Geschapen naar Gods beeld en de laatste Adam

De grote lijn van de Bijbel

Wanneer de Bijbel over de mens spreekt, begint hij met een indrukwekkende uitspraak: de mens is geschapen naar Gods beeld. Maar de Schrift stopt daar niet. Zij laat ook zien hoe dat beeld door de zonde werd aangetast en hoe het uiteindelijk wordt hersteld in Christus, de laatste Adam.

Wie deze lijn begrijpt, ziet hoe de hele Bijbel één groot verhaal vertelt: schepping, val en herstel.

De mens geschapen naar Gods beeld

De eerste hoofdstukken van Genesis beschrijven de unieke plaats van de mens in de schepping.

“En God zeide: Laat Ons mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte dat op de aarde kruipt.”
— Genesis 1:26 (STV)

“En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.”
— Genesis 1:27 (STV)

Hier zien we twee belangrijke waarheden.

De mens is geschapen naar Gods beeld, en hij ontvangt heerschappij over de aarde.

Het beeld van God betekent dat de mens als het ware God vertegenwoordigt in de schepping. Hij heeft verstand, bewustzijn, moreel besef en verantwoordelijkheid. De mens staat daardoor in een unieke positie binnen de schepping.

God gaf hem ook een opdracht.

“En God zegende hen, en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de aarde, en onderwerpt haar; en hebt heerschappij over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over al het gedierte dat op de aarde kruipt.”
— Genesis 1:28 (STV)

De mens was bedoeld als rentmeester van Gods schepping.

De val van de eerste Adam

Maar het verhaal van Genesis neemt een dramatische wending. De eerste mens, Adam, komt in opstand tegen God. Daardoor komt de zonde in de wereld.

Paulus beschrijft de gevolgen later zo:

“Daarom, gelijk door één mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood; en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben.”
— Romeinen 5:12 (STV)

Adam wordt zo het hoofd van een gevallen mensheid.

De mens draagt nog steeds Gods beeld, maar het is diep beschadigd. Toch blijft de waardigheid van het menselijk leven bestaan. Zelfs na de zondvloed zegt God:

“Wie des mensen bloed vergiet, diens bloed zal door den mens vergoten worden; want God heeft den mens naar Zijn beeld gemaakt.”
— Genesis 9:6 (STV)

De mens blijft dus drager van Gods beeld, maar leeft nu onder de macht van zonde en dood.

Christus als de laatste Adam

Het Nieuwe Testament openbaart vervolgens een indrukwekkend contrast. Paulus zet Adam en Christus tegenover elkaar.

“Alzo is er ook geschreven: De eerste mens Adam is geworden tot een levende ziel; de laatste Adam tot een levendmakenden Geest.”
— 1 Korinthe 15:45 (STV)

Adam ontving leven.
Christus geeft leven.

Daarom noemt Paulus Christus ook:

“De eerste mens is uit de aarde, aards; de tweede Mens is de Heere uit den hemel.”
— 1 Korinthe 15:47 (STV)

Hier verschijnen twee mensheden.

De mensheid in Adam
aards
sterfelijk
onder de zonde

De mensheid in Christus
hemels
nieuw leven
bestemd voor opstanding

Iedere mens staat uiteindelijk onder één van deze twee hoofden.

Waarom Christus de laatste Adam wordt genoemd

Paulus gebruikt bewust de term laatste Adam.

Dat betekent dat Christus het definitieve begin is van een nieuwe mensheid. Er komt geen nieuw hoofd meer na Hem.

In Adam begon de oude schepping.
In Christus begint de nieuwe.

Daarom zegt Paulus:

“Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden.”
— 1 Korinthe 15:22 (STV)

Christus is het begin van een nieuwe werkelijkheid.

Christus, de laatste Adam, als het volmaakte beeld van God

De Bijbel gaat nog verder. Christus is niet alleen de laatste Adam, maar ook het volmaakte beeld van God.

“Dewelke het Beeld is des onzienlijken Gods, de Eerstgeborene aller creaturen.”
— Kolossenzen 1:15 (STV)

Waar Adam faalde, verschijnt Christus als de ware Mens zoals God de mens bedoeld had.

Daarom wordt in Christus zichtbaar wat het betekent om werkelijk naar Gods beeld te leven.

Vernieuwing naar dat beeld

Voor gelovigen betekent dit dat zij deel krijgen aan dat nieuwe leven.

“En aangedaan hebt den nieuwen mens, die vernieuwd wordt tot kennis, naar het evenbeeld Desgenen, Die hem geschapen heeft.”
— Kolossenzen 3:10 (STV)

En Paulus zegt ook:

“Maar wij allen, met ongedekten aangezichte de heerlijkheid des Heeren als in een spiegel aanschouwende, worden naar hetzelfde beeld in gedaante veranderd van heerlijkheid tot heerlijkheid, als van des Heeren Geest.”
— 2 Korinthe 3:18 (STV)

Het doel van Gods werk is dus dat de mens opnieuw wordt gevormd naar het beeld van Christus.

De grote lijn van de Schrift

Door de hele Bijbel loopt één grote lijn.

De mens wordt geschapen naar Gods beeld.
Door Adam komt de zonde in de wereld.
Christus verschijnt als de laatste Adam.
In Hem begint een nieuwe mensheid.
En uiteindelijk zullen gelovigen volledig het beeld van Christus dragen.

Paulus vat dat samen met een indrukwekkende uitspraak:

“En gelijkerwijs wij het beeld des aardsen gedragen hebben, alzo zullen wij ook het beeld des Hemelsen dragen.”
— 1 Korinthe 15:49 (STV)

De moderne wereld probeert de mens te definiëren zonder God. De Bijbel doet precies het tegenovergestelde.

De Schrift zegt dat de mens alleen begrepen kan worden in het licht van twee personen:

Adam
en Christus.

De eerste bracht zonde en dood.
De tweede brengt leven en een nieuwe schepping.

 

De beslissende vraag is daarom niet: wie ben ik?

Maar:

Onder welk hoofd leef ik, Adam of Christus?

Want alleen in Christus wordt zichtbaar wat God bedoelde toen Hij de mens schiep naar Zijn beeld.

De toekomstige rol van de Gemeente

De toekomstige rol van de Gemeente

Wanneer wij de toekomstige rol van de Gemeente willen verstaan, moeten wij beginnen bij haar identiteit. Niet bij traditie. Niet bij kerkelijke formuleringen. Maar bij het beeld dat de Schrift zelf gebruikt.

De Gemeente is niet de verbondsvrouw van de HEERE.
Dát beeld hoort bij Israël.

De Gemeente is het Lichaam van Christus.

“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente.” (Kolossenzen 1:18 STV)

Vanuit dat beeld moeten wij haar toekomst doordenken.

Een hemelse roeping

De Gemeente heeft geen aardse roeping zoals Israël. Haar positie is hemels.

“En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus.” (Efeze 2:6 STV)

“Want ons burgerschap is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.” (Filippenzen 3:20 STV)

Israël verwacht de Messias op aarde.
De Gemeente verwacht Hem uit de hemel.

Dat bepaalt ook haar toekomst.

De opname: het eerstvolgende moment

Voor de Gemeente is de eerstvolgende profetische gebeurtenis niet het Koninkrijk op aarde, maar de ontmoeting met de Heere in de lucht.

“Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen tezamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen.” (1 Thessalonicenzen 4:17 STV)

Hier wordt geen aardse vestiging beschreven, maar een hemelse vereniging.

Dat past bij haar identiteit als Lichaam.

De rechterstoel van Christus

Na de opname volgt beoordeling van dienst.

“Want wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus.” (2 Korinthe 5:10 STV)

Dit is geen oordeel tot verdoemenis.
Het betreft loon en verantwoordelijkheid.

De Gemeente zal niet geoordeeld worden als volk (zoals Israël in Mattheüs 25), maar individueel als leden van het Lichaam.

Verschijnen met Christus

Wanneer Christus verschijnt in heerlijkheid, verschijnt de Gemeente met Hem.

“Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.” (Kolossenzen 3:4 STV)

Het Lichaam deelt in de openbaring van het Hoofd.

Dat is logisch.
Wat aan het Hoofd gebeurt, raakt het Lichaam.

Heersen met Christus

De Schrift leert dat gelovigen zullen delen in Zijn heerschappij.

“Indien wij verdragen, wij zullen ook met Hem heersen.” (2 Timotheüs 2:12 STV)

Dit heersen is geen overname van Israëls beloften.
Israël ontvangt het aardse Koninkrijk onder de Zoon van David.

De Gemeente deelt in de hemelse regering van Christus.

Het onderscheid blijft:

Israël — aards, koninklijk, nationaal.
Gemeente — hemels, organisch verbonden, mede-erfgenaam.

In de toekomende eeuwen

Paulus opent nog een breder perspectief:

“Opdat Hij zou betonen in de toekomende eeuwen den uitnemenden rijkdom Zijner genade, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus.” (Efeze 2:7 STV)

De Gemeente zal in de eeuwigheid een demonstratie zijn van Gods Genade.

Niet als natie.
Niet als verbondsvolk.
Maar als verlost Lichaam, verenigd met het Hoofd.

Waar de Gemeente niet toe is geroepen

De Gemeente is niet geroepen om:

  • het Koninkrijk nu te vestigen
  • politieke heerschappij te zoeken
  • de wereld te christianiseren

Zij is vreemdeling.

“Zo zijn wij dan gezanten van Christuswege.” (2 Korinthe 5:20 STV)

Een gezant vertegenwoordigt een ander rijk.

De toekomstige rol van de Gemeente is:

  • opgenomen worden tot Christus
  • voor Zijn rechterstoel verschijnen
  • met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid
  • delen in Zijn heerschappij
  • in de toekomende eeuwen Gods Genade openbaren

Dit alles vloeit voort uit één waarheid:

De Gemeente is het Lichaam van Christus.

En het Lichaam zal zijn waar het Hoofd is.

Onderzoek zelf de Schrift.
Vergelijk Schrift met Schrift.
Snijd het Woord recht.

zie ook:

De Gemeente is geen Israël

Het verschil tussen de tijd van het Koninkrijk en de tijd van de Gemeente

De toekomstige en zekere bekering van Israël, – geen automatisme

De grote verdrukking, voor wie bestemd

Schrift met Schrift vergelijken

Het verschil tussen de tijd van het Koninkrijk en de tijd van de Gemeente

Het verschil tussen de tijd van het Koninkrijk en de tijd van de Gemeente

Binnen het christendom bestaat onkunde over de vraag: in welke tijd leven wij eigenlijk? Spreekt de Bijbel over één doorgaande lijn, of maakt God onderscheid tussen verschillende huishoudingen? In het bijzonder worden het Koninkrijk en de Gemeente vaak met elkaar vereenzelvigd. Dat leidt tot leerstellige chaos, geestelijke druk en verkeerde verwachtingen.

De Schrift zelf maakt echter een scherp en principieel onderscheid. Wie dat onderscheid ziet, leest de Bijbel rustiger, helderder en consequenter.

De tijd van het Koninkrijk: beloften voor Israël

Het Koninkrijk is geen abstract begrip

Wanneer Johannes de Doper en de Heere Jezus optreden, verkondigen zij geen nieuwe religie, maar een concrete, profetisch beloofde werkelijkheid:

“Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.”  Mattheüs 4:17 (STV)

Dit Koninkrijk:

  • was beloofd in het Oude Testament
  • zou worden opgericht voor Israël
  • zou zichtbaar, aards en rechtvaardig zijn
  • zou geregeerd worden door de Messias, de Zoon van David

Voor een Jood in de eerste eeuw was dit volstrekt helder. Profeten als Jesaja, Jeremia en Ezechiël hadden gesproken over:

  • herstel van Israël
  • vrede onder de volken
  • gerechtigheid vanuit Jeruzalem

De vraag van de discipelen na de opstanding is dan ook veelzeggend:

“Heere, zult Gij in dezen tijd aan Israël het Koninkrijk weder oprichten? Handelingen 1:6 (STV)

Let op:
Jezus corrigeert niet hun verwachting van een toekomstig Koninkrijk, alleen het tijdstip.

De verwerping van de Koning en het uitstel van het Koninkrijk

Het drama van de evangeliën is niet slechts de kruisiging, maar wat eraan voorafgaat:

“Hij kwam tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.” Johannes 1:11 (STV)

Israël verwerpt:

  • Johannes de Doper
  • de prediking van Jezus
  • uiteindelijk de Messias Zelf

Het gevolg is niet dat het Koninkrijk “geestelijk” wordt, maar dat het wordt uitgesteld.

Zelfs na Pinksteren klinkt nog een oproep tot nationale bekering:

“Zo bekeert u dan… opdat de tijden der verkwikking mogen komen. Handelingen 3:19–21 (STV)

Maar Israël verhardt zich definitief. Het keerpunt wordt zichtbaar bij:

  • de steniging van Stefanus (Hand. 7)
  • de bekering en roeping van Paulus (Hand. 9)

 De openbaring van iets totaal nieuws: de Gemeente

Geen voortzetting, maar een verborgenheid

De Gemeente is niet:

  • het geestelijk geworden Israël
  • het Koninkrijk in afwachting
  • een noodoplossing

De Gemeente is:

“een verborgenheid, die van de eeuwen en van de geslachten verborgen is geweest.” Kolossenzen 1:26 (STV)

Dat betekent:

  • Niet geopenbaard in het Oude Testament
  • Niet gepredikt door Jezus in de evangeliën
  • Niet bekend bij de twaalf apostelen vóór Paulus

Deze waarheid wordt uitsluitend toevertrouwd aan Paulus:

“Mij is deze genade gegeven… om te verkondigen de verborgenheid.”  Efeze 3:2–9 (STV)

De Gemeente:

  • is geen volk
  • heeft geen land
  • heeft geen wet
  • heeft geen zichtbare heerschappij

Maar:

  • is het Lichaam van Christus
  • heeft een hemelse positie
  • leeft onder, door en uit Genade

“Gezegend zij de God… Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegeningen in de hemel.” Efeze 1:3 (STV)

“Want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.” Romeinen 6:14 (STV)

De Gemeente regeert nu niet, maar lijdt, dient en getuigt. Haar toekomst is niet het Koninkrijk op aarde, maar:

  • de Opname, wegrukking
  • vereniging met Christus
  • later: mede-regeren ná deze bedeling

Twee tijden, twee roepingen

Tijd van het Koninkrijk Tijd van de Gemeente
Gericht op Israël Joden en heidenen samen
Aards Hemels
Zichtbaar Verborgen
Wet en profeten Genade
Koning regeert Christus als Hoofd
Bekering van een volk Roeping van een Lichaam

Waarom dit onderscheid alles bepaalt

Wanneer Koninkrijk en Gemeente worden vermengd:

  • wordt de Gemeente onder wet en aardse verwachtingen geplaatst
  • worden beloften aan Israël geestelijk gemaakt
  • ontstaat druk, activisme en teleurstelling

Veel hedendaagse dwalingen vinden hier hun oorsprong:

  • vervangingstheologie
  • verbondstheologie
  • kingdom-now-denken
  • christelijk zionisme zonder Schrift

De Schrift daarentegen bewaart rust en orde door onderscheid.

 Nu: Het Koninkrijk is beloofd.
Straks:De Gemeente is geopenbaard.
Straks:Het Koninkrijk komt zichtbaar.
Nu:De Gemeente leeft verborgen.

 

Wie Koninkrijk en Gemeente uit elkaar houdt,
snijdt de Schrift recht
en bewaart de Genade zuiver.

 

Heeft een voorganger bijzonder gezag over een gelovige?

Heeft een voorganger bijzonder gezag over een gelovige?

In kerken wordt – soms openlijk, soms subtiel – de indruk gewekt dat een voorganger, dominee of geestelijk leider bijzonder gezag zou hebben over, het geloof of de keuzes van een gelovige. In een preek die ik onlangs hoorde werd zoiets verondersteld met een voorbeeld.

Wie daar vragen bij stelt, krijgt al snel te horen dat hij “ongehoorzaam” is, “onder gezag moet leren staan” of “tegen God ingaat”.

Maar is dat wel Bijbels?

Het enige absolute gezag in de gemeente

Het Nieuwe Testament is hier opvallend eenduidig over
Christus alleen is het Hoofd van de gemeente.

“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der gemeente,.”
(Kolossenzen 1:18 STV)

Er is geen tweede hoofd, geen plaatsvervanger en geen aardse autoriteit die tussen Christus en de gelovige instaat.

Jezus Zelf zegt zelfs expliciet:

“Een is uw Meester, en gij zijt allen broeders.”
(Mattheüs 23:8 STV)

Dat zet meteen een dikke streep door elke geestelijke hiërarchie waarin de één boven de ander staat

Wat is een voorganger dan wél?

Opvallend genoeg gebruikt het Nieuwe Testament het woord voorganger niet als ambtstitel. In plaats daarvan lezen we over:

  • oudsten
  • herders
  • opzieners
  • leraars

Hun taak is niet heersen, maar dienen:

“Weidt de kudde Gods die onder u is, hebbende opzicht daarover, niet uit bedwang, maar gewilliglijk, noch om vuil gewin, maar met een volvaardig gemoed; Noch als heerschappij voerende over het erfdeel des Heeren, maar als voorbeelden der kudde geworden zijnde.”
(1 Petrus 5:2–3 STV)

Een Bijbelse leider:

  • dwingt niet
  • beheerst geen gewetens
  • claimt geen exclusieve toegang tot Gods wil

Hij wijst, hij onderwijst, hij dient.

Gehoorzaamheid

Een vaak geciteerd vers is:

“Weest uw voorgangers gehoorzaam, en zijt hun onderdanig…”
(Hebreeën 13:17 STV)

Maar dit vers kan nooit los gelezen worden van de rest van de Schrift. Dezelfde Bijbel zegt namelijk ook:

“Beproeft alle dingen; behoudt het goede.”
(1 Thessalonicenzen 5:21 STV)

En zelfs Paulus werd getoetst:

“Zij onderzochten dagelijks de Schriften of deze dingen alzo waren.”
(Handelingen 17:11 STV)

Gehoorzaamheid in de gemeente is geen blind volgen, maar een vrijwillige erkenning van geestelijk leiderschap zolang dat leiderschap onder het Woord blijft.

De gelovige staat rechtstreeks voor en onder God

Een kernwaarheid bij Paulus is persoonlijke verantwoordelijkheid:

“Zo dan, een iegelijk van ons zal voor zichzelf rekenschap geven aan God.”
(Romeinen 14:12 STV)

Niet via:

  • een kerk
  • een voorganger
  • een geestelijke structuur

Ook is er maar één Middelaar:

“Want er is één Middelaar tussen God en de mensen, de mens Christus Jezus.”
(1 Timotheüs 2:5 STV)

Wie geestelijk gezag zo uitlegt dat een voorganger als tussenpersoon fungeert, gaat tegen deze waarheid in.

Wanneer wordt gezag misbruik?

Gezag wordt onbijbels wanneer een voorganger:

  • spreekt alsof hij Gods stem is
  • persoonlijke beslissingen dicteert
  • kritiek gelijkstelt aan opstand
  • vrijheid in Christus verdacht maakt

Paulus zegt daarover:

“Niet dat wij heerschappij voeren over uw geloof, maar wij zijn medewerkers uwer blijdschap; want gij staat door het geloof..”
(2 Korinthe 1:24 STV)

Dit ene vers alleen al ontmantelt elke vorm van geestelijke machtsuitoefening.

Samengevat

De Bijbel leert geen geestelijke hiërarchie waarin voorgangers bijzondere macht hebben over gelovigen. Zij hebben:

  • geen gezag over het geweten
  • geen heerschappij over het geloof
  • geen plaats tussen Christus en de gelovige

Wel hebben zij een roeping om te dienen, te onderwijzen en voor te leven.

Christus is het Hoofd, de gelovige is vrij.
Leiderschap is dienstbaarheid.

zie ook:

Apostelen vandaag?

“Koning Jezus” (vervolg)

“Koning Jezus” (vervolg)

Waarom de gemeente geen koninkrijk is en geen bruid

De uitdrukking “Koning Jezus” klinkt vroom en bijbels. Toch gaat het hier vaak mis. Niet omdat de titel Koning onjuist zou zijn, maar omdat men die op de verkeerde relatie toepast.

De Bijbel maakt namelijk een scherp onderscheid tussen:

  • Israël
  • de gemeente
  • en de verschillende relaties die Jezus Christus tot beiden heeft.

Wie dat onderscheid loslaat, raakt vroeg of laat verstrikt in verwarring.

 

koning Jezus

Jezus is Koning — maar waarvan?

De Schrift is helder: Jezus is Koning.
Maar nooit wordt Hij Koning genoemd van de gemeente.

Bijbelse werkelijkheid:

  • Hij is Koning van Israël
  • erfgenaam van de troon van David
  • Koning van het toekomstige aardse koninkrijk

Dat koningschap is:

  • door Israël verworpen
  • daardoor uitgesteld
  • en zal pas openbaar worden bij Zijn wederkomst

“Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld.” (Johannes 18:36)

Dat betekent niet dat het Koninkrijk geestelijk is,
maar dat het nu nog niet gevestigd is.

De gemeente staat niet onder een Koning

De gemeente wordt in het Nieuwe Testament nooit voorgesteld als een volk met een koning en onderdanen.

Integendeel.

De Bijbel zegt consequent:

  • Christus is het Hoofd
  • de gemeente is het lichaam

“Hij is het Hoofd van het lichaam, namelijk van de gemeente.” (Kolossenzen 1:18)

Een hoofd:

  • regeert geen onderdanen
  • maar stuurt een lichaam aan
  • in een levende, organische eenheid

Dat is geen koninklijke, maar een lichamelijke relatie.

De gemeente is óók geen bruid

Nog zo’n hardnekkig misverstand:
“De gemeente is de bruid van Christus.”

Dat klinkt vertrouwd, maar is bijbels onjuist.

Waarom?

De bruid/vrouw-taal in de Bijbel is verbondstaal — en die hoort exclusief bij Israël.

Israël:

  • ging een huwelijksverbond aan (Sinaï)
  • werd ontrouw (overspel)
  • werd verstoten
  • zal hersteld worden
  • en zal als bruid terugkeren

De gemeente:

  • heeft geen huwelijksverbond
  • geen overspelgeschiedenis
  • geen echtscheiding
  • geen profetisch herstel als vrouw

Daarom kan de gemeente niet de bruid zijn.

Openbaring 21 bevestigt dit:
de bruid wordt geïdentificeerd met het nieuwe Jeruzalem, verbonden aan Israël — niet met de gemeente als lichaam.

Wat is de gemeente dan wél?

De Schrift gebruikt voor de gemeente andere beelden:

  • Lichaam
  • Huisgezin
  • Tempel
  • Kinderen van God

“Zo zijt gij dan … huisgenoten van God.” (Efeze 2:19)

Dat is een familierelatie, geen koninklijke hiërarchie.

Wij zijn:

  • geen onderdanen
  • maar kinderen
  • geen volk onder een koning
  • maar leden onder een Hoofd

Waarom dit onderscheid essentieel is

Zodra men zegt:

  • “Jezus is Koning van de gemeente”
  • of “de gemeente is de bruid”

ontstaat onvermijdelijk:

  • vermenging van Israël en gemeente
  • koninkrijkstheologie
  • het idee dat wij (nu) een koninkrijk moeten bouwen
  • verlies van bijbels perspectief op profetie

Wat begint als taalgebruik, eindigt als afwijkende leer

Samenvattend

De Bijbel is helder, mits we haar laten spreken:

  • ✔️ Jezus is Koning
  • ✔️ Hij is Koning van Israël
  • ❌ Hij is geen Koning van de gemeente
  • ✔️ De gemeente is Zijn lichaam
  • ❌ De gemeente is geen bruid
  • ✔️ De bruid is Israël

Niet alles wat vroom klinkt, is Bijbels.
Maar alles wat Bijbels is, verdraagt helder onderscheid en bestudering.

Geverifieerd door MonsterInsights