De Wet is niet alleen de Tien Geboden: staat een christen onder de Wet?

Waarom worden christenen (steeds weer) onder de wet van Mozes geplaatst

Zijn christenen onder de Tien Geboden? Wat bedoelt de Bijbel eigenlijk met de Wet? Veel predikers beantwoorden die vraag zonder deze eerst goed te onderzoeken. De redenering klinkt vertrouwd:

‘de ceremoniële wetten van Israël zijn afgeschaft, maar de Tien Geboden zijn Gods eeuwige morele wet en gelden daarom onverkort voor de christen.’

Het klinkt degelijk. Het klinkt Bijbels.

Maar is het dat ook? Wat zegt de Bijbel?

Want zodra we de Schrift zelf laten spreken, ontstaat er een probleem. De Bijbel maakt nergens zo gemakkelijk de scheiding die tegenwoordig vanaf kansels wordt gemaakt. De Tien Geboden staan niet los van de Wet. Ze behoren tot het verbond dat God met Israël sloot.

En Paulus zegt niet dat de gelovige onder een verkorte versie van Mozes is geplaatst.

Hij zegt:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
Romeinen 6:14

Niet: niet onder de ceremoniële wet.

Niet: niet onder de burgerlijke wet.

Maar:

niet onder de wet.

Dat verschil is groter dan menig prediker zijn gehoor vertelt.

De Wet is meer dan de tien geboden
De Wet is niet alleen de tien geboden

De Tien Geboden zijn niet de hele Wet

De Schrift kent inderdaad de Tien Woorden.

“En Hij schreef op de tafelen de woorden des verbonds, de tien woorden.”
Exodus 34:28

Zie ook Deuteronomium 4:13 en Deuteronomium 10:4.

De Tien Woorden hebben dus zonder twijfel een bijzondere plaats binnen het verbond. Ze werden door God op stenen tafelen geschreven.

Maar daarmee is de Wet niet beperkt tot tien geboden.

Wie na Exodus 20 gewoon verder leest, ontdekt dat de wetgeving doorgaat. Exodus 21, 22 en 23 bevatten allerlei geboden en bepalingen. Daarna volgen voorschriften over de tabernakel, priesterdienst, offers, reinheid, feesten, voedsel, rechtspraak en het maatschappelijke leven van Israël.

De Wet is een compleet verbondsstelsel

De latere Joodse traditie heeft de geboden van de Torah geteld en kwam tot het bekende aantal van 613. Over die precieze telling kan worden gediscussieerd, want de Bijbel geeft zelf nergens het getal 613.

Maar één ding staat buiten discussie:

het zijn er aanzienlijk meer dan tien.

Wie daarom voortdurend spreekt over “de Wet” en daarmee eigenlijk alleen de Tien Geboden bedoelt, heeft de Bijbelse betekenis van het begrip al versmald voordat de uitleg begonnen is.

 

Aan wie werden de Tien Geboden gegeven?

Dit is misschien wel de meest genegeerde vraag in de discussie.

Tegen wie spreekt God in Exodus?

De tekst geeft zelf het antwoord:

“Aldus zult gij tot het huis van Jakob spreken, en den kinderen Israëls verkondigen.”
Exodus 19:3

Niet aan de Gemeente.

Niet aan alle volkeren.

Niet aan de mensheid in het algemeen.

Aan Israël.

God zegt:

“Nu dan, indien gij naarstiglijk Mijner stem zult gehoorzamen, en Mijn verbond houden, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken…”
Exodus 19:5

En Israël antwoordt:

“Al wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen!”
Exodus 19:8

Pas daarna komen we bij Exodus 20.

En hoe beginnen de Tien Geboden?

“Ik ben de HEERE uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb.”
Exodus 20:2

Wie was uit Egypte geleid?

De Gemeente?

Een Nederlander in 2026?

Nee.

Israël.

Dat betekent niet dat wij niets uit Exodus 20 kunnen leren. De gehele Schrift is ons tot lering gegeven. Maar iets kan voor ons geschreven zijn zonder aan ons gericht te zijn.

Dat onderscheid negeren is een gegarandeerd recept voor verwarring.

Paulus bevestigt bovendien aan wie de wetgeving gegeven was:

“Welke Israëlieten zijn, welker is de aanneming tot kinderen, en de heerlijkheid, en de verbonden, en de wetgeving…”
Romeinen 9:4

De verbonden en de wetgeving behoren hier nadrukkelijk bij Israël.

Waarom wordt dat zo weinig verteld wanneer men de Tien Geboden aan de Gemeente voorhoudt?

 

De Wet kwam 430 jaar na de belofte

Ook de plaats van de Wet in de heilsgeschiedenis wordt door de apostel Paulus nauwkeurig aangegeven.

Hij schrijft:

“En dit zeg ik: Het verbond, dat tevoren van God bevestigd is op Christus, wordt door de wet, die na vierhonderd en dertig jaren gekomen is, niet krachteloos gemaakt, om de beloftenis te niet te doen.”
Galaten 3:17

De Wet was er dus niet altijd.

Zij kwam.

Paulus vraagt vervolgens:

“Waartoe is dan de wet? Zij is om der overtredingen wil daarbij gesteld…”
Galaten 3:19

Let op die woorden:

“daarbij gesteld.”

De Wet kreeg binnen Gods handelen een bepaalde plaats en functie.

Zij was niet Gods methode om zondaren zalig te maken.

“Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.”
Romeinen 3:20

De Wet legt de zonde bloot.

De Wet veroordeelt de overtreder.

De Wet maakt duidelijk wat overtreding is.

Maar de Wet kan een zondaar niet rechtvaardigen.

 

De Wet is geen ladder naar God

Hier ontspoort veel prediking.

Men zegt eerst dat behoud volledig uit genade is en hangt vervolgens de stenen tafelen alsnog boven het hoofd van de gelovige als norm waaronder hij geplaatst zou zijn.

Maar Paulus noemt de Wet geen ladder waarmee de mens omhoog klimt.

Integendeel:

“Want zovelen als er uit de werken der wet zijn, die zijn onder den vloek…”
Galaten 3:10

En vervolgens citeert hij:

“Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, om dat te doen.”
Galaten 3:10

Let opnieuw op:

al hetgeen.

Niet negen van de Tien Geboden.

Niet een selectie morele voorschriften.

Wie zich op de Wet beroept als rechtsgrond, krijgt niet het recht om zelf het pakket samen te stellen.

 

Paulus kent geen christelijk boodschappenmandje bij Mozes

Dit is precies waar het ongemakkelijk wordt.

Veel predikers lijken met een denkbeeldig boodschappenmandje door de Wet van Mozes te lopen.

Besnijdenis?

Niet meer nodig.

Voedselwetten?

Voorbij.

Israëls feestdagen?

Niet verplicht.

Offerwetten?

Vervuld.

Priesterdienst?

Voorbij.

Sabbat op de zevende dag?

Nou ja, daar maken we zondag van.

Maar vervolgens komen we bij:

“Gij zult niet doodslaan.”

“Gij zult niet stelen.”

“Gij zult geen overspel doen.”

En plotseling klinkt het:

Kijk, hier staat Gods Wet waaronder de christen leeft!

Maar op grond waarvan werd die selectie gemaakt?

Waar zegt Paulus:

Van de Wet van Mozes blijven voor de Gemeente precies deze tien bepalingen als verbondswet over?

Die tekst bestaat niet.

 

De gehele Wet betekent de gehele Wet

Paulus schrijft:

“En ik betuig wederom een iegelijk mens, die zich laat besnijden, dat hij een schuldenaar is de gehele wet te doen.”
Galaten 5:3

Dat is vernietigend voor selectief wetticisme.

Wie zich voor zijn positie voor God onder de Wet stelt, krijgt niet het recht te zeggen:

Deze wel, die niet.

De Wet vormt een geheel.

Ook Jakobus schrijft:

“Want wie de gehele wet zal houden, en in één zal struikelen, die is schuldig geworden aan alle.”
Jakobus 2:10

Waarom?

Omdat achter alle geboden dezelfde Wetgever staat.

Je kunt daarom niet eerst de Wet opdelen, vervolgens zelf bepalen welk deel nog bindend is en daarna dat geselecteerde deel opnieuw aan de Gemeente opleggen alsof Paulus daar geen woord over geschreven heeft.

 

En dan die stenen tafelen…

Hier wordt het voor de predikers van de Tien Geboden werkelijk lastig.

Want wat zegt Paulus over hetgeen in stenen geschreven was?

“En indien de bediening des doods in letters bestaande, en in stenen ingedrukt, in heerlijkheid is geweest…”
2 Korinthe 3:7

Lees dat nog eens.

In stenen ingedrukt.

Waar doet dat aan denken?

Precies.

De stenen tafelen.

En hoe noemt Paulus die bediening?

“De bediening des doods.”

Dat betekent niet dat de Wet slecht was. Paulus zegt nadrukkelijk:

“Alzo is dan de wet heilig, en het gebod is heilig, en rechtvaardig, en goed.”
Romeinen 7:12

Het probleem ligt niet bij Gods Wet.

Het probleem ligt bij de zondige mens.

nEn daarom kan de Wet hem niet redden

Paulus vervolgt in 2 Korinthe 3:

“Want indien hetgeen te niet gedaan wordt, in heerlijkheid was, veel meer is hetgeen blijft, in heerlijkheid.”
2 Korinthe 3:11

Waarom wordt 2 Korinthe 3 zo zelden gelezen wanneer men christenen weer voor de stenen tafelen zet?

 

Het sabbatsgebod ontmaskert de constructie

En dan komen we bij het gebod dat de inconsistentie pijnlijk zichtbaar maakt:

“Gedenkt den sabbatdag, dat gij dien heiligt.”
Exodus 20:8

Als de Tien Geboden letterlijk Gods blijvende verbondswet voor de Gemeente zijn, waarom houden de meeste predikers van diezelfde Tien Geboden dan niet de sabbat zoals het gebod voorschrijft?

De sabbat is de zevende dag.

Niet de zondag, dat is de eerste dag van de week.

Je kunt niet tegelijkertijd zeggen:

“De Tien Geboden zijn onveranderlijk.”

en vervolgens bij gebod vier zeggen:

“Behalve deze; die passen we aan.”

Dan zijn blijkbaar ineens niet de stenen tafelen de norm.

Dat alleen al zou reden genoeg moeten zijn om opnieuw naar Paulus te luisteren.

 

“Dus mogen we nu stelen en overspel plegen?”

Dit is het voorspelbare vleselijke bezwaar.

En het verraadt eigenlijk hoe diep wettisch sommige christenen hebben leren denken.

Alsof er slechts twee mogelijkheden bestaan:

Mozes óf wetteloosheid.

Paulus kent die tegenstelling niet.

Hij schrijft:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
Romeinen 6:14

En direct daarna:

“Wat dan? Zullen wij zondigen, omdat wij niet zijn onder de wet, maar onder de genade? Dat zij verre.”
Romeinen 6:15

Daarmee is het probleem Bijbels beantwoord.

Niet onder de Wet staan betekent niet dat zonde ineens goed is.

Integendeel.

Paulus schrijft:

“Die gestolen heeft, stele niet meer…”
Efeze 4:28

Hij schrijft:

“Daarom legt af de leugen, en spreekt de waarheid…”
Efeze 4:25

En:

“Maar hoererij en alle onreinigheid of gierigheid, laat ook onder u niet genoemd worden…”
Efeze 5:3

De genade geeft géén vrijbrief voor zonde.

Maar let op het verschil:

Paulus brengt de gelovige niet terug naar Sinaï om hem vervolgens met Mozes tot een heilig leven te dwingen.

Hij vertrekt vanuit onze positie in Christus.

Dat is een totaal ander fudament.

 

Genade is geen afgezwakte Wet

Hier zit misschien de hardnekkigste fout.

Genade wordt soms behandeld alsof God onder het Nieuwe Testament een lichtere versie van de Wet heeft ingevoerd.

Mozes 2.0.

Tien Geboden, maar dan zonder offers, zonder besnijdenis en met zondag in plaats van zaterdag.

Dat is helemaal geen goede samenvatting van Paulus

Paulus zegt:

“Maar nu zijn wij vrijgemaakt van de wet, overmits wij dien gestorven zijn, onder welken wij gehouden waren; alzo dat wij dienen in nieuwigheid des Geestes, en niet in de oudheid der letter.”
Romeinen 7:6

Dat is radicaal.

Vrijgemaakt van de Wet

Niet vrijgemaakt van drieënzestig procent van de Wet.

Niet slechts vrijgemaakt van de ceremoniële bijlagen

Vrijgemaakt van de Wet om te dienen in nieuwigheid des Geestes.

 

Waarom blijven predikers dan hameren op de Tien Geboden?

Omdat de Tien Geboden in eeuwen van kerkelijke traditie vrijwel synoniem zijn geworden met “Gods morele wet”.

Daardoor leest men die gedachte gemakkelijk terug in de Schrift.

Maar traditie is geen exegese.

Dat een catechismus de Wet op een bepaalde manier indeelt, betekent nog niet dat Paulus dat ook doet.

Dat een kerk eeuwenlang iedere zondag de Tien Geboden heeft voorgelezen, maakt die gewoonte nog niet tot een apostolische opdracht aan het Lichaam van Christus.

De vraag moet altijd blijven:

Wat zegt de Schrift?

Niet:

Wat zijn wij gewend dat de Schrift zegt?

 

De Wet moet op haar Bijbelse plaats blijven

Dit alles maakt de Wet niet waardeloos.

Integendeel.

“Doch wij weten, dat de wet goed is, zo iemand die wettelijk gebruikt.”
1 Timotheüs 1:8

Daar zit de sleutel:

wettelijk gebruikt.

De Wet is heilig, rechtvaardig en goed.

De Wet openbaart Gods heiligheid.

De Wet maakt zonde openbaar.

De Wet leert ons enorm veel over Gods handelen met Israël.

De Wet getuigt op talloze manieren van Christus.

Maar een goed gebruik van de Wet betekent niet dat wij haar uit haar heilshistorische plaats slopen en vervolgens als verbondswet op de Gemeente leggen.

 

Christus is niet gekomen om Mozes een christelijke outfit te geven

De grote fout van de prediking van de Tien Geboden is daarom niet dat men tegen moord, diefstal, leugen en overspel waarschuwt.

Dat doet Paulus ook.

De fout ontstaat wanneer men de Mozaïsche Wet op enige wijze tot rechtsgrond voor het christelijke leven maakt, terwijl Paulus de gelovige nadrukkelijk een andere positie aanwijst.

“Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden.”
Johannes 1:17

En:

“Want Christus is het einde der wet, tot rechtvaardigheid een iegelijk, die gelooft.”
Romeinen 10:4

We hoeven de Wet niet af te breken.

We moeten haar laten staan waar God haar heeft geplaatst.

Bij Israël.

Binnen het oude verbond.

Met een bepaalde functie in Gods handelen.

En we moeten de Gemeente eveneens laten staan waar God haar heeft geplaatst:

in Christus.

 

Houd op met christenen terug te sturen naar Sinaï

Wie gelovigen voortdurend naar de stenen tafelen terugstuurt om daar de grondslag van hun christelijke wandel te zoeken, doet uiteindelijk tekort aan de rijkdom van hun positie in Christus.

Onze heiliging komt niet voort uit een afgezwakte versie van Mozes.

Onze wandel vloeit voort uit wat God ons in Christus gemaakt heeft.

Daarom zegt Paulus niet:

Gij hebt Mozes ontvangen, wandelt dan in hem.

Hij schrijft:

“Gelijk gij dan Christus Jezus, den Heere, hebt aangenomen, wandelt alzo in Hem.”
Kolossenzen 2:6

Dat is de positie van de gelovige.

Niet terug naar Egypte.

Niet terug naar Sinaï.

Niet opnieuw onder de stenen tafelen.

Maar wandelen in Christus.

De Wet was goed.

De Wet was heilig.

De Wet had haar door God bepaalde functie.

Maar maak van de Tien Geboden geen christelijke mini-Wet die Paulus vervolgens vergeten zou zijn te noemen.

De apostel is duidelijk genoeg:

“Want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
Romeinen 6:14

Misschien moeten we eindelijk ophouden daar stilletjes aan toe te voegen:

“…behalve natuurlijk de Tien Geboden.”

Dat staat er namelijk niet.

YouTube player

 

lees ook;

Vrij van de Wet , o vreugdevol leven – Bijbelse basis

Wet en Genade sluiten elkaar uit – Bijbelse basis

Stelt de Heilige Geest ons in staat de wet te vervullen? – Bijbelse basis

Hebreeën 12: niet terug naar Sinaï, maar zien op Jezus – Bijbelse basis

De wet onder een nieuw etiket als “Tien kernwaarden voor het leven van een christen?” – Bijbelse basis

Waren gelovigen uit de volken ooit onder de Wet? – Bijbelse basis

Waren gelovigen uit de volken ooit onder de wet? (2) – Bijbelse basis

extern:

Wettig gebruik der wet_hires.pdf

https://vlichthus.nl/wp-content/uploads/2014/12/De_tien_geboden_S.pdf

de wet » Bijbels Panorama

De vloek van de wet

De vloek van de wet

Wie zich beroemt op zijn goede werken, bewijst daarmee niet zijn geestelijkheid, maar zijn blindheid. Want wie de wet als grond kiest, kiest bewust voor de vloek van de wet. Dat is geen interpretatie, maar een keiharde Bijbelse vaststelling. Paulus laat hier geen ruimte voor nuance, ingelegde theorieeen of ontsnappingsroutes.

De wet van Mozes was geen opstap naar rechtvaardiging, maar een met vervloeking bekrachtigd verbond. Niet omdat God wreed is, maar omdat de mens zondig is. De vloek was geen dreiging aan de rand van het verbond; zij was het logische en onafwendbare gevolg ervan. Een wet voor zondaars eindigt altijd in veroordeling.

Alleen vervloekingen

Op de berg Ebal wordt dit onmiskenbaar zichtbaar. Geen zegen, geen bemoediging, geen perspectiefalleen vervloekingen. En het volk zei  twaalf keer “Amen”. Men zette er vrijwillig zijn handtekening onder.

Wie vandaag doet alsof de Wet bedoeld was om leven te schenken, herschrijft de Schrift.

Het idee dat de mens zich door wetsgehoorzaamheid zou kunnen rechtvaardigen, is plat zelfbedrog. Het veronderstelt een mens die niet bestaat: een mens zonder zonde. De werkelijkheid is dat de wet niets anders doet dan blootleggen, aanklagen en veroordelen. Zij geneest niet; zij veroordeelt en doodt.

Wetsdenken

Zelfvervloeking is daarom geen ontsporing, maar een logisch gevolg van wetsdenken. In Numeri 5 wordt de vloek ritueel toegepast. In Deuteronomium 29 wordt gesproken over “de vervloeking” van de wet. In Nehemia 10 roept het volk vernietiging over zichzelf af. En in Handelingen 23 vervloeken mensen zichzelf om een apostel te vermoorden. Wie dit patroon niet ziet, wil het niet zien.

De wet produceert geen heiligen, maar fanatici. Zij voedt angst, schuld en geweldnooit leven. Daarom noemt Paulus haar zonder omhaal een “bediening des doods” en van veroordeling. En toch blijven sommige christenen deze opnieuw omhelzen, alsof er enige geestelijke winst te behalen valt.

Dat is geen vroomheid, maar regressie.

Rectvaardiging alleen ZONDER de wet

Wie zich opnieuw onder de wet plaatst om gerechtvaardigd te worden, verraadt het kruis. Christus is niet gestorven om de wet een beetje milder te maken. Hij is tot een vloek geworden, juist omdat de wet alleen maar vervloeken kan. Wie dat afzwakt, maakt Zijn offer overbodig.

Christus heeft het oordeel gedragen. Punt. Wie Hem daarna weer aanvult met wet, zegt feitelijk dat Zijn werk onvoldoende was. Alleen ZONDER de wet is er rechtvaardiging.

 Maar nu is de rechtvaardigheid Gods geopenbaard geworden zonder de wet, hebbende getuigenis van de Wet en de Profeten (Romeinen 3:21 STV)

Alleen in de Geest is er gehoorzaamheid. Alles daarbuiten is platte religieuze schone schijn, en uiteindelijk: de vloek. Met als resultaat de dood.

Zie ook:

De Wet, alleen de vloek weggenomen? – Bijbelse basis

“Ik ben niet gekomen om de Wet te ontbinden, maar te vervullen” – Bijbelse basis

Waren gelovigen uit de volken ooit onder de Wet? – Bijbelse basis

De wet onder een nieuw etiket als “Tien kernwaarden voor het leven van een christen?” – Bijbelse basis

Why the Ten Commandments Are Not “Ten Core Values for Christian Life” – Bijbelse basis

“Ik ben niet gekomen om de Wet te ontbinden, maar te vervullen”

Alsnog onder de wet?

“Ik ben niet gekomen om de Wet te ontbinden, maar te vervullen”

Mattheüs 5:(SV)

17 Meent niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om die te ontbinden, maar te vervullen.
18 Want voorwaar zeg Ik u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet één jota noch één tittel van de Wet voorbijgaan, totdat het alles zal zijn geschied.
19 Zo wie dan één van deze minste geboden zal ontbonden en de mensen alzo zal geleerd hebben, die zal de minste genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar zo wie dezelve zal gedaan en geleerd hebben, die zal groot genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen.

 

Dit Bijbelgedeelte wordt soms aangehaald om ons te vertellen dat de wet nog steeds zeggenschap heeft voor, maar meer nog over Christenen. Maar dat is een foute conclusie, gebaseerd op een verkeerde lezing van wat Jezus hier zegt

De Here Jezus spreekt vóór kruis en opstanding

Allereerst: Jezus spreekt deze woorden onder de bedeling van de wet.
Hij is nog niet gestorven, de wet is nog volledig van kracht, en Israël staat nog onder het oude verbond.

Dat Jezus de wet op dat moment niet ontbindt, is vanzelfsprekend.
Een verbond wordt niet afgeschaft vóórdat het doel ervan is bereikt

“Vervullen” is niet: voortzetten

Het sleutelwoord is vervullen.

Vervullen betekent niet:

  • bevestigen,
  • verlengen,
  • opnieuw opleggen aan anderen.

Vervullen betekent:

  • tot voltooiing brengen,
  • het doel bereiken,
  • afronden.

Wanneer een contract is vervuld, blijft het niet gelden — het is juist afgelopen.
Zo ook met de wet.

Jezus vervult:

  • de morele eisen van de wet,
  • de ceremoniële voorschriften,
  • de profetische verwachting.

Niet door ze opnieuw op de mens te leggen, maar door ze volledig op Zich te nemen

“Totdat alles is geschied”

Jezus zegt niet dat de wet blijft gelden tot het einde van de wereld, maar:

“totdat alles is geschied.”

De cruciale vraag is hier: wanneer is “alles” geschied?

Het antwoord geeft Jezus Zelf:

“Het is volbracht.”

Daarmee is:

  • de wet vervuld,
  • de vloek gedragen,
  • aan de eis voldaan.

De hemel en aarde staan nog, maar de wet heeft haar doel bereikt

Paulus spreekt expliciet verder

Als de Here Jezus in Mattheüs 5 zou leren dat de wet blijvend heersend is over gelovigen, dan zou Paulus een valse leraar zijn.

Maar Paulus zegt ondubbelzinnig:

  • wij zijn gestorven voor de wet,
  • wij zijn vrijgemaakt van de wet,
  • Christus is het einde van de wet.

De Schrift spreekt zichzelf niet tegen.
Mattheüs 5 beschrijft de weg naar het kruis.
Paulus beschrijft de situatie ná het kruis.

De diepste ironie

Ironisch genoeg bevestigt Mattheüs 5 juist het tegenovergestelde van wat men ermee wil bewijzen.

Want als:

  • de wet tot op de kleinste letter moet worden vervuld,
  • en Jezus dat volledig heeft gedaan,

dan is er niets meer over om door ons te worden vervuld.

Wie na Christus alsnog teruggrijpt op de wet, zegt in feite:

Zijn vervulling was niet genoeg.

Jezus zegt niet:

“De wet blijft voor altijd staan voor Mijn volgelingen.”

Hij zegt:

Ik zal de wet volledig tot haar doel brengen.”

En precies dát is wat Hij gedaan heeft.

Zie ook Romeinen 13:8

 

Geverifieerd door MonsterInsights