Niet kerst, maar Pasen is het hart van het Evangelie

Waarom Pasen groter is dan kerst

Kerstfeest heeft sfeer. Lichtjes, muziek, warmte, gezelligheid, traditie. Pasen heeft dat veel minder. Juist daarom voelt kerst voor veel mensen groter. Maar ons geloof wordt niet bepaald door sfeer, gevoel of traditie. Het wordt bepaald door het grote  heilsfeit dat het zwaarst weegt.

En dan is het antwoord helder: Pasen is groter dan kerstfeest.

Dat klinkt voor sommigen bijna oneerbiedig. Alsof daarmee iets van Bethlehem wordt afgepakt. Maar dat is niet zo. De geboorte van Christus is onmisbaar. Zonder de menswording geen Middelaar. Zonder Zijn komst in het vlees geen kruis. Zonder Bethlehem geen Golgotha. Maar juist dáárom moet het scherp gezegd worden: Christus kwam niet naar deze wereld om in een kribbe bewonderd te worden, maar om als Lam van God de zonde weg te dragen en op te staan uit de doden.

De Bijbel, en met grote nadruk de boeken van het nieuwe Testament,  legt dat zwaartepunt ook duidelijk bij Christus’ dood, opstanding en verhoging, en verbindt Zijn opstanding rechtstreeks aan onze rechtvaardiging .

Pasen groter feest dan Kerst
Niet de kribbe, maar kruis en opstanding vormen het hart van het Evangelie. Daarom is Pasen groter dan kerstfeest.

De kribbe ontroert, maar Pasen redt

Dat mag vandaag opnieuw gezegd worden, ook omdat zoveel christelijke beleving sentimenteel geworden is. Rond kerst raakt men ontroerd. Rond Pasen zou men eigenlijk verbroken, verwonderd en overweldigd moeten zijn. Maar precies daar zie je hoe scheef het vaak is gegroeid. Men houdt van het kerstkind, maar struikelt over het kruis. Men houdt van de sfeer van Bethlehem, maar leeft niet vanuit de kracht van de opstanding.

De Heere Jezus werd geboren om te sterven. Zijn menswording was geen eindpunt, maar een weg. De doeken van Bethlehem wijzen vooruit naar het hout van Golgotha. De kribbe staat niet los van het kruis. Wie kerst losmaakt van Pasen, houdt een ontroerend begin over zonder verlossende voltooiing.

Zonder Pasen is kerst mis

Dát is crciaal. Een geboren Jezus zonder opgestane en uitermate verhoogde Christus redt niemand. Een gestorven Jezus zonder opgestane Christus laat de zondaar dood in zijn schuld.

Paulus spreekt daar zonder omwegen over:

“En indien Christus niet opgewekt is, zo is dan onze prediking ijdel, en ijdel is ook uw geloof.” (1 Korinthe 15:14, STV)

en hij zegt het nog wat sterker:

“En indien Christus niet opgewekt is, zo is uw geloof tevergeefs; zo zijt gij nog in uw zonden.” (1 Korinthe 15:17, STV)

Let erop hoe radicaal dat is. Paulus zegt niet: als de geboorte van Christus niet herdacht wordt, verliest het geloof zijn kracht. Hij zegt: als Christus niet is opgewekt, is het geloof leeg. Dan staat alles op de helling. Dan is er geen vrede met God, geen vergeving, geen overwinning, geen hoop.

Dát alleen al maakt duidelijk waarom Pasen groter is dan kerstfeest.

Pasen gaat over het volbrachte verlossingswerk

Kerst vertelt dat de Zaligmaker gekomen is. Pasen verkondigt dat Zijn werk door God is aanvaard.

“Welke overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.” (Romeinen 4:25, STV)

Dat is het verschil tussen begin en voltooiing. Met kerst zien we de komst van de Persoon. Met Pasen zien we de kracht van Zijn werk. Met kerst wordt Hij geboren onder de wet. Met Pasen blijkt dat Hij de vloek heeft gedragen, de schuld heeft betaald en de dood heeft overwonnen.

De Schrift onderstreept  Christus werd opgewekt om onze rechtvaardiging, en zonder opstanding blijft er geen hoop over .

Het Nieuwe Testament legt het accent niet op Bethlehem maar op kruis en opstanding

Dat is een punt wat door veel mensen gemist wordt De Schrift zelf leert ons waar het zwaartepunt ligt. Natuurlijk spreken de Evangeliën over Zijn geboorte. Maar het Bijbelse getuigenis draait steeds weer om Zijn dood en opstanding. Dáár ligt de prediking. Dáár ligt de roem. Dáár ligt de zekerheid.

De apostelen trokken niet de wereld door met een boodschap over een bijzonder Kind alleen. Zij predikten “Jezus Christus, en Dien gekruisigd.” En zij verkondigden dat God Hem uit de doden heeft opgewekt. Dat is het evangelie in zijn volle kracht.

De gelovige leeft niet uit een kerstgevoel, maar uit een levende Christus.

Kerst ontroert, Pasen beslist

Juist hier moet het onderscheid scherp worden gemaakt.

Kerst ontroert, omdat God neerdaalt in nederigheid.
Pasen beslist, omdat God Zijn Zoon rechtvaardigt in opstanding.
Kerst laat de vernedering zien.
Pasen openbaart de overwinning.
Kerst toont het begin van Zijn aardse weg.
Pasen toont het doorbreken van de nieuwe schepping.

Een Kind in de kribbe roept verwondering op. Terecht. Maar een open graf, een overwonnen dood en een levende Heere vragen geloof, aanbidding en overgave. Pasen is geen sfeervol randfeest van het christendom. Pasen is het kloppend hart van de christelijke hoop.

Waarom dit vandaag nodig gezegd moet worden

Omdat veel naamchristendom dol is op een Jezus Die ontroert, maar niet op een Christus Die heeft overwonnen. Men houdt van het kinderlijke, zachte, warme beeld van kerst. Maar Pasen confronteert. Pasen zegt dat de mens verloren was in zonde en misdaden. Pasen bewijst dat er bloed nodig was. Pasen verkondigt dat de dood werkelijk de straf op de zonde is. Pasen bewijst dat alleen een opgestane Christus redt.

Dat maakt Pasen zwaarder. Ernstiger ook. Maar daarom ook heerlijker.

Want als Christus leeft, dan is het offer voldoende.
Als Christus leeft, dan is de schuld werkelijk gedragen.
Als Christus leeft, dan heeft de dood niet het laatste woord.
Als Christus leeft, dan is het Evangelie geen gevoels-item maar Goddelijke realiteit.

Waarom Pasen een groter feest is dan kerstfeest

Het antwoord is eenvoudig.

Kerstfeest viert dat Christus kwam.
Pasen verkondigt dat Christus overwon.

Kerstfeest laat zien Wie Hij is.
Pasen laat zien, bevestigt, wat Hij gedaan heeft.

Kerstfeest is noodzakelijk.
Pasen geeft de doorslag.

Kerstfeest zonder Pasen laat een onvoltooide geschiedenis achter.
Pasen toont het volbrachte werk van de Zaligmaker.

Daarom is Pasen Bijbels gezien, niet een wat soberder vervolg op kerst. Pasen is het hoogtepunt van het heilswerk van Christus.

De religieuze mens loopt gemakkelijk warm voor de kribbe en blijft vaak koel bij het lege graf. Dat zegt veel over de tijdgeest. Men verkiest sfeer boven waarheid, gevoel boven fundament, kerstglans boven opstandingskracht.

Maar de Schrift doet daar niet aan mee.

Niet Bethlehem draagt het Evangelie. Niet de kribbe redt zondaren. Niet een kerstgedachte rechtvaardigt de goddeloze. Dat doet alleen de gekruisigde en opgestane Christus.

Daarom is Pasen groter dan kerstfeest.

Niet omdat kerst klein zou zijn, maar omdat Pasen laat zien waarom Hij kwam. De kribbe is het begin. Het kruis en het lege graf zijn de overwinning.

En alleen wie daar buigt, weet echt wat het Evangelie is.

zie ook (extern):

Bijbelstudie lezingen: Kerstfeest en Pasen – Bijbels Panorama

Kolossenzen 3 uitgelegd: waarom aardsgezind christendom faalt

Opgewekt met Christus, maar toch nog verliefd op de aarde?

Kolossenzen 3 laat zien hoe radicaal het christelijke leven werkelijk is. Paulus roept gelovigen niet op tot een klein beetje religieuze verbetering, maar tot een totaal andere gezindheid. Wie met Christus is opgewekt, moet de dingen zoeken die boven zijn. Wie zegt Christus te kennen, kan niet blijven leven in aardsgezindheid, begeerte en afgoderij.

Er is een soort christendom dat moeiteloos over Jezus praat, maar intussen gewoon van de aarde leeft. Het kent de juiste woorden, de juiste toon en soms zelfs de juiste Bijbelteksten, maar het hart klopt nog steeds voor beneden. Voor gemak. Voor geld. Voor eer. Voor begeerte. Voor zelfbehoud. Voor een prettig leven in plaats van een heilig leven.

Dat is precies de plek waar Kolossenzen 3 als een scherp zwaard doorheen snijdt. Paulus laat hier geen ruimte voor dubbelzinnigheid, geen ruimte voor geestelijke camouflage en geen ruimte voor een christelijk sausje over een werelds leven. Wie met Christus is opgewekt, kan niet blijven leven alsof deze wereld zijn thuis is. Wie zegt Christus te kennen, maar intussen gewoon aardsgezind blijft denken, verlangen en najagen, wordt door deze verzen genadeloos ontmaskerd.

Kolossenzen 3 is geen zachte meditatie voor wat extra verdieping. Het is een frontale aanval op naamchristendom, halfslachtige heiliging en een geloof dat wel praat over de hemel, maar intussen de aarde omhelst.

Met Christus opgewekt: geen gevoel, maar geestelijke werkelijkheid

Paulus valt meteen met de deur in huis:

“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods” (Kolossenzen 3:1 STV).

Dat is geen onzeker “als het misschien zo is”. Paulus spreekt hier vanuit de werkelijkheid van het geloof. Wie in Christus is, is met Hem opgewekt. Dat is geen emotionele ervaring die soms sterk en soms zwak is. Dat is geen tijdelijk gevoel van toewijding. Dat is een geestelijke werkelijkheid. De gelovige hoort niet meer thuis in het oude bestaan. Zijn leven heeft een andere oorsprong, een andere plaats en een andere bestemming gekregen.

Paulus zegt daarom niet: probeer een beetje meer geestelijk te worden. Hij zegt: zoek de dingen die boven zijn. Waarom? Omdat uw leven daar hoort. Omdat Christus daar is. Omdat de gelovige niet meer bepaald wordt door de aarde, maar door de hemel waar zijn Heere is.

Dat is ook precies waarom zoveel hedendaags christendom zo mager en krachteloos is. Het wil wel Christus erbij, maar niet Christus als centrum. Het wil wel religie, maar niet een verplaatst leven. Het wil wel een christelijke identiteit, maar niet een hemelse gezindheid. Men wil het liefst Christus én de wereld, genade én begeerte, hemelspraak én aardse hartstochten. Paulus vernietigt die illusie meteen in zijn eerste zin.

 

Bedenkt de dingen die boven zijn

“Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn” (Kolossenzen 3:2 STV).

Dat betekent niet dat een gelovige zijn werk, gezin of dagelijkse verantwoordelijkheid moet verachten. Paulus leert geen vlucht uit de werkelijkheid. Hij leert een andere gezindheid midden in de werkelijkheid. De vraag is niet of u nog op aarde leeft. De vraag is waardoor uw denken beheerst wordt.

En daar zit precies de kwaal van veel zogenaamd christelijk leven. Het denken is nog aards. De zorgen zijn aards. De ambities zijn aards. De dromen zijn aards. De maatstaf is aards. Wat men belangrijk vindt, waar men van opveert, waar men bedroefd van wordt, waar men voor vecht, waar men van geniet, waar men op vertrouwt — het verraadt vaak een leven dat nog volledig naar beneden gericht is.

Veel prediking helpt daar helaas nog een handje aan mee. Het draait dan vooral om een fijner leven, meer balans, meer zegen, meer herstel, meer succes, meer doorbraak. De mens blijft in het middelpunt staan, alleen nu met een christelijk vocabulaire eromheen. Maar Paulus trekt het denken omhoog. Niet naar mistige vaagheid, maar naar Christus. Niet naar zelfverbetering, maar naar een hemelse gerichtheid. Niet naar “wat haal ik eruit?”, maar naar: waar is mijn leven werkelijk verankerd?

 

Gij zijt gestorven

“Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God” (Kolossenzen 3:3 STV).

Hier wordt het pas echt scherp. Paulus zegt niet dat de gelovige slechts een nieuwe kans heeft gekregen. Hij zegt niet dat het oude leven nu wat opgeknapt moet worden. Hij zegt: gij zijt gestorven.

Dat is de taal van het kruis. Dat is de taal die het vlees verafschuwt. De mens wil best religieus zijn, best vergeving ontvangen, best troost ervaren, best geestelijk klinken, maar sterven wil hij niet. Hij wil niet dat zijn oude bestaan onder het oordeel komt. Hij wil niet dat zijn eigen ik principieel veroordeeld wordt. Hij wil niet dat zijn aardse identiteit haar centrale plaats verliest.

Maar Paulus zegt: gij zijt gestorven. Het oude leven in Adam, het leven waarin de wereld regeerde, waarin begeerte de toon zette, waarin het zelf de troon bezette, is in Gods oordeel geëindigd in de dood van Christus. Daarom is een christen niet iemand die zijn oude leven netter maakt. Een christen is iemand van wie het oude leven zijn recht op heerschappij kwijt is.

Daarom is het ook zo misleidend wanneer mensen voortdurend spreken over Jezus, maar intussen nog volop leven uit de energie van het oude bestaan. Men wil wel de naam van Christus dragen, maar niet de dood van het vlees kennen. Men wil wel geestelijk overkomen, maar niet dat de wereld uit het hart verdreven wordt. Dan krijgt men een christelijke vorm zonder kruis, een geloofstaal zonder zelfverloochening en een vrome buitenkant zonder werkelijke breuk.

Paulus laat daar niets van overeind.

 

Verborgen met Christus in God

Uw leven is “met Christus verborgen in God” (Kolossenzen 3:3 STV).

Dat betekent veiligheid, maar ook verborgenheid. Het echte leven van de gelovige ligt niet open en bloot in deze wereld. Het is niet afhankelijk van zichtbare glans, van menselijke waardering of van uiterlijke indruk. Het ligt met Christus verborgen in God.

Dat is een diepe troost, maar ook een harde correctie op geestelijke ijdelheid. Er zijn altijd mensen die gezien willen worden als bijzonder geestelijk, diep, krachtig, gezalfd of invloedrijk. Zij leven van uitstraling, van positie, van indruk, van religieuze zichtbaarheid. Maar Paulus zegt niet dat het leven van de gelovige schittert in geestelijke zelfpromotie. Hij zegt dat het verborgen is.

Dat verborgen leven is vaak arm aan uiterlijk vertoon en rijk aan stille werkelijkheid. Het leeft niet van applaus, niet van invloed, niet van podium, niet van religieuze bewondering, maar van Christus alleen. Waar het vlees zichzelf graag laat gelden, leert de Schrift een leven dat in God verborgen is.

 

Christus is ons leven

“Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid” (Kolossenzen 3:4 STV).

Daar staat niet alleen dat Christus leven geeft. Er staat iets veel radicalers: Christus is ons leven.

Dat snijdt alle oppervlakkige religie af. Want er bestaat een vorm van christendom waarin Christus nuttig is, maar niet alles. Hij helpt bij schuldgevoel, geeft wat zingeving, brengt een religieuze identiteit, biedt troost in moeilijke tijden, maar blijft uiteindelijk een aanvulling op het oude bestaan. Paulus spreekt daar heel anders over.

Christus is niet een toevoeging. Hij is niet een hulpmiddel. Hij is niet slechts een voorbeeld. Hij is ons leven.

Dat betekent dat buiten Hem niets is dat blijvend waarde heeft. Zonder Hem is er geen ware gerechtigheid, geen ware vrede, geen ware heiliging en geen ware toekomst. Alles wat niet uit Hem voortkomt, draagt uiteindelijk nog de geur van het oude leven.

En let op de toekomstlijn: nu is dat leven verborgen, straks zal het openbaar worden. Dat is ook een les die de moderne christen hard nodig heeft. Men wil nu al zichtbaar triumferen. Men wil nu al de glans, nu al de eer, nu al het succes, nu al de manifestatie. Maar Paulus zegt: nu verborgen, straks geopenbaard. Eerst met Christus in God, daarna met Christus in heerlijkheid.

 

Doodt dan uw leden die op de aarde zijn

Juist daarom volgt die harde, onontkoombare oproep:

“Doodt dan uw leden, die op de aarde zijn, namelijk hoererij, onreinigheid, schandelijke beweging, kwade begeerlijkheid, en de gierigheid, welke is afgodendienst” (Kolossenzen 3:5 STV).

Paulus zegt niet: probeer ze te temmen. Hij zegt niet: geef ze een plaats. Hij zegt niet: leef er voorzichtig mee om. Hij zegt: doodt dan.

Dat is de taal die vandaag vaak ontbreekt. Men spreekt liever in therapeutische termen. Men heeft het over processen, patronen, kwetsbaarheid en ontwikkeling. Er zit soms waarheid in zulke woorden, maar ze kunnen ook functioneren als een dekmantel waaronder de zonde minder scherp wordt benoemd. Paulus gebruikt geen omfloerste taal. Hij zegt: doodt dan.

Waarom? Omdat deze dingen horen bij het oude leven. Omdat zij niet thuishoren in iemand die met Christus is opgewekt. Omdat de zonde geen speelkameraad is, maar een vijand. Omdat een christen niet veilig kan omgaan met wat God onder oordeel stelt.

 

Seksuele zonde en gierigheid: beide ontmaskerd

Paulus noemt eerst openlijk morele zonden: hoererij, onreinheid, schandelijke beweging, kwade begeerlijkheid. Daarmee raakt hij een terrein dat ook vandaag levens verwoest, gezinnen breekt, gewetens verhardt en kerken besmet.

Maar Paulus stopt daar niet. Hij noemt ook

“de gierigheid, welke is afgodendienst” (Kolossenzen 3:5 STV).

Dat is vernietigend voor keurige, burgerlijke, nette religie. Want veel mensen denken  dat ze ver van grove zonden afstaan, terwijl hun hart intussen gewoon buigt voor geld, bezit, comfort en zekerheid. Men leeft dan niet voor wellust, maar voor welvaart. Niet voor losbandigheid, maar voor bezit. En Paulus zegt: dat is afgodendienst.

Dat is een onthulling waar veel kerkmensen zich niet graag aan blootstellen. Men veroordeelt openlijke zonden sneller dan de stille verering van geld. Maar de apostel zet ze hier in één adem naast elkaar. Waarom? Omdat beide voortkomen uit een hart dat niet volledig op God gericht is. Gierigheid is niet slechts een klein karaktergebrek. Het is een afgod op de troon.

Wie zekerheid zoekt in bezit, wie rust zoekt in geld, wie bescherming zoekt in comfort, wie innerlijk kleeft aan aardse winst, dient niet God, maar een vervanger.

 

Gods toorn over de kinderen der ongehoorzaamheid

“Om welke de toorn Gods komt over de kinderen der ongehoorzaamheid” (Kolossenzen 3:6 STV).

Dat is taal die vandaag vaak wordt weggefilterd uit preken en gesprekken. Men spreekt wel over liefde, acceptatie, nabijheid en herstel, maar nauwelijks nog over toorn. Toch schaamt Paulus zich hier totaal niet. God is niet onverschillig tegenover onreinheid, begeerte en afgoderij. Zijn toorn komt daarover.

Dat maakt de ernst van heiliging duidelijk. Het gaat hier niet om onschuldige zwakheden die God glimlachend voorbijziet. Het gaat om dingen die onder Zijn oordeel staan. Daarom is het ook zo gevaarlijk wanneer het evangelie wordt afgevlakt tot iets zachts en mensvriendelijks waarin Gods heiligheid geen plaats meer heeft. Dan krijgt men een Christus zonder scherpte, een genade zonder waarheid en een geloof zonder bekering.

Maar het evangelie van de Schrift is heel anders. Juist omdat Christus gekomen is als Redder, wordt zichtbaar hoe ernstig de zonde werkelijk is. Juist omdat het kruis nodig was, kan niemand lichtvaardig omgaan met wat God haat.

 

Eertijds hebt gij daarin gewandeld

“In dewelke ook gij eertijds hebt gewandeld, toen gij in dezelve leefdet” (Kolossenzen 3:7 STV).

Paulus weet heel goed dat de gelovigen uit deze sfeer zijn gekomen. Hij schrijft niet aan mensen die van nature beter waren dan anderen. Ook zij hebben daarin gewandeld. Ook zij hebben daarin geleefd. Maar hij spreekt erover als over het verleden.

Dat is cruciaal. Een christen is niet volmaakt, maar hij behoort ook niet meer thuis in zijn oude levenssfeer. Bekering is geen religieuze upgrade van het oude bestaan. Het is een werkelijke overgang. Een ander leven. Een andere richting. Een andere Heer. Een andere bron.

Daarom is het zo misleidend wanneer iemand zich beroemt op genade, maar tegelijk rustig blijft leven in de sfeer waarvan Paulus zegt dat zij bij het vroegere leven hoort. Dan wordt genade misbruikt als dekmantel voor ongehoorzaamheid. Maar de genade van God brengt niet alleen vergeving; zij brengt ook een nieuwe gezindheid voort.

 

Geen wetticisme, maar echte heiliging

Opvallend is dat Paulus de heiliging hier niet opbouwt vanuit wet, prestatie of religieuze druk. Hij zegt niet: werk uzelf omhoog. Hij zegt: gij zijt met Christus opgewekt. Gij zijt gestorven. Uw leven is verborgen met Christus in God. Christus is uw leven. Doodt dan…….

Dat is echt christelijk. De bron van heiliging ligt niet in menselijke inspanning, maar in de verbondenheid met Christus. Maar juist daarom is deze heiliging zo radicaal. Niet wettisch, maar scherp. Niet moralistisch, maar ernstig. Niet oppervlakkig gedragstoezicht, maar een dodelijke breuk met wat bij het oude leven hoort.

De Genade maakt de zonde niet minder ernstig, maar juist ondraaglijk voor een vernieuwd hart. Wie werkelijk met Christus verbonden is, kan niet in vrede samenleven met wat Hem oneert.

 

Waarom Kolossenzen 3 aardsgezind christendom ontmaskert

Kolossenzen 3:1-7 ontmaskert een groot deel van wat zich vandaag christelijk noemt. Het raakt mensen die nette woorden gebruiken, maar aards leven. Mensen die Bijbels klinken, maar werelds denken. Mensen die Christus belijden, maar intussen worden geregeerd door begeerte, geld, status of gemak.

Dit gedeelte laat geen ruimte voor een geloof waarin de mond vol is van Jezus, terwijl het hart nog vastzit aan beneden. Geen ruimte voor een prediking die vooral flatteert, geruststelt en motiveert, maar nooit ontmaskert. Geen ruimte voor een leven waarin men zich christen noemt en toch fundamenteel aardsgezind blijft.

Paulus schrijft alsof dat een tegenspraak is. En dat is het ook.

Kolossenzen 3 is geen vriendelijk duwtje in de rug voor wie wat geestelijker wil worden. Het is een verpletterende aanklacht tegen een christendom dat de hemel belijdt en de aarde aanbidt.

Wie met Christus is opgewekt, kan niet blijven leven alsof deze wereld zijn vaderland is.
Wie gestorven is, kan het oude leven niet blijven koesteren alsof het nog rechten heeft.
Wie zegt dat Christus zijn leven is, kan niet intussen buigen voor geld, begeerte en onreinheid.
Wie een hemelse roeping heeft, verraadt zichzelf wanneer zijn hart voortdurend aan beneden vastkleeft.

Laten we eerlijk zijn: veel van wat vandaag voor christelijk doorgaat, zou onder Paulus’ mes geen moment standhouden. Te veel geloof is nog verliefd op de wereld. Te veel prediking durft de zonde niet meer te doden. Te veel zich als gelovig beschouwende mensen willen Christus als Redder, maar niet als de Heere Die hun aardse afgoden omverwerpt.

De vraag is daarom niet of u deze woorden mooi vindt.

De vraag is niet of u het scherp vindt.

De vraag is niet of u zich erin herkent op papier.

De vraag is of uw leven echt met Christus verborgen is in God.

Want een geloof dat alleen praat over boven, maar intussen leeft voor beneden, is geen geestelijke rijkdom. Het is zelfbedrog in nette verpakking.

 

2 Kronieken 25 uitgelegd: Amasia en het gevaar van een half hart

Geestelijke ontmaskering

Er zijn hoofdstukken in de Bijbel die niet alleen geschiedenis vertellen, maar geestelijk ontmaskeren. 2 Kronieken 25 is zo’n hoofdstuk.

Daar werd gisteren over gepreekt,

Over Amasia staat:

“En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, doch niet met een volkomen hart.” (2 Kronieken 25:2) (STV).

Dat ene vers is de sleutel tot heel zijn leven. Uiterlijk leek er nog veel in orde, maar innerlijk ontbrak het beslissende: een ongedeeld hart voor God.

Dat is ook vandaag het gevaar. Niet alleen openlijke afval is dodelijk. Een verdeeld hart is dat ook. Een mens kan godsdienstig lijken, rechtzinnig klinken, Bijbelteksten kennen en toch niet werkelijk aan de Heere overgegeven zijn. En juist dát maakt deze geschiedenis zo scherp.

Amasia begon goed, maar zonder diepgang

Amasia begon niet als een openlijke vijand van God. Hij deed op sommige punten wat recht was. Hij handelde zelfs overeenkomstig Gods wet.

Zo lezen we:

“Doch hun kinderen doodde hij niet, maar hij deed, gelijk in de wet, in het boek van Mozes, geschreven is, waar de HEERE geboden heeft, zeggende: De vaders zullen niet sterven om de kinderen, en de kinderen zullen niet sterven om de vaders; maar een ieder zal om zijn zonde sterven.” (2 Kronieken 25:4) (STV).

Ook luisterde hij aanvankelijk naar de waarschuwing van de man Gods toen hij de huurlingen uit Israël had ingehuurd. Toen Amasia bezorgd was over het geld dat hij kwijt zou zijn, kreeg hij te horen:

“De HEERE heeft veel meer dan dit, om u te geven.” (2 Kronieken 25:9) (STV).

Dat blijft een blijvende les: gehoorzaamheid lijkt soms verlies, maar ongehoorzaamheid kost altijd meer.

Maar hier zit nu juist het gevaar. Een mens kan op onderdelen juist handelen en toch geen volkomen hart hebben. Uiterlijke correctheid is nog geen innerlijke overgave.

De overwinning werd zijn ondergang

Na zijn overwinning op Edom begint Amasia geestelijk te vallen. Dat is veelzeggend. Niet zijn nederlaag, maar zijn succes wordt zijn val.

De Schrift zegt:

“Het geschiedde nu, nadat Amazia gekomen was van de Edomieten te slaan, dat hij de goden der kinderen van Seïr bracht, en stelde ze zich tot goden; en hij boog zich voor derzelver aangezichten neder, en rookte hun.” (2 Kronieken 25:14) (STV).

Dat is onthutsend. Hij overwint een volk, maar gaat vervolgens de goden van datzelfde overwonnen volk dienen. Wat is dat anders dan geestelijke blindheid? En hoe actueel is dat niet? Mensen behalen een overwinning, krijgen invloed, waardering of reputatie, en juist daarna worden zij innerlijk opgeblazen. Ze danken God met hun mond, maar hun hart buigt intussen voor iets anders.

De Bijbel waarschuwt op veel plaatsen voor die lijn.

“God wederstaat de hovaardigen, maar den nederigen geeft Hij genade.” (Jakobus 4:6) (STV).

Hoogmoed is niet een karakterfoutje. Hoogmoed zet een mens tegenover God.

Een onvolkomen hart wil niet terechtgewezen worden

Wanneer de profeet Amasia aanspreekt, blijkt hoe diep het probleem zit. Amasia wil niet meer luisteren.

De Schrift zegt:

“En het geschiedde, als hij tot hem sprak, dat hij tot hem zeide: Heeft men u tot des konings raadsman gesteld? Houd op; waarom zou men u slaan?” (2 Kronieken 25:16) (STV).

Hier wordt het masker afgetrokken. Een mens met een volkomen hart buigt onder Gods Woord. Een mens met een trots hart wordt boos wanneer Gods Woord hem corrigeert. Hij wil bemoediging, maar geen bestraffing. Hij wil genade, maar geen ontmaskering. Hij wil een preek die streelt, niet een Woord dat doorsnijdt.

Daarom is deze geschiedenis zo ontregelend. Want het echte probleem is niet alleen dat Amasia afgoden diende. Het probleem is dat hij niet meer wilde luisteren toen God hem aansprak.

De distel en de ceder

Dan volgt de beroemde gelijkenis van de distel en de ceder. Joas, de koning van Israël, antwoordt Amasia:

“De distel, die op Libanon is, zond tot den ceder, die op Libanon is, om te zeggen: Geef uw dochter mijn zoon ter vrouw. Maar het gedierte des velds, dat op Libanon is, ging voorbij, en vertrad den distel.” (2 Kronieken 25:18) (STV).

Het beeld is vernietigend. De distel is klein, zwak en verachtelijk, maar denkt dat hij zich met de ceder kan meten. Dat is hoogmoed: jezelf groter achten dan je bent. Dat is de mens in zijn opgeblazen religieuze zelfbeeld. Dat is de gelovige die meent te staan, terwijl hij al wankelt. Dat is de prediker, de leider of de kerkganger die een beetje succes heeft gehad en dan denkt dat hij onaantastbaar is.

Joas legt het ook direct uit:

“Gij zegt: Zie, gij hebt de Edomieten geslagen; daarom heeft uw hart u verheven, om u te beroemen; blijf nu in uw huis; waarom zoudt gij u met kwaad vermengen, dat gij vallen zoudt, gij en Juda met u?” (2 Kronieken 25:19) (STV).

De overwinning had Amasia opgeblazen. Zijn hart had zich verheven.

De ceder als beeld van verhevenheid

De ceder verwijst typologisch naar Christus, dat is niet willekeurig. In Hooglied 5:15 staat over de Liefste:

“Zijn gestalte is als de Libanon, uitverkoren als de cederen.” (Hooglied 5:15) (STV).

De ceder draagt in de Schrift vaak iets van hoogte, heerlijkheid, kracht en majesteit in zich.

Juist daarom is het contrast zo scherp. De distel verheft zich, maar blijft een distel. De mens denkt groot van zichzelf, maar is in werkelijkheid zwak, zondig en afhankelijk. Eén stap van Gods oordeel, en zijn schijn-grootheid is weg.

De les voor ons

De lijn van Amasia is huiveringwekkend herkenbaar. Eerst is er een zekere uiterlijke gehoorzaamheid. Daarna komt succes. Dan volgt hoogmoed. Vervolgens komt afgoderij. Dan wordt vermaning verworpen. En uiteindelijk komt de val.

De afloop is dan ook vernederend. Juda wordt verslagen, Jeruzalems muur wordt afgebroken en de schatten worden weggenomen. Uiteindelijk eindigt Amasia in schande en dood. Dat is geen toevallig ongeluk, maar het morele gevolg van een hart dat niet volkomen voor de Heere was.

Daarom is de vraag van deze geschiedenis niet alleen: leef jij redelijk netjes? De vraag is: is jouw hart volkomen voor God?

De Bijbel zegt ook breder over leiderschap en gerechtigheid:

“Als de rechtvaardigen groot worden, verblijdt zich het volk; maar als de goddeloze heerst, zucht het volk.” (Spreuken 29:2) (STV).

Dat geldt niet alleen maatschappelijk, maar ook geestelijk: waar de mens niet door Gods waarheid geregeerd wordt, komt zuchten, verval en verwarring.

Alleen Christus redt van een verdeeld hart

De ernst van 2 Kronieken 25 is ook dit: de mens herstelt zichzelf niet. Een half hart wordt niet heel door wat extra godsdienst. Hoogmoed wordt niet genezen door orthodoxe taal. De distel groeit niet uit tot een ceder.

Alleen Christus redt. Waar de mens zichzelf verhoogt, heeft Christus Zich vernederd. Waar de mens zijn eer zoekt, droeg Christus smaad. Waar de mens vastklampt aan zichzelf, gaf Christus Zich over. En juist daarom is Jakobus 4 zo scherp en zo hoopvol tegelijk:

“Zo onderwerpt u dan Gode.” (Jakobus 4:7) (STV).

De weg uit hoogmoed is niet zelfverbetering, maar onderwerping aan God.

Amasia is gevaarlijk herkenbaar. Geen openlijk ongelovige, maar een man die een eind kwam, veel goed leek te doen en toch viel. Waarom? Omdat zijn hart niet volkomen was.

Dat is de waarschuwing van 2 Kronieken 25.
God vraagt niet om een nette buitenkant.
Niet om een religieuze vorm.
Niet om halve trouw.

Hij vraagt het hele hart.

En wie denkt dat dit te scherp gesteld is, moet opnieuw luisteren naar de Schrift:

“En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, doch niet met een volkomen hart.” (2 Kronieken 25:2) (STV).

Dáár ging het mis. En dáár gaat het nog steeds mis.

Geverifieerd door MonsterInsights