Kapstok prediking is bijvoorbeeld dit

Wanneer een Bijbeltekst een kapstok wordt

Over genezing, geloof en het gevaar van losse bewijsverzen

Soms klinkt een boodschap op het eerste gehoor krachtig, Bijbels en vol geloof. Er worden bekende woorden gebruikt: “Het is volbracht,” “door Zijn striemen bent u genezen,” “Jezus heeft de prijs betaald.” Wie zou daar bezwaar tegen willen maken? Het zijn immers Bijbelse woorden. En toch kan daar een groot probleem zitten.>Niet elke boodschap waarin Bijbelteksten voorkomen, is daarmee  automatisch ook Bijbelse prediking. Een tekst kan heel eenvoudig gebruikt worden als kapstok: men hangt er een leerstelling aan op die niet  uit de tekst zelf voortkomt. De tekst wordt niet uitgelegd, maar gebruikt als springplank voor een vooraf gekozen boodschap. Inlegkunde wordt zo iets ook wel genoemd.
Een kort fragment over genezing  uit een preek van Johan Toet laat goed zien hoe dat dan gaat. De boodschap komt hierop neer:

“U bent genezen. Door Zijn striemen bent u genezen. Het is voltooid verleden tijd.

Dat klinkt nogal autoritair. Maar is het ook Bijbels verantwoord?

kapstokprediking
Wanneer een Bijbeltekst een kapstok wordt

Wat is kapstokprediking?

Kapstokprediking hebben we het over wanneer een Bijbeltekst niet zorgvuldig in zijn verband wordt gelezen, maar wordt gebruikt om een thema te dragen dat er gedeeltelijk of helemaal overheen wordt gelegd.
Er wordt dan bijvoorbeeld gewerkt met bekende woorden of zinnen:

“Door Zijn striemen bent u genezen.”
“Het is volbracht.”
“Jezus is de Bevrijder.”
“De duivel is de overweldiger.”

Op zichzelf zijn dat geen verkeerde woorden. Het probleem zit in de manier waarop ze verbonden worden. De vraag is niet alleen: komen deze woorden ergens in de Bijbel voor? De vraag is: worden ze gebruikt zoals de Bijbel ze gebruikt?
Dat is een cruciaal verschil.
De tekst wordt niet uitgelegd, maar ingezet.
In de gelinkte video wordt Jesaja 53 of 1 Petrus 2:24 gebruikt om te stellen dat de gelovige nu al lichamelijk genezen is. Het argument is: Christus heeft geleden, dus genezing is al voltooid. Niet iets wat Hij nog moet doen, maar iets wat al vaststaat.
Maar 1 Petrus 2:24 zegt:

“Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout; opdat wij, der zonden afgestorven zijnde, der gerechtigheid leven zouden; door Wiens striemen gij genezen zijt.”
1 Petrus 2:24 STV

De context gaat niet over een vermeende garantie op lichamelijke gezondheid in dit leven. Petrus spreekt over zonde, gerechtigheid, lijden, navolging en geestelijk herstel. De genezing waarover hij spreekt, staat in direct verband met het dragen van onze zonden en het leven voor de gerechtigheid.
Dat betekent niet dat God niet lichamelijk geneest. Natuurlijk kan Hij dat. De Schrift getuigt daar duidelijk van. Maar het is iets anders om te zeggen: God kan genezen, dan om te zeggen: iedere gelovige is nu al lichamelijk genezen, omdat het voltooid verleden tijd is.
Dat laatste legt de tekst meer op dan hij zegt.
“Het is volbracht” wordt breder getrokken dan de tekst toelaat
Ook de woorden van de Heere Jezus aan het kruis worden in dit soort prediking vaak gebruikt als totaalclaim voor alles wat de gelovige nu zou moeten bezitten: vergeving, overwinning, voorspoed, gezondheid, bevrijding, herstel.
Maar wanneer Christus zegt: “Het is volbracht,” spreekt Hij over het werk dat de Vader Hem gegeven had om te doen. Zijn offer is volkomen. De schuld is betaald. De verzoening is tot stand gebracht.
Dat is heerlijk en onaantastbaar.
Maar de Bijbel leert óók dat de volle uitwerking van Christus’ werk nog toekomstig is. Paulus schrijft:

“En niet alleen dit, maar ook wij zelven, die de eerstelingen des Geestes hebben, wij ook zelven, zeg ik, zuchten in onszelven, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing onzes lichaams.”
Romeinen 8:23 STV

Let op die woorden: wij verwachten nog de verlossing van ons lichaam. De gelovige is werkelijk verlost, maar leeft nog in een sterfelijk lichaam. Daarom worden gelovigen ziek. Daarom worden gelovigen zwak. Daarom sterven gelovigen nog.
Wie zegt dat lichamelijke genezing nu al op dezelfde wijze voltooid bezit is als vergeving van zonden, schuift de toekomstige heerlijkheid naar het heden.
Ziekte wordt te simpel demonisch genoemd
Een ander ernstig probleem is de uitspraak dat ziekte demonisch is. In het fragment wordt gezegd dat ziekte met de zondeval gekomen is, en vervolgens: “maar het is gewoon demonisch… ziekte is demonisch.”

Dat is veel te kort door de bocht.
De Bijbel laat inderdaad zien dat sommige ziektegevallen verbonden kunnen zijn met demonische gebondenheid. Maar de Bijbel zegt nergens dat alle ziekte demonisch is.
Timotheüs had lichamelijke zwakheden. Paulus schrijft hem:

“Drink niet langer water alleen, maar gebruik een weinig wijn, om uw maag en uw menigvuldige zwakheden.”
1 Timotheüs 5:23 STV

Paulus zegt niet:

“Timotheüs, je moet de demon van maagklachten uitwerpen.”

Hij geeft praktisch, lichamelijk advies.
Ook lezen we:

“Trofimus heb ik te Milete krank gelaten.”
2 Timotheüs 4:20 STV

Dat moet opvallen. Paulus, door wie God bijzondere wonderen had gedaan, liet een medewerker ziek achter. Als genezing altijd al als zichtbaar bezit geclaimd moest worden, is dit moeilijk te verklaren.
De Schrift is nuchterder dan veel genezingsprediking.

De pastorale schade is groot

Dit soort prediking klinkt misschien moedig, maar kan voor zieke gelovigen buitengewoon belastend zijn.
Want als gezegd wordt: “U bent genezen”, wat moet iemand dan met zijn pijn, diagnose, beperking of chronische ziekte?
Als gezegd wordt: “Ziekte is demonisch”, wat doet dat met iemand die al lijdt?
Als gezegd wordt: “Genezing is volbracht”, wat blijft er dan over wanneer genezing uitblijft?
Dan komt de druk bijna vanzelf bij de zieke terecht. Heeft hij wel genoeg geloof? Spreekt hij wel goed? Begrijpt hij zijn positie in Christus wel? Staat hij misschien open voor demonische invloed?
Zo verandert een boodschap die bevrijdend wil zijn in een last. De zieke wordt niet vertroost met Christus, maar geconfronteerd met een ideaalbeeld waaraan hij blijkbaar niet voldoet.
Dat is niet hoe de Schrift spreekt.
Paulus zelf bad driemaal of de doorn in zijn vlees van hem weggenomen mocht worden. Gods antwoord was niet:

“Paulus, claim je genezing.”

Gods antwoord was:

“Mijn genade is u genoeg; want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht.”
2 Korinthe 12:9 STV

Dat is geen ongeloof. Dat is werkelijkheid.

Het verschil tussen gekocht en toegepast

Hier ligt een belangrijk onderscheid. Christus heeft door Zijn werk de totale verlossing verworven. Uiteindelijk zal er geen ziekte, geen dood, geen rouw en geen pijn meer zijn. Dat is zeker.
Maar wat Christus gekocht heeft, wordt niet allemaal op hetzelfde moment toegepast.

De vergeving van zonden ontvangt de gelovige nu.
De Heilige Geest woont nu in de gelovige.
De aanneming tot kinderen is nu werkelijkheid.
Maar de verlossing van het lichaam wordt nog verwacht.
De opstanding is toekomstig.
De volledige bevrijding van ziekte en dood hoort bij de komende heerlijkheid.
Daarom zegt de Bijbel niet dat wij nu al leven alsof de nieuwe hemel en nieuwe aarde volledig zijn aangebroken. Wij leven in de verwachting daarvan.

Kapstokprediking mist Bijbelse verhoudingen

Het probleem met deze boodschap is niet dat er helemaal geen waarheid in zit. Dat maakt het juist ingewikkeld.
Het is waar dat Christus heeft betaald.
Het is waar dat ziekte door de zondeval in de wereld gekomen is.
Het is waar dat de duivel een verderver is.
Het is waar dat Jezus macht heeft over ziekte, dood en demonen.
Het is waar dat God kan genezen.

Maar uit die waarheden wordt een conclusie getrokken die de Schrift niet trekt: dus is iedere gelovige nu al lichamelijk genezen en is ziekte demonisch.
Dat is kapstokprediking. Bijbelwoorden worden opgehangen aan een systeem, in plaats van dat het systeem wordt getoetst aan de Bijbel.

Hoe zou gezonde prediking hierover klinken?

Gezonde Bijbelse prediking zou ongeveer zo spreken:
Christus heeft volkomen betaald.
De zondeval heeft gebrokenheid, ziekte en dood gebracht.
God kan genezen, en wij mogen Hem daarom vrijmoedig bidden om genezing.
Soms geneest God onmiddellijk. Soms gebruikt Hij middelen. Soms geeft Hij genade om te dragen.

Een zieke gelovige is niet minder verlost.

Een chronisch zieke broeder of zuster is niet automatisch onder demonische invloed.
Onze hoop ligt niet in een claim op een pijnvrij leven nu, maar in Christus Zelf en in de toekomstige verlossing van ons lichaam.
Dat is minder spectaculair, maar Bijbels. En pastoraal.

Conclusie: laat de tekst spreken

De grote les is deze: een Bijbeltekst mag nooit een kapstok worden voor een boodschap die wij er graag aan willen hangen. De tekst moet zelf spreken. In zijn verband. In de lijn van heel de Schrift.
Wanneer “door Zijn striemen bent u genezen” wordt losgemaakt van zonde en gerechtigheid, ontstaat scheefgroei. Wanneer “Het is volbracht” wordt gebruikt als garantie voor directe lichamelijke genezing, wordt de toekomstige heerlijkheid naar het heden getrokken. Wanneer ziekte zonder onderscheid demonisch wordt genoemd, worden kwetsbare gelovigen geestelijk belast.
De Schrift geeft een rijkere, nuchtere en troostvollere boodschap.
Christus heeft werkelijk overwonnen.
God kan werkelijk genezen.
Maar de gelovige zucht nog steeds in een sterfelijk lichaam.
En juist daar klinkt het Evangelie helder: niet dat wij nu al geen zwakheid meer kennen, maar dat Christus’ genade genoeg is, zelfs midden in zwakheid.

Zie ook

Kapstok prediking – Bijbelse basis

Mensgerichte prediking ontmaskerd: wanneer de Bijbel als kapstok wordt misbruikt – Bijbelse basis

 

Als de preek een alarmbel wordt

En de Bijbel een kapstok

Er zijn preken die je wakker schudden.
En er zijn preken die je wakker schreeuwen.

Dat onderscheid ligt genuanceerder dan je zou denken.

Een Bijbelse preek opent de Schrift, legt de tekst uit, brengt Christus naar voren en roept de hoorder op tot geloof, bekering en gehoorzaamheid. Een ander soort preek gebruikt een Bijbeltekst als startknop. Daarna begint de machine te draaien: eindtijd, opwekking, satan, porno, demonen, Nederland, regering, kinderen die profeteren, publieke keuzes, stille tijd, vasten, geheimen, schaamte en geestelijke strijd.

Alles komt voorbij.
Prangende vraag: wordt de Bijbel ook echt geopend, of vooral gebruikt als kapstok?

In deze preek van Herman Boon gehouden tijdens een revival dienst van Stichting De Donk ministries  staat Romeinen 13 centraal. Althans, dat doet zich zo voor. De tekst wordt aangehaald met de oproep om wakker te worden, de werken der duisternis af te leggen en te leven in het licht.

Dat is een ernstige en Bijbelse oproep. Paulus schrijft inderdaad dat de gelovige wakker moet zijn, omdat de zaligheid dichterbij is dan toen hij geloofde. De nacht is ver gevorderd. De dag is nabij. Daarom moet de gelovige wandelen als bij dag en zich bekleden met de Here Jezus Christus.

Dat is krachtig genoeg.
Daar hoeft geen rookmachine naast.

Alarmitische preek met de Bijbel als kapstok
Als de preek een alarmbel wordt

 

De terechte ernst

Laat ik helder zijn: pornografie is geen onschuldig privéprobleempje. Het is goor, verslavend, ontmenselijkend en verwoestend. Het beschadigt huwelijken, vervormt het denken, voedt begeerte en maakt van mensen lustobjecten. Wie porno geestelijk bagatelliseert, begrijpt niet wat zonde doet.

Daarin raakt de preek iets wat veel gemeenten veel te lang hebben laten liggen. Er wordt soms eindeloos gepraat over leiderschap, visie, groei en bediening, terwijl hele gezinnen onderhuids worden opgevreten door digitale onreinheid. Kinderen krijgen hun seksuele vorming niet van vader en moeder, niet vanuit Gods Woord, maar via groepsdruk, telefoonschermen en smerige algoritmes.

Dat moet gezegd worden.

Ook de oproep aan ouders is terecht. Praat met je kinderen. Niet hysterisch. Niet Wettisch. Niet beschamend. Niet pas wanneer het te laat is. Maar eerlijk, wijs en Bijbels. Wie zwijgt, laat onderwijs over seksualiteit over aan de duisternis.

Ook de waarschuwing tegen verborgen zonden is Bijbels. Een dubbelleven maakt kapot. Geheimen rotten door. Schaamte zoekt het donker op. Zonde wil niet aan het licht komen, omdat het licht haar macht breekt.

Tot zover zit er echte ernst in de preek.
Maar ernst is nog geen zuiverheid.
Vuur is nog geen licht.

 

Waar het begint te schuiven

Het probleem ontstaat wanneer de Bijbelse vermaning wordt opgetild in een groter charismatisch opwekkingsverhaal.

De preek zegt niet alleen: “Word wakker en wandel in het licht.”
Dat zou Bijbels zijn.

Er wordt ook gezegd dat Nederland radicaal gaat veranderen, dat het land terugkeert naar koning Jezus, dat er een regering komt die Jezus kent, dat scholen opnieuw Gods Woord zullen onderwijzen, en dat God Zijn Geest over alle mensen in Nederland zal uitstorten. De preek koppelt dat aan Handelingen 2 en aan het idee dat wij in de laatste dagen leven.

Maar waar staat dat precies?

Waar belooft de Schrift dat Nederland als natie een christelijke regering zal krijgen?

Waar staat dat elke school in Nederland opnieuw Gods Woord zal onderwijzen?

Waar staat dat de huidige tijd specifiek de tijd is waarin God Zijn Geest over alle Nederlanders gaat uitstorten?

Dat zijn geen subtiele toepassingen.
Dat zijn grote claims.

En grote claims vragen om heldere Schriftgrond. Niet om sfeer. Niet om volume. Niet om “Amen?” vanaf het podium. Niet om een opwekkingsverwachting die als Bijbelse zekerheid wordt gepresenteerd.

Hier gaat het mis. De tekst wordt niet uitgelegd. De tekst wordt meegenomen in een verhaal dat al klaar lag.

 

Romeinen 13 kan dit dragen. De preek niet

Romeinen 13:11–14 is scherp. Paulus heeft geen hulp nodig van revivalretoriek om indringend te zijn. De tekst zegt genoeg.

De gelovige moet ontwaken.
De nacht is ver gevorderd.
De dag is nabij.
De werken van de duisternis moeten worden afgelegd.
De wapens van het licht moeten worden aangedaan.
Het vlees mag geen verzorging krijgen tot begeerlijkheden.

Dat is messcherp.

Maar in de preek fungeert Romeinen 13 als springplank naar bijna alles: eindtijdschema’s, pornografie, demonische machten, stille tijd, geheimen, ruzies, uitstelgedrag, vasten, nationale opwekking en persoonlijke opdrachten.

Het lijkt alsof de tekst overal voor ingezet en toegepast kan worden.

Dat is precies het gevaar van kapstokprediking. Je hangt er alles aan wat jij kwijt wilt. De haak is Bijbels, maar de jas die eraan hangt komt ergens anders vandaan.

 

Het probleem met eindtijdpressie

De preek werkt met de gedachte dat de wereldgeschiedenis ongeveer 6000 jaar heeft gehad: 4000 jaar tot Christus, 2000 jaar daarna, en dat we nu in “blessuretijd” zitten, vlak voor de zevende dag, het duizendjarig vrederijk.

Dat klinkt spannend.
Maar spanning is nog geen exegese.

De Bijbel roept op tot waakzaamheid, niet tot rekenkundige zekerheid. Leert ons leven in verwachting, maar niet in schema-zelfverzekerdheid.

Wanneer eindtijdverwachting een pressiemiddel wordt, verschuift de toon. Dan is de vraag niet meer: “Leef ik uit Christus?” maar: “Wat als Jezus terugkomt terwijl ik net faal?”

Dan wordt de wederkomst niet bovenal troost en hoop, maar dreiging en paniek.

Natuurlijk moet Christus’ komst ernst geven aan het leven. Maar Bijbelse ernst is iets anders dan geestelijke stress.

 

Porno als demonische hoofdpoort

Een tweede groot probleem is de manier waarop pornografie bijna volledig demonisch wordt geduid. De preek stelt dat achter pornobeelden geesten zitten, dat wie kijkt geesten van lust en onreinheid binnenlaat, en dat die geesten vervolgens iemands leven gaan bepalen.

Dat klinkt geestelijk.
Maar is het ook Bijbels zorgvuldig?

De Schrift spreekt ernstig over begeerte, zonde, vlees, onreinheid, verleiding, overspel in het hart, slavernij aan de zonde, vernieuwing van denken, bekering en zelfbeheersing.

Maar niet elke zondige gewoonte wordt automatisch uitgelegd als het binnenkomen van een geest.

Wie alles demonisch duidt, kan pastoraal schade aanrichten.

Iemand die worstelt met porno heeft bekering nodig. Zeker.
heeft eerlijkheid nodig.
heeft hulp nodig.
heeft soms radicale maatregelen nodig.
heeft reiniging nodig.
heeft vernieuwing van denken nodig.
heeft het Evangelie nodig.

Maar hij hoeft niet automatisch te horen dat er geesten zijn leven zijn binnengekomen die hem nu besturen. Dat kan iemand nog veel dieper in angst, schaamte en fatalisme drukken.

De Bijbel  portretteert zonde ernstig genoeg zonder dat wij overal een demonisch mechanisme overheen hoeven te leggen.

 

Slachtoffers hebben geen geestelijk spektakel nodig

De preek benoemt ook mensen die misbruik hebben meegemaakt. Dat is op zichzelf goed. Misbruik mag niet worden verzwegen. Slachtoffers moeten niet worden weggestopt in stilte. Ze moeten veilig kunnen spreken, gehoord worden en hulp krijgen.

Maar juist daarom is voorzichtigheid nodig.

Wanneer een preek seksueel misbruik, porno, geesten, schaamte, geheimen, satan, verkrachting, zelfmoord, kinderporno en eindtijd allemaal in één donderende stroom aan elkaar rijgt, kan dat slachtoffers opnieuw overspoelen. Dan klinkt het niet meer als herderlijke zorg, maar als een geestelijke storm.

Slachtoffers hebben waarheid nodig.
Maar ook veiligheid.
Zorgvuldigheid.
Rust.
Onderscheid.

Niet iedereen is dader. Niet iedereen is verslaafd. Niet iedereen heeft een geheim dat “opgeruimd” moet worden. Sommigen dragen wonden die door anderen zijn geslagen.

Een Bijbelse preek maakt onderscheid tussen schuld en schade. Tussen dader en slachtoffer. Tussen bekering en genezing. Tussen zonde belijden en trauma verwerken.

Dat onderscheid blijft te dun.

 

Discipelschap of religieuze loopband?

De tegenstelling tussen “kerkganger” en “discipel” loopt als een rode draad door de preek. De kerkganger wordt neergezet als iemand die naar de kerk gaat, zijn eigen gang gaat en alleen uit de preek haalt wat hem interesseert. De discipel daarentegen gehoorzaamt.

Daar zit een op zich terechte waarschuwing in. Christelijk geloof is geen religieuze consumptie. Horen zonder doen is risicovol De Here Jezus roept mensen tot navolging, niet tot vrijblijvend kerkbezoek.

Maar ook hier wordt het erg zwart-wit.

Niet iedere worstelende gelovige is een lauwe kerkganger. Niet iedere stille christen is ongehoorzaam. Niet iedereen die niet in de charismatische actiestand staat, slaapt geestelijk. Er bestaat ook een gewoon, trouw, eenvoudig, verborgen christenleven. Met vallen en opstaan. Met gebed aan de keukentafel. Met strijd die niemand ziet. Met gehoorzaamheid zonder podium.

In deze preek wordt discipelschap vooral actievoeren: doen, kiezen, strijden, bidden, vasten, getuigen, zieken genezen, boze geesten verjagen, geheimen opruimen en in beweging komen.

Maar waar blijft de rust in Christus?
Waar blijft de voeding vanuit het volbrachte werk?
Waar blijft de zekerheid dat de gelovige niet leeft uit zweepslagen, maar uit genade?

Een preek die alleen maar opjut en roept “vooruit, vooruit, vooruit” kan vroom klinken, maar toch een geestelijke loopband worden.

 

De publieke druk

Op een bepaald moment worden mensen uitgenodigd om te gaan staan als ze last hebben van uitstelgedrag. Daarna moeten zij een gebed nazeggen en zelfs beloven dat ze binnen een week iets gaan regelen en een mailtje zullen sturen als stok achter de deur.

Dat lijkt praktisch.
Maar het is ook riskant.

Wanneer een prediker groepsdruk, publieke respons en directe beloften combineert, kan de grens tussen pastorale aansporing en geestelijke manipulatie erg dun worden. Zeker in een geladen samenkomst waar al veel gesproken is over eindtijd, satan, schaamte, verborgen zonden en radicale keuzes.

Bekering is geen zaaltechniek.
Heiliging is geen massapsychologisch moment.
Gehoorzaamheid groeit niet door podiumdruk, maar door het Woord van God, de Geest, geloof, genade, waarheid en concrete gehoorzaamheid in het gewone leven.

Een stok achter de deur kan soms wat helpen. Maar als die stok vanaf het podium wordt uitgedeeld, moet je goed opletten wie hem vasthoudt.

 

Waar Christus te weinig klinkt

Dat is misschien het diepste bezwaar.

De naam van Jezus klinkt vaak. Heel vaak zelfs. Maar Christus als fundament van de gelovige klinkt veel minder helder.

Er is veel:
word wakker!
stop!
kies!
doe!
bid!
lees!
praat!
vergeef!
zoek hulp!
stel niet uit!
ga staan!
zeg na!
mail mij!

Maar het Evangelie is veel meer dan het volgen van instructies op commando.

De gelovige wordt niet geheiligd omdat hij onder maximale druk wordt gezet. Hij wordt geheiligd doordat hij leert leven uit Christus, Die voor hem gestorven en opgestaan is. De genade van God onderwijst ons om de goddeloosheid en wereldse begeerlijkheden te verloochenen.

Niet het alarm. Niet de zaaldruk. Niet de eindtijdkoorts.

De Bijbel zegt niet alleen: “Leg af.”
Hij zegt ook: “Bekleed u met de Here Jezus Christus.”

Als dat tweede niet diep wordt uitgewerkt, wordt het eerste heel snel een religieuze zweep.

 

De nodige balans

Deze preek is niet waardeloos. Integendeel, sommige waarschuwingen zijn hard nodig. Pornografie moet benoemd worden. Verborgen zonde moet aan het licht. Ouders moeten wakker worden. Gemeenten moeten ophouden met doen alsof (digitale) onreinheid alleen “buiten” voorkomt. Er is echte ernst nodig.

Maar Bijbelse ernst moet gedragen worden door Bijbeluitleg.

En daar wringt de schoen.

De preek heeft vuur, maar te weinig basis.
Urgentie, maar te weinig exegese.
Moed, maar te weinig onderscheid.
Waarschuwing, maar te weinig Evangelierust.
Bijbelteksten genoeg, maar te vaak als kapstok.

Het resultaat is een preek die mensen wakker kan schudden, maar tegelijkertijd ook kan opjagen. Die zonde terecht ontmaskert, maar tegelijk veel toevoegt aan de tekst. Die waarschuwt tegen duisternis, maar zelf soms rook produceert.

 

De gemeente heeft geen slaaplied nodig. Dat is waar.

Maar zij heeft ook geen geestelijke sirene nodig die alles tegelijk uitschreeuwt.

Zij heeft de geopende Schrift nodig. Rustig. Scherp. Helder. Zonder rook. Zonder revivalretoriek. Zonder demonologische overbelasting. Zonder publieke pressietechnieken.

Laat Romeinen 13 gewoon zeggen wat het zegt.

De nacht is ver gevorderd.
De dag is nabij.
Leg de werken van de duisternis af.
Doe de wapens van het licht aan.
Wandel eerlijk als bij dag.
Bekleed u met de Here Jezus Christus.

Dat is ernstig genoeg.
Dat is scherp genoeg.
Dat is Bijbels genoeg.

En vooral: daar staat Christus in het midden.

Zie ook:

Mensgerichte prediking ontmaskerd: wanneer de Bijbel als kapstok wordt misbruikt – Bijbelse basis

Geverifieerd door MonsterInsights