Jesaja 28:11, andere tongen en de Naam van Jezus

Jesaja 28:11, andere tongen en de Naam van Jezus

Profetie, taal en leerstellige consequenties

Een vraag die zelden expliciet wordt gesteld, maar des te meer gewicht draagt, is deze:

Waarom is het Nieuwe Testament niet in het Hebreeuws geschreven, maar in het koine Grieks?

Het gebruikelijke antwoord luidt: “omdat Grieks de wereldtaal was.” Dat is historisch correct — maar leerstellig onvoldoende. Wie Schrift met Schrift vergelijkt, stuit onvermijdelijk op Jesaja 28:11, een tekst die door de apostel Paulus zelf wordt aangehaald en toegepast. Die tekst blijkt niet slechts een losse waarschuwing, maar een profetisch principe dat diep ingrijpt in de overgang van het Oude naar het Nieuwe Testament.

De profetie van Jesaja 28:11

“Want door belachelijke lippen en door een andere tong zal Hij tot dit volk spreken.” (STV)

De context van Jesaja 28 is scherp en confronterend. Israël, met name de leiders,  weigert te luisteren naar Gods duidelijke, herhaalde onderwijzing. Zij bespotten het Woord als kinderachtig en simplistisch.

Gods antwoord is indringend: als jullie Mijn verstaanbare taal verwerpen, dan zal Ik tot jullie spreken in een taal die jullie níét verstaan.

Historisch wijst dit op buitenlandse overheersers, maar leerstellig wordt hier een principe vastgelegd:

Het spreken van God in een andere taal is een teken van oordeel over ongeloof

Paulus bevestigt de profetische lijn

Paulus haalt deze tekst expliciet aan in 1 Korinthe 14:21 en noemt haar zelfs “de wet”. Zijn conclusie is helder: vreemde talen zijn een teken voor ongelovigen, in de eerste plaats voor Israël.

Hiermee maakt Paulus duidelijk dat taal in de heilsgeschiedenis geen neutraal gegeven is. Het hoe van Gods spreken draagt betekenis, niet alleen het wat.

Van Hebreeuws naar andere tongen

In het Oude Testament spreekt God primair:

  • via Hebreeuwse profeten
  • tot één verbondsvolk
  • binnen een nationale bedding

In het Nieuwe Testament verandert dit zichtbaar:

  • Pinksteren gaat gepaard met meerdere talen
  • de prediking richt zich op de volken
  • de Schrift wordt vastgelegd in koine Grieks

Dit is geen toeval, maar een uitwerking van Jesaja 28. God spreekt nog steeds, maar niet langer uitsluitend Hebreeuws.

De Septuaginta als schakel

Eeuwen vóór Christus bestond al de Griekse vertaling van het Oude Testament: de Septuaginta. Feitelijk betekent dit:

  • Gods Woord functioneerde al buiten het Hebreeuws
  • de apostelen citeren het Oude Testament meestal in Griekse vorm
  • Grieks was al een drager van openbaring

God had Zijn Woord dus al losgemaakt van één exclusieve taal, nog vóór het Nieuwe Testament werd geschreven.

Oordeel én Genade in één beweging

Wat in Jesaja 28 oordeel is voor een ongehoorzaam Israël, wordt in het Nieuwe Testament tegelijk genade voor de volken. Dezelfde ‘andere tongen’ die oordeel aankondigen, openen nu het heil wereldwijd.

Paulus verwoordt dit scherp in Romeinen 11: door Israëls val is het heil naar de heidenen gekomen. Het Grieks van het Nieuwe Testament belichaamt deze verschuiving.

De Naam van Jezus en de kwestie ‘Yeshua’

In dit licht is ook de hedendaagse neiging om consequent over “Yeshua” te spreken leerstellig en historisch problematisch.

Het Nieuwe Testament is geschreven in het Grieks en gebruikt consequent de naam Ἰησοῦς (Iēsous). Dat is geen hellenisering uit onwetendheid, maar een bewuste en geïnspireerde keuze. De apostelen — Joden — hadden geen enkele moeite om de Messias met zijn Griekse naamvorm aan te duiden.

De redenering dat alleen “Yeshua” authentiek zou zijn, miskent:

  • dat God Zelf ervoor koos Zijn Zoon in een Griekstalig corpus te laten verkondigen
  • dat de naam Iēsous rechtstreeks is afgeleid van de Hebreeuwse naam, maar aangepast aan de ontvangende taal
  • dat taalverandering geen geestelijk verlies impliceert

Sterker nog: het vasthouden aan een exclusief Hebreeuwse naam/taal staat haaks op het principe van Jesaja 28. God spreekt juist in andere tongen — ook als het om de Naam gaat.

De Nederlandse naam Jezus (via Latijn Iesus) is daarom geen verbastering, maar een legitieme voortzetting van dezelfde beweging: verstaanbaarheid voor de hoorders.

Geen ‘heilige taal’, maar een heilig Woord

De Schrift leert nergens dat één taal heiliger zou zijn dan een andere. Integendeel:

  • gehoorzaamheid gaat boven taalvorm
  • verstaanbaarheid is een goddelijk principe
  • God past Zijn spreken aan aan Zijn doel

Het Nieuwe Testament in het Grieks — inclusief de Naam Iēsous — is geen concessie aan de cultuur, maar een leerstellig signaal: God spreekt nu tot de wereld.

Conclusie

Jesaja 28:11 vormt een profetische sleutel tot:

  • Pinksteren
  • de heidenzending
  • het Grieks van het Nieuwe Testament
  • én de naamgeving van Jezus

Dat het Nieuwe Testament niet in het Hebreeuws is geschreven, en dat de Messias daarin Iēsous heet, is allesbehalve toeval. Het is oordeel over ongeloof, genade voor de volken en een bevestiging dat God niet gebonden is aan één taal — ook niet aan één naamvorm.

Zoals Jesaja voorzegde: God zou spreken door andere tongen.

De noodzaak van een betrouwbare en begrijpelijke Bijbel

Bijbelvertalingen moeten aan twee essentiële eisen voldoen: betrouwbaarheid en
begrijpelijkheid. De tekst moet trouw blijven aan de oorspronkelijke brontalen
(Hebreeuws, Grieks en Aramees) en tegelijkertijd begrijpelijk zijn voor hedendaagse
lezers. Dit blijft een uitdaging, omdat taal in ontwikkeling is.

Taalontwikkeling

Een belangrijke reden waarom de Bijbel steeds opnieuw vertaald moet worden, is de
evolutie van taal. Een sterk voorbeeld is dat van Abraham Kuyper, die klassiek Grieks sprak
en dacht daarmee een toespraak te kunnen houden in Athene. Maar de aanwezige
Grieken begrepen hem niet, omdat de kloof tussen klassiek Grieks en modern Grieks te
groot is. Ditzelfde principe geldt voor oude Bijbelvertalingen: na verloop van tijd raken ze
verouderd en minder begrijpelijk.
De Bijbel moet in de eigen taal toegankelijk zijn, zodat gelovigen de woorden van God
direct kunnen begrijpen. De Reformatie speelde hierin een cruciale rol. De Katholieke
Kerk hield eeuwenlang vast aan de Latijnse Vulgaat, waardoor veel mensen de Bijbel
niet konden lezen. Reformatoren pleitten voor vertalingen in de volkstaal, zodat
iedereen zelf de Schrift kon bestuderen.

Grieks

Al in de derde eeuw voor Christus werd het Oude Testament in het Grieks vertaald,
bekend als de Septuaginta. Dit gebeurde omdat veel Joden in Alexandrië geen
Hebreeuws meer spraken. Grieks was in die tijd de wereldtaal, net zoals Engels dat nu
is.

De Statenvertaling en eerdere vertalingen

Voor de Reformatie bestonden er al Bijbelvertalingen, zoals de Delftse Bijbel (15e
eeuw). Deze was echter niet vertaald uit de oorspronkelijke talen, maar uit het Latijn. De
reformatoren benadrukten dat vertalingen direct uit de brontalen moesten komen.
Maarten Luther vertaalde de Bijbel in het Duits, en later ontstond de Statenvertaling in
Nederland.
De Statenvertaling was internationaal gezien een late vertaling. Tijdens de Synode van
Dordrecht (1618-1619) werd besloten dat Nederland ook een Bijbelvertaling nodig had
die direct uit de toen beschikbare bronteksten kwam. De Statenvertaling verscheen
uiteindelijk in 1637 en werd dé standaardvertaling voor reformatorische kerken.
Om de vertaling zo betrouwbaar mogelijk te maken, moesten de vertalers:
De oorspronkelijke talen zo nauwkeurig mogelijk vertalen.
Vergelijkingen maken met andere Europese vertalingen (zoals de Franse, Duitse en
Engelse King James Version).
Zoveel mogelijk de stijl en woordvolgorde van de oorspronkelijke tekst behouden.

Problemen bij vertalen: woordbetekenissen en interpretatie

Bij het vertalen gaan er altijd nuances verloren. Sommige woorden hebben meerdere betekenissen.
Het Hebreeuwse woord “eretz” betekent bijvoorbeeld zowel “land” als
“aarde”, afhankelijk van de context. Hierdoor kunnen vertalers soms verschillende
keuzes maken.
Sommige teksten kunnen op meerdere manieren worden gelezen. Bijvoorbeeld:
“De Here deed dagelijks toe tot de gemeente, die zalig worden.”
“De Here deed dagelijks die zalig werden, toe tot de gemeente.”
De plaatsing van de komma verandert hier de betekenis van de zin. Dit laat zien dat
vertalen meer is dan alleen woord voor woord omzetten; interpretatie speelt ook een
rol.

Taalverandering en de noodzaak van modernisering

Sinds de 17e eeuw is de Statenvertaling meerdere keren aangepast om de taal
begrijpelijk te houden. In de 19e eeuw werd bijvoorbeeld “wijf” vervangen door “vrouw”,
omdat “wijf” een scheldwoord werd. Andere woorden die inmiddels verouderd zijn:
“Maagschap” → “familie”
“Betrachten” → “vertellen”
“Vreze des Heren” → “eerbied voor de Heer”
Nederlandse taalverandering gaat sneller dan in Vlaanderen. In België worden woorden
als “wenend” en “bekommerd” nog gebruikt, terwijl ze in Nederland verouderd zijn.
Sommige mensen hebben moeite met aanpassingen in de Bijbeltekst, omdat ze
gewend zijn aan de oude formuleringen. Een oudere generatie zal “Ga uit uw
maagschap” natuurlijker vinden dan “Verlaat uw familiekring”. Maar als te veel woorden
onbegrijpelijk worden, verliest de Bijbel zijn doel.

Het belang van begrijpelijke taal

Een Bijbelvertaling moet niet alleen correct, maar ook leesbaar zijn. Sommige mensen
denken dat de Bijbel moeilijk moet zijn, omdat de boodschap geestelijk is. Maar begrip
van de woorden is iets anders dan het begrijpen van de boodschap. Iemand kan de
Bijbel in het Hebreeuws lezen en toch de kern van het geloof missen.
Erasmus was een briljante taalkundige, maar Luther verweet hem dat hij de diepste
betekenis van de Bijbel niet begreep. Het intellectueel begrijpen van een tekst is dus
niet genoeg; de Bijbel moet het hart raken. Maar dit betekent niet dat de tekst
onbegrijpelijk mag zijn.
Om de Bijbel voor iedereen toegankelijk te houden, moeten vertalingen regelmatig
worden herzien. Een te oude vertaling kan ervoor zorgen dat mensen afhaken omdat ze
de taal niet meer begrijpen. Dit is vergelijkbaar met het verschil tussen oud Engels en
modern Engels – de tekst kan te ver afstaan van het hedendaagse taalgebruik.

Evenwicht tussen trouw en toegankelijkheid

Bijbelvertalingen moeten balanceren tussen trouw aan de brontekst en begrijpelijkheid
voor de lezer. De Statenvertaling is een meesterwerk, maar de taal van de 17e eeuw is
niet meer voor iedereen toegankelijk. Vernieuwingen in de vertaling zijn nodig om de
Bijbel voor nieuwe generaties leesbaar te houden, zonder de kernboodschap te
veranderen.
Elke aanpassing zal weerstand oproepen, maar taal verandert nu eenmaal. Het doel
blijft dat iedereen de woorden van God kan begrijpen en ervaren, in een taal die aansluit
bij het dagelijks leven.

De claim dat de King James Version “de meest betrouwbare Bijbel is” nader bekeken #slot

Gail Riplinger valse beschuldigingen

Vorige deel De claim dat de King James Version “de meest betrouwbare Bijbel is” nader bekeken #5

Een van de meest invloedrijke personen binnen de KJV-only beweging is Gail Riplinger, auteur van o.a. New Age Bible Versions (1993).

Riplinger beweert dat moderne vertalingen satanisch zijn en een “New Age-agenda” promoten.

Echter, haar boek bevat veel fouten, misleidende citaten en foutieve redeneringen.

Bijvoorbeeld:

  1. Ze citeert mensen uit hun context en verdraait wat ze echt bedoelen.
  2. Ze verwart B.F. Westcott (de Bijbelgeleerde) met W.W. Westcott (een occultist uit een latere periode).
  3. Ze claimt dat de KJV de “eenvoudigste” Bijbel is volgens leesbaarheidsonderzoeken, terwijl in werkelijkheid de taal van de KJV verouderd en moeilijk te begrijpen is.

Geleerden uit verschillende christelijke stromingen hebben haar werk volledig ontkracht. Dr. James White, een Calvinsitische  Bijbelgeleerde en auteur van The King James Only Controversy, noemt Riplingers werk:

“Het meest slordige en oneerlijke boek over tekstkritiek dat ooit is geschreven.”

Valse beschuldigingen tegen nieuwe vertalingen

Sommige KJV-only aanhangers beweren dat nieuwe vertalingen doctrines zoals de goddelijkheid van Christus verzwakken. Maar dit is niet waar.

Voorbeelden van waar de KJV juist zwakker is dan moderne vertalingen:

  1. Titus 2:13
    • KJV: “…the great God and our Saviour Jesus Christ.”
    • NIV: “…our great God and Savior, Jesus Christ.” (Correcte grammaticale constructie)

→ De KJV maakt het mogelijk om “God” en “Jezus” als twee afzonderlijke figuren te zien, terwijl moderne vertalingen duidelijker maken dat Jezus “onze grote God en Redder” is.

  1. 2 Petrus 1:1
    • KJV: “…the righteousness of God and our Saviour Jesus Christ.”
    • NIV: “…the righteousness of our God and Saviour Jesus Christ.”

→ De KJV maakt onderscheid tussen “God” en “Jezus”, terwijl de moderne vertalingen duidelijk bevestigen dat Jezus zowel God als Redder is.

  1. Romeinen 9:5
    • KJV: “…Christ came, who is over all, God blessed forever.”
    • NIV: “…Christ, who is God over all, forever praised!”

→ De KJV maakt het onduidelijk of Jezus hier God wordt genoemd, terwijl de moderne vertaling dit sterker benadrukt.

Dit laat zien dat moderne vertalingen de goddelijkheid van Christus juist duidelijker maken dan de KJV.

Goede en slechte Bijbelvertalingen

Er zijn veel goede en betrouwbare Bijbelvertalingen, maar er zijn ook slechte en misleidende versies.

Goede vertalingen:

+English Standard Version (ESV) – Betrouwbare en nauwkeurige weergave van de oorspronkelijke tekst.
+New International Version (NIV) – Een evenwichtige vertaling, leesbaar en accuraat.
+New American Standard Bible (NASB) – Zeer nauwkeurig, vooral voor diepgaande studie.
+New King James Version (NKJV) – Een modernere versie van de KJV met verbeterde leesbaarheid.

Slechte of misleidende vertalingen:

-The Message (MSG) – Geen vertaling, maar een vrije parafrase met theologische aanpassingen.

-The Clear Word (CWB) – Een Adventistische parafrase die extra woorden toevoegt aan de tekst.

-New World Translation (NWT, Jehovah’s Getuigen) – Een sektarische vertaling die bewust teksten verdraait om de leer van de Jehovah’s Getuigen te ondersteunen.

De NIV, ESV en NASB zijn betrouwbaarder dan de KJV, omdat ze gebruikmaken van de beste beschikbare manuscripten.

Lessen uit de geschiedenis

Sommige KJV-only aanhangers zeggen dat alleen de KJV herleving en opwekking heeft gebracht, maar dit is historisch gezien niet waar.

  • Veel ketterijen en valse leringen ontstonden toen de KJV dominant was, zoals de Mormonen, de Jehovah’s Getuigen en extreme charismatische bewegingen.
  • Charles Spurgeon, de “Prins der Predikers”, waarschuwde in de 19e eeuw al tegen de “downgrade” in geloofsopvattingen, ondanks het feit dat de KJV wijdverbreid werd gebruikt.
  • De Reformatie vond plaats vóór de KJV, toen de Bijbel in het Latijn en vroege Engelse vertalingen beschikbaar was.

Dit toont aan dat herleving niet afhangt van één bepaalde vertaling, maar van gehoorzaamheid aan Gods Woord in welke betrouwbare vertaling dan ook.

Tot slot

  1. De KJV is een belangrijke historische vertaling, maar bevat fouten en onnauwkeurigheden.
  2. De Textus Receptus is niet de beste Griekse tekst, want er zijn oudere en betere manuscripten beschikbaar.
  3. Westcott en Hort waren geen ketters, maar betrouwbare tekstgeleerden.
  4. Gail Riplinger en andere KJV-only aanhangers verspreiden onjuiste informatie.
  5. Moderne vertalingen zoals de NIV, ESV en NASB zijn accuraat en betrouwbaar.
  6. De keuze voor een Bijbelvertaling zou moeten afhangen van nauwkeurigheid en leesbaarheid, niet van traditie.

“De beste Bijbel is degene die je leest en begrijpt!”

Geverifieerd door MonsterInsights