Het klinkt vroom. Eerbiedig zelfs. Alsof daarmee op voorhand het gesprek is beëindigd.
Maar deze redenering heeft misschien wel meer verwarring veroorzaakt dan menige dwaalleer.
Niet omdat de woorden van de Here Jezus onwaar zouden zijn. Integendeel. Iedere uitspraak van de Here Jezus is volmaakt waar.
Het probleem is een ander.
Veel christenen passen de woorden van Jezus rechtstreeks toe op de Gemeente, zonder rekening te houden met Gods heilsplan, de bediening van Paulus en de Verborgenheid die pas later werd geopenbaard.
Daardoor worden Wet en Genade, Israël en de Gemeente, profetie en Verborgenheid voortdurend met elkaar vermengd.
Dit artikel is géén aanval op kerken of oprechte gelovigen. Integendeel. Juist omdat zoveel christenen deze manier van Bijbellezen hebben meegekregen, is het belangrijk opnieuw de vraag te stellen:
Wat zegt de Schrift?
Niet alleen wat zij zegt, maar ook:
tot wie?
wanneer?
waarom?
Dát is de sleutel tot verantwoord Bijbelgebruik.
De rode letter valkuil
Waarom veel christenen vooral de rode letters lezen
Opmerkelijk genoeg hebben veel christenen onbewust een canon binnen de canon gemaakt.
De rode letters lijken belangrijker te zijn geworden dan de zwarte.
Alsof de Evangeliën de definitieve uitleg geven van de rest van het Nieuwe Testament.
Maar de Schrift leert dat nergens. En, de grondtekst kent geen kleurendruk.
“Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is.” (2 Timótheüs 3:16, STV)
Niet een deel van de Schrift.
Ook niet alleen de woorden van Jezus.
Al de Schrift.
Waarom de bediening van Paulus vaak wordt vergeten
Vraag eens in een gemiddelde kerk:
Waarom werd Paulus geroepen?
Vaak blijven de antwoorden steken bij:
zendeling
apostel van de heidenen
schrijver van brieven
Allemaal waar.
Maar Paulus zegt zelf iets veel groters.
“Hoe dat Hij mij door openbaring heeft bekendgemaakt deze verborgenheid.” (Efeze 3:3, STV)
En:
“Welke in andere eeuwen den kinderen der mensen niet is bekendgemaakt…” (Efeze 3:5, STV)
Hier ligt de sleutel.
Paulus ontving geen tweede mening over de woorden van Jezus.
Hij ontving een nieuwe openbaring van de verheerlijkte Christus.
Daarom is de bediening van Paulus onmisbaar en essentieel voor het verstaan van het Nieuwe Testament.
Waarom Mattheüs niet rechtstreeks tot de Gemeente spreekt
De Here Jezus zegt Zelf:
“Ik ben niet gezonden, dan tot de verloren schapen van het huis Israëls.” (Matthéüs 15:24, STV)
En:
“En gaat niet op den weg der heidenen… maar gaat veelmeer heen tot de verloren schapen van het huis Israëls.” (Matthéüs 10:5-6, STV)
Dat laat de context van Zijn aardse bediening zien.
Hij kwam als Israëls Messias.
Hij predikte het Koninkrijk.
Hij leefde onder de Wet.
De Gemeente als Lichaam van Christus was toen nog een Verborgenheid.
Mattheüs 6:14-15 uitgelegd: geldt deze tekst voor de Gemeente?
Hier wordt de rodeletter-valkuil zichtbaar.
“Want indien gij den mensen hun misdaden vergeeft, zo zal uw hemelse Vader ook u vergeven.” (Matthéüs 6:14, STV)
Gods vergeving is hier verbonden aan de houding van de mens.
Maar Paulus schrijft later:
“Vergevende elkander, gelijk ook God in Christus ulieden vergeven heeft.” (Efeze 4:32, STV)
De volgorde is
Niet:
vergeven om vergeving te ontvangen.
Maar:
vergeven omdat God reeds heeft vergeven.
Dat is geen tegenstelling.
Dat is voortgaande openbaring binnen Gods heilsplan.
Waarom Paulus de sleutel is tot het verstaan van de Bijbel
Paulus schrijft:
“Want ik heb ook hetzelve niet van een mens ontvangen, noch geleerd, maar door de openbaring van Jezus Christus.” (Galaten 1:12, STV)
Dat betekent dat de verhoogde Here Jezus na Zijn hemelvaart nieuwe waarheden bekendmaakte.
Niet ter vervanging van Zijn aardse bediening.
Maar als verdere ontvouwing van Gods heilsplan.
Wie Paulus overslaat, mist daarom:
de Verborgenheid;
de bedeling der Genade;
het Lichaam van Christus;
de hemelse roeping van de Gemeente.
Wat gebeurt er als Israël en de Gemeente door elkaar worden gehaald?
Wanneer de bediening van Paulus wordt genegeerd, ontstaat vanzelf verwarring.
Dan wordt:
Wet vermengd met Genade;
Israël vermengd met de Gemeente;
profetie vermengd met de Verborgenheid;
het Koninkrijk vermengd met het Lichaam van Christus.
Het gevolg is een Evangelie waarin voorwaarden en Genade voortdurend door elkaar lopen.
Recht snijden van het Woord is geen optionele keuze
Paulus schrijft niet:
“Lees de Bijbel aandachtig.”
Hij schrijft:
“Benaarstig u, om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt.” (2 Timótheüs 2:15, STV)
Het probleem van veel hedendaagse prediking is niet dat men te veel over Jezus spreekt.
Het probleem is dat men de Here Jezus tijdens Zijn aardse bediening leest zonder te luisteren naar wat diezelfde Here Jezus later vanuit de hemel aan Paulus heeft geopenbaard.
De rodeletter-valkuil vermijden
De rode letters zijn niet belangrijker dan de zwarte.
Samen vormen zij het volmaakte Woord van God.
Maar de Bijbel vraagt om zorgvuldig onderscheid.
Niet alles wat in de Schrift staat, is rechtstreeks tot de Gemeente gesproken.
Alles is voor ons geschreven tot lering.
Maar niet alles is aan ons gericht.
Wie dat onderscheid leert zien, ontdekt hoe de bediening van Paulus, de Verborgenheid en het onderscheid tussen Israël en de Gemeente de Bijbel ontsluiten.
Misschien is de grootste blinde vlek van het moderne christendom daarom niet een gebrek aan liefde voor de Bijbel.
Misschien is het eenvoudig een gebrek aan zorgvuldig Bijbelgebruik.
De gemeente is geen bedrijf, maar het levende lichaam van Christus. Toch wordt in veel kerken steeds vaker gedacht in termen van strategie, groei, management, visie, impact en meetbaar succes. Dat klinkt professioneel en daadkrachtig, maar de vraag is niet of het werkt. De vraag is of het Bijbels is.
De gemeente niet als bedrijf zien is geen romantische gedachte, maar een Bijbelse noodzaak. De gemeente is ook niet een religieuze organisatie met Christus als inspiratiebron. Zij is het lichaam van Christus, gekocht met Zijn bloed, bewoond door de Geest en geroepen om te leven onder Christus als Hoofd.
“En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult” (Efeze 1:22-23 STV).
Dat is de kern. Christus is niet de directeur van een religieuze onderneming. Hij is het Hoofd van Zijn lichaam.
Gemeente geen bedrijf maar lichaam van Christus
De gemeente is het lichaam van Christus
De Schrift spreekt over de gemeente niet in bedrijfskundige, maar in organische termen. Zij is lichaam, tempel, huisgezin, kudde en woonstede Gods. Dat zijn levende beelden. Ze spreken over verbondenheid, afhankelijkheid, groei van binnenuit, onderlinge zorg, heiligheid en gehoorzaamheid aan Christus.
Paulus zegt:
“Want gelijk het lichaam één is, en vele leden heeft, en al de leden van dit ene lichaam, vele zijnde, maar één lichaam zijn, alzo ook Christus” (1 Korinthe 12:12 STV).
En vervolgens:
“En gijlieden zijt het lichaam van Christus, en leden in het bijzonder” (1 Korinthe 12:27 STV).
Een lichaam wordt niet bestuurd als een bedrijf. Een lichaam leeft vanuit het hoofd. Als het hoofd niet werkelijk de leiding heeft, ontstaat er geen gezonde groei maar wanorde. In een lichaam is het oog geen concurrent van de hand, de voet geen ondergeschikte zonder waarde, en het oor geen overbodig onderdeel. Elk lid heeft zijn plaats, niet omdat een managementmodel dat zo bedacht heeft, maar omdat God het zo beschikt heeft.
“Maar nu heeft God de leden gezet, een iegelijk van dezelve in het lichaam, gelijk Hij gewild heeft” (1 Korinthe 12:18 STV).
Dat ene vers doorbreekt veel modern kerkelijk denken. Niet de leider “zet mensen op hun plek”. Niet de strategie bepaalt wie nodig is. Niet het groeiplan bepaalt de waarde van de leden. God heeft de leden gezet zoals Hij gewild heeft.
Christus is het Hoofd, niet het management
In een bedrijf is leiding vaak gericht op doelen, resultaten, processen, groei, efficiëntie en rendement. In de gemeente is leiding onderworpen aan Christus. Dat is wezenlijk anders.
“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente, Hij, Die het Begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen de Eerste zou zijn” (Kolossenzen 1:18 STV).
Christus moet in alles de Eerste zijn. Niet de visie van de voorganger. Niet de ambitie van het team. Niet de groei van de organisatie. Niet het imago naar buiten. Niet de vraag hoe men de kerk aantrekkelijker maakt voor de religieuze consument.
Christus.
Daarom is bedrijfsdenken in de kerk zo gevaarlijk. Het schuift gemakkelijk van gehoorzaamheid naar succes, van waarheid naar effectiviteit, van trouw naar meetbaarheid, van herderlijke zorg naar leiderschapsontwikkeling, van Schriftuurlijke opbouw naar organisatorische groei.
Maar de gemeente wordt niet gebouwd door marktanalyse, branding of prestatie-indicatoren. De Here Jezus Zelf zegt:
“En op deze petra zal Ik Mijn Gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen” (Mattheüs 16:18 STV).
Hij bouwt Zijn gemeente. Niet wij bouwen Zijn merk. Niet wij bouwen Zijn bedrijf. Niet wij bouwen Zijn koninkrijk met aardse strategieën.
Hij bouwt Zijn gemeente.
Groei is geen bedrijfsdoel maar vrucht van Christus
Natuurlijk spreekt de Bijbel over groei. Maar Bijbelse groei is geen groeistrategie in bedrijfskundige zin. Het is geen schaalvergroting, geen publieksbereik, geen expansie van een religieuze organisatie. Bijbelse groei is groei in Christus, vanuit Christus en tot Christus.
“Maar de waarheid betrachtende in liefde, alleszins zouden opwassen in Hem, Die het Hoofd is, namelijk Christus; Uit Welken het gehele lichaam bekwamelijk samengevoegd en samen vastgemaakt zijnde, door alle voegselen der toebrenging, naar de werking van een iegelijk deel in zijn maat, den wasdom des lichaams bekomt, tot zijns zelfs opbouwing in de liefde” (Efeze 4:15-16 STV).
Let op: het lichaam groeit “uit Welken”, dus uit Christus. De wasdom komt niet uit het model, niet uit de methode, niet uit het leiderschapssysteem, maar uit Hem. En het doel is niet imago, bereik of institutionele macht, maar opbouwing in de liefde.
Wanneer kerkelijke groei wordt benaderd als bedrijfsstrategie, verschuift de aandacht van geestelijke opbouw naar meetbaar succes. Dan gaat het al snel over aantallen, budgetten, gebouwen, programma’s, zichtbaarheid en invloed. Maar de Schrift spreekt over wasdom in waarheid, liefde, eenheid, heiligheid, kennis van Christus en volwassenheid.
Een volle zaal kan geestelijke armoede verbergen. Een sterke organisatie kan een zwak lichaam maskeren. Een goed draaiend programma kan de afwezigheid van echte geestelijke groei verdoezelen.
Niet alles wat groeit, is gezond. Ook wildgroei is groei.
Bedrijfsstrategieën verschuiven de maatstaf
Het grote probleem van bedrijfsstrategieën in de gemeente is dat zij ongemerkt de maatstaf verschuiven. Men vraagt niet meer eerst: is dit naar de Schrift? Men vraagt: werkt het? Trekt het mensen? Verhoogt het de betrokkenheid? Versterkt het onze uitstraling? Past het bij onze doelgroep?
Maar de gemeente leeft niet van doelgroepdenken. Zij leeft van het Woord van God.
“Heilig ze in Uw waarheid; Uw Woord is de waarheid” (Johannes 17:17 STV).
Wanneer “wat werkt” belangrijker wordt dan “wat waar is”, komt de gemeente op gevaarlijk terrein. Dan kan de prediking worden aangepast aan de smaak van de hoorders. Dan wordt zonde zachter benoemd. Dan wordt genade losgemaakt van bekering. Dan wordt onderwijs vervangen door beleving. Dan wordt herderlijke zorg vervangen door coaching. Dan wordt Bijbelse vermaning vervangen door positieve communicatie.
Paulus waarschuwt voor een tijd waarin mensen de gezonde leer niet verdragen:
“Want er zal een tijd zijn, wanneer zij de gezonde leer niet zullen verdragen; maar kittelachtig zijnde van gehoor, zullen zij zichzelven leraars opgaderen naar hun eigen begeerlijkheden; En zullen hun gehoor van de waarheid afwenden, en zullen zich keren tot fabelen” (2 Timotheüs 4:3-4 STV).
Een gemeente die zich laat leiden door vraaggestuurd aanbod, loopt precies dit gevaar. Zij gaat leveren wat mensen willen horen, in plaats van te verkondigen wat God heeft gesproken.
Gelovigen zijn geen klanten
In een bedrijf is de klant belangrijk. Zijn ervaring, zijn tevredenheid en zijn binding aan het merk staan centraal. Maar in de gemeente zijn gelovigen geen klanten. Zij zijn leden van het lichaam van Christus.
Een klant beoordeelt. Een lid dient.
Een klant consumeert. Een lid draagt bij.
Een klant vertrekt wanneer het aanbod hem niet bevalt. Een lid zoekt de opbouw van het lichaam.
Een klant vraagt: wat krijg ik hier? Een lid vraagt: hoe kan ik in liefde dienen?
Paulus schrijft:
“Want ook het lichaam is niet één lid, maar vele leden” (1 Korinthe 12:14 STV)
En Petrus zegt:
“Een iegelijk, gelijk hij gave ontvangen heeft, alzo bediene hij dezelve aan de anderen, als goede uitdelers der menigerlei genade Gods” (1 Petrus 4:10 STV).
De gemeente is dus geen podium met publiek. Zij is ook geen religieuze winkel waar men geestelijke producten afneemt. Zij is een lichaam waarin elk lid, naar de genade die God geeft, dient tot opbouw van de anderen.
Waar bedrijfsdenken binnendringt, worden mensen gemakkelijk ingedeeld naar bruikbaarheid. Wie zichtbaar, vaardig, succesvol of strategisch inzetbaar is, krijgt aandacht. Wie zwak, lijdend, oud, beperkt, beschadigd of minder productief is, kan als lastig worden ervaren.
Maar in het lichaam van Christus werkt het anders.
“Ja veelmeer, de leden, die ons dunken de zwakste des lichaams te zijn, die zijn nodig” (1 Korinthe 12:22 STV).
Dat staat haaks op bedrijfsmatig denken. In een bedrijf is zwakte vaak een probleem voor de prestatie. In het lichaam van Christus zijn de zwakke leden nodig.
Oudsten zijn herders, geen managers
De Bijbel kent leiding in de gemeente. Maar die leiding is herderlijk, dienend en Schriftgebonden. Oudsten zijn geen managers van een religieuze organisatie. Zij zijn opzieners en herders over de kudde van God.
Petrus schrijft:
“Weidt de kudde Gods, die onder u is, hebbende opzicht daarover, niet uit bedwang, maar gewilliglijk; noch om vuil gewin, maar met een volvaardig gemoed; Noch als heerschappij voerende over het erfdeel des Heeren, maar als voorbeelden der kudde geworden zijnde” (1 Petrus 5:2-3 STV).
Dit is een totaal andere toon dan veel modern leiderschapsdenken. Niet heersen. Niet manipuleren. Niet sturen op eigen visie. Niet bouwen aan een persoonlijke invloedssfeer. Niet de kudde gebruiken om een bediening groot te maken. Maar weiden, dienen, waken, voorgaan als voorbeeld.
Oudsten zijn volgens de Schrift herders van de kudde, geen managers van een religieuze organisatie.
Paulus zegt tegen de oudsten van Efeze:
“Zo hebt dan acht op uzelven, en op de gehele kudde, over dewelke u de Heilige Geest tot opzieners gesteld heeft, om de Gemeente Gods te weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed” (Handelingen 20:28 STV)
Dat laatste is doorslaggevend. De gemeente is niet van de voorganger. Niet van het bestuur. Niet van de stichting. Niet van de beweging. Niet van de familie die haar ooit begon. Zij is “de Gemeente Gods”, verkregen door Zijn eigen bloed.
Wie de gemeente behandelt als zijn organisatie, raakt aan iets dat niet van hem is.
Strategie kan afhankelijkheid van de Geest vervangen
Er is niets mis met orde, wijsheid, planning en praktische verantwoordelijkheid. De Schrift is niet chaotisch. Maar er is een groot verschil tussen ordelijk dienen en strategisch bouwen vanuit menselijke maakbaarheid.
Het gevaar is dat men in de praktijk meer verwacht van modellen, trainingen, branding, leiderschapstaal, doelgroepenanalyse en groeiplannen dan van het Woord van God, het werk van de Geest en de trouw van Christus.
De vroege gemeente wordt niet beschreven als een strategisch uitstekend georganiseerde beweging, maar als een gemeente die volhardde in de leer, gemeenschap, breking des broods en gebeden.
“En zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden” (Handelingen 2:42 STV)
Dat klinkt bijna te eenvoudig voor de moderne kerk. Geen brandingstrategie. Geen groeicampagne. Geen visieproces. Geen leiderschapsmodel. Maar leer, gemeenschap, breking des broods en gebeden.
En dan lezen we:
“En de Heere deed dagelijks tot de Gemeente, die zalig werden” (Handelingen 2:47 STV)
De Heere deed toe. Niet de strategie. Niet het programma. Niet het communicatiemodel. De Heere.
Bedrijfstaal verandert het geestelijk klimaat
Taal is nooit neutraal. Wanneer de gemeente voortdurend spreekt in termen van visie, targets, teams, cultuur, DNA, merk, leiderschap, impact, groei en succes, verandert het geestelijke klimaat. Men gaat denken vanuit maakbaarheid en prestatie.
Maar de taal van de Schrift is anders: genade, waarheid, lichaam, leden, Hoofd, kudde, herders, opbouw, heiliging, dienst, liefde, lijden, volharding, vermaning, vertroosting, gemeenschap, gebed.
Bedrijfstaal wekt vaak de indruk dat de gemeente een project is dat wij moeten laten slagen. Bijbelse taal herinnert ons eraan dat de gemeente van Christus is en door Hem gedragen wordt.
Dat betekent niet dat alles amateuristisch of slordig moet zijn. Dat is een valse tegenstelling. Orde is Bijbels. Betrouwbaarheid is Bijbels. Goede zorg is Bijbels. Verantwoord rentmeesterschap is Bijbels.
Maar zodra orde verandert in controle, rentmeesterschap in rendement, leiding in management, dienst in prestatie, en opbouw in groei-obsessie, is de gemeente haar eigen aard aan het verloochenen.
De gemeente leeft uit Christus
De gemeente is geen menselijke uitvinding. Zij is niet ontstaan uit een marktkans, een visieplan of een religieuze behoefte. Zij is verbonden met de opgestane en verheerlijkte Christus.
“Want wij zijn leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen” (Efeze 5:30 STV).
Dat is diepe, levende verbondenheid. De gemeente leeft omdat Christus leeft. Zij wordt gevoed omdat Christus haar voedt. Zij wordt bewaard omdat Christus haar bewaart.
Zij wordt gebouwd omdat Christus haar bouwt.
Daarom moet de gemeente niet leren denken als een bedrijf, maar leren wandelen als een lichaam. Niet gedreven door ambitie, maar geleid door het Hoofd. Niet gericht op succes, maar op trouw. Niet gevormd door managementmodellen, maar door het Woord van God.
Niet afhankelijk van menselijke strategie, maar van de Here Zelf.
De gemeente van Jezus Christus is geen bedrijf. Zij is geen religieuze onderneming die met moderne strategieën aantrekkelijker, groter en invloedrijker moet worden gemaakt. Zij is het lichaam van Christus, gekocht met Zijn bloed, bewoond door de Geest en geroepen om onder het Hoofd te leven.
Dat vraagt om bekering van veel kerkelijk denken. Weg van maakbaarheid. Weg van succesdwang. Weg van religieuze marketing. Weg van leiderschapscultuur die meer lijkt op de zakenwereld dan op de Schrift.
Terug naar Christus.
Terug naar het Woord.
Terug naar herderlijke zorg.
Terug naar de opbouw van het lichaam.
Terug naar gebed.
Terug naar afhankelijkheid.
Wie de gemeente als bedrijf behandelt, verliest gemakkelijk uit het oog dat zij het lichaam van Christus is, gekocht met Zijn bloed.
Want de gemeente is niet van ons.
Zij is van Hem.
“En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult” (Efeze 1:22-23 STV).
Die vraag is belangrijker dan veel christenen beseffen. Want het Evangelie eindigt niet bij het kruis. Christus is gestorven, ja. Maar wat meer is, Hij is ook opgewekt. Hij is verheerlijkt. Hij zit aan de rechterhand van God. Hij leeft. En omdat Hij leeft, werkt Hij vandaag aan Zijn gemeente.
Veel christenen weten goed te zeggen wat Christus heeft gedaan. Hij stierf voor onze zonden. Hij gaf Zijn bloed. Hij droeg het oordeel. Dat is het fundament.
Zonder dat fundament is er geen Evangelie.
Maar het kruis is niet het eindpunt.
Christus hangt niet meer aan het kruis. Hij ligt niet meer in het graf. Hij is de levende Hogepriester van het Nieuwe Verbond. Hij bidt voor de Zijnen, reinigt Zijn gemeente door het Woord, heiligt haar en maakt gelovigen bekwaam om de levende God te dienen.
Dat is niet zomaar een bonus aanvulling op het Evangelie. Dat is de ademruimte van Genade.
wat doet Christus vandaag?
Het kruis is het fundament, niet het eindpunt
Het kruis van Christus laat zien dat de oude mens voor God geen toekomst heeft. Het kruis is niet Gods poging om de oude mens wat op te knappen. Het kruis is Gods oordeel over de oude mens.
Paulus schrijft:
“Want de liefde van Christus dringt ons; als die dit oordelen, dat, indien Eén voor allen gestorven is, zij dan allen gestorven zijn.” — 2 Korinthe 5:14 (STV)
Dat is helder. Als Eén voor allen gestorven is, dan zijn allen gestorven.
Daarmee wordt het christelijk leven geen verbeterproject van het vlees. Het is niet: probeer van je oude mens een vrome, religieuze en acceptabele versie te maken. Het is niet: poets jezelf op totdat God tevreden met je kan zijn.
Nee. De oude mens wordt niet geheiligd. De oude mens wordt afgelegd.
“Dat gij zoudt afleggen, aangaande de vorige wandeling, den ouden mens, die verdorven wordt door de begeerlijkheden der verleiding.” — Efeze 4:22 (STV)
Daar gaat het vaak mis. Veel prediking draait om de mens. Wat wij moeten doen. Hoe wij ons leven moeten verbeteren. Hoe wij geestelijk sterker moeten worden. Hoe wij onze oude natuur onder controle moeten krijgen.
Maar de Bijbel zegt niet dat de oude mens verbeterd moet worden. De Bijbel zegt dat hij afgelegd moet worden.
Het evangelie is niet: God helpt u om uw oude leven wat netter te maken.
Het evangelie is: God heeft u in Christus nieuw leven gegeven.
Christus leeft om voor ons te bidden
Wat doet Christus vandaag?
De Hebreeënbrief geeft een helder antwoord:
“Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.” — Hebreeën 7:25 (STV)
Let op dat ene woord: leeft.
Christus leeft om voor de Zijnen te bidden. Hij is niet passief. Hij is niet afwezig. Hij is niet slechts een Persoon uit het verleden over Wie wij herinneringen ophalen. Hij is de levende Heere in de hemel.
Hij is Hogepriester.
Hij vertegenwoordigt Zijn volk bij God.
Hij bidt voor hen.
Hij reinigt hen.
Hij bewaart hen.
Hij maakt hen bekwaam om God te dienen.
Zijn priesterschap rust niet op sterfelijkheid, maar op onvergankelijk leven:
“Die dit niet naar de wet des vleselijken gebods is geworden, maar naar de kracht des onvergankelijken levens.” — Hebreeën 7:16 (STV)
Dát geeft rust. Onze zaligheid hangt niet aan onze wisselende gevoelens, onze geestelijke prestaties of onze mate van zelfbeheersing.
Zij rust op Christus. En Hij leeft.
Christus als Hogepriester van het Nieuwe Verbond
Het tegenwoordige werk van Christus wordt vooral zichtbaar in Zijn priesterschap. Hij is de Hogepriester van het Nieuwe Verbond. Niet naar de ordening van Aäron, maar naar de ordening van Melchizedek. Niet op grond van een tijdelijk en sterfelijk priesterschap, maar naar de kracht van onvergankelijk leven.
Dat betekent dat Christus’ werk niet ophield bij Zijn sterven. Zijn dood was noodzakelijk. Zijn bloed is de grond. Maar Zijn opstanding, verhoging en voortdurende priesterlijke dienst horen wezenlijk bij het evangelie.
Romeinen 8 zegt het zo:
“Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt. Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt.” — Romeinen 8:33-34 (STV)
“Ja, wat meer is.”
Daar zit veel in. Christus is gestorven. Maar wat meer is: Hij is ook opgewekt. Hij is aan Gods rechterhand. Hij bidt voor ons.
Wie alleen spreekt over het kruis, maar nauwelijks over de opgestane en verhoogde Christus, mist een wezenlijk deel van het christelijk leven. De gelovige leeft niet uit herinnering alleen. Hij leeft uit gemeenschap met de levende Christus.
Christus reinigt Zijn gemeente door het Woord
Een van de rijkste beschrijvingen van Christus’ huidige werk staat in Efeze 5:
“Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelven voor haar heeft overgegeven; opdat Hij haar heiligen zou, haar gereinigd hebbende met het bad des waters door het Woord.” — Efeze 5:25-26 (STV)
Hier staat niet dat de gemeente zichzelf reinigt om Christus waardig te worden. Hier staat dat Christus de gemeente reinigt.
Dat is een wereld van verschil.
Religie zegt: maak uzelf schoon, dan mag u komen.
Genade zegt: kom tot Christus, Hij reinigt.
Religie zegt: zorg dat u gereed bent.
Genade zegt: Christus maakt gereed.
Religie zegt: werk aan uzelf.
Genade zegt: stel u onder het Woord waardoor Christus Zijn werk doet.
Christus reinigt Zijn gemeente “door het Woord”. Niet door geestelijke druk. Niet door menselijke manipulatie. Niet door voortdurende beschuldiging. Niet door een religieuze zweep over het geweten.
Hij reinigt door Zijn Woord.
Daarom is het zo belangrijk waar wij naar luisteren, wat wij horen, welke prediking wij toelaten en waar onze aandacht naartoe gaat. Het Woord van God richt het hart op Christus. Mensgerichte prediking werpt de mens terug op zichzelf. En wie steeds naar zichzelf kijkt, vindt geen rust.
De voetwassing als beeld van Christus’ tegenwoordige werk
Johannes 13 geeft een indringend beeld. De discipelen zijn met de Heere aan tafel. Dan staat Hij op, legt Zijn klederen af, omgordt Zich met een linnen doek en begint hun voeten te wassen.
Petrus wil dat eerst niet. Maar de Heere zegt:
“Indien Ik u niet was, gij hebt geen deel met Mij.” — Johannes 13:8 (STV)
Daarna wil Petrus helemaal gewassen worden. Dan antwoordt de Heere:
“Die gewassen is, heeft niet van node, dan de voeten te wassen, maar is geheel rein.” — Johannes 13:10 (STV)
Dat is een belangrijk onderscheid.
Wie van Christus is, is geheel rein. De gelovige staat in Christus voor God. Maar zolang hij door deze wereld wandelt, krijgt hij vuile voeten. Hij leeft nog in een wereld van zonde, leugen, verwarring, verzoeking en dood.
Daarom wast Christus de voeten.
Niet omdat het fundament telkens opnieuw gelegd moet worden. Niet omdat de gelovige steeds opnieuw van nul af aan moet beginnen. Maar omdat Christus Zijn Woord toepast op onze wandel, ons denken, ons hart en ons geweten.
Hij reinigt Zijn gemeente door het Woord.
Het geweten gereinigd om God te dienen
Christus is niet bezig om de buitenkant van de oude mens religieus op te poetsen. Hij reinigt dieper. Hij reinigt het geweten.
Hebreeën 9 zegt:
“Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door den eeuwigen Geest Zichzelven Gode onstraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken, om den levenden God te dienen?” — Hebreeën 9:14 (STV)
Dat is bevrijdend.
Veel gelovigen hoeven niet steeds opnieuw te horen dat zij tekortschieten. Dat weten zij al. Zij kennen hun zwakheid. Zij kennen hun falen. Zij weten hoe snel zij afdwalen, struikelen of innerlijk verward raken.
Maar de Bijbel werpt hen niet eindeloos terug op hun tekort. De Bijbel richt hen op Christus.
Het bloed van Christus reinigt het geweten van dode werken. Waarom? Niet zodat wij geestelijk in een hoekje blijven zitten met ons hoofd omlaag. Maar “om den levenden God te dienen”.
Een gereinigd geweten maakt vrijmoedig. Niet oppervlakkig. Niet wetteloos. Niet onverschillig. Maar vrijmoedig in Christus.
Niet zelfverbetering, maar leven uit Genade
Het christelijk leven is geen cursus zelfverbetering met een Bijbeltekst erboven.
Natuurlijk verandert Gods genade een mens. Natuurlijk leert de gelovige anders wandelen. Natuurlijk zijn goede werken belangrijk. Maar de volgorde is alles.
Titus 2 zegt:
“Die Zichzelven voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid, en Zichzelven een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken.” — Titus 2:14 (STV)
Christus reinigt Zichzelf een eigen volk. En dat volk wordt ijverig in goede werken.
Goede werken zijn dus niet de wortel van onze aanvaarding. Ze zijn de vrucht van Christus’ werk.
Onder wet werk je om aanvaard te worden.
Onder genade dien je omdat je aanvaard bent in Christus.
Onder wet kijk je steeds naar jezelf.
Onder genade zie je op Christus.
Onder wet blijft het geweten onrustig.
Onder genade wordt het geweten gereinigd om God te dienen.
Dat is geen goedkoop gemak. Leven uit genade is juist vernederend voor het vlees. Want genade zegt dat de mens zichzelf niet kan redden, niet kan reinigen en niet kan opwerken tot God.
De mens komt met lege handen. Niet als een geslaagde heilige. Niet als een opgepoetst geestelijk project. Niet als iemand die eindelijk alles onder controle heeft.
Hij komt tot Christus.
En Christus reinigt.
God verzamelt nu een volk voor Zijn Naam
Wat doet God in deze tegenwoordige tijd?
Het Nieuwe Testament geeft daar een duidelijke lijn in. God verzamelt een volk voor Zijn Naam.
In Handelingen 15 lezen we:
“Simeon heeft verhaald hoe God eerst de heidenen heeft bezocht, om uit hen een volk aan te nemen door Zijn Naam.” — Handelingen 15:14 (STV)
Daarna wordt gesproken over het herstel van de vervallen hut van David. Die volgorde is belangrijk. Eerst verzamelt God een volk uit de heidenen. Daarna komt het herstel van Israël en het Davidische koningshuis.
Dat betekent dat Gods huidige werk niet in de eerste plaats bestaat uit wereldverbetering, politieke macht, cultureel herstel of het oprichten van een zichtbaar koninkrijk op aarde. Zijn huidige werk is gericht op de gemeente.
De gemeente is een hemels volk. Zij is verbonden met Christus in de hemel. Zij deelt in Zijn positie, Zijn leven, Zijn toekomst en Zijn erfenis.
“En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus.” — Efeze 2:6 (STV)
De gelovige leeft nog op aarde, maar zijn positie is in Christus.
Daarom is het zo schadelijk wanneer christenen hun roeping verwarren met wereldverbetering. Natuurlijk doen wij goed waar wij kunnen. Natuurlijk zorgen wij voor onze naaste. Natuurlijk dragen wij verantwoordelijkheid in het gewone leven.
Maar de gemeente is geen religieuze actiegroep voor het oplappen van deze tegenwoordige eeuw. Zij is een volk dat door Christus uit deze eeuw getrokken wordt.
Uit de tegenwoordige boze wereld getrokken
Galaten 1 zegt:
“Die Zichzelven gegeven heeft voor onze zonden, opdat Hij ons trekken zou uit deze tegenwoordige boze wereld, naar den wil van onzen God en Vader.” — Galaten 1:4 (STV)
Dat staat haaks op christelijk activisme.
Wij willen vaak juist iets bereiken ín deze wereld. Erkenning. Invloed. Positie. Herstel van christelijke normen. Een steviger christelijk geluid. Een cultuur die weer naar ons luistert.
Maar Christus heeft Zich gegeven om ons te trekken uit deze tegenwoordige boze wereld.
Dat betekent niet dat wij onverschillig worden. Het betekent dat wij nuchter worden. Deze wereld wordt niet uiteindelijk hersteld door menselijke inzet. God maakt een nieuwe schepping. En vandaag verzamelt Hij een volk dat bij Christus hoort.
Veel prediking klinkt praktisch, maar is in wezen mensgericht. Ze draait om onze problemen, onze gevoelens, onze keuzes, onze relaties, onze groei, onze houding, onze prestaties en onze geestelijke temperatuur.
Natuurlijk raakt het Woord van God ons leven. Maar wanneer Christus uit het centrum verdwijnt, blijft er vooral religieuze psychologie over. Dan wordt de Bijbel een kapstok voor menselijke thema’s. Dan is de mens het onderwerp en Christus hooguit de helper.
Bijbelse prediking begint anders.
opent het Woord.
toont Christus.
verkondigt Zijn werk.
plaatst de gelovige in Hem.
bevrijdt het geweten door Genade.
roept op tot dienst vanuit rust, niet vanuit kramp.
Waar de mens centraal staat, groeit onrust.
Waar Christus centraal staat, komt geloofsadem.
Leven vanuit Christus’ tegenwoordige werk
De vraag is dus niet allereerst: hoe krijg ik mijn leven onder controle?
De betere vraag is: leef ik uit Christus’ tegenwoordige werk?
Stel ik mij onder Zijn Woord?
Laat ik Hem mijn geweten reinigen?
Rust ik in Zijn priesterschap?
Geloof ik dat Hij voor mij bidt?
Zie ik mijzelf in Christus, of blijf ik gevangen in mijzelf?
De gelovige hoeft niet te leven onder de voortdurende dreiging van beschuldiging. Romeinen 8 zegt immers dat God rechtvaardigt en Christus bidt.
Daarom mag de gelovige vrijmoedig leven. Niet omdat hij in zichzelf sterk is. Niet omdat zijn oude mens verbeterd is. Niet omdat hij nooit struikelt. Maar omdat Christus leeft.
De troost van de levende Christus
Wat doet Christus vandaag?
Hij leeft.
Hij bidt.
Hij reinigt.
Hij heiligt.
Hij verzamelt een volk voor Zijn Naam.
Hij maakt gelovigen bekwaam om dienaren te zijn van het Nieuwe Verbond.
Dat is de troost.
De gelovige leeft nog met lek en gebrek. Dat hoeft niet vroom weggepoetst te worden. Wij schieten tekort. Wij falen. Wij dragen de zwakheid van de oude mens nog mee.
Maar God ziet de gelovige in Christus. En Christus is niet klaar met Zijn werk.
Hij reinigt door het Woord.
Hij bewaart door Zijn kracht.
Hij bidt aan Gods rechterhand.
Hij maakt bekwaam om de levende God te dienen.
Daarom hoeft de gelovige niet gevangen te blijven in religieuze kramp. Hij hoeft niet eindeloos naar zichzelf te staren. Hij hoeft niet te leven onder de zweep van beschuldiging.
Hij mag zien op Christus.
Niet alleen op Christus aan het kruis, maar ook op Christus in de hemel. De levende Hogepriester. De Verheerlijkte. Degene Die Zijn gemeente liefheeft, haar reinigt door het Woord en haar eenmaal zonder vlek of rimpel voor Zich zal stellen.
Wat doet Christus vandaag?
Hij werkt aan Zijn gemeente.
Christus hangt niet meer aan het kruis en ligt niet meer in het graf. Hij leeft, bidt, reinigt en werkt vandaag aan Zijn gemeente.
En dat is precies waarom het christelijk leven geen leven onder angst is, maar een leven uit Genade.