Hersenloos gebrabbel?
Naar aanleiding van een video van evangeliseer.nl
In een aantal kerken en conferenties wordt vandaag de dag een boodschap verkondigd die voor velen aantrekkelijk klinkt. Men zegt dat iedere gelovige kan – of zelfs moet – spreken in tongen. Wie dat niet doet, ‘zou niet volledig vervuld zijn met de Heilige Geest.’ Sommigen gaan nog verder en stellen dat tongentaal het bewijs is dat iemand werkelijk de Geest heeft ontvangen.
Dat klinkt opppervlakkig gezien indrukwekkend en geestelijk. Maar de vraag die elke christen zich moet stellen is eenvoudig: staat dit in de Bijbel?
Wanneer we de Schrift zorgvuldig lezen, blijkt dat de moderne leer over tongentaal vaak meer gebaseerd is op eigen ervaring dan op exegese.

Wat gebeurde er werkelijk op Pinksteren?
De eerste keer dat tongentaal in het Nieuwe Testament voorkomt, is op Pinksteren.
“En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.”
(Handelingen 2:4 STV)
Wat voor talen waren dat?
De tekst laat daar geen enkele twijfel over bestaan.
“En hoe horen wij hen een iegelijk in onze eigen taal, in welke wij geboren zijn?”
(Handelingen 2:8 STV)
Het ging dus niet om mystieke klanken of extatische geluiden. Het ging om echte, herkenbare talen van volken.
De omstanders zeggen:
“Wij horen hen in onze talen de grote werken Gods spreken.”
(Handelingen 2:11 STV)
De gave van tongen was dus een bovennatuurlijk vermogen om echte talen te spreken die men nooit geleerd had.
Tongentaal was een teken
Paulus legt het doel van tongentaal expliciet uit.
“Zo dan, de talen zijn tot een teken, niet dengenen die geloven, maar den ongelovigen.”
(1 Korinthe 14:22 STV)
Tongentaal was dus geen geestelijk statussymbool voor gelovigen.
Het was een teken voor ongelovigen.
Dat zien we ook op Pinksteren: Joden uit vele volken horen het evangelie in hun eigen taal.
Niet iedereen heeft dezelfde gave
Vandaag wordt vaak geleerd dat iedere christen in tongen moet spreken. Maar Paulus zegt precies het tegenovergestelde.
“Hebben zij allen gaven der genezingen? Spreken zij allen met talen? Zijn zij allen uitleggers?”
(1 Korinthe 12:30 STV)
De vraag is retorisch. Het antwoord is duidelijk: nee.
De Geest deelt gaven uit zoals Hij wil. Niet iedereen ontvangt dezelfde gave.
Orde in de gemeente
Een ander probleem is de chaos die vaak ontstaat wanneer grote groepen mensen tegelijk in klanktaal spreken. Paulus geeft juist duidelijke grenzen.
“En indien iemand een vreemde taal spreekt, dat het door twee, of ten hoogste drie geschiede, en dat beurtelings; en dat één het uitlegge.”
(1 Korinthe 14:27 STV)
En wanneer er geen uitlegger is:
“Maar indien er geen uitlegger is, dat hij zwijge in de Gemeente; maar dat hij tot zichzelf spreke en tot God.”
(1 Korinthe 14:28 STV)
Paulus sluit af met een fundamenteel principe.
“Want God is geen God der verwarring, maar des vredes.”
(1 Korinthe 14:33 STV)
Wanneer honderden mensen tegelijk onverstaanbare klanken produceren, is dat dus moeilijk te rijmen met deze instructie.
De Heilige Geest ontvang je door geloof
Sommige predikers verbinden tongentaal met de ontvangst van de Heilige Geest. Maar de Bijbel leert iets anders.
“In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte.”
(Efeze 1:13 STV)
De volgorde is duidelijk:
Evangelie → geloof → verzegeling met de Geest.
Niet:
geloof → conferentie → tongentaal.
| Onderwerp | Bijbelse tongentaal | Moderne klanktaal |
|---|---|---|
| Wat het is | Een echte menselijke taal | Onverstaanbare klanken |
| Voorbeeld | “Wij horen hen in onze talen de grote werken Gods spreken.” (Handelingen 2:11 STV) | Herhalende klanken zoals “ra-ba-sha-la” |
| Wie het verstaat | Mensen uit andere volken | Niemand |
| Doel | Een teken voor ongelovigen | ‘Persoonlijke gebedstaal’ |
| Schrift | “Zo dan, de talen zijn tot een teken, niet dengenen die geloven, maar den ongelovigen.” (1 Korinthe 14:22 STV) | Vaak gebaseerd op ervaring |
| Voor wie | Niet voor iedereen | Vaak geleerd dat iedereen het moet hebben |
| Schrift | “Spreken zij allen met talen?” (1 Korinthe 12:30 STV) | Vaak gepresenteerd als bewijs van de Geest |
| Orde in de gemeente | Maximaal 2 of 3, met uitleg | Vaak massaal en tegelijk |
| Schrift | “Dat het door twee, of ten hoogste drie geschiede… en dat één het uitlegge.” (1 Korinthe 14:27 STV) | Uitleg ontbreekt meestal, men ratelt maar |
| Ontstaan | Direct door de Geest | Aangeleerd of ‘on the spot’ gedaan |
| Schrift | “Zoals de Geest hun gaf uit te spreken.” (Handelingen 2:4 STV) | vaak door training of seminars |
Romeinen 8 wordt dan verkeerd gelezen
Een veelgebruikte tekst is Romeinen 8.
“Maar de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen.”
(Romeinen 8:26 STV)
Sommigen zeggen dat dit verwijst naar tongentaal.
Maar de tekst zegt juist dat de Geest voor ons bidt, niet dat Hij door ons spreekt.
Bovendien zijn het onuitsprekelijke zuchtingen. Ze kunnen dus juist niet worden uitgesproken.
NIet overstaanbaar gebrabbel dus.

De mythe van de engelentaal
Sommigen verwijzen dan naar 1 Korinthe 13.
“Al ware het dat ik de talen der mensen en der engelen sprak, en de liefde niet had…”
(1 Korinthe 13:1 STV)
Maar Paulus gebruikt hier een retorische overdrijving. In hetzelfde gedeelte noemt hij ook:
- alle kennis bezitten
- bergen verzetten
- zijn lichaam laten verbranden
Het zijn voorbeelden om een punt te maken over liefde. Het bewijs voor een mystieke engelentaal ontbreekt.
De grootste geestelijke schade
- De grootste schade ontstaat wanneer mensen wordt geleerd dat zij zonder tongentaal de Heilige Geest niet hebben.
Maar de Schrift zegt:
“Indien iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe.”
(Romeinen 8:9 STV)
De vraag is dus niet:
spreek je in tongen?
De vraag is:
heb je Christus ontvangen door het geloof?
De Bijbel blijft de maatstaf
In elke tijd moet de gemeente zichzelf toetsen aan de Schrift.
“En hebt geen gemeenschap met de onvruchtbare werken der duisternis, maar bestraft ze ook.”
(Efeze 5:11 STV)
En Paulus zegt:
“Predik het woord; houd aan, tijdelijk of ontijdelijk; wederleg, bestraf, vermaan.”
(2 Timotheüs 4:2 STV)
De toets blijft altijd dezelfde:
niet ervaring
niet emotie
niet spektakel
maar het Woord van God.
lees ook:
extern:
https://www.gotquestions.org/Nederlands/klanktaal-bidden.html/
