Waarom God onvolprezen is volgens de Bijbel

God is onvolprezen, waarom alle lof tekortschiet

Er zijn woorden die wij vaak gebruiken, maar nauwelijks kunnen bevatten. Eén daarvan is: onvolprezen.

Het betekent niet simpelweg dat God veel lof waard is. Het betekent dat Hij méér lof waard is dan mensentaal ooit kan dragen. Zelfs de zuiverste aanbidding blijft kleiner dan Zijn heerlijkheid.

Dat is geen vrome overdrijving. Het is de nuchtere conclusie van de Schrift. God is niet groot omdat mensen Hem groot maken. Hij is groot in Zichzelf.

Hij is niet heerlijk omdat wij Hem prijzen. Wij prijzen Hem omdat Hij heerlijk is.

“Groot is de HEERE, en zeer te prijzen; en Zijn grootheid is ondoorgrondelijk.” Psalm 145:3 (STV)

God is onvolprezen

De mens prijst God niet te veel, maar altijd te weinig

Een van de grootste vergissingen van de moderne mens is dat hij denkt dat lofprijzing iets toevoegt aan God. Alsof God onze erkenning nodig heeft om God te zijn. Maar de Bijbel leert precies het omgekeerde. God is volmaakt, onafhankelijk en heerlijk in Zichzelf. Onze lof maakt Hem niet groter; onze lof erkent dat Hij groter is dan wij kunnen uitspreken.

“Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.” Romeinen 11:36 (STV)

Dat ene vers ontmantelt alle menselijke grootspraak. Alles is uit Hem. Alles bestaat door Hem. Alles heeft zijn uiteindelijke doel in Hem. De mens staat dus niet in het centrum van de werkelijkheid. God wel.

Daarom is aanbidding geen religieuze bijzaak. Het is de enige passende reactie op de realiteit.

 

God is onvolprezen omdat Hij de Schepper is

De Schrift verklaart:

“In den beginne schiep God den hemel en de aarde.” Genesis 1:1 (STV)

Dat is de grondtoon van de Bijbel. God is vóór alles. Hij is de Oorsprong, de Maker, de Bezitter en de Onderhouder van alle dingen. De schepping is geen zelfstandig wonder dat los van God bewonderd kan worden. Zij is een getuigenis van Hem.

“De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt Zijner handen werk.” Psalm 19:2 (STV)

Elke ster, elke ademtocht, elke seconde van ons bestaan wijst terug naar Hem. De mens kan de schepping onderzoeken, benoemen, meten en benutten, maar hij kan haar niet verklaren zonder de Schepper. Wie de schepping losmaakt van God, houdt uiteindelijk alleen materie over zonder betekenis.

God is onvolprezen omdat Hij niet een onderdeel is van de werkelijkheid. Hij is Degene door Wie de werkelijkheid bestaat.

 

God is onvolprezen omdat Hij heilig is

Gods heerlijkheid ligt niet alleen in Zijn macht, maar ook in Zijn heiligheid. Hij is niet slechts sterker dan de mens, maar wezenlijk anders. Hij is rein, rechtvaardig, waarachtig en zonder enige schaduw van kwaad.

“En de een riep tot den ander, en zeide: Heilig, heilig, heilig is de HEERE der heirscharen; de ganse aarde is van Zijn heerlijkheid vol.” Jesaja 6:3 (STV)

Dit is belangrijk. De Bijbel stelt God niet voor als een vergrote versie van de mens. Hij is geen hemelse projectie van onze verlangens. Hij is de Heilige. Dat betekent dat Hij niet naar beneden getrokken mag worden tot het niveau van menselijke smaak, emotie of religieuze beleving.

Juist daarom schuurt echte Godskennis met veel moderne religie. Waar God vooral wordt voorgesteld als bevestiger van menselijke dromen, verdwijnt Zijn heiligheid naar de achtergrond. Maar een god zonder heiligheid is niet de God van de Bijbel.

God is onvolprezen omdat Hij niet door de mens wordt gedefinieerd. Hij openbaart Zichzelf.

 

God is onvolprezen omdat Zijn wijsheid ondoorgrondelijk is

De mens wil verklaren, beheersen en controleren. God vraagt geloof, ontzag en onderwerping aan Zijn Woord. Niet omdat geloof tegen denken ingaat, maar omdat Gods wijsheid hoger is dan menselijke redenering.

“O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods! Hoe ondoorzoekelijk zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen!” Romeinen 11:33 (STV)

De apostel Paulus eindigt hier niet in speculatie, maar in aanbidding. Dat is veelzeggend. Ware Bijbelkennis maakt een mens niet hoogmoedig, maar ootmoedig. Hoe meer men van Gods raad verstaat, hoe meer men beseft dat God niet in ons systeem past.

“Want Mijn gedachten zijn niet ulieder gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de HEERE.” Jesaja 55:8 (STV)

Daarom is het gevaarlijk wanneer mensen God willen beoordelen met de maatstaf van hun eigen gevoel. God staat niet terecht voor de rechtbank van menselijke voorkeur. De mens staat voor God.

 

God is onvolprezen omdat Hij genadig is

De grootste reden tot lof is niet dat de mens goed is, maar dat God goed is voor schuldige mensen. De Bijbel vleit de mens niet. Zij zegt dat de mens zondaar is, schuldig voor God, onbekwaam om zichzelf te redden. Juist tegen die donkere achtergrond schittert de genade.

“Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren.” Romeinen 5:8 (STV)

Let op de volgorde. Christus stierf niet voor mensen die zichzelf eerst hadden opgewerkt tot aanvaardbaarheid. Hij stierf voor zondaars. Dat is genade. Niet God Die de zonde door de vingers ziet, maar God Die in Christus Zelf de grond legt voor verlossing.

“Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave.” Efeze 2:8 (STV)

Genade maakt God niet minder heilig. Genade laat juist zien hoe heilig Hij is. Zonde moest geoordeeld worden. Schuld moest gedragen worden. Verzoening moest werkelijk tot stand komen. En dat heeft God gedaan in Zijn Zoon.

Daarom is God onvolprezen: Hij redt niet ten koste van Zijn rechtvaardigheid, maar in volkomen overeenstemming daarmee.

 

God is onvolprezen omdat Christus Zijn heerlijkheid openbaart

Wie wil weten hoe God Zich ten diepste heeft geopenbaard, moet niet beginnen bij menselijke filosofie, maar bij Christus. In Hem wordt Gods heerlijkheid zichtbaar.

“Dewelke, alzo Hij is het Afschijnsel Zijner heerlijkheid, en het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid.” Hebreeën 1:3 (STV)

Christus is niet slechts een leraar over God. Hij is niet slechts een profeet namens God. Hij is het Afschijnsel van Gods heerlijkheid. In Hem woont de volheid.

“Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk.” Kolossenzen 2:9 (STV)

Daarom is elke poging om God te eren terwijl Christus wordt verkleind, innerlijk tegenstrijdig. Men kan de Vader niet werkelijk eren terwijl men de Zoon reduceert. De Schrift legt de heerlijkheid van God open in de Persoon, de vernedering, de dood, de opstanding en de verhoging van de Heere Jezus Christus.

“Opdat zij allen den Zoon eren, gelijk zij den Vader eren.” Johannes 5:23 (STV)

Dat is een krachtig apologetisch punt. Bijbels geloof is niet algemeen religieus. Het is Christusgericht. De lof op God krijgt haar volle inhoud in de erkenning van de Zoon.

 

God is onvolprezen omdat het kruis Zijn recht en liefde samenbrengt

Het kruis is geen tragisch einde van een idealist. Het is het middelpunt van Gods verlossingswerk. Daar wordt zichtbaar wat geen mens had kunnen bedenken: Gods oordeel over de zonde en Gods liefde tot zondaren komen samen in Christus.

“Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.” 2 Korinthe 5:21 (STV)

Hier valt alle religieuze zelfhandhaving weg. De mens wordt niet gered door eigen verbetering, kerkelijke vormen, rituelen, wetsonderhouding of geestelijke prestaties. Hij wordt gered door het volbrachte werk van Christus.

“Het is volbracht.” Johannes 19:30 (STV)

Die woorden zijn geen poëtische verzuchting. Zij zijn de triomfkreet van de Verlosser. Wat nodig was tot verzoening, is gedaan. Wat de mens niet kon dragen, heeft Christus gedragen. Wat de mens niet kon volbrengen, heeft Hij volbracht.

Daarom is God onvolprezen: Hij heeft Zelf voorzien in de weg tot behoud.

 

God is onvolprezen omdat Zijn trouw niet wankelt

Mensen zijn veranderlijk. Overtuigingen verschuiven. Kerken kunnen dwalen. Leiders kunnen vallen. Culturen komen en gaan. Maar God blijft Dezelfde.

“Want Ik, de HEERE, word niet veranderd.” Maleachi 3:6 (STV)

Dat is geen koude leerstelling, maar een diepe troost. Gods trouw rust niet op de kracht van de mens. Zijn beloften zijn geworteld in Zijn eigen Wezen. Wat Hij spreekt, staat vast. Wat Hij belooft, zal Hij doen.

“Indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw; Hij kan Zichzelven niet verloochenen.” 2 Timotheüs 2:13 (STV)

Juist daarom verdient God niet tijdelijke, oppervlakkige of emotionele lof, maar blijvende aanbidding. Hij is trouw wanneer mensen falen. Hij is waarachtig wanneer mensen liegen. Hij is onveranderlijk wanneer alles beweegt.

 

De apologetische spits

Waarom is God onvolprezen? Omdat geen enkel alternatief Hem kan vervangen.

Een mensgerichte levensbeschouwing kan misschien spreken over moraal, maar niet verklaren waarom goed en kwaad werkelijk gezag hebben. Een puur materialistisch wereldbeeld kan materie beschrijven, maar geen uiteindelijke zin geven. Religie zonder Christus kan vroom klinken, maar lost het probleem van schuld niet werkelijk op.

De Bijbel openbaart God als Schepper, Rechter, Verlosser en Koning. Hij is heilig genoeg om zonde te oordelen, wijs genoeg om Zijn raad te volvoeren, liefdevol genoeg om zondaars te redden, en machtig genoeg om alles tot Zijn doel te brengen.

Daarom is God onvolprezen. Niet omdat gelovigen dat graag zeggen, maar omdat de werkelijkheid ervan getuigt, de Schrift het openbaart en Christus het bevestigt.

 

Samenvattend

De vraag is uiteindelijk niet of God onze lof waard is. De vraag is of onze lof ooit groot genoeg kan zijn. En het antwoord van de Schrift is helder: nee. Zijn grootheid is ondoorgrondelijk. Zijn genade is onmetelijk. Zijn wijsheid is onnaspeurlijk. Zijn heerlijkheid is eeuwig.

Daarom zal de gelovige Hem prijzen, niet omdat hij alles begrijpt, maar omdat hij Hem heeft leren kennen in Christus.

“Den Koning nu der eeuwen, den onverderfelijken, den onzienlijken, den alleen wijzen God, zij eer en heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.” 1 Timotheüs 1:17 (STV)

 

 

Waarom 1 Korinthe 15:28 wringt met het klassieke drie-eenheidsdogma

De Zoon Zelf zal onderworpen worden

Wat betekent het dat “de Zoon Zelf onderworpen” zal worden? In 1 Korinthe 15:28 schrijft Paulus woorden die vaak spanning oproepen binnen het klassieke drie-eenheidsdogma. Dit blog laat zien dat deze tekst de Godheid van Christus geenszins  ontkent. Jezus is JHWH. Maar tegelijk dwingt deze tekst ons om de Bijbelse orde, of  zo je wilt hiërarchie, tussen God, de Vader, en de Zoon serieus te nemen.

Er zijn Bijbelteksten die je niet mag wegverklaren omdat ze niet inpasbaar zouden zijn, maar gewoon moet laten staan. Niet omdat ze gemakkelijk zijn, maar omdat ze juist door hun scherpte ons dwingen om onze woorden onder het gezag van de Schrift te brengen.

1 Korinthe 15:28 is zo’n tekst.

“En wanneer Hem alle dingen zullen onderworpen zijn, dan zal ook de Zoon Zelf onderworpen worden Dien, Die Hem alle dingen onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen.” (1 Korinthe 15:28, STV)

Dit vers is geen aanval op de heerlijkheid van Christus. Het is geen ontkenning van Zijn Godheid. Het is geen munitie voor wie van Jezus slechts een schepsel, profeet of verheven mens wil maken.

Integendeel.

Juist omdat Jezus Christus zo hoog verheven is, juist omdat alle dingen Hem onderworpen worden, juist omdat Hij de laatste vijand, de dood, tenietdoet, is dit vers zo indrukwekkend.

Maar het vers ontmaskert wél iets anders: de vanzelfsprekendheid waarmee het kerkelijke drie-eenheidsdogma vaak zondermeer over de Schrift heen gelegd wordt.

Niet de Christus der Schriften wordt ontmaskerd, maar een latere kerkelijke formulering die moeite heeft met de duidelijke orde die Paulus hier beschrijft.

1 Korinthe15:28

De tekst zegt wat hij zegt

Paulus schrijft niet dat “de menselijke natuur” van Christus onderworpen zal worden. Hij schrijft ook niet dat “Christus naar Zijn Middelaarsambt” onderworpen zal worden, alsof dat de scherpe rand van de tekst wegneemt.

Hij schrijft:

“dan zal ook de Zoon Zelf onderworpen worden” (1 Korinthe 15:28, STV)

Dat is directe taal. De Zoon Zelf.

Wie de Schrift serieus neemt, moet die woorden niet onmiddellijk ombouwen tot dogmatische categorieën. Natuurlijk is het waar dat Christus de Middelaar is. Natuurlijk is het waar dat Hij als Mens en als Messias regeert. Maar Paulus gebruikt hier niet de taal van concilies. Hij gebruikt de taal van openbaring.

God heeft alle dingen aan Christus onderworpen. Christus regeert totdat alle vijanden onder Zijn voeten gelegd zijn. Daarna wordt ook de Zoon Zelf onderworpen aan Hem Die Hem alle dingen onderworpen heeft.

Dat is de orde van de Schrift.

Dit is geen ontkenning van Jezus als JHWH

Laat dit helder zijn: wie 1 Korinthe 15:28 gebruikt om de Godheid van Christus te ontkennen, zakt hier keihard door het ijs. Dezelfde Schrift die spreekt over de onderwerping van de Zoon, spreekt ook over de Goddelijke heerlijkheid van de Zoon.

“Ik en de Vader zijn één.” (Johannes 10:30, STV)

“En Thomas antwoordde en zeide tot Hem: Mijn Heere en mijn God!” (Johannes 20:28, STV)

“Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk.” (Kolossenzen 2:9, STV)

“Welke, in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode evengelijk te zijn.” (Filippenzen 2:6, STV)

De Schrift laat geen ruimte voor een lagere Christus. Jezus is niet slechts een gezant of een profeet naast God. Hij is niet een engel. Hij is niet een geschapen tussenwezen. Hij draagt de Naam, de heerlijkheid, de werken en de aanbidding die aan JHWH toekomen.

Maar dezelfde Schrift laat óók geen ruimte om de Zoon los te maken van Zijn verhouding tot de Vader.

“Want Ik ben uit den hemel nedergedaald, niet opdat Ik Mijn wil zou doen, maar den wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft.” (Johannes 6:38, STV)

“De Vader is meerder dan Ik.” (Johannes 14:28, STV)

“Doch van dien dag en die ure weet niemand, noch de engelen, die in den hemel zijn, noch de Zoon, dan de Vader.” (Markus 13:32, STV)

Deze teksten zijn geen ongelukken of toevalligheden in de Bijbel. Ze zijn geen voetnoten die met wat dogmatische tactiek onschadelijk gemaakt moeten worden.

Ze horen bij de openbaring van de Zoon.

Jezus is JHWH. En Jezus is de Zoon.
Jezus is waarachtig God. En Jezus is de Gezondene.
Jezus is één met de Vader. En Hij doet de wil van de Vader.
Jezus ontvangt alle dingen. En Hij onderwerpt uiteindelijk alles aan God.

Dat gegeven moeten we niet negeren.

Waar het dogma begint te wringen

Het klassieke drie-eenheidsdogma wil de Godheid van Christus beschermen. Die intentie is begrijpelijk. In de kerkgeschiedenis moest er terecht weerstand geboden worden tegen leringen die Christus verlaagden tot schepsel. Ook vandaag de dag nog wordt er heel wat gerommeld om Christus lager neer te zetten.

Maar de vraag is niet alleen of een dogma iets goeds wil beschermen. De vraag is ook of het de volledige boodschap en openbaring van de Schrift recht doet.

En dat is een lastige  vraag,

Wanneer de drie-eenheid zo wordt voorgesteld dat Vader, Zoon en Geest in de praktijk vooral drie gelijkwaardige “Personen” naast elkaar worden, dan ontstaat er spanning met teksten waarin de Zoon gezonden wordt, ontvangt, gehoorzaamt, onderworpen is, verhoogd wordt, het Koninkrijk overdraagt en uiteindelijk Zelf onderworpen wordt.

Paulus zegt:

“Daarna zal het einde zijn, wanneer Hij het Koninkrijk aan God en den Vader zal overgegeven hebben; wanneer Hij zal te niet gedaan hebben alle heerschappij, en alle macht en kracht.” (1 Korinthe 15:24, STV)

En daarna:

“Want Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al de vijanden onder Zijn voeten zal gelegd hebben.” (1 Korinthe 15:25, STV)

Christus regeert dus met een doel. Zijn heerschappij is niet los verkrijgbaar. Zij staat in dienst van Gods voleindiging. Hij brengt alles onder Zijn voeten, om daarna het Koninkrijk over te geven aan God en de Vader.

Dat is geen zwakte van Christus. Dat is Zijn heerlijkheid.

De heerlijkheid van de Zoon is niet dat Hij naast de Vader een zelfstandige macht vormt. Zijn heerlijkheid is dat Hij volmaakt de wil van God volbrengt en alles terugbrengt tot God.

De Zoon als laatste Adam

De context van 1 Korinthe 15 is doorslaggevend. Paulus spreekt over Adam en Christus.

“Want dewijl de dood door een mens is, zo is ook de opstanding der doden door een Mens.” (1 Korinthe 15:21, STV)

“Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden.” (1 Korinthe 15:22, STV)

Christus wordt hier voorgesteld als de laatste Adam. Waar de eerste Adam faalde, gehoorzaamt Christus. Waar Adam de dood binnenbracht, brengt Christus leven. Waar Adam de schepping onder de macht van zonde en dood bracht, brengt Christus alles terug onder God.

Daarom is 1 Korinthe 15:28 geen losstande tekst over de verhouding tussen Vader en Zoon. Het is de climax van de hele heilsgeschiedenis.

De eerste mens faalde in onderwerping.
De laatste Adam volbrengt de onderwerping volmaakt.
De eerste mens bracht dood.
De tweede Mens brengt opstanding.
De eerste Adam verloor de orde.
Christus herstelt de orde, totdat God alles in allen is.

Niet alles hoeft en kan in één formule samengevat worden

Een groot probleem ontstaat wanneer wij denken dat de Bijbelse openbaring pas veilig is wanneer wij haar in een kerkelijke formule kunnen vangen.

Maar de Schrift spreekt rijker, dynamischer en concreter dan de meeste dogmatiek.

De Bijbel zegt niet alleen: Christus is God.
De Bijbel zegt ook: Christus is de Zoon van God.

De Bijbel zegt niet alleen: Christus is één met de Vader.
De Bijbel zegt ook: Christus is door de Vader gezonden.

De Bijbel zegt niet alleen: Christus heeft alle macht.
De Bijbel zegt ook: Christus heeft die macht ontvangen.

“En Jezus, bij hen komende, sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.” (Mattheüs 28:18, STV)

De Bijbel zegt niet alleen: Christus regeert.
De Bijbel zegt ook: Christus draagt het Koninkrijk over aan God en de Vader.

“Daarna zal het einde zijn, wanneer Hij het Koninkrijk aan God en den Vader zal overgegeven hebben…” (1 Korinthe 15:24, STV)

Dat moet blijven staan.

Wie zegt: “Jezus is JHWH”, zegt iets voluit Bijbels. Maar wie vervolgens doet alsof de onderwerping van de Zoon niet werkelijk gezegd wordt, verliest ook iets Bijbels.

Het probleem is dus niet het belijden van Christus’ Godheid. Het probleem is een dogmatische reflex die teksten als 1 Korinthe 15:28 onmiddellijk neutraliseert.

Het verschil tussen belijden en systeemdwang

Er is een verschil tussen belijden wat de Schrift zegt en eisen dat alles past binnen een later geconstrueerd systeem.

Wij kunnen voluit belijden dat Jezus Christus God is, zonder verplicht te zijn om elke kerkelijke formulering over de drie-eenheid kritiekloos over te nemen.

Wij kunnen voluit belijden dat Christus de Naam en heerlijkheid van JHWH draagt, zonder te ontkennen dat de Vader Hem zendt, verhoogt, macht geeft en alle dingen aan Hem onderwerpt.

Wij kunnen voluit belijden dat de Zoon eeuwige heerlijkheid heeft, zonder 1 Korinthe 15:28 te verzwakken.

De Schrift hoeft niet gered te worden door het dogma.

Andersom:

Het dogma moet getoetst worden aan de Schrift.

“Beproeft alle dingen; behoudt het goede.” (1 Thessalonicenzen 5:21, STV)

Wat 1 Korinthe 15:28 laat zien

Deze tekst laat zien dat veel drie-eenheidstaal en formulering te statisch is. Zij spreekt over God alsof het vooral gaat om een eeuwige interne structuur van drie Personen in één wezen.

Maar Paulus spreekt hier niet filosofisch. Hij spreekt heilshistorisch.

Er is een begin: Christus is opgewekt als Eersteling.

“Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, en is de Eersteling geworden dergenen, die ontslapen zijn.” (1 Korinthe 15:20, STV)

Er is een vervolg: die van Christus zijn worden levend gemaakt bij Zijn toekomst.

“Maar een iegelijk in zijn orde: de eersteling Christus, daarna die van Christus zijn, in Zijn toekomst.” (1 Korinthe 15:23, STV)

Er is heerschappij: Christus regeert totdat alle vijanden onderworpen zijn.

“Want Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al de vijanden onder Zijn voeten zal gelegd hebben.” (1 Korinthe 15:25, STV)

Er is een laatste vijand: de dood.

“De laatste vijand, die te niet gedaan wordt, is de dood.” (1 Korinthe 15:26, STV)

Er is voltooiing: de Zoon Zelf wordt onderworpen aan God, opdat God alles in allen zij.

“opdat God zij alles in allen.” (1 Korinthe 15:28, STV)

Dat is geen platgeslagen dogmatiek. Dat is de grote dynamiek van Gods heilsplan.

Een scherpere, Bijbelse formulering

Misschien kunnen  we het eenvoudig, Bijbels  en eerbiedig zeggen:

Jezus Christus is de Zoon van God, het Beeld van de onzienlijke God, in Wie de volheid der Godheid lichamelijk woont. Hij is JHWH geopenbaard, de Heere der heerlijkheid, de Schepper en Erfgenaam van alle dingen.  DE Naam die gegeven is waardoor wij behouden moeten worden. Als de opgestane Mens, de laatste Adam en de Messiaanse Koning ontvangt Hij alle macht, onderwerpt Hij alle vijanden, vernietigt Hij de dood en draagt Hij het Koninkrijk over aan God en de Vader.

Daarna wordt ook de Zoon Zelf onderworpen, opdat God zij alles in allen.

Dat is geen armoedige Christus-leer.
Dat is Bijbels.

Zij buigt voor alle teksten, niet slechts voor de teksten die gemakkelijk binnen het dogma passen.

1 Korinthe 15:28 is géén aanval op Jezus Christus. Het is een aanval op onze neiging om de Schrift ondergeschikt te maken aan of samen te vatten in kerkelijk jargon.

Wie gelooft dat Jezus JHWH is, hoeft 1 Korinthe 15:28 niet te vrezen. Integendeel. Juist dit vers laat zien hoe groot Christus is. Hij is Degene aan Wie alle dingen onderworpen worden. Hij is Degene Die regeert totdat de dood zelf tenietgedaan wordt. Hij is Degene Die als laatste Adam de orde herstelt die in Adam verloren ging.

Maar Zijn heerlijkheid bestaat niet in onafhankelijkheid van God. Zijn heerlijkheid bestaat in volmaakte gehoorzaamheid, volmaakte heerschappij en volmaakte onderwerping aan het doel van God.

Daarom ontmaskert 1 Korinthe 15:28 niet de Godheid van Christus, maar wel een dogma dat soms te snel, te glad en te abstract spreekt.

De Schrift is concreter:

De Zoon regeert.
De Zoon overwint.
De Zoon onderwerpt alle dingen.
De Zoon draagt het Koninkrijk over.
De Zoon Zelf wordt onderworpen.
En God zal zijn alles in allen.

Dat is geen verlies van Christus’ heerlijkheid.
Maar de voleinding ervan.

God spreekt over Zijn Zoon

Een uitnodiging die niemand zou moeten negeren

In een wereld vol religie, meningen en overtuigingen is een vraag die om een “Heerlijk” verhaal gaat

wie is Jezus eigenlijk?

Sommigen noemen Hem een profeet.
Anderen een inspirerende leraar.of zelfs een revolutionair.
Weer anderen zien Hem als een religieuze hervormer.

Maar de belangrijkste vraag is niet wat mensen over Jezus zeggen.

De beslissende vraag is: wat zegt God over Zijn Zoon?

De Bijbel laat zien dat God Zelf meerdere keren over Jezus heeft gesproken. En wat Hij zegt, laat geen ruimte voor halfslachtige conclusies.

“Deze is Mijn geliefde Zoon”

Toen Jezus gedoopt werd, klonk er een stem uit de hemel:

“En ziet, een stem uit de hemelen, zeggende: Deze is Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb.”
(Mattheüs 3:17, STV)

God noemt Jezus Zijn geliefde Zoon.

Niet zomaar een boodschapper.
Niet één van vele religieuze leiders.

De Zoon.

De unieke, door God geliefde Zoon in wie de Vader Zijn volkomen welbehagen heeft.

“Hoort Hem”

Later, op de berg der verheerlijking, sprak God opnieuw:

“Deze is Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb; hoort Hem.”
(Mattheüs 17:5, STV)

Daar staan Mozes en Elia – vertegenwoordigers van de Wet en de profeten.

Maar Gods stem richt alle aandacht op één Persoon:

“Hoort Hem.”

God wijst de wereld naar Zijn Zoon.

God noemt Hem God

De Bijbel gaat nog verder.

Over de Zoon zegt God:

“Maar tot den Zoon zegt Hij: Uw troon, o God, is in alle eeuwigheid.”
(Hebreeën 1:8, STV)

Dit is een van de meest indrukwekkende uitspraken in de Schrift.

God de Vader noemt de Zoon:

God.

Jezus is niet slechts een leraar over God.
Hij is God geopenbaard in het vlees.

God heeft alles in Zijn hand gegeven

Jezus zei zelf:

“De Vader heeft den Zoon lief, en heeft alle dingen in Zijn hand gegeven.”
(Johannes 3:35, STV)

De hele geschiedenis van de wereld komt uiteindelijk samen in één Persoon: Christus.

Hij is de Heer.
Hij is de Rechter.
Hij is de Koning die God heeft aangesteld.

De eer van de Zoon

God zegt zelfs iets dat voor velen schokkend klinkt:

“Opdat zij allen den Zoon eren, gelijk zij den Vader eren.”
(Johannes 5:23, STV)

God wil dat mensen de Zoon dezelfde eer geven als Hemzelf.

Dat betekent dat niemand neutraal kan blijven tegenover Jezus.

Hij is niet slechts een figuur uit de geschiedenis.

Hij staat in het centrum van Gods plan.

Het leven ligt in de Zoon

De Bijbel zegt:

“En dit is de getuigenis, namelijk dat ons God het eeuwige leven gegeven heeft; en ditzelve leven is in Zijn Zoon.”
(1 Johannes 5:11, STV)

En vervolgens:

“Die den Zoon heeft, die heeft het leven; die den Zoon van God niet heeft, die heeft het leven niet.”
(1 Johannes 5:12, STV)

Dat zijn eenvoudige maar indringende woorden.

Het eeuwige leven ligt niet in religie.
Niet in goede werken.
Niet in kerkelijke traditie.

Niet in iets anders.

In deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon

“GOD voortijds veelmaals en op velerlei wijze tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door den Zoon” (Hebreeen 1:1  STV)

Het ligt in de Zoon

Gods uitnodiging

Het hart van het Evangelie is geen dreiging, maar een uitnodiging.

God heeft Zijn Zoon gegeven voor zondaren.

“Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.”
(Johannes 3:16, STV)

Dat is het hart van God.

Niet dat mensen verloren gaan.
Maar dat zij tot de Zoon komen.

U kunt vandaag veel meningen horen over Jezus.

Maar uiteindelijk blijft één vraag over:

Wat doet ú met Gods Zoon?

De Schrift zegt:

“Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien.”
(Johannes 3:36, STV)

Het Evangelie is daarom niet zomaar wat dorre theorie.

Zie het dan maar als een uitnodiging

Kom tot Christus.
Vertrouw Hem.
En ontvang het leven dat God in Zijn Zoon heeft gelegd.

Geverifieerd door MonsterInsights