Succes is geen roeping: de Bijbel tegenover succesprediking

Waarom “je gemeente zal verdubbelen” geen Bijbelse maatstaf is

“Je gemeente zal verdubbelen”

Het klinkt geweldig.

Je gemeente zal groeien. Je bediening zal uitbreiden. Je invloed zal toenemen. Er komt doorbraak. Meer mensen. Meer bereik. Meer zichtbaarheid.…

Uitgesproken  in de gemeente door een geestdriftige spreker, welhaast met de ondertoon van een profetie, verwachtingsvol en goedkeurend ontvangen…..

En wie zou daar nou eigenlijk tegen kunnen zijn?

Dit is een van de manieren waarop succesprediking in de kerk zo gemakkelijk ingang vindt. Zij gebruikt christelijke woorden, spreekt over geloof en Gods zegen en presenteert groei als ultiem bewijs dat God hier aan het werk is.

Maar er is hier een jeukvraag die veel belangrijker is:

Waar leert de Schrift dan, dat zichtbare groei de maatstaf  zou zijn voor de roeping en trouw van het Lichaam van Christus?

Het antwoord is zowel eenvoudig als duidelijk:

nergens.

De apostel Paulus zegt niet dat een gemeente succesvol zou moeten zijn.

Hij zegt:

“Voorts wordt in de uitdelers vereist, dat elk getrouw bevonden worde.” — 1 Korinthe 4:2 (STV)

Daar staat Gods maatstaf.

Niet groot.

Niet invloedrijk.

Niet succesvol.

Getrouw.

En dat verschil is veel groter dan het oppervlakkig bekeken lijkt.

de kerk als bedrijf?
Geen succesprediking in de kerk

Groei is geen bewijs van Gods goedkeuring

Een van de gevaarlijkste redeneringen binnen het moderne christendom luidt ongeveer zo:

Het groeit, dus God zegent het.

Maar dat is geen Bijbelse redenering.

” Benaarstig u om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt.
Maar stel u tegen het ongoddelijk ijdel roepen; want zij zullen in meerdere goddeloosheid toenemen;En hun woord zal voorteten gelijk de kanker; onder welke is Hymenéüs en Filétus2 Timotheus 2:15-17 (STV)

Een moskee kan groeien. Een sekte kan groeien. Een politieke beweging kan groeien. Een commerciële onderneming kan groeien. Een dwaalleer kan zich razendsnel verspreiden.

Waarom zou numerieke groei binnen een kerk ineens een bewijs van waarheid zijn?

Een gemeente kan in enkele jaren zomaar verdubbelen terwijl de prediking oppervlakkiger wordt.

Een andere gemeente kan kleiner worden omdat zij weigert haar boodschap aantrekkelijker te maken ten koste van de waarheid.

Welke van de twee is volgens God succesvoller?

Die vraag is al helemaal verkeerd gesteld.

De Bijbelse vraag is:

Welke is Bijbelgetrouw?

 

De Gemeente is geen onderneming

Hier raakt de succesprediking aan een dieper liggend probleem.

Veel hedendaagse kerkelijke taal lijkt opvallend veel op managementtaal:

visie, leiderschap, strategie, impact, groei, bereik, doelgroep, cultuurverandering, invloed.

Natuurlijk zijn niet al die woorden op zichzelf verkeerd. Een gemeente moet ook praktische zaken organiseren.

Maar ongemerkt kan de gemeente daardoor als een onderneming worden beschouwd.

De voorganger wordt een visionair leider.

De gemeente wordt een organisatie.

De samenkomst wordt een product.

De bezoekers worden de doelgroep.

En groei wordt de KPI van Gods zegen.

Maar Paulus noemt de Gemeente geen onderneming.

Hij noemt deze het Lichaam van Christus.

“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente, Hij, Die het Begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen de Eerste zou zijn.” — Kolossenzen 1:18 (STV)

Dat zet alles in een ander daglicht:

Het doel van het Lichaam is niet zichzelf groot te maken.

Het Hoofd moet de eerste plaats hebben.

Daarom hoort de belangrijkste vraag van een gemeente nooit te zijn:

Hoe krijgen wij meer mensen binnen?

Maar:

Krijgt Christus hier de eerste plaats en wordt Zijn Woord recht gesneden?

 

Het Lichaam van Christus heeft een hemelse roeping

Het verlangen naar zichtbaar succes hangt dikwijls samen met een ander misverstand: de gedachte dat de Gemeente geroepen zou zijn om Gods Koninkrijk hier en nu, steeds zichtbaarder, op aarde te vestigen.

Dan ontstaan grote woorden en plannen.

We moeten steden transformeren.

De cultuur veranderen.

Invloedssferen innemen.

Het Koninkrijk zichtbaar maken.

Maatschappelijke posities veroveren.

De wereld laten zien wat de Kerk kan betekenen.

Maar Paulus wijst het Lichaam van Christus omhoog in plaats van horizontaal;:

“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods.” — Kolossenzen 3:1 (STV)

En vervolgens:

“Bedenkt de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn.” — Kolossenzen 3:2 (STV)

Waarom?

“Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.” — Kolossenzen 3:3 (STV)

Dat woord verborgen verdient aandacht.

De huidige positie van het Lichaam van Christus wordt juist niet gekenmerkt door een triomfantelijke zichtbare heerschappij over deze wereld.

Christus Zelf wordt door deze wereld niet erkend.

En de Gemeente is met Hem verbonden.

 

Wij zijn nu al gezet in de hemel

Paulus gaat nog verder:

“En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus;” — Efeze 2:6 (STV)

Er staat niet dat dat toekomst is, als wij goed ons best blijven doen en de juiste marktstrategie volgen.

De positie van de gelovige is helemaal niet gericht op het verwerven van een zichtbare machtspositie op aarde.

Zijn burgerschap en positie zijn in de hemel, verbonden met de opgewekte Christus.

Dat betekent niet dat een christen maatschappelijk passief moet zijn. Het betekent evenmin dat evangelisatie onbelangrijk zou zijn.

Het betekent iets anders:

aardse invloed is niet de identiteit en evenmin de roeping van het Lichaam van Christus.

Dat onderscheid verdwijnt gemakkelijk wanneer christelijk succes wordt afgemeten aan gebouwen, bezoekersaantallen, online bereik en plaatselijke invloed.

 

Er komt zichtbaarheid, maar niet door onze marketing

De Schrift spreekt wel degelijk over een moment waarop Christus en Zijn heerlijkheid openbaar zullen worden.

Paulus schrijft:

“Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons Leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.” — Kolossenzen 3:4 (STV)

Let op die volgorde.

Nu: verborgen met Christus.

Straks: met Christus geopenbaard.

Dat is de essentie.

De Gemeente hoeft niet door menselijke strategie alvast zichtbaar te realiseren wat God op Zijn tijd in Christus openbaar zal maken.

Onze opdracht is niet Christus populair te maken.

Onze opdracht is Hem trouw bekend te maken.

 

Paulus zou volgens moderne succesformules een probleemgeval zijn

Wanneer succes werkelijk de maatstaf van een bediening is, moeten we consequent zijn.

Dan moeten we ook Paulus langs die meetlat leggen.

En dan wordt het ongemakkelijk.

Aan het einde van zijn bediening schrijft hij:

“Gij weet dit, dat allen die in Azië zijn, zich van mij afgewend hebben;” — 2 Timotheüs 1:15 (STV)

Dat klinkt niet echt als gemeentegroei.

Later schrijft hij:

“zij hebben mij allen verlaten; het worde hun niet toegerekend.” — 2 Timotheüs 4:16 (STV)

Stel je voor dat dit het jaarverslag van een moderne bediening was.

Mensen afgehaakt.

Medewerkers verdwenen.

Leider gevangen.

Weinig maatschappelijke invloed.

Geen indrukwekkend gebouw.

Geen succesverhaal.

Op het oog een fiasco.

Volgens sommige hedendaagse maatstaven zou er onmiddellijk een consultant moeten worden ingevlogen.

Paulus beoordeelt zijn bediening echter heel anders:

“Ik heb den goeden strijd gestreden, ik heb den loop geëindigd, ik heb het geloof behouden.” — 2 Timotheüs 4:7 (STV)

Het geloof behouden.

Dáár ligt de maatstaf.

 

De Bijbel voorspelt zelfs dat gezonde leer aantallen kan kosten

Dit maakt het nog schrijnender.

Paulus vertelt Timotheüs niet dat trouwe prediking uiteindelijk gegarandeerd grote aantallen mensen zal trekken.

Hij zegt:

“Predik het Woord; houd aan tijdiglijk, ontijdiglijk; wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer.” — 2 Timotheüs 4:2 (STV)

Waarom is dat nodig?

Omdat er juist weerstand tegen gezonde leer komt:

“Want er zal een tijd zijn, wanneer zij de gezonde leer niet zullen verdragen; maar kittelachtig zijnde van gehoor, zullen zij zichzelven leraars opgaderen, naar hun eigen begeerlijkheden;” — 2 Timotheüs 4:3 (STV)

Lees dat nog maar eens naast de voorbarig uitgesproken belofte:

Je gemeente zal verdubbelen.

De Schrift waarschuwt dat mensen de gezonde leer niet zullen verdragen.

Dat betekent dat trouw aan het Woord juist bezoekers kan kosten.

En dan?

Moeten we de boodschap dan gaan aanpassen totdat er weer groei komt?

Paulus zegt het tegenovergestelde:

Predik het Woord.

 

Het Evangelie is geen groeistrategie

Daar ligt misschien wel het grootste gevaar van succesprediking.

Het Evangelie kan langzaam veranderen van een boodschap die verkondigd moet worden in een middel waarmee iets bereikt moet worden.

Meer bezoekers.

Meer invloed.

Een grotere kerk.

Een sterkere beweging.

Een betere samenleving.

Maar het Evangelie der genade Gods is geen marketinginstrument.

Paulus zegt:

“Maar ik acht op geen ding, noch houd mijn leven dierbaar voor mijzelven, opdat ik mijn loop met blijdschap mag volbrengen, en den dienst, welken ik van den Heere Jezus ontvangen heb, om te betuigen het Evangelie der genade Gods.” — Handelingen 20:24 (STV)

Opnieuw ontbreekt hier de succesformule.

Paulus wil zijn loop volbrengen.

Hij wil getuigen.

Het resultaat daarvan ligt bij God.

 

Paulus predikte Christus, niet menselijke potentie

De succesboodschap richt de aandacht gemakkelijk op de mens:

jouw bestemming.

jouw doorbraak.

jouw invloed.

jouw succes.

jouw potentieel.

jouw droom.

Paulus’ boodschap heeft een ander middelpunt.

“Want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u, dan Jezus Christus, en Dien gekruisigd.” — 1 Korinthe 2:2 (STV)

Het kruis is bepaald geen symbool van menselijke zelfverwezenlijking.

Het kruis betekent juist het einde van menselijke aanspraken.

En daarom schrijft Paulus:

“Maar het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onzen Heere Jezus Christus; door Welken de wereld mij gekruisigd is, en ik der wereld.” — Galaten 6:14 (STV)

Dat schuurt behoorlijk met een evangelie waarin Christus uiteindelijk degene wordt Die jouw dromen, ambities en succes mogelijk moet maken.

Het Evangelie draait niet om de verheffing van de mens, maar om de heerlijkheid van Christus.

 

Vruchtbaarheid is niet hetzelfde als zichtbaarheid

Hier moeten we zorgvuldig blijven.

De Bijbel is niet tegen vruchtbaarheid.

Ook niet tegen gemeentegroei.

Wanneer mensen door het Evangelie tot geloof komen, is dat reden tot grote blijdschap.

Het probleem is dus niet groei.

Het probleem is groei als bewijsmateriaal van Gods goedkeuring en als doel van de bediening.

Dat zijn twee totaal verschillende dingen.

Paulus schrijft:

“Ik heb geplant, Apollos heeft nat gemaakt; maar God heeft den wasdom gegeven.” — 1 Korinthe 3:6 (STV)

Dat is bevrijdend.

De dienaar plant.

Een ander begiet.

God geeft de wasdom.

Zodra wij verantwoordelijk worden gemaakt voor de gegarandeerde uitkomst — jouw gemeente zal verdubbelen — verschuift iets wat aan God behoort naar de mens.

 

De kleine gemeente hoeft zich niet te schamen

Dit is ook pastoraal belangrijk.

Wat doet succesprediking met de voorganger die al twintig jaar trouw het Woord verkondigt aan veertig mensen?

Wat doet zij met een gemeente die kleiner wordt?

Wat doet zij met zendelingen die jarenlang arbeiden en nauwelijks resultaat zien?

Wat doet de boodschap „God wil groei, invloed en vermenigvuldiging” met hen?

Zij kan een vals schuldgevoel produceren:

Wat doen wij verkeerd?

Misschien wel helemaal niets.

Misschien weigert die voorganger gewoon zijn boodschap af te zwakken.

Misschien is hij niet hip genoeg voor Instagram.

Misschien organiseert hij geen spectaculaire diensten.

Misschien belooft hij mensen geen doorbraak.

Misschien predikt hij wel gewoon het Woord.

Dan kan een kleine gemeente in Gods ogen gezonder zijn dan een megakerk.

Want God telt niet zoals wij tellen.

 

Het probleem is uiteindelijk het vlees

De Schrift zegt niet:

Ontdek hoe groot jij kunt worden.

De Schrift brengt ons bij Christus.

 

“Je gemeente zal verdubbelen” kan een gevaarlijke belofte zijn

Niet omdat verdubbeling an sich onmogelijk of verkeerd zou zijn.

Een gemeente kan verdubbelen.

Zij kan vertienvoudigen.

God kan een bediening een enorm bereik geven.

Maar niemand heeft daarom het recht daarvan een algemene geestelijke belofte te maken.

En al helemaal niet om succes vervolgens als bewijs van zalving, geloof of gehoorzaamheid te presenteren.

Want dan volgt onvermijdelijk de andere kant:

Als jouw gemeente niet verdubbelt, heb je dan te weinig geloof?

Heb je Gods visie gemist?

Ben je niet gezalfd genoeg?

Heb je onvoldoende groot gedacht?

Daar begint geestelijke manipulatie.

Een menselijke succesnorm wordt dan voorzien van Gods handtekening.

 

Misschien moet een gemeente wel helemaal niet verdubbelen

Misschien moet zij eerst leren.

Misschien moet zij dwaling opruimen.

Misschien moet zij Christus weer centraal stellen.

Misschien moeten gelovigen leren wie zij in Christus zijn.

Misschien moet de prediking dieper in plaats van aantrekkelijker.

Misschien moeten er niet meer stoelen worden neergezet, maar meer Bijbels worden opengeslagen.

Misschien moeten wij minder bezig zijn met hoeveel mensen er binnenkomen en meer met wat hun geleerd wordt wanneer zij binnen zijn.

Dat is minder spectaculair.

Maar het zou weleens veel Bijbelser kunnen zijn.

 

Succes is geen roeping, trouw wel

De vraag waarmee wij begonnen kunnen we daarom beantwoorden.

Waarom is het streven naar zichtbaar succes en invloed niet de roeping van het Lichaam van Christus?

Omdat het Lichaam reeds in Christus een hemelse positie heeft.

Omdat Christus het Hoofd is.

Omdat het leven van de Gemeente nu met Christus verborgen is in God.

Omdat de Gemeente niet geroepen is zichzelf te verheerlijken maar Christus bekend te maken.

Omdat groei door God wordt gegeven en niet door mensen kan worden gegarandeerd.

Omdat Paulus trouw, gezonde leer en het bewaren van het geloof als maatstaven geeft.

En omdat het uiteindelijke oordeel over onze dienst niet wordt uitgesproken door bezoekersaantallen, algoritmen, conferenties of kerkelijke jaarverslagen.

Daarom mag de tegenstelling scherp worden neergezet:

Succesprediking vraagt:

hoeveel groter ben je geworden?

De Schrift vraagt:

ben je trouw gebleven?

Een volle zaal kan indrukwekkend zijn.

Een verdubbelde gemeente kan prachtig zijn.

Een groot bereik kan nuttig zijn.

Maar geen van deze dingen bewijst dat God Zijn goedkeuring eraan heeft gegeven.

De dienaar van Christus heeft een veel eenvoudiger en tegelijk veel zwaardere opdracht:

Predik het Woord. Bewaar het geloof. Maak Christus groot. Blijf getrouw.

En laat de wasdom aan God.

lees ook:

De gemeente van Jezus Christus is geen bedrijf maar een levend lichaam – Bijbelse basis

De gemeente van Jezus Christus is geen bedrijf maar een levend lichaam

Geen bedrijfsstrategieën of marketingmethodes!

De gemeente is geen bedrijf, maar het levende lichaam van Christus. Toch wordt in veel kerken steeds vaker gedacht in termen van strategie, groei, management, visie, impact en meetbaar succes. Dat klinkt professioneel en daadkrachtig, maar de vraag is niet of het werkt. De vraag is of het Bijbels is.

De gemeente niet als bedrijf zien is geen romantische gedachte, maar een Bijbelse noodzaak. De gemeente is ook niet een religieuze organisatie met Christus als inspiratiebron. Zij is het lichaam van Christus, gekocht met Zijn bloed, bewoond door de Geest en geroepen om te leven onder Christus als Hoofd.

“En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult” (Efeze 1:22-23 STV).

Dat is de kern. Christus is niet de directeur van een religieuze onderneming. Hij is het Hoofd van Zijn lichaam.

Gemeente geen bedrijf maar lichaam van Christus

De gemeente is het lichaam van Christus

De Schrift spreekt over de gemeente niet in bedrijfskundige, maar in organische termen. Zij is lichaam, tempel, huisgezin, kudde en woonstede Gods. Dat zijn levende beelden. Ze spreken over verbondenheid, afhankelijkheid, groei van binnenuit, onderlinge zorg, heiligheid en gehoorzaamheid aan Christus.

Paulus zegt:

“Want gelijk het lichaam één is, en vele leden heeft, en al de leden van dit ene lichaam, vele zijnde, maar één lichaam zijn, alzo ook Christus” (1 Korinthe 12:12 STV).

En vervolgens:

“En gijlieden zijt het lichaam van Christus, en leden in het bijzonder” (1 Korinthe 12:27 STV).

Een lichaam wordt niet bestuurd als een bedrijf. Een lichaam leeft vanuit het hoofd. Als het hoofd niet werkelijk de leiding heeft, ontstaat er geen gezonde groei maar wanorde. In een lichaam is het oog geen concurrent van de hand, de voet geen ondergeschikte zonder waarde, en het oor geen overbodig onderdeel. Elk lid heeft zijn plaats, niet omdat een managementmodel dat zo bedacht heeft, maar omdat God het zo beschikt heeft.

“Maar nu heeft God de leden gezet, een iegelijk van dezelve in het lichaam, gelijk Hij gewild heeft” (1 Korinthe 12:18 STV).

Dat ene vers doorbreekt veel modern kerkelijk denken. Niet de leider “zet mensen op hun plek”. Niet de strategie bepaalt wie nodig is. Niet het groeiplan bepaalt de waarde van de leden. God heeft de leden gezet zoals Hij gewild heeft.

 

Christus is het Hoofd, niet het management

In een bedrijf is leiding vaak gericht op doelen, resultaten, processen, groei, efficiëntie en rendement. In de gemeente is leiding onderworpen aan Christus. Dat is wezenlijk anders.

“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente, Hij, Die het Begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen de Eerste zou zijn” (Kolossenzen 1:18 STV).

Christus moet in alles de Eerste zijn. Niet de visie van de voorganger. Niet de ambitie van het team. Niet de groei van de organisatie. Niet het imago naar buiten. Niet de vraag hoe men de kerk aantrekkelijker maakt voor de religieuze consument.

Christus.

Daarom is bedrijfsdenken in de kerk zo gevaarlijk. Het schuift gemakkelijk van gehoorzaamheid naar succes, van waarheid naar effectiviteit, van trouw naar meetbaarheid, van herderlijke zorg naar leiderschapsontwikkeling, van Schriftuurlijke opbouw naar organisatorische groei.

Maar de gemeente wordt niet gebouwd door marktanalyse, branding of prestatie-indicatoren. De Here Jezus Zelf zegt:

“En op deze petra zal Ik Mijn Gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen” (Mattheüs 16:18 STV).

Hij bouwt Zijn gemeente. Niet wij bouwen Zijn merk. Niet wij bouwen Zijn bedrijf. Niet wij bouwen Zijn koninkrijk met aardse strategieën.

Hij bouwt Zijn gemeente.

 

Groei is geen bedrijfsdoel maar vrucht van Christus

Natuurlijk spreekt de Bijbel over groei. Maar Bijbelse groei is geen groeistrategie in bedrijfskundige zin. Het is geen schaalvergroting, geen publieksbereik, geen expansie van een religieuze organisatie. Bijbelse groei is groei in Christus, vanuit Christus en tot Christus.

“Maar de waarheid betrachtende in liefde, alleszins zouden opwassen in Hem, Die het Hoofd is, namelijk Christus; Uit Welken het gehele lichaam bekwamelijk samengevoegd en samen vastgemaakt zijnde, door alle voegselen der toebrenging, naar de werking van een iegelijk deel in zijn maat, den wasdom des lichaams bekomt, tot zijns zelfs opbouwing in de liefde” (Efeze 4:15-16 STV).

Let op: het lichaam groeit “uit Welken”, dus uit Christus. De wasdom komt niet uit het model, niet uit de methode, niet uit het leiderschapssysteem, maar uit Hem. En het doel is niet imago, bereik of institutionele macht, maar opbouwing in de liefde.

Wanneer kerkelijke groei wordt benaderd als bedrijfsstrategie, verschuift de aandacht van geestelijke opbouw naar meetbaar succes. Dan gaat het al snel over aantallen, budgetten, gebouwen, programma’s, zichtbaarheid en invloed. Maar de Schrift spreekt over wasdom in waarheid, liefde, eenheid, heiligheid, kennis van Christus en volwassenheid.

Een volle zaal kan geestelijke armoede verbergen. Een sterke organisatie kan een zwak lichaam maskeren. Een goed draaiend programma kan de afwezigheid van echte geestelijke groei verdoezelen.

Niet alles wat groeit, is gezond. Ook wildgroei is groei.

 

Bedrijfsstrategieën verschuiven de maatstaf

Het grote probleem van bedrijfsstrategieën in de gemeente is dat zij ongemerkt de maatstaf verschuiven. Men vraagt niet meer eerst: is dit naar de Schrift? Men vraagt: werkt het? Trekt het mensen? Verhoogt het de betrokkenheid? Versterkt het onze uitstraling? Past het bij onze doelgroep?

Maar de gemeente leeft niet van doelgroepdenken. Zij leeft van het Woord van God.

“Heilig ze in Uw waarheid; Uw Woord is de waarheid” (Johannes 17:17 STV).

Wanneer “wat werkt” belangrijker wordt dan “wat waar is”, komt de gemeente op gevaarlijk terrein. Dan kan de prediking worden aangepast aan de smaak van de hoorders. Dan wordt zonde zachter benoemd. Dan wordt genade losgemaakt van bekering. Dan wordt onderwijs vervangen door beleving. Dan wordt herderlijke zorg vervangen door coaching. Dan wordt Bijbelse vermaning vervangen door positieve communicatie.

Paulus waarschuwt voor een tijd waarin mensen de gezonde leer niet verdragen:

“Want er zal een tijd zijn, wanneer zij de gezonde leer niet zullen verdragen; maar kittelachtig zijnde van gehoor, zullen zij zichzelven leraars opgaderen naar hun eigen begeerlijkheden; En zullen hun gehoor van de waarheid afwenden, en zullen zich keren tot fabelen” (2 Timotheüs 4:3-4 STV).

Een gemeente die zich laat leiden door vraaggestuurd aanbod, loopt precies dit gevaar. Zij gaat leveren wat mensen willen horen, in plaats van te verkondigen wat God heeft gesproken.

 

Gelovigen zijn geen klanten

In een bedrijf is de klant belangrijk. Zijn ervaring, zijn tevredenheid en zijn binding aan het merk staan centraal. Maar in de gemeente zijn gelovigen geen klanten. Zij zijn leden van het lichaam van Christus.

Een klant beoordeelt. Een lid dient.
Een klant consumeert. Een lid draagt bij.
Een klant vertrekt wanneer het aanbod hem niet bevalt. Een lid zoekt de opbouw van het lichaam.
Een klant vraagt: wat krijg ik hier? Een lid vraagt: hoe kan ik in liefde dienen?

Paulus schrijft:

“Want ook het lichaam is niet één lid, maar vele leden” (1 Korinthe 12:14 STV)

En Petrus zegt:

“Een iegelijk, gelijk hij gave ontvangen heeft, alzo bediene hij dezelve aan de anderen, als goede uitdelers der menigerlei genade Gods” (1 Petrus 4:10 STV).

De gemeente is dus geen podium met publiek. Zij is ook geen religieuze winkel waar men geestelijke producten afneemt. Zij is een lichaam waarin elk lid, naar de genade die God geeft, dient tot opbouw van de anderen.

Waar bedrijfsdenken binnendringt, worden mensen gemakkelijk ingedeeld naar bruikbaarheid. Wie zichtbaar, vaardig, succesvol of strategisch inzetbaar is, krijgt aandacht. Wie zwak, lijdend, oud, beperkt, beschadigd of minder productief is, kan als lastig worden ervaren.

Maar in het lichaam van Christus werkt het anders.

“Ja veelmeer, de leden, die ons dunken de zwakste des lichaams te zijn, die zijn nodig” (1 Korinthe 12:22 STV).

Dat staat haaks op bedrijfsmatig denken. In een bedrijf is zwakte vaak een probleem voor de prestatie. In het lichaam van Christus zijn de zwakke leden nodig.

 

Oudsten zijn herders, geen managers

De Bijbel kent leiding in de gemeente. Maar die leiding is herderlijk, dienend en Schriftgebonden. Oudsten zijn geen managers van een religieuze organisatie. Zij zijn opzieners en herders over de kudde van God.

Petrus schrijft:

“Weidt de kudde Gods, die onder u is, hebbende opzicht daarover, niet uit bedwang, maar gewilliglijk; noch om vuil gewin, maar met een volvaardig gemoed; Noch als heerschappij voerende over het erfdeel des Heeren, maar als voorbeelden der kudde geworden zijnde” (1 Petrus 5:2-3 STV).

Dit is een totaal andere toon dan veel modern leiderschapsdenken. Niet heersen. Niet manipuleren. Niet sturen op eigen visie. Niet bouwen aan een persoonlijke invloedssfeer. Niet de kudde gebruiken om een bediening groot te maken. Maar weiden, dienen, waken, voorgaan als voorbeeld.

Oudsten zijn volgens de Schrift herders van de kudde, geen managers van een religieuze organisatie.

Paulus zegt tegen de oudsten van Efeze:

“Zo hebt dan acht op uzelven, en op de gehele kudde, over dewelke u de Heilige Geest tot opzieners gesteld heeft, om de Gemeente Gods te weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed” (Handelingen 20:28 STV)

Dat laatste is doorslaggevend. De gemeente is niet van de voorganger. Niet van het bestuur. Niet van de stichting. Niet van de beweging. Niet van de familie die haar ooit begon. Zij is “de Gemeente Gods”, verkregen door Zijn eigen bloed.

Wie de gemeente behandelt als zijn organisatie, raakt aan iets dat niet van hem is.

 

Strategie kan afhankelijkheid van de Geest vervangen

Er is niets mis met orde, wijsheid, planning en praktische verantwoordelijkheid. De Schrift is niet chaotisch. Maar er is een groot verschil tussen ordelijk dienen en strategisch bouwen vanuit menselijke maakbaarheid.

Het gevaar is dat men in de praktijk meer verwacht van modellen, trainingen, branding, leiderschapstaal, doelgroepenanalyse en groeiplannen dan van het Woord van God, het werk van de Geest en de trouw van Christus.

De vroege gemeente wordt niet beschreven als een strategisch uitstekend georganiseerde beweging, maar als een gemeente die volhardde in de leer, gemeenschap, breking des broods en gebeden.

“En zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden” (Handelingen 2:42 STV)

Dat klinkt bijna te eenvoudig voor de moderne kerk. Geen brandingstrategie. Geen groeicampagne. Geen visieproces. Geen leiderschapsmodel. Maar leer, gemeenschap, breking des broods en gebeden.

En dan lezen we:

“En de Heere deed dagelijks tot de Gemeente, die zalig werden” (Handelingen 2:47 STV)

De Heere deed toe. Niet de strategie. Niet het programma. Niet het communicatiemodel. De Heere.

 

Bedrijfstaal verandert het geestelijk klimaat

Taal is nooit neutraal. Wanneer de gemeente voortdurend spreekt in termen van visie, targets, teams, cultuur, DNA, merk, leiderschap, impact, groei en succes, verandert het geestelijke klimaat. Men gaat denken vanuit maakbaarheid en prestatie.

Maar de taal van de Schrift is anders: genade, waarheid, lichaam, leden, Hoofd, kudde, herders, opbouw, heiliging, dienst, liefde, lijden, volharding, vermaning, vertroosting, gemeenschap, gebed.

Bedrijfstaal wekt vaak de indruk dat de gemeente een project is dat wij moeten laten slagen. Bijbelse taal herinnert ons eraan dat de gemeente van Christus is en door Hem gedragen wordt.

Dat betekent niet dat alles amateuristisch of slordig moet zijn. Dat is een valse tegenstelling. Orde is Bijbels. Betrouwbaarheid is Bijbels. Goede zorg is Bijbels. Verantwoord rentmeesterschap is Bijbels.

Maar zodra orde verandert in controle, rentmeesterschap in rendement, leiding in management, dienst in prestatie, en opbouw in groei-obsessie, is de gemeente haar eigen aard aan het verloochenen.

 

De gemeente leeft uit Christus

De gemeente is geen menselijke uitvinding. Zij is niet ontstaan uit een marktkans, een visieplan of een religieuze behoefte. Zij is verbonden met de opgestane en verheerlijkte Christus.

“Want wij zijn leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen” (Efeze 5:30 STV).

Dat is diepe, levende verbondenheid. De gemeente leeft omdat Christus leeft. Zij wordt gevoed omdat Christus haar voedt. Zij wordt bewaard omdat Christus haar bewaart.

Zij wordt gebouwd omdat Christus haar bouwt.

Daarom moet de gemeente niet leren denken als een bedrijf, maar leren wandelen als een lichaam. Niet gedreven door ambitie, maar geleid door het Hoofd. Niet gericht op succes, maar op trouw. Niet gevormd door managementmodellen, maar door het Woord van God.

Niet afhankelijk van menselijke strategie, maar van de Here Zelf.

De gemeente van Jezus Christus is geen bedrijf. Zij is geen religieuze onderneming die met moderne strategieën aantrekkelijker, groter en invloedrijker moet worden gemaakt. Zij is het lichaam van Christus, gekocht met Zijn bloed, bewoond door de Geest en geroepen om onder het Hoofd te leven.

Dat vraagt om bekering van veel kerkelijk denken. Weg van maakbaarheid. Weg van succesdwang. Weg van religieuze marketing. Weg van leiderschapscultuur die meer lijkt op de zakenwereld dan op de Schrift.

Terug naar Christus.
Terug naar het Woord.
Terug naar herderlijke zorg.
Terug naar de opbouw van het lichaam.
Terug naar gebed.
Terug naar afhankelijkheid.

Wie de gemeente als bedrijf behandelt, verliest gemakkelijk uit het oog dat zij het lichaam van Christus is, gekocht met Zijn bloed.

Want de gemeente is niet van ons.

Zij is van Hem.

“En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult” (Efeze 1:22-23 STV).

Geverifieerd door MonsterInsights