“Krachtige zalving”: is dat eigenlijk wel Bijbels?

Als Bijbelse woorden een andere betekenis krijgen

“Here, geef een krachtige zalving.”

“Laat Uw zalving vanavond sterk aanwezig zijn.”

“Zalf Uw dienstknecht met een bijzondere zalving.”

“Laat de zalving toenemen.”

 

Het klinkt geestelijk. Het klinkt eerbiedig. Het klinkt zelfs Bijbels.

Er is alleen één probleem:

waar vinden we deze manier van spreken eigenlijk in het Nieuwe Testament?

Het woord zalving is zonder enige twijfel Bijbels. Maar daarmee is niet vanzelf iedere betekenis die wij eraan geven Bijbels.

En daar gaat het in veel hedendaagse charismatische en evangelische prediking nogal mis.

Een Bijbels woord wordt genomen, gevuld met een andere betekenis en vervolgens opnieuw aan de Bijbel teruggegeven. Omdat het woord zelf in de Schrift voorkomt, krijgt de nieuwe betekenis automatisch een Bijbels aureool.

Maar een Bijbels woord gebruiken is nog niet hetzelfde als Bijbels spreken
Geladen woordgebruik in de charismatisch evangelische kerk.
‘Krachtige zalving’

 

Zalving in het Oude Testament

In het Oude Testament heeft zalving een duidelijke plaats. Personen werden met olie gezalfd als teken van afzondering en aanstelling voor een bijzondere taak.

Denk aan David:

“Toen nam Samuël den oliehoorn, en zalfde hem in het midden zijner broederen; en de Geest des HEEREN werd vaardig over David, van dien dag af en voortaan.” (1 Sam. 16:13, STV)

Priesters werden gezalfd. Koningen werden gezalfd. Zalving had te maken met Gods aanstelling en afzondering.

Bovendien wijst het uiteindelijk vooruit naar de Gezalfde: de Messias, de Here Jezus Christus.

Daar ligt dus rijke Bijbelse betekenis.

Maar nergens geeft dat ons automatisch het recht om van zalving een soort geestelijke substantie te maken waarvan de ene christen een klein beetje en de andere een enorme hoeveelheid bezit.

 

Het Nieuwe Testament spreekt opvallend anders

Wie wil weten wat zalving voor gelovigen betekent, kan moeilijk om 1 Johannes heen.

Johannes schrijft:

“Doch gij hebt de zalving van den Heilige, en gij weet alle dingen.” (1 Joh. 2:20, STV)

Let op wat er staat.

Niet:

Jullie moeten de zalving zoeken.

Niet:

Jullie moeten bidden om meer zalving.

Niet:

Jullie moeten iemand vinden die een krachtige zalving draagt.

Niet:

Hopelijk valt vanavond de zalving.

Maar:

“Gij hébt de zalving.”

Even verder wordt het nog duidelijker:

“En de zalving, die gijlieden van Hem ontvangen hebt, blijft in u…” (1 Joh. 2:27, STV)

Dat staat opmerkelijk ver af van het moderne jargon.

De zalving moet niet telkens opnieuw “komen”.

Zij is ontvangen.

De zalving hoeft niet door een bijzondere sfeer te worden opgewekt.

Zij blijft.

De aandacht wordt niet gevestigd op een uitzonderlijk gezalfde leider.

Johannes spreekt zijn lezers als gelovigen aan.

Dat verschil is significant

 

Paulus kent evenmin een elite van “krachtig gezalfden”

Paulus schrijft:

“Maar Die ons met u bevestigt in Christus, en Die ons gezalfd heeft, is God; Die ons ook heeft verzegeld, en het onderpand des Geestes in onze harten gegeven.” (2 Kor. 1:21-22, STV)

Opnieuw dezelfde beweging.

God heeft ons gezalfd.

Paulus maakt er geen geestelijke rangorde van.

Hier staat niet Paulus bovenaan met zalvingsniveau tien, Timotheüs op zeven en de gemiddelde gelovige ergens rond niveau drie.

Het moderne charismatische denken kan echter probleemloos die indruk wekken.

De ene spreker zou “een krachtige zalving” hebben.

Een ander zou “sterk gezalfd” zijn.

Weer iemand anders zou “onder een apostolische zalving” functioneren.

Een aanbiddingsleider kan “een zalving dragen”.

Een samenkomst kan “onder de zalving komen”.

En vervolgens kan die zalving kennelijk nog “toenemen”, “doorbreken”, “vrijkomen” en zelfs op anderen worden “overgedragen”.

Waar staat dit?

Niet: waar kunnen we een tekst vinden waarin het woord zalving voorkomt?

Dat is te gemakkelijk.

De vraag is:

Waar leert het Nieuwe Testament dit concept?

Dat is een heel andere vraag.

 

Zalving wordt een onzichtbare geestelijke brandstof

Hier zit het fundamentele probleem.

In veel hedendaags charismatisch taalgebruik functioneert “zalving” praktisch als een soort geestelijke brandstof

Je kunt er blijkbaar meer of minder van hebben.

Ze kan op iemand rusten.

Ze kan toenemen.

Ze kan een ruimte vullen.

Ze kan op een bediening liggen.

Ze kan worden overgedragen.

Sommige mensen zouden er uitzonderlijk veel van bezitten.

En wanneer een bijeenkomst emotioneel intenser wordt, kan vervolgens worden gezegd:

“De zalving neemt toe.”

Maar wat wordt hier eigenlijk gemeten?

Volume?

Emotie?

Muziek?

Kippenvel?

Mensen die huilen?

Mensen die vallen?

De intensiteit van de spreker?

Een collectieve sfeer?

Zodra een Bijbels toetsbare werkelijkheid wordt vervangen door een subjectief waarneembare “zalving”, ontstaat een levensgroot probleem:

De ervaring begint zichzelf te bewijzen.

Waarom was God krachtig aanwezig?

Omdat we de zalving voelden.

Hoe weten we dat wat we voelden de zalving was?

Omdat God krachtig aanwezig was.

Dat is geen Bijbelse toetsing. Dat is een cirkelredenering.

 

Maar Gods Geest werkt toch met kracht?

Zeker.

En juist daarom moeten we zorgvuldig zijn.

Paulus bidt:

“Opdat Hij u geve, naar den rijkdom Zijner heerlijkheid, met kracht versterkt te worden door Zijn Geest in den inwendigen mens;” (Ef. 3:16, STV)

Er is dus niets verkeerds aan bidden om kracht van God.

We mogen bidden om wijsheid.

Om vrijmoedigheid.

Om geestelijk inzicht.

Om kracht om te volharden.

Om liefde.

Om vrucht.

Om een geopende deur voor het Woord.

Paulus bidt daar zelf om.

Maar waarom zouden wij dat allemaal moeten hernoemen tot “een krachtige zalving” wanneer de apostelen dat zelf niet doen?

Daar zit het bezwaar.

Niet dat God niet krachtig werkt.

Niet dat de Heilige Geest niet in gelovigen werkt.

Niet dat wij niet afhankelijk zijn van Hem.

Maar dat wij onze eigen geestelijke categorieën bouwen en die vervolgens met Bijbelse woorden bekleden.

 

De Schrift geeft ons veel concretere gebeden

Wanneer Paulus om gebed vraagt, is zijn taal opvallend nuchter.

“Biddende meteen ook voor ons, dat God ons de deur des Woords opene, om te spreken de verborgenheid van Christus…” (Kol. 4:3, STV)

En:

“En voor mij, opdat mij het Woord gegeven worde in de opening mijns monds met vrijmoedigheid, om de verborgenheid van het Evangelie bekend te maken;” (Ef. 6:19, STV)

Dat is opmerkelijk.

Als iemand volgens de moderne maatstaf aanspraak had kunnen maken op een “machtige apostolische zalving”, was het Paulus wel.

Maar wat vraagt Paulus?

Geen dubbele portie.

Geen verse zalving.

Geen activatie.

Geen overdracht.

Geen hogere dimensie.

Geen nieuwe mantel.

Hij vraagt dat God een deur opent en hem vrijmoedigheid geeft om het Woord te spreken.

Misschien is dat minder spectaculair.

Het is wel apostolisch.

 

“Raak Gods gezalfde niet aan”

Hier kan de taal rond zalving zelfs gevaarlijk worden.

Want zodra bepaalde leiders als bijzonder “gezalfd” worden gezien, ontstaat gemakkelijk een geestelijke hiërarchie.

Dan is kritiek op de prediker niet langer gewoon kritiek op zijn uitleg.

Het kan worden voorgesteld als weerstand tegen de zalving.

Een leerstellige toets wordt “kritiek”.

Een kritische vraag wordt “ongeestelijk”.

En in extreme gevallen verschijnt zelfs:

“Raak Gods gezalfde niet aan.”

Een oudtestamentische uitdrukking wordt dan gebruikt als beschermingsschild rond een hedendaagse leider.

Dat is buitengewoon ongezond.

Want het Nieuwe Testament zegt niet dat wij populaire of charismatische leiders moeten beoordelen op de hoeveelheid “zalving” die zij uitstralen.

De toets blijft het Woord.

“Beproeft alle dingen; behoudt het goede.” (1 Thess. 5:21, STV)

Een spreker wordt niet onttrokken aan Bijbelse toetsing doordat mensen tijdens zijn bediening iets bijzonders ervaren.

 

De gevaarlijke verschuiving van Christus naar de drager

Er zit bovendien een merkwaardige ironie in dit hele spreken over “gezalfde mensen”.

Wie is bij uitstek de Gezalfde?

Christus

Dat is letterlijk wat Zijn titel betekent.

En toch kan binnen bepaalde charismatische culturen de aandacht langzaam verschuiven van de Gezalfde naar mensen die beweren een bijzondere zalving te dragen.

Dan wil men naar die spreker.

Naar die conferentie.

Naar die bediening.

Daar “stroomt” iets.

Daar “gebeurt” iets.

Daar is “meer”.

Daar rust “een bijzondere zalving”.

En voordat men het beseft, ontstaat een geestelijke beroemdhedencultuur die zich uitstekend laat verkopen als honger naar God.

Maar de vraag die gesteld moet worden is niet:

Hoe sterk was de zalving?

De vraag moet zijn:

Werd Christus verkondigd en werd het Woord recht gesneden?

Dat is veel minder mysterieus of vaag.

En veel moeilijker te manipuleren.

 

Een krachtige zalving klinkt Bijbelser dan het is

Daarom verdient deze uitdrukking stevige kritiek.

Niet omdat ieder mens die haar gebruikt onmiddellijk verkeerde bedoelingen heeft. Veel christenen nemen dit taalgebruik eenvoudig over omdat zij het jarenlang hebben gehoord.

Maar juist daarom moet het onderzocht worden.

“Krachtige zalving” klinkt diep geestelijk.

Toch blijkt het bij nadere beschouwing vaak een containerbegrip waarin allerlei ideeën worden gestopt waarvoor een duidelijke nieuwtestamentische basis ontbreekt.

De Schrift leert dat de gelovige de zalving van de Heilige heeft ontvangen.

De Schrift zegt dat deze zalving blijft.

De Schrift leert dat God de gelovigen gezalfd heeft.

De Schrift leert dat de gelovige door de Heilige Geest verzegeld is.

De Schrift roept ons op om vervuld te worden met de Geest en in afhankelijkheid van Hem te wandelen.

Maar een geestelijke elite die een bijzondere hoeveelheid “zalving” draagt, die kan toenemen, neerdalen, worden aangevoeld of als geestelijke kracht worden overgedragen?

Laat maar eens zien waar de apostelen dat aan de Gemeente leren.

 

Stop met het meten of wegen van de zalving

Misschien moeten we daarom ophouden met vragen:

“Was er veel zalving?”

En opnieuw Bijbelse vragen gaan stellen.

Was de prediking Bijbels?

Stond Christus centraal?

Werd het Evangelie helder verkondigd?

Werd de Schrift recht gesneden?

Werd de Gemeente opgebouwd?

Was er waarheid én liefde?

Was er geestelijke vrucht?

 

Dát zijn vragen waarmee we daadwerkelijk iets kunnen.

Want een spreker kan indrukwekkend zijn en tóch dwaling leren.

Een zaal kan emotioneel geladen zijn en tóch geestelijk ongezond.

Mensen kunnen huilen zonder dat daardoor bewezen is dat God iets bijzonders doet.

En een bijeenkomst kan buitengewoon eenvoudig zijn terwijl het Woord van God diep in harten werkt.

Sfeer is geen zalving. Emotie is geen zalving. Charisma is geen zalving. Podiumkracht is geen zalving. En menselijke indruk is geen maatstaf voor de werking van de Heilige Geest

 

Terug naar de nuchterheid van het Woord

Het antwoord op charismatische overdrijving is niet een dor christendom waarin van Gods kracht niets meer verwacht wordt.

Het antwoord is veel eenvoudiger:

Terug naar wat geschreven staat!

 

Bid om wijsheid.

Bid om vrijmoedigheid.

Bid om kracht in de inwendige mens.

Bid dat het Woord zijn loop heeft.

Bid om geestelijke groei.

Bid om liefde.

Bid om volharding.

Bid dat Christus verheerlijkt wordt.

Daar hebben we genoeg Schriftplaatsen voor.

Maar wanneer iemand bidt om een “krachtige zalving”, mag de vraag gesteld worden:

Wat bedoelt u daar mee?

En daarna:

Waar leert het Nieuwe Testament mij dat ik dát moet zoeken?

Dat zijn geen vragen van iemand die de Heilige Geest wil beperken.

Het zijn vragen van iemand die weigert meer te zeggen dan de Schrift zegt.

En misschien is dát wel exact dé nuchterheid die we vandaag zo hard nodig hebben

Een Bijbels woord maakt een onbijbels concept nog niet Bijbels.

Zie ook:

Wat zegt de Bijbel over “de zalving”? – Bijbelse basis

Wanneer ‘zalving’ gezag wordt – Bijbelse basis

Autoriteit, integriteit en de macht van geladen taal – Bijbelse basis

“Raak de gezalfde des Heeren niet aan”? – Bijbelse basis

Extern:

https://archive.vn/vJech

Woorden hebben kracht: charismatische sleutelwoorden onder de loep #1

Woorden hebben kracht

Een nieuwe blog over charismatische sleutelwoorden

Deze zal een vrij uitvoeige woordenlijst worden.

“Woorden hebben kracht”.

Dat is op zichzelf al een gevleugelde uitspraak in charismatische kring. Soms wordt ermee bedoeld dat woorden invloed hebben, mensen kunnen bemoedigen of beschadigen, waarheid kunnen verhelderen of verwarring kunnen zaaien. In die zin is het natuurlijk waar. Woorden doen ertoe.

Daarom moeten woorden ook getoetst en gewogen kunnen worden.

Want woorden kunnen Bijbels klinken en toch een andere lading krijgen. Ze kunnen vertrouwd overkomen, terwijl ze ongemerkt een heel systeem met zich meedragen. Ze kunnen rechtstreeks uit de Bijbel lijken te komen, terwijl ze in de praktijk functioneren als bouwstenen van een gedachtenwereld die niet (rechtstreeks) uit de Schrift naar voren komt.

Dat is het onderwerp van deze nieuwe blogreeks.

Niet omdat woorden verboden moeten worden. (Alsof dat mogelijk zou zijn.) En ook niet omdat ieder gebruik van een bepaald woord automatisch fout is. Het gaat om iets anders. Het gaat om de vraag:

Wat bedoelen we eigenlijk als we deze woorden gebruiken?

Want waar Bijbelse taal wordt losgemaakt van Bijbelse inhoud, ontstaat geestelijke verwarring.

En die verwarring kan verstrekkende gevolgen hebben.

Charismatische sleutelwoorden onder de loep: Bijbelse taal met een vreemde lading
Woorden hebben kracht

Niet elk Bijbels woord wordt Bijbels gebruikt

In charismatische en NAR-achtige kringen worden nogal wat woorden gebruikt die op het eerste gehoor heel Bijbels klinken. Denk aan woorden als zalving, autoriteit, apostolisch, profetisch, bedekking, doorbraak, roeping, mantel, koninkrijk, vuur, glorie en opwekking.

Dat zijn geen vreemde woorden. Veel ervan hebben daadwerkelijk een Bijbelse achtergrond. Juist dat maakt ze krachtig. En juist dat maakt ze ook gevaarlijk wanneer ze een andere invulling krijgen.

Want dan blijft de klank Bijbels, maar verandert de inhoud.

Dan wordt autoriteit niet meer in de eerste plaats verbonden aan Christus en Zijn Woord, maar aan leiders, posities en netwerken.

Dan wordt zalving niet meer vooral verbonden aan Christus, de Gezalfde, maar aan sprekers, platforms, conferenties en bijzondere ervaringen.

Dan wordt bedekking niet meer begrepen vanuit Gods bewaring in Christus, maar als afhankelijkheid van een apostel, leider of geestelijke vader.

Dan wordt eenheid niet meer geworteld in waarheid, maar gebruikt als argument om kritische vragen af te remmen.

En dan wordt toetsing plots verdacht.

Dat is geen klein taalprobleem. Dat is een leerstellig probleem.

Waarom charismatische taal getoetst moet worden

Veel geestelijke misleiding komt niet binnen met openlijke ketterij. Ze komt binnen met vertrouwde woorden.

Niemand zegt: “Wij gaan u afhankelijk maken van menselijke leiders.”

Men zegt: “U hebt geestelijke bedekking nodig.”

Niemand zegt: “U mag deze leider niet toetsen.”

Men zegt: “Raak Gods gezalfde niet aan.”

Niemand zegt: “Onze beweging staat boven gezonde Bijbelse kritiek.”

Men zegt: “Spreek wel in de juiste geest.”

Niemand zegt: “Uw geweten moet wijken voor onze visie.”

Men zegt: “Bescherm de visie van het huis.”

Daar zit het probleem.

De taal lijkt vroom. De woorden klinken geestelijk. Maar ondertussen kan er een systeem ontstaan waarin mensen niet vrijer worden in Christus, maar afhankelijker van leiders, netwerken, ervaringen en groepsdruk.

Daarom is het nodig om deze woorden rustig, scherp en Bijbels te bekijken.

Niet hysterisch. Niet karikaturaal. Niet met de botte bijl.

Maar wel helder.

Want wie de woorden niet toetst, merkt vaak te laat dat zijn denken al is meegeschoven.

Autoriteit en leiderschap

Dit overzicht kan/zal nog worden bijgewerkt

Steekwoord Charismatische invulling Kernprobleem
Geestelijke autoriteit Leiders hebben een bijzondere geestelijke positie waaraan men zich moet onderwerpen Autoriteit wordt snel persoonsgebonden in plaats van Woordgebonden
Gezalfde Een leider of spreker heeft een speciale zalving en mag daarom niet kritisch benaderd worden De leider wordt minder toetsbaar
Raak Gods gezalfde niet aan Kritiek op leiders wordt gezien als rebellie tegen God Een oudtestamentische tekst wordt gebruikt als beschermschild tegen toetsing
Apostolisch leiderschap Moderne apostelen hebben richtinggevend gezag over gemeenten, steden of bewegingen Het unieke apostolische fundament van het Nieuwe Testament wordt verschoven naar hedendaagse leiders
Apostolische bedekking Men moet onder een apostel, netwerk of bediening staan om geestelijk beschermd te zijn Christus als Hoofd raakt praktisch naar de achtergrond
Bedekking Een leider of bediening functioneert als geestelijke bescherming over iemands leven of bediening Afhankelijkheid van mensen wordt geestelijk gemaakt
Alignment Je moet juist “uitgelijnd” zijn met de visie, leider of beweging om in Gods zegen te wandelen Loyaliteit aan een netwerk wordt vermengd met gehoorzaamheid aan God
Geestelijke vader Een leider wordt gezien als vaderfiguur die identiteit, bestemming en zegen overdraagt Gezonde begeleiding kan omslaan in persoonlijke afhankelijkheid
Zoon in het huis Volgelingen moeten zich als geestelijke zonen verbinden aan een leider of huis Onderdanigheid aan een bediening krijgt familiaire druk
Huis De gemeente of beweging wordt gezien als geestelijk huis met eigen cultuur, vaderfiguren en visie Gemeente-zijn wordt soms vervangen door merkloyaliteit
Mantel Geestelijk gezag, kracht of bediening wordt overgedragen van leider op volgeling Oudtestamentische beelden worden systeemtaal voor overdraagbare macht
Mandaat Een leider of bediening claimt een bijzondere opdracht van God voor stad, land of generatie Menselijke plannen krijgen goddelijke onaantastbaarheid
Visie van het huis De leider of beweging heeft een specifieke visie waaraan leden zich moeten verbinden De visie kan praktisch belangrijker worden dan Schrift en geweten
Eer-cultuur Leiders moeten bijzonder geëerd worden om geestelijke zegen vrij te zetten Bijbelse eerbied verschuift naar hiërarchische afhankelijkheid
Cultuur van eer Kritiek wordt afgeremd onder het mom van eer, loyaliteit en liefde Eer wordt een rem op noodzakelijke correctie
Rebellie Kritische vragen of onafhankelijk toetsen worden gezien als opstandigheid Gewetensvolle toetsing wordt moreel verdacht gemaakt
Religieuze geest Wie bezwaar maakt tegen nieuwe leringen of praktijken wordt weggezet als religieus Bijbelvastheid krijgt een verdacht etiket
Jezebel-geest Kritische of sterke personen worden gelabeld als manipulerend of demonisch Kritiek wordt gedemoniseerd
Absalom-geest Wie vragen stelt bij leiderschap zou verdeeldheid zaaien of gezag ondermijnen Legitieme zorgen worden geframed als machtsgreep
Korah-geest Kritiek op leiders wordt vergeleken met opstand tegen Mozes Oudtestamentisch oordeel wordt gebruikt om mensen bang te maken
Onderwerping Gelovigen moeten zich voegen onder leiders, ook wanneer zij innerlijk moeite ervaren Onderwerping wordt losgemaakt van Bijbelse toetsing
Accountability Verantwoording wordt vaak van onder naar boven geëist, minder van leiders naar de gemeente Controle werkt eenzijdig
Discipelschap Intensieve begeleiding waarbij gehoorzaamheid aan leider of mentor centraal kan komen te staan Navolging van Christus verschuift naar volgzaamheid aan mensen
Mentorschap Een geestelijke coach helpt je in je roeping, bestemming of groei Kan gezonde begeleiding zijn, maar ook sturend en afhankelijk makend worden
Covering Engelse variant van “bedekking”; bescherming via verbondenheid aan een leider/netwerk Onbijbelse tussenlaag tussen gelovige en Christus
Loyaliteit Trouw aan leider, team of bediening wordt sterk benadrukt Waarheidsliefde kan ondergeschikt worden aan groepsbinding
Eenheid bewaren Kritiek moet wijken om de eenheid van de beweging niet te beschadigen Eenheid wordt losgemaakt van waarheid
Spreek geen oordeel uit Beoordeling van leer of praktijk wordt gelijkgesteld aan veroordelen Toetsing wordt verward met liefdeloosheid
Vaderlijke correctie Leiders corrigeren volgelingen vanuit vermeend geestelijk vaderschap Correctie kan ongelijkwaardig en manipulerend worden
Autoriteit vrijzetten Door eer, gehoorzaamheid of aansluiting kan geestelijke autoriteit gaan werken Autoriteit wordt bijna technisch of sacramenteel
Sleutels van autoriteit Geestelijke principes waarmee men invloed of doorbraak krijgt Autoriteit wordt een methode in plaats van dienstbaarheid onder Christus
Regeren Gelovigen of leiders zouden geestelijk moeten heersen over gebieden, systemen of omstandigheden Dienstbaarheid maakt plaats voor dominion-taal
Heersen met Christus Toekomstige heerschappij wordt naar het heden gehaald als machtsopdracht Eschatologische verwachting wordt activistische leiderschapstaal
Invloedssferen Leiders moeten maatschappelijke domeinen innemen of beïnvloeden Gemeente wordt richting culturele machtsstrategie getrokken
Poortwachters Leiders bewaken geestelijke toegang tot stad, land, beweging of generatie Speculatieve autoriteitstaal
Stadspoorten Geestelijke leiding claimt gezag bij “poorten” van cultuur, bestuur of media Oudtestamentische beelden worden toegepast als strategisch machtsmodel
Generatieleiders Leiders claimen een roeping voor een hele generatie Grote woorden maken toetsing moeilijk
Pioniers Leiders die nieuwe geestelijke wegen openen waar anderen nog weerstand tegen hebben Kritiek wordt snel geframed als angst voor vernieuwing
Forerunners Voorlopers die profetisch vooruitlopen op wat God gaat doen Nieuwe claims krijgen een aura van onvermijdelijkheid
Beweging Niet zomaar een gemeente, maar een door God ingezette beweging De beweging krijgt bijna heilshistorisch gewicht
Revival leader Leider als drager of katalysator van opwekking Opwekking wordt gekoppeld aan personen en platforms
Platform Spreek- of invloedsmogelijkheid als teken van roeping en gunst Zichtbaarheid wordt verward met geestelijk gewicht
Dragers van de zalving Bepaalde mensen dragen een bijzondere geestelijke kracht De aandacht verschuift van Christus naar “dragers”
Vermenigvuldiging Leiderschap wordt via training, impartatie en discipelschap gereproduceerd Geestelijk leven wordt modelmatig en bedrijfsmatig
Leiderschapscultuur Gemeente wordt ingericht rond leiderschapsontwikkeling en invloed De gemeente kan meer trainingscentrum dan lichaam van Christus worden
DNA van het huis De waarden, stijl en visie van de beweging moeten in mensen komen Identiteit wordt gevormd door de beweging
Koninkrijksleiderschap Leiderschap dat maatschappij, cultuur of naties moet transformeren Koninkrijkstaal wordt vermengd met macht en invloed
Draagvlak van de leider De leider moet beschermd worden tegen kritiek, weerstand of “negatieve stemmen” De leider wordt centrum van de gemeenschap
Bescherm de visie Mensen moeten de richting van het huis bewaken tegen kritiek of twijfel De visie wordt onaantastbaar
In de juiste geest spreken Kritiek mag alleen als toon, timing en houding door leiders worden goedgekeurd Inhoudelijke toetsing wordt afhankelijk van acceptabele verpakking

En ik ben er vergeten, de lijst groeit aan

Steekwoord Charismatische / NAR-achtige invulling Kernprobleem
Sleutels “God geeft sleutels” aan leiders, profeten of apostolische figuren om geestelijke gebieden, steden, doorbraken, bedieningen of zegeningen te openen. Soms wordt gesproken over “de sleutel van David”, “koninkrijkssleutels”, “sleutels tot doorbraak”, “sleutels tot herstel” of “sleutels tot autoriteit”. Een Bijbels beeld wordt losgetrokken uit zijn context en gebruikt als taal voor geestelijke macht, controle en persoonsgebonden autoriteit. De vraag verschuift dan van: “Wat zegt Christus in Zijn Woord?” naar: “Wie heeft de sleutel?”

 

Steekwoord Charismatische / NAR-achtige invulling Kernprobleem
Domeinen De samenleving wordt opgedeeld in geestelijke “domeinen” of invloedssferen, zoals politiek, onderwijs, media, kunst, economie, gezin en religie. Gelovigen zouden geroepen zijn om deze domeinen “in te nemen”, “terug te claimen” of “onder de heerschappij van het Koninkrijk te brengen”. Het Koninkrijk van God wordt verschoven van Christus’ toekomstige zichtbare heerschappij naar een huidige maatschappelijke machtstrategie. De roeping van de gemeente verandert dan van getuigenis, wandel en verkondiging in een programma van invloed, dominantie en cultuurverovering.

 

Steekwoord Charismatische / NAR-achtige invulling Kernprobleem
Koninkrijksprincipes Algemene “geestelijke wetten” of succesprincipes waarmee gelovigen zouden leren functioneren in het Koninkrijk: principes voor doorbraak, invloed, voorspoed, leiderschap, autoriteit, zaaien en oogsten, spreken met kracht, heersen, claimen en ontvangen. Het Koninkrijk wordt losgemaakt van de Koning. Bijbelse woorden worden omgebouwd tot toepasbare technieken. De nadruk verschuift van geloof, gehoorzaamheid en verwachting naar methodes, sleutels en werkzame principes.
Steekwoord Charismatische / NAR-achtige invulling Kernprobleem
Uitstappen in geloof Een gelovige moet een zichtbare, vaak risicovolle stap zetten voordat God kan handelen: spreken, geven, genezing claimen, profeteren, naar voren komen, bediening starten, baan opzeggen, iets “activeren” of handelen alsof de uitkomst al vaststaat. Geloof wordt verschoven van vertrouwen op Gods Woord naar het nemen van een prestatiestap. De druk komt dan op de mens te liggen: als jij niet uitstapt, gebeurt er niets.

 

Deze blog maakt een overzicht over charismatische sleutelwoorden en geladen geestelijke taal. Woorden als geestelijke autoriteit, zalving, bedekking, alignment, apostolisch leiderschap en raak Gods gezalfde niet aan kunnen Bijbels klinken, maar krijgen in de praktijk soms een eigen lading. Daarom is Bijbelse toetsing nodig. Niet elk Bijbels woord wordt Bijbels gebruikt.

“Raak de gezalfde des Heeren niet aan”?

Betekent dit dat kritiek hebben op christelijk leiderschap niet gepast is?

“Raak de gezalfde des Heeren niet aan.” Het klinkt ernstig. Bijbels ook. En juist daarom wordt deze uitdrukking nogal eens gebruikt als geestelijke stopknop. Zodra iemand vragen stelt bij een spreker, voorganger, of leider, komt dan de waarschuwing: pas op, raak Gods gezalfde niet aan.

Ik heb deze frase in het verleden horen citeren als bescherming tegen kritische medegelovigen die zich niet wensten te onderwerpen aan uitwassen van leiderschap in de gemeente.

Gaat het daar wel over? Mag dit zo wel gebruikt worden? In zijn Bijbelse context: de uitdrukking komt uit een concrete geschiedenis over David en Saul, niet uit een vrijbrief voor geestelijk leiderschap vandaag.

“Raak de gezalfde des Heeren niet aan” betekent niet dat kritiek op een leider ongepast of verboden is. Het betekent in de Bijbelse context dat David Saul niet eigenmachtig wilde doden of met geweld van de troon stoten, omdat Saul als koning door God gezalfd was.

De tekst gaat dus over geweld, wraak en eigenmachtige machtsgreep  niet over het toetsen van leer, gedrag of leiderschap.

Raak Gods gezalfde niet aan

De context

David had meerdere keren de kans om Saul te doden. Saul vervolgde David onrechtvaardig, maar David weigerde om zelf het oordeel over Saul uit te voeren.

“Dat late de HEERE verre van mij zijn, dat ik die zaak doen zou aan mijn heer, den gezalfde des HEEREN, dat ik mijn hand aan hem leggen zou; want hij is de gezalfde des HEEREN.” 1 Samuël 24:7 (STV)

Daar gaat het dus om: David legde zijn hand niet aan Saul. Hij pleegde geen aanslag. Hij greep de macht niet. Hij liet het oordeel aan God over.

Ook in de studie wordt dit verbonden met het koningschap: David gebruikt de uitdrukking “de gezalfde des Heeren” voor de koning, waarmee aan het koningschap een hoge betekenis wordt gegeven.

 

David sprak Saul wél aan

David zweeg niet alsof Saul boven kritiek stond. Hij confronteerde Saul juist met zijn onrecht.

“Zie, mijn vader, ja, zie den slip uws mantels in mijn hand; want daar ik den slip uws mantels afgesneden heb, en u niet gedood heb, zo merk en zie, dat er geen kwaad noch overtreding in mijn hand is, en ik tegen u niet gezondigd heb; nochtans jaagt gij mijn ziel, om die weg te nemen.” 1 Samuël 24:12 (STV)

Dat is géén rebellie. Dat is ook géén laster. Dat is waarheidsgetrouwe confrontatie zonder wraakzucht. Wraakzucht is een fout motief, en we worden als gelovigen opgeroepen onszelf niet te wreken. (Romeinen 12:9)

 

De tekst wordt bij gelegenheid misbruikt

Wanneer iemand vandaag zegt: “Raak Gods gezalfde niet aan,” bedoelt hij vaak eigenlijk: “Je mag mij niet toetsen, niet aanspreken en niet bekritiseren.”

Dat is geestelijk machtsmisbruik.

In het Nieuwe Testament worden leiders, leraars en apostelen juist wél getoetst. Paulus prijst de Bereërs omdat zij zijn onderwijs naast de Schrift legden:

“En dezen waren edeler, dan die te Thessalonica waren, als die het woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren.” Handelingen 17:11 (STV)

Zelfs Petrus werd door Paulus openlijk tegengesproken en gecorrigeerd toen hij verkeerd handelde:

“Maar als Petrus te Antiochië gekomen was, wederstond ik hem in het aangezicht, omdat hij te bestraffen was.” Galaten 2:11 (STV)

Dus zelfs een apostel stond niet boven correctie.

 

Ook oudsten staan niet boven toetsing

Er moet wel zorgvuldig worden omgegaan met beschuldigingen tegen oudsten. Niet op basis van roddel, stemmingmakerij of losse aantijgingen.

“Tegen een ouderling neem geen beschuldiging aan, anders dan onder twee of drie getuigen.” 1 Timotheüs 5:19 (STV)

Maar als er werkelijk zonde is, moet die juist niet worden toegedekt:

“Die zondigen, bestraf in tegenwoordigheid van allen, opdat ook de anderen vreze mogen hebben.” 1 Timotheüs 5:20 (STV)

Dat is duidelijk. De Schrift beschermt leiders tegen lichtvaardige beschuldigingen, maar niet tegen terechte bestraffing.

 

Het Bijbelse onderscheid

Kritiek is verkeerd wanneer zij voortkomt uit hoogmoed, bitterheid, partijzucht, roddel of rebellie.

Maar kritiek is geboden wanneer het gaat om valse leer, misleiding, machtsmisbruik, morele zonde of verdraaiing van het Evangelie.

De norm is niet: is iemand gezalfd?
De norm is: is wat hij leert en doet in overeenstemming met het hele Woord van God?

“Beproeft alle dingen; behoudt het goede.” 1 Thessalonicenzen 5:21 (STV)

 

Kort samengevat

“Raak de gezalfde des Heeren niet aan” betekent: neem geen wraak, pleeg geen geestelijke of fysieke machtsgreep, handel niet uit vleselijke motieven of  opstandigheid.

Het betekent niet: zwijg bij dwaling.
Het betekent niet: leiders zijn onaantastbaar.
Het betekent niet: kritiek is ongeestelijk.
Het betekent zeker niet: een prediker mag zich achter zijn “zalving” verschuilen.

Een werkelijk Bijbels leider hoeft niet beschermd te worden tegen toetsing aan de Schrift.

Alleen een menselijk machtsmodel heeft zulke slogans nodig.

Lees ook (extern): 

https://www.zoeklicht.nl/artikelen/ootmoed-en-nederigheid-11529

Geverifieerd door MonsterInsights