Het geloof VAN Jezus Christus

Het geloof VAN Jezus Christus

De oude vertalingen zoals de Statenvertaling vertalen dit gedeelte conform de grondtekst. Helaas laten de nieuwe vertalingen hier allen een steek vallen.

Ik heb het zelf gecheckt, en de vertalingen na de Statenvertaling , inclusief de Herziene, vertalen: het geloof IN Jezus Christus, terwijl de grondtekst duidelijk maakt dat het echt om het geloof VAN Jezus Christus gaat. Waarom dat zo is laat zich raden

Ik geef toe; het is een taaltechnische kwestie, het heeft met naamvallen te maken maar als je het checkt zul je erachter komen dat de Statenvertaling en de King James Version dit correct weergeven . Het is wel een significant verschil door wiens geloof we als kinderen van God gerechtvaardigd worden.

De vloek van de wet

De vloek van de wet

Wie zich beroemt op zijn goede werken, bewijst daarmee niet zijn geestelijkheid, maar zijn blindheid. Want wie de wet als grond kiest, kiest bewust voor de vloek van de wet. Dat is geen interpretatie, maar een keiharde Bijbelse vaststelling. Paulus laat hier geen ruimte voor nuance, ingelegde theorieeen of ontsnappingsroutes.

De wet van Mozes was geen opstap naar rechtvaardiging, maar een met vervloeking bekrachtigd verbond. Niet omdat God wreed is, maar omdat de mens zondig is. De vloek was geen dreiging aan de rand van het verbond; zij was het logische en onafwendbare gevolg ervan. Een wet voor zondaars eindigt altijd in veroordeling.

Alleen vervloekingen

Op de berg Ebal wordt dit onmiskenbaar zichtbaar. Geen zegen, geen bemoediging, geen perspectiefalleen vervloekingen. En het volk zei  twaalf keer “Amen”. Men zette er vrijwillig zijn handtekening onder.

Wie vandaag doet alsof de Wet bedoeld was om leven te schenken, herschrijft de Schrift.

Het idee dat de mens zich door wetsgehoorzaamheid zou kunnen rechtvaardigen, is plat zelfbedrog. Het veronderstelt een mens die niet bestaat: een mens zonder zonde. De werkelijkheid is dat de wet niets anders doet dan blootleggen, aanklagen en veroordelen. Zij geneest niet; zij veroordeelt en doodt.

Wetsdenken

Zelfvervloeking is daarom geen ontsporing, maar een logisch gevolg van wetsdenken. In Numeri 5 wordt de vloek ritueel toegepast. In Deuteronomium 29 wordt gesproken over “de vervloeking” van de wet. In Nehemia 10 roept het volk vernietiging over zichzelf af. En in Handelingen 23 vervloeken mensen zichzelf om een apostel te vermoorden. Wie dit patroon niet ziet, wil het niet zien.

De wet produceert geen heiligen, maar fanatici. Zij voedt angst, schuld en geweldnooit leven. Daarom noemt Paulus haar zonder omhaal een “bediening des doods” en van veroordeling. En toch blijven sommige christenen deze opnieuw omhelzen, alsof er enige geestelijke winst te behalen valt.

Dat is geen vroomheid, maar regressie.

Rectvaardiging alleen ZONDER de wet

Wie zich opnieuw onder de wet plaatst om gerechtvaardigd te worden, verraadt het kruis. Christus is niet gestorven om de wet een beetje milder te maken. Hij is tot een vloek geworden, juist omdat de wet alleen maar vervloeken kan. Wie dat afzwakt, maakt Zijn offer overbodig.

Christus heeft het oordeel gedragen. Punt. Wie Hem daarna weer aanvult met wet, zegt feitelijk dat Zijn werk onvoldoende was. Alleen ZONDER de wet is er rechtvaardiging.

 Maar nu is de rechtvaardigheid Gods geopenbaard geworden zonder de wet, hebbende getuigenis van de Wet en de Profeten (Romeinen 3:21 STV)

Alleen in de Geest is er gehoorzaamheid. Alles daarbuiten is platte religieuze schone schijn, en uiteindelijk: de vloek. Met als resultaat de dood.

Zie ook:

De Wet, alleen de vloek weggenomen? – Bijbelse basis

“Ik ben niet gekomen om de Wet te ontbinden, maar te vervullen” – Bijbelse basis

Waren gelovigen uit de volken ooit onder de Wet? – Bijbelse basis

De wet onder een nieuw etiket als “Tien kernwaarden voor het leven van een christen?” – Bijbelse basis

Why the Ten Commandments Are Not “Ten Core Values for Christian Life” – Bijbelse basis

De wereld anno 2026.388.000.000 mensen , 1 op de 7 christenen, wordt vervolgd vanwege hun geloof

Ranglijst Christenvervolging 2026

Wereldwijd hebben ruim 388 miljoen christenen te maken met vervolging en discriminatie vanwege hun geloof in Jezus Christus. De nieuwste Ranglijst Christenvervolging brengt in kaart in welke vijftig landen christenen het meest worden onderdrukt en het zwaarst te lijden hebben om hun geloof.


Kijk bij Open Doors   https://www.opendoors.nl/388miljoen/

Schrift met Schrift vergelijken

Schrift met Schrift vergelijken: een vergeten principe

Een van de meest fundamentele regels voor Bijbeluitleg is tegelijk een van de meest genegeerde:

De Schrift verklaart zichzelf, Schrift met Schrift vergelijken….

  • Niet gevoel.
  • Niet traditie.
  • Niet populaire prediking.

Maar de Bijbel zelf.

De Schrift zegt het eenvoudig en diep tegelijk:

“Geestelijke dingen met geestelijke dingen vergelijken.” (1 Korinthe 2:13)

“Geen profetie der Schrift is van eigen uitleg.” (2 Petrus1:20)

Dat betekent:

  • geen leer opbouwen op één tekst,
  • geen beeld losmaken van zijn context,
  • en geen conclusie trekken voordat alle relevante Schriftplaatsen zijn meegenomen.

Waar dit principe verdwijnt, ontstaat verwarring. Waar het wordt toegepast, ontstaat orde. En duidelijkheid.

Enkele voorbeelden:

“Koning Jezus”: Schrift met Schrift getoetst

De uitspraak “Koning Jezus” is bijbels juist.


Maar de vraag is: Koning waarvan?

Wanneer we Schrift met Schrift vergelijken, valt iets op:

  • Jezus wordt Koning genoemd in relatie tot Israël
  • Hij wordt nooit Koning van de gemeente genoemd

De profeten spreken over:

  • de troon van David
  • Jeruzalem
  • een aards koninkrijk

Jezus zelf zegt:

“Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld.” (Johannes 18:36)

Dat betekent niet sec “geestelijk”, maar: nog niet gevestigd.

Over de gemeente zegt de Schrift iets anders:

“Hij is het Hoofd van het lichaam, namelijk van de gemeente.” (Kolossenzen 1:18)

Een hoofd regeert geen onderdanen. Een hoofd stuurt een lichaam aan.

Door Schriftvergelijking dus:
Jezus is Koning, maar niet van de gemeente.

De bruid: wie zegt de Schrift dat zij is?

Veel christenen spreken vanzelfsprekend over “de bruid van Christus” en bedoelen daarmee de gemeente.
Maar zodra we Schrift met Schrift vergelijken, blijkt dit onhoudbaar.

De Bijbel gebruikt bruid/vrouw-taal uitsluitend voor Israël:

  • huwelijksverbond (Sinaï)
  • ontrouw (overspel)
  • verstoting
  • toekomstig herstel

De gemeente kent:

  • geen huwelijksverbond
  • geen echtscheiding
  • geen herstel als vrouw

In Openbaring 21 wordt de bruid getoond:

“Kom, ik zal u tonen de bruid, de vrouw van het Lam.”

Wat ziet Johannes?
 Het nieuwe Jeruzalem, verbonden aan Israël.

Dus
De bruid is Israël. De gemeente is geen bruid.

Wat is de gemeente dan wél?

Als de gemeente geen koninkrijk is en geen bruid, wat is zij dan?

De Schrift is opvallend eensgezind:

  • Lichaam
  • Huisgezin
  • Tempel
  • Kinderen van God

“Zo zijt gij dan … huisgenoten van God.” (Efeze 2:19)

Dat is geen hiërarchie, maar familie. Geen onderdanen, maar kinderen. Geen koning, maar een Hoofd. De identiteit van de gemeente is hemels, niet aards.
Haar roeping is hemels, niet koninklijk bestuur.

Waarom vermenging ontspoort

Wanneer Israël en gemeente door elkaar worden gehaald, ontstaan vaste patronen van verwarring:

  • de gemeente wordt “bruid”
  • Jezus wordt “Koning van de gemeente”
  • het koninkrijk moet “nu” gebouwd worden

Dit komt niet voort uit Schriftvergelijking, maar uit selectieve lezing.

Gevolg:

  • profetie wordt vergeestelijkt
  • beloften worden verplaatst
  • toekomstverwachting verdwijnt

Wat begint als vroom taalgebruik, eindigt als dwaalleer.

Hoe vergelijk je Schrift met Schrift in de praktijk?

Bijbels lezen vraagt discipline. Enkele eenvoudige regels:

  1. Verzamel alle teksten over een onderwerp
  2. Scheid contexten (Israël / gemeente / volken)
  3. Let op tijd (nu – toekomst)
  4. Maak onderscheid tussen beeld en leer
  5. Laat moeilijke teksten staan zonder ze glad te strijken

De Bijbel corrigeert en verklaart zichzelf — als wij haar tenminste laten spreken.

 Christus verheerlijkt door onderscheid

Onderscheid verkleint Christus niet.
Het verheerlijkt Hem.

Door Schrift met Schrift vergelijken zien we Jezus Christus in Zijn volle rijkdom:

  • Koning van Israël
  • Hoofd van de gemeente
  • Heer van allen
  • Middelaar van het nieuwe verbond

Niet één titel vervangt de andere. Elke titel hoort bij een specifieke relatie.

Dat is geen verdeeldheid, maar goddelijke orde.

Tot Wie bidden en zingen?

Tot Wie bidden en zingen?

Adressering in gebeden en liederen

In kerken en samenkomsten is bidden en zingen een vast onderdeel. De woorden komen vaak moeiteloos over de lippen en de melodie draagt het gevoel. Toch wordt er zelden bij stilgestaan tot Wie wij ons precies richten. Juist daar ontstaat ongemerkt een probleem: de adressering van onze woorden klopt niet altijd met het Bijbelse patroon.

Wie het Nieuwe Testament aandachtig leest, ontdekt een opvallende eenheid. Gebeden, dankzeggingen en lofprijzingen zijn steeds gericht tot God de Vader, en soms rechtstreeks tot de Heere Jezus Christus. Wat echter ontbreekt, zijn voorbeelden van gebeden of lofprijzingen die tot de Heilige Geest gericht zijn. Dat is geen toevalligheid, maar een betekenisvol gegeven.

De blijvende inwoner

De Bijbel laat zien dat de Heilige Geest een andere plaats inneemt. Hij is niet in de eerste plaats Degene tot Wie wij spreken, maar Degene door Wie wij spreken. Hij is niet de Ontvanger van het gebed, maar de innerlijke Kracht die het gebed mogelijk maakt. Daarom spreekt de Schrift consequent over bidden door de Geest en bidden in de Geest, maar nooit over bidden tot de Geest.

Een kerngegeven van het christelijk geloof is dat de Heilige Geest in de gelovige woont. Hij is geen bezoeker die af en toe verschijnt, maar een blijvende Inwoner. Hij vormt het denken, richt het hart en wekt het verlangen tot gebed. Juist daarom is het theologisch problematisch om de Geest aan te spreken alsof Hij buiten ons staat.

Zekerheid uit de Bijbel

Wanneer wij bidden of zingen met woorden als “Kom, Heilige Geest”, zeggen we feitelijk, al is het vaak onbedoeld, dat Hij er nog niet is. Dat botst met de Bijbelse zekerheid dat de Geest gegeven is en blijft. De Schrift laat zelfs zien dat het werk van de Heilige Geest en het innerlijk van de gelovige soms nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn. De verzuchtingen die uit het hart opstijgen, zijn tegelijk het werk van de Geest. Hij bidt in ons, met ons en door ons.

Juist in liederen komt verkeerde adressering veel voor. Liederen hebben een poëtische vrijheid en een sterke emotionele lading. Wat muzikaal en gevoelsmatig werkt, wordt lang niet altijd inhoudelijk getoetst. Aanspreekvormen als “Heilige Geest, wij aanbidden U” klinken intens en persoonlijk, maar verleggen ongemerkt de Bijbelse volgorde.

Daarbij speelt mee dat wat vaak gezongen wordt, vanzelf normaal gaat voelen. Zo ontstaat een praktijk waarin de Heilige Geest wordt behandeld als een externe Persoon die moet komen, spreken of handelen, terwijl Hij juist Degene is die het spreken zelf mogelijk maakt.

Mogelijke gevolgen

Deze verkeerde adressering blijft niet zonder gevolgen. Wie steeds bidt om de komst van de Geest, kan innerlijk gaan twijfelen aan Zijn blijvende aanwezigheid. De aandacht verschuift van vertrouwen op wat God reeds gegeven heeft naar het zoeken naar nieuwe ervaringen of gevoelens. Ook vervaagt het onderscheid binnen de ‘Drie-eenheid’,  waardoor het verstaan van Wie God is, en Zijn handelen verarmt.

Een bijbels evenwicht vraagt niet om koel of afstandelijk bidden, maar om dieper vertrouwen. Het patroon dat de Schrift laat zien is helder en rijk: wij richten ons tot de Vader, in de Naam van de Zoon, gedragen en geleid door de Heilige Geest. Wie zo bidt, hoeft de Geest niet te roepen, want Hij is er al. Wie zo zingt, plaatst Hem niet op afstand, maar erkent Hem als de Bron van het zingen zelf.

Geworteld raken

De vraag tot Wie wij spreken is geen taalkwestie, maar een geestelijke. Woorden vormen ons denken, en denken vormt ons geloofsleven. Juist daarom verdient de adressering van onze gebeden en liederen zorgvuldige aandacht. Niet om armer te worden, maar rijker. Niet om te beperken, maar om dieper geworteld te raken in wat de Schrift werkelijk leert.

Bent u ook religieus?

Bent u ook religieus?

YouTube player

Ook religieus?

En hoe is dat met u? Bent u ook religieus? Houdt u zich ook netjes aan allerlei voorschriften? Mag ik dan eens vragen: Wat is er in uw hart? Of valt u ook in de categorie “witgepleisterde graven”, gij geveinsden”?

Zonden weggedaan

Weet u wat het tegenovergestelde van Wet doet? Weet u wat Genade doet?
Genade maakt de mens nederig. Wet maakt hem hoogmoedig. Genade maakt een mens dankbaar. Genade brengt een mens respect bij voor anderen. Genade brengt een mens die normen en waarden die men ons vanuit Den Haag niet kan geven want daar kan men alleen maar wet maken. Komt toch niet goed… en wat God ons u mij aanreikt is Genade; de Blijde boodschap dat God via de Here Jezus Christus de zonde der wereld heeft weggedragen aan het kruis van Golgotha, en dat is volgens de hoogste Rechter, dat is God zelf uiteraard, uw zonden zijn weggedaan. Voor Hem tellen ze niet meer.

Eén voor allen gestorven

Indien één voor allen gestorven is zegt mijn Bijbel, zijn allen gestorven, en het ís zo, staat er meteen achter in 2 Korinthe 5. Eén is voor allen gestorven en de bedoeling is dat waar dat zonde probleem door God zelf, de hoogste instantie die er is, is opgelost, wij vervolgens van Hem zouden aanvaarden zouden aannemen, zouden geloven, die zaligmakende Genade die verschenen is aan alle mensen. Want de Genadegift Gods is eeuwig leven. Dát is wat God je geven wil.
En daarvoor hoef je niet eerst naar Jeruzalem te gaan, om dan onderweg te gaan naar Damascus In de hoop dat God je onderweg een keer wat laat zien. En mocht u denken: “Ja maar het moet toch een keer, God moet je toch dan een keer roepen ofzo, dan kan ik u met blijdschap mededelen dat Hij dat nú doet. De Bijbel zegt dat Hij ALTIJD roept, zolang het heden genaamd wordt, en voegt eraan toe: “heden is de welaangename tijd”, en voegt er ook aan toe: “heden indien gij Zijn stem hoort verhardt uw hart niet maar láát u leiden.

Nieuwe schepping

Niet door andere mensen, niet door religieuze leiders, niet door de Wet, maar door de Heer zelf, die roept en zegt tot u: “komt allen tot Mij die vermoeid zijn, en Ik zal u rust geven. Kóm tot Mij, hóór, luister, en ge zult leven, uw ziel zal leven. Want God is Degene die weliswaar eenmaal in het verleden door Zijn Woord deze hele wereld gemaakt heeft maar die met diezelfde mond en met hetzelfde Woord gezegd heeft, dat deze wereld tijdelijk is, voorbij gaat, en met Zijn zelfde Woord, Zijn zelfde spreken, maakt Hij een nieuwe schepping.
En daarom zegt Paulus in één van zijn eerste woorden in zijn eerste brief in Romeinen 1 vers 16 “Het evangelie is kracht Gods” de Blijde boodschap de verkondiging van het Woord aangaande Christus in een Nieuw verbond. dat evangelie van Christus in zichzelf, dat Woord is kracht Gods tot zaligheid voor EEN IEDER die gelooft. Want als je niet luistert heb je er niks aan!

Je komt er niet mee weg

En vanavond roept Hij. Je komt niet weg, vanavond zeker niet, met te zeggen: “Maar ik ben al religieus..”
Dát is nou juist waar Hij je uitroept. Men zou niet zijn vertrouwen stellen op wetten en regels en op zijn eigen manier van leven hoe gedisciplineerd dat waarschijnlijk ook is, en hoe knap dat overigens ook moge zijn. Waar een mens zou komen zoals Abraham, zou gaan uit zijn land, uit zijn maagschap, en uit zijns vaders huis en op weg gaan. En de Heer zegt: “Ik zal je wijzen al de weg die gij gaan zult”.
En waarmee ook alweer zou een jongeling zijn pad rein bewaren? Als hij dat houdt naar uw Woord, Psalm 119. “Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad”. Niet menselijke overlevering, niet de Mozaïsche Wet uit geboden en inzettingen bestaande, maar het Woord van Gods Genade.

Rechtvaardigheid

Als je dat zoekt, als je waarheid zoekt, in alle oprechtheid, kom dan tot Jezus. Er is niks anders te doen dan Hem te danken en wat je dan zegt tegen Hem, dan zeg je “ spreek Heer want uw knecht hoort” als Samuel. Of je zegt: “wie zijt Gij Heere”. En later zegt diezelfde Paulus die zegt: het gaat in onze levens maar om één ding, dat we die religie achter ons laten.
Ik gun me de tijd niet om het voor te lezen maar het staat hier in Filippenzen 3, dat hij die dingen “schade en drek achtte” en hij had het over religie, “om de uitnemendheid der kennis van Christus Jezus Mijn Heer om wiens wil ik al die dingen schade en drek gerekend heb opdat ik Christus moge gewinnen, en in Hem gevonden worde, niet hebbende MIJN rechtvaardigheid die uit de Wet, uit religie is, maar die door het geloof van Christus is. Namelijk de rechtvaardigheid die uit het geloof is. Door het geloof opdat ik Hem kenne”.

Kent u de Heere Jezus?

En dat was wat hij tot de Heer zei toen die Hem riep: “Saul, Saul, wat vervolgt gij Mij” kan gericht worden aan ieder die religieus is in de echte, ook Bijbelse betekenis van de term. En het antwoord zou moeten zijn: “Wie zijt gij Heere, ik ken U niet, maar maak U bekend. En dát gebed wordt, gegarandéérd, verhoord omdat het de wil van God Is dat wij komen tot kennis van Hem.
Ik kom uit oorspronkelijk evangelisch milieu en daarin vroegen wij elkaar: “kent u de Heere Jezus?” en dan bedoelden we echt niet of men er ooit van gehoord had. Maar wij bedoelden: “Ben je al tot geloof gekomen? Heb je jezelf al aan hem overgegeven? Heb je Hem toegelaten in je leven? Want dát is wat de Heer van ons vraagt.
Niet Wet, maar oprechte onderwerping aan Hem, en aan Zijn Woord zodat Hij door Zijn Woord, en zo werkt God altijd, door Zijn Woord. Opdat Hij door Zijn Woord Zijn Werk in ons zou doen. En nog een keer met de woorden van Paulus: “Opdat Gods kracht in onze zwakheid volbracht zal worden, tot eer van Hem in de eerste plaats, maar vervolgens ook tot redding en tot eer van ons.

“Ik ben niet gekomen om de Wet te ontbinden, maar te vervullen”

Alsnog onder de wet?

“Ik ben niet gekomen om de Wet te ontbinden, maar te vervullen”

Mattheüs 5:(SV)

17 Meent niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om die te ontbinden, maar te vervullen.
18 Want voorwaar zeg Ik u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet één jota noch één tittel van de Wet voorbijgaan, totdat het alles zal zijn geschied.
19 Zo wie dan één van deze minste geboden zal ontbonden en de mensen alzo zal geleerd hebben, die zal de minste genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar zo wie dezelve zal gedaan en geleerd hebben, die zal groot genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen.

 

Dit Bijbelgedeelte wordt soms aangehaald om ons te vertellen dat de wet nog steeds zeggenschap heeft voor, maar meer nog over Christenen. Maar dat is een foute conclusie, gebaseerd op een verkeerde lezing van wat Jezus hier zegt

De Here Jezus spreekt vóór kruis en opstanding

Allereerst: Jezus spreekt deze woorden onder de bedeling van de wet.
Hij is nog niet gestorven, de wet is nog volledig van kracht, en Israël staat nog onder het oude verbond.

Dat Jezus de wet op dat moment niet ontbindt, is vanzelfsprekend.
Een verbond wordt niet afgeschaft vóórdat het doel ervan is bereikt

“Vervullen” is niet: voortzetten

Het sleutelwoord is vervullen.

Vervullen betekent niet:

  • bevestigen,
  • verlengen,
  • opnieuw opleggen aan anderen.

Vervullen betekent:

  • tot voltooiing brengen,
  • het doel bereiken,
  • afronden.

Wanneer een contract is vervuld, blijft het niet gelden — het is juist afgelopen.
Zo ook met de wet.

Jezus vervult:

  • de morele eisen van de wet,
  • de ceremoniële voorschriften,
  • de profetische verwachting.

Niet door ze opnieuw op de mens te leggen, maar door ze volledig op Zich te nemen

“Totdat alles is geschied”

Jezus zegt niet dat de wet blijft gelden tot het einde van de wereld, maar:

“totdat alles is geschied.”

De cruciale vraag is hier: wanneer is “alles” geschied?

Het antwoord geeft Jezus Zelf:

“Het is volbracht.”

Daarmee is:

  • de wet vervuld,
  • de vloek gedragen,
  • aan de eis voldaan.

De hemel en aarde staan nog, maar de wet heeft haar doel bereikt

Paulus spreekt expliciet verder

Als de Here Jezus in Mattheüs 5 zou leren dat de wet blijvend heersend is over gelovigen, dan zou Paulus een valse leraar zijn.

Maar Paulus zegt ondubbelzinnig:

  • wij zijn gestorven voor de wet,
  • wij zijn vrijgemaakt van de wet,
  • Christus is het einde van de wet.

De Schrift spreekt zichzelf niet tegen.
Mattheüs 5 beschrijft de weg naar het kruis.
Paulus beschrijft de situatie ná het kruis.

De diepste ironie

Ironisch genoeg bevestigt Mattheüs 5 juist het tegenovergestelde van wat men ermee wil bewijzen.

Want als:

  • de wet tot op de kleinste letter moet worden vervuld,
  • en Jezus dat volledig heeft gedaan,

dan is er niets meer over om door ons te worden vervuld.

Wie na Christus alsnog teruggrijpt op de wet, zegt in feite:

Zijn vervulling was niet genoeg.

Jezus zegt niet:

“De wet blijft voor altijd staan voor Mijn volgelingen.”

Hij zegt:

Ik zal de wet volledig tot haar doel brengen.”

En precies dát is wat Hij gedaan heeft.

Zie ook Romeinen 13:8

 

De wet onder een nieuw etiket als “Tien kernwaarden voor het leven van een christen?”

De wet onder een nieuw etiket als “Tien kernwaarden voor het leven van een christen?”

Het recyclen of heretiketteren van de Tien Geboden als “tien kernwaarden voor het christelijk leven” kan klinken als een onschuldige moderne parafrasering. In werkelijkheid is het, zacht uitgedrukt, onjuist en in het slechtste geval theologisch misleidend. De terminologie verandert, maar de functie niet. Wat niet langer wet wordt genoemd, blijft in de praktijk functioneren als wet.

Niet geïnternaliseerd, maar de relatie beëindigd


Paulus laat geen ruimte voor deze herinterpretatie. Hij zegt niet dat de wet is verzacht, geïnternaliseerd of omgevormd tot waarden. Hij zegt dat de gelovige niet onder de wet is:

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
(Romeinen 6:14, SV)

Meer nog, hij zegt dat de gelovige voor de wet gestorven is:

“6 Maar nu zijn wij vrijgemaakt van de wet, overmits wij dien gestorven zijn, onder welken wij gehouden waren; alzo dat wij dienen in nieuwheid des Geestes, en niet in de oudheid der letter.”
(Romeinen 7:6, SV)

En hij trekt de beslissende conclusie:

“Want het einde (doel) der wet is Christus, tot rechtvaardigheid een iegelijk die gelooft.”
(Romeinen 10:4, SV)

Deze uitspraken laten geen ruimte voor het voortbestaan van de wet onder een moreel masker.

Een bediening die voorbij is


Dit wordt nog scherper bevestigd in 2 Korinthe 3. Paulus identificeert de Tien Geboden expliciet als:

“En indien de bediening des doods, in letteren bestaande en in stenen ingedrukt, in heerlijkheid is geweest, ”
(2 Korinthe 3:7, SV)

En hij stelt zonder omwegen dat deze bediening teniet gedaan is:

“Want indien hetgeen te niet gedaan wordt, door heerlijkheid was, veel meer is hetgeen blijft, in heerlijkheid.”
(2 Korinthe 3:11, SV)

Wat teniet gedaan is, wordt niet voortgezet onder een andere naam. Spreken over kernwaarden suggereert continuïteit, terwijl Paulus juist over discontinuïteit spreekt.

In plaats daarvan introduceert hij geen nieuw moreel kader, maar een geheel andere bediening:

“Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.”
(2 Korinthe 3:6, SV)

En hij vat het resultaat samen:

“De Heere nu is de Geest; en waar de Geest des Heeren is, aldaar is vrijheid.”
(2 Korinthe 3:17, SV)

“Kernwaarden” is geen Bijbels begrip


Bovendien is “kernwaarden” helemaal geen Bijbels begrip. Het komt voort uit moderne management- en organisatietaal, waar het verwijst naar vaste principes die gedrag sturen, beoordelen en reguleren.

Dit concept in de theologie introduceren betekent dat men een vreemd denkkader importeert en dat vervolgens op de Schrift projecteert. Dat is geen exegese, maar herinterpretatie , of,sterker nog.-inlegkunde.

Paulus spreekt niet in termen van waarden of principes, maar in relationele categorieën:
onder de wet of onder de genade,
in Adam of in Christus,
naar het vlees of naar de Geest.

Het centrum van het christelijk leven is geen moreel systeem, maar een Persoon:

“Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij.”
(Galaten 2:20, SV)

Leerstellige en pastorale gevolgen


De taal van kernwaarden bevrijdt niet; zij belast. Waarden blijven gedrag beoordelen, meten en aanspreken. Ze kunnen richting geven, maar ze geven geen leven. Op die manier wordt de druk van de wet functioneel hersteld — precies waarvoor Paulus waarschuwt:

“Staat dan in de vrijheid, met welke ons Christus vrijgemaakt heeft, en wordt niet wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen.”
(Galaten 5:1, SV)

Wat is nu de plaats van de Tien Geboden?

De Tien Geboden behouden hun betekenis als openbaring van Gods heiligheid en als spiegel van menselijke onmacht en tekort:

“Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.”
(Romeinen 3:20, SV)

Maar zij zijn niet de kernwaarden van het christelijk leven. Dat leven wordt niet gevormd door waarden, maar door gemeenschap met Christus, door de Geest.

Conclusie

>>Wat Paulus als beëindigd verklaart, kan niet worden voortgezet door het dan maar een andere naam te geven<<

Wat doet Christus sinds Zijn opstanding?

Wat doet Christus sinds Zijn opstanding?

Sinds Zijn opstanding en hemelvaart zit Christus aan de rechterhand van God, van waaruit Hij actief betrokken is bij de gelovigen en de voortgang van Gods plan. Zijn huidige werk is essentieel voor het behoud, de heiliging en de toekomstige verheerlijking van de Gemeente.

Christus als Hogepriester

Op dit moment vervult Christus de rol van Hogepriester naar de orde van Melchizedek (Hebreeën 7:17). Dit betekent dat Hij als middelaar optreedt tussen God en de gelovigen. Hij bidt en pleit voor hen bij de Vader, zodat zij vergeving en genade ontvangen. Dit is niet alleen een eenmalige daad, maar een voortdurende bediening:

  • Hij bemiddelt voor de gelovigen: Hij zorgt ervoor dat hun zonden niet langer tegen hen getuigen, maar dat zij gerechtvaardigd blijven door Zijn offer (Romeinen 8:34)​.
  • Hij geeft toegang tot de troon van genade: Door Zijn werk als Hogepriester kunnen gelovigen vrijmoedig tot God naderen (Hebreeën 4:14-16).
  • Hij houdt hen staande in het geloof: Zijn voortdurende voorspraak voorkomt dat gelovigen verloren gaan (Hebreeën 7:25).

Christus als Hoofd van de Gemeente

Christus is het Hoofd van de Gemeente (Efeze 1:22-23), wat betekent dat Hij actief leiding geeft aan Zijn lichaam op aarde:

  • Hij onderwijst en leidt Zijn volk door de Heilige Geest: Hij inspireert en geeft inzicht in de Schrift, zodat gelovigen groeien in kennis en wijsheid (Johannes 14:26).
  • Hij bouwt en zuivert de Gemeente: Hij vormt de gelovigen naar Zijn beeld, maakt hen heilig en bereidt hen voor op de toekomst (Efeze 5:25-27).
  • Hij geeft gaven aan de Gemeente: Hij rust gelovigen uit met geestelijke gaven om hen in staat te stellen het werk van het Koninkrijk te doen (1 Korinthe 12:7-11).

Christus als Voorbereider van de toekomst

Christus is bezig een plaats te bereiden voor de gelovigen in de hemelse heerlijkheid (Johannes 14:2-3). Dit betekent:

  • Hij werkt toe naar de opname van de Gemeente: Er komt een moment waarop Hij de Gemeente tot Zich neemt, opneemt in de hemel (1 Thessalonicenzen 4:16-17).
  • Hij leidt de wereldgeschiedenis naar Zijn wederkomst: Hoewel de wereld lijkt te worden beheerst door chaos, heeft Christus de regie in handen en zal Hij op Gods tijd terugkomen om alles recht te zetten (Openbaring 19:11-16).

Christus als Onderhouder van de schepping

Volgens Kolossenzen 1:16-17 onderhoudt Christus de hele schepping en zorgt Hij ervoor dat alles in stand blijft:

  • Hij regeert met soevereine macht: Ondanks de zondeval blijft Christus de uiteindelijke Heer over de schepping.
  • Hij gebruikt de geschiedenis om Gods plan te vervullen: Hij zorgt ervoor dat alle dingen meewerken ten goede voor degenen die Hem liefhebben (Romeinen 8:28).

Christus is op dit moment niet passief, maar actief betrokken bij het leven van gelovigen en de voortgang van Gods Koninkrijk. Hij is de bemiddelaar bij de Vader, het hoofd van de Gemeente, de voorbereider van de toekomst en de onderhouder van de schepping. Zijn huidige bediening is erop gericht om Zijn volk te bewaren, te leiden en voor te bereiden op de dag dat Hij terugkeert om Zijn Koninkrijk definitief te vestigen​.

Is bekering echt zo moeilijk? Een kritische blik op de bevindelijk Gereformeerde traditie

In sommige geloofstradities wordt bekering gezien als een moeizaam en ingrijpend proces. Vooral binnen de bevindelijk gereformeerde kringen leeft het idee dat bekering gepaard gaat met een lange weg van strijd, zelfonderzoek en onzekerheid. Maar is dat wel wat de Bijbel leert? Is bekering echt zo moeilijk als men denkt?

Wat is bekering binnen de traditie?

Binnen de bevindelijk gereformeerde kringen ligt de nadruk sterk op de persoonlijke ervaring van het geloof. Men spreekt over de ‘weg der bekering’, een proces dat verloopt volgens de fases van ellende, verlossing en dankbaarheid. De gedachte hierachter is dat iemand eerst diep moet beseffen hoe zondig hij is (ellende), daarna mag ervaren hoe Christus redt (verlossing), en vervolgens een leven van dankbaarheid leidt.

Veel mensen binnen deze traditie worstelen jarenlang met de vraag of ze wel echt bekeerd zijn. Ze verlangen naar een diepere zekerheid, maar blijven vaak steken in een gevoel van onwaardigheid. Sommigen spreken zelfs over een ‘lange weg’ voordat ze mogen geloven dat Christus ook voor hen gestorven en opgestaan is.

Wat zegt de Bijbel?

Als we naar de Bijbel kijken, zien we een ander beeld. Bekering wordt daar niet gepresenteerd als een langdurig en moeizaam proces, maar als een directe oproep tot verandering. In Handelingen 2:38 zegt Petrus:

 “Bekeert u, en een ieder van u late zich dopen in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving van de zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.”

Dit is een duidelijke, directe oproep. Er wordt geen langdurig proces van worsteling genoemd, maar een onmiddellijke keuze voor Christus.

Jezus zelf zei in Marcus 1:15:

“Bekeert u en gelooft het Evangelie.”

Dit laat zien dat bekering en geloof hand in hand gaan. Het is niet iets wat de mens eerst moet verdienen door een lange periode van zelfonderzoek en ellende, maar een directe roep om zich tot God te keren.

Is bekering moeilijk?

Veel mensen in de bevindelijk gereformeerde traditie ervaren bekering als moeilijk, omdat zij geloven dat het iets is wat hen moet overkomen in plaats van iets waar ze zelf op mogen reageren. Maar de Bijbel laat zien dat bekering niet bedoeld is als een jarenlang gevecht, maar als een eenvoudige daad van gehoorzaamheid aan Gods roepstem.

Denk aan de moordenaar aan het kruis (Lukas 23:42-43). Hij had geen tijd om een lange weg van bekering af te leggen. Hij riep slechts uit:

“Heere, gedenk mijner, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn.”

En Jezus antwoordde direct: “Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn.”

Dit laat zien dat bekering niet ingewikkeld hoeft te zijn. Het is geen kwestie van jarenlange worsteling, maar van het erkennen van Jezus als Redder en het vertrouwen op Zijn Verlossingswerk..

Waarom ervaart men bekering toch als moeilijk?

Het idee dat bekering moeilijk is, komt vaak voort uit menselijke gedachten en tradities. Binnen de bevindelijk gereformeerde kringen wordt bekering vaak gekoppeld aan diepe emoties en bepaalde ervaringen. Wie die ervaringen niet heeft, kan denken dat hij nog niet echt bekeerd is.

Maar de Bijbel leert nergens dat bekering gepaard moet gaan met een specifieke ervaring of bepaalde gevoelens. Het gaat om een bewuste keuze om Christus te volgen. Jezus nodigt ieder mens uit:

“Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven” (Mattheüs 11:28).

De gedachte dat bekering een lang en moeilijk proces is, komt niet uit de Bijbel, maar uit menselijke tradities. De Schrift leert dat bekering een directe oproep is tot geloof in Jezus Christus. Iedereen die zich tot Hem keert, wordt aangenomen.

Dit betekent niet dat er geen geestelijke groei en verdieping nodig is in het geloofsleven. Maar die groei is niet hetzelfde als bekering. Bekering is de eerste stap, niet het eindpunt van een lange weg. Het is de deur die openstaat voor iedereen die Jezus aanneemt als Redder.

Laten we daarom de oproep van de Bijbel serieus nemen en beseffen dat bekering geen onbereikbaar ideaal is, maar een genadegave van God. Vandaag nog kun je, zonder enige vertraging, gehoor geven aan Zijn roep:

 “Bekeert u en gelooft het Evangelie!”

Ben ik wel uitverkoren?

Uitverkiezing in de Bijbel

Bijbelstudie over bekering, uitverkiezing en geloofszekerheid.
Alle Bijbelteksten in deze Bijbelstudie zijn geciteerd uit de Statenvertaling.

In sommige kringen fel bestreden.

Klik de afbeelding om de studie (pdf) te downloaden

Ben ik wel uitverkoren?

De Bijbel roept nergens op om te onderzoeken óf iemand uitverkoren is, maar wel om zich te bekeren en in Jezus Christus te geloven. Twijfel over uitverkiezing kan een obstakel vormen voor geloofszekerheid.

Wat zegt de Bijbel over bekering?

Bekering is een bewuste keuze en betekent:

Berouw over zonde

Omkeren naar God

Geloven in Jezus Christus

De Bijbel roept meerdere keren op tot bekering en belooft dat God iedereen aanneemt die zich tot Hem wendt.

Kan ik mezelf bekeren?

Hoewel bekering Gods werk is, wordt de mens opgeroepen zich te bekeren. God geeft de kracht en de wil om Hem te zoeken en Zijn aanbod van genade aan te nemen.

Is de uitverkiezing willekeurig?

Uitverkiezing betekent niet dat sommigen automatisch gered worden en anderen niet. Jezus is de door God verkozen Redder en iedereen die in Hem gelooft, deelt in deze uitverkiezing.

Wat betekent “weinigen uitverkoren”?

De uitnodiging van het Evangelie geldt voor iedereen, maar niet iedereen accepteert deze. Alleen zij die Jezus aannemen, worden “uitverkoren” genoemd.

Hoe krijg ik geloofszekerheid?

Geloofszekerheid komt niet door gevoelens of ervaringen, maar door te vertrouwen op Gods beloften in de Bijbel. Wie in Jezus gelooft, heeft eeuwig leven.

Wat moet ik doen om gered te worden?

Erken dat je een zondaar bent.

Geloof dat Jezus voor jouw zonden is gestorven.

Vertrouw alleen op Hem voor redding.

Geef je leven over aan God.

De Bijbel belooft: Wie in Hem gelooft, zal niet verloren gaan maar eeuwig leven hebben (Johannes 3:16).

Video: “Wat zegt de Bijbel over uitverkiezing?”

zie ook:

Uitverkiezing in de Bijbel: geen fatalisme maar Gods voornemen in Christus – Bijbelse basis

Bijbel en traditie

Bijbel en traditie

Bijbel en traditie hebben het in de kerkgeschiedenis nooit goed met elkaar kunnen vinden. Religieuze instellingen (kerken) zijn altijd geneigd geweest hun overgeleverde leringen en gebruiken te stellen boven het gezag van de Bijbel, hoewel die toch geacht werd de basis van alles te zijn. Vele van die tradities zijn dan ook niet in de Bijbel terug te vinden. En waar in het Protestantisme de ‘formulieren’ meer gezag hebben dan de Heilige Schrift, weegt in het – althans rabbijnse – Jodendom de Talmoed zwaarder dan de Tenach. De geschiedenis van kerken en ketters is daarom in hoge mate de geschiedenis van traditionalisme tegenover biblicisme. Zelfs zo sterk, dat bij gelegenheid de kerk het bezit en lezen van de Bijbel verbood, terwijl de ketters bij gelegenheid alle menselijk gezag verwierpen en hun eigen samenleving inrichtten ….. Maar terwijl de kerkelijke instituten met hun tradities in hoge mate de officiële kerkgeschiedenis hebben bepaald, bestaat daarnaast wel degelijk een levende traditie van 20 eeuwen christendom, dat zich baseert op de Bijbel, als enige gezaghebbende Bron. En binnen deze min of meer buitenkerkelijke traditie van Sola Scriptura en Sola Fide wordt die Bijbel nog steeds geloofd en geleefd.

Beluister via de link >> Bijbel en Traditie – Bijbels Panorama. . . .

 

Schrift en belijdenis?

Schrift en belijdenis?

Belijdenisgeschriften 

In het boek “Schrift en belijdenis?” onderzoekt Harold Grevers de gereformeerde belijdenisgeschriften en vergelijkt deze met de Bijbel. Hij stelt de vraag of het gerechtvaardigd is om naast de Bijbel een belijdenis te hebben en of de gereformeerde belijdenisgeschriften volledig in overeenstemming zijn met de Bijbel.

Geschiedenis

Grevers geeft eerst een korte geschiedenis van de Reformatie en het ontstaan van de gereformeerde belijdenisgeschriften. Hij bespreekt de drie sola’s van de Reformatie: alleen door het geloof, alleen door Gods genade en alleen door de Schrift. Hij bespreekt ook de opkomst van de wederdopers en hun invloed op de totstandkoming van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.

Niet in overeenstemming

Vervolgens bespreekt Grevers de drie belijdenisgeschriften: de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Dordtse Leerregels en de Heidelbergse Catechismus. Hij onderzoekt verschillende artikelen uit deze geschriften en vergelijkt ze met de Bijbel. Hij concludeert dat er meerdere punten zijn waar de belijdenisgeschriften niet in overeenstemming zijn met de Bijbel.

Grevers bespreekt ook de rol van de kerkenraad en de sacramenten in de gereformeerde traditie. Hij stelt dat de kerkenraad niet in overeenstemming is met de Bijbelse structuur van de gemeente en dat de sacramenten geen genademiddelen zijn.

De uitverkiezing

Ten slotte bespreekt Grevers de leer van de uitverkiezing en verwerping. Hij concludeert dat deze leer niet in overeenstemming is met de Bijbel en dat de Bijbel leert dat God alle mensen wil redden.

De Bijbel alleen

Grevers besluit zijn boek met een oproep om terug te keren naar de Bijbel en de belijdenisgeschriften kritisch te onderzoeken. Hij benadrukt dat de Bijbel het enige onfeilbare richtsnoer is voor het christelijk geloof.

Lees: Schrift en belijdenis? (pdf)

Geverifieerd door MonsterInsights