Tongentaal en ‘persoonlijke klanktaal’: Bijbels of een moderne charismatische leer?

Een Bijbelse gave of een moderne uitvinding?

Veel christenen geloven erin. Maar leert de Bijbel het ook?

“Bid je al in een persoonlijke gebedstaal?”

In veel evangelische en charismatische gemeenten is die vraag heel gewoon. Sommigen beschouwen een persoonlijke klanktaal zelfs als een onmisbaar onderdeel van een gezond geestelijk leven. Anderen gaan nog verder en zien het als het bewijs dat iemand gedoopt is met de Heilige Geest.

Maar hier moet iedere Bijbelgetrouwe christen een eenvoudige, eerlijke vraag stellen:

Waar staat dat eigenlijk?

Niet: Wie zegt het?

Niet: Hoeveel mensen geloven het?

Niet: Welke ervaring hebben zij?

Maar: Wat zegt de Schrift?

Want de Bereërs werden geprezen omdat zij

“dagelijks de Schriften onderzochten, of deze dingen alzo waren” (Handelingen 17:11).

ik heb er een video over gemaakt, n.a.v een andere video waarin de gedachte van een ‘persoonlijke klanktaal’ wordt neergezet.

YouTube player

Tongentaal en persoonliijke klanktaal 

Een opvallend gegeven

De uitdrukkingen ‘persoonlijke klanktaal’, ‘persoonlijke gebedstaal’ en hemelse gebedstaal’ komen nergens in de Bijbel voor.

Dat betekent niet automatisch dat de gedachte onjuist is. Er zijn meer woorden die niet letterlijk in de Bijbel voorkomen. Maar als een leer zo’n belangrijke plaats krijgt in het christelijk leven, mag verwacht worden dat zij duidelijk uit de Schrift kan worden aangetoond.

En daar hebben we een probleem.

 

Een leer van de twintigste eeuw

Gedurende bijna negentien eeuwen kerkgeschiedenis vinden we deze leer nauwelijks terug.

Pas met de opkomst van de pinksterbeweging aan het begin van de twintigste eeuw, gevolgd door de Azusa Street-opwekking (1906), de charismatische beweging en later de Word of Faith- en NAR-beweging, werd de gedachte populair dat iedere gelovige een persoonlijke gebedstaal kan ontvangen.

Langzamerhand verschoof het spreken in tongen van een bijzondere geestelijke gave naar een persoonlijke geloofspraktijk die voor vrijwel iedere christen bereikbaar zou zijn.

Maar een leer wordt niet waar omdat zij populair is. Zij moet getoetst worden aan Gods Woord.

 

Niet iedere gelovige spreekt in talen

Paulus laat daar weinig ruimte voor.

“Zijn zij allen apostelen? Zijn zij allen profeten? Zijn zij allen leraars? Zijn zij allen krachten? Hebben zij allen gaven der gezondmakingen? Spreken zij allen met vreemde talen? Zijn zij allen uitleggers?”
(1 Korinthe 12:29-30)

De vorm van deze vragen verwacht telkens hetzelfde antwoord:

Nee.

Niet iedereen heeft dezelfde gave.

Even daarvoor schrijft Paulus:

“Doch deze dingen alle werkt één en dezelfde Geest, delende aan een iegelijk in het bijzonder, gelijkerwijs Hij wil.”
(1 Korinthe 12:11)

De Heilige Geest deelt de gaven uit zoals Hij wil, niet zoals wij wensen.

Dat alleen al maakt de populaire uitspraak dat “iedere gelovige een persoonlijke gebedstaal kan ontvangen” moeilijk houdbaar.

 

De gave is gegeven voor de gemeente

Paulus schrijft:

“Maar aan een iegelijk wordt de openbaring des Geestes gegeven tot hetgeen oorbaar is.”
(1 Korinthe 12:7)

En:

“Laat alle dingen geschieden tot stichting.”
(1 Korinthe 14:26)

Het doel van geestelijke gaven is de opbouw van de gemeente.

De moderne nadruk ligt echter vaak op persoonlijke stichting, persoonlijke ervaring en persoonlijke verdieping.

Dat is een opvallende verschuiving.

 

Op Pinksteren sprak men bestaande talen

Handelingen 2 beschrijft de eerste keer dat mensen in talen spreken.

“En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.”
(Handelingen 2:4)

Wat waren dat voor talen?

De Bijbel geeft zelf het antwoord.

“Hoe horen wij hen een iegelijk in onze eigen taal, in welke wij geboren zijn?”
(Handelingen 2:8)

En:

“Wij horen hen in onze talen de grote werken Gods spreken.”
(Handelingen 2:11)

Niet onverstaanbare klanken.

Niet een privégebedstaal.

Maar bestaande menselijke talen.

 

“Hij spreekt niet de mensen, maar God”

Vaak wordt gewezen op 1 Korinthe 14:2.

“Want die een vreemde taal spreekt, spreekt niet den mensen, maar Gode; want niemand verstaat het, doch met den geest spreekt hij verborgenheden.”

Maar Paulus zegt niet dat dit een hemelse taal is.

Hij zegt waarom niemand hem verstaat.

Er is geen uitleg.

De verborgenheid zit niet in een mysterieuze taal uit de hemel, maar in het feit dat de aanwezigen de taal niet begrijpen.

Wie vandaag in een Nederlandse gemeente uitsluitend Chinees spreekt zonder vertaling, spreekt voor de aanwezigen eveneens “verborgenheden”.

 

“Mijn geest bidt”

Ook 1 Korinthe 14:14 wordt vaak aangehaald.

“Want indien ik bid in een vreemde taal, mijn geest bidt wel, maar mijn verstand is onvruchtbaar.”

Maar Paulus eindigt daar niet.

Hij zegt onmiddellijk:

“Wat is het dan? Ik zal wel met den geest bidden, maar ik zal ook met het verstand bidden.”

En iets verder:

“Maar ik wil liever in de gemeente vijf woorden spreken met mijn verstand, opdat ik ook anderen moge onderwijzen, dan tienduizend woorden in een vreemde taal.”
(1 Korinthe 14:15,19)

Zijn conclusie is dus niet dat onverstaanbaarheid wenselijk is.

Integendeel.

Hij kiest nadrukkelijk voor begrijpelijke woorden.

 

Zonder uitleg moet men zwijgen

Paulus geeft duidelijke regels.

“En indien er geen uitlegger is, dat hij in de gemeente zwijge; doch dat hij tot zichzelven spreke en tot God.”
(1 Korinthe 14:28)

Ook deze tekst wordt vaak gebruikt als bewijs voor een persoonlijke gebedstaal.

Maar Paulus voert hier geen nieuwe leer in.

Hij geeft een ordevoorschrift.

Geen uitleg?

Dan geen openbare bijdrage.

Dat is precies het tegenovergestelde van de praktijk waarin soms hele gemeenten tegelijkertijd onverstaanbare klanken voortbrengen.

 

De moderne praktijk roept vragen op

In veel charismatische kringen wordt mensen geleerd hoe zij in tongen kunnen spreken.

Men krijgt instructies als:

  • spreek gewoon klanken uit;
  • zet je verstand niet in de weg;
  • laat de Geest het overnemen;
  • oefen iedere dag.

Maar waar vinden we zo’n instructie in de Schrift?

Nergens.

Geen enkele apostel leert iemand hoe hij in tongen moet spreken.

Geen enkele brief bevat een stappenplan.

Geen enkele gelovige wordt aangemoedigd om door oefening een klanktaal te ontwikkelen.

Dat zou ons voorzichtig moeten maken.

 

Ervaring is geen norm

Veel gelovigen zijn oprecht.

Daar hoeft niemand aan te twijfelen.

Maar oprechtheid bewijst nog niet dat een leer juist is.

De geschiedenis van de kerk laat zien dat oprechte mensen zich kunnen vergissen.

Daarom blijft de vraag niet:

“Wat heb ik ervaren?”

Maar:

“Wat heeft God geopenbaard?”

Onze ervaringen moeten door de Schrift worden beoordeeld, niet andersom.

 

Conclusie

Wanneer alle relevante Bijbelgedeelten eerlijk naast elkaar worden gelegd, ontstaat een helder beeld.

De Bijbel leert dat:

  • niet iedere gelovige dezelfde geestelijke gaven ontvangt;
  • de gave van talen een gave van de Heilige Geest is;
  • de Geest die gaven uitdeelt zoals Hij wil;
  • talen in Handelingen herkenbare menselijke talen waren;
  • spreken in talen zonder uitleg de gemeente niet opbouwt;
  • Paulus steeds de nadruk legt op verstaanbaarheid, onderwijs en orde;
  • de Bijbel nergens spreekt over een persoonlijke klanktaal die iedere gelovige kan ontvangen of ontwikkelen.

Dat betekent niet dat God vandaag niets bijzonders meer kan doen. God is soeverein en almachtig.

Maar de vraag is niet wat God kan doen.

De vraag is wat Hij heeft geopenbaard als norm voor Zijn gemeente.

En daarop geeft de Schrift een duidelijk antwoord.

De gave van talen is Bijbels. De leer van een algemeen beschikbare persoonlijke klanktaal is dat niet.

“Beproeft alle dingen; behoudt het goede.”
1 Thessalonicenzen 5:21

 

O, welk een wond’re Verlosser

Genade kocht mij vrij

Vanmorgen hadden wij, mijn vrouw en ik, sinds heel lange tijd weer eens een zeer ontnuchterend gesprek aan de voordeur met zogenaamde ‘getuigen van Jehova’, colporteurs van het Wachttorengenootschap. Ze hebben geen enkele geloofszekerheid, want het hangt alles van hun volharding af. Verder ontkennen zij dat Jezus Heer is. Wat een verdietig verhaal telkens  weer. Enigszins ontdaan deden we de voordeur weer dicht. Nadien hadden wij, los van elkaar, onderstaand lied in gedachten. Het is allemaal Genade wat de klok slaat.

 

O, welk een wond’re Verlosser vond ik in mijn Heiland en Heer.

Lofprijs vervult nu mijn harte, mijn zonden gedenkt Hij niet meer.

Genade kocht mij vrij! Genade kocht mij vrij! Mijn ziele juicht: Halleluja! Genade kocht mij vrij!

Stromen van licht en genade vervullen mijn ziel, meer en meer.

‘k Weet: al mijn schuld is vergeven door ’t bloed van mijn Heiland en Heer.

Genade kocht mij vrij! Genade kocht mij vrij! Mijn ziele juicht: Halleluja! Genade kocht mij vrij!

Niets kan van Jezus mij scheiden, Hij woont door zijn Geest in mijn hart.

In Hem ben ‘k veilig geborgen, in uren van zorg en van smart.

Refrein: Genade kocht mij vrij! Genade kocht mij vrij! Mijn ziele juicht: Halleluja! Genade kocht mij vrij!

‘k Werd niet gered door mijn werken, zelfs niet door berouwvol geween,

noch door mijn worst’ling en strijden, doch slechts door genade alleen.

Refrein: Genade kocht mij vrij! Genade kocht mij vrij! Mijn ziele juicht: Halleluja!

Genade kocht mij vrij!

De verborgenheid in de Bijbel

De sleutel die veel christenen zijn kwijtgeraakt

De verborgenheid in de Bijbel is geen bijzaak

Verwarring onder Christenen ontstaat niet doordat men de Bijbel openlijk afwijst, maar doordat men verschillende delen van de Schrift zonder onderscheid op één hoop gooit.

Beloften aan Israël worden toegepast op de Gemeente. De prediking van de Here Jezus tijdens Zijn aardse omwandeling wordt rechtstreeks gelijkgesteld aan de bediening van Paulus. Het Koninkrijk wordt verward met de Gemeente. Wet en genade lopen door elkaar.

Het gevolg is een evangelie vol innerlijke tegenstrijdigheden.

De sleutel die deze knoop ontwart, is wat de apostel Paulus noemt:

De verborgenheid.
Verborgenheid in de Bijbel

Wat betekent de verborgenheid in de Bijbel?

Het woord verborgenheid klinkt voor velen mystiek of geheimzinnig. In de Schrift betekent het iets anders.

Een verborgenheid is een waarheid die in Gods raadsplan besloten lag, maar gedurende eerdere eeuwen niet openbaar was gemaakt. Op Gods tijd werd die waarheid bekendgemaakt.

Paulus schrijft:

“Dat Hij mij door openbaring heeft bekendgemaakt deze verborgenheid.”
Efeze 3:3 (STV)

De verborgenheid was dus niet het resultaat van menselijke studie, religieuze ontwikkeling of filosofische ontdekking. Zij werd door God geopenbaard.

Dat maakt Paulus niet belangrijker dan de andere apostelen, maar zijn bediening was wel uniek.

Waarom sprak de Here Jezus tijdens Zijn aardse bediening niet openlijk over de Gemeente?

Hier ontstaat vaak weerstand.

Men redeneert: de Here Jezus heeft toch alles geleerd wat wij moeten weten?

Maar de Schrift zegt iets anders.

Tijdens Zijn aardse bediening was de Here Jezus in de eerste plaats gezonden tot Israël. Hij zei:

“Ik ben niet gezonden dan tot de verloren schapen van het huis Israëls.”
Mattheüs 15:24 (STV)

Zijn prediking stond in het teken van het beloofde Koninkrijk, de bekering van Israël en de vervulling van de profetieën.

Daarom sprak Hij veel over:

  • het Koninkrijk der hemelen;
  • de troon van David;
  • de komst van de Messias;
  • het oordeel over Israël;
  • de toekomstige wederkomst.

De Gemeente als het Lichaam van Christus werd tijdens Zijn aardse omwandeling nog niet volledig geopenbaard.

Dat was geen tekort in Zijn prediking. Het hoorde bij Gods orde van openbaring.

Paulus en de openbaring van de verborgenheid

Paulus ontving een bijzondere opdracht.

Hij noemt zichzelf dienaar van het Evangelie onder de heidenen en rentmeester van de genade Gods.

“Indien gij maar gehoord hebt van de bedeling der genade Gods, die mij gegeven is aan u.”
Efeze 3:2 (STV)

En verder:

“En allen te verlichten, dat zij mogen verstaan welke de gemeenschap der verborgenheid zij, die van alle eeuwen verborgen is geweest in God.”
Efeze 3:9 (STV)

Paulus spreekt dus niet slechts over vergeving van zonden. Hij maakt een tot dan toe verborgen onderdeel van Gods plan bekend.

Dat is van groot belang voor het verstaan van:

  • de Gemeente;
  • de genade;
  • de hemelse positie van de gelovige;
  • de eenheid van Jood en heiden in één Lichaam;
  • de huidige verborgen positie van Christus;
  • de toekomstige openbaring van Zijn Koninkrijk.

De Gemeente is niet hetzelfde als Israël

Een van de belangrijkste gevolgen van deze openbaring is het onderscheid tussen Israël en de Gemeente.

De Gemeente is niet het nieuwe Israël.

Zij is ook geen geestelijke vervanging van Israël.

De Gemeente is het Lichaam van Christus.

“En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; welke Zijn lichaam is.”
Efeze 1:22-23 (STV)

Israël heeft een aardse roeping, aardse beloften en een toekomstige bestemming in verband met het Koninkrijk op aarde.

De Gemeente heeft een hemelse roeping, hemelse zegeningen en een positie in Christus.

Wie Israël en de Gemeente vermengt, tast onvermijdelijk beide aan.

Israël verliest zijn beloften en de Gemeente verliest haar hemelse positie.

De verborgenheid van Christus en de Gemeente

De verborgenheid draait niet in de eerste plaats om een leerstellig schema.

Zij draait om Christus.

Christus is het Hoofd.

De Gemeente is Zijn Lichaam.

Gelovigen uit Joden en heidenen worden in Hem tot één gemaakt.

“Dat de heidenen zijn mede-erfgenamen, en van hetzelfde lichaam, en mededeelgenoten Zijner belofte in Christus, door het Evangelie.”
Efeze 3:6 (STV)

Dat was in die vorm niet bekendgemaakt in de oudtestamentische profetieën.

De profeten spraken wel over de zegen van de heidenen onder het toekomstige Koninkrijk. Maar de vorming van één hemels Lichaam, waarin Jood en heiden dezelfde positie ontvangen, was verborgen.

Christus regeert nu in de gelovigen, maar Zijn Koninkrijk is nog niet openbaar

Een andere belangrijke waarheid is dat Christus vandaag wel verhoogd is, maar Zijn Koninkrijk nog niet zichtbaar op aarde heeft geopenbaard.

Hij zit aan de rechterhand Gods.

“Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods.”
Kolossenzen 3:1 (STV)

Zijn heerschappij is echt, maar nog verborgen.

Daarom is het onjuist om te beweren dat de Gemeente nu geroepen is om het Koninkrijk op aarde te vestigen.

De Gemeente bouwt niet het Messiaanse Koninkrijk.

Zij verkondigt het Evangelie der genade Gods.

Zij wacht op haar hemelse Heer.

Zij neemt niet de plaats van Israël in.

Waarom Kingdom Now botst met de verborgenheid

De leer van Kingdom Now stelt dat de kerk nu geroepen is om Gods Koninkrijk zichtbaar te maken, maatschappelijke systemen te transformeren en geestelijke heerschappij over de wereld uit te oefenen.

Maar deze gedachte botst met de verborgenheid.

Hij haalt de toekomstige openbaring van het Koninkrijk naar het heden.

Hij verwart de Gemeente met Israël.

Hij maakt de kerk tot een aardse machtsinstelling.

Hij verschuift de verwachting van de wederkomst naar maatschappelijke invloed.

De Schrift leert echter niet dat de Gemeente de wereld geleidelijk zal onderwerpen aan Christus.Hij leert dat Christus Zelf zal verschijnen en Zijn Koninkrijk openbaar zal maken.

Wet en Genade mogen niet worden vermengd

Wanneer de verborgenheid wordt genegeerd, raakt ook het onderscheid tussen Wet en Genade kwijt.

De Wet werd aan Israël gegeven.

De genade Gods wordt nu om niet verkondigd aan Jood en heiden.

“Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.”
Romeinen 6:14 (STV)

Dat betekent niet dat Genade tot wetteloosheid leidt.

Genade verandert de grondslag van de wandel.

De gelovige leeft niet heilig om aanvaard te worden, maar omdat hij in Christus aanvaard is.

Wet zegt: doe en leef.

Genade zegt: geloof en leef.

Wet eist gerechtigheid.

Genade schenkt gerechtigheid.

Wie beide vermengt, berooft de Wet van haar scherpte en de genade van haar vrijheid.

De grote gevolgen van het negeren van de verborgenheid

Wanneer de verborgenheid uit beeld verdwijnt, ontstaan steeds dezelfde dwalingen:

  • vervangingstheologie;
  • Kingdom Now;
  • dominion theology;
  • vermenging van Wet en genade;
  • de gedachte dat de kerk Israël heeft vervangen;
  • het toepassen van Israëls aardse beloften op de Gemeente;
  • verwarring over de wederkomst;
  • verwarring over de opname van de Gemeente;
  • verwarring over het Koninkrijk.

Dit zijn geen losstaande fouten.

Zij komen voort uit het niet recht snijden van het Woord der waarheid.

Paulus schrijft:

“Benaarstig u, om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt.”
2 Timotheüs 2:15 (STV)

Recht snijden betekent niet dat wij delen van de Bijbel wegzetten als onbelangrijk.

Het betekent dat wij ieder Schriftgedeelte lezen in zijn eigen verband, bestemming en plaats binnen Gods heilsplan.

De hele Bijbel is voor ons, maar niet alles gaat over ons

Dit onderscheid is onmisbaar.

De hele Schrift is nuttig.

Maar niet iedere opdracht is rechtstreeks aan de Gemeente gegeven.

Niet iedere belofte is aan de Gemeente gedaan.

Niet ieder oordeel betreft dezelfde groep.

Niet iedere verwachting heeft dezelfde bestemming.

De Bijbel kent:

  • Israël;
  • de heidenen;
  • de Gemeente.

Wie die drie groepen door elkaar haalt, maakt de Schrift onduidelijk.

Wie ze onderscheidt, ontdekt juist de eenheid van Gods plan.

De verborgenheid en de hemelse roeping van de Gemeente

De Gemeente is geen aardse politieke beweging.

Zij is geen religieuze voortzetting van Israël.

Zij is geen instrument om de wereld te christianiseren.

Zij is een hemels volk.

“Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus.”
Filippenzen 3:20 (STV)

Dat bepaalt haar hoop.

Dat bepaalt haar positie.

Dat bepaalt haar roeping.

De Gemeente verwacht niet dat de wereld haar zal erkennen. Zij verwacht Christus.

Waarom de verborgenheid geen bijzaak is

Sommigen beschouwen dit als ingewikkelde leer voor gevorderde Bijbelkenners.

Maar dat is een ernstige misvatting.

De verborgenheid bepaalt hoe wij:

  • Paulus lezen;
  • de Evangeliën lezen;
  • Israël verstaan;
  • de Gemeente verstaan;
  • de genade verstaan;
  • de wederkomst verstaan;
  • het Koninkrijk verstaan.

Wie de verborgenheid mist, mist niet slechts een detail.

Hij mist het raamwerk waarin een groot deel van het Nieuwe Testament geplaatst moet worden.

Zonder de verborgenheid blijft de Bijbel een warboel

De verborgenheid in de Bijbel is geen mystiek randonderwerp.

Zij is de geopenbaarde waarheid over Gods huidige handelen in Christus en de Gemeente.

Paulus mocht bekendmaken dat God uit Joden en heidenen één Lichaam vormt, met een hemelse positie, onder Christus als Hoofd.

Israël blijft Israël.

De Gemeente blijft de Gemeente.

Het Koninkrijk zal door Christus Zelf openbaar worden gemaakt.

Wet en genade mogen niet worden vermengd.

Daarom is de verborgenheid geen hobby voor liefhebbers van schema’s.

Het is een onmisbare sleutel voor het recht verstaan van Gods Woord.

Wie het  negeert, leest de Bijbel alsof alles over iedereen gaat.

Wie het erkent, ziet orde waar anderen tegenstrijdigheid zien.

En  daar begint helder Bijbelbegrip.

zie ook:

De bediening van Jezus en Paulus niet hetzelfde – Bijbelse basis

De Gemeente is geen Israël – Bijbelse basis

Geverifieerd door MonsterInsights