Van evangelische gemeente naar pinksterkerk

Weten de gemeenteleden waar ze bij horen?

De Schuilplaats Papendrecht en de VPE: van evangelische gemeente naar pinksterkerk? De gemeente groeit en is sinds 2026 aangesloten bij de VPE. Maar groei bewijst geen gezonde leer. Wat betekent de nieuwe pinksterpositionering en weten gemeenteleden waarmee hun gemeente zich leerstellig heeft verbonden?

Het “groene kerkje” in Papendrecht wordt grondig gerenoveerd. De fundering moet worden aangepakt en voor renovatie en inrichting is ruim een miljoen euro nodig. Tegelijk wordt nagedacht over de toekomst: meer ruimte, meer activiteiten en een plek waar jongeren ook doordeweeks terechtkunnen.

In een krantenartikel wordt De Schuilplaats echter niet alleen een evangelische gemeente genoemd, maar een “evangelische pinksterkerk”. Dat roept een veel belangrijkere vraag op dan de vraag of er straks in de kerk gegamed kan worden:

Wat is er leerstellig veranderd, wat leert de VPE en hoe kunnen gemeenteleden dit Bijbels toetsen?

het omkatten van een kerk
van Evangelische gemeente naar Pinksterkerk

Wat is er veranderd?

Op de website presenteert De Schuilplaats zich nog steeds als Evangelische Gemeente De Schuilplaats. De geloofssamenvatting spreekt algemeen over God de Vader, Jezus Christus als Verlosser en de Heilige Geest.

Toch is er formeel iets veranderd. Sinds 17 april 2026 staat de gemeente geregistreerd als lid van de Verenigde Pinkster- en Evangeliegemeenten (VPE). De VPE ziet zichzelf nadrukkelijk als onderdeel van de wereldwijde Pinkster- en Volle Evangeliebeweging. De aansluiting is daarom niet louter administratief.

De tijdlijn is opmerkelijk. Gerard en Petra van Wijk namen in mei 2024 het ‘voorgangerschap’ over van Eduard en Lia Witkamp. Nog geen twee jaar later werd De Schuilplaats lid van de VPE en wordt de gemeente in de regionale pers aangeduid als een evangelische pinksterkerk.

Daarmee is niet bewezen dat ineens  de hele prediking plotseling is veranderd of dat iedere charismatische praktijk binnen De Schuilplaats voorkomt. Wel staat vast dat de formele kerkelijke positionering is gewijzigd. Daarom is het terecht te vragen of gemeenteleden duidelijk is uitgelegd wat deze aansluiting leerstellig betekent.

Is de VPE-geloofsverklaring besproken? Is artikel 11 over de doop in de Heilige Geest en tongentaal uitgelegd? Is duidelijk gemaakt dat de VPE zich rekent tot de Pinkster- en Volle Evangeliebeweging? En hebben gemeenteleden gelegenheid gekregen deze leer vanuit de Schrift te onderzoeken?

 

Wat leert de VPE?

De VPE heeft een eigen geloofsverklaring. Die vormt volgens de organisatie de geestelijke grondslag van haar geloofsgemeenschap. Op belangrijke punten gaat deze verklaring verder dan de algemene geloofssamenvatting op de website van De Schuilplaats.

Een belangrijk voorbeeld is de leer over de doop in de Heilige Geest. In artikel 11 wordt deze doop verbonden met het spreken in nieuwe tongen als herkenning daarvan. Dat is een kenmerkend pinksteraccent.

Maar Paulus schrijft:

“Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt…”
(1 Korinthe 12:13, STV)

Het woord allen is belangrijk. Paulus verdeelt gelovigen niet in christenen die slechts tot geloof gekomen zijn en christenen die later nog een afzonderlijke Geestesdoop ontvangen. Hij zegt dat allen door één Geest tot één lichaam gedoopt zijn. Dat sluit aan bij:

“Maar zo iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe.”
(Romeinen 8:9, STV)

De Heilige Geest is geen latere upgrade voor christenen die na hun bekering nog iets wezenlijks missen. Wie Christus toebehoort, heeft Zijn Geest.

Ook de gedachte dat iedere gelovige in tongen zou spreken, roept vragen op. Paulus schrijft:

“Zijn zij allen apostelen? Zijn zij allen profeten? Zijn zij allen leraars? Zijn zij allen krachten? Hebben zij allen gaven der gezondmakingen? Spreken zij allen met vreemde talen? Zijn zij allen uitleggers?”
(1 Korinthe 12:29-30, STV)

Het antwoord is hier telkens: nee. Niet allen zijn apostelen, niet allen zijn leraars en niet allen spreken in talen. Hoe kan tongentaal dan het herkenningsteken zijn van een Geestesdoop die iedere gelovige zou behoren te ontvangen?

Ook elders in de VPE-geloofsverklaring komen pinksteraccenten naar voren, zoals tekenen en wonderen, genezing van zieken en het uitdrijven van boze geesten. De Bijbel spreekt daar inderdaad over. Maar wat in Handelingen beschreven wordt, is niet automatisch een normgevende belofte voor iedere gemeente in iedere generatie.

Daarom moet steeds onderscheid worden gemaakt tussen beschrijving en voorschrift. De vraag is niet alleen of iets binnen de pinkstertraditie past, maar of de Schrift het op dezelfde manier leert.

 

Hoe kunnen gemeenteleden dit Bijbels toetsen?

Gemeentegroei kan reden tot dankbaarheid zijn. Volgens voorganger Gerard van Wijk telt De Schuilplaats ongeveer 180 leden en kwamen er in twee jaar veertig nieuwe leden bij. Wanneer mensen werkelijk tot geloof in Christus komen, is dat reden tot vreugde. (Het artikel zwijgt overigens over een significant aantal afhakers in diezelfde periode)

Maar groei bewijst op zichzelf helemaal niets over de waarheid van een leer. Een volle zaal, enthousiast jeugdwerk, veel activiteiten of positieve getuigenissen zijn geen betrouwbare toetssteen. Iemand kan door een gemeente geholpen worden, hoop ontvangen of werkelijk tot geloof komen, terwijl er binnen diezelfde gemeente ook verkeerde leer wordt verkondigd.

De Schrift zegt niet: kijk of het werkt. Zij zegt:

“Beproeft alle dingen; behoudt het goede.”
(1 Thessalonicenzen 5:21, STV)

Paulus waarschuwt bovendien dat mensen leraren zullen verzamelen die zeggen wat zij graag horen:

“Want er zal een tijd zijn, wanneer zij de gezonde leer niet zullen verdragen; maar kittelachtig zijnde van gehoor, zullen zij zichzelven leraars opgaderen, naar hun eigen begeerlijkheden;”
(2 Timotheüs 4:3, STV)

Populariteit en gezonde leer zijn dus geen synoniemen. Ook de Here Jezus paste Zijn boodschap niet aan toen velen van Zijn discipelen Hem verlieten:

“Van toen af gingen velen Zijner discipelen terug, en wandelden niet meer met Hem.”
(Johannes 6:66, STV)

Hij vroeg de twaalf:

“Wilt gijlieden ook niet weggaan?”
(Johannes 6:67, STV)

Petrus antwoordde:

“Heere, tot Wien zullen wij heengaan? Gij hebt de woorden des eeuwigen levens.”
(Johannes 6:68, STV)

Dáár ligt de norm. Niet:

hoeveel mensen blijven?

Maar:

waar zijn de woorden van het eeuwige leven?

Een Bijbelgetrouwe gemeente vraagt daarom niet eerst: werkt het? Zij vraagt: waar staat het geschreven? Paulus zegt tegen Timotheüs:

“Heb acht op uzelven en op de leer, volhard in deze; want dat doende, zult gij en uzelven behouden, en die u horen.”
(1 Timotheüs 4:16, STV)

Hoe groter een gemeente wordt, hoe groter haar verantwoordelijkheid om over de leer te waken.

De Gemeente behoort bovendien niet aan voorgangers, oudsten of een denominatie toe.

Christus is het Hoofd:

“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente…”
(Kolossenzen 1:18, STV)

Daarom horen leiders gemeenteleden niet afhankelijk te maken van besluiten van bovenaf, maar hen toe te rusten om zelf vanuit Gods Woord te onderscheiden. Een verandering van kerkelijke en leerstellige positionering hoort open besproken te worden. Leg de VPE-geloofsverklaring op tafel, bespreek de moeilijke punten en laat gemeenteleden de Schrift onderzoeken.

En dat gamen? Jongeren mogen gerust een spelletje spelen. Een kerkgebouw mag een ontmoetingsplaats zijn. De belangrijkere vraag is wat zij leren wanneer de spelcomputer uitgaat en de Bijbel opengaat.

Wordt hun geleerd wat zij in Christus ontvangen hebben? Petrus schrijft:

“Gelijk ons Zijn Goddelijke kracht alles, wat tot het leven en de godzaligheid behoort, geschonken heeft…”
(2 Petrus 1:3, STV)

Alles. Of ontstaat een christendom waarin gelovigen steeds op zoek worden gestuurd naar iets wat zij nog zouden missen: meer kracht, meer zalving, een tweede ervaring, een Geestesdoop of tongentaal als bewijs daarvan?

Dan gaat het niet meer over activiteiten, maar over leer.

Het gebouw van De Schuilplaats verdient een stevig fundament. Maar het geestelijke fundament is belangrijker:

“Want niemand kan een ander fondament leggen, dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus.”
(1 Korinthe 3:11, STV)

Scheuren in een gebouw zijn zichtbaar en meetbaar. Scheuren in het leerstellige fundament zijn moeilijker te herkennen. Ze kunnen ontstaan terwijl de zaal voller wordt, jongeren enthousiast zijn en de gemeente groeit.

Dit is geen aanval op individuele gelovigen binnen De Schuilplaats. Evenmin betekent de aanduiding pinksterchristen automatisch dat iemand geen broeder of zuster in Christus kan zijn. Het gaat om de leer. En leer moet worden getoetst, ook wanneer zij afkomstig is van een geliefde voorganger, in een officiële geloofsbelijdenis staat of door een groeiende beweging wordt onderschreven.

Als De Schuilplaats bewust voor aansluiting bij de VPE heeft gekozen, wees daar dan open over. Niet alleen administratief, maar óók leerstellig. Bespreek wat de VPE gelooft, leg de geloofsverklaring naast de Schrift en laat vragen toe.

De beslissende vraag is uiteindelijk niet wat de VPE gelooft, wat de voorganger leert of zelfs niet wat de gemeente altijd heeft geloofd. De vraag is:

Wat zegt de Schrift?

“Beproeft alle dingen; behoudt het goede.”
(1 Thessalonicenzen 5:21, STV)

Dat is geen oproep tot achterdocht, maar tot Bijbelse volwassenheid: onderzoek en toetsing, beproef en houd het goede vast.

lees ook;

Succes is geen roeping: de Bijbel tegenover succesprediking – Bijbelse basis

VPE kritisch bekeken: profetie, leiderschap en pinkstertheologie getoetst aan de Bijbel – Bijbelse basis

Tongentaal en ‘persoonlijke klanktaal’: Bijbels of een moderne charismatische leer? – Bijbelse basis

Een aparte doop in de Heilige Geest : leert de Bijbel dit?

Wat leert de Bijbel

Binnen evangelische en charismatische gemeenten klinkt deze oproep: “Ben je al gedoopt in de Heilige Geest?” Vaak wordt daarmee een tweede geestelijke ervaring bedoeld die na de bekering zou plaatsvinden. Dikwijls wordt daar tongentaal, profetie of een bijzondere krachtservaring aan gekoppeld.

Het klinkt geestelijk.

Het klinkt Bijbels.

Maar is het wat de Bijbel leert?

Wie de Bijbel zorgvuldig leest, ontdekt dat deze leer niet gebaseerd is op de onderwijsbrieven van de apostelen, maar op een verkeerde uitleg van het boek Handelingen. Daardoor worden unieke historische gebeurtenissen verheven tot een norm voor iedere gelovige.

Dat heeft grote gevolgen.

Geen aparte doop in de Heilige Geest

 

Paulus kent of leert geen tweede doop

Opvallend is dat Paulus gelovigen nergens oproept om de doop in de Heilige Geest na te streven.

Integendeel.

Hij schrijft:

“Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot één Geest gedrenkt.” (1 Korinthe 12:13, STV)

De sleutel is “wij allen zijn.”

Niet sommigen.

Niet de geestelijk rijpen.

Niet degenen die een bijzondere ervaring hebben gehad.

Iedere gelovige is door de Heilige Geest in het Lichaam van Christus geplaatst.

Dat is geen opdracht.

Dat is een voltooid feit.

Daarom schrijft Paulus ook:

“Eén Heere, één geloof, één doop.” (Efeze 4:5, STV)

De Bijbel spreekt nergens over twee aparte dopen.

 

De grootste denkfout: Handelingen als draaiboek lezen

Vrijwel iedere verdediging van een tweede doop verwijst naar Handelingen.

Maar Handelingen is geen draaiboek over het gemeenteleven.

Het beschrijft de unieke overgang van Israël naar de openbaring van het Lichaam van Christus.

Daar vinden bijzondere gebeurtenissen plaats:

  • de uitstorting over de Joden;
  • daarna over de Samaritanen;
  • vervolgens over de heidenen;
  • tenslotte over de discipelen van Johannes.

Deze momenten markeren nieuwe fasen in Gods heilsplan.

Het zijn historische gebeurtenissen.

Geen patroon dat iedere gelovige vandaag opnieuw moet meemaken.

Wie van Handelingen een blauwdruk maakt voor de Gemeente, doet precies hetzelfde als iemand die beweert dat iedere gelovige eerst drie dagen blind moet worden omdat Paulus dat overkwam.

Geschiedenis is nog geen leer.

 

De leer van een ’tweede doop’ schept twee soorten christenen

Hier wordt het gevaar zichtbaar.

Wanneer een tweede doop wordt geleerd, ontstaat automatisch een tweedeling.

Er zijn dan:

  • gewone christenen;
  • christenen die “de doop” hebben ontvangen.

Maar Paulus kent zo’n onderscheid helemaal niet.

Opmerkelijk genoeg schrijft hij 1 Korinthe 12 aan een gemeente die vol geestelijke problemen zat.

Er was verdeeldheid.

Er was zonde.

Er was misbruik van de geestelijke gaven.

Toch schrijft hij zonder uitzondering:

“Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt…” (1 Korinthe 12:13, STV)

Hun probleem was niet dat zij de Heilige Geest misten.

Hun probleem was dat zij niet geestelijk wandelden.

Ik kwam ooit in een gemeente waarin deze ‘doop’ voorwaarde was om een taak te mogen doen, maar dat werd al snel weer losgelaten omdat er te weinig mensen overbleven om iets te doen.

 

Wel vervuld, niet opnieuw gedoopt

De Schrift kent wél een opdracht over vervulling :

“En wordt niet dronken in wijn, waarin overdaad is, maar wordt vervuld met den Geest.” (Efeze 5:18, STV)

Hier ligt een wereld van verschil.

De doop met de Heilige Geest is Gods eenmalige werk.

De vervulling met de Heilige Geest gaat over het dagelijkse leven van de gelovige.

Daarom roept Paulus op om:

  • door de Geest te wandelen;
  • de Geest niet te bedroeven;
  • de Geest niet uit te blussen.

Maar nergens zegt hij:

“Zoek de doop in de Heilige Geest.”

 

Iedere gelovige ontvangt de Heilige Geest bij zijn bekering

Paulus laat geen ruimte voor een wachttijd.

Hij schrijft:

“In Welken ook gij zijt, nadat gij het Woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte.” (Efeze 1:13, STV)

De volgorde is eenvoudig.

Het Evangelie horen.

Geloven.

Verzegeld worden.

Niet maanden later.

Niet na handoplegging.

Niet na een conferentie.

Niet na tongentaal.

Maar direct nadat men gelooft.

 

De leer van een aparte doop heeft een schadelijk gevolg

Christenen gaan naar binnen kijken.

Heb ik wel genoeg geloof?

Waarom spreek ik geen tongen?

Waarom ervaar ik niets bijzonders?

Heb ik misschien iets gemist?

Zo verschuift het vertrouwen van Christus naar de eigen ervaring.

En precies daar ligt het gevaar.

Het Evangelie rust niet op gevoel.

Niet op beleving.

Niet op spectaculaire ervaringen.

Maar op het volbrachte werk van de Here Jezus Christus.

De rijkdom van Gods Genade

Iedere wedergeboren gelovige:

  • is door de Heilige Geest in het Lichaam van Christus gedoopt;
  • is verzegeld met de Heilige Geest;
  • heeft de Heilige Geest inwonend;
  • mag dagelijks leren wandelen onder Zijn leiding.

Dat is geen “tweede zegen”.

Dat is de rijkdom van Gods Genade vanaf het eerste moment van geloof.

 

Samenvattend

De leer van een aparte doop in de Heilige Geest houdt geen stand wanneer zij wordt getoetst aan de brieven van Paulus.

Zij ontstaat doordat de overgangsgebeurtenissen uit Handelingen worden losgemaakt van hun historische context en vervolgens als norm voor de Gemeente worden gebruikt.

De Schrift wijst echter een andere weg.

Niet zoeken naar een tweede ervaring.

Niet jagen op spectaculaire manifestaties.

Niet twijfelen of er misschien nog iets ontbreekt.

Maar rusten in Christus, Die alles heeft volbracht, en weten dat iedere gelovige vanaf het moment van geloof volledig deel heeft aan de Heilige Geest.

Van daaruit mag hij groeien in heiliging, gehoorzaamheid en een leven dat steeds meer onder de leiding van de Geest staat.

 

“Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.” (Romeinen 11:36, STV)

lees ook:

Waarom Handelingen geen blauwdruk is voor de gemeente vandaag – Bijbelse basis

Geverifieerd door MonsterInsights