Stierf de Here Jezus Christus voor alle mensen?

Stierf de Here Jezus Christus voor alle mensen?

Algehele verzoening – afdoende en voldoende voor de hele mensheid

De vraag of de Here Jezus Christus voor alle mensen gestorven is, raakt het hart van het evangelie. Het gaat hier niet om een scholastische discussie, maar om de aard van Gods liefde, de omvang van het Verlossingswerk en de oprechtheid van de evangelieverkondiging.

Deze leer wordt vaak aangeduid als algehele verzoening. Die term vraagt om zorgvuldige uitleg. Deze betekent niet dat alle mensen automatisch behouden worden. Zij betekent wél dat het offer van Christus afdoende is voor de gehele mensheid.

Ik kijk hiernaar aan de hand van de Schrift (STV).

De duidelijke uitspraken van de Schrift

Gods liefde geldt voor de wereld

“Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.” (Johannes 3:16 STV)

Het object van Gods liefde is “de wereld”. Niet slechts een beperkte groep., zoals ‘de uitverkorenen’. De toepassing ligt vervolgens bij “een iegelijk, die in Hem gelooft”.

De voorziening is universeel.
De toepassing is persoonlijk.

‘Allen’ volgens de Dikke van Dale uitg. 1976

Christus stierf voor allen

“Want de liefde van Christus dringt ons; als die dit oordelen, dat indien Eén voor allen gestorven is, zo zijn zij allen gestorven.” (2 Korinthe 5:14 STV)

“En Hij is voor allen gestorven, opdat degenen, die leven, niet meer zichzelven zouden leven, maar Dien, Die voor hen gestorven en opgewekt is.” (2 Korinthe 5:15 STV)

Paulus gebruikt zonder terughoudendheid het woord “allen”. De lezing is inclusief. Insluitend dus.

Een verzoening voor de gehele wereld

“En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele wereld.” (1 Johannes 2:2 STV)

Johannes maakt hier expliciet onderscheid tussen “onze zonden” en “de gehele wereld”. Indien “de gehele wereld” slechts de uitverkorenen zou betekenen, verliest de tegenstelling haar betekenis.

Hij smaakte de dood voor allen

“Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, Die een weinig minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de genade Gods voor allen den dood smaken zou.” (Hebreeën 2:9 STV)

De tekst zelf geeft geen enkele aanwijzing voor een beperking.

Een rantsoen voor allen

“Welke wil, dat alle mensen zalig worden, en tot kennis der waarheid komen.” (1 Timotheüs 2:4 STV)

“Die Zichzelven gegeven heeft tot een rantsoen voor allen, zijnde de getuigenis te zijner tijd.” (1 Timotheüs 2:6 STV)

Gods heilswil en Christus’ zelfgave worden beide in universele termen beschreven.

Wat algehele verzoening betekent

Algehele verzoening houdt in:

het offer is voldoende voor alle mensen

het offer is niet beperkt in waarde

het evangelie kan oprecht aan allen worden aangeboden

Het betekent niet dat iedereen automatisch gered wordt.

Wat algehele verzoening niet betekent

De Schrift leert duidelijk dat niet allen behouden worden.

“Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van God.” (Johannes 3:18 STV)

“En dezen zullen gaan in de eeuwige pijn; maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven.” (Mattheüs 25:46 STV)

Er is een reële scheiding tussen geloof en ongeloof.

Het Verlossingswerk is afdoende voor allen.
Het wordt toegepast op wie gelooft.

 

Romeinen 5 – de parallel met Adam

“Daarom, gelijk door één mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood; en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben.” (Romeinen 5:12 STV)

“Want gelijk door de ongehoorzaamheid van dien enen mens velen tot zondaars gesteld zijn geworden, alzo zullen ook door de gehoorzaamheid van Eén velen tot rechtvaardigen gesteld worden.” (Romeinen 5:19 STV)

De werking van Adam strekte zich uit tot allen. Het werk van Christus is minstens zo ruim in grondslag, hoewel de toepassing plaatsvindt door geloof.

De oprechtheid van de evangelieverkondiging

Paulus schrijft:

“Zo zijn wij dan gezanten van Christus’ wege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christus’ wege: Laat u met God verzoenen.” (2 Korinthe 5:20 STV)

Dit appel kan alleen oprecht tot ieder mens klinken wanneer er werkelijk een verzoeningsgrond voor allen is gelegd.

De Schrift leert helder:

Christus stierf voor alle mensen.
Zijn offer is afdoende/ voldoende voor de gehele mensheid.
Het wordt effectief toegepast op wie gelooft.

Zo blijven twee Bijbelse lijnen onaangetast:

Gods Genade is rijk en universeel in voorziening. Het wordt aangeboden aan iedereen.
De redding is persoonlijk en alleen door geloof.

Daarom kan het Evangelie zonder voorbehoud gepredikt worden aan ieder mens.

En ieder mens staat voor dezelfde vraag:

Gelooft u dit?

Statenvertaling of BasisBijbel? Waarom herken je het vers niet meer?

Statenvertaling of BasisBijbel? Waarom herken je het vers niet meer?

Waarom 2 Thessalonicenzen 3:5 zo verschillend klinkt

Soms hoor je dat de Statenvertaling moeilijk is en dat ‘een eenvoudigere vertaling, zoals de BasisBijbel, duidelijker zou zijn’. Maar wanneer je een concreet vers vergelijkt, kan het gebeuren dat je het nauwelijks nog herkent.

Dat gevoel is bij 2 Thessalonicenzen 3:5 heel begrijpelijk.

Laten we eerst lezen wat er staat:

“En de Heere richte uw harten tot de liefde Gods, en tot de lijdzaamheid van Christus.” (2 Thessalonicenzen 3:5 STV)

”Laat je door de Heer helpen om van Hem te houden en om net zo vast te houden aan het geloof als Christus.” (2 Thessalonicenzen 3:5 Basisbijbel)

Een korte zin. Maar grammaticaal en theologisch rijk.

Wat staat er werkelijk in het Grieks?

De Griekse tekst luidt:

Ho de kurios kateuthunai humōn tas kardias
eis tēn agapēn tou theou
kai eis tēn hupomonēn tou Christou

Letterlijk:

Dat de Heere uw harten richte
tot de liefde van God
en tot de volharding van Christus.

Hier vallen direct drie dingen op.

Paulus bidt
Het werkwoord “kateuthunai” staat in een wensvorm. Dit is geen opdracht aan gelovigen, maar een gebed. Paulus vraagt dat de Heere Zelf iets doet in hun binnenste.

Het gaat om het hart
Niet om gedrag, niet om prestatie, maar om innerlijke gerichtheid.

Er staan twee genitiefconstructies
“de liefde van God”
“de volharding van Christus”

En juist daar zit het spanningsveld.

De openheid van de genitief

In het Grieks kan “van God” twee kanten op betekenen:

de liefde die God heeft
of
de liefde tot God

Beide zijn grammaticaal mogelijk.

Hetzelfde geldt voor “de volharding van Christus”:

de volharding die Christus Zelf heeft
of
de volharding die gericht is op Christus (het volhardend uitzien naar Hem)

De Statenvertaling vertaalt letterlijk en laat die meerlagigheid staan:

“de liefde Gods”
“de lijdzaamheid van Christus”

Zij maakt geen uitlegkundige keuze.

Veel moderne, vereenvoudigde vertalingen doen dat wel. Zij kiezen bijvoorbeeld voor:

“liefde voor God”
“geduldig zijn zoals Christus”

Maar die keuzes staan niet expliciet in de tekst. Ze zijn interpretatief.

Wat verschuift er inhoudelijk?

Wanneer je vertaalt:

“dat jullie leren om van God te houden en geduldig te zijn zoals Jezus”

dan verandert het accent.

De nadruk verschuift:

van Gods werk in het hart
naar menselijke navolging
van gebed
naar morele aansporing

Paulus bidt hier niet dat de Thessalonicenzen hun best doen.
Hij bidt dat de Heere hun hart richt.

Dat is wezenlijk anders.

Waarom herken je het vers niet meer?

Omdat in een parafraserende vertaling:

de grammaticale openheid wordt ingevuld
de dubbelzinnigheid wordt opgelost
de theologische breedte wordt versmald
het gebedskarakter soms minder scherp doorklinkt

Wat in de grondtekst compact en rijk is, wordt dan uitleggerig en eenduidig.

En dat voelt anders, omdat het ook anders ís.

De diepere kracht van het vers

Paulus bidt dat de Heere hun hart richt:

tot Gods liefde
tot Christus’ volharding

Dat kan betekenen:

leven vanuit Gods liefde
rusten in Gods liefde
volharden zoals Christus
volhardend uitzien naar Christus

De kracht zit in de beknoptheid.

De Statenvertaling bewaart die spanning.
Zij vertaalt wat er staat.
Zij legt niet uit wat er volgens de vertaler bedoeld wordt.

Een eerlijke conclusie

Het verschil tussen de Statenvertaling en een eenvoudigere vertaling is niet alleen taalniveau. Het is een verschil in benadering.

De ene vertaalt zo letterlijk mogelijk en laat theologische diepte staan.
De andere probeert begrijpelijk te maken en moet daarbij keuzes maken.

En zodra er gekozen wordt, wordt er ook geïnterpreteerd.

Wie 2 Thessalonicenzen 3:5 zorgvuldig leest, ontdekt dat het geen oproep is tot harder je best doen, maar een gebed om innerlijke leiding door de Heere.

En dat is precies wat in een letterlijke vertaling helder overeind blijft.

 

Waarom we spreken van de Here Jezus Christus, en niet simpelweg van “Jezus”

Waarom we spreken van de Here Jezus Christus, en niet simpelweg van “Jezus”

In gesprekken hoor je het: “Jezus dit” en “Jezus dat.”
Soms oprecht bedoeld. Soms bijna terloops. Soms zelfs achteloos.

Het komt zelfs ook voor dat Hij benaderd wordt als een  soort butler die geacht wordt in actie te komen op commando.

Maar waarom spreken gelovigen traditioneel van de Here Jezus Christus?
Is dat ouderwets taalgebruik? Vrome gewoonte? Of zit er iets diepers achter?

De Schrift zelf geeft het antwoord.

De naam Jezus — Zijn vernedering

De naam Jezus is de naam van Zijn menswording.

“En zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.” (Mattheüs 1:21 STV)

Dat is de naam die Hij ontving bij Zijn geboorte.
De naam van de Mens geworden Zoon.
De naam verbonden aan Bethlehem, Nazareth, Galilea en Golgotha.

In de Evangeliën lezen we hoe mensen “Jezus volgden”. Zij liepen letterlijk achter Hem aan. Zij zagen Hem, hoorden Hem, raakten Hem aan.

Maar de Schrift blijft daar niet bij staan.

Christus — Zijn goddelijke aanstelling

“Christus” betekent: de Gezalfde.
Het is de Griekse vertaling van “Messias”.

“Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods.” (Mattheüs 16:16 STV)

Christus is dus géén achternaam. Het is een titel.
Het spreekt van Zijn ambt. Zijn goddelijke roeping. Zijn zalving door de Vader.

Als Christus is Hij:

– Profeet
– Priester
– Koning

Wanneer wij Hem “Christus” noemen, belijden wij dat Hij de door God gezonden Verlosser is.

Dat is méér dan alleen de historische Jezus.

Here — Zijn verhoging

Na kruis en opstanding is Hij niet slechts Jezus van Nazareth.

“Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israëls, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk dezen Jezus, Dien gij gekruist hebt.” (Handelingen 2:36 STV)

Hier klinkt iets beslissends.

God heeft Hem tot Heere gemaakt.

Heere betekent: Soevereine, Meester, Eigenaar.
Het Griekse Kurios werd gebruikt voor absolute heerschappij.

Daarom schrijft Paulus:

“Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is.” (Filippenzen 2:9 STV)

En verder:

“Opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn.” (Filippenzen 2:10 STV)

Wij spreken dus niet meer slechts over de vernederde Jezus.
Wij spreken over de verhoogde Heere.

Waarom dat verschil, zeker vandaag, relevant is

In onze tijd is “Jezus” soms gereduceerd tot een vriendelijke spirituele figuur.
Een inspirerend voorbeeld.
Een zachte rabbi.
Een moreel kompas.

Maar de Bijbel presenteert Hem als veel meer.

Wanneer de apostelen hun brieven openen, schrijven zij niet achteloos.

“Genade zij u en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.” (Romeinen 1:7 STV)

Dat is geen stijlvorm. Dat is belijdenis.

Elke keer dat zij die volle naam gebruiken, erkennen zij:

– Zijn menswording
– Zijn Messiaanse zending
– Zijn koninklijke heerschappij

Het gaat niet om vrome formaliteit

Dit is geen taalpolitie.
Het is geen wettische regel.

Het gaat om erkenning.

Wie Hij is, bepaalt hoe wij Hem noemen.

Wanneer wij spreken van de Here Jezus Christus, doen wij precies wat de Schrift doet: wij belijden Hem in de volheid van Zijn Persoon en werk.

Niet kleiner dan Hij is.
Niet oppervlakkiger dan de apostelen deden.
Niet vertrouwelijker dan gepast is.

Eerbied begint in taal

Taal vormt denken.
Denken vormt geloofsbeleving.

Wie achteloos spreekt, denkt vaak ook achteloos.
Wie belijdend spreekt, houdt zijn hart bij de waarheid.

Hij is Jezus — de Mens geworden Zoon.
Hij is Christus — de Gezalfde van God.
Hij is de Here — verhoogd boven alle naam.

En daarom spreken wij niet simpelweg over “Jezus”.

Daarom: Here Jezus Christus.

lees ook:

Jezus volgen of Christus volgen; geen woordspel, maar een fundament

De Naam die men liever niet noemt

Jezus volgen of Christus volgen; geen woordspel, maar een fundament

Jezus volgen of Christus volgen; geen woordspel, maar een fundament

“Ik wil Jezus volgen.”
“Wij volgen Christus.”

Deze woorden klinken vertrouwd. Ze worden gezongen, gebeden en gepreekt. Maar wat bedoelen we er werkelijk mee? Is het slechts een andere formulering voor hetzelfde? Of zit er een Bijbels onderscheid in dat je niet mag negeren?

Het gaat dus niet om semantiek. om gegoochel met woorden of muggenzifterij achter de komma.

Het gaat om het hart van het Evangelie.

Jezus, de vernederde Knecht

De naam Jezus is de naam van Zijn menswording.

“En zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.” (Mattheüs 1:21 STV)

Dat is de naam van Bethlehem. Van Nazareth. Van Galilea. Van Gethsémané.

En van Golgotha.

Wanneer mensen in de Evangeliën Jezus volgden, was dat letterlijk. Zij liepen achter Hem aan. Zij hoorden Zijn onderwijs. Zij zagen Zijn tekenen.

“En Hij zeide tot hen: Volgt Mij, en Ik zal u vissers van mensen maken.” (Mattheüs 4:19 STV)

Maar ook toen al was volgen geen vrijblijvende sympathie.

“Toen zei Jezus tot Zijn discipelen: Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf, en neme zijn kruis op, en volge Mij.” (Mattheüs 16:24 STV)

Dat is geen religieuze betrokkenheid. Dat is zelfverloochening. Kruisdragen. Sterven aan het eigen ‘ik’

Wie Jezus volgt, verliest zijn oude centrum.

Christus – de Gezalfde, de verhoogde Heer

‘Christus’ is geen achternaam. Het betekent: de Gezalfde. De Messias.  De verheerlijkte. Degene die beloofd was.

“Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.” (Mattheüs 16:16 STV)

Hier wordt duidelijk wie Jezus werkelijk is: niet slechts een leraar of rabbi, maar de door God gezalfde Verlosser.

Na kruis, opstanding en hemelvaart verschuift het accent in het Nieuwe Testament. De brieven spreken vooral over Christus, de verheerlijkte Heer.

“Die Hij gewrocht heeft in Christus, als Hij Hem uit de doden heeft opgewekt, en heeft Hem gezet tot Zijn rechterhand in den hemel,
Ver boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij, en allen naam die genaamd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de toekomende;
En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen” (Efeze 1:21-23 STV)

“Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is” (Filippenzen 2:9 STV)

“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods.” (Kolossenzen 3:1 STV)

Wij volgen Hem niet meer over de stoffige wegen van Galilea. Wij kennen Hem als Degene Die gezeten is aan de rechterhand van God.

Dat is een fundamentele verschuiving.

Wij kennen Hem niet meer naar het vlees

Paulus formuleert dit scherp:

“Zo dan, wij kennen van nu aan niemand naar het vlees; en indien wij ook Christus naar het vlees gekend hebben, nochtans kennen wij Hem nu niet meer naar het vlees.” (2 Korinthe 5:16 STV)

“Naar het vlees” betekent: vanuit het aardse, menselijke perspectief. Als Zoon van David. Als Messias onder de wet.

“Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet.” (Galaten 4:4 STV)

Dat was Zijn aardse bediening.

Maar nu is Hij verhoogd. En Paulus voegt er direct aan toe:

“Daarom, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden.” (2 Korinthe 5:17 STV)

De gelovige behoort niet meer tot de oude orde. Hij behoort tot de, en is reeds nu al, de jure, een nieuwe schepping.

“Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.”(Kolossenzen 3:3 STV)

‘Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen. Maar wij weten dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen; want wij zullen Hem zien gelijk Hij is.”(1 Johannes 3:2 STV)

Wie blijft steken bij de “aardse Jezus” als moreel voorbeeld, mist de heerlijkheid van de verhoogde Christus.

Het gevaar van moralistische navolging

In onze tijd wordt “Jezus volgen” vaak ingevuld als:

– liefdevol leven
– recht doen
– goed zijn voor anderen

Dat klinkt nobel. Maar als het Evangelie gereduceerd wordt tot navolging van een moreel voorbeeld, dan is het kruis uit beeld verdwenen.

De Schrift zegt niet dat wij gered worden door Jezus na te bootsen, maar door te geloven dat Hij de Christus is.

“Opdat gij gelooft dat Jezus is de Christus, de Zoon van God; en opdat gij, gelovende, het leven hebt in Zijn Naam.” (Johannes 20:31 STV)

Het fundament is geloof.

“Ik ben met Christus gekruisigd; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof des Zoons Gods, Die mij liefgehad heeft, en Zichzelven voor mij overgegeven heeft.” (Galaten 2:20 STV)

Navolging begint bij éénwording met Christus in Zijn dood en opstanding. Niet bij gedragsverandering, maar bij een nieuwe positie.

Paulus als voorbeeld van hemelse gerichtheid

Daarom durft Paulus te zeggen:

“Weest mede mijn navolgers, broeders, en merkt op hen die alzo wandelen, gelijk gij ons tot een voorbeeld hebt.” (Filippenzen 3:17 STV)

En hij verduidelijkt:

“Weest mijn navolgers, gelijk ook ik van Christus.” (1 Korinthe 11:1 STV)

Hij vraagt geen persoonsverheerlijking. Hij wijst op een levenswandel die gevormd is door de verheerlijkte Christus.

In diezelfde context zegt hij:

“Broeders, ik acht niet dat ik zelf het gegrepen heb. Maar één ding doe ik: vergetende hetgeen dat achter is, en strekkende mij tot hetgeen dat vóór is, jaag ik naar het wit, tot de prijs der roeping Gods, die van boven is in Christus Jezus.” (Filippenzen 3:13–14 STV)

Zijn blik is niet gericht op de zienlijke aardse dingen, maar de dingen die boven zijn.

“Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.” (Filippenzen 3:20 STV)

Dát is het kader van Bijbelse navolging.

Jezus volgen en Christus volgen zijn geen twee verschillende wegen. Maar de nadruk is beslissend.

Zonder het belijden dat Jezus de Christus is, blijft men steken bij bewondering.

Zonder leven vanuit de verhoogde Christus, blijft men hangen in een aards perspectief.

Bijbelse navolging is:

geloven dat Jezus de Christus is
vertrouwen op Zijn volbrachte werk
leven vanuit de positie in Hem
zoeken wat boven is
wandelen overeenkomstig het evangelie

De vraag is daarom niet alleen:

Volg jij Jezus?

Maar vooral:

Geloof jij dat Jezus de Christus is  de gekruisigde, opgestane en verheerlijkte Heer?

Dáár begint het leven.
Dáár begint de navolging.

 

Verbondstheologie en Dispensationalisme

Verbondstheologie en Dispensationalisme

YouTube player

Twee uitersten bij elkaar in één video. Een beknopt overzicht. Wat zegt de Bijbel over de toekomstige beloften gedaan aan Israel? Vergeestelijken of in hun context lezen en begrijpen wat de Schrift zegt. De profetieen van Jeremia en Daniel spreken over Israel, en ga dat niet vergeestelijken.

(De videokwaliteit laat nog te wensen over, Daar wordt aan gewerkt)

“Even bijtanken”

“Even bijtanken”

U kent de uitdrukking vast wel. Als we bijvoorbeeld aan het begin van een vakantieperiode staan zeggen we wel tegen elkaar dat het tijd is om “even bij te tanken”, of om “de accu op te laden”. We bedoelen dan dat we verlangen naar rust, tijd voor ontspanning, even geen verantwoordelijkheden. Even nieuwe energie op doen na een periode van drukke werkzaamheden. Ik denk dat het niet zo moeilijk is om daar een beeld bij te hebben.

Gek genoeg lijkt het bij veel christenen op geestelijk gebied ook zo te werken. En misschien is het daarom wel zo dat er op Evangelisch gebied tal van evenementen worden aangeboden om “geestelijk” bij te tanken. Ik denk dan bijvoorbeeld aan conferenties en bijeenkomsten die met klinkende marketingmethoden in de markt worden gezet. Bekende namen verkopen goed, dus als je een of meerdere “grote” namen vast kunt leggen, verhoogt dat je marktwaarde en aandeel aanzienlijk. En een bijzonder prettige bijkomstigheid is ook nog als die “grote namen” ook regelmatig studieboeken of dvd’s produceren. Het genereert omzet immers? Vraag en aanbod….

Bent u ook zo’n “geestelijke bijtanker” die bepaalde conferenties met een zekere regelmaat afloopt, op zoek naar nieuwe kicks, nieuw onderwijs, nieuwe trends op het christelijke erf? En op zoek naar een goed gevoel?

Dan vraag ik me af hoe het zit met uw persoonlijke geloof. Waar dat op gebaseerd is. Hebt u zo’n evenement werkelijk nodig om een kind van God te zijn? Om opgebouwd te worden in uw geloof? Om u weer eens te laten vertellen dat God van u houdt, een plan heeft met uw leven, en u “in geloof stappen moet gaan zetten”? Is uw geloof gebaseerd op gevoel, op ervaring?

Dan heb ik geen opwekkende boodschap. Als uw geloof gebaseerd is op (het verlangen naar) het hebben van gevoelens en bijzondere ervaringen, en op het nalopen van “gezalfde voorgangers”, gaat u onder de streep bedrogen uitkomen.

Uw geloof zou niet gebaseerd moeten zijn op dergelijke zaken, maar enkel en alleen op het Woord van God, wat we allemaal beschikbaar hebben in een of meerdere vertalingen. De Bijbel is, in tegenstelling tot kicks, gevoelens, ervaringen en gezalfde voorgangers betrouwbaar en onveranderlijk. De enige optie die u heeft is uw geloof daaruit te voeden.

En wat die energie betreft voor in de tank, die is onbeperkt op voorraad. Altijd. 24 uur per dag. Als u een kind van God bent, woont Hij namelijk permanent bij u, door de Heilige Geest, de Geest van God. Hiervoor heeft u geen speciale doop nodig, geen speciaal gebed om vervulling door een speciaal iemand, geen speciale taal of andere kunstjes, u bent er al mee verzegeld!

Vult u zichzelf dus niet met vroom uitgevente surrogaat. Hoe mooi de verpakking ook mag zijn, met welke mooie woorden het ook komt, het zal blijken dat het niet genoeg is. Na de zoveelste conferentie volgt de zoveelste leegte….en loop uw tank weer leeg.

Als u dus bij wilt tanken, doe dat in uw binnenkamer. Lees de Bijbel. Denk erover na. Praat met uw hemelse Vader, en besef dat Hij er altijd bij is. Ook al voelt u niks. De Here Jezus Christus voorziet in alles wat u nodig hebt, zelfs zonder dat we daar om vragen.

Of heeft u de Bijbel al uit?

Het onderscheid #1 youtube video van Christengemeente Werkendam

Het onderscheid #1 youtube video van Christengemeente Werkendam

vandaag de aftrap van een nieuwe categorie op deze website:

Het onderscheid

Preken en video’s in Bijbels perspectief bekeken

Sprekers: Drie mannen in gesprek (namen niet expliciet vermeld) 
Setting: YouTube video op het kanaal “Christengemeente Werkendam” met een sterk polemisch karakter
Thema’s:

Afwijzing van de bedelingenleer (dispensationalisme)

Uitleg van “Jacobs benauwdheid”

Verwerping van een geheime opname vóór de grote verdrukking

Eenheid van het evangelie door alle tijden heen

Aanleiding:
Reactie op eerdere aflevering over het Koninkrijk. Er is “stof opgewaaid” binnen evangelisch Nederland.

Beoogd doel:

Aantonen dat de bedelingenleer onschriftuurlijk is

Laten zien dat Jeremia 30 reeds historisch vervuld is

Bewijzen dat 2 Thessalonicenzen 2 de pre-trib opname uitsluit

Waarschuwen tegen wat zij zien als misleiding binnen evangelische kringen

Doelgroep:
Evangelische christenen, vooral (voormalige) aanhangers van de bedelingenleer.

YouTube player

────────────────────────

Samenvatting

Wat wordt concreet geleerd?

De bedelingenleer ‘snijdt de Bijbel kunstmatig in stukken;.

Het evangelie is eeuwig en ‘in alle tijden hetzelfde;’.

“Jacobs benauwdheid” (Jeremia 30:7) verwijst naar de Babylonische ballingschap.

Mattheüs 24 is niet exclusief voor toekomstig Israël.

2 Thessalonicenzen 2 leert dat de opname niet plaatsvindt vóór de openbaring van de “mens der zonde”.

De leer van een geheime opname is misleidend.

Hoofdaannames

Christus is reeds Koning.

Er is geen aparte “genadetijd” tegenover andere tijden.

De opname vindt plaats ná de openbaring van de antichrist.

Dispensationalisme bereidt (onbedoeld) de weg voor misleiding rond de antichrist.

Belangrijkste bijbelteksten

  • Jeremia 25–31

Mattheüs 24

2 Thessalonicenzen 2

Romeinen 4

Hebreeën 4

Openbaring 14

Centrale nadruk

Eén doorlopende heilslijn:
één evangelie – één volk van God – één toekomst van Christus.

Toepassing

Toets leraren aan de Schrift.

Verwacht vervolging.

Verwacht de openbaring van de antichrist.

Verwerp systeemdenken.

────────────────────────

Bijbelvastheid

Positieve elementen

Sterke nadruk op sola Scriptura.

Schrift wordt met Schrift vergeleken.

De context van Jeremia (ballingschap) wordt  uitvoerig behandeld.

Kritische observaties

Jeremia 30 wordt volledig historisch ingevuld, zonder ruimte voor een mogelijk eschatologisch “dubbel perspectief”.

Mattheüs 24 wordt zonder meer gelijkgeschakeld met 2 Thessalonicenzen 2.

Romeinen 9–11 blijft onbesproken (belangrijk in discussie Israël–gemeente).

De eigen positie wordt gepresenteerd als vanzelfsprekend Schriftuurlijk, zonder enige erkenning dat orthodoxe uitleggers hierover verdeeld zijn.

Wordt Schrift met Schrift vergeleken?

Dat lijkt zo,  maar vaak met vooraf vaststaande conclusie.

Wordt onderscheid gemaakt waar de Schrift dat zelf doet?

Het klassieke onderscheid tussen de roeping va Israël en gemeente wordt sterk gerelativeerd of ontkend.

────────────────────────

Leerstellige hiaten

Wat blijft onderbelicht?

Het blijvende karakter van Gods verbonden met Israël.

De profetische literatuur als vaak meervoudig vervuld (nabij én toekomstig).

De complexiteit van eschatologie binnen de kerkgeschiedenis.

Wordt zonde benoemd?

Ja — vooral zonde van dwaalleer.

Wordt genade Schriftuurlijk gedefinieerd?

Ja, nadruk op rechtvaardiging door geloof alleen.

Ontbreekt theologische balans?

Ja, op twee manieren:

Er is weinig (geen) erkenning dat oprechte gelovigen tot andere conclusies komen.

Bedelingenleer wordt vrijwel volledig als gevaarlijke misleiding neergezet.

────────────────────────

Positionering

Theologische plaatsing

Evangelisch

Anti-dispensationalistisch

Anti-calvinistisch

Post-tribulationistisch

Sterk polemisch-profetisch karakter

Dominante accenten

Christus als ‘reeds regerende Koning’, waar het nieuwtesatamentische onderwijs van de Gemeente als lichaam van Christus, met Hem als Hoofd, volkomen genegeerd wordt

Eén evangelie door alle tijden

Afwijzing van opname vóór de Grote Verdrukking

Waarschuwing tegen geestelijke misleiding

Gemeentevisie

Gemeente is geen aparte “fase” in Gods plan, maar onderdeel van één heilsgeschiedenis. (Verbondstheologie)

────────────────────────

Houding en taalgebruik

Geestelijke dynamiek

Strijdvaardig – confronterend – waarschuwend.

Toon

Regelmatig polemisch, scherp en emotioneel.

“kotsmisselijk”

“ketterij”

“vleselijke vreselijke leer”

“vette headers”

Observaties

Emotie versterkt de urgentie.

De toon kan polariserend werken.

Fysieke kenmerken (bijv. “dikke voorgangers”) worden gekoppeld aan geestelijke dwaling — dat is problematisch en niet Schriftuurlijk onderbouwd.

────────────────────────

Beoordeling

Wat kan bevestigd worden?

De oproep tot Bijbels toetsen van leer.

De waarschuwing tegen oppervlakkige opname-speculatie.

De  nadruk dat 2 Thessalonicenzen 2 serieus genomen moet worden.

Christus-centrische focus.

Wat vraagt correctie?

De ontkenning van toekomstig profetisch element in Jeremia 30.

Onvoldoende erkenning van legitieme verschillen binnen orthodoxe eschatologie.

Oververalgemenisering en karikatuur maken  van dispensationalisme.

Polemische overdrijving.

Wat kan verwarring veroorzaken?

Het volledig historiseren van de “Grote Verdrukking”.

Suggestie dat dispensationalisme bijna automatisch tot aanbidding van de antichrist leidt.

Het  volledig ontbreken van nuance tussen verschillende vormen van bedelingenleer.

Gevolg voor de gemeente

Positief:

De noodzaak van Bijbelstudie.

Doorbreekt gemakzuchtig escapisme.

Negatief risico:

Polarisatie.

Wantrouwen en oordeel richting andere gelovigen.

Verenging van complexe thema’s tot zwart-wit-tegenstelling.

────────────────────────

Ernst van de afwijking

Dit betreft:

Geen afwijking van het evangelie zelf.

Wel een sterke polemische versmalling van profetische teksten.

Eenzijdige eschatologische lezing.

Pastoraal riskante toonzetting.

Geen fundamentele dwaalleer —
maar wel theologische verharding en simplificatie.

────────────────────────

Slotreflectie

Deze boodschap wil Christus verhogen en misleiding ontmaskeren. Dat is een eerbaar motief.

Maar geestelijk onderscheid vraagt:

Nauwkeurige exegese

Historisch besef

Theologische bescheidenheid

Een herderlijke toon

Strijd tegen dwaling is Bijbels.
Maar strijd zonder evenwicht kan zelf eenzijdig worden.

Niet alles wat “bedelingenleer” heet is automatisch onbijbels.
Niet alles wat daartegen strijdt is automatisch volledig evenwichtig.

Geestelijk onderscheid is geen luxe, maar noodzaak.
Niet alles wat fel klinkt, is daarom zuiverder.

Mijn persoonlijke commentaar onder deze video op youtube,  waar blijkbaar geen gefundeerd inhoudelijk antwoord op mogelijk was, is gedeleted, dus via deze weg alsnog:

Mannenbroeders.  U spreekt vol  vuur. U spreekt met overtuiging. U beroept zich voortdurend op “alleen Gods Woord”. Maar wie werkelijk “het Woord recht snijdt”, moet ook bereid zijn om zijn eigen lezing te laten toetsen.

En juist daar wringt het.

Jeremia 30: volledig vervuld? Werkelijk? U stelt dat Jeremia 30 uitsluitend over de Babylonische ballingschap gaat en volledig vervuld is in de 70-jarige wegvoering. Dat is nogal  een forse claim. Maar leest u Jeremia 30–31 werkelijk in zijn geheel? “Want zie, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken.” (Jeremia 31:31 STV)

Is dat volledig vervuld in de dagen van Ezra en Nehemia? Is Israël sindsdien blijvend veilig geweest? Is het volk sindsdien nooit meer verstrooid? Is de situatie van Jeremia 30:10–11 permanent gerealiseerd?

De terugkeer uit Babel was historisch herstel, ja. Maar het was geen definitieve nationale verlossing. Wie Jeremia 30 uitsluitend tot de Babylonische ballingschap reduceert, maakt precies datgene waar u anderen van beschuldigt: u knipt het profetische perspectief af waar het u theologisch niet uitkomt. Dat is geen “recht snijden”. Dat is uitlegkundig versmallen.

Mattheüs 24:31 = de opname? Dat zegt u. U beweert met grote stelligheid dat Mattheüs 24:31 over de opname van de Gemeente gaat. “En Hij zal Zijn engelen uitzenden met een bazuin van groot geluid, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen…” (Mattheüs 24:31 STV) Maar waar staat in Mattheüs 24: dat dit de Gemeente betreft? dat dit vóór de toorn is? dat dit 1 Thessalonicenzen 4 moet zijn? De context spreekt over: Judea, sabbat, tempel, vlucht naar de bergen.

U verwijt anderen systeemdenken, maar harmoniseert zelf zonder tekstuele onderbouwing Mattheüs 24 met Paulus’ opname-onderwijs. Dat is niet vanzelfsprekend. Dat is een leerstellige keuze. En wie die keuze maakt, moet dat exegetisch onderbouwen — niet alleen retorisch verdedigen. 2 Thessalonicenzen 2: u stelt meer dan de tekst zegt U presenteert 2 Thessalonicenzen 2 alsof het onweerlegbaar bewijst dat de opname pas ná de openbaring van de mens der zonde plaatsvindt. “Want die dag komt niet, tenzij dat eerst de afval gekomen zij, en dat geopenbaard zij de mens der zonde…” (2 Thessalonicenzen 2:3 STV) Maar Paulus spreekt in vers 2 over verwarring rond “de dag van Christus”.

De cruciale vraag is: Waar verwijst “die dag” precies naar? De opname? De dag des Heeren? Het oordeel? Het zichtbare wederkomen? Dat debat is exegetisch complex. U presenteert het alsof het kinderlijk eenvoudig is. Dat is het niet.

Het is mogelijk uw conclusie te verdedigen. Maar niet door te doen alsof er geen andere lezing bestaat.

Karikatuur van de bedelingenleer

U schildert de bedelingenleer af als: vier evangelieën werken-zaligheid voor verdrukkingsheiligen vleselijke luxe-theologie “stank in Gods neus” Dat is retorisch ijzersterk. Maar het is geen eerlijke representatie van het volledige spectrum van dispensationalisme. Er bestaan: klassiek dispensationalisme progressief dispensationalisme gematigde varianten Bepaald niet iedere dispensationalist leert wat u hier neerzet. En u geeft geen Bijbels verantwoord alternatief

Wie een stroming bestrijdt, moet haar op haar sterkste punt weerleggen — niet op haar zwakste karikatuur. De polemiek over “vette voorgangers” Hier wordt het echt problematisch. Lichamelijke zwaarlijvigheid verbinden aan dwaalleer is: geen exegese geen theologie geen geestelijke toets maar ad hominem polemiek Dat is niet scherp. Dat is goedkoop. Wie werkelijk geestelijke onderscheiding wil tonen, doet dat niet via lichaamsbouw.

Ironie: u verwijt snijden, maar snijdt zelf U beschuldigt dispensationalisten ervan de Schrift in vakjes te snijden. Maar u doet iets vergelijkbaars: U sluit een eschatologische horizon van Jeremia 30 af. U identificeert Mattheüs 24 definitief met de opname. U verklaart 2 Thessalonicenzen 2 tot sluitend bewijs zonder alternatieve lezing serieus te behandelen. Dat is ook systeemvorming. Alleen is het uw systeem.

Wat wél sterk is Laat dat ook gezegd worden: U verdedigt terecht de eenheid van het evangelie. U benadrukt terecht dat redding altijd door genade is. U wijst terecht op het gevaar van escapisme. U waarschuwt terecht tegen gemakzuchtig christendom. Dat zijn legitieme correcties. Maar goede correcties worden zwakker wanneer ze gepaard gaan met overdrijving. Het gevaar is niet dat u scherp bent. Het gevaar is dat u complexe eschatologie presenteert alsof zij kinderlijk simpel is. Profetische teksten hebben: meerlagige vervulling typologische patronen reeds-en-nog-niet spanning historische en eschatologische lagen

Wie dat ontkent, versimpelt de Schrift. En wie versimpelt, loopt het risico precies dat te doen wat hij anderen verwijt.

Als u werkelijk sola Scriptura wilt toepassen, dan vraagt dat: nauwkeurige exegese erkenning van tekstcomplexiteit eerlijke representatie van tegenposities en minder karikatuur

Polemiek kan wakker schudden. Maar als zij argumentatie vervangt, wordt zij lawaai. En de Schrift verdient meer dan lawaai.

Het verlangen naar tekenen en wonderen ; geestelijke honger of religieuze sensatie?

Het verlangen naar tekenen en wonderen; geestelijke honger of religieuze sensatie?

Er waait al decennialang een sterke wind door evangelisch Nederland. Een wind die roept om méér. Meer kracht. Meer wonderen. Meer genezingen. Meer profetieën. Meer manifestaties van de Geest.

De vraag is: waar komt dat streven eigenlijk vandaan? En belangrijker nog: is het Bijbels gefundeerd, of is het deels gevoed door iets anders?

Dit artikel mag schuren. Want hier raken we een blootliggende zenuw.

De menselijke drang naar zichtbare zekerheid

De Schrift is duidelijk over de menselijke natuur.

“Want de Joden begeren een teken, en de Grieken zoeken wijsheid.”
1 Korinthe 1:22 (STV)

Een teken willen is geen moderne afwijking. Het zit in ons. Wij willen bewijs. Tastbaarheid. Iets dat onze zintuigen bevestigt dat God er echt is.

Maar het christelijk geloof is fundamenteel anders ingericht.

“Want wij wandelen door geloof en niet door aanschouwen.”
2 Korinthe 5:7 (STV)

Dáár wringt het. Geloof zonder zichtbare bevestiging vraagt overgave. Het vraagt vertrouwen. Het vraagt rusten in wat God gezegd heeft,niet in wat wij ervaren.

Wanneer men tekenen gaat zoeken als noodzakelijke bevestiging van Gods aanwezigheid, verschuift het fundament subtiel van het Woord naar de ervaring.

Het kruis is niet spectaculair

Het centrum van het evangelie is niet kracht, maar een kruis.

“Want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u dan Jezus Christus, en Dien gekruisigd.”
1 Korinthe 2:2 (STV)

Een gekruisigde Messias is geen triomfverhaal. Het is vernedering. Zwakheid. Lijden.

En toch is dát de kern.

Maar in veel hedendaagse prediking lijkt het zwaartepunt te liggen op overwinning, doorbraak en bovennatuurlijke kracht. Zwakheid wordt geminimaliseerd. Lijden wordt gezien als een gebrek aan geloof. Genezing wordt gepresenteerd als norm.

Paulus zelf zegt:

“En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg; want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht.”
2 Korinthe 12:9 (STV)

Niet in succes. Niet in constante overwinning. Maar in zwakheid.

Dat staat haaks op een cultuur die voortdurend kracht wil demonstreren.

Tekenen hadden een functie

Het Nieuwe Testament leert dat tekenen een specifieke rol hadden.

“Hoe zullen wij ontvlieden, indien wij op zo grote zaligheid geen acht nemen; welke, begonnen zijnde verkondigd te worden door de Heere, aan ons bevestigd is geworden van degenen die Hem gehoord hebben; God bovendien medegetuigende door tekenen en wonderen en menigerlei krachten en uitdelingen des Heiligen Geestes, naar Zijn wil.”
Hebreeën 2:3-4 (STV)

Tekenen bevestigden de verkondiging in de beginfase. Ze waren geen permanent middel om geloof te genereren of een religieuze cultuur van manifestaties in stand te houden.

Wanneer tekenen doel in plaats van bevestiging worden, ontstaat een verschuiving. Dan wordt ervaring belangrijker dan waarheid.

Status, macht en geestelijke hiërarchie

Er zit nog een laag onder.

In omgevingen waar tekenen en geestesgaven centraal staan, ontstaat vaak een subtiele rangorde. Wie geneest, wie profeteert, wie bijzondere openbaringen claimt, krijgt invloed.

Maar Paulus ondergraaft dat mechanisme radicaal:

“En al ware het dat ik de gave der profetie had, en wist al de verborgenheden en al de kennis; en al ware het dat ik al het geloof had, zodat ik bergen verzette, en de liefde niet had, zo ware ik niets.”
1 Korinthe 13:2 (STV)

Niets.

Dat is vernietigend voor elke geestelijke elitevorming.

De toetssteen van geestelijkheid is niet manifestatie, maar liefde en heiliging.

“Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid.”
Galaten 5:22 (STV)

Geen vuurwerk. Geen sensatie. Maar karakter.

Onvrede met het gewone geloofsleven

Misschien is dit wel het meest confronterende punt.

Veel streven naar wonderen komt voort uit onvrede met het gewone, stille, volhardende christelijke leven. Dagelijks gebed. Schriftlezing. Trouw in kleine dingen. Lijden dragen zonder applaus.

Dat voelt soms te gewoontjes.

Maar het Koninkrijk van God groeit niet primair via spektakel, maar via zaad dat in stilte ontkiemt.

Wanneer men voortdurend “meer” zoekt, kan dat een signaal zijn dat Christus en Zijn volbrachte werk niet als voldoende worden ervaren.

Dat is een ernstige zaak.

Geloof of sensatie?

God kan wonderen doen. Hij is soeverein. Hij geneest naar Zijn wil. Hij werkt zoals Hem behaagt.

Maar een cultuur die systematisch jaagt op manifestaties loopt het gevaar het zwaartepunt te verleggen.

Van Woord naar ervaring.
Van heiliging naar krachtbeleving.
Van kruisdragen naar triomfalisme.

De vraag is uiteindelijk niet hoeveel wonderen je hebt gezien.
De vraag is of je rust in het volbrachte werk van Christus.

Ware geestelijke volwassenheid herken je niet aan spektakel, maar aan stabiliteit. Niet aan extase, maar aan volharding. Niet aan claims, maar aan vrucht.

Misschien is het tijd om minder te vragen om tekenen en meer te vragen om diepte.

Onderzoek zelf als een Bereeër, vergelijk Schrift met Schrift, en laat het Woord het laatste woord hebben.

De uitverkiezingsleer en de dubbele uitverkiezing in het licht van de Bijbel

We betreden hier heilige grond. Het gaat over Gods soevereiniteit, over redding, over verantwoordelijkheid, over eeuwigheid. Het is daarom van groot belang dat wij niet beginnen bij een systeem, maar bij de Schrift zelf.

Niet wat Augustinus, Calvijn of Dordt hebben geconcludeerd, maar wat er geschreven staat.

Wat bedoelt men met uitverkiezing?

Met uitverkiezing bedoelt men dat God vóór de grondlegging der wereld mensen heeft uitverkoren tot zaligheid.

De klassieke hoofdtekst luidt:

“Efeze 1:4 — Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem vóór de grondlegging der wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor Hem in de liefde.” (STV)

Let nauwkeurig op wat er staat:

  • De uitverkiezing is in Hem
  • Het doel is heiligheid
  • Het gaat om een positie in Christus

Er staat niet dat mensen los van Christus individueel geselecteerd zijn. De verkiezing is christocentrisch.

Wie in Christus is, deelt in wat God vóór de grondlegging der wereld heeft vastgesteld.

Wat is dubbele uitverkiezing?

Dubbele uitverkiezing leert dat:

  • God sommigen actief heeft uitverkoren tot zaligheid
  • God anderen actief heeft uitverkoren tot verwerping

Met andere woorden: sommigen zouden zijn bestemd om gered te worden, anderen zijn bestemd om verloren te gaan, nog vóór hun bestaan.

Maar leert de Schrift dit werkelijk?

Gods geopenbaarde wil

De Schrift spreekt opvallend helder over Gods verlangen:

“1 Timotheüs 2:4 — Welke wil dat alle mensen zalig worden en tot kennis der waarheid komen.” (STV)

“2 Petrus 3:9 — De Heere vertraagt de belofte niet (gelijk sommigen dat traagheid achten), maar is lankmoedig over ons, niet willende dat enigen verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen.” (STV)

Deze teksten spreken niet over een verborgen wil, maar over Gods geopenbaarde hart.

God wil dat allen behouden worden.

Dát is geen randtekst.

Dát is conform de Schrift.

Het universele aanbod van het Evangelie

Het Evangelie wordt zonder beperking aangeboden:

“Johannes 3:16 — Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.” (STV)

“De wereld.”
“Een ieder die gelooft.

Er staat niet: een ieder die uitverkoren is.
De nadruk ligt op geloof.

Even verder:

“Johannes 3:18 — Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van God.” (STV)

De grond van veroordeling is ongeloof.

Niet een gebrek aan verkiezing.

Romeinen 9: sleuteltekst of misbruikte tekst?

Vaak wordt Romeinen 9 naar voren geschoven als bewijs voor dubbele uitverkiezing.

“Romeinen 9:18 — Zo ontfermt Hij Zich dan diens Hij wil, en verhardt dien Hij wil.” (STV)

Maar wat is de context?

Paulus bespreekt hier Gods heilsweg met Israël en de volkeren. Het gaat over Gods recht om Zijn heilshistorisch plan te ontvouwen zoals Hij wil.

Farao wordt genoemd.

Maar lees zorgvuldig:

“Exodus 8:15 — Maar Farao ziende dat er verademing was, verzwaarde zijn hart…” (STV)

En later:

“Exodus 9:12 — Doch de HEERE verstokte het hart van Farao…” (STV)

Eerst verhardt Farao zichzelf.
Daarna bevestigt God die houding.

Dat is iets anders dan een vooraf vastgestelde verdoemenis zonder verantwoordelijkheid.

Romeinen 9 leert Gods soevereiniteit, maar het ontkent nergens menselijke verantwoordelijkheid.

Verkiezing in relatie tot Israël en de Gemeente

De Schrift spreekt ook over verkiezing op collectief niveau.

“Deuteronomium 7:6 — Want gij zijt een heilig volk den HEERE, uw God; u heeft de HEERE, uw God, verkoren…” (STV)

Israël is verkoren als volk.

Maar niet elke Israëliet was automatisch behouden. Verkiezing tot een positie in Gods plan is niet hetzelfde als individuele verantwoordelijkheid

Zo ook met de Gemeente: zij is uitverkoren in Christus. Het gaat om positie in Hem.

Gods soevereiniteit en menselijke verantwoordelijkheid

De Schrift houdt beide lijnen vast zonder ze te reduceren.

Aan de ene kant Gods voornemen:

“Romeinen 8:29 — Want die Hij tevoren gekend heeft, die heeft Hij ook tevoren verordineerd, den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn…” (STV)

Aan de andere kant de oproep:

“Handelingen 16:31 — En zij zeiden: Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden, gij en uw huis.” (STV)

De oproep is werkelijk.
De verantwoordelijkheid is werkelijk.
De keuze wordt werkelijk voorgehouden.

Geen mens kan later zeggen: ik wilde wel, maar God had mij niet uitverkoren.

Wat leert de Schrift níet?

Er staat nergens:

  • Dat God mensen heeft geschapen om hen te verdoemen
  • Dat Christus niet voor de wereld zou zijn gestorven
  • Dat God iemand verhindert om tot geloof te komen
  • Dat iemand verloren gaat omdat hij niet uitverkoren was

De verlorenheid wordt consequent verbonden aan ongeloof.

Maar:

De Schrift leert:

God is soeverein.
God heeft een heilsplan vóór de grondlegging der wereld.
De verkiezing is in Christus.
Het heil is universeel aangeboden.
De mens is verantwoordelijk om te geloven.

Dubbele uitverkiezing zoals systematisch uitgewerkt in latere theologie gaat uit boven wat de Schrift expliciet zegt.

Wij moeten oppassen dat wij geen conclusies trekken die de Schrift zelf niet trekt.

De Bijbelse uitverkiezing is geen koude fatalistische leer.
Deze s verankerd in Christus.

Wie gelooft, ontdekt achteraf dat hij deel heeft aan wat God reeds vóór de grondlegging der wereld heeft voorgenomen.

En wie verloren gaat, gaat verloren vanwege ongeloof.

Dát is de duidelijke lijn van de Schrift.

Laten we daarom het Evangelie vrijmoedig prediken aan allen.
En tegelijk Gods soevereiniteit erkennen zonder haar filosofisch te systematiseren.

Onderzoek zelf als een Bereeër.
Vergelijk Schrift met Schrift.
En blijf dicht bij wat er geschreven staat.

lees ook:

Calvinisme en de Bijbel: de leer getoetst

Schrift en belijdenis?

Verkeerd gebruikte en/of begrepen teksten

Ben ik wel uitverkoren?

Kritiek op het Calvinisme

“Ja maar, die uitverkiezing.” Zolang u Hem niet hebt aangenomen hebt u daar niets mee te maken.

Calvinisme en Islam: predestinatie en uitverkiezing

Romeinen 9 en uitverkiezing

Romeinen 9 en uitverkiezing (2)

 

Verbondstheologie getoetst aan de Schrift, en waarom het Dispensationalisme inhoudelijk sterker staat

Verbondstheologie getoetst aan de Schrift, en waarom het Dispensationalisme inhoudelijk sterker staat

De kernvraag is niet: welk systeem voelt logischer?
De kernvraag is: wat zegt de Schrift zelf?

Gaat Gods openbaring uit van één doorlopende verbondsstructuur waarin Israël en de Gemeente samenvallen?
Of openbaart de Schrift onderscheiden heilsbedelingen waarin Israël en de Gemeente niet hetzelfde zijn?

Israël en de Gemeente zijn niet identiek

Paulus maakt een onderscheid dat in geen enkel theologisch systeem mag verdwijnen.

“Geeft geen aanstoot, noch den Joden, noch den Grieken, noch der Gemeente Gods.”
— 1 Korinthe 10:32 (STV)

Hier noemt Paulus drie onderscheiden groepen:

  • Joden
  • Grieken (heidenen)
  • De Gemeente Gods

Als de Gemeente “geestelijk Israël” zou zijn, zou deze driedeling onmogelijk zijn.

Verder schrijft Paulus:

“Want ik wil niet, broeders, dat u dit geheimenis onbekend zij (opdat gij niet wijs zijt bij uzelven), dat er voor een deel verharding over Israël gekomen is, totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn.”
— Romeinen 11:25 (STV)

Israël is niet vervangen.
Israël is tijdelijk verhard.
En die verharding duurt “totdat”.

Dat impliceert toekomstig herstel.

Het Nieuwe Verbond is aan Israël beloofd

“Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken.”
— Jeremia 31:31 (STV)

Er staat niet: met de Gemeente.
Er staat: met Israël en Juda.

De Gemeente deelt geestelijk in het Nieuwe Verbond, maar de nationale vervulling — inclusief landbelofte en herstel — betreft Israël.

Als deze beloften vergeestelijkt worden, verandert de betekenis van Gods eigen woorden.

De grote verdrukking is specifiek verbonden aan Israël

Daniël schrijft:

“Zeventig weken zijn bestemd over uw volk, en over uw heilige stad, om de overtreding te sluiten, en om de zonden te verzegelen, en om de ongerechtigheid te verzoenen, en om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen…”
— Daniël 9:24 (STV)

“Uw volk” is het volk van Daniël: Israël.

Jeremia bevestigt dit:

“O wee! want die dag is zo groot, dat zijns gelijke niet geweest is; en het is een tijd van benauwdheid voor Jakob; nog zal hij daaruit verlost worden.”
— Jeremia 30:7 (STV)

Het is een tijd van benauwdheid voor Jakob.

Niet voor de Gemeente.

Is de Gemeente bestemd tot toorn?

Paulus schrijft:

“Want God heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot verkrijging der zaligheid, door onzen Heere Jezus Christus.”
— 1 Thessalonicenzen 5:9 (STV)

De oordelen in Openbaring worden expliciet beschreven als Gods toorn.

Indien de Gemeente niet tot toorn is gesteld, dan is haar positie principieel verschillend van die periode van gerichten.

Waarom dit niet oneerlijk is tegenover Israël

Het argument van “oneerlijkheid” veronderstelt dat Israël en de Gemeente dezelfde roeping hebben.

Maar zij hebben verschillende roepingen.

De Gemeente heeft een hemelse positie:

“Gezegend zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus.”
— Efeze 1:3 (STV)

Israël heeft een aardse koninklijke bestemming binnen het messiaanse rijk.

De verdrukking is geen willekeurige straf, maar de voltooiing van Daniëls profetische programma over Israël.

God werkt naar herstel.

Waarom dispensationalisme inhoudelijk sterker staat

Dispensationalisme:

  • neemt profetie grammaticaal-historisch
  • houdt Israël en de Gemeente onderscheiden
  • erkent dat de Gemeente een “geheimenis” was

Paulus schrijft:

“Dat mij door openbaring is bekendgemaakt dit geheimenis, gelijk ik met weinige woorden tevoren geschreven heb.”
— Efeze 3:3 (STV)

En verder:

“Hetwelk in andere eeuwen den kinderen der mensen niet is bekendgemaakt, gelijk het nu is geopenbaard aan Zijn heilige apostelen en profeten door den Geest.”
— Efeze 3:5 (STV)

Als de Gemeente reeds in het Oude Testament volledig geopenbaard was als voortzetting van Israël, kan zij geen verborgenheid zijn.

Dát is de kern.

Wanneer de Schrift haar eigen onderscheid mag behouden:

  • Israël heeft een toekomstig nationaal herstel
  • De Gemeente is een verborgenheid in dit tijdperk
  • De grote verdrukking betreft het profetisch programma over Israël
  • De opname is geen ontsnapping, maar een gevolg van onderscheiden roepingen

Niet traditie, maar tekstbesef beslist.

En dáárom staat dispensationalisme inhoudelijk sterker — niet omdat het modern is, maar omdat het consequent het onderscheid respecteert dat de Schrift zelf maakt.

lees ook:

Waarom “Verbondstheologie” tekort schiet

De Gemeente is geen Israël

Wet en Genade sluiten elkaar uit

De veelkleurige en veelvuldige wijsheid van God

extern:

Replacement theology debunked in 8 minutes

Heerszucht: het ‘Man van God’ syndroom aan de kaak gesteld

Heerszucht: het ‘Man van God’ syndroom aan de kaak gesteld

Er waart een geest rond in delen van het Christendom die zich vroom voordoet maar in wezen zwaar onbijbels is.
Iemand noemde het het “man van God-syndroom.”

Het openbaart zich wanneer een voorganger niet langer een herder onder herders is, maar zich opstelt als dé gezalfde figuur, de onaantastbare autoriteit, de centrale spil van Gods werk in een gemeente.

helaas is dit een fenomeen wat steeds weer de kop opsteekt. Ik zag vanmiddag een video van mike winger die dit probleem met een paar schrijnende voorbeelden noemt. Absoluut leiderschap maakt absolute tirans, en wat mij nog het meeste verbaast, is dat er ook  gewoon mensen voor staan te klappen. De absolute leider waant zich onaantastbaar.

Kritiek op hem wordt kritiek op God.
Vragen stellen wordt rebellie.
Correctie wordt verraad.
Loyaliteit aan hem wordt gelijkgesteld aan trouw aan Christus.

Dat is géén geestelijke volwassenheid.
Dat is heerszucht in religieuze verpakking.

En het is ronduit onbijbels.

Christus verbood het heidense machtsmodel

Jezus was ondubbelzinnig:

“Gij weet dat de oversten der volken heerschappij voeren over hen…
Doch alzo zal het onder u niet zijn.”
— Mattheüs 20:25-26

Hij erkent dat de wereld hiërarchisch en dominant functioneert.
Maar Hij verbiedt dat model voor Zijn gemeente.

Niet: “Gebruik het model maar vriendelijker.”
Niet: “Zorg dat het geestelijk klinkt.”

Maar: “Zo zal het onder u niet zijn.”

Wanneer een voorganger absolute loyaliteit eist, kritiek niet duldt, mensen intimideert of zichzelf verheft tot onaantastbare positie, dan functioneert hij volgens een heidens bestuursmodel — niet volgens Bijbelse normen, van God.

Oudsten mogen niet heersen

Petrus spreekt rechtstreeks tot leiders:

“Hoedt de kudde Gods…
Niet als heerschappij voerende over het erfdeel des Heeren, maar als voorbeelden der kudde.”
— 1 Petrus 5:2-3

Let op:
“niet als heerschappij voerende.”

De gemeente is niet het bezit van de voorganger.
Het is het erfdeel van de Heer.

Heerszucht is niet een stijlkwestie.
Het is een overtreding.

Vals gezag ondermijnt het Hoofd-zijn van Christus

“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der gemeente.”
— Kolossenzen 1:18

Er is maar één Hoofd.

Wanneer een leider zich praktisch opstelt als ultieme autoriteit, wanneer correctie onmogelijk wordt gemaakt, wanneer men leert dat men “de man van God” moet dienen — dan schuift die leider zich tussen Christus en Zijn gemeente.

Dat is niet slechts organisatorisch ongezond.
Dat is leerstellig bloedlink.

Paulus corrigeerde Petrus —publiekelijk

Het “man van God”-denken stort volledig in bij Paulus in Galaten 2:

“Maar toen Céfas te Antiochië gekomen was, wederstond ik hem in het aangezicht.”
— Galaten 2:11

Paulus corrigeert Petrus openlijk.

Waarom?

Omdat het Evangelie bóven de leider staat.

Een cultuur waarin leiders niet gecorrigeerd mogen worden is een cultuur die het evangelie ondergeschikt maakt aan persoonlijke autoriteit.

Oudsten moeten berispt kunnen worden

Het Nieuwe Testament gaat verder:

“Die zondigen, bestraf in tegenwoordigheid van allen.”
— 1 Timotheüs 5:20

Dit gaat over oudsten.

Hoe kan dit ooit functioneren in een systeem waar absolute loyaliteit wordt geëist?
Waar vragen stellen gelijkstaat aan rebellie?

Een voorganger die een structuur creëert waarin hij niet meer corrigeerbaar is, vernietigt feitelijk de Bijbelse structuur van de gemeente.

Het misbruik van de titel ‘man van God’

In het Oude Testament werd die term gebruikt voor profeten als Mozes en Elia.
Maar onder het Nieuwe Verbond lezen we:

“Gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom.”
— 1 Petrus 2:9

Niet één man van God.

Maar allen als volk van God.

Wanneer een leider zichzelf presenteert als dé exclusieve drager van goddelijke autoriteit, randt hij impliciet de geestelijke waardigheid van de gemeente aan.

Dat is elitisme.
En christelijk elitisme is gewoon hoogmoed in vrome taal.

Waar gezag is dienend

Paulus zegt:

“Niet dat wij heerschappij voeren over uw geloof, maar wij zijn medewerkers van uw blijdschap.”
— 2 Korinthe 1:24

Dát is Bijbels gezag:

  • niet controle
  • niet intimidatie
  • niet manipulatie
  • maar medearbeiderschap

Een leider die angst gebruikt om zijn positie te beschermen, oefent geen geestelijk gezag uit. Hij oefent macht uit.

En macht is niet hetzelfde als autoriteit.

De Goede Herder versus de huurling

Jezus zegt:

“De goede Herder stelt Zijn leven voor de schapen.”
— Johannes 10:11

De ware herder offert zichzelf op.

De huurling beschermt zichzelf.

Wanneer een leider zijn reputatie, zijn positie en zijn controle verdedigt ten koste van de kudde, dan is hij geen herderlijk voorbeeld — maar functioneert hij als huurling.

De wortel: hoogmoed

“God wederstaat de hovaardigen.”
— Jakobus 4:6

Het “man van God-syndroom” is uiteindelijk geen bestuursmodel, maar een hartprobleem.

Het is de subtiele gedachte:

“Gods werk staat of valt met mij.”

Maar Christus bouwt Zijn gemeente (Mattheüs 16:18).
Niet jij.
Niet ik.
Niet een charismatische leider.

Christus.

De gevolgen van heerszucht

Heerszucht onder gelovigen:

  • kweekt angst
  • onderdrukt geweten
  • maakt mensen afhankelijk van een leider in plaats van van Christus
  • verhindert Bijbelse correctie
  • creëert een cultuur van zwijgen

En het wordt vaak verkocht als:

  • “orde”
  • “eenheid”
  • “bescherming van de gezalfde”

Maar eenheid zonder waarheid is géén Bijbelse eenheid.
En gezag zonder verantwoording is géén bijbels gezag.

Heerszucht is onbijbels.
Vals geestelijk gezag is onbijbels.
Onaantastbare leiders zijn onverenigbaar met het Nieuwe Testament.

De gemeente heeft geen ’testosteron mannen’ nodig die hun positie bevechten.
Ze heeft herders nodig die zichzelf breken aan het kruis van Christus.

“De Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen.”
— Markus 10:45

Als leiders niet lijken op de dienende Hogepriester
dan hebben we geen krachtig leiderschap —
maar een geestelijk machtsprobleem.

En dat moet, blijvend, aan de kaak gesteld worden.

5 Sleutels om je te helpen de Bijbel te lezen

5 Sleutels om je te helpen de Bijbel te lezen

YouTube player

In deze les geeft mijn wederhelft vijf sleutels die je kunt gebruiken om de Bijbel te lezen en te begrijpen. Christus staat centraal in de Bijbel en is de belangrijkste sleutel om de Schrift te verstaan. Daarnaast bespreekt ze nog vier andere sleutels die je zullen helpen in het Bijbellezen Besproken worden ook de methodes die de Bijbelschrijver zelf gebruikt heeft: een chiasme en een inclusie bijvoorbeeld. Veel plezier en een leerzaam moment toegewenst! Bij de lezing was ook een powerpoint , en de bijhorende dia’s daarvan vindt u in het pdf bestand wat via deze link te downloaden is. Dit betreft een eigen opname. De stream kwam niet online helaas. https://pdfhost.io/v/TGQRJqPYwt_SleutelstotdeBijbel

‘Evangelie’ wat geen evangelie is

‘Evangelie’ wat geen evangelie is

Er worden ons vandaag meerdere ‘evangeliën’ gepresenteerd als ‘verborgen kennis’, ‘wijsheid’ of ‘oorspronkelijke vormen’ van het Christendom. Zoals het ‘Evangelie;  van Thomas, het ‘Evangelie’ van Barnabas, of bijvoorbeeld het romantische verhaal van een ‘mystieke Weg’ die later door Rome zou zijn vervormd.

De beslissende vraag is niet of zulke verhalen aantrekkelijk klinken, maar: komen zij overeen met het evangelie zoals de Schrift het definieert?

Hieronder toets ik dit aan de Bijbel.

Wat is het evangelie volgens de Schrift?

Paulus definieert het evangelie helder:

“Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften;
En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften.”
(1 Korinthe 15:3–4, STV)

Dit is geen mystiek inzicht.
Dit is een historische heilsdaad.

Daarnaast verklaart Paulus:

“Want ik schaam mij des Evangelies van Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk die gelooft, eerst den Jood, en ook den Griek.”
(Romeinen 1:16, STV)

Het evangelie is dus:

  • Objectief (Christus stierf en stond op)
  • Schriftvervuld
  • Heilbrengend door geloof
  • Gericht tot Jood en heiden

‘Evangelie’ van Thomas: kennis in plaats van kruis

Gospel of Thomas bevat 114 uitspraken, maar:

  • Geen kruisiging
  • Geen verzoening
  • Geen lichamelijke opstanding

Daarmee ontbreekt precies wat Paulus als “ten eerste” noemt (1 Korinthe 15:3).

De Schrift leert bovendien:

“Zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving.”
(Hebreeën 9:22b, STV)

En:

“In Welken wij hebben de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving der misdaden, naar den rijkdom Zijner genade.”
(Efeze 1:7, STV)

Een ‘evangelie’ zonder bloed, zonder verzoening, zonder opstanding is eenvoudig géén Evangelie naar Bijbelse maatstaf.

‘Thomas’ verschuift de nadruk naar innerlijke kennis.
De Schrift legt het fundament in het kruis.

‘Evangelie’ van Barnabas: een ander ‘evangelie’

Ontkent:

  • Dat Jezus de Zoon van God is
  • Dat Hij gekruisigd is

Maar de Schrift zegt:

“En terstond kwam er water en bloed uit.”
(Johannes 19:34b, STV)

En:

“En Jezus, wederom met een grote stem roepende, gaf den geest.”
(Mattheüs 27:50, STV)

Wat betreft Zijn Persoon:

“In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.”
(Johannes 1:1, STV)

“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond.”
(Johannes 1:14a, STV)

Een geschrift dat de kruisiging en de goddelijke identiteit van Christus ontkent, verkondigt niet het evangelie van de apostelen.

Paulus waarschuwt expliciet:

“Ik verwonder mij dat gij zo haast wijkende van Dengene Die u in de genade van Christus geroepen heeft, overgebracht wordt tot een ander evangelie;
Daar er geen ander is; maar er zijn sommigen die u ontroeren en het Evangelie van Christus willen verkeren(=verdraaien). Maar al ware het ook dat wij, of een engel uit den hemel, u een Evangelie verkondigde, buiten hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt.”
(Galaten 1:6-8, STV)

Dát criterium is beslissend.

“De Weg” als innerlijke mystiek?

Het narratief beweert dat God niet buiten de mens woont, maar in ieder mens die rechtvaardig handelt.

De Schrift leert echter:

“Er is niemand rechtvaardig, ook niet één.”
(Romeinen 3:10, STV)

En:

“Want allen hebben gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods.”
(Romeinen 3:23, STV)

Gods Geest woont niet vanzelf in ieder mens:

“Maar gijlieden zijt niet in het vlees, maar in den Geest, zo anders de Geest Gods in u woont; maar zo iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe.”
(Romeinen 8:9, STV)

De inwoning van de Geest is verbonden aan wedergeboorte, niet aan algemene menselijke moraliteit.

Het hart van het evangelie: kruis en opstanding

De apostolische prediking draaide om één centraal feit:

“Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israëls, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk dezen Jezus, Dien gij gekruist hebt.”
(Handelingen 2:36, STV)

En:

“Welken God opgewekt heeft, de smarten des doods ontbonden hebbende.”
(Handelingen 2:24a, STV)

Zonder kruis geen verzoening.
Zonder opstanding geen overwinning.

Paulus zegt onomwonden:

“En indien Christus niet opgewekt is, zo is uw geloof tevergeefs, zo zijt gij nog in uw zonden.”
(1 Korinthe 15:17, STV)

Dat maakt de zaak eenvoudig.

Een ‘evangelie’ zonder opstanding laat de mens in zijn zonden

Het zogenaamde:

  • ‘evangelie’ van Thomas
  • ‘evangelie’ van Barnabas
  • Mystieke herinterpretatie van “De Weg”

wijken fundamenteel af van het Evangelie zoals de Schrift het definieert.

Het Bijbels Evangelie is:

  • Historisch
  • Gebaseerd op het plaatsvervangend verlossingswerk van Christus
  • Opstandingsgegrond
  •  Uit Genade door geloof

“Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave.”
(Efeze 2:8, STV)

Alles wat dit vervangt door:

Zelfkennis

Innerlijke verlichting

Ontkenning van het kruis

Ontkenning van de Zoon

is, naar Bijbelse maatstaf geen Evangelie.

De Schrift is daar ondubbelzinnig duidelijk over.

Geverifieerd door MonsterInsights