Loof de Heere mijn ziel
Psalm 103 is een van die Psalmen die mij steeds weer bijzonder raakt als ik hem lees. In deze blog over Psalm 103 zien we hoe David zichzelf oproept de HEERE te loven en géén van Zijn weldaden te vergeten. De hele Psalm is een indrukwekkende lofzang op Gods vergeving, barmhartigheid, goedertierenheid en trouw.
“Loof den HEERE, mijn ziel…” (Psalm 103:1, STV)
en aan het einde opnieuw:
“Loof den HEERE, mijn ziel.” (Psalm 103:22, STV)
David begint niet bij anderen. Hij spreekt allereerst zichzelf aan.
“Mijn ziel, loof den HEERE.”
Niet alleen wanneer de omstandigheden goed zijn. Niet alleen wanneer hij zich ernaar voelt:
“Loof den HEERE, mijn ziel, en al wat binnen in mij is, Zijn heiligen Naam.” (Psalm 103:1, STV)
Al wat binnen in mij is.
Dat is volledige overgave. Geen reserves. Heel zijn innerlijke mens roept hij op om God te loven.

Vergeet Zijn weldaden niet
Dan volgt in vers 2 voor mij persoonlijk een heel belangrijke aansporing:
“Loof den HEERE, mijn ziel, en vergeet geen van Zijn weldaden;” (Psalm 103:2, STV)
Vergeet niet.
Wat zijn wij daar van nature gemakkelijk toe geneigd.
We weten meestal precies wat ons ontbreekt. We herinneren ons onze teleurstellingen, onze pijn, onze onbeantwoorde vragen en onze zorgen.
Maar wat God heeft gedaan? Zijn bewaring? Zijn Genade? Zijn trouw? Zijn vergeving?
David zegt het tegen zichzelf: ziel, vergeet dat niet!
Dat spreekt mij persoonlijk erg aan. Het is goed om bewust terug te denken aan, en stil te staan bij wat God al heeft gedaan. Niet alleen in algemene zin, maar ook heel persoonlijk. Waar heeft Hij gedragen? Waar heeft Hij bewaard? Waar heeft Hij voorzien? En boven alles: wat heeft Hij in Christus geschonken?
Lofprijzing wordt hier dus gevoed door herinnering.
Die al uw ongerechtigheid vergeeft
Dan begint David Gods weldaden op te sommen:
“Die al uw ongerechtigheid vergeeft, Die al uw krankheden geneest;” (Psalm 103:3, STV)
Opvallend is dat hij begint met vergeving.
Dat is niet toevallig.
De grootste nood van de mens is uiteindelijk niet zijn lichamelijke zwakheid, zijn moeilijke omstandigheden of zelfs zijn sterfelijkheid. Zijn diepste probleem is zijn zonde tegenover God.
En dáár begint Gods grote Genade.
“Die al uw ongerechtigheid vergeeft.”
Dat is gigantisch.
Niet een stukje. Niet alleen de fouten die wij zelf nog betrekkelijk klein vinden. David noemt hier
al uw ongerechtigheid.
Daarna noemt hij het genezen van krankheden. Zonde en ziekte zijn niet sec hetzelfde en deze woorden moeten daarom niet zonder meer als synoniemen worden behandeld. Wel behoren ziekte, zwakheid en sterfelijkheid tot die gebroken werkelijkheid die door de zondeval in de wereld gekomen is.
God is niet alleen Degene Die vergeeft. Hij is ook Degene van Wie herstel en genezing uiteindelijk afkomstig zijn.
En eens zal voor Gods verlosten iedere consequentie van de gevallen schepping voorgoed weggedaan zijn.
Verlost van het verderf
Die gedachte gaat verder in vers 4:
“Die uw leven verlost van het verderf, Die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheden;” (Psalm 103:4, STV)
Hier wordt het nog groter.
Hij vergeeft.
Hij geneest.
Hij verlost.
En Hij kroont.
Wát een beschrijving van Gods Genade.
De mens heeft van zichzelf geen kroon verdiend. Integendeel. Maar God omringt hem met “goedertierenheid en barmhartigheden”.
Dát is Genade in een notendop.
Niet ontvangen wat wij vanwege onze zonde verdiend hebben, en vervolgens uit Gods hand ontvangen wat wij nooit hadden kunnen verdienen.
Verzadigt met het goede
Vers 5 vervolgt:
“Die uw mond verzadigt met het goede, uw jeugd vernieuwt als eens arends.” (Psalm 103:5, STV)
God geeft niet met mate.
Hij verzadigt.
Er zit in deze eerste verzen een prachtige opeenvolging:
Hij vergeeft.
Hij geneest.
Hij verlost.
Hij kroont.
Hij verzadigt.
De aandacht ligt voortdurend bij wat Hij doet.
Daar ligt ook de grond van deze lofprijzing. Niet in wat wij voor God tot stand brengen, maar allereerst in Wie Hij is en wat Hij doet.
De HEERE doet gerechtigheid
Vanaf vers 6 verruimt David zijn blik.
“De HEERE doet gerechtigheid en gerichten al dengenen die onderdrukt worden.” (Psalm 103:6, STV)
God is niet alleen goed; Hij is óók rechtvaardig.
Dat hoort bij elkaar.
Wij zetten goedheid en oordeel soms tegenover elkaar, maar de Bijbel doet dat niet. Juist omdat God goed is, haat Hij het kwaad. Juist omdat Hij rechtvaardig is, ziet Hij de onderdrukte niet over het hoofd.
Vers 7 herinnert vervolgens aan Gods handelen met Israël:
“Hij heeft Mozes Zijn wegen bekendgemaakt, den kinderen Israëls Zijn daden.” (Psalm 103:7, STV)
David baseert zijn lofprijzing dus niet alleen op persoonlijke ervaring.
Hij kijkt naar Gods geopenbaarde handelen in de geschiedenis.
Dat is belangrijk.
Ons geloof rust uiteindelijk niet op ons gevoel van vandaag. God heeft Zich bekendgemaakt. Hij heeft gesproken. Hij heeft gehandeld.
Barmhartig en genadig
Dan komen we bij misschien wel een van de mooiste en krachtigste samenvattingen van Gods karakter in deze Psalm:
“Barmhartig en genadig is de HEERE, lankmoedig en groot van goedertierenheid.” (Psalm 103:8, STV)
Barmhartig.
Genadig.
Lankmoedig.
Groot van goedertierenheid.
Dat betekent niet dat God zonde onbelangrijk vindt. Integendeel. Tegen de achtergrond van Zijn heiligheid wordt Zijn Genade zo groot.
Vers 9 zegt:
“Hij zal niet altoos twisten, noch eeuwiglijk den toorn behouden.” (Psalm 103:9, STV)
Gods toorn is geen grillige menselijke drift. Zijn oordeel is rechtvaardig.
Maar David weet ook: Gods handelen met degenen die Hem vrezen wordt gekenmerkt door barmhartigheid.
En dan komt vers 10:
“Hij doet ons niet naar onze zonden, en vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden.” (Psalm 103:10, STV)
Als God met ons zou handelen naar wat onze zonden verdienen, wie zou dan kunnen bestaan?
Dat is misschien wel een van de meest verootmoedigende gedachten van deze Psalm.
Wij leven niet van onze verdiensten.
Wij leven van Genade.
Zo hoog de hemel is
David zoekt vervolgens naar beelden om die goedertierenheid onder woorden te brengen.
En eigenlijk schieten woorden tekort.
“Want zo hoog de hemel is boven de aarde, is Zijn goedertierenheid geweldig over degenen die Hem vrezen.” (Psalm 103:11, STV)
Hoe groot is Gods goedertierenheid?
Kijk omhoog.
Kun je de afstand meten?
Zo spreekt David over Gods goedertierenheid.
Maar dan komt misschien een nog indrukwekkender beeld:
“Zo ver het oosten is van het westen, zo ver doet Hij onze overtredingen van ons.” (Psalm 103:12, STV)
Niet een paar meter.
Niet tijdelijk uit het zicht.
Zo ver het oosten is van het westen.
God vergeeft niet zoals mensen soms vergeven: “Ik vergeef het je, maar ik kan het niet vergeten.”
Hij doet de overtredingen weg.
Wat een rust ligt daarin.
Zoals een vader zich ontfermt
Daarna verandert het beeld opnieuw.
Van de hemel en de horizon gaat David naar een vader en zijn kinderen.
“Gelijk zich een vader ontfermt over de kinderen, ontfermt Zich de HEERE over degenen die Hem vrezen.” (Psalm 103:13, STV)
God kent onze zwakheid.
Hij weet precies wat wij zijn.
“Want Hij weet wat maaksel wij zijn, gedachtig zijnde dat wij stof zijn.” (Psalm 103:14, STV)
Dat vind ik bijzonder troostvol.
God overschat onze kracht niet.
Wij doen dat zelf vaak wel.
Wij denken misschien dat wij altijd sterk moeten zijn, alles moeten begrijpen, alles moeten aankunnen en altijd overeind moeten blijven.
God weet beter.
Hij weet dat wij stof zijn.
Dat is geen excuus voor ongeloof of ongehoorzaamheid. Maar het is wel een geweldige troost voor de zwakke mens die op Hem vertrouwt.
Onze zwakheid verrast Hem niet.
Gras en bloemen
Dan plaatst David de mens tegenover Gods eeuwigheid.
“De dagen des mensen zijn als het gras; gelijk een bloem des velds, alzo bloeit hij.” (Psalm 103:15, STV)
Een bloem kan prachtig zijn.
Maar heel kort.
“Als de wind daarover gegaan is, zo is zij niet meer, en haar plaats kent haar niet meer.” (Psalm 103:16, STV)
Dat houdt ons een spiegel voor.
Wij kunnen ons leven ontzettend belangrijk vinden. Onze plannen. Onze bezittingen. Onze positie. Onze zorgen.
Maar hoe lang duurt een mensenleven eigenlijk?
Een korte bloeitijd.
Een windvlaag.
En het is voorbij.
Maar dan staat daar dat prachtige woord aan het begin van vers 17:
Maar.
“Maar de goedertierenheid des HEEREN is van eeuwigheid en tot eeuwigheid over degenen die Hem vrezen…” (Psalm 103:17, STV)
Wij zijn tijdelijk.
Hij is eeuwig.
Ons leven is vluchtig.
Zijn goedertierenheid niet.
Onze kracht neemt af.
Zijn trouw niet.
Alles aan ons leven verandert, maar Zijn goedertierenheid is
“van eeuwigheid en tot eeuwigheid”.
Wat een tegenstelling.
Zijn troon staat vast
En dan tilt de Psalm onze blik helemaal omhoog.
“De HEERE heeft Zijn troon in de hemelen bevestigd, en Zijn Koninkrijk heerst over alles.” (Psalm 103:19, STV)
Dat is uiteindelijk de grond onder alles wat eraan voorafging.
God is ‘in control’.
Zijn troon wankelt niet.
Zijn Koninkrijk wordt niet bedreigd.
Hij is niet afhankelijk van menselijke macht, omstandigheden of ontwikkelingen op aarde.
“Zijn Koninkrijk heerst over alles.”
Ook wanneer wij niet begrijpen wat er gebeurt.
Ook wanneer het leven anders loopt dan wij hadden gedacht.
Ook wanneer wij onze eigen zwakheid nadrukkelijk ervaren.
Zijn troon staat vast.
En dan moet alles Hem loven
De Psalm begon heel persoonlijk:
“Loof den HEERE, mijn ziel.”
Maar nu wordt de kring steeds wijder.
Eerst:
“Looft den HEERE, Zijn engelen…” (Psalm 103:20, STV)
Dan:
“Looft den HEERE, al Zijn heirscharen…” (Psalm 103:21, STV)
En tenslotte:
“Looft den HEERE, al Zijn werken, aan alle plaatsen Zijner heerschappij.” (Psalm 103:22, STV)
De lofprijzing die begon in het binnenste van één mens vult uiteindelijk als het ware de hele schepping.
Engelen.
Heirscharen.
Dienaars.
Al Zijn werken.
Overal waar Zijn heerschappij is.
En waar is die heerschappij?
Over alles.
Maar opmerkelijk genoeg eindigt David precies waar hij begon.
Na die enorme oproep aan heel de schepping zegt hij opnieuw tegen zichzelf:
“Loof den HEERE, mijn ziel.” (Psalm 103:22, STV)
Alsof hij zegt:
Laat de engelen Hem loven.
Laat Zijn heirscharen Hem loven.
Laat heel Zijn schepping Hem loven.
Maar mijn ziel, vergeet jij het vooral niet.
Vergeet geen van Zijn weldaden
Misschien is dat voor mij wel de kern van deze hele Psalm.
Vergeet niet.
Wanneer het leven moeilijk is: vergeet niet.
Wanneer je zwak bent: vergeet niet.
Wanneer je gebeden nog niet verhoord lijken: vergeet niet.
Wanneer je terugkijkt op je leven: vergeet niet.
Hij vergeeft.
Hij verlost.
Hij ontfermt Zich.
Hij weet dat wij stof zijn.
Zijn goedertierenheid is van eeuwigheid tot eeuwigheid.
Zijn troon staat vast.
Zijn Koninkrijk heerst over alles.
Daarom:
“Loof den HEERE, mijn ziel, en vergeet geen van Zijn weldaden.” (Psalm 103:2, STV)
