Waarom we spreken van de Here Jezus Christus, en niet simpelweg van “Jezus”

Waarom we spreken van de Here Jezus Christus, en niet simpelweg van “Jezus”

In gesprekken hoor je het: “Jezus dit” en “Jezus dat.”
Soms oprecht bedoeld. Soms bijna terloops. Soms zelfs achteloos.

Het komt zelfs ook voor dat Hij benaderd wordt als een  soort butler die geacht wordt in actie te komen op commando.

Maar waarom spreken gelovigen traditioneel van de Here Jezus Christus?
Is dat ouderwets taalgebruik? Vrome gewoonte? Of zit er iets diepers achter?

De Schrift zelf geeft het antwoord.

De naam Jezus — Zijn vernedering

De naam Jezus is de naam van Zijn menswording.

“En zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.” (Mattheüs 1:21 STV)

Dat is de naam die Hij ontving bij Zijn geboorte.
De naam van de Mens geworden Zoon.
De naam verbonden aan Bethlehem, Nazareth, Galilea en Golgotha.

In de Evangeliën lezen we hoe mensen “Jezus volgden”. Zij liepen letterlijk achter Hem aan. Zij zagen Hem, hoorden Hem, raakten Hem aan.

Maar de Schrift blijft daar niet bij staan.

Christus — Zijn goddelijke aanstelling

“Christus” betekent: de Gezalfde.
Het is de Griekse vertaling van “Messias”.

“Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods.” (Mattheüs 16:16 STV)

Christus is dus géén achternaam. Het is een titel.
Het spreekt van Zijn ambt. Zijn goddelijke roeping. Zijn zalving door de Vader.

Als Christus is Hij:

– Profeet
– Priester
– Koning

Wanneer wij Hem “Christus” noemen, belijden wij dat Hij de door God gezonden Verlosser is.

Dat is méér dan alleen de historische Jezus.

Here — Zijn verhoging

Na kruis en opstanding is Hij niet slechts Jezus van Nazareth.

“Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israëls, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk dezen Jezus, Dien gij gekruist hebt.” (Handelingen 2:36 STV)

Hier klinkt iets beslissends.

God heeft Hem tot Heere gemaakt.

Heere betekent: Soevereine, Meester, Eigenaar.
Het Griekse Kurios werd gebruikt voor absolute heerschappij.

Daarom schrijft Paulus:

“Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is.” (Filippenzen 2:9 STV)

En verder:

“Opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn.” (Filippenzen 2:10 STV)

Wij spreken dus niet meer slechts over de vernederde Jezus.
Wij spreken over de verhoogde Heere.

Waarom dat verschil, zeker vandaag, relevant is

In onze tijd is “Jezus” soms gereduceerd tot een vriendelijke spirituele figuur.
Een inspirerend voorbeeld.
Een zachte rabbi.
Een moreel kompas.

Maar de Bijbel presenteert Hem als veel meer.

Wanneer de apostelen hun brieven openen, schrijven zij niet achteloos.

“Genade zij u en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.” (Romeinen 1:7 STV)

Dat is geen stijlvorm. Dat is belijdenis.

Elke keer dat zij die volle naam gebruiken, erkennen zij:

– Zijn menswording
– Zijn Messiaanse zending
– Zijn koninklijke heerschappij

Het gaat niet om vrome formaliteit

Dit is geen taalpolitie.
Het is geen wettische regel.

Het gaat om erkenning.

Wie Hij is, bepaalt hoe wij Hem noemen.

Wanneer wij spreken van de Here Jezus Christus, doen wij precies wat de Schrift doet: wij belijden Hem in de volheid van Zijn Persoon en werk.

Niet kleiner dan Hij is.
Niet oppervlakkiger dan de apostelen deden.
Niet vertrouwelijker dan gepast is.

Eerbied begint in taal

Taal vormt denken.
Denken vormt geloofsbeleving.

Wie achteloos spreekt, denkt vaak ook achteloos.
Wie belijdend spreekt, houdt zijn hart bij de waarheid.

Hij is Jezus — de Mens geworden Zoon.
Hij is Christus — de Gezalfde van God.
Hij is de Here — verhoogd boven alle naam.

En daarom spreken wij niet simpelweg over “Jezus”.

Daarom: Here Jezus Christus.

lees ook:

Jezus volgen of Christus volgen; geen woordspel, maar een fundament

De Naam die men liever niet noemt

Johannes 10 vers 11

Johannes 10 vers 11

Ik geloof dat bovenstaande geen eenmalige actie was tijdens Zijn aardse loopbaan. Diezelfde Herder wordt ons in de Hebreeenbrief namelijk voorgesteld als Hogepriester, die verzoening voor ons doet in de hemel, het Heilige der Heiligen, in de tegenwoordige tijd.
Hij leeft, om voor ons te bidden.🙏🏼

Hogepriesterschap van Christus vandaag

Wat het Hogepriesterschap van Christus vandaag voor ons betekent

Niet naar de orde van Aäron, maar naar de orde van Melchizedek

Veel gelovigen spreken over het kruis. Over vergeving. Over opstanding.

Maar de vraag wat Christus nú doet, wordt zelden gesteld. Veel verder dan dat Hij op dit moment in de hemel zit aan de rechterhand van God, vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden, gaat het verhaal meestal verder niet.

De Schrift echter, leert niet alleen dat Hij gestorven is en opgestaan, maar leert dat Hij vandáág een bediening vervult — als Hogepriester.

En wat voor een Hogepriester!

Niet naar de orde van Aäron.

Maar naar de orde van Melchizedek.

En dat verschil is cruciaal. De uitleg geeft de brief aan de Hebreeën.

Het Levitische priesterschap: tijdelijk en onvolkomen

Onder de wet stelde God het priesterschap in via Aäron, uit de stam Levi.

Kenmerken:

  • Erfelijk bepaald
  • Verbonden aan de wet van Mozes
  • Gebonden aan een aardse tabernakel
  • Gebaseerd op herhaalde offers
  • Uitgeoefend door sterfelijke mensen

De hogepriester ging éénmaal per jaar het heilige der heiligen binnen (Leviticus 16). Maar hij was zelf zondaar. Hij moest eerst voor zichzelf offeren.

“En genen zijn wel vele priesters geworden, omdat zij door den dood verhinderd werden altijd te blijven.”
(Hebreeën 7:23, STV)

Het systeem was nooit afgerond.
Elke generatie bracht een nieuwe hogepriester.

En, heel belangrijk:

“Indien dan de volkomenheid door het Levitische priesterschap ware…”
(Hebreeën 7:11, STV)

Het antwoord is duidelijk: dat was niet zo.

Het bracht géén volkomenheid.

Het was een schaduw.

Christus kon geen priester zijn in de orde van Aäron

Christus kwam niet uit Levi.

“Want het is openbaar, dat onze Heere uit Juda gesproten is; van welken stam Mozes niets gesproken heeft van het priesterschap.”
(Hebreeën 7:14, STV)

Volgens de Wet kon Hij dus geen Levitisch priester zijn.

Zijn priesterschap berust niet op afstamming.
Niet op ceremonieel recht.
Niet op de wet van Mozes.

Daarom zegt de Schrift iets revolutionairs:

“Gij zijt Priester in der eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek.”
(Hebreeën 7:17, SV)

Wie was die Melchizedek?

Melchizedek verschijnt in Genesis 14, lang vóór de wet.

De Genesis beschrijft hem als:

  • Koning van Salem
  • Priester van de allerhoogste God
  • Zonder vermelde genealogie

Hij staat los van het Levitische systeem.

Hebreeën zegt:

“Zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsrekening… blijft hij een priester in eeuwigheid.”
(Hebreeën 7:3, STV)

Dat betekent niet dat hij letterlijk geen ouders had, maar dat zijn priesterschap niet op afstamming rust.

Dat is precies het punt.

Waarom Melchizedek hoger is dan Aäron

Hebreeën 7 toont twee beslissende argumenten.

Abraham gaf tienden aan Melchizedek

“Ziet dan hoe groot deze geweest is, aan denwelken ook Abraham, de patriarch, tienden gegeven heeft.”
(Hebreeën 7:4, STV)

Abraham is groter dan Levi (want Levi was nog niet uit Abraham geboren).

Tóch gaf Abraham tienden aan Melchizedek.

Dus Melchizedek staat boven Abraham.
En daarmee boven Levi.
En daarmee boven Aäron.

Melchizedek zegende Abraham

“En zonder enig tegenspreken, hetgeen minder is, wordt gezegend van hetgeen meerder is.”
(Hebreeën 7:7, STV)

De meerdere zegent de mindere. (Dit is een glashelder Bijbels principe.Vergelijk ook Genesis 25:23)

Het Melchizedek-priesterschap is dus hoger.

Een verandering van priesterschap betekent verandering van wet

Dit is ook een cruciaal principe, wat vaak verkeerd, of beter nog: niet verstaan wordt.

Hier ligt de kern:

“Want als het priesterschap veranderd wordt, zo geschiedt er ook noodzakelijk verandering der wet.”
(Hebreeën 7:12, STV)

Dit betekent:

Het Levitische systeem kan niet blijven naast dat van Christus.

Er is geen combinatie.
Geen parallel systeem.
Geen aanvulling.

Er is sprake van VERvulling,en daarmee beëindiging van het oude als geldend priestersysteem.

De basis van Christus’ priesterschap

Het Levitische priesterschap was:
  • Naar de wet des vleselijken gebods
  • Tijdelijk
  • Sterfelijk
  • Herhaaldelijk offerend
Christus’ priesterschap is:

“Naar de kracht des onvergankelijken levens.”
(Hebreeën 7:16, SV)

Zijn Opstanding is de grond.

Hij sterft niet meer.
Hij wordt niet opgevolgd.
Hij hoeft niet opnieuw te offeren.

Zijn offer: éénmaal en volkomen

“Maar Deze, één slachtoffer voor de zonden geofferd hebbende, is in eeuwigheid gezeten aan de rechterhand Gods.”
(Hebreeën 10:12, STV)

De Levitische priesters stonden dagelijks.

Christus zit.

Zitten betekent: het werk is voltooid.

Er is geen herhaling.
Geen voortdurende offerhandeling.
Geen aanvulling nodig.

Zijn huidige bediening: voorbede

“Waarom Hij ook volkomen kan zalig maken degenen die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.”
(Hebreeën 7:25, STV)

Ook Romeinen 8:34 bevestigt:

“Christus is het Die gestorven is; ja wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt.”

Dat is Zijn huidige Hogepriesterlijke bediening.

Hij pleit.
Hij vertegenwoordigt.
Hij leeft.

Onze zekerheid rust niet op onze standvastigheid, maar op Zijn blijvende voorbede.

Vrijmoedige toegang

“Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade…”
(Hebreeën 4:16, STV)

Onder Aäron: afstand.
Onder Christus: toegang.

Onder de Wet: één man, één keer per jaar.
Onder Genade: iedere gelovige, voortdurend.

Dát is het praktische gevolg van een hoger priesterschap.

De scherpe conclusie

Het Levitische priesterschap was een schaduw.
Dat van Christus is werkelijkheid.

Aäron was tijdelijk.
“Melchizedek” (Christus) is eeuwig.

Het oude systeem was verbonden aan sterfelijkheid.
Het nieuwe rust op onvergankelijk leven.

Wie terugkeert naar aardse bemiddelaars of herhaalde offers, otkent daarmee eigenlijk de verheven positie van Christus.

Hij is niet slechts een betere Aäron.
Hij is Hogepriester naar een hogere orde.

Zijn priesterschap is:

  • Eeuwig
  • Onveranderlijk
  • Volkomen
  • Hemels
En daarom kan Hij ook volkomen zalig maken.

Wij leven niet onder een tijdelijk systeem.
Wij leven onder een levende, hemelse Hogepriester naar de orde van Melchizedek.

Dat is hoger.
Dat is definitief.
Daar kunnen we in rusten.

lees ook:

Wat doet Christus sinds Zijn opstanding?

“Koning Jezus”

Hebreeën 10:25, welke samenkomst?

 

Geverifieerd door MonsterInsights