Waarom 1 Korinthe 15:28 wringt met het klassieke drie-eenheidsdogma

De Zoon Zelf zal onderworpen worden

Wat betekent het dat “de Zoon Zelf onderworpen” zal worden? In 1 Korinthe 15:28 schrijft Paulus woorden die vaak spanning oproepen binnen het klassieke drie-eenheidsdogma. Dit blog laat zien dat deze tekst de Godheid van Christus geenszins  ontkent. Jezus is JHWH. Maar tegelijk dwingt deze tekst ons om de Bijbelse orde, of  zo je wilt hiërarchie, tussen God, de Vader, en de Zoon serieus te nemen.

Er zijn Bijbelteksten die je niet mag wegverklaren omdat ze niet inpasbaar zouden zijn, maar gewoon moet laten staan. Niet omdat ze gemakkelijk zijn, maar omdat ze juist door hun scherpte ons dwingen om onze woorden onder het gezag van de Schrift te brengen.

1 Korinthe 15:28 is zo’n tekst.

“En wanneer Hem alle dingen zullen onderworpen zijn, dan zal ook de Zoon Zelf onderworpen worden Dien, Die Hem alle dingen onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen.” (1 Korinthe 15:28, STV)

Dit vers is geen aanval op de heerlijkheid van Christus. Het is geen ontkenning van Zijn Godheid. Het is geen munitie voor wie van Jezus slechts een schepsel, profeet of verheven mens wil maken.

Integendeel.

Juist omdat Jezus Christus zo hoog verheven is, juist omdat alle dingen Hem onderworpen worden, juist omdat Hij de laatste vijand, de dood, tenietdoet, is dit vers zo indrukwekkend.

Maar het vers ontmaskert wél iets anders: de vanzelfsprekendheid waarmee het kerkelijke drie-eenheidsdogma vaak zondermeer over de Schrift heen gelegd wordt.

Niet de Christus der Schriften wordt ontmaskerd, maar een latere kerkelijke formulering die moeite heeft met de duidelijke orde die Paulus hier beschrijft.

1 Korinthe15:28

De tekst zegt wat hij zegt

Paulus schrijft niet dat “de menselijke natuur” van Christus onderworpen zal worden. Hij schrijft ook niet dat “Christus naar Zijn Middelaarsambt” onderworpen zal worden, alsof dat de scherpe rand van de tekst wegneemt.

Hij schrijft:

“dan zal ook de Zoon Zelf onderworpen worden” (1 Korinthe 15:28, STV)

Dat is directe taal. De Zoon Zelf.

Wie de Schrift serieus neemt, moet die woorden niet onmiddellijk ombouwen tot dogmatische categorieën. Natuurlijk is het waar dat Christus de Middelaar is. Natuurlijk is het waar dat Hij als Mens en als Messias regeert. Maar Paulus gebruikt hier niet de taal van concilies. Hij gebruikt de taal van openbaring.

God heeft alle dingen aan Christus onderworpen. Christus regeert totdat alle vijanden onder Zijn voeten gelegd zijn. Daarna wordt ook de Zoon Zelf onderworpen aan Hem Die Hem alle dingen onderworpen heeft.

Dat is de orde van de Schrift.

Dit is geen ontkenning van Jezus als JHWH

Laat dit helder zijn: wie 1 Korinthe 15:28 gebruikt om de Godheid van Christus te ontkennen, zakt hier keihard door het ijs. Dezelfde Schrift die spreekt over de onderwerping van de Zoon, spreekt ook over de Goddelijke heerlijkheid van de Zoon.

“Ik en de Vader zijn één.” (Johannes 10:30, STV)

“En Thomas antwoordde en zeide tot Hem: Mijn Heere en mijn God!” (Johannes 20:28, STV)

“Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk.” (Kolossenzen 2:9, STV)

“Welke, in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode evengelijk te zijn.” (Filippenzen 2:6, STV)

De Schrift laat geen ruimte voor een lagere Christus. Jezus is niet slechts een gezant of een profeet naast God. Hij is niet een engel. Hij is niet een geschapen tussenwezen. Hij draagt de Naam, de heerlijkheid, de werken en de aanbidding die aan JHWH toekomen.

Maar dezelfde Schrift laat óók geen ruimte om de Zoon los te maken van Zijn verhouding tot de Vader.

“Want Ik ben uit den hemel nedergedaald, niet opdat Ik Mijn wil zou doen, maar den wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft.” (Johannes 6:38, STV)

“De Vader is meerder dan Ik.” (Johannes 14:28, STV)

“Doch van dien dag en die ure weet niemand, noch de engelen, die in den hemel zijn, noch de Zoon, dan de Vader.” (Markus 13:32, STV)

Deze teksten zijn geen ongelukken of toevalligheden in de Bijbel. Ze zijn geen voetnoten die met wat dogmatische tactiek onschadelijk gemaakt moeten worden.

Ze horen bij de openbaring van de Zoon.

Jezus is JHWH. En Jezus is de Zoon.
Jezus is waarachtig God. En Jezus is de Gezondene.
Jezus is één met de Vader. En Hij doet de wil van de Vader.
Jezus ontvangt alle dingen. En Hij onderwerpt uiteindelijk alles aan God.

Dat gegeven moeten we niet negeren.

Waar het dogma begint te wringen

Het klassieke drie-eenheidsdogma wil de Godheid van Christus beschermen. Die intentie is begrijpelijk. In de kerkgeschiedenis moest er terecht weerstand geboden worden tegen leringen die Christus verlaagden tot schepsel. Ook vandaag de dag nog wordt er heel wat gerommeld om Christus lager neer te zetten.

Maar de vraag is niet alleen of een dogma iets goeds wil beschermen. De vraag is ook of het de volledige boodschap en openbaring van de Schrift recht doet.

En dat is een lastige  vraag,

Wanneer de drie-eenheid zo wordt voorgesteld dat Vader, Zoon en Geest in de praktijk vooral drie gelijkwaardige “Personen” naast elkaar worden, dan ontstaat er spanning met teksten waarin de Zoon gezonden wordt, ontvangt, gehoorzaamt, onderworpen is, verhoogd wordt, het Koninkrijk overdraagt en uiteindelijk Zelf onderworpen wordt.

Paulus zegt:

“Daarna zal het einde zijn, wanneer Hij het Koninkrijk aan God en den Vader zal overgegeven hebben; wanneer Hij zal te niet gedaan hebben alle heerschappij, en alle macht en kracht.” (1 Korinthe 15:24, STV)

En daarna:

“Want Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al de vijanden onder Zijn voeten zal gelegd hebben.” (1 Korinthe 15:25, STV)

Christus regeert dus met een doel. Zijn heerschappij is niet los verkrijgbaar. Zij staat in dienst van Gods voleindiging. Hij brengt alles onder Zijn voeten, om daarna het Koninkrijk over te geven aan God en de Vader.

Dat is geen zwakte van Christus. Dat is Zijn heerlijkheid.

De heerlijkheid van de Zoon is niet dat Hij naast de Vader een zelfstandige macht vormt. Zijn heerlijkheid is dat Hij volmaakt de wil van God volbrengt en alles terugbrengt tot God.

De Zoon als laatste Adam

De context van 1 Korinthe 15 is doorslaggevend. Paulus spreekt over Adam en Christus.

“Want dewijl de dood door een mens is, zo is ook de opstanding der doden door een Mens.” (1 Korinthe 15:21, STV)

“Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden.” (1 Korinthe 15:22, STV)

Christus wordt hier voorgesteld als de laatste Adam. Waar de eerste Adam faalde, gehoorzaamt Christus. Waar Adam de dood binnenbracht, brengt Christus leven. Waar Adam de schepping onder de macht van zonde en dood bracht, brengt Christus alles terug onder God.

Daarom is 1 Korinthe 15:28 geen losstande tekst over de verhouding tussen Vader en Zoon. Het is de climax van de hele heilsgeschiedenis.

De eerste mens faalde in onderwerping.
De laatste Adam volbrengt de onderwerping volmaakt.
De eerste mens bracht dood.
De tweede Mens brengt opstanding.
De eerste Adam verloor de orde.
Christus herstelt de orde, totdat God alles in allen is.

Niet alles hoeft en kan in één formule samengevat worden

Een groot probleem ontstaat wanneer wij denken dat de Bijbelse openbaring pas veilig is wanneer wij haar in een kerkelijke formule kunnen vangen.

Maar de Schrift spreekt rijker, dynamischer en concreter dan de meeste dogmatiek.

De Bijbel zegt niet alleen: Christus is God.
De Bijbel zegt ook: Christus is de Zoon van God.

De Bijbel zegt niet alleen: Christus is één met de Vader.
De Bijbel zegt ook: Christus is door de Vader gezonden.

De Bijbel zegt niet alleen: Christus heeft alle macht.
De Bijbel zegt ook: Christus heeft die macht ontvangen.

“En Jezus, bij hen komende, sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.” (Mattheüs 28:18, STV)

De Bijbel zegt niet alleen: Christus regeert.
De Bijbel zegt ook: Christus draagt het Koninkrijk over aan God en de Vader.

“Daarna zal het einde zijn, wanneer Hij het Koninkrijk aan God en den Vader zal overgegeven hebben…” (1 Korinthe 15:24, STV)

Dat moet blijven staan.

Wie zegt: “Jezus is JHWH”, zegt iets voluit Bijbels. Maar wie vervolgens doet alsof de onderwerping van de Zoon niet werkelijk gezegd wordt, verliest ook iets Bijbels.

Het probleem is dus niet het belijden van Christus’ Godheid. Het probleem is een dogmatische reflex die teksten als 1 Korinthe 15:28 onmiddellijk neutraliseert.

Het verschil tussen belijden en systeemdwang

Er is een verschil tussen belijden wat de Schrift zegt en eisen dat alles past binnen een later geconstrueerd systeem.

Wij kunnen voluit belijden dat Jezus Christus God is, zonder verplicht te zijn om elke kerkelijke formulering over de drie-eenheid kritiekloos over te nemen.

Wij kunnen voluit belijden dat Christus de Naam en heerlijkheid van JHWH draagt, zonder te ontkennen dat de Vader Hem zendt, verhoogt, macht geeft en alle dingen aan Hem onderwerpt.

Wij kunnen voluit belijden dat de Zoon eeuwige heerlijkheid heeft, zonder 1 Korinthe 15:28 te verzwakken.

De Schrift hoeft niet gered te worden door het dogma.

Andersom:

Het dogma moet getoetst worden aan de Schrift.

“Beproeft alle dingen; behoudt het goede.” (1 Thessalonicenzen 5:21, STV)

Wat 1 Korinthe 15:28 laat zien

Deze tekst laat zien dat veel drie-eenheidstaal en formulering te statisch is. Zij spreekt over God alsof het vooral gaat om een eeuwige interne structuur van drie Personen in één wezen.

Maar Paulus spreekt hier niet filosofisch. Hij spreekt heilshistorisch.

Er is een begin: Christus is opgewekt als Eersteling.

“Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, en is de Eersteling geworden dergenen, die ontslapen zijn.” (1 Korinthe 15:20, STV)

Er is een vervolg: die van Christus zijn worden levend gemaakt bij Zijn toekomst.

“Maar een iegelijk in zijn orde: de eersteling Christus, daarna die van Christus zijn, in Zijn toekomst.” (1 Korinthe 15:23, STV)

Er is heerschappij: Christus regeert totdat alle vijanden onderworpen zijn.

“Want Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al de vijanden onder Zijn voeten zal gelegd hebben.” (1 Korinthe 15:25, STV)

Er is een laatste vijand: de dood.

“De laatste vijand, die te niet gedaan wordt, is de dood.” (1 Korinthe 15:26, STV)

Er is voltooiing: de Zoon Zelf wordt onderworpen aan God, opdat God alles in allen zij.

“opdat God zij alles in allen.” (1 Korinthe 15:28, STV)

Dat is geen platgeslagen dogmatiek. Dat is de grote dynamiek van Gods heilsplan.

Een scherpere, Bijbelse formulering

Misschien kunnen  we het eenvoudig, Bijbels  en eerbiedig zeggen:

Jezus Christus is de Zoon van God, het Beeld van de onzienlijke God, in Wie de volheid der Godheid lichamelijk woont. Hij is JHWH geopenbaard, de Heere der heerlijkheid, de Schepper en Erfgenaam van alle dingen.  DE Naam die gegeven is waardoor wij behouden moeten worden. Als de opgestane Mens, de laatste Adam en de Messiaanse Koning ontvangt Hij alle macht, onderwerpt Hij alle vijanden, vernietigt Hij de dood en draagt Hij het Koninkrijk over aan God en de Vader.

Daarna wordt ook de Zoon Zelf onderworpen, opdat God zij alles in allen.

Dat is geen armoedige Christus-leer.
Dat is Bijbels.

Zij buigt voor alle teksten, niet slechts voor de teksten die gemakkelijk binnen het dogma passen.

1 Korinthe 15:28 is géén aanval op Jezus Christus. Het is een aanval op onze neiging om de Schrift ondergeschikt te maken aan of samen te vatten in kerkelijk jargon.

Wie gelooft dat Jezus JHWH is, hoeft 1 Korinthe 15:28 niet te vrezen. Integendeel. Juist dit vers laat zien hoe groot Christus is. Hij is Degene aan Wie alle dingen onderworpen worden. Hij is Degene Die regeert totdat de dood zelf tenietgedaan wordt. Hij is Degene Die als laatste Adam de orde herstelt die in Adam verloren ging.

Maar Zijn heerlijkheid bestaat niet in onafhankelijkheid van God. Zijn heerlijkheid bestaat in volmaakte gehoorzaamheid, volmaakte heerschappij en volmaakte onderwerping aan het doel van God.

Daarom ontmaskert 1 Korinthe 15:28 niet de Godheid van Christus, maar wel een dogma dat soms te snel, te glad en te abstract spreekt.

De Schrift is concreter:

De Zoon regeert.
De Zoon overwint.
De Zoon onderwerpt alle dingen.
De Zoon draagt het Koninkrijk over.
De Zoon Zelf wordt onderworpen.
En God zal zijn alles in allen.

Dat is geen verlies van Christus’ heerlijkheid.
Maar de voleinding ervan.

Wat valt er af te dingen op het kerkelijke dogma van de drie-eenheid?

De Bijbel boven het dogma

De Bijbel leert dat God één is en dat Christus waarachtig God en waarachtig Mens is. Maar betekent dat automatisch dat het kerkelijke dogma van de drie-eenheid de juiste Bijbelse formulering is?

Het kerkelijke dogma van de drie-eenheid geldt in veel kerken als onaantastbaar. Wie er vragen bij stelt, wordt al snel verdacht gemaakt. Alsof elke kritische vraag automatisch betekent dat men de Godheid van Christus ontkent.

Maar dat is een valse tegenstelling.

De vraag is niet of Jezus Christus waarachtig God is. De Schrift getuigt daar helder van. De vraag is ook niet of de Vader, de Zoon en de Heilige Geest in de Bijbel voorkomen. Dat doen zij. De vraag is veel scherper: mag een later kerkelijk dogma bepalen hoe wij de Bijbel moeten lezen?

Daar begint het onderscheid.

Niet de kerkelijke formule moet leidend zijn, maar de Schrift. Niet de traditie boven de Bijbel, maar de Bijbel boven de traditie.

“Hoor, Israël! de HEERE, onze God, is een enig HEERE!” Deuteronomium 6:4 (STV)

Daar begint alle Bijbelse Godskennis: God is één. Geen veelgodendom. Geen verzameling goddelijke wezens. Geen hemelse drieheid van afzonderlijke goden. Eén God.

Paulus schrijft:

“Nochtans hebben wij maar één God, den Vader, uit Welken alle dingen zijn, en wij tot Hem; en maar één Heere, Jezus Christus, door Welken alle dingen zijn, en wij door Hem.” 1 Korinthe 8:6 (STV)

Dat is geen dorre formule. Dat is openbaring. De Schrift spreekt over God, over de Vader, over de Here Jezus Christus, over schepping, verlossing, Middelaarschap en heerlijkheid. Maar zij doet dat niet in de latere technische taal van kerkelijke dogmatiek.

Het kerkelijke dogma van de drie-eenheid getoetst aan de Bijbel
Niet het dogma, maar de Schrift moet leidend zijn.

Christus is geen schepsel

Laat dit eerst volstrekt helder zijn: kritiek op het kerkelijke dogma van de drie-eenheid mag en kan nooit uitlopen op ontkenning van Christus’ Godheid.

Johannes begint zijn Evangelie niet voorzichtig, maar majesteitelijk:

“In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.” Johannes 1:1 (STV)

En even later:

“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond, en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader, vol van genade en waarheid.” Johannes 1:14 (STV)

Paulus zegt het eveneens krachtig:

“Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk;” Kolossenzen 2:9 (STV)

Dat is geen taal voor een geschapen engel. Geen taal voor een verheven profeet. Geen taal voor een religieus voorbeeldfiguur. In Christus woont al de volheid der Godheid lichamelijk.

Wie dus het dogma van de drie-eenheid kritisch bevraagt, moet niet doorschieten naar arianisme, Jehova’s-getuigen-leer of moderne vrijzinnigheid. De Here Jezus Christus is niet minder dan God. Hij is de openbaring van God Zelf.

Maar juist daarom moeten wij ook voorzichtig zijn met menselijke schema’s die méér willen vastleggen dan de Schrift zelf zegt.

Het probleem zit in de kerkelijke gietmal

Het dogma van de drie-eenheid probeert de Bijbelse gegevens samen te vatten: één God, Vader, Zoon en Heilige Geest. Het is begrijpelijk dat men woorden zocht om dwaalleer af te weren.

Maar daar begint ook het probleem.

De Bijbel spreekt niet in de uitgewerkte formule: drie Personen in één Wezen, alle drie eeuwig gelijk, geen eerder of later, geen meer of minder. De Bijbel geeft geen filosofische ontleding van Gods innerlijke Wezen. De Bijbel openbaart God in Zijn handelen.

God schept. God spreekt. God zendt. De Zoon komt. De Zoon gehoorzaamt. De Zoon lijdt. De Zoon sterft. God wekt Hem op. God verhoogt Hem uitermate.en Hij ontvangt de Naam boven alle naam.. De Geest wordt gezonden. De Geest verheerlijkt Christus. De verhoogde Christus is Hoofd van de Gemeente.

Dat is Bijbelse taal. Levende taal. Openbaringstaal.

Het dogma maakt daar gemakkelijk een stilstaand schema van. Alles strak op één lijn. Alles keurig ingepast. Alles afgerond. Maar de Bijbel is vaak beweeglijker, rijker en concreter dan het kerkelijke systeem verdraagt.

Dan wordt het dogma geen hulp meer, maar een mal. En een mal drukt altijd iets plat.

De vernedering van Christus mag niet worden afgevlakt

Een van de grootste bezwaren tegen een te strak drie-eenheidsdogma is dat de werkelijke vernedering van Christus gemakkelijk wordt afgevlakt.

Paulus schrijft:

“Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode even gelijk te zijn; Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden;” Filippenzen 2:6-7 (STV)

En daarna:

“En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises.” Filippenzen 2:8 (STV)

Let op die woorden: vernederd, gehoorzaam geworden, tot de dood.

Dat is geen toneel. Geen schijnmensheid. Geen Goddelijk rollenspel waarin de vernedering eigenlijk niet echt is. De Zoon is werkelijk Mens geworden. Hij heeft werkelijk geleden. Hij heeft werkelijk gehoorzaamd. Hij is werkelijk gestorven.

Daarna schrijft Paulus:

“Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is;” Filippenzen 2:9 (STV)

Dat woord daarom moet blijven staan. De verhoging volgt op Zijn vernedering. De Naam wordt Hem gegeven. Dat is Bijbelse taal.

Wie dit direct gladstrijkt met “eeuwig gelijk, geen meer of minder”, loopt het risico de beweging van de tekst onschadelijk te maken. Dan wordt de vernedering van Christus leerstellig wel beleden, maar praktisch afgezwakt.

Handelingen 2:36 moet blijven spreken

Petrus zegt op de Pinksterdag:

“Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israëls, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk dezen Jezus, Dien gij gekruist hebt.” Handelingen 2:36 (STV)

Dat is een tekst waar men niet te snel overheen moet lezen.

Petrus zegt niet dat Jezus slechts een gewoon mens was. Hij zegt ook niet dat Jezus pas bij Zijn opstanding begon te bestaan. Maar hij zegt wel dat God deze gekruisigde Jezus tot een Heere en Christus gemaakt heeft.

Dat is verhogingstaal. Aanstellingstaal. Messiaanse taal. De door mensen verworpen Jezus is door God opgewekt en verhoogd. De gekruisigde is door God aangewezen als Heere en Christus.

Een dogma dat zulke teksten nauwelijks nog laat spreken, is te strak geworden. Dan beschermt het de Schrift niet meer. Dan dempt het de Schrift.

Vader en Zoon worden niet vlak naast elkaar gezet

De Bijbel spreekt niet alleen over eenheid, maar ook over verhouding.

Jezus zegt:

“Mijn Vader is meerder dan Ik.” Johannes 14:28 (STV)

Die tekst mag niet misbruikt worden om Christus’ Godheid te ontkennen. Maar hij mag ook niet worden weggepoetst alsof hij er eigenlijk niet staat.

De Here Jezus spreekt hier in Zijn vernederde positie. Als de Gezondene. Als de Knecht. Als de Mens Christus Jezus.

Paulus schrijft:

“Want er is één God, er is ook één Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus;” 1 Timotheüs 2:5 (STV)

Dat is leerstellig zeer belangrijk. Christus is de Middelaar. En als Middelaar staat Hij niet in een abstract schema, maar in een concrete verhouding: tussen God en mensen.

Daarom moeten wij voorzichtig zijn met taal die elke Bijbelse verhouding meteen neutraliseert. De Schrift spreekt over de Vader Die zendt, de Zoon Die gezonden wordt, de Zoon Die gehoorzaamt, de Vader Die Hem verhoogt, de Zoon Die aan de rechterhand Gods is.

Dat ontkent Zijn Godheid niet. Het bewaart juist de rijkdom van Zijn Middelaarschap.

De Geest verheerlijkt Christus

Ook de Heilige Geest is geen onpersoonlijke kracht. De Geest spreekt, leidt, leert, getuigt, overtuigt en woont in de gelovigen.

Maar opnieuw: de Bijbel spreekt anders dan de latere dogmatische formule. De Schrift geeft geen abstracte omschrijving van de Geest in technische ker taal. De Schrift laat zien wat de Geest doet.

De Geest wordt gegeven. De Geest wordt gezonden. De Geest woont in de gelovigen. De Geest verheerlijkt Christus.

Jezus zegt:

“Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen.” Johannes 16:14 (STV)

Daar ligt de Bijbelse nadruk. De Geest trekt geen aandacht los van Christus. De Geest verheerlijkt Christus. Hij maakt het werk, de woorden en de heerlijkheid van Christus bekend.

Dat is iets anders dan een dogmatisch evenwichtsschema waarin alles vooral netjes gelijkgetrokken moet worden.

De bewijsplaatsen zijn niet allemaal even sterk

In discussies over de drie-eenheid worden vaak dezelfde teksten aangehaald. Soms terecht. Soms te gemakkelijk.

Een bekend voorbeeld is 1 Johannes 5:7:

“Want Drie zijn er, Die getuigen in den hemel, de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze Drie zijn Een.” 1 Johannes 5:7 (STV)

Deze tekst staat in de Statenvertaling, maar is tekstkritisch omstreden. Komt niet voor in de oudste manuscripten. Bovendien staat er ook niet letterlijk “Vader, Zoon en Heilige Geest”, maar “de Vader, het Woord en de Heilige Geest”. Dat is op zichzelf al een aanwijzing dat men voorzichtig moet zijn met een te snelle dogmatische bewijsvoering.

En daarmee valt de Godheid van Christus niet weg. Integendeel. Even verderop staat:

“Doch wij weten, dat de Zoon van God gekomen is, en heeft ons het verstand gegeven, dat wij den Waarachtige kennen; en wij zijn in den Waarachtige, namelijk in Zijn Zoon Jezus Christus. Deze is de waarachtige God, en het eeuwige Leven.” 1 Johannes 5:20 (STV)

Dat is veel sterker dan een losse bewijsplaats. De Zoon van God wordt rechtstreeks verbonden met de Waarachtige en het eeuwige Leven.

De Bijbel heeft geen zwakke bewijsvoering nodig. Zij getuigt zelf krachtig genoeg van Christus.

Het gevaar van kerkelijke bewakingsdrang

Het kerkelijke dogma van de drie-eenheid is vaak een grenspaal geworden. Wie de formule exact nazegt, hoort erbij. Wie vragen stelt, wordt verdacht.

Maar de Bijbel vraagt niet eerst of iemand de juiste kerkelijke terminologie beheerst. De Bijbel vraagt of iemand gelooft in de Zoon van God.

“Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem.” Johannes 3:36 (STV)

Dat is het punt. Niet: beheerst iemand de latere dogmatische taal? Maar: gelooft iemand in de Zoon? Eert iemand de Zoon? Buigt iemand voor Hem als de door God verhoogde Heere?

Jezus zegt:

“Opdat zij allen den Zoon eren, gelijk zij den Vader eren. Die den Zoon niet eert, eert den Vader niet, Die Hem gezonden heeft.” Johannes 5:23 (STV)

Dat is enorm sterk. De Zoon moet geëerd worden zoals de Vader geëerd wordt. Wie de Zoon niet eert, eert de Vader niet.

Daar staat de Godheid en heerlijkheid van Christus stevig overeind. Maar let op: ook hier spreekt de Schrift in termen van Vader, Zoon, zending en eer. Niet in termen van een latere formule.

De Bijbel is veel rijker dan het dogma

Het probleem met de kerkelijke drie-eenheidsleer is niet dat zij Christus te hoog acht. Het probleem is dat zij de Bijbelse gegevens soms in een te strak schema perst.

De Schrift laat ons Christus zien als:

  • het Woord Dat God was;
  • de Zoon van God;
  • de Zoon des mensen;
  • de Knecht;
  • de Middelaar;
  • de Erfgenaam;
  • de Eerstgeborene uit de doden;
  • de Hogepriester;
  • de laatste Adam;
  • de verhoogde Heere;
  • het Hoofd van de Gemeente.

Al die lijnen zijn Bijbels. Al die lijnen moeten blijven staan. Geen enkele lijn mag worden weggepoetst omdat zij lastig is voor het systeem.

Wanneer het dogma zegt: “Dit past alleen als u het precies zo formuleert,” dan wordt de Bijbel onder een kerkelijke mal gelegd. Maar de Schrift moet niet door een mal. De mal moet door de Schrift worden getoetst.

Een Bijbels evenwicht

Wij hoeven dus niet te kiezen tussen kerkelijk dogmatisme en ontkenning van Christus’ Godheid. Er is een betere weg: Schriftgetrouw spreken.

Wij belijden één God.

Wij belijden dat Jezus Christus waarachtig God en waarachtig Mens is.

Wij belijden dat in Hem al de volheid der Godheid lichamelijk woont.

Wij belijden dat Hij werkelijk vernederd is, werkelijk gehoorzaam geworden is, werkelijk gestorven is, werkelijk opgewekt is en werkelijk door God verhoogd is.

Wij belijden dat de Heilige Geest door God gegeven is, Christus verheerlijkt en in de gelovigen woont.

Maar wij weigeren om menselijke systeemtaal boven de Schrift te plaatsen.

Conclusie

Er is dus zeker wat af te dingen op het kerkelijke dogma van de drie-eenheid. Niet omdat Christus minder zou zijn dan het dogma zegt, maar omdat de Schrift anders spreekt dan het dogma doet.

De Bijbel vraagt niet om een filosofisch afgerond godsmodel. De Bijbel openbaart de levende God in Christus.

Daarom moeten wij niet beginnen bij de kerkelijke formule, maar bij de Schrift.

Niet: hoe past deze tekst in het dogma?

Maar: wat zegt God hier?

Zodra het dogma de Schrift gaat corrigeren, dempen of begrenzen, is het geen bescherming meer. Dan wordt het een religieuze gietmal.

De gelovige heeft geen gietmal nodig. Hij heeft het Woord nodig.

En dat Woord getuigt helder genoeg:

“Doch wij weten, dat de Zoon van God gekomen is, en heeft ons het verstand gegeven, dat wij den Waarachtige kennen; en wij zijn in den Waarachtige, namelijk in Zijn Zoon Jezus Christus. Deze is de waarachtige God, en het eeuwige Leven.” 1 Johannes 5:20 (STV)

Ik het eerder al geblogd over dit onderwerp:

Waarom de kerkelijke drie-eenheidsleer schuurt met de Schrift – Bijbelse basis

Jezus is JHWH

Wie Hij is volgens de Schrift

Was Jezus slechts een bijzondere leraar? Een profeet? Een door God gezonden mens met een unieke roeping? Of is Hij werkelijk de HEERE Zelf, geopenbaard in het vlees?

Dat is geen bijzaak. Hier staat het hart van het christelijk geloof op het spel. Want als Jezus niet werkelijk God is, dan is Hij niet de volkomen Zaligmaker. Dan is Zijn werk niet het werk van God Zelf. Dan is Zijn bloed niet van oneindige waarde. Dan is aanbidding van Christus afgoderij.

Maar als Jezus wél JHWH is, dan is knielen voor Hem geen overdrijving, maar gehoorzaamheid. Dan is Hem aanroepen geen vrome vergissing, maar reddend geloof. Dan is Zijn Naam niet zomaar een naam, maar de Naam boven alle naam.

De Schrift laat daar geen onduidelijkheid over bestaan.

de Godheid van Jezus Christus
Jezus is JHWH

 

Niet beginnen bij de kerk, maar bij de Schrift

Veel discussies over de Godheid van Christus lopen direct vast in latere dogmatische termen. Dan gaat het meteen over “drie Personen”, “wezen”, “natuur” en “essentie”. Dat kan nuttig zijn om dwaling af te grenzen, maar de eerste vraag moet eenvoudiger zijn:

Wat doet de Schrift met Jezus?

Noemt deze Hem slechts een mens? Of schrijft deze Hem namen, werken, eer, aanbidding en oudtestamentische JHWH-teksten toe?

Wanneer je die vraag eerlijk stelt, wordt het beeld overweldigend helder: het Nieuwe Testament presenteert Jezus niet als een geschapen tussenwezen, niet als een verheven engel, niet als een profeet zoals velen, niet als een tweede god, maar als de Heere Zelf Die gekomen is in vernedering.

 

De weg van JHWH wordt de weg van Jezus

Jesaja profeteert:

“Een stem des roependen in de woestijn: Bereidt den weg des HEEREN, maakt recht in de wildernis een baan voor onzen God.” Jesaja 40:3 (STV)

Dat gaat in Jesaja over de weg van de HEERE. Over JHWH. Over onze God.

Maar Markus opent zijn Evangelie zo:

“Gelijk geschreven is in de profeten: Ziet, Ik zend Mijn engel voor Uw aangezicht, die Uw weg voor U heen bereiden zal. De stem des roependen in de woestijn: Bereidt den weg des Heeren, maakt Zijn paden recht.” Markus 1:2-3 (STV)

En over wie gaat dat? Over Jezus Christus, voor Wie Johannes de Doper uitgaat.

Dat is een enorme aanwijzing. De profetie over het bereiden van de weg van JHWH wordt toegepast op de komst van Jezus. Johannes bereidt niet slechts de weg voor een profeet. Hij bereidt de weg voor de Heere.

 

De Naam des HEEREN aanroepen

Joël zegt:

“En het zal geschieden, al wie den Naam des HEEREN zal aanroepen, zal behouden worden;” Joël 2:32 (STV)

Paulus citeert dit in Romeinen:

“Want een iegelijk, die den Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden.” Romeinen 10:13 (STV)

Maar de context van Romeinen 10 gaat over het belijden van Jezus als Heere:

“Namelijk, indien gij met uw mond zult belijden den Heere Jezus, en met uw hart geloven, dat God Hem uit de doden opgewekt heeft, zo zult gij zalig worden.” Romeinen 10:9 (STV)

Dat is geen toevallige overeenkomst. Paulus neemt een tekst over het aanroepen van de Naam van JHWH en plaatst die in het kader van het geloof in de Heere Jezus. De reddende aanroeping van de HEERE is in het Nieuwe Testament niet los verkrijgbaar van de Naam van Jezus Christus.

Wie Jezus aanroept als Heere, roept niet een lagere heer aan. Hij roept de HEERE aan.

 

Thomas spreekt Jezus aan als God

Na de opstanding ontmoet Thomas de levende Christus. Zijn reactie is niet: “Mijn leraar.” Niet: “Mijn meester.” Niet eens alleen: “Mijn Messias.”

Hij zegt:

“Mijn Heere en mijn God!” Johannes 20:28 (STV)

Dat is rechtstreeks gericht tot Jezus.

En wat doet Jezus? Hij wijst Thomas niet terecht. Hij zegt niet: “Thomas, pas op, alleen de Vader is God.” Hij zegt niet: “Noem Mij zo niet.” Integendeel:

“Jezus zeide tot hem: Omdat gij Mij gezien hebt, Thomas, zo hebt gij geloofd; zalig zijn zij, die niet zullen gezien hebben, en nochtans zullen geloofd hebben.” Johannes 20:29 (STV)

De belijdenis van Thomas wordt door Jezus verbonden met geloof. Het Evangelie naar Johannes loopt juist naar deze belijdenis toe: Jezus is de Christus, de Zoon van God, en in Hem is het leven.

 

Het Woord was God

Johannes begint zijn Evangelie niet bij Bethlehem, maar vóór de schepping:

“In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.” Johannes 1:1 (STV)

Daarna zegt Johannes:

“Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is.” Johannes 1:3 (STV)

En vervolgens:

“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond,” Johannes 1:14 (STV)

Dat is de kern. Het Woord werd niet geschapen. Het Woord was. Het Woord was bij God. Het Woord was God. En dat Woord is vlees geworden.

Dat betekent niet dat Jezus ophield God te zijn toen Hij mens werd. Het betekent dat Hij werkelijk mens werd zonder op te houden te zijn Wie Hij eeuwig is.

 

“Eer Abraham was, ben Ik”

In Johannes 8 zegt Jezus:

“Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Eer Abraham was, ben Ik.” Johannes 8:58 (STV)

Hij zegt niet: “Eer Abraham was, was Ik.” Hij zegt: “ben Ik.”

De reactie van de Joden zegt veel:

“Zij namen dan stenen op, dat zij ze op Hem wierpen;” Johannes 8:59 (STV)

Waarom zo heftig? Omdat zij begrepen dat Jezus méér zei dan beweren dat Hij ouder was dan Abraham. Hij sprak in termen die raken aan de Goddelijke zelfopenbaring. Hij plaatst Zich niet slechts vóór Abraham in de tijd, maar boven Abraham in wezen en heerlijkheid.

 

De volheid der Godheid woont in Hem

Paulus schrijft aan de Kolossenzen:

“Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk;” Kolossenzen 2:9 (STV)

Niet: in Hem woont iets Goddelijks. Niet: in Hem woont een bijzondere kracht. Niet: in Hem woont een afstraling van God.

“Al de volheid der Godheid.”

En dat “lichamelijk”. Juist in Christus, de Mens geworden Zoon, woont de volheid der Godheid. Dat bewaart ons voor twee dwalingen tegelijk. We mogen Zijn Godheid niet verkleinen. En we mogen Zijn echte mensheid niet wegredeneren.

 

Jezus is Schepper, niet schepsel

De Schrift maakt een absoluut onderscheid tussen de Schepper en het geschapene. Alles wat gemaakt is, behoort tot de schepping. God alleen is de Schepper.

Maar over Christus staat geschreven:

“Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zienlijk en die onzienlijk zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen;” Kolossenzen 1:16 (STV)

En daarna:

“En Hij is vóór alle dingen, en alle dingen bestaan te zamen door Hem;” Kolossenzen 1:17 (STV)

Dat is geen taal voor een schepsel. Een schepsel behoort tot “alle dingen” die geschapen zijn. Christus staat daar niet in als onderdeel van de schepping, maar erboven als Degene door Wie en tot Wie alle dingen geschapen zijn.

 

De Zoon wordt aangesproken als God

Hebreeën 1 is vernietigend voor elke leer die Christus verlaagt tot engel, schepsel of ondergod. Over de Zoon wordt gezegd:

“Maar tot den Zoon zegt Hij: Uw troon, o God, is in alle eeuwigheid; de schepter Uws Koninkrijks is een rechte schepter.” Hebreeën 1:8 (STV)

God spreekt de Zoon aan als God.

Daarna wordt op de Zoon toegepast:

“En: Gij, Heere, hebt in den beginne de aarde gegrond, en de hemelen zijn werken Uwer handen;” Hebreeën 1:10 (STV)

Dat is scheppingstaal. Dat is HEERE-taal. De Zoon staat niet aan de kant van de engelen. Hij staat oneindig boven hen.

 

Jezus ontvangt aanbidding

Wanneer mensen of engelen in de Schrift ten onrechte aanbidding ontvangen, wordt dat afgewezen. Maar Jezus ontvangt aanbidding.

Na de storm op zee lezen we:

“Die nu in het schip waren, kwamen en aanbaden Hem, zeggende: Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon!” Mattheüs 14:33 (STV)

Na de opstanding:

“En zij aanbaden Hem, en keerden weder naar Jeruzalem met grote blijdschap.” Lukas 24:52 (STV)

Als Jezus slechts een schepsel was, zou dit geestelijk rampzalig zijn. Dan zou het Nieuwe Testament afgoderij goedkeuren. Maar dat doet het niet. Het laat zien dat de aanbidding van Christus past bij Wie Hij is.

 

Toch is Jezus ook werkelijk Mens

De belijdenis “Jezus is JHWH” mag nooit veranderen in een ontkenning van Zijn menswording. Dat zou geen Bijbelse Christusleer zijn, maar een geestelijke kortsluiting.

De Schrift zegt:

“ Want dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was,

Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode evengelijk te zijn,

Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden;

En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises.

Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is,

 Opdat in den Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn” Filippenzen 2:5-10 (STV)

“Want er is één God, er is ook één Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus;” 1 Timotheüs 2:5 (STV)

En:

“Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet;” Galaten 4:4 (STV)

Hij is werkelijk Mens geworden. Niet schijnbaar. Niet als toneelstuk. Niet als God in een menselijk omhulsel. Hij is geboren uit een vrouw, gekomen onder de wet, vernederd, gehoorzaam geworden, gestorven en opgewekt.

Daarom moeten we zorgvuldig spreken. Jezus is niet de Vader. De Zoon bidt tot de Vader. De Vader zendt de Zoon. De Zoon gehoorzaamt de Vader in Zijn vernederde positie. Maar dat onderscheid in verhouding betekent geen ontkenning van Zijn Godheid.

De Zoon is dus God en Mens.

 

Waarom dit leerstellig zo belangrijk is

Als Jezus niet JHWH is, ontstaat er onmiddellijk een verlossingsprobleem.

Een schepsel kan geen eeuwige verlossing dragen. Een engel kan geen Zaligmaker van zondaren zijn. Een louter mens kan niet het Lam van oneindige waarde zijn. De zonde is tegen God begaan; de verlossing moet van God komen.

Daarom is het Evangelie zo groot: God heeft niet slechts iemand gestuurd. God is Zelf gekomen in de Persoon van Zijn Zoon.

“God was in Christus de wereld met Zichzelven verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende; en heeft het woord der verzoening in ons gelegd.” 2 Korinthe 5:19 (STV)

Dat is geen krachteloos Evangelie. Dat is geen religieuze verbetering. Dat is God Die Zelf handelt tot verlossing van verloren mensen.

 

De Naam boven alle naam

Paulus schrijft over Christus’ vernedering en verhoging:

“Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is;” Filippenzen 2:9 (STV)

En dan:

“Opdat in den Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen, die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn;” Filippenzen 2:10 (STV)

Dat grijpt terug op de taal van Jesaja:

“Ik heb gezworen bij Mijzelven, er is een woord der gerechtigheid uit Mijn mond gegaan, en het zal niet wederkeren: dat Mij alle knie zal gebogen worden, alle tong Mij zal zweren.” Jesaja 45:23 (STV)

Wat bij Jesaja aan JHWH toekomt, wordt in Filippenzen verbonden met de Naam van Jezus. Iedere knie zal buigen. Iedere tong zal belijden.

Niet omdat Jezus een concurrent van God is. Maar omdat Hij deelt in de Goddelijke heerlijkheid.

 

Geen latere uitvinding, maar Bijbelse belijdenis

De Godheid van Christus is geen kerkelijke versiering die later aan een eenvoudige Jezus is toegevoegd. Zij ligt ingebed in het getuigenis van apostelen en profeten.

Hij is het Woord dat God was.
Hij is de Heere voor Wie Johannes de weg bereidde.
Hij is Degene op Wie JHWH-teksten worden toegepast.
Hij is Schepper en Onderhouder van alle dingen.
Hij wordt aangesproken als God.
Hij ontvangt aanbidding.
Hij draagt de Naam boven alle naam.
In Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk.

Wie Hem verlaagt, verliest de Christus van de Schrift.

 

Samengevat

Jezus is JHWH

Niet als losse slogan. Niet als dogmatische spierballentaal. Maar als de onontkoombare conclusie van Schrift met Schrift vergelijken.

De HEERE Die Israël leidde, de HEERE van Wie de profeten spraken, de HEERE Wiens Naam aangeroepen wordt tot zaligheid, is in de volheid des tijds gekomen in de Persoon van Jezus Christus.

Hij kwam in vernedering. Hij werd vlees. Hij droeg onze zonden. Hij stierf. Hij stond op. Hij is verhoogd. En Hij komt weder.

Daarom is de vraag niet alleen of wij kunnen uitleggen dat Jezus JHWH is. De vraag is ook of wij Hem zo belijden, aanbidden en vertrouwen.

Want wie Jezus slechts bewondert als leraar of profeet, blijft op afstand.
Wie Hem erkent als JHWH geopenbaard in het vlees, buigt.

En daar begint aanbidding.

Circular wheel diagram with a central circle reading “JESUS IS YAHWEH,” surrounded by labeled segments (God, Creator, Light, Savior, Judge, The First and The Last, Rock, etc.). Each segment contains Bible cross-references to support the claim.

Geverifieerd door MonsterInsights