God hééft gesproken!

Waarom de Bijbel Zijn definitieve Woord is

Heeft God vandaag nog nieuwe profeten, apostelen en openbaringen nodig om Zijn Gemeente te leiden? Of heeft Hij in de Here Jezus Christus en door de Bijbel bekendgemaakt wat wij voor ons geloof nodig hebben?

Die vraag raakt het hart van het christendom.

Er waait een verontrustende wind door een deel van de hedendaagse christenheid. Steeds vaker klinkt de boodschap dat de Bijbel alleen niet voldoende zou zijn. Christenen worden aangespoord om ‘Gods stem persoonlijk te leren verstaan’, nieuwe openbaringen’ te ontvangen en te luisteren naar mensen die beweren rechtstreeks namens God te spreken.

“God heeft mij verteld…” “De Heilige Geest openbaarde mij…” “Ik heb een profetisch woord voor de Gemeente…”

Het klinkt indrukwekkend en bijzonder geestelijk. Maar achter dergelijke uitspraken schuilt een fundamentele vraag: is het geschreven Woord van God nog voldoende, of hebben wij daarnaast nieuwe goddelijke boodschappen/boodschappers nodig?

De Bijbel geeft ons alle reden om vast te houden aan zijn gezag en genoegzaamheid. Niet omdat God tegenwoordig minder machtig zou zijn, maar omdat Hij in Zijn Zoon heeft gesproken en door Zijn apostelen het fundament van de Gemeente heeft gelegd.

 

God heeft gesproken, de Bijbel is genoeg
God heeft gesproken, de Bijbel is genoeg

God heeft gesproken door Zijn Zoon

De brief aan de Hebreeën begint met een duidelijke verklaring:

“God, voortijds veelmaal en op velerlei wijze, tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door den Zoon (…)” (Hebreeën 1:1-2, STV)

Deze woorden laten een niet mis te verstane duidelijke ontwikkeling in Gods openbaring zien.

Onder het oude verbond sprak God op verschillende tijden en verschillende manieren. Hij sprak door Mozes, de profeten, dromen, visioenen en bijzondere verschijningen.

Maar met de komst van de Here Jezus Christus brak iets beslissends aan.

God zond niet nóg een profeet. Hij sprak door Zijn eigen Zoon.

De Here Jezus Christus is het vleesgeworden Woord. Johannes schrijft:

“In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.” (Johannes 1:1, STV)

En daarna:

“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (…)” (Johannes 1:14, STV)

Hier staan we op het hoogtepunt van Gods zelfopenbaring. Christus is niet zomaar iemand die namens God spreekt. Hij is Zelf God, geopenbaard in het vlees.

Wie daarom suggereert dat de christelijke Gemeente steeds opnieuw ‘nieuwe openbaringen’ nodig heeft om de volle waarheid te leren kennen, miskent makkelijk het definitieve karakter van Gods spreken in Zijn Zoon.

Het christendom rust niet op een voortdurende stroom ‘nieuwe openbaringen’, maar op de Persoon en het volbrachte werk van de Here Jezus Christus.

De Bijbel is géén onvolledig handboek

Paulus schrijft aan Timotheüs:

“Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is;” (2 Timotheüs 3:16, STV)

Hier wordt iets gezegd wat in veel moderne geestelijke bewegingen op de achtergrond dreigt te raken.

De Schrift is van God ingegeven.

Dat betekent dat wij niet te maken hebben met menselijke opvattingen over God, maar met Zijn gezaghebbende Woord.

En Paulus gaat verder:

“Opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust.” (2 Timotheüs 3:17, STV)

Laat die woorden eens goed tot u doordringen: tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust.

Niet gedeeltelijkis toegerust.een Niet voorlopig toegerust, totdat er een nieuwe ‘profeet’ verschijnt.. Niet afhankelijk van een ‘apostel’ die toegang beweert te hebben tot hogere verborgen kennis.

De Schrift is voldoende om de gelovige toe te rusten tot alles wat God van hem vraagt.

Dat betekent niet dat de Bijbel antwoord geeft op elke praktische vraag die een mens kan stellen. Evenmin betekent het dat onderwijs, gebed of de gemeenschap met andere gelovigen overbodig zijn.

Het betekent dat geen nieuwe leerstellige openbaring nodig is om Gods heilswaarheid aan te vullen.

Wie beweert dat de Gemeente zonder nieuwe profetieën geestelijk tekortkomt, moet zich daarom afvragen hoe die bewering zich ooit kan verhouden tot de genoegzaamheid van het geïnspireerde Woord.

 

Het geloof is eenmaal overgeleverd

Judas schrijft:

“…dat gij strijdt voor het geloof, dat eenmaal den heiligen overgeleverd is.” (Judas vers 3, STV)

Het woord “eenmaal” is hier bepalend.

Het geloof waarvan Judas spreekt, is niet een religieus systeem dat voortdurend moet worden uitgebreid met nieuwe leerstellingen.

Het is het geloof dat aan de heiligen is overgeleverd.

Dat betekent dat de Gemeente geroepen is om de ontvangen waarheid te bewaren, te verkondigen en te verdedigen.

Niet om nieuwe geloofswaarheden te ontdekken die eerdere generaties onbekend waren.

Niet om het apostolische onderwijs aan te vullen met boodschappen van moderne ‘profeten’.

En zeker niet om zich afhankelijk te maken van mensen die beweren toegang te hebben tot bijzondere kennis die voor gewone gelovigen verborgen blijft.

Dat is dus het gevaar van veel hedendaagse ‘openbaringsbewegingen’.

De gelovige wordt niet langer uitsluitend verwezen naar de Schrift, maar ook naar de zogenaamde geestelijke inzichten van bijzondere leiders.

Daardoor ontstaat een gevaarlijke verschuiving: het gezag verplaatst zich ongemerkt van Gods geschreven Woord naar de persoon die zegt namens God te spreken.

 

Het fundament van de Gemeente wordt niet telkens opnieuw gelegd

Paulus schrijft over de Gemeente:

“Gebouwd op het fundament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen;” (Efeze 2:20, STV)

Een fundament wordt gelegd voordat het gebouw wordt opgetrokken.

De apostelen en profeten vervulden in de begintijd van de Gemeente een bijzondere, funderende taak. Christus is de Hoeksteen, en op het apostolische getuigenis wordt de Gemeente gebouwd.

”Dit is van groot belang voor de beoordeling van de hedendaagse beweging die opnieuw ‘apostelen’ en ‘profeten’ met bijzonder gezag wil aanstellen.

Sommige leiders beroepen zich daarbij op Efeze 4:11, waar gesproken wordt over apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraars.

Maar je mag Efeze 4 niet losmaken van Efeze 2.

Het feit dat Christus apostelen en profeten heeft gegeven, betekent niet automatisch dat er in iedere generatie opnieuw mensen zouden moeten verschijnen met hetzelfde funderende openbaringsgezag als de oorspronkelijke apostelen.

Het Nieuwe Testament laat zien dat de apostelen een unieke plaats innamen. Zij waren getuigen van de opgestane Christus en door Hem aangesteld om Zijn getuigenis bekend te maken.

Paulus spreekt in 1 Korinthe 15:8 over zijn bijzondere ontmoeting met de opgestane Heer..

De Gemeente van vandaag heeft geen nieuw fundament nodig.

De Gemeente moet trouw blijven aan het fundament dat reeds gelegd is.te

Een moderne ‘apostel’ die ‘nieuwe goddelijke leerstellingen’ verkondigt, voegt geen verdieping toe aan het apostolische geloof, maar maakt aanspraak op een gezag waarvoor de Schrift geen grond geeft.

 

“God heeft mij gezegd”, een uitspraak met vergaande gevolgen

Er is nauwelijks een uitspraak die binnen een christelijke gemeenschap zoveel gezag kan opeisen als:

“God heeft mij gezegd.”

Want wie durft God tegen te spreken?

En daarin schuilt het gevaar.

Een voorganger die zegt:

“Ik denk dat dit verstandig is”

kan worden bevraagd.

Een leraar die zegt:

“Volgens mij betekent deze Bijbeltekst dit”

moet zijn uitleg vanuit de Schrift aantonen.

Maar iemand die zegt:

“God heeft rechtstreeks tot mij gesproken”,

presenteert zijn boodschap als afkomstig van de hoogste Autoriteit.

En wanneer die boodschap vervolgens niet ter discussie mag worden gesteld, ligt geestelijk misbruik op de loer.

De geschiedenis van religieuze bewegingen laat zien hoe makkelijk mensen onder druk kunnen worden gezet door leiders die hun persoonlijke overtuigingen presenteren als goddelijke opdrachten.

Daarom is de houding van de gelovigen in Berea ook zo leerzaam.

Zij onderzochten dagelijks de Schriften om na te gaan of de boodschap die zij hoorden daarmee overeenstemde (Handelingen 17:11).

Denk daar eens serieus over na.

Ook het onderwijs van Paulus werd aan de Schrift getoetst.

En tegenwoordig zouden wij de woorden van een zelfbenoemde ‘profeet’ dan  kritiekloos moeten aanvaarden?

Dat is de wereld op zijn kop.

De Bijbel leert ons niet om onze geestelijke onderscheiding uit te schakelen zodra iemand beweert namens God te spreken.

Integendeel:

“Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn (…)” (1 Johannes 4:1, STV)

Een boodschap wordt niet betrouwbaar doordat iemand deze met grote overtuiging brengt.

En een profetische uitspraak wordt niet ‘afkomstig van God’ doordat deze emotioneel indruk maakt.

De inhoud moet worden getoetst aan de waarheid die God heeft geopenbaard.

 

De Heilige Geest brengt geen concurrerende openbaring

Een veelgehoord verwijt aan christenen die vasthouden aan de genoegzaamheid van de Schrift is dat zij ‘de Heilige Geest voor de voeten zouden lopen’.

Soms wordt zelfs gesuggereerd dat wie geen nieuwe profetieën verwacht, niet openstaat voor Gods spreken.

Maar dat is een valse tegenstelling.

De Heilige Geest is geen concurrent van de Schrift. Hij is De Goddelijke Auteur.

De Here Jezus zei tegen Zijn discipelen:

“Maar de Trooster, de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb.” (Johannes 14:26, STV)

Deze belofte had prmair betrekking op de apostelen, die door de Heilige Geest werden toegerust om betrouwbaar van Christus te getuigen.

Wanneer de Heilige Geest vandaag in gelovigen werkt, brengt Hij hen niet weg van de Schrift, maar opent Hij hun verstand en hart voor de waarheid daarvan.

Dat noemen wij de verlichting door de Heilige Geest.

Er is een belangrijk verschil tussen openbaring en verlichting.

Bij openbaring maakt God waarheid bekend die de mens voordien niet kende. Bij verlichting opent de Heilige Geest het verstand om de reeds geopenbaarde waarheid te begrijpen en toe te passen.

Dit onderscheid wordt tegenwoordig maar al te vaak genegeerd.

Het gevolg is dat persoonlijke gedachten, ingevingen en gevoelens op hetzelfde niveau worden gezet als het geïnspireerde Woord van God.

Maar mijn gevoel is niet onfeilbaar.

Mijn gedachten zijn niet onfeilbaar.

Zelfs mijn sterkste geestelijke overtuigingen zijn niet onfeilbaar.

Alleen Gods Woord heeft dat gezag.

De gevaarlijke honger naar ‘nieuwe openbaringen’

Waarom is er tegenwoordig zoveel belangstelling voor persoonlijke profetieën, dromen, visioenen, hemelse rechtbanken en zogenaamde profetische activaties?

Een belangrijke verklaring is dat veel christenen het gewone leven uit het Woord blijkbaar niet meer bijzonder genoeg vinden.

Het lezen en onderzoeken van de Bijbel lijkt voor sommigen te simpel.

Er moet iets gebeuren. Iets bovennatuurlijks. Iets dat niemand anders heeft meegemaakt.

Een persoonlijke boodschap. Een bijzondere ervaring. Een nieuwe zalving. Een verborgen geheimenis.

Maar nergens leert de Schrift dat geestelijke volwassenheid afhangt van de hoeveelheid bijzondere ervaringen die iemand verzamelt.

Integendeel.

Paulus spoort Timotheüs aan:

“Maar blijf gij in hetgeen gij geleerd hebt, en waarvan u verzekering gedaan is (…)” (2 Timotheüs 3:14, STV)

Let op dat woord: “blijf”.

De apostel spoort Timotheüs niet aan om steeds nieuwe openbaringen te zoeken, maar om trouw te blijven aan de waarheid die hem is toevertrouwd.

Dat is een boodschap die haaks staat op een religieuze cultuur waarin het nieuwe, spectaculaire en buitengewone dikwijls meer aandacht krijgt dan het eenvoudige onderwijs van de Schrift.

Het is veelzeggend wanneer een gemeente enthousiast raakt over iemand die zegt een visioen van de hemel te hebben ontvangen, terwijl een gedegen Bijbelstudie nauwelijks belangstelling trekt.

Dan is er iets aan de hand.

Niet omdat ervaringen op zichzelf de maatstaf zijn voor dwaling, maar omdat het geschreven Woord van God zijn centrale plaats dreigt te verliezen.

 

Maar spreekt God dan helemaal niet meer?

Deze vraag wordt vaak gesteld alsof er slechts twee mogelijkheden bestaan.

Óf God geeft vandaag nog rechtstreeks nieuwe openbaringen, óf Hij zwijgt volledig.

Dat is een valse tegenstelling.

God spreekt vandaag door Zijn Woord.

Wanneer de Bijbel wordt gelezen, spreekt niet slechts een schrijver uit lang vervlogen tijden.

Wij horen de woorden die God door Zijn Geest heeft laten vastleggen.

Het Woord is levend en krachtig (Hebreeën 4:12).

De Heilige Geest gebruikt dat Woord om zondaren te overtuigen, gelovigen te onderwijzen, dwalingen te ontmaskeren en mensen te vertroosten.

Daarvoor is geen nieuwe profetie nodig.

Ook mogen wij bidden om wijsheid, zoals Jakobus 1:5 ons leert. God bestuurt de levens van Zijn kinderen door Zijn voorzienigheid en wil ons leiden in onze omstandigheden.

Maar Zijn voorzienige leiding of de innerlijke overtuiging die wij ervaren, mogen wij niet zonder meer gelijkstellen aan een onfeilbare goddelijke openbaring.

Dat onderscheid beschermt ons tegen geestelijke hoogmoed en misleiding.

 

Is de Bijbelse openbaring afgesloten?

God heeft gesproken in Zijn Zoon. Het geloof is eenmaal overgeleverd. De apostelen en profeten hebben het fundament van de Gemeente gelegd. De geïnspireerde Schrift is voldoende om de mens Gods volledig toe te rusten.

Daaruit volgt de leerstellige overtuiging dat de bijzondere, funderende openbaring van de apostolische tijd niet voortdurend hoeft te worden voortgezet.

Deze overtuiging wordt vaak aangeduid als het afgesloten karakter van de bijzondere openbaring.

Dat betekent niet dat de Heilige Geest niet langer werkzaam is.

Het  betekent dat Zijn werk vandaag niet afhankelijk is van nieuwe gezaghebbende boodschappen die aan het apostolische getuigenis worden toegevoegd.

De Gemeente bezit in de Bijbel een betrouwbaar en voldoende getuigenis van Gods geopenbaarde waarheid.

 

Zelfs een engel uit de hemel mag het Evangelie niet veranderen

Misschien is de scherpste waarschuwing wel te vinden in Galaten 1:8:

“Doch al ware het ook, dat wij, of een engel uit den hemel u een Evangelie verkondigde, buiten hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt.” (Galaten 1:8, STV)

Paulus is hier buitengewoon scherp.

Zelfs wanneer een engel uit de hemel zou verschijnen, mag zijn boodschap niet worden aanvaard wanneer zij afwijkt van het Evangelie.

Laat dat eens op je inwerken.

Een indrukwekkende bovennatuurlijke verschijning is dus geen bewijs dat de boodschap betrouwbaar is.

Niet de ervaring bepaalt de waarheid.

Niet de verschijning bepaalt de waarheid.

Niet de status van de boodschapper bepaalt de waarheid.

Het reeds verkondigde Evangelie is de maatstaf.

Dat maakt veel moderne aanspraken op bijzondere openbaring buitengewoon kwetsbaar.

Want wanneer zelfs een engel niet het recht heeft om het Evangelie te veranderen, welk recht zou een hedendaagse profeet dan hebben om nieuwe leerstellige waarheden aan de Gemeente op te leggen?

Geen.

 

Terug naar het Woord, terug naar Christus

De grote behoefte van de Gemeente is niet een nieuwe generatie ‘profeten’ die ons vertelt wat God zogenaamd nu pas wil openbaren.

Zij heeft geen nieuwe ‘apostelen’ nodig die een tweede fundament leggen.

Zij heeft geen geestelijke elite nodig die toegang claimt tot verborgen kennis uit de hemel.

Wat de Gemeente nodig heeft, is een terugkeer naar het gezag, de betrouwbaarheid en de genoegzaamheid van de Bijbel.

Naar de verkondiging van de gekruisigde, opgestane en verheerlijkte Here Jezus Christus.

Naar het Evangelie van Gods genade.

Naar gezond Bijbels onderwijs waarin de Schrift wordt uitgelegd in plaats van verdrongen door persoonlijke ervaringen.

Dit vraagt om geestelijke onderscheiding, maar ook om nederigheid.

Want niemand van ons staat boven het Woord.

Geen voorganger. Geen Bijbelleraar. Geen evangelist. Geen apostel of profeet die vandaag aanspraak maakt op bijzonder gezag.

Ook ik niet.

Iedere leerstelling moet aan de Schrift worden getoetst.

En waar de Schrift duidelijk spreekt, hoort de mens gewoon te luisteren.

 

God hééft gesproken. Luisteren wij nog?

Het probleem van onze tijd is niet dat God te weinig heeft gezegd.

Het probleem is dat we vaak te weinig aandacht schenken aan wat Hij heeft gezegd.

We zoeken het bijzondere, terwijl het geïnspireerde Woord voor ons ligt.

We luisteren naar mensen die beweren namens God te spreken, terwijl we nauwelijks onderzoeken wat God Zelf in de Schrift heeft laten vastleggen.

We verlangen naar nieuwe openbaringen, terwijl de rijkdom van de al gegeven openbaring voor velen grotendeels onbekend blijft.

Dat is geen geestelijke vooruitgang.

Dat is een gevaarlijke verschuiving van Gods objectieve waarheid naar menselijke subjectiviteit.

De Here Jezus Christus is Gods beslissende openbaring. De Heilige Schrift is Zijn geïnspireerde, gezaghebbende en voldoende Woord voor de Gemeente.

Wie méér gezaghebbende openbaring zoekt dan God ons heeft toevertrouwd, loopt het gevaar minder waarde te hechten aan wat Hij reeds heeft gegeven.

De hoogste vorm van geestelijkheid is niet dat iemand voortdurend nieuwe woorden van God beweert te ontvangen.

Het is dat hij gelooft, bewaart en gehoorzaamt wat God heeft gesproken.

We hebben geen nieuw woord van God nodig.

We moeten terug naar het Woord van God.

 

 

Gods stem verstaan

Spreekt God buiten de Bijbel?

In evangelische en charismatische kringen wordt veel gezegd over Gods stem verstaan. Gelovigen zouden moeten leren luisteren naar God, Zijn stem tussen hun eigen gedachten leren herkennen en persoonlijke boodschappen van Hem ontvangen. Wie geestelijk groeit, zou steeds duidelijker horen wat God tegen hem zegt.

Daarom zijn er cursussen, trainingen en profetische scholen waarin mensen leren stil te worden, beelden te ontvangen, gedachten op te schrijven en woorden over anderen uit te spreken. Sommige christelijke leiders beweren zelfs hele gesprekken met God te voeren.

Het klinkt wellicht geestelijk, persoonlijk en indrukwekkend.

Maar de vraag is niet hoe het klinkt. De vraag zou moeten zijn: is het Bijbels?

God hééft gesproken. Hij heeft Zijn Woord gegeven.

Christus wordt Zelf het Woord genoemd.

Waarom bestaat er dan toch zo’n sterke behoefte aan een aanvullend, persoonlijk en exclusief lijntje met God?

Gods stem verstaan

God heeft gesproken door Zijn Zoon

De Schrift begint niet met de opdracht om stil te worden en te wachten totdat er een stem in onze gedachten opkomt. Hij wijst ons op de wijze waarop God daadwerkelijk gesproken heeft:

“God, voortijds veelmaals en op velerlei wijze tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door den Zoon.” Hebreeën 1:1-2 (STV)

God sprak door de profeten. Vervolgens sprak Hij door de Zoon. Dat spreken vond niet plaats in de verborgen binnenwereld van iedere afzonderlijke gelovige, maar in de geschiedenis en in de openbaring die Hij heeft laten vastleggen.

De Here Jezus Christus is bovendien niet slechts iemand die woorden van God doorgaf. Hij is Zelf het Woord:

“In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.” Johannes 1:1 (STV)

“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond.” Johannes 1:14 (STV)

Wie God wil kennen en Gods stem wil verstaan, moet daarom niet allereerst naar binnen kijken. Hij moet zien op Christus zoals Hij in de Schrift wordt geopenbaard.

De echte Christus is niet de Jezus van onze fantasie, dromen, gevoelens of innerlijke gesprekken. Het is de Christus van de Schriften.

Gods stem verstaan begint bij de Bijbel

De Here Jezus Christus bevestigde voortdurend het gezag van de Schriften. Hij verwees naar Mozes, de Profeten en de Psalmen. Hij verklaarde:

“Uw woord is de waarheid.” Johannes 17:17 (STV)

Ook wees Hij bepaalde getuigen aan door wie de nieuwtestamentische openbaring zou worden doorgegeven. De woorden van de apostelen kregen gezag omdat zij door Christus waren geroepen en gezonden. Zij hadden dat gezag niet omdat zij gevoelige, mystieke of bijzonder ontvankelijke mensen waren.

Het Bijbelse uitgangspunt is daarom helder: God heeft gesproken en Hij heeft ervoor gezorgd dat Zijn Woord werd overgeleverd.

Toch ontstaat in veel gemeenten de indruk dat de Bijbel niet voldoende persoonlijk is. Men wil niet alleen weten wat God in de Schrift heeft gezegd. Men wil weten wat God nu speciaal tegen mij zegt.

Daarmee verschuift het zwaartepunt van het geschreven Woord naar de persoonlijke ervaring.

Men verlangt naar een woord van God, maar ontwijkt het Woord van God

Het is opvallend dat sommige mensen voortdurend zeggen dat zij naar een woord van God verlangen, terwijl zij het Woord van God nauwelijks bestuderen.

De Bijbel vindt men moeilijk. De Bijbel zou te oud, te ingewikkeld of te leerstellig zijn. Grondige Schriftstudie vraagt concentratie, geduld en bereidheid om Schrift met Schrift te vergelijken. Men moet rekening houden met de context, de geadresseerden en de plaats van een Bijbelgedeelte in Gods heilsplan.

Een innerlijke stem is eenvoudiger.

Men sluit de ogen, wordt stil en wacht af welke gedachte opkomt.

Die gedachte sluit dikwijls opvallend goed aan bij wat iemand zelf al verlangde, vreesde of van plan was. Zij spreekt zijn eigen taal en bevestigt regelmatig zijn eigen voorkeur.

De Schrift doet dat niet altijd.

De Schrift staat buiten ons. Zij spreekt ons tegen. Zij ontmaskert onze motieven. Zij vraagt niet of wij haar woorden prettig vinden, maar of wij bereid zijn ons eraan te onderwerpen.

“Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is; opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust.” 2 Timótheüs 3:16-17 (STV)

De mens die in God gelooft wordt door de Schrift toegerust tot alle goed werk.

Niet tot een gedeelte van zijn geestelijke leven, waarna innerlijke stemmen de ontbrekende informatie moeten aanvullen. Tot alle goed werk.

Wanneer de Schrift de gelovige volledig kan toerusten, welk noodzakelijk geestelijk tekort moet dan nog worden aangevuld door persoonlijke boodschappen?

 

Kan men Gods stem leren horen via een cursus?

Rondom het onderwerp Gods stem horen is inmiddels een complete geestelijke bedrijfstak ontstaan.

Er zijn cursussen stemverstaan, profetische scholen, luistertrainingen, activaties en oefeningen waarbij deelnemers woorden over elkaar moeten uitspreken. Zij krijgen de opdracht stil te worden, een vraag aan God te stellen en vervolgens op te schrijven wat als eerste in hen opkomt.

Maar wat komt daar werkelijk in gedachten?

Eigen verlangens?

Angsten?

Herinneringen?

Suggesties van de cursusleider?

Gedachten die door de sfeer in de groep worden opgeroepen?

De behoefte om niet achter te blijven bij anderen die wel iets zeggen te ontvangen?

Of werkelijk woorden van God?

Dat onderscheid kan niemand op een objectieve en controleerbare wijze maken. De menselijke innerlijke wereld is geen zuivere ontvangstkamer die alleen maar op de juiste hemelse frequentie hoeft te worden afgestemd.

De Schrift waarschuwt juist voor de onbetrouwbaarheid van het hart:

“Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het; wie zal het kennen?” Jeremia 17:9 (STV)

Een training die mensen leert om spontane gedachten als mogelijke woorden van God te behandelen, leert hun niet noodzakelijk om Gods stem te verstaan. Zij kan hun vooral leren om hun eigen gedachten van een goddelijk etiket te voorzien.

 

“Mijn schapen horen Mijn stem”

Een van de meest gebruikte teksten bij het onderwerp Gods stem verstaan is Johannes 10:

“Mijn schapen horen Mijn stem, en Ik ken dezelve, en zij volgen Mij.” Johannes 10:27 (STV)

Daaruit wordt afgeleid dat iedere gelovige een persoonlijke stem van Jezus in zijn hoofd zou moeten leren herkennen.

Maar dat staat er niet.

De Here Jezus Christus gebruikt het beeld van een herder en zijn schapen. Zijn schapen herkennen Hem, behoren Hem toe en volgen Hem. Zij luisteren niet naar dieven, rovers en vreemdelingen.

Het gaat in Johannes 10 om het herkennen van de ware Herder tegenover valse herders. Het gaat niet over het ontvangen van persoonlijke boodschappen over een baan, woning, relatie, bediening of financiële beslissing.

De tekst zegt niet:

Mijn schapen ontvangen dagelijks nieuwe informatie in hun gedachten.

Wie dat ervan maakt, gebruikt Johannes 10 als kapstok voor een praktijk die al vooraf is aangenomen.

Paulus schrijft:

“Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods.” Romeinen 10:17 (STV)

Het geloof ontstaat door het Woord Gods, niet door het trainen van een mystiek innerlijk gehoor.

 

De Heilige Geest is niet de concurrent van de Schrift

Sommigen werpen tegen dat de Heilige Geest toch nog steeds spreekt, overtuigt en leidt.

Zeker. Maar de Heilige Geest staat niet tegenover de Schrift. Hij is de Geest Die de Schrift heeft voortgebracht:

“Want de profetie is voortijds niet voortgebracht door den wil eens mensen, maar de heilige mensen Gods, van den Heiligen Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken.” 2 Petrus 1:21 (STV)

De Geest verlicht ons verstand. Hij overtuigt ons. Hij past de waarheid toe op ons geweten en onze wandel. Hij vormt ons denken door het Woord dat Hij Zelf gegeven heeft.

Dat een Bijbelgedeelte tijdens het lezen krachtig tot ons spreekt, betekent niet dat er een nieuwe openbaring is ontstaan. Het is de toepassing van het reeds gegeven Woord.

Dat iemand na gebed tot een bepaalde overtuiging komt, betekent evenmin automatisch dat God woorden in zijn gedachten heeft uitgesproken.

Wij mogen spreken over wijsheid, overtuiging, gebed, verantwoordelijkheid en voorzienige leiding. Maar dat is iets anders dan verklaren:

God zei tegen mij dat ik dit moest doen.

Wie dat zegt, doet een openbaringsclaim.

“God zei tegen mij” is geen onschuldige formulering

Er bestaat een fundamenteel verschil tussen de volgende uitspraken:

Ik heb sterk de indruk dat ik dit moet doen.

Ik denk dat dit wijs is.

Na gebed ben ik tot deze overtuiging gekomen.

En:

God heeft tegen mij gezegd dat ik dit moet doen.

De eerste uitspraken erkennen menselijke feilbaarheid. De laatste uitspraak legt de oorsprong van de boodschap bij God.

God spreekt niet onzeker. God gokt niet. God vergist Zich niet en hoeft Zijn woorden later niet te corrigeren.

“God is geen man, dat Hij liegen zou, noch eens mensen kind, dat het Hem berouwen zou; zou Hij het zeggen, en niet doen, of spreken, en niet bestendig maken?” Numeri 23:19 (STV)

Wanneer iemand niet zeker weet of een gedachte van God afkomstig is, mag hij niet zeggen dat God gesproken heeft.

Wie zegt: God zei, kan zich niet tegelijk beroepen op de mogelijkheid dat hij het verkeerd heeft aangevoeld.

Dan was de claim eenvoudig te groot.

 

Hedendaagse profetie wil wel gezag, maar geen verantwoordelijkheid

Binnen charismatische kringen wordt daarom dikwijls gezegd dat hedendaagse profetie feilbaar kan zijn. God spreekt volmaakt, maar mensen zouden Zijn woorden gebrekkig kunnen ontvangen of doorgeven.

Dat lijkt een oplossing, maar het maakt het probleem alleen groter.

Een boodschap wordt eerst met Gods gezag gebracht. Wanneer zij niet uitkomt, beroept men zich op menselijke zwakheid.

Zo krijgt men wel het gezag van openbaring, maar niet de verantwoordelijkheid die bij spreken namens God hoort.

Komt een profetisch woord toevallig uit, dan heeft God gesproken.

Komt het niet uit, dan was de timing anders, werd het verkeerd geïnterpreteerd, ontbrak het de ontvanger aan geloof of is de vervulling uitgesteld.

De zogenaamde profeet behoudt zijn positie. De ontvanger blijft achter met verwarring, schuldgevoel of teleurstelling.

Gods Naam wordt zo gebruikt als een geestelijk vangnet voor menselijke vermoedens.

 

Profetische woorden maken mensen afhankelijk

Rondom het ontvangen van persoonlijke boodschappen ontstaat gemakkelijk een geestelijke rangorde.

Onderaan staan de gewone gelovigen die alleen hun Bijbel lezen.

Daarboven staan degenen die indrukken, beelden en woorden ontvangen.

Nog hoger staan degenen die dagelijks Gods stem zeggen te horen.

En helemaal bovenaan staan leiders die beweren complete gesprekken met God te voeren.

Zij weten niet alleen wat in de Schrift geschreven staat. Zij beschikken ook over actuele informatie uit de hemel.

Dat verleent status en macht.

Gelovigen worden afhankelijk van iemand die een persoonlijk woord voor hen zou kunnen ontvangen. In plaats van zelf de Schrift te onderzoeken, wijsheid te zoeken en verantwoordelijkheid te dragen, wachten zij op een profetische bevestiging.

De Bijbel wordt niet officieel afgeschaft. Praktisch raakt hij echter op de achtergrond.

Niemand reist uren naar een conferentie omdat hij hoopt dat een spreker hem zal adviseren Romeinen of Efeze grondig te bestuderen. Men komt omdat men verlangt naar een bijzonder en persoonlijk woord.

Het gewone Woord is blijkbaar niet bijzonder genoeg.

 

Wanneer “God zei” geestelijke manipulatie wordt

Het wordt nog ernstiger wanneer iemand niet alleen zegt dat God tot hem heeft gesproken, maar ook beweert dat God iets over een ander heeft gezegd.

God zei dat jij je aan mijn leiderschap moet onderwerpen.

God heeft mij laten zien dat jij deze gemeente niet mag verlaten.

God zei dat jij geld aan deze bediening moet geven.

God heeft gezegd dat jij met deze persoon moet trouwen.

God zei dat jij deze taak moet aanvaarden.

Op dat moment is geen sprake meer van een onschuldige persoonlijke indruk. Dan wordt Gods Naam gebruikt om invloed en macht uit te oefenen.

Hoe kan de ontvanger nog vrij antwoorden?

Wanneer hij weigert, lijkt hij God ongehoorzaam te zijn. Wanneer hij twijfelt, zou hij de Heilige Geest bedroeven. Wanneer hij de boodschap afwijst, zou hij zich tegen Gods leiding verzetten.

Zo wordt een menselijke mening onttrokken aan normale toetsing.

Een leider hoeft geen argumenten meer te geven. Hij hoeft zijn beslissing niet zorgvuldig uit de Schrift te onderbouwen. Hij hoeft alleen te zeggen:

God heeft mij gezegd…

Daarmee wordt het gesprek feitelijk beëindigd.

Dit is geestelijke manipulatie in vrome verpakking.

 

Hele gesprekken met God creëren een geestelijke elite

Sommige populaire sprekers vertellen uitvoerig over hun gesprekken met God. God zou hun vragen beantwoorden, grappen maken, persoonlijke details onthullen en zeggen wat Hij van andere personen of gemeenten vindt.

Zulke verhalen maken indruk. Zij suggereren een bijzondere intimiteit met God.

Maar zij roepen ook ernstige vragen op.

Wanneer God werkelijk zulke gesprekken voert, is de inhoud dan waar?

Heeft de boodschap gezag?

Moeten anderen haar gehoorzamen?

Kan zij fouten bevatten?

En wanneer zij fouten bevat, waarom werd Gods Naam eraan verbonden?

Wie beweert hele gesprekken met God te voeren, doet een openbaringsclaim. Men kan niet tegelijkertijd zeggen dat God uitvoerig gesproken heeft en dat de inhoud slechts een persoonlijke, feilbare indruk is.

De gewone gelovige heeft dan de Bijbel.

De bijzondere leider heeft de Bijbel én rechtstreekse hemelse informatie.

Zo ontstaat een geestelijke elite die moeilijk controleerbaar wordt.

 

De Bijbel wordt gedegradeerd tot controlemiddel

Voorstanders zeggen vaak dat ieder persoonlijk woord aan de Bijbel moet worden getoetst.

Dat klinkt zorgvuldig, maar ondertussen is de positie van de Bijbel veranderd.

De Schrift is dan niet langer de plaats waar God voldoende en gezaghebbend spreekt. Zij wordt een controlemiddel waarmee achteraf wordt onderzocht of een andere boodschap misschien van God afkomstig was.

De belangstelling ligt niet meer bij wat geschreven staat, maar bij de aanvullende boodschap.

Bovendien gaan veel profetische woorden over zaken waarover de Bijbel geen persoonlijke en concrete uitspraak doet. De Schrift noemt niet de naam van de persoon met wie iemand moet trouwen. Zij vertelt niet welk huis hij moet kopen of welke baan hij moet aannemen.

Juist op dat terrein kan de vermeende stem nauwelijks worden gecontroleerd.

Zolang een boodschap geen duidelijke zonde voorschrijft, kan bijna alles worden voorgesteld als leiding van God.

 

Gods leiding is niet hetzelfde als een hoorbare of innerlijke stem

Dat God door Zijn voorzienigheid leidt, staat niet ter discussie.

Hij kan deuren openen en sluiten. Hij kan omstandigheden gebruiken. Hij kan door Zijn Woord, door wijze raad en door praktische mogelijkheden onze weg bepalen.

Maar Gods leiding betekent niet automatisch dat Hij zinnen in ons hoofd uitspreekt.

Gelovigen hoeven niet over iedere beslissing een persoonlijk woord te ontvangen. Voor veel keuzes geeft God ruimte om in wijsheid en verantwoordelijkheid te handelen.

Wij mogen bidden.

Wij mogen Bijbelse beginselen toepassen.

Wij mogen advies vragen.

Wij mogen omstandigheden afwegen.

Wij mogen een beslissing nemen.

En wij mogen erkennen dat wij ons kunnen vergissen.

Dat is geen gebrek aan geloof. Dat is nuchterheid.

De uitspraak God zei tegen mij wordt soms gebruikt om de last van persoonlijke verantwoordelijkheid te vermijden. Wanneer de beslissing verkeerd uitpakt, heeft men immers niet zelf gekozen. Men meende slechts Gods stem te volgen.

Maar geestelijke volwassenheid betekent ook dat wij leren beslissingen te nemen zonder iedere keuze tot een rechtstreekse opdracht uit de hemel te verheffen.

 

Het probleem is niet dat God zwijgt

De geestelijke crisis van onze tijd is niet dat God te weinig spreekt.

De crisis is dat veel christenen niet tevreden zijn met de wijze waarop God gesproken heeft.

Wij willen geen Schrift die zorgvuldig moet worden bestudeerd, maar een stem die direct antwoord geeft.

Wij willen niet groeien in wijsheid, maar onmiddellijke zekerheid ontvangen.

Wij willen niet zelf verantwoordelijkheid dragen, maar kunnen zeggen dat God de beslissing heeft genomen.

Wij willen niet slechts samen met andere gelovigen onder het Woord staan. Wij willen iets persoonlijks en exclusiefs horen wat niet iedereen in zijn Bijbel kan lezen.

Maar geestelijke volwassenheid blijkt niet uit het aantal stemmen dat iemand zegt te horen.

Zij blijkt uit kennis van het Woord, nederigheid, onderscheidingsvermogen en bereidheid om door de Schrift gecorrigeerd te worden.

Gods stem verstaan zonder mystiek toneel

Echt Gods stem verstaan betekent niet dat wij ons hoofd leegmaken en wachten welke gedachte bovenkomt.

Het betekent dat wij Gods Woord openen.

Dat wij lezen wat er werkelijk staat.

Dat wij de context respecteren.

Dat wij Schrift met Schrift vergelijken.

Dat wij onderscheiden tot wie een Schriftgedeelte gericht is.

Dat wij onze leer niet bouwen op ervaringen, maar onze ervaringen toetsen aan de leer van de Schrift.

Dat wij onze beslissingen nemen in gebed, wijsheid en verantwoordelijkheid.

Dat wij niet vragen welke tekst ons gevoel bevestigt, maar wat God werkelijk heeft bekendgemaakt.

Petrus verwijst de gelovigen niet naar fluisteringen in hun binnenste:

“En wij hebben het profetische woord, dat zeer vast is, en gij doet wel, dat gij daarop acht hebt, als op een licht, schijnende in een duistere plaats.” 2 Petrus 1:19 (STV)

Het profetische Woord is zeer vast.

Onze gedachten zijn dat niet.

Onze gevoelens zijn dat niet.

Onze indrukken zijn dat niet.

Profetische sprekers zijn dat niet.

God heeft geen concurrentie nodig van onze verbeelding.

 

God heeft gesproken, luisteren wij ook?

Wij spreken tot God in het gebed. God spreekt gezaghebbend tot ons door Zijn Woord. De Heilige Geest verlicht ons verstand, overtuigt ons hart en past dat Woord toe op onze wandel.

Dat is minder spectaculair dan een verslag van een persoonlijk gesprek met God.

Het geeft minder geestelijke status.

Het trekt minder bezoekers naar een profetische conferentie.

Maar het is vast, controleerbaar en veilig.

De vraag is daarom niet:

Hoor ik een bijzondere stem van God?

De vraag is:

Ben ik bereid te luisteren naar wat God duidelijk heeft laten opschrijven?

Lees ook op de website van mijn vrouw:

Spreekt God nog steeds? – de Bijbel overdenken

En bij Dirk Jan Jansen:

https://www.dirkjanjansen.nl/leren-om-gods-stem-te-verstaan/

Hoe spreekt God vandaag? Niet door innerlijke stemmen, maar door Zijn Woord

Hoe spreekt God vandaag?

In veel evangelische en charismatische kringen klinkt het bijna vanzelfsprekend: “God sprak tot mij”, “de Heere liet mij zien”, “ik kreeg een woord”. Het klinkt vroom. Het klinkt geestelijk. Het klinkt vaak ook indrukwekkend.

Maar juist daarin schuilt het gevaar. Want zodra persoonlijke indrukken, ingevingen en innerlijke overtuigingen de plaats innemen van het geschreven Woord, schuift de gelovige op van vaste grond naar drijfzand.

Dan wordt geloof niet langer rusten op Gods openbaring, maar jagen op ervaring. Dan wordt geestelijkheid niet langer gemeten aan trouw aan de Schrift, maar aan het aantal keren dat iemand beweert dat God iets “gezegd” heeft.

De beslissende vraag is daarom niet: wat voel ik?
De beslissende vraag is: wat heeft God gesproken?

En de Bijbel geeft daarop een helder en afdoend antwoord:

“God voortijds veelmaal en op velerlei wijze, tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door den Zoon” Hebreeën 1:1-2 (STV)

Dat is het uitgangspunt. God heeft in deze laatste dagen gesproken door de Zoon. Niet door een eindeloze stroom losse ingevingen. Niet door religieuze mist. Niet door een vaag innerlijk fluisteren dat niemand kan toetsen. Maar door de Zoon.

 

Niet ervaring maar openbaring

Wie wil weten hoe God vandaag spreekt, moet niet beginnen bij menselijke ervaring, maar bij goddelijke openbaring. God heeft Zich geopenbaard in Zijn Zoon. En die Zoon wordt ons, als normgevend, bekendgemaakt in de Schrift.

De Heere Jezus verwees mensen niet naar hun innerlijke belevingswereld, maar naar de Schriften:

“Onderzoekt de Schriften; want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben; en die zijn het, die van Mij getuigen.” Johannes 5:39 (STV)

En in het Hogepriesterlijk gebed zei Hij:

“Heilig hen in Uw waarheid; Uw woord is de waarheid.” Johannes 17:17 (STV)

Dat is beslissend. Gods Woord is de waarheid. Niet onze ervaring. Niet onze indruk. Niet onze sfeer. Niet onze geestelijke intuïtie.

Gods Woord.

God spreekt vandaag door Zijn Zoon in de Schrift

De vraag is dus niet of God vandaag nog spreekt. De vraag is hoe Hij spreekt. De Schrift leert niet dat de gemeente moet leven van telkens nieuwe openbaringen, maar van het reeds gegeven Woord van God.

God heeft gesproken door de Zoon. Dat betekent dat Zijn spreken vandaag niet gezocht moet worden in subjectieve stemmingen, maar in het getuigenis dat God ons van Zijn Zoon heeft gegeven. De gemeente leeft niet van losse ingevingen, maar van de openbaring van Christus in de Schrift.

Juist daarom is het zo gevaarlijk wanneer iemand zonder aarzeling zegt: “God zei tegen mij.” Daarmee krijgt een persoonlijke overtuiging bijna automatisch goddelijk gewicht. En wie durft daar dan nog tegenin te gaan? Wie durft nog te toetsen? Maar dat is juist wat de gemeente moet doen: niet alles bewonderen, maar alles beproeven.

 

De Heilige Geest spreekt nooit buiten het Woord om

Tegenwerping: maar de Heilige Geest spreekt toch ook vandaag? Zeker, de Heilige Geest werkt vandaag werkelijk. Zonder Hem verstaat niemand Gods Woord, wordt niemand overtuigd van zonde en leert niemand Christus kennen.

Maar de vraag is niet óf de Geest werkt. De vraag is hoe Hij werkt.

De Schrift zegt:

“Maar wanneer Die zal gekomen zijn, namelijk de Geest der waarheid, Hij zal u in al de waarheid leiden… Hij zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen.” Johannes 16:13-14 (STV)

De Geest verheerlijkt Christus. De Geest wijst niet weg van het Woord, maar naar het Woord. Hij schrijft geen nieuwe canon in het gevoel van de gelovige. Hij opent de Schrift, verlicht het verstand en past Gods waarheid toe aan het hart.

Daarom is de Bijbelse lijn niet: verwacht steeds nieuwe woorden.
De Bijbelse lijn is: buig voor het Woord dat God gegeven heeft.

 

Waarom innerlijke stemmen zo gevaarlijk zijn

Hier gaat het in de praktijk vaak mis. Zodra iemand zegt: “God zei tegen mij…”, krijgt een menselijke gedachte opeens bijna onaantastbaar gezag.

Een ingeving wordt verheven tot goddelijke leiding. Een gevoel krijgt preekstoelgewicht. En wie daar vragen bij stelt, loopt al snel het risico als ongeestelijk te worden weggezet.

Maar de Bijbel roept niet op tot goedgelovigheid, maar tot toetsing:

“Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn” 1 Johannes 4:1 (STV)

Een innerlijke indruk kan uit veel bronnen voortkomen: verlangen, angst, emotie, groepsdruk, religieuze opwinding of gewone menselijke verbeelding.

Het probleem is dus niet alleen dat mensen zich kunnen vergissen. Het probleem is dat zij hun vergissing heiligen met de woorden: God sprak.

En zodra dat gebeurt, vervaagt het onderscheid tussen Gods onfeilbare openbaring en menselijke subjectiviteit. Dan raakt de gemeente haar anker kwijt.

“Tot de wet en tot de getuigenis! zo zij niet spreken naar dit woord, het zal zijn, dat zij geen dageraad zullen hebben.” Jesaja 8:20 (STV)

Dat blijft de toetssteen. Niet: is het indrukwekkend? Niet: is het ontroerend? Niet: voelt het diep? Maar: spreekt het naar dit Woord?

 

Gods Woord is genoeg

Achter de honger naar nieuwe woorden schuilt vaak een pijnlijke gedachte: de Schrift zou kennelijk niet genoeg zijn. Alsof de Bijbel wel een basis geeft, maar de echte leiding pas komt via innerlijke ingevingen.

Alsof Gods openbaring nog aangevuld moet worden met persoonlijke boodschappen.

Maar Paulus spreekt radicaal anders:

“Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is; Opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust.” 2 Timotheüs 3:16-17 (STV)

Let op de kracht van die woorden. De Schrift rust toe tot alle goed werk. Niet tot een deel. Niet tot een beginstadium. Niet totdat er extra openbaring komt.

Maar tot alle goed werk.

Wie dus leert dat de gelovige voor wezenlijke richting, leiding of zekerheid afhankelijk is van woorden buiten de Schrift om, tast de genoegzaamheid van de Schrift aan.

 

Geloof leeft uit het Woord, niet uit ingeving

De Schrift zegt niet dat geloof ontstaat uit ervaringen, of indrukken.. De Schrift zegt:

“Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods” Romeinen 10:17 (STV)

Dat is Gods orde. Het geloof leeft uit het gehoor van Gods Woord. Niet uit spontane ingevingen. Niet uit innerlijke stemmingen. Niet uit religieuze sensaties.

Juist daarom staat een eenvoudige gelovige met een open Bijbel veiliger dan een religieuze enthousiasteling met honderd indrukken.

 

God leidt Zijn kinderen

Daarmee is niet gezegd dat God afstandelijk is. Integendeel. God leidt Zijn kinderen echt. Hij onderwijst, vermaant, troost, opent deuren en sluit deuren in Zijn voorzienigheid.

Maar Zijn leiding is nooit een vrijbrief voor subjectivisme.

“Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.” Psalm 119:105 (STV)

Dat beeld is veelzeggend. Een lamp voor de voet. Niet een schijnwerper over heel de toekomst. Niet een hoorbare stem bij elke afslag.

Maar genoeg licht om in gehoorzaamheid stap voor stap te wandelen.

Dat is minder sensationeel dan veel moderne taal over leiding. Maar het is wel Bijbels. En veilig.

 

Hoe hoor je werkelijk Gods stem?

Dat is uiteindelijk de kernvraag. Niet: hoe krijg ik een bijzondere ervaring? Niet: hoe ontvang ik een persoonlijk woord? Maar: hoe hoor ik werkelijk Gods stem?

Het antwoord van de Schrift is eenvoudig: door het Woord te openen, het Woord te geloven en het Woord te gehoorzamen.

Wie de Bijbel alleen gebruikt als bevestiging van reeds bestaande ingevingen, hoort Gods stem niet zuiver.

Wie de Schrift slechts inzet als religieuze versiering rond een innerlijke ervaring, zet de volgorde op zijn kop. Eerst sprak God, daarna heeft de mens te luisteren.

Werkelijk luisteren naar Gods stem vraagt daarom niet om meer mystiek, maar om meer onderwerping. Niet om een hogere sfeer, maar om diepere gehoorzaamheid.

 

Het profetische Woord is zeer vast

Petrus verwijst gelovigen niet naar zwevende religieuze ervaring, maar naar de vastheid van Gods openbaring:

“Wij hebben het profetische woord, dat zeer vast is, en gij doet wel, dat gij daarop acht hebt, als op een licht, schijnende in een duistere plaats” 2 Petrus 1:19 (STV)

Let op: zeer vast. Dat is precies wat innerlijke stemmen niet zijn. Zij zijn persoonlijk, niet toetsbaar, vaak wisselend en geregeld tegenstrijdig.

Maar het profetische Woord is zeer vast.

De gemeente heeft geen nieuwe stemmen nodig. De kerk heeft oude trouw nodig. Geen extra openbaring, maar hernieuwde onderwerping aan wat God al gesproken heeft.

 

De gemeente heeft geen nieuwe woorden nodig

Dit is geen onschuldige nuancekwestie. Zodra iemand gewend raakt aan subjectief spreken namens God, verschuift ook het gezag in de gemeente. Dan wordt niet langer gevraagd: wat staat er geschreven? Dan wordt de vraag: wie had een woord?

En dan krijgen de meest stellige stemmen vaak het meeste gewicht. Niet de meest schriftgetrouwe. Niet de meest ootmoedige. Niet de meest zorgvuldige. Maar de meest zelfverzekerde.

Daarmee wordt de weg geopend voor manipulatie, geestelijke druk en misleiding. Mensen durven niet meer tegen te spreken, want dan spreken zij zogenaamd tegen God.

Zo wordt menselijke overtuiging verabsoluteerd. En dat is geestelijk le-vens-gevaarlijk.

De gemeente van Christus wordt niet gebouwd op subjectieve ingevingen, maar op het fundament van Gods geopenbaarde waarheid.

 

De crisis van deze tijd

De crisis van deze tijd is niet dat God zwijgt. De crisis is dat mensen niet meer tevreden zijn met de wijze waarop Hij gesproken heeft. Men wil iets directers. Iets spannenders. Iets persoonlijkers. Iets dat meer indruk maakt dan eenvoudig Schriftgeloof.

Maar de hemel heeft niet gezwegen. De hemel heeft gesproken in de Zoon. En de stem van de Zoon klinkt in de Schrift.

Wie méér zoekt dan dat, zoekt niet dieper, maar verder weg.

De moderne christenheid zegt graag dat zij verlangt naar Gods stem. Maar vaak bedoelt zij daarmee niet de heldere stem van de Schrift, maar iets dat spannender, directer en persoonlijker voelt. En precies daar zit het probleem.

Want zodra de mens méér wil dan God gegeven heeft, eindigt hij meestal met minder:

minder zekerheid,
minder toetsbaarheid,
minder eerbied voor het Woord,
en uiteindelijk ook minder waarheid.

Hoe spreekt God vandaag?

God spreekt vandaag door Zijn Zoon.
God spreekt vandaag door de Schrift.
God spreekt vandaag door Zijn Geest, Die de Schrift opent en toepast.
God spreekt niet buiten Zijn Woord om.
God spreekt niet boven Zijn Woord uit.
God spreekt niet tegen Zijn Woord in.

Wie Gods stem wil horen, moet daarom niet eerst naar binnen luisteren, maar de Bijbel openen.

“Mijn schapen horen Mijn stem, en Ik ken dezelve, en zij volgen Mij.” Johannes 10:27 (STV)

Die stem is geen mistige stroom van subjectieve ingevingen. Het is de stem van de goede Herder, helder hoorbaar in Zijn Woord.

En juist daar ligt de grote toets van onze tijd: niet of wij veel zeggen over Gods spreken, maar of wij nog sidderen voor wat Hij gesproken heeft.

“Wij hebben het profetische woord, dat zeer vast is, en gij doet wel, dat gij daarop acht hebt, als op een licht, schijnende in een duistere plaats” 2 Petrus 1:19 (STV)

Misschien is het tijd om minder te praten over wat “God tegen mij zei” en meer te buigen voor wat Hij gezegd heeft. De gemeente wordt niet gebouwd door mystieke indrukken, maar door het Woord van God. En de gelovige groeit niet door ‘innerlijke stemtaal’, maar door waarheid. Daar ligt de stem van de goede Herder: vast, helder en genoegzaam.

 

Hoor jij in jouw omgeving ook vaak uitspraken als: “God zei tegen mij” of “de Heere liet mij zien”? En wordt dat nog echt getoetst aan de Schrift? Laat het weten in de reacties.

 

zie ook:

God spreekt over Zijn Zoon – Bijbelse basis

extern:

Spreekt God nog steeds?

 

Geverifieerd door MonsterInsights