De kerk groeit! Maar is gemeentegroei ook geestelijke groei?

Is er misschien sprake van een “stofzuigerkerk?”

“Wij groeien tegen de landelijke trend in.”

Het werd niet zonder enige trots verteld. Terwijl overal kerken leeglopen, groeit onze gemeente ….

Dat klinkt indrukwekkend.

Maar wacht even.

Wie zijn die nieuwe mensen eigenlijk?

Zijn het mensen die het Evangelie hoorden, tot geloof in de Here Jezus Christus kwamen en vanuit de duisternis tot het licht werden gebracht?

Zijn het mensen die jarenlang niets meer met kerk of geloof hadden en door het Evangelie opnieuw werden bereikt?

Of zijn het voor een substantieel deel mensen die tot voor kort nog ergens anders op zondagmorgen in een kerkbank zaten?

Want in dat laatste geval hebben we een probleem met het woord groei.

Een volle zaal is nog geen bewijs van geestelijke groei
Stofzuigerkerk: Een volle zaal is nog geen bewijs van geestelijke groei

Van de ene kerkbank naar de andere

Wanneer honderd gelovigen gemeente A verlaten en vervolgens gemeente B bezoeken, heeft gemeente B honderd bezoekers gewonnen.

Maar het Koninkrijk van God heeft er daarmee niet honderd nieuwe gelovigen bij gekregen.

Er zijn voornamelijk honderd mensen verhuisd.

Dat onderscheid is belangrijk, juist in een tijd waarin groeiende, eigentijdse evangelische en charismatische gemeenten veel aantrekkingskracht kunnen uitoefenen. Rond Mozaiek is daarvoor zelfs het weinig subtiele begrip “stofzuigerkerk” gebruikt. Religiewetenschapper Miranda Klaver besprak die vraag destijds in 2019 bij EO Live. Daarbij wees zij er overigens terecht op dat de redenen waarom mensen van kerk veranderen uiteenlopen en dat het verschijnsel niet zomaar tot “concurrentie” kan worden gereduceerd.

Het beeld van die stofzuiger blijft niettemin hangen.

Een gemeente wordt groter en groter, terwijl andere gemeenten in de omgeving mensen zien vertrekken.

En vervolgens zegt de groeiende gemeente:

“Kijk eens hoe wij groeien!”

Oké…. Waar komt die groei vandaan?

 

Kerkelijke stoelendans is geen evangelisatie

Dat klinkt misschien scherp, maar we moeten ophouden met kerkelijke verschuivingen vanzelsprekend als vrucht te presenteren.

De Schrift kent namelijk echte gemeentegroei:

“En de Heere deed dagelijks tot de Gemeente, die zalig werden.” (STV)

Handelingen 2:47.

Let op wat er staat.

Niet:

de Heere deed dagelijks mensen tot de Gemeente die een andere gemeente aantrekkelijker vonden.

Niet:

die de muziek elders niet meer aansprekend vonden.

Niet:

die voor een professionelere dienst kozen.

Niet:

die achter een populaire spreker aangingen.

Er staat:

“die zalig werden.”

Dát is groei waarover we ons zonder reserve mogen verheugen.

 

“Wij groeien” zegt op zich niet zoveel

Het wordt tricky  wanneer numerieke groei wordt gebruikt als bewijs dat een bepaalde gemeentelijke koers juist moet zijn.

De redenering wordt dan ongeveer:

We hebben onze koers veranderd. Er komen steeds meer mensen. Dus kennelijk zegent God onze koers.

Maar waar staat die maatstaf in de Bijbel?

Nergens.

Populariteit bewijst geen waarheid.

Een volle zaal bewijst geen zuivere leer.

Een groeiend aantal bezoekers bewijst geen geestelijke gezondheid.

Een succesvolle formule bewijst al helemaal niet dat God Zijn goedkeuring aan die formule heeft gegeven.

De Bijbelse vraag is niet in de eerste plaats:

Werkt het?

Maar:

Is het waar?

 

Groei kan zelfs een breekijzer worden

En hier wordt het echt ongemakkelijk.

Want gemeentegroei kan intern als argument worden gebruikt om kritiek op een veranderende koers te neutraliseren.

Iemand vraagt bijvoorbeeld of bepaalde charismatische invloeden wel Bijbels zijn.

“Maar kijk eens hoeveel nieuwe mensen er komen!”

Iemand maakt zich zorgen over de prediking.

“Maar de gemeente groeit!”

Iemand vraagt waarom allerlei nieuwe praktijken worden ingevoerd.

“We bereiken er zoveel mensen mee!”

Iemand wil gewoon weten waar het allemaal in de Schrift staat.

En opnieuw verschijnt het wonderargument:

“Kijk naar de groei.”

Daarmee is alleen nog geen enkele Bijbelse vraag beantwoord.

Het is feitelijk een verandering van maatstaf. Niet langer staat de waarheid van Gods Woord centraal, maar het zichtbare, tastbare resultaat van de gekozen methode.

 

Sinds wanneer bepaalt succes wat waarheid is?

Dat is misschien wel de pijnlijkste vraag.

Wanneer een commerciële onderneming meer klanten krijgt, is groei een uitstekende maatstaf voor commercieel succes.

Maar de Gemeente van Jezus Christus is géén onderneming.

Voorgangers zijn geen ondernemers.

Gemeenteleden zijn geen klanten.

De samenkomst is geen product.

En het Evangelie is geen concept dat met voldoende muziek, licht, branding, sociale media, aansprekende sprekers en een uitgekiende bezoekerservaring succesvol in de markt moet worden gezet.

Paulus schrijft:

“Predik het Woord; houd aan tijdelijk, ontijdelijk; wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer.” (STV)

2 Timotheüs 4:2.

Dat is opmerkelijk.

Paulus zegt niet tegen Timotheüs dat hij vooral moet ondrzoeken welke aanpak de grootste toestroom veroorzaakt.

Predik het Woord.

Ook wanneer dat Woord niet populair is.

 

Maar er komen toch mensen tot levend geloof?

Dat zou geweldig goed nieuws zijn  En wanneer iemand door het Evangelie tot levend geloof in de Here Jezus Christus komt, is dat reden tot grote vreugde en dankbaarheid.

Daar moeten we eerlijk in zijn.

Een recent verslag van de Protestantse Kerk over Mozaiek erkent aan de ene kant dat veel mensen aanhaken die al christen waren, maar vermeldt aan de andere kant dat uit doopgetuigenissen eveneens blijkt dat mensen met andere achtergronden tot geloof komen. Het verslag waarschuwt daarom terecht ook tegen een al te simpele voorstelling van zaken.

Dat maakt het onderscheid alleen maar belangrijker.

Noem bekering bekering.

Noem terugkeer terugkeer.

Maar noem kerkelijke migratie ook gewoon migratie.

Gooi die drie niet op één hoop om vervolgens één mooi klinkend groeipercentage te presenteren.

 

De aantrekkingskracht zegt óók iets over andere kerken

Ook daar moeten critici eerlijk over zijn.

Wanneer mensen massaal een gemeente verlaten, kun je niet uitsluitend naar de ontvangende gemeente wijzen.

Waarom vertrekken die mensen?

Waarom vonden zij kennelijk niet wat zij zochten?

Werd Gods Woord nog helder verkondigd?

Was er werkelijk gemeenschap?

Was er aandacht voor jongeren?

Was er geestelijk voedsel?

Of draaide men jarenlang op traditie en gewoonte?

Het genoemde PKN-verslag maakt precies deze interessante omkering: als een gemeente als een “stofzuiger” functioneert, kan dat erop wijzen dat er elders een vacuüm bestaat.

Dat is een terechte vraag.

Maar ook dat vacuüm rechtvaardigt niet automatisch alles wat de succesvolle gemeente doet.

De leegte van de ene kerk bewijst allerminst de Bijbelvastheid van de andere.

 

De grote verleiding van zichtbare cijfers

Wij mensen houden van wat meetbaar is.

Bezoekersaantallen.

Nieuwe locaties.

Volgers.

Views.

Dopen.

Groepen.

Omzet – pardon, giften.

En voor je het weet praten we over de Gemeente van Christus met het vocabulaire en de succescriteria van een onderneming.

Maar God kijkt niet naar een dashboard.

De gemeente in Laodicea had zelf een buitengewoon positief oordeel over haar toestand:

“Want gij zegt: Ik ben rijk, en verrijkt geworden, en heb geens dings gebrek; en gij weet niet, dat gij zijt ellendig, en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt.” (STV)

Openbaring 3:17.

Dat is huiveringwekkend.

Hun eigen beoordeling van hun geestelijke toestand zat er volledig naast.

Daarom kan zichtbare voorspoed nooit onze uiteindelijke maatstaf zijn.

 

Een ongemakkelijke vraag

Stel dat een gemeente in enkele jaren verdubbelt.

Prachtig.

Dan mogen we toch vragen:

Hoeveel van die mensen kenden de Here Jezus Christus daarvoor niet?

Hoeveel kwamen door de verkondiging van het Evangelie tot geloof?

Hoeveel waren afgehaakt en werden opnieuw bereikt?

En hoeveel kwamen gewoon uit andere gemeenten?

Dat is geen zuurheid.

Dat is geen jaloezie op een succesvolle kerk.

Dat is proberen woorden eerlijk te gebruiken.

Want wanneer vierhonderd christenen uit twintig omliggende gemeenten zich verzamelen in één grote gemeente, hebben we een indrukwekkend gevulde zaal.

Maar nog steeds per saldo dezelfde vierhonderd christenen.

 

Groei is geen keurmerk van God

Daarom moeten we buitengewoon voorzichtig zijn met de uitspraak:

“God zegent het, want we groeien.”

Daarmee maken we van zichtbare groei een geestelijke thermometer.

De Schrift geeft ons een andere opdracht:

“Beproeft alle dingen; behoudt het goede.” (STV)

1 Thessalonicenzen 5:21.

Alle dingen.

Dus óók succesvolle dingen.

Óók populaire bedieningen.

Óók snelgroeiende gemeenten.

Óók een koers waar honderden mensen enthousiast over zijn.

Óók iets waarvan mensen zeggen dat “God er duidelijk in werkt”.

De vraag blijft dezelfde:

Wat zegt het Woord?

Misschien moeten we de groeicijfers eens anders presenteren

Dus wanneer een voorganger trots vertelt dat zijn gemeente “tegen de landelijke trend in groeit”, zou mijn eerste reactie niet zijn:

Geweldig, dan zal de koers wel goed zijn.

Mijn eerste vraag zou zijn:

Wat wordt er precies bedoeld met groei?

Want wanneer de ene kerk leegloopt doordat de andere kerk volloopt, hebben we de gemeente van Jezus Christus niet zien groeien.

We hebben dan vooral christenen zien verhuizen.

Wanneer verloren mensen daarentegen het Evangelie horen, hun vertrouwen stellen op de Here Jezus Christus en nieuw leven ontvangen, spreken we over iets totaal anders.

Dán mogen en kunnen we spreken over groei.

En uiteindelijk is zelfs dát niet de verdienste van een succesvolle formule, charismatische voorganger, worshipband of professioneel kerkconcept.

Paulus maakte korte metten met menselijke profileringsdrang:

“Ik heb geplant, Apollos heeft nat gemaakt; maar God heeft den wasdom gegeven.” (STV)

1 Korinthe 3:6.

God geeft de wasdom.

Misschien is dat wel de belijdenis die verdwijnt als wij trots beginnen te vertellen hoe onze gemeente groeit.

Lees ook:

Succes is geen roeping: de Bijbel tegenover succesprediking – Bijbelse basis

De gemeente van Jezus Christus is geen bedrijf maar een levend lichaam – Bijbelse basis

extern:

Mozaïek0318: een ‘stofzuigerkerk’ volgens Miranda Klaver? – EO

Succes is geen roeping: de Bijbel tegenover succesprediking

Waarom “je gemeente zal verdubbelen” geen Bijbelse maatstaf is

“Je gemeente zal verdubbelen”

Het klinkt geweldig.

Je gemeente zal groeien. Je bediening zal uitbreiden. Je invloed zal toenemen. Er komt doorbraak. Meer mensen. Meer bereik. Meer zichtbaarheid.…

Uitgesproken  in de gemeente door een geestdriftige spreker, welhaast met de ondertoon van een profetie, verwachtingsvol en goedkeurend ontvangen…..

En wie zou daar nou eigenlijk tegen kunnen zijn?

Dit is een van de manieren waarop succesprediking in de kerk zo gemakkelijk ingang vindt. Zij gebruikt christelijke woorden, spreekt over geloof en Gods zegen en presenteert groei als ultiem bewijs dat God hier aan het werk is.

Maar er is hier een jeukvraag die veel belangrijker is:

Waar leert de Schrift dan, dat zichtbare groei de maatstaf  zou zijn voor de roeping en trouw van het Lichaam van Christus?

Het antwoord is zowel eenvoudig als duidelijk:

nergens.

De apostel Paulus zegt niet dat een gemeente succesvol zou moeten zijn.

Hij zegt:

“Voorts wordt in de uitdelers vereist, dat elk getrouw bevonden worde.” — 1 Korinthe 4:2 (STV)

Daar staat Gods maatstaf.

Niet groot.

Niet invloedrijk.

Niet succesvol.

Getrouw.

En dat verschil is veel groter dan het oppervlakkig bekeken lijkt.

de kerk als bedrijf?
Geen succesprediking in de kerk

Groei is geen bewijs van Gods goedkeuring

Een van de gevaarlijkste redeneringen binnen het moderne christendom luidt ongeveer zo:

Het groeit, dus God zegent het.

Maar dat is geen Bijbelse redenering.

” Benaarstig u om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt.
Maar stel u tegen het ongoddelijk ijdel roepen; want zij zullen in meerdere goddeloosheid toenemen;En hun woord zal voorteten gelijk de kanker; onder welke is Hymenéüs en Filétus2 Timotheus 2:15-17 (STV)

Een moskee kan groeien. Een sekte kan groeien. Een politieke beweging kan groeien. Een commerciële onderneming kan groeien. Een dwaalleer kan zich razendsnel verspreiden.

Waarom zou numerieke groei binnen een kerk ineens een bewijs van waarheid zijn?

Een gemeente kan in enkele jaren zomaar verdubbelen terwijl de prediking oppervlakkiger wordt.

Een andere gemeente kan kleiner worden omdat zij weigert haar boodschap aantrekkelijker te maken ten koste van de waarheid.

Welke van de twee is volgens God succesvoller?

Die vraag is al helemaal verkeerd gesteld.

De Bijbelse vraag is:

Welke is Bijbelgetrouw?

 

De Gemeente is geen onderneming

Hier raakt de succesprediking aan een dieper liggend probleem.

Veel hedendaagse kerkelijke taal lijkt opvallend veel op managementtaal:

visie, leiderschap, strategie, impact, groei, bereik, doelgroep, cultuurverandering, invloed.

Natuurlijk zijn niet al die woorden op zichzelf verkeerd. Een gemeente moet ook praktische zaken organiseren.

Maar ongemerkt kan de gemeente daardoor als een onderneming worden beschouwd.

De voorganger wordt een visionair leider.

De gemeente wordt een organisatie.

De samenkomst wordt een product.

De bezoekers worden de doelgroep.

En groei wordt de KPI van Gods zegen.

Maar Paulus noemt de Gemeente geen onderneming.

Hij noemt deze het Lichaam van Christus.

“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente, Hij, Die het Begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen de Eerste zou zijn.” — Kolossenzen 1:18 (STV)

Dat zet alles in een ander daglicht:

Het doel van het Lichaam is niet zichzelf groot te maken.

Het Hoofd moet de eerste plaats hebben.

Daarom hoort de belangrijkste vraag van een gemeente nooit te zijn:

Hoe krijgen wij meer mensen binnen?

Maar:

Krijgt Christus hier de eerste plaats en wordt Zijn Woord recht gesneden?

 

Het Lichaam van Christus heeft een hemelse roeping

Het verlangen naar zichtbaar succes hangt dikwijls samen met een ander misverstand: de gedachte dat de Gemeente geroepen zou zijn om Gods Koninkrijk hier en nu, steeds zichtbaarder, op aarde te vestigen.

Dan ontstaan grote woorden en plannen.

We moeten steden transformeren.

De cultuur veranderen.

Invloedssferen innemen.

Het Koninkrijk zichtbaar maken.

Maatschappelijke posities veroveren.

De wereld laten zien wat de Kerk kan betekenen.

Maar Paulus wijst het Lichaam van Christus omhoog in plaats van horizontaal;:

“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods.” — Kolossenzen 3:1 (STV)

En vervolgens:

“Bedenkt de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn.” — Kolossenzen 3:2 (STV)

Waarom?

“Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.” — Kolossenzen 3:3 (STV)

Dat woord verborgen verdient aandacht.

De huidige positie van het Lichaam van Christus wordt juist niet gekenmerkt door een triomfantelijke zichtbare heerschappij over deze wereld.

Christus Zelf wordt door deze wereld niet erkend.

En de Gemeente is met Hem verbonden.

 

Wij zijn nu al gezet in de hemel

Paulus gaat nog verder:

“En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus;” — Efeze 2:6 (STV)

Er staat niet dat dat toekomst is, als wij goed ons best blijven doen en de juiste marktstrategie volgen.

De positie van de gelovige is helemaal niet gericht op het verwerven van een zichtbare machtspositie op aarde.

Zijn burgerschap en positie zijn in de hemel, verbonden met de opgewekte Christus.

Dat betekent niet dat een christen maatschappelijk passief moet zijn. Het betekent evenmin dat evangelisatie onbelangrijk zou zijn.

Het betekent iets anders:

aardse invloed is niet de identiteit en evenmin de roeping van het Lichaam van Christus.

Dat onderscheid verdwijnt gemakkelijk wanneer christelijk succes wordt afgemeten aan gebouwen, bezoekersaantallen, online bereik en plaatselijke invloed.

 

Er komt zichtbaarheid, maar niet door onze marketing

De Schrift spreekt wel degelijk over een moment waarop Christus en Zijn heerlijkheid openbaar zullen worden.

Paulus schrijft:

“Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons Leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.” — Kolossenzen 3:4 (STV)

Let op die volgorde.

Nu: verborgen met Christus.

Straks: met Christus geopenbaard.

Dat is de essentie.

De Gemeente hoeft niet door menselijke strategie alvast zichtbaar te realiseren wat God op Zijn tijd in Christus openbaar zal maken.

Onze opdracht is niet Christus populair te maken.

Onze opdracht is Hem trouw bekend te maken.

 

Paulus zou volgens moderne succesformules een probleemgeval zijn

Wanneer succes werkelijk de maatstaf van een bediening is, moeten we consequent zijn.

Dan moeten we ook Paulus langs die meetlat leggen.

En dan wordt het ongemakkelijk.

Aan het einde van zijn bediening schrijft hij:

“Gij weet dit, dat allen die in Azië zijn, zich van mij afgewend hebben;” — 2 Timotheüs 1:15 (STV)

Dat klinkt niet echt als gemeentegroei.

Later schrijft hij:

“zij hebben mij allen verlaten; het worde hun niet toegerekend.” — 2 Timotheüs 4:16 (STV)

Stel je voor dat dit het jaarverslag van een moderne bediening was.

Mensen afgehaakt.

Medewerkers verdwenen.

Leider gevangen.

Weinig maatschappelijke invloed.

Geen indrukwekkend gebouw.

Geen succesverhaal.

Op het oog een fiasco.

Volgens sommige hedendaagse maatstaven zou er onmiddellijk een consultant moeten worden ingevlogen.

Paulus beoordeelt zijn bediening echter heel anders:

“Ik heb den goeden strijd gestreden, ik heb den loop geëindigd, ik heb het geloof behouden.” — 2 Timotheüs 4:7 (STV)

Het geloof behouden.

Dáár ligt de maatstaf.

 

De Bijbel voorspelt zelfs dat gezonde leer aantallen kan kosten

Dit maakt het nog schrijnender.

Paulus vertelt Timotheüs niet dat trouwe prediking uiteindelijk gegarandeerd grote aantallen mensen zal trekken.

Hij zegt:

“Predik het Woord; houd aan tijdiglijk, ontijdiglijk; wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer.” — 2 Timotheüs 4:2 (STV)

Waarom is dat nodig?

Omdat er juist weerstand tegen gezonde leer komt:

“Want er zal een tijd zijn, wanneer zij de gezonde leer niet zullen verdragen; maar kittelachtig zijnde van gehoor, zullen zij zichzelven leraars opgaderen, naar hun eigen begeerlijkheden;” — 2 Timotheüs 4:3 (STV)

Lees dat nog maar eens naast de voorbarig uitgesproken belofte:

Je gemeente zal verdubbelen.

De Schrift waarschuwt dat mensen de gezonde leer niet zullen verdragen.

Dat betekent dat trouw aan het Woord juist bezoekers kan kosten.

En dan?

Moeten we de boodschap dan gaan aanpassen totdat er weer groei komt?

Paulus zegt het tegenovergestelde:

Predik het Woord.

 

Het Evangelie is geen groeistrategie

Daar ligt misschien wel het grootste gevaar van succesprediking.

Het Evangelie kan langzaam veranderen van een boodschap die verkondigd moet worden in een middel waarmee iets bereikt moet worden.

Meer bezoekers.

Meer invloed.

Een grotere kerk.

Een sterkere beweging.

Een betere samenleving.

Maar het Evangelie der genade Gods is geen marketinginstrument.

Paulus zegt:

“Maar ik acht op geen ding, noch houd mijn leven dierbaar voor mijzelven, opdat ik mijn loop met blijdschap mag volbrengen, en den dienst, welken ik van den Heere Jezus ontvangen heb, om te betuigen het Evangelie der genade Gods.” — Handelingen 20:24 (STV)

Opnieuw ontbreekt hier de succesformule.

Paulus wil zijn loop volbrengen.

Hij wil getuigen.

Het resultaat daarvan ligt bij God.

 

Paulus predikte Christus, niet menselijke potentie

De succesboodschap richt de aandacht gemakkelijk op de mens:

jouw bestemming.

jouw doorbraak.

jouw invloed.

jouw succes.

jouw potentieel.

jouw droom.

Paulus’ boodschap heeft een ander middelpunt.

“Want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u, dan Jezus Christus, en Dien gekruisigd.” — 1 Korinthe 2:2 (STV)

Het kruis is bepaald geen symbool van menselijke zelfverwezenlijking.

Het kruis betekent juist het einde van menselijke aanspraken.

En daarom schrijft Paulus:

“Maar het zij verre van mij, dat ik9 zou roemen, anders dan in het kruis van onzen Heere Jezus Christus; door Welken de wereld mij gekruisigd is, en ik der wereld.” — Galaten 6:14 (STV)

Dat schuurt behoorlijk met een evangelie waarin Christus uiteindelijk degene wordt Die jouw dromen, ambities en succes mogelijk moet maken.

Het Evangelie draait niet om de verheffing van de mens, maar om de heerlijkheid van Christus.

 

Vruchtbaarheid is niet hetzelfde als zichtbaarheid

Hier moeten we zorgvuldig blijven.

De Bijbel is niet tegen vruchtbaarheid.

Ook niet tegen gemeentegroei.

Wanneer mensen door het Evangelie tot geloof komen, is dat reden tot grote blijdschap.

Het probleem is dus niet groei.

Het probleem is groei als bewijsmateriaal van Gods goedkeuring en als doel van de bediening.

Dat zijn twee totaal verschillende dingen.

Paulus schrijft:

“Ik heb geplant, Apollos heeft nat gemaakt; maar God heeft den wasdom gegeven.” — 1 Korinthe 3:6 (STV)

Dat is bevrijdend.

De dienaar plant.

Een ander begiet.

God geeft de wasdom.

Zodra wij verantwoordelijk worden gemaakt voor de gegarandeerde uitkomst — jouw gemeente zal verdubbelen — verschuift iets wat aan God behoort naar de mens.

 

De kleine gemeente hoeft zich niet te schamen

Dit is ook pastoraal belangrijk.

Wat doet succesprediking met de voorganger die al twintig jaar trouw het Woord verkondigt aan veertig mensen?

Wat doet zij met een gemeente die kleiner wordt?

Wat doet zij met zendelingen die jarenlang arbeiden en nauwelijks resultaat zien?

Wat doet de boodschap „God wil groei, invloed en vermenigvuldiging” met hen?

Zij kan een vals schuldgevoel produceren:

Wat doen wij verkeerd?

Misschien wel helemaal niets.

Misschien weigert die voorganger gewoon zijn boodschap af te zwakken.

Misschien is hij niet hip genoeg voor Instagram.

Misschien organiseert hij geen spectaculaire diensten.

Misschien belooft hij mensen geen doorbraak.

Misschien predikt hij wel gewoon het Woord.

Dan kan een kleine gemeente in Gods ogen gezonder zijn dan een megakerk.

Want God telt niet zoals wij tellen.

 

Het probleem is uiteindelijk het vlees

De Schrift zegt niet:

Ontdek hoe groot jij kunt worden.

De Schrift brengt ons bij Christus.

 

“Je gemeente zal verdubbelen” kan een gevaarlijke belofte zijn

Niet omdat verdubbeling an sich onmogelijk of verkeerd zou zijn.

Een gemeente kan verdubbelen.

Zij kan vertienvoudigen.

God kan een bediening een enorm bereik geven.

Maar niemand heeft daarom het recht daarvan een algemene geestelijke belofte te maken.

En al helemaal niet om succes vervolgens als bewijs van zalving, geloof of gehoorzaamheid te presenteren.

Want dan volgt onvermijdelijk de andere kant:

Als jouw gemeente niet verdubbelt, heb je dan te weinig geloof?

Heb je Gods visie gemist?

Ben je niet gezalfd genoeg?

Heb je onvoldoende groot gedacht?

Daar begint geestelijke manipulatie.

Een menselijke succesnorm wordt dan voorzien van Gods handtekening.

 

Misschien moet een gemeente wel helemaal niet verdubbelen

Misschien moet zij eerst leren.

Misschien moet zij dwaling opruimen.

Misschien moet zij Christus weer centraal stellen.

Misschien moeten gelovigen leren wie zij in Christus zijn.

Misschien moet de prediking dieper in plaats van aantrekkelijker.

Misschien moeten er niet meer stoelen worden neergezet, maar meer Bijbels worden opengeslagen.

Misschien moeten wij minder bezig zijn met hoeveel mensen er binnenkomen en meer met wat hun geleerd wordt wanneer zij binnen zijn.

Dat is minder spectaculair.

Maar het zou weleens veel Bijbelser kunnen zijn.

 

Succes is geen roeping, trouw wel

De vraag waarmee wij begonnen kunnen we daarom beantwoorden.

Waarom is het streven naar zichtbaar succes en invloed niet de roeping van het Lichaam van Christus?

Omdat het Lichaam reeds in Christus een hemelse positie heeft.

Omdat Christus het Hoofd is.

Omdat het leven van de Gemeente nu met Christus verborgen is in God.

Omdat de Gemeente niet geroepen is zichzelf te verheerlijken maar Christus bekend te maken.

Omdat groei door God wordt gegeven en niet door mensen kan worden gegarandeerd.

Omdat Paulus trouw, gezonde leer en het bewaren van het geloof als maatstaven geeft.

En omdat het uiteindelijke oordeel over onze dienst niet wordt uitgesproken door bezoekersaantallen, algoritmen, conferenties of kerkelijke jaarverslagen.

Daarom mag de tegenstelling scherp worden neergezet:

Succesprediking vraagt:

hoeveel groter ben je geworden?

De Schrift vraagt:

ben je trouw gebleven?

Een volle zaal kan indrukwekkend zijn.

Een verdubbelde gemeente kan prachtig zijn.

Een groot bereik kan nuttig zijn.

Maar geen van deze dingen bewijst dat God Zijn goedkeuring eraan heeft gegeven.

De dienaar van Christus heeft een veel eenvoudiger en tegelijk veel zwaardere opdracht:

Predik het Woord. Bewaar het geloof. Maak Christus groot. Blijf getrouw.

En laat de wasdom aan God.

lees ook:

De gemeente van Jezus Christus is geen bedrijf maar een levend lichaam – Bijbelse basis

Geverifieerd door MonsterInsights