Eeuwig oordeel: twee standpunten naast elkaar

Eeuwig oordeel: twee standpunten naast elkaar

Binnen het christelijk geloof bestaat al eeuwenlang een diepgaand gesprek over het laatste oordeel,  uitlopend in de eeuwige straf. Niet over de vraag óf God oordeelt, maar over hoe dat oordeel zich uiteindelijk voltrekt. De Schrift spreekt met grote ernst over dit onderwerp, en juist daarom is zorgvuldigheid op zijn plaats. Een gesprek hierover heeft helaas het risico in zich al snel te ontaarden in een gevecht, met als resultaat hete hoofden en koude harten

In dit artikel worden twee standpunten naast elkaar gezet, zonder strijdvraag. De Bijbel zelf staat centraal.

Wat beide standpunten gemeenschappelijk hebben

Voordat de verschillen worden besproken, is het noodzakelijk vast te stellen waarover geen verschil van inzicht bestaat. Beide visies erkennen ondubbelzinnig:

  • God is heilig, rechtvaardig en goed
  • De Schrift is het hoogste gezag
  • Er is een lichamelijke opstanding van rechtvaardigen en onrechtvaardigen
  • Het oordeel is definitief en onontkoombaar
  • Het oordeel heeft een eeuwig karakter
  • Redding is alleen mogelijk door Jezus Christus

De ernst van het oordeel wordt in de Schrift zonder terughoudendheid benoemd:

“Het is vreselijk te vallen in de handen des levenden Gods.”
(Hebreeën 10:31, STV)

– Eeuwige bewuste straf

Het klassieke standpunt stelt dat de goddelozen na het laatste oordeel bewust blijven bestaan en een eeuwige straf ondergaan, zonder einde. Het oordeel houdt niet op en eindigt niet in vernietiging, maar in een blijvende toestand van straf.

Het woord eeuwig wordt hier verstaan als zonder einde, zowel bij het leven van de rechtvaardigen als bij de straf van de goddelozen.

Schriftplaatsen die centraal staan

“En dezen zullen gaan in de eeuwige pijniging, maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven.”
(Mattheüs 25:46, STV)

“En de rook hunner pijniging gaat op in alle eeuwigheid; en zij hebben geen rust dag en nacht.”
(Openbaring 14:11, STV)

“Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt.”
(Markus 9:48, STV)

“Daar zal wening zijn en knersing der tanden.”
(Mattheüs 13:42, STV)

Volgens dit standpunt wordt ook benadrukt dat Gods oordeel rechtvaardig en proportioneel is:

“En zij werden geoordeeld, een iegelijk naar hun werken.”
(Openbaring 20:13, STV)

– Voorwaardelijke onsterfelijkheid (annihilatie)

Dit  standpunt stelt dat onsterfelijkheid geen vanzelfsprekende eigenschap of bezit van de mens is, maar een gave van God. Eeuwig leven wordt alleen geschonken aan wie in Christus zijn. De goddelozen worden geoordeeld en ondergaan de tweede dood: een definitief en onomkeerbaar ophouden te bestaan.

De straf is eeuwig in gevolg, niet in een eindeloos voortgaand proces.

Schriftplaatsen die centraal staan

“Want het loon der zonde is de dood; maar de genadegift Gods is het eeuwige leven.”
(Romeinen 6:23, STV)

“Vreest veelmeer Dien, Die beide ziel en lichaam kan verderven in de hel.”
(Mattheüs 10:28, STV)

“Deze is de tweede dood.”
(Openbaring 20:14, STV)

“Welke als straf zullen lijden het eeuwig verderf.”
(2 Thessalonicenzen 1:9, STV)

“Opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve.”
(Johannes 3:16, STV)

Volgens dit standpunt bestaat de straf niet uit eeuwig lijden, maar uit blijvende dood.

Het vuur en de beeldtaal van het oordeel

De Schrift gebruikt krachtige beelden: vuur, duisternis, rook, wormen. Beide posities erkennen dat deze beelden ernstig zijn, maar verschillen in hoe zij worden verstaan.

Een sleuteltekst uit het Oude Testament luidt:

“En zij zullen uitgaan, en zien de dode lichamen der lieden, die tegen Mij overtreden hebben; want hun worm zal niet sterven, en hun vuur zal niet uitgeblust worden.”
(Jesaja 66:24, STV)

Deze tekst spreekt expliciet over dode lichamen, wat vaak wordt gezien als achtergrond van Jezus’ woorden in Markus 9.

Wat betekent ‘eeuwig’?

Het verschil tussen beide posities ligt in de betekenis van het woord eeuwig:

Gaat het om eeuwig straffen?

Of om een eeuwige straf met een blijvend resultaat?

De Schrift gebruikt het begrip eeuwig ook op andere manieren:

“Een eeuwige verlossing.”
(Hebreeën 9:12, STV)

Niet als een voortdurend proces, maar als een daad met een blijvend gevolg.

Slot: ernst, eerbied en Schriftgezag

Beide standpunten willen recht doen aan de Schrift en belijden dat Gods oordeel rechtvaardig, heilig en ernstig is. Geen van beide kan zomaar als een karikatuur worden afgeserveerd

Wat vaststaat, is de waarschuwing van de Schrift zelf:

“Heden, indien gij Zijn stem hoort, zo verhardt uw harten niet.”
(Hebreeën 3:15, STV)

Sponsoren of bedelen?

Ik kreeg gisteren een appje van een broeder met de vraag of ik bereid was een werkreis naar een Europees land te sponsoren. Het zou gaan om het opknappen van een kerkgebouw. Dat klinkt nobel, en daarom is het ook lastig om er kritische vragen bij te stellen.

Toch deed ik dat.
Ik ken de betreffende persoon namelijk redelijk goed. Ik weet hoe er in zijn persoonlijke leven met geld wordt omgegaan: luxe vakanties, een nieuw interieur, kortom geen gebrek. Dat roept bij mij een ongemakkelijke vraag op: als je zelf gelooft dat dit werk noodzakelijk is, waarom spaar je er dan niet voor? Waarom moet de rekening bij anderen worden neergelegd?

Wat nog veel gekker is, is de hoogte van het gevraagde sponsorbedrag. Voor de reis inclusief één week verblijf wordt een bedrag gevraagd dat neerkomt op ongeveer een derde van mijn maandsalaris.Voor dat geld kun je all-inclusive op een vreet–en-zuip luier vakantie aan de Middellandse zee wat ik nooit zou doen..Dat is geen kleingeld, en daarom heb ik de vrijheid genomen het eens nuchter na te rekenen.

Een vliegticket, heen en terug, naar de regio waar het kerkgebouw zich bevindt, kost in het betreffende tijdslot ongeveer een tiende, wellicht iets meer van het gevraagde totaalbedrag. De groep verblijft bovendien in een accommodatie die eigendom is van de kerk zelf. Blijven over: kosten voor eten en wat praktische zaken. Dat verklaart het enorme verschil bij lange na niet.

Hoe je het ook wendt of keert: de cijfers kloppen niet.

Als ik alles bij elkaar optel, kan ik maar tot één conclusie komen: er lekt ergens geld weg . En dan is de vraag niet of dat zo is, maar waarheen.

Is er een “handige jongen” die meeverdient?
Een stichting met een wat al te lange strijkstok?


Of is dit een systeem waarin niemand gewend is om kritische vragen te stellen, zolang het maar wordt verpakt als “werk voor de Heer”?

Geverifieerd door MonsterInsights