wij moeten doen. Hoe wij ons leven moeten verbeteren. Hoe wij geestelijk sterker moeten worden. Hoe wij onze oude natuur onder controle moeten krijgen.

Maar de Bijbel zegt niet dat de oude mens verbeterd moet worden. De Bijbel zegt dat hij afgelegd moet worden.

Het evangelie is niet: God helpt u om uw oude leven wat netter te maken.
Het evangelie is: God heeft u in Christus nieuw leven gegeven.

 

Christus leeft om voor ons te bidden

Wat doet Christus vandaag?

De Hebreeënbrief geeft een helder antwoord:

“Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.” — Hebreeën 7:25 (STV)

Let op dat ene woord: leeft.

Christus leeft om voor de Zijnen te bidden. Hij is niet passief. Hij is niet afwezig. Hij is niet slechts een Persoon uit het verleden over Wie wij herinneringen ophalen. Hij is de levende Heere in de hemel.

Hij is Hogepriester.
Hij vertegenwoordigt Zijn volk bij God.
Hij bidt voor hen.
Hij reinigt hen.
Hij bewaart hen.
Hij maakt hen bekwaam om God te dienen.

Zijn priesterschap rust niet op sterfelijkheid, maar op onvergankelijk leven:

“Die dit niet naar de wet des vleselijken gebods is geworden, maar naar de kracht des onvergankelijken levens.” — Hebreeën 7:16 (STV)

Dát geeft rust. Onze zaligheid hangt niet aan onze wisselende gevoelens, onze geestelijke prestaties of onze mate van zelfbeheersing.

Zij rust op Christus. En Hij leeft.

Christus als Hogepriester van het Nieuwe Verbond

Het tegenwoordige werk van Christus wordt vooral zichtbaar in Zijn priesterschap. Hij is de Hogepriester van het Nieuwe Verbond. Niet naar de ordening van Aäron, maar naar de ordening van Melchizedek. Niet op grond van een tijdelijk en sterfelijk priesterschap, maar naar de kracht van onvergankelijk leven.

Dat betekent dat Christus’ werk niet ophield bij Zijn sterven. Zijn dood was noodzakelijk. Zijn bloed is de grond. Maar Zijn opstanding, verhoging en voortdurende priesterlijke dienst horen wezenlijk bij het evangelie.

Romeinen 8 zegt het zo:

“Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt. Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt.” — Romeinen 8:33-34 (STV)

“Ja, wat meer is.”

Daar zit veel in. Christus is gestorven. Maar wat meer is: Hij is ook opgewekt. Hij is aan Gods rechterhand. Hij bidt voor ons.

Wie alleen spreekt over het kruis, maar nauwelijks over de opgestane en verhoogde Christus, mist een wezenlijk deel van het christelijk leven. De gelovige leeft niet uit herinnering alleen. Hij leeft uit gemeenschap met de levende Christus.

 

Christus reinigt Zijn gemeente door het Woord

Een van de rijkste beschrijvingen van Christus’ huidige werk staat in Efeze 5:

“Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelven voor haar heeft overgegeven; opdat Hij haar heiligen zou, haar gereinigd hebbende met het bad des waters door het Woord.” — Efeze 5:25-26 (STV)

Hier staat niet dat de gemeente zichzelf reinigt om Christus waardig te worden. Hier staat dat Christus de gemeente reinigt.

Dat is een wereld van verschil.

Religie zegt: maak uzelf schoon, dan mag u komen.
Genade zegt: kom tot Christus, Hij reinigt.

Religie zegt: zorg dat u gereed bent.
Genade zegt: Christus maakt gereed.

Religie zegt: werk aan uzelf.
Genade zegt: stel u onder het Woord waardoor Christus Zijn werk doet.

Christus reinigt Zijn gemeente “door het Woord”. Niet door geestelijke druk. Niet door menselijke manipulatie. Niet door voortdurende beschuldiging. Niet door een religieuze zweep over het geweten.

Hij reinigt door Zijn Woord.

Daarom is het zo belangrijk waar wij naar luisteren, wat wij horen, welke prediking wij toelaten en waar onze aandacht naartoe gaat. Het Woord van God richt het hart op Christus. Mensgerichte prediking werpt de mens terug op zichzelf. En wie steeds naar zichzelf kijkt, vindt geen rust.

 

De voetwassing als beeld van Christus’ tegenwoordige werk

Johannes 13 geeft een indringend beeld. De discipelen zijn met de Heere aan tafel. Dan staat Hij op, legt Zijn klederen af, omgordt Zich met een linnen doek en begint hun voeten te wassen.

Petrus wil dat eerst niet. Maar de Heere zegt:

“Indien Ik u niet was, gij hebt geen deel met Mij.” — Johannes 13:8 (STV)

Daarna wil Petrus helemaal gewassen worden. Dan antwoordt de Heere:

“Die gewassen is, heeft niet van node, dan de voeten te wassen, maar is geheel rein.” — Johannes 13:10 (STV)

Dat is een belangrijk onderscheid.

Wie van Christus is, is geheel rein. De gelovige staat in Christus voor God. Maar zolang hij door deze wereld wandelt, krijgt hij vuile voeten. Hij leeft nog in een wereld van zonde, leugen, verwarring, verzoeking en dood.

Daarom wast Christus de voeten.

Niet omdat het fundament telkens opnieuw gelegd moet worden. Niet omdat de gelovige steeds opnieuw van nul af aan moet beginnen. Maar omdat Christus Zijn Woord toepast op onze wandel, ons denken, ons hart en ons geweten.

Hij reinigt Zijn gemeente door het Woord.

 

Het geweten gereinigd om God te dienen

Christus is niet bezig om de buitenkant van de oude mens religieus op te poetsen. Hij reinigt dieper. Hij reinigt het geweten.

Hebreeën 9 zegt:

“Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door den eeuwigen Geest Zichzelven Gode onstraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken, om den levenden God te dienen?” — Hebreeën 9:14 (STV)

Dat is bevrijdend.

Veel gelovigen hoeven niet steeds opnieuw te horen dat zij tekortschieten. Dat weten zij al. Zij kennen hun zwakheid. Zij kennen hun falen. Zij weten hoe snel zij afdwalen, struikelen of innerlijk verward raken.

Maar de Bijbel werpt hen niet eindeloos terug op hun tekort. De Bijbel richt hen op Christus.

Het bloed van Christus reinigt het geweten van dode werken. Waarom? Niet zodat wij geestelijk in een hoekje blijven zitten met ons hoofd omlaag. Maar “om den levenden God te dienen”.

Een gereinigd geweten maakt vrijmoedig. Niet oppervlakkig. Niet wetteloos. Niet onverschillig. Maar vrijmoedig in Christus.

 

Niet zelfverbetering, maar leven uit Genade

Het christelijk leven is geen cursus zelfverbetering met een Bijbeltekst erboven.

Natuurlijk verandert Gods genade een mens. Natuurlijk leert de gelovige anders wandelen. Natuurlijk zijn goede werken belangrijk. Maar de volgorde is alles.

Titus 2 zegt:

“Die Zichzelven voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid, en Zichzelven een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken.” — Titus 2:14 (STV)

Christus reinigt Zichzelf een eigen volk. En dat volk wordt ijverig in goede werken.

Goede werken zijn dus niet de wortel van onze aanvaarding. Ze zijn de vrucht van Christus’ werk.

Onder wet werk je om aanvaard te worden.
Onder genade dien je omdat je aanvaard bent in Christus.

Onder wet kijk je steeds naar jezelf.
Onder genade zie je op Christus.

Onder wet blijft het geweten onrustig.
Onder genade wordt het geweten gereinigd om God te dienen.

Dat is geen goedkoop gemak. Leven uit genade is juist vernederend voor het vlees. Want genade zegt dat de mens zichzelf niet kan redden, niet kan reinigen en niet kan opwerken tot God.

De mens komt met lege handen. Niet als een geslaagde heilige. Niet als een opgepoetst geestelijk project. Niet als iemand die eindelijk alles onder controle heeft.

Hij komt tot Christus.

En Christus reinigt.

 

God verzamelt nu een volk voor Zijn Naam

Wat doet God in deze tegenwoordige tijd?

Het Nieuwe Testament geeft daar een duidelijke lijn in. God verzamelt een volk voor Zijn Naam.

In Handelingen 15 lezen we:

“Simeon heeft verhaald hoe God eerst de heidenen heeft bezocht, om uit hen een volk aan te nemen door Zijn Naam.” — Handelingen 15:14 (STV)

Daarna wordt gesproken over het herstel van de vervallen hut van David. Die volgorde is belangrijk. Eerst verzamelt God een volk uit de heidenen. Daarna komt het herstel van Israël en het Davidische koningshuis.

Dat betekent dat Gods huidige werk niet in de eerste plaats bestaat uit wereldverbetering, politieke macht, cultureel herstel of het oprichten van een zichtbaar koninkrijk op aarde. Zijn huidige werk is gericht op de gemeente.

De gemeente is een hemels volk. Zij is verbonden met Christus in de hemel. Zij deelt in Zijn positie, Zijn leven, Zijn toekomst en Zijn erfenis.

“En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus.” — Efeze 2:6 (STV)

De gelovige leeft nog op aarde, maar zijn positie is in Christus.

Daarom is het zo schadelijk wanneer christenen hun roeping verwarren met wereldverbetering. Natuurlijk doen wij goed waar wij kunnen. Natuurlijk zorgen wij voor onze naaste. Natuurlijk dragen wij verantwoordelijkheid in het gewone leven.

Maar de gemeente is geen religieuze actiegroep voor het oplappen van deze tegenwoordige eeuw. Zij is een volk dat door Christus uit deze eeuw getrokken wordt.

 

Uit de tegenwoordige boze wereld getrokken

Galaten 1 zegt:

“Die Zichzelven gegeven heeft voor onze zonden, opdat Hij ons trekken zou uit deze tegenwoordige boze wereld, naar den wil van onzen God en Vader.” — Galaten 1:4 (STV)

Dat staat haaks op christelijk activisme.

Wij willen vaak juist iets bereiken ín deze wereld. Erkenning. Invloed. Positie. Herstel van christelijke normen. Een steviger christelijk geluid. Een cultuur die weer naar ons luistert.

Maar Christus heeft Zich gegeven om ons te trekken uit deze tegenwoordige boze wereld.

Dat betekent niet dat wij onverschillig worden. Het betekent dat wij nuchter worden. Deze wereld wordt niet uiteindelijk hersteld door menselijke inzet. God maakt een nieuwe schepping. En vandaag verzamelt Hij een volk dat bij Christus hoort.

 

Waarom mensgerichte prediking schromelijk tekortschiet

Veel prediking klinkt praktisch, maar is in wezen mensgericht. Ze draait om onze problemen, onze gevoelens, onze keuzes, onze relaties, onze groei, onze houding, onze prestaties en onze geestelijke temperatuur.

Natuurlijk raakt het Woord van God ons leven. Maar wanneer Christus uit het centrum verdwijnt, blijft er vooral religieuze psychologie over. Dan wordt de Bijbel een kapstok voor menselijke thema’s. Dan is de mens het onderwerp en Christus hooguit de helper.

Bijbelse prediking begint anders.

opent het Woord.
toont Christus.
verkondigt Zijn werk.
plaatst de gelovige in Hem.
bevrijdt het geweten door Genade.
roept op tot dienst vanuit rust, niet vanuit kramp.

Waar de mens centraal staat, groeit onrust.
Waar Christus centraal staat, komt geloofsadem.

 

Leven vanuit Christus’ tegenwoordige werk

De vraag is dus niet allereerst: hoe krijg ik mijn leven onder controle?

De betere vraag is: leef ik uit Christus’ tegenwoordige werk?

Stel ik mij onder Zijn Woord?
Laat ik Hem mijn geweten reinigen?
Rust ik in Zijn priesterschap?
Geloof ik dat Hij voor mij bidt?
Zie ik mijzelf in Christus, of blijf ik gevangen in mijzelf?

De gelovige hoeft niet te leven onder de voortdurende dreiging van beschuldiging. Romeinen 8 zegt immers dat God rechtvaardigt en Christus bidt.

Daarom mag de gelovige vrijmoedig leven. Niet omdat hij in zichzelf sterk is. Niet omdat zijn oude mens verbeterd is. Niet omdat hij nooit struikelt. Maar omdat Christus leeft.

 

De troost van de levende Christus

Wat doet Christus vandaag?

Hij leeft.
Hij bidt.
Hij reinigt.
Hij heiligt.
Hij verzamelt een volk voor Zijn Naam.
Hij maakt gelovigen bekwaam om dienaren te zijn van het Nieuwe Verbond.

Dat is de troost.

De gelovige leeft nog met lek en gebrek. Dat hoeft niet vroom weggepoetst te worden. Wij schieten tekort. Wij falen. Wij dragen de zwakheid van de oude mens nog mee.

Maar God ziet de gelovige in Christus. En Christus is niet klaar met Zijn werk.

Hij reinigt door het Woord.
Hij bewaart door Zijn kracht.
Hij bidt aan Gods rechterhand.
Hij maakt bekwaam om de levende God te dienen.

Daarom hoeft de gelovige niet gevangen te blijven in religieuze kramp. Hij hoeft niet eindeloos naar zichzelf te staren. Hij hoeft niet te leven onder de zweep van beschuldiging.

Hij mag zien op Christus.

Niet alleen op Christus aan het kruis, maar ook op Christus in de hemel. De levende Hogepriester. De Verheerlijkte. Degene Die Zijn gemeente liefheeft, haar reinigt door het Woord en haar eenmaal zonder vlek of rimpel voor Zich zal stellen.

Wat doet Christus vandaag?
Hij werkt aan Zijn gemeente.

Christus hangt niet meer aan het kruis en ligt niet meer in het graf. Hij leeft, bidt, reinigt en werkt vandaag aan Zijn gemeente.

En dat is precies waarom het christelijk leven geen leven onder angst is, maar een leven uit Genade.

Zie ook:

Wat doet Christus sinds Zijn opstanding? – Bijbelse basis

Het offer van Christus, méér dan Zijn kruisdood

Zijn hele leven was een offer

In veel prediking wordt het offer van Christus vrijwel gelijkgesteld aan één moment: het kruis. Golgotha is het centrum. Daar werd de schuld gedragen. Daar vloeide het bloed. Daar riep Hij:

“Toen Jezus dan de edik genomen had, zeide Hij: Het is volbracht! En het hoofd buigende, gaf den geest.” (Johannes 19:30 STV)

En toch… als we de Schrift nauwkeurig lezen, ontdekken we dat het offer van Christus méér omvat dan alleen Zijn kruisdood. Het kruis is het hart van het werk – maar niet het hele werk.

Wie het offer reduceert tot alleen het sterven, doet onbedoeld tekort aan de rijkdom van wat God heeft geopenbaard.

Het offer begon niet op Golgotha

Het offer van Christus begon niet toen de spijkers door Zijn handen gingen. Het begon bij Zijn komst in de wereld.

“Daarom, komende in de wereld, zegt Hij: Slachtoffer en offerande hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt Mij het lichaam toebereid;
Brandoffers en offer voor de zonde hebben U niet behaagd;Toen sprak Ik: Zie, Ik kom (in het begin des boeks is van Mij geschreven), om Uw wil te doen, o God.
Als Hij tevoren gezegd had: Slachtoffer en offerande en brandoffers en offer voor de zonde hebt Gij niet gewild, noch hebben U behaagd (dewelke naar de wet geofferd worden),
Toen sprak Hij: Zie, Ik kom, om Uw wil te doen, o God. Hij neemt het eerste weg, om het tweede te stellen.
In welken wil wij geheiligd zijn door de offerande des lichaams van Jezus Christus, eenmaal geschied”. (Hebreeën 10:5-10 STV)

Hij ontving een lichaam met een doel: om het te geven. Zijn hele leven stond in het teken van gehoorzaamheid. Niet incidenteel. Niet gedeeltelijk. Volkomen.

“En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises.” (Filippenzen 2:8 STV)

Zijn hele leven was een offer. Het kruis was geen noodlottige afloop. Het was het goddelijke plan.

Het bloed werd niet alleen gestort, het werd ook binnengebracht

Hier wordt het vaak stil in prediking. Want Hebreeën leert ons iets dat verder gaat dan alleen het sterven.

“Maar Christus, gekomen zijnde een Hogepriester der toekomende goederen, door den meerderen en volmaakten tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is, niet van dit maaksel, ook niet door het bloed der bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed, eenmaal ingegaan in het heiligdom, een eeuwige verlossing teweeggebracht hebbende.” (Hebreeën 9:11-12 STV)

In het Oude Testament was het niet genoeg dat het offerdier werd geslacht. De hogepriester moest het bloed binnenbrengen in het heilige der heiligen.

Dat deed Christus.

Hij stierf.
Maar Hij ging ook in.
Hij bracht Zijn eigen bloed in het ware, hemelse heiligdom.

Zonder die hogepriesterlijke bediening is het beeld onvolledig.

De opstanding hoort ook bij het offer

Het evangelie eindigt niet bij een dode Heiland. De opstanding is geen bijzaak. Deze is essentieel.

“Welke overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.” (Romeinen 4:25 STV)

Zijn opstanding bevestigt:

  • dat het offer door God is aanvaard
  • dat de schuld werkelijk is weggedragen
  • dat de dood niet het laatste woord heeft

Een gestorven Messias kan geen levende Middelaar zijn. Maar Christus leeft.

Zijn werk gaat door

Het offer is niet maar een eenmalige gebeurtenis in het verleden. Het heeft een voortdurende werking.

“Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.” (Hebreeën 7:25 STV)

Hij leeft.
Hij bidt.
Hij past toe wat Hij verwierf.

Zijn kruisdood is het fundament.
Zijn huidige bediening is de toepassing.

Waarom dit zo belangrijk is

Wanneer het evangelie wordt teruggebracht tot een emotioneel moment bij het kruis, verliest men het zicht op de verheven, hemelse bediening van Christus.

Christus is niet slechts het Lam dat geslacht werd.
Hij is ook de Hogepriester Die leeft.

“Want met één offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen, die geheiligd worden.” (Hebreeën 10:14 STV)

Dat is geen halve verlossing.
Dat is geen tijdelijke oplossing.
Dat is een volkomen, blijvend, hemels werk.

Het offer van Christus is groter dan Golgotha alléén.

Het is het volbrachte én levende werk van de opgewekte, verheerlijkte Here Jezus Christus .

Die niet alleen stierf, maar leeft tot in eeuwigheid.

lees ook:

Wat het Hogepriesterschap van Christus vandaag voor ons betekent

Het kruis is het fundament, het Evangelie is meer

“Koning Jezus”

Wat doet Christus sinds Zijn opstanding?

Waarom we spreken van de Here Jezus Christus, en niet simpelweg van “Jezus”

Waarom we spreken van de Here Jezus Christus, en niet simpelweg van “Jezus”

In gesprekken hoor je het: “Jezus dit” en “Jezus dat.”
Soms oprecht bedoeld. Soms bijna terloops. Soms zelfs achteloos.

Het komt zelfs ook voor dat Hij benaderd wordt als een  soort butler die geacht wordt in actie te komen op commando.

Maar waarom spreken gelovigen traditioneel van de Here Jezus Christus?
Is dat ouderwets taalgebruik? Vrome gewoonte? Of zit er iets diepers achter?

De Schrift zelf geeft het antwoord.

De naam Jezus — Zijn vernedering

De naam Jezus is de naam van Zijn menswording.

“En zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.” (Mattheüs 1:21 STV)

Dat is de naam die Hij ontving bij Zijn geboorte.
De naam van de Mens geworden Zoon.
De naam verbonden aan Bethlehem, Nazareth, Galilea en Golgotha.

In de Evangeliën lezen we hoe mensen “Jezus volgden”. Zij liepen letterlijk achter Hem aan. Zij zagen Hem, hoorden Hem, raakten Hem aan.

Maar de Schrift blijft daar niet bij staan.

Christus — Zijn goddelijke aanstelling

“Christus” betekent: de Gezalfde.
Het is de Griekse vertaling van “Messias”.

“Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods.” (Mattheüs 16:16 STV)

Christus is dus géén achternaam. Het is een titel.
Het spreekt van Zijn ambt. Zijn goddelijke roeping. Zijn zalving door de Vader.

Als Christus is Hij:

– Profeet
– Priester
– Koning

Wanneer wij Hem “Christus” noemen, belijden wij dat Hij de door God gezonden Verlosser is.

Dat is méér dan alleen de historische Jezus.

Here — Zijn verhoging

Na kruis en opstanding is Hij niet slechts Jezus van Nazareth.

“Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israëls, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk dezen Jezus, Dien gij gekruist hebt.” (Handelingen 2:36 STV)

Hier klinkt iets beslissends.

God heeft Hem tot Heere gemaakt.

Heere betekent: Soevereine, Meester, Eigenaar.
Het Griekse Kurios werd gebruikt voor absolute heerschappij.

Daarom schrijft Paulus:

“Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is.” (Filippenzen 2:9 STV)

En verder:

“Opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn.” (Filippenzen 2:10 STV)

Wij spreken dus niet meer slechts over de vernederde Jezus.
Wij spreken over de verhoogde Heere.

Waarom dat verschil, zeker vandaag, relevant is

In onze tijd is “Jezus” soms gereduceerd tot een vriendelijke spirituele figuur.
Een inspirerend voorbeeld.
Een zachte rabbi.
Een moreel kompas.

Maar de Bijbel presenteert Hem als veel meer.

Wanneer de apostelen hun brieven openen, schrijven zij niet achteloos.

“Genade zij u en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.” (Romeinen 1:7 STV)

Dat is geen stijlvorm. Dat is belijdenis.

Elke keer dat zij die volle naam gebruiken, erkennen zij:

– Zijn menswording
– Zijn Messiaanse zending
– Zijn koninklijke heerschappij

Het gaat niet om vrome formaliteit

Dit is geen taalpolitie.
Het is geen wettische regel.

Het gaat om erkenning.

Wie Hij is, bepaalt hoe wij Hem noemen.

Wanneer wij spreken van de Here Jezus Christus, doen wij precies wat de Schrift doet: wij belijden Hem in de volheid van Zijn Persoon en werk.

Niet kleiner dan Hij is.
Niet oppervlakkiger dan de apostelen deden.
Niet vertrouwelijker dan gepast is.

Eerbied begint in taal

Taal vormt denken.
Denken vormt geloofsbeleving.

Wie achteloos spreekt, denkt vaak ook achteloos.
Wie belijdend spreekt, houdt zijn hart bij de waarheid.

Hij is Jezus — de Mens geworden Zoon.
Hij is Christus — de Gezalfde van God.
Hij is de Here — verhoogd boven alle naam.

En daarom spreken wij niet simpelweg over “Jezus”.

Daarom: Here Jezus Christus.

lees ook:

Jezus volgen of Christus volgen; geen woordspel, maar een fundament

De Naam die men liever niet noemt

Geverifieerd door MonsterInsights