Het lichaam van de Messias? Nee. Het lichaam van Christus

Op het verkeerde been gezet

Ik bezoek af en toen de website cvandaag,nl. Het meeste nieuws zit daar overigens achter een betaalmuur, meestal ben ik er vrij snel klaar.

Ik zag de laatste tijd herhaaldelijk bij binnenkomst deze reclame. Verwijst hier naar. Ik heb even een screenshot gemaakt.

Opzettelijke contaminatie

De terminologie deugt niet. Ik denk aan een opzettelijk gevalletje van contaminatie, Wellicht omdat die Ene Naam en het Evangelie na 2000 jaar nog alijd aanstoot geeft

Het klinkt vroom. Het klinkt Hebreeuws. Het klinkt alsof men dichter bij de wortels van het geloof wil komen.

Maar leerstellig is het een misser.

De uitdrukking “het lichaam van de Messias” wordt soms gebruikt voor de Gemeente. Dat lijkt onschuldig. Toch klopt het niet. En wie het onderscheid tussen Israël en de Gemeente serieus neemt, kan er niet achteloos aan voorbijgaan.

Hier staat meer op het spel dan woordkeus.

Hier staat openbaring op het spel.

Wat zegt de Schrift wél?

Paulus spreekt consequent over het lichaam van Christus.

“Want gelijk het lichaam één is, en vele leden heeft, en al de leden van dit ene lichaam, vele zijnde, maar één lichaam zijn, alzo ook Christus.” (1 Korinthe 12:12 STV)

“En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente.” (Kolossenzen 1:18 STV)

Nergens spreekt de Bijbel over “het lichaam van de Messias”.

Dat is geen detail. Dat is opvallend.

De Heilige Geest heeft niet zomaar willekeurig woorden gekozen.

“Welke dingen wij ook spreken, niet met woorden die de menselijke wijsheid leert, maar met woorden die de Heilige Geest leert, geestelijke dingen met geestelijke samenvoegende.” (1 Korinthe 2:13 STV)

Als de Schrift “Christus” zegt, wie zijn wij dan om dat te vervangen door “Messias”?

Het woord “Messias” betekent Gezalfde. Het is de titel van:

  • De beloofde Koning uit het huis van David
  • De vervuller van de verbonden met Israël
  • Degene Die Zijn troon in Jeruzalem zal innemen

De Messias is onlosmakelijk verbonden met de profetieën van het Oude Testament. Met Sion. Met het koningschap. Met de restauratie van Israël.

De Messias was geen verborgenheid.

Israël verwachtte Hem.

Het lichaam is een verborgenheid

Maar de Gemeente als lichaam van Christus was géén oudtestamentische verwachting.

Paulus noemt dit een geheimenis:

“Dat Hij hun heeft willen bekendmaken, welke zij de rijkdom der heerlijkheid dezer verborgenheid onder de heidenen; welke is Christus onder u, de Hoop der heerlijkheid.” (Kolossenzen 1:27 STV)

En:

“Dat de heidenen mede-erfgenamen zijn, en van hetzelfde lichaam, en mededeelgenoten Zijner belofte in Christus, door het Evangelie.” (Efeze 3:6 STV)

Het lichaam behoort tot de verborgenheid.

De Messias behoort tot de geopenbaarde beloften.

Dat verschil is fundamenteel.

Wanneer men spreekt over “het lichaam van de Messias”, vermengt men het profetische programma van Israël met het verborgenheidsprogramma van de Gemeente.

Christus is de verhoogde Heer

De Gemeente is verbonden met de verheerlijkte Christus aan Gods rechterhand.

“En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen.” (Efeze 1:22 STV)

Dit is geen aardse Messiaanse regering vanuit Jeruzalem.

Dit is een hemelse positie.

Het lichaam is één met de verhoogde Christus.

Niet met de nog te openbaren Messiaanse heerschappij op aarde.

Waarom dit onderscheid geen gekunstelde onzin is

Zodra men het lichaam “Messiaans” gaat noemen, verschuift er iets:

  • De focus verschuift van hemel naar aarde
  • De Gemeente wordt onder het koninkrijk geplaatst
  • Israël en Gemeente gaan door elkaar lopen
  • Het unieke van Paulus’ bediening vervaagt

En precies daar gaat het vandaag vaak mis.

Men wil terug naar “Hebreeuwse wortels”. Men wil dichter bij de Joodse context staan. Men vervangt “Jezus” door “Yeshua” en  “Christus” door “Messias” alsof dat geestelijker zou zijn.

Maar geestelijkheid zit niet in Hebreeuwse klanken.

Geestelijkheid zit in gehoorzaamheid aan de openbaring.

Schriftgetrouw taalgebruik is geen muggenzifterij

Wie dit afdoet als semantiek, heeft niet begrepen hoe zorgvuldig Gods openbaring is opgebouwd.

God heeft onderscheid gemaakt.

Tussen Israël en de Gemeente.
Tussen profetie en verborgenheid.
Tussen aardse beloften en hemelse roeping.

En dat onderscheid wordt bewaakt door, en uitgedrukt in woorden.

De Gemeente is het lichaam van Christus.

Niet ‘het lichaam van de Messias’

Ook niet in Israël.

Dat is geen polemische scherpte om de scherpte zelf.

Dat is eenvoudig trouw aan de Schrift.

Wat is nou belangrijk in een samenkomst?

Als worship belangrijker wordt dan het Woord

Er is iets mis binnen de evangelische wereld.

Zalen vol.
Sfeer creeren
Lichten gedimd.
Handen omhoog.
Langdurige “worship & prayer”. Ik heb het zelf, jaren teug al, meegemaakt dat de samenkomst al uren onderweg was. De zaal was al afgemat in een emo-rondreis, en toen moest de Bijbel nog open.

En ondertussen?

Preek wordt ingekort.
Leer wordt lastig
Diepgang heet “zwaar”.
Onderzoek heet “kritisch”.

Ik stel me de vraag: wat is hier eigenlijk aan de hand?

De norm van de eerste gemeente

De Schrift laat geen onduidelijkheid bestaan:

“En zij bleven volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden.” (Handelingen 2:42 STV)

Eerst de leer.
Niet de sfeer.
Niet de beleving.
Niet de muziek.

De leer.

Vandaag is het vaak omgekeerd. De samenkomst draait om ervaring. Het onderwijs moet kort, licht en positief blijven. Liefst met wat humor en eigentijdse aanprekende voorbeelden, Toegankelijk taal. Geen ingewikkelde teksten. Geen moeilijke thema’s. Geen confronterende exegese.

Maar geestelijke volwassenheid groeit niet in een emotionele kas. Zij groeit onder het licht van het Woord.

“Maar der volmaakten is de vaste spijze, die door de gewoonheid de zinnen geoefend hebben tot onderscheiding beide des goeds en des kwaads.” (Hebreeën 5:14 STV)

Onderscheiding komt niet uit een aanbiddingsmoment. Hoe mooi en kostbaar dat op zich ook kan zijn. Onderscheiding komt uit geoefend zijn in de Schrift.

En dáár gaapt een gat.

Horizontale verwachtingen

Wat hoor je vaak?

Ik werd zo geraakt.
Ik voelde ‘de aanwezigheid’.
Er gebeurde iets in de zaal.
God deed iets.

Maar waar is de vraag:
Wat zegt de tekst?
Wat bedoelt de Bijbelschrijver?
Hoe verhoudt dit zich tot het geheel van de Schrift?

De focus verschuift van openbaring naar ervaring.

Terwijl de Schrift zegt:

“Het geloof is uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods.” (Romeinen 10:17 STV)

Niet door muziek.
Niet door atmosfeer.
Niet door groepsdynamiek.

Door het Woord.

Wanneer gevoel de maatstaf wordt, is waarheid niet langer normgevend maar optioneel.

Waarom het Woord “moeilijk” wordt genoemd

Grondig Schriftonderzoek vraagt:

Concentratie.
Nederigheid.
Correctie.
Bereidheid om eigen ideeën en verwachtingen los te laten.

Dát is confronterend.

Beleving daarentegen vraagt niets van het verstand. Dat bevestigt vaak wat men al voelt of wil geloven.

Paulus voorzag dit:

“Want er zal een tijd zijn, wanneer zij de gezonde leer niet zullen verdragen; maar kittelachtig zijnde van gehoor, zullen zij zichzelf leraars opgaderen naar hun eigen begeerlijkheden.” (2 Timotheüs 4:3 STV)

Het probleem is niet dat mensen niet gelovig zijn.
Het probleem is dat zij gezonde leer niet kunnen verdragen.

Dat is een harde constatering.

Maar wel Bijbels.

De gevaren van emo-christendom

Emotie is niet verkeerd. Aanbidding is niet verkeerd. Gebed is niet verkeerd.

Integendeel.

Maar wanneer beleving de norm wordt voor waarheid, verschuift het fundament.

Dan wordt “het voelde zo krachtig” belangrijker dan “er staat geschreven”.

Dan wordt de ervaring heilig verklaard.

Maar de Schrift zegt:

“Beproeft de geesten, of zij uit God zijn.” (1 Johannes 4:1 STV)

Beproeven doe je met het Woord.
Niet met kippenvel.

Een zaal kan collectief iets ervaren. Dat bewijst niets. Massa-emotie is geen bewijs van goddelijke oorsprong.

Geest en waarheid

De Here Jezus zegt:

“God is een Geest; en die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.” (Johannes 4:24 STV)

Let op: niet alleen in geest.
Maar in geest én waarheid.

Waar waarheid wordt gereduceerd tot een overdenking tussen twee muzieksessies, verschuift het evenwicht.

Dan ontstaat een generatie die kan zingen, maar niet kan onderscheiden.
Die kan voelen, maar niet kan toetsen.
Die kan beleven, maar niet kan weerleggen.

En dat is link.

Wat hier werkelijk op het spel staat

Het gaat niet om muziekstijl.
Het gaat niet om vorm.
Het gaat om het fundament.

Een gemeente die het Woord marginaliseert, ondergraaft haar eigen stabiliteit.

“Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht voor mijn pad.” (Psalm 119:105 STV)

Niet: mijn ervaring is een lamp.
Niet: mijn gevoel is een licht.

Maar Uw Woord.

Wanneer het Woord niet langer centraal staat, blijven er religieuze vibes over, maar geen geestelijke diepgang.

En zonder diepte is elke opwekking slechts een golf

En elke golf zakt weer weg.

lees ook: (extern)

‘Moderne aanbiddingsliederen zijn absoluut gevaarlijk’ – Geloofstoerusting

Geen excuses voor verkapte luiheid

  1. Waarom“Bijbelvorser” geen scheldwoord  zou moeten zijn

Er wordt vandaag gemakkelijk gezegd:

“Ik heb Jezus. Ik hoef geen Bijbelstudie.”

Dat klinkt geestelijk.
Maar vaak is het niets anders dan een nette verpakking van geestelijke luiheid.

En wie dan wél vragen stelt, teksten vergelijkt, verbanden onderzoekt, krijgt soms een etiket opgeplakt:

“Daar heb je weer zo’n Bijbelvorser.”
Alsof het iets verdachts is.

Laat ik daar dan maar eerlijk over zijn.

Wat is een Bijbelvorser dan?

Het woord betekent eenvoudig: iemand die de Bijbel onderzoekt.
Het werkwoord vorsen betekent: diepgaand onderzoeken.

Dat is geen negatieve term. Dat is Bijbels.

“En deze waren edeler dan die te Thessalonica, als die het Woord ontvingen met alle toegenegenheid, dagelijks onderzoekende de Schriften, of deze dingen alzo waren.” (Handelingen 17:11 STV)

Dagelijks onderzoekende.

De Heilige Geest noemt zulke mensen edel.

Dát is bijbelvorsing.

Waarom krijgt het woord een negatieve lading?

Omdat grondige schriftstudie schuurt.

In sommige kringen weegt:

  • beleving zwaarder dan exegese
  • ervaring zwaarder dan tekst
  • autoriteit zwaarder dan toetsing
  • enthousiasme of gevoel zwaarder dan nauwkeurigheid

Wie dan vraagt:
“Waar staat dat precies?”
“Wat betekent dit in context?”
“Snijden we hier het Woord recht?”

wordt al snel lastig gevonden.

En dan wordt “bijbelvorser” een etiket om iemand weg te zetten als:

  • iemand die alles kapot analyseert
  • iemand die te kritisch is
  • iemand die “zonder geest” zou zijn
  • iemand die corrigeert met teksten

Het verkleinwoord maakt het nog kleinerend ook.
Dan bedoelt men niet: iemand die de Schrift serieus neemt —
maar: zo’n pietluttige tekst-nerd.

Maar wat zit daaronder?

Bijbelstudie ontmaskert oppervlakkigheid

Grondige Bijbelstudie doet iets.

Ontmaskert slordige exegese.
Stelt vragen bij populaire leerstellingen.
Prikt door retoriek heen.
Dwingt tot verantwoording.

En dat schuurt.

En waar het schuurt, ontstaan etiketten.

Maar de Schrift roept juist op tot nauwkeurigheid:

“Benaarstig u, om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het woord der waarheid recht snijdt.” (2 Timótheüs 2:15 STV)

Benaarstig u.

Dat betekent: span je in. Doe moeite. Werk. Zet je er voor in.

Dat is ongeveer het tegenovergestelde van geestelijke gemakzucht.

Liefde tot Christus zonder kennis is leeg

De Here Jezus zegt:

“Indien gij Mij liefhebt, zo bewaart Mijn geboden.” (Johannes 14:15 STV)

Maar hoe bewaar je Zijn geboden als je ze niet kent?

Paulus bidt:

“En dit bid ik, dat uw liefde nog meer en meer overvloedig worde in kennis en alle gevoelen.” (Filippenzen 1:9 STV)

Liefde zonder kennis wordt sentimenteel.
IJver zonder kennis wordt gevaarlijk:

“Want ik geef hun getuigenis, dat zij een ijver tot God hebben, maar niet met verstand.” (Romeinen 10:2 STV)

Geestelijke traagheid wordt aangepakt

De Hebreeënbrief is scherp:

“Hierover hebben wij veel te zeggen, en zwaar om te verklaren, dewijl gij traag om te horen geworden zijt.” (Hebreeën 5:11 STV)

Traag om te horen.

Dat is geen gebrek aan talent.
Dat is een houding.

En verder:

“Want gij moest naar den tijd leraars zijn…” (Hebreeën 5:12 STV)

Er is dus zoiets als verwijtbare stilstand.

Christus Zelf opende de Schriften

Na Zijn opstanding zei Hij niet dit:

“Voel Mij”

Maar dit deed Hij bij de Emmausgangers

“En Hij begon van Mozes en van al de Profeten, en legde hun uit, in al de Schriften, hetgeen van Hem geschreven was.” (Lukas 24:27 STV)

De opgestane Christus opent de Schrift.
Hij vervangt haar niet.

En Hij zegt:

“Indien gij in Mijn woord blijft, zo zijt gij waarlijk Mijn discipelen.” (Johannes 8:31 STV)

Blijven in Zijn woord.

Dat vraagt iets, namelijk inzet.

Is Bijbelvorsing altijd gezond?

Natuurlijk kan iemand helemaal doorschieten.

Zonder liefde wordt studie hard.
Zonder nederigheid wordt kennis hoogmoedig.

Maar dat is geen argument tegen studie.
Dat is een oproep tot karakter.

Het probleem is niet Bijbelvorsing.
Het probleem is hoe mensen reageren op toetsing.

De eerlijke vraag

Waarom zou het een belediging zijn om iemand te noemen naar iemand die de Schrift onderzoekt?

Waarom zou nauwkeurigheid verdacht zijn?

Waarom zou het verkeerd zijn om te vragen:
“Wat staat er werkelijk?”

Misschien is de echte spanning niet dit:
“Bijbelvorsers zijn lastig.”

Maar dit:
Het Woord corrigeert.

En correctie doet pijn.

Bijbelstudie is geen hobby.
Het is gehoorzaamheid.

Het is:

  • liefde tot Christus
  • bescherming tegen dwaling
  • groei naar volwassenheid
  • geestelijke weerbaarheid
  • eerbied voor Gods spreken

Geen excuses dus voor verkapte luiheid.

 

En als iemand je “bijbelvorser” noemt omdat je de Schrift onderzoekt?

Draag het dan als een geuzennaam.

Want de Schrift noemt zulke mensen:

edel.

Geverifieerd door MonsterInsights