Staat en toestand van de gelovige

Een belangrijk principe

Waarom tobben zoveel christenen over de vraag of ze wel “goed genoeg” zijn voor God? En hoe kan de apostel Paulus de gelovigen in Korinthe aan de ene kant “geheiligden in Christus Jezus” noemen, terwijl hij hen een paar hoofdstukken verder de mantel uitveegt om hun vleselijke gedrag en onderlinge strijd?

Het antwoord op deze vragen ligt in een belangrijk Bijbels principe: het onderscheid tussen staat (positie) en toestand (praktische wandel). Wie dit onderscheid eenmaal leert zien, ontdekt de sleutel tot de nieuwtestamentische brieven en ervaart de bevrijdende rust van Gods Genade.

 

De staat van de gelovige

De staat van een gelovige is de volmaakte, onveranderlijke en hemelse positie die hij voor God inneemt vanaf het allereerste moment dat hij in Jezus Christus gelooft.

  • Volkomen: Deze positie wordt niet opgebouwd door menselijke inspanning, gebed, kerkelijke ijver, vroomheid of goede werken. Het is een volstrekt onverdiende gave van God op grond van het volbrachte werk van Christus aan het kruis.
  • Voor iedere gelovige: In Gods ogen bezit de meest zwakke, pasbekeerde of onwetende gelovige exact dezelfde rechten, zekerheden en hemelse zegeningen als de meest ervaren en gezegende christen.
  • Onveranderlijk : Onze positie voor God kan in de hemel niet volmaakter worden dan zij nu al is. In Christus is de gelovige gerechtvaardigd, levend gemaakt, mede opgewekt, in de hemel gezet, verzegeld met de Heilige Geest en gemaakt tot een onmisbaar lid van het Lichaam van Christus.

De toestand van de gelovige

De toestand heeft betrekking op het praktische, dagelijkse leven; het leven van de gelovige hier en nu op aarde.

  • Nog in ontwikkeling: Waar de staat vanaf dag één volmaakt is, is de praktijk van het dagelijks leven vaak nog gebrekkig. De wandel en het karakter van een gelovige kunnen in de praktijk helaas nog ver beneden het niveau van zijn hemelse positie liggen.
  • De strijd tussen oude en nieuwe natuur: In het dagelijks leven ervaart de gelovige de aanwezigheid van de oude natuur (het vlees) en de nieuwe mens (het leven van Christus in ons). Die twee staan van nature tegenover elkaar.

 

Mefiboset bij David - Bijbels type
Mefiboseth bij David

Mefiboseth bij koning David

In de Bijbel wordt dit onderscheid prachtig geïllustreerd aan de hand van de geschiedenis van Mefiboseth uit 2 Samuël 9:

Mefiboseth was de kleinzoon van koning Saul. Hij was kreupel aan beide voeten door een val in zijn jeugd en woonde in Lo-Debar , een dorre plaats die “geen weide” betekent. Uit liefde voor zijn vriend Jonathan haalde koning David Mefiboseth op en schonk hem een vaste plaats aan de koninklijke tafel.

  • Zijn staat veranderde radicaal: Op het moment dat David hem aannam, werd Mefiboseths staat die van een koningszoon. Hij zat dagelijks aan de tafel van de koning en deelde in de rijkdom van het paleis.
  • Zijn toestand bleef hetzelfde: Hoewel zijn staat verheven was tot die van een koningskind, bleef zijn praktische toestand onveranderd: hij bleef kreupel aan beide voeten. Onder de koninklijke tafel waren zijn verlamde voeten echter bedekt door de genade van de koning.

Zo draagt ook de gelovige een zwak en vernederd lichaam met zich mee, terwijl hij door God geplaatst is op de hoogst denkbare koninklijke positie.

De volgorde

Een van de grootste bevrijdingen in het christelijk leven is het inzicht in Gods volgorde van handelen. Onder de Wet van Mozes eiste God eerst gehoorzaamheid voordat de mens zegen kon ontvangen (“Doe en leef”). Onder de Genade werkt God precies andersom (“Geloof en leef”):

  1. God geeft eerst de hoogst denkbare staat om niet, op grond van geloof.
  2. God vermaant de gelovige daarna om te wandelen in overeenstemming met de positie die hij al gekregen heeft.

Onze levenswandel is niet de voorwaarde om bij God te horen, maar het gevolg van het feit dat we bij Hem horen.

Ons karakter is niet de grond van onze positie, maar onze positie is de bron van ons nieuwe karakter.

 

Bijbels onderscheid tussen staat en toestand

In het Nieuwe Testament vinden we talloze teksten die elkaar op het eerste gezicht lijken tegen te spreken, maar die direct helder worden wanneer we letten op het verschil tussen staat en toestand:

Thema staat  toestand (vermaning)
Het licht “Gij zijt het licht der wereld” (Matthéüs 5:14) “Laat zo uw licht schijnen” (Matthéüs 5:16)
Heiliging “Eens voor altijd geheiligd” (Hebreeën 10:10) “De God des vredes heilige u geheel en al” (1 Thessalonicenzen 5:23)
Volmaaktheid “In eeuwigheid volmaakt” (Hebreeën 10:14) “Niet dat ik het reeds verkregen heb, maar ik jaag daarnaar” (Filippenzen 3:12)
Sterven met Christus “Der wet gedood door het lichaam van Christus” (Romeinen 7:4) “Doodt dan uw leden die op de aarde zijn” (Kolossenzen 3:5)

 

Leven vanuit een reeds geschonken positie

Als u niet weet dat u in Christus nú al een volmaakte positie inneemt, zult u steeds proberen uw eigen heil te bewerken om zelf Gods goedkeuring te verdienen. Dat leidt óf tot wettische hoogmoed óf tot diepe ontmoediging.

Gods opvoeding in ons leven, door de inwoning van de Heilige Geest, de tuchtiging van de Vader en de onderwijzing van het Woord,  heeft maar één doel: ons praktische leven (toestand) steeds meer gelijkvormig te maken aan de volmaakte positie (staat) die wij in Christus al bezitten.

U hoeft niet te werken náár een positie; u mag leven úit een positie die u al geschonken is.

De rode draad van de Bijbel: De zeven verbonden ontrafeld

Geen losse verzameling

De Bijbel is geen verzameling van losstaande verhalen en feiten, maar een ontvouwing van Gods Heilsplan met de mensheid. Een van de belangrijkste sleutels om deze rode draad te begrijpen, is kennis van zeven verbonden die God in de loop van de geschiedenis met mensen heeft gesloten.

In de Bijbel wordt zichtbaar hoe deze zeven verbonden de essentie vormen van de verhouding tussen God en de mens. Wie deze verbonden leert onderscheiden, ziet hoe Gods beloften zich stap voor stap ontvouwen en hoe elk verbond uiteindelijk heenwijst naar Jezus Christus.

De zeven Bijbelse verbonden
De zeven Bijbelse verbonden

Wat is een Bijbels verbond?

In Bijbelse zin is een verbond een heilig oordeel, toezegging of afspraak waarmee God Zich bindt aan de mensheid of aan een specifiek volk. Er is een onderscheid te maken tussen twee soorten verbonden:

Voorwaardelijke verbonden

Deze werken volgens het principe ”Indien gij zult… dan zal Ik..”. De zegen en de vervulling zijn afhankelijk van de gehoorzaamheid en de trouw van de mens. Het Mozaïsche Verbond bij de Sinaï is het enige voorwaardelijke verbond in de Bijbel.

Onvoorwaardelijke verbonden

Deze rusten uitsluitend op de toezegging van God, uitgedrukt in Zijn soevereine ”Ik zal”. Zelfs wanneer de mens faalt, blijft de belofte van God onveranderlijk van kracht. De overige zes verbonden dragen dit onvoorwaardelijke karakter.

De zeven Bijbelse verbonden in vogelvlucht

Het Adamitische Verbond (Genesis 3:14-19)

Karakter: Onvoorwaardelijk

Context: Gesloten direct na de zondeval in de hof van Eden.

Toen de eerste mens in gehoorzaamheid faalde en in zonde viel, maakte God de ingrijpende gevolgen voor de mensheid en de schepping bekend. Hoewel de mens onder de gevolgen van de zonde kwam te staan, legde God tegelijk de allereerste evangeliebelofte (de moederbelofte of het protoevangelie) in dit verbond vast

De belangrijkste elementen van het Adamitische verbond zijn:

De vloek over de slang: De satan wordt geoordeeld en er wordt een voortdurende vijandschap gesteld tussen zijn zaad en het Zaad van de vrouw.

De gevolgen voor de mens: Smarten bij zwangerschap en geboorte voor de vrouw, en zware, moeizame arbeid op de door de zonde vervloekte aardbodem voor de man.

Lichamelijke dood: De mens werd onderworpen aan de lichamelijke dood: “Stof zijt gij, en tot stof zult gij wederkeren”.

De Messiaanse belofte: De belofte dat het Zaad van de vrouw uiteindelijk de kop van de slang zal verbrijzelen, hoewel dit gepaard zou gaan met het lijden (de hielverbrijzeling) van de Verlosser.

Het Noachitische Verbond (Genesis 8:20-9:27)

Karakter: Onvoorwaardelijk

Context: Gesloten na de wereldwijde zondvloed, toen Noach een offer bracht op de gereinigde aarde.

Nadat de mensheid in totale verdorvenheid was vervallen en door de zondvloed werd geoordeeld, sloot God een verbond met Noach, zijn nageslacht en alle levende wezens op aarde.

De kernpunten van het Noachitische verbond zijn:

Garantie tegen een nieuwe zondvloed: God beloofde dat het menselijk ras en de aarde nooit meer door de wateren van een zondvloed zouden worden uitgeroeid. De regenboog werd gegeven als een zichtbaar teken van deze trouw.

Bestendigheid van de natuurorde: De seizoenen, zaaitijd en oogst, koude en hitte, zomer en winter zullen niet meer ophouden zolang de aarde bestaat.

Nieuwe stamvaders: De drie zonen van Noach (Sem, Cham en Jafeth) werden de stamvaders van de gehele mensheid na de zondvloed.

Instelling van de menselijke overheid: God stelde de menselijke overheid in met het recht en de plicht om het kwaad te bestraffen en de menselijke samenleving te beschermen.

Het Abrahamitische Verbond (Genesis 12:1-3; 15:1-18; 17:1-8)

Karakter: Onvoorwaardelijk

Context: Gesloten bij de roeping van Abram uit Ur der Chaldeeën en bevestigd bij het verbondsoffer in Genesis 15.

Het Abrahamitische verbond is een absoluut sleutelverbond in de heilsgeschiedenis. God riep één man uit de heidense volkerenwereld om een bijzonder volk te vormen dat in een speciale verbondsrelatie tot Hem zou staan.

Dit verbond berust op zeven goddelijke toezeggingen (“Ik zal”):

Een natuurlijk nageslacht en volk: Het ontstaan van het volk Israël uit de lendenen van Abraham, Izak en Jakob.

Eigendomsrecht op het land: De onvoorwaardelijke toewijzing van het land Kanaän aan het Zaad van Abraham tot een eeuwige bezitting.

Geestelijk nageslacht en verlossing: Het verbond bevat de belofte van een hemels nageslacht dat deelt in de rechtvaardiging door het geloof.

Goddelijke bescherming: God beloofde degenen te zegenen die Abraham zegenen, en degene te vervloeken die hem vervloekt.

Universele zegen: De belofte dat in Abrahams Zaad ” dat is Christus” alle geslachten van de aardbodem gezegend zouden worden.

Genesis 15 schetst op indrukwekkende wijze het onvoorwaardelijke karakter: terwijl Abraham in een diepe slaap was gevallen, ging God Zelf (als een rokende oven en een vurige fakkel) tussen de offerstukken door. God bindt de vervulling uitsluitend aan Zijn eigen trouw.

Het Mozaïsche Verbond (Exodus 19-30)

Karakter: Voorwaardelijk

Context: Gesloten bij de berg Sinaï, ongeveer 2500 jaar na de schepping en 430 jaar na het verbond met Abraham.

Het Mozaïsche verbond is het enige voorwaardelijke verbond in de Schrift. God gaf de Wet aan het volk Israël nadat Hij hen uit Egypte had verlost. Het verbond functioneerde op de strakke regel: “Indien gij naarstiglijk Mijn stem zult gehoorzamen… dan zult gij Mijn eigendom zijn”.

Het Mozaïsche verbond omvatte een drievoudige structuur:

De Geboden (Exodus 20:1-17): De zedelijke wet, neergeschreven op stenen tafelen.De Rechten** (Exodus 21:1-24:11): De burgerlijke wetten voor de ordening van de Israëlitische maatschappij.

De Inzettingen (Exodus 24:12-31:18): De godsdienstige wetten voor de tabernakel, het priesterschap en de offerdiensten.

Het doel van het Mozaïsche verbond was niet om de mens te rechtvaardigen ”uit de werken der wet wordt immers geen vlees gerechtvaardigd (Romeinen 3:20) ” maar om de zonde te openbaren, de mens zijn onvermogen te tonen en te dienen als een tuchtmeester tot Christus.

Het Diaspora-verbond / Palestijns Verbond (Deuteronomium 30:1-9)

Karakter: Onvoorwaardelijk

Context: Door Mozes aan Israël bekendgemaakt in de vlakten van Moab, vlak voor de intocht in Kanaän.

Het Diaspora-verbond (afgeleid van het Griekse woord voor verstrooiing) vult het Mozaïsche verbond aan en heeft betrekking op de toekomst van Israël in relatie tot het beloofde land.

De belangrijkste elementen van dit verbond zijn:

Voorzegging van de verstrooiing: De profetische aankondiging dat Israël wegens ontrouw uit het land zou worden verdreven en wereldwijd verstrooid.

Toekomstige bekering: De belofte dat het volk in de verstrooiing de Heere weer zou zoeken met hun hele hart.

Nationale terugkeer: De garantie dat God Zijn volk uit alle naties zal her verzamelen en hen zal terugbrengen naar het land dat hun vaderen bezaten.

Inwendige besnijdenis van het hart: God zal het hart van het volk en hun nageslacht besnijden om Hem lief te hebben, waarna de vervloekingen zullen vallen op hun vijanden.

Het Davidische Verbond (2 Samuel 7:5-29)

Karakter: Onvoorwaardelijk

Context: Gesloten met koning David toen hij het voornemen uitsprak om een tempel voor God te bouwen.

Toen David een huis voor God wilde bouwen, maakte de Heere bekend dat Hij een huis voor David zou bouwen: een koninklijk huis, een ononderbroken dynastie en een eeuwig koninkrijk.

De kernvoorwaarden van het Davidische verbond omvatten:

Een eeuwig huis (dynastie): Davids nageslacht zal nooit worden uitgeroeid.

Een eeuwige troon (gezag): Het koninklijk gezag blijft rechtmatig bij het huis van David behoren.

Een eeuwig koninkrijk: Het geografische en nationale gezagsgebied van David blijft voor eeuwig vaststaan.

Tuchtiging bij zonde: Wanneer individuele koningen uit het nageslacht van David zouden zondigen, zou God hen tuchtigen met menselijke slagen, maar Zijn goedertierenheid zou nooit van het koningshuis wijken.

Dit verbond vindt zijn volkomen en uiteindelijke vervulling in de Here Jezus Christus, de Zoon van David, Die geboren werd uit het geslacht van David en aan Wie de engel Gabriel de troon van Zijn vader David toezegde (Lukas 1:31-33).

Het Nieuwe Verbond (Jeremia 31:31-34; Hebreeën 8:6-13)

Karakter: Onvoorwaardelijk

Context: Profetisch aangekondigd door Jeremia en bekrachtigd door het offer van Jezus Christus aan het kruis van Golgotha.

Het Nieuwe Verbond is het sluitstuk en de kroon op Gods verbondswerk. Het is gefundeerd op het volbrachte werk en het bloed van Christus (Matth. 26:28).

De kenmerken van het nieuwe Verbond zijn:

Beloofd aan Israël en Juda: Profetisch is het Nieuwe Verbond toegezegd aan het herenigde Huis van Israël (10 stammen) en Huis van Juda (2 stammen).

Vernieuwing van het binnenste: De wet wordt niet meer op stenen tafelen geschreven, maar door de Heilige Geest in het hart en het binnenste van de gelovige gegeven.

Volkomen vergeving: De zonden en ongerechtigheden worden nooit meer gedacht.

Intieme kennis van God: Allen zullen de Heere kennen, van de kleinste tot de grootste.

Hoewel het Nieuwe Verbond in profetisch opzicht zijn nationale vervulling gaat krijgen bij de bekering van Israël, hebben gelovigen in de huidige genadetijd (de Gemeente) nu al volkomen deel aan de geestelijke zegeningen van dit verbond.

Tabel van de Zeven Verbonden ( link hiervoor heb je Excel nodig)

Christus als het Middelpunt en de Vervulling van alle verbonden

Het meest indrukwekkende gegeven van de Bijbelse verbonden leer is dat de zeven verbonden niet op zichzelf staan, maar allemaal samenkomen in de Persoon en het werk van Jezus Christus.

Christus is de unieke Schakel en Vervuller van elk afzonderlijk verbond:

In het Adamitische Verbond: Hij is het beloofde “Zaad van de vrouw* dat de kop van de satan heeft verbrijzeld aan het kruis.

In het Noachitische Verbond: Als mens kwam Hij onder de levensvoorwaarden van het menselijk geslacht op aarde.

In het Abrahamitische Verbond: Hij is het unieke *”Zaad van Abraham”* (Galaten 3:16) aan Wie al de beloften zijn toegezegd en door Wie de heidenen gezegend worden.

In het Mozaïsche Verbond: Hij heeft de Wet volkomen vervuld en droeg de vloek van de Wet aan het kruis om ons van de vloek te verlossen (Galaten 3:13).

In het Diaspora-verbond: Hij is de Goede Herder Die Zijn verstrooide schapen zal terugbrengen en verzamelen in het land der belofte.

In het Davidische Verbond: Hij is de Erfgenaam, de koninklijke Zoon van David Die in de toekomst zal heersen op de troon van David in Jeruzalem.

In het Nieuwe Verbond: Hij is de Borg, Middelaar en de grote Hogepriester Die het Nieuwe Verbond heeft bekrachtigd met Zijn eigen dierbaar bloed.

Conclusie: Een onwankelbaar fundament van Gods trouw

Studie van de zeven verbonden laat zien dat God een God van orde, trouw en onveranderlijke beloften is. Waar de mens onder elke omstandigheid faalt vanaf de hof van Eden tot onder de Wet van Sinaï blijft God trouw aan Zijn verbondsbeloften.

Voor de gelovige in onze tijd bieden de verbonden een diepe rust. Omdat ons behoud en onze gemeenschap met God verankerd liggen in het Nieuwe Verbond en het volbrachte werk van Jezus Christus, rust ons geloof niet op onze eigen wankele prestaties, maar op het onwankelbare “Ik zal” van een getrouw God.

Voor Chinese lezers

Een brief aan broeders en zusters in Christus

Soms zie ik in de bezoekersstatistieken van deze website iets wat mij bijzonder raakt: bezoekers uit China.

Ik weet niet wie jullie zijn. Ik weet niet waar jullie wonen. Misschien ben je christen. Misschien onderzoek je het christelijk geloof. Misschien zocht je eenvoudig naar informatie over de Bijbel of over de Here Jezus Christus en kwam je daardoor hier terecht.

Maar omdat jullie deze website bezoeken, wil ik niet doen alsof jullie alleen maar een getal in de statistieken zijn.

Daarom deze brief.

Aan mijn broeders en zusters in China

Beste broeder, beste zuster,

Wij hebben elkaar nooit ontmoet. Duizenden kilometers liggen tussen China en Nederland. Onze taal en cultuur verschillen. Onze dagelijkse omstandigheden kunnen totaal verschillend zijn.

Maar wanneer jij de Here Jezus Christus kent, is er iets dat veel groter is dan al die verschillen:

wij zijn één in Christus.

Paulus schrijft:

“Alzo zijn wij velen één lichaam in Christus, maar elkeen zijn wij elkanders leden.” (Romeinen 12:5, STV)

De Gemeente van Jezus Christus wordt niet bepaald door landsgrenzen, nationaliteit, taal, cultuur of een kerkgebouw. Allen die door het geloof in Christus zijn, behoren Hem toe.

Daarom ben je voor mij niet eenvoudig “een bezoeker uit China”.

Je bent mijn broeder of zuster in Christus.

God kent jouw naam

Ik ken jouw naam niet.

Ik weet niet waar je woont. Ik weet niet onder welke omstandigheden je deze woorden leest. Misschien kun je openlijk over je geloof spreken. Misschien is dat voor jou moeilijker. Daarom wil ik ook niet voor jou invullen hoe jouw leven in China eruitziet.

Maar dit weet ik wel:

God kent jou

De Here Jezus zegt over degenen die Hem toebehoren:

“Mijn schapen horen Mijn stem, en Ik ken dezelve, en zij volgen Mij. En Ik geef hun het eeuwige leven; en zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid, en niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken.” (Johannes 10:27-28, STV)

Let vooral op die woorden:

“Ik ken dezelve.”

Christus kent de Zijnen.

Je bent voor Hem geen onbekende christen ergens in een enorm land. Hij kent degenen die Hem toebehoren.

En Hij zegt:

“niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken.”

Daar ligt de zekerheid van de gelovige.

Niet in gunstige omstandigheden. Niet in menselijke bescherming. Niet in onze eigen kracht.

Maar in Christus.

 

Gods Woord is niet gebonden

Paulus schreef een opmerkelijke zin toen hij zelf gevangenzat:

“Maar het Woord Gods is niet gebonden.” (2 Timotheüs 2:9, STV)

Wat een uitspraak.

Paulus kon gebonden worden.

Het Woord niet.

Mensen kunnen beperkingen opleggen. Omstandigheden kunnen veranderen. Een christen kan tegenstand ontmoeten. Maar het Woord van God laat zich niet gevangen zetten.

Daarom wil ik je vooral dit meegeven:

Blijf dicht bij de Schrift.

Lees het Woord.

Onderzoek het Woord.

Toets wat mensen je vertellen aan het Woord.

Vertrouw uiteindelijk niet op een voorganger, prediker, kerkelijke organisatie of deze website. Ook wat hier geschreven wordt, moet aan de Schrift worden getoetst.

De Bereërs worden juist daarom geprezen:

“En dezen waren edeler, dan die te Thessalonica waren, als die het woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren.” (Handelingen 17:11, STV)

Dat is de norm: Gods Woord.

 

Christus is genoeg

Het christelijke leven bestaat niet uit steeds maar zoeken naar iets wat aan Christus moet worden toegevoegd.

De gelovige heeft zijn leven in Hem.

Paulus schrijft:

“Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.” (Kolossenzen 3:3, STV)

En:

“En gij zijt in Hem volmaakt, Die het Hoofd is van alle overheid en macht;” (Kolossenzen 2:10, STV)

Dat is een geweldige werkelijkheid.

Niet: misschien ooit.

Niet: wanneer je geestelijk genoeg geworden bent.

Niet: wanneer je bepaalde bijzondere ervaringen hebt gehad.

“Gij zijt in Hem volmaakt.”

Het christelijke leven vindt zijn oorsprong niet in onze eigen kracht, maar in het nieuwe leven dat God schenkt.

De Schrift blijft de norm.

 

Wanneer je bang bent

Misschien zijn jouw omstandigheden heel anders dan de mijne.

Misschien weet ik helemaal niet wat het jou persoonlijk kost om Christus te volgen.

Daarom wil ik je geen gemakkelijke woorden geven alsof geloof betekent dat alle moeilijkheden verdwijnen. De Bijbel belooft dat niet.

Maar de Schrift geeft ons iets veel beters: Christus laat de Zijnen niet los.

Paulus schrijft:

“Want ik ben verzekerd, dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch machten, noch tegenwoordige, noch toekomende dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onzen Heere.” (Romeinen 8:38-39, STV)

Lees dat nog eens.

Geen enkel schepsel.

Geen mens.

Geen overheid.

Geen macht.

Geen omstandigheid.

Niets kan degene die in Christus is scheiden van de liefde Gods die in Christus Jezus is.

 

Wanneer je moe bent

Ook een gelovige kan moe worden.

Er kunnen vragen zijn waarop je geen antwoord hebt. Misschien bid je en verandert de situatie niet. Misschien begrijp je Gods weg niet.

Dan mag je zelfs je zorgen bij Hem brengen.

“Werp uw zorg op den HEERE, en Hij zal u onderhouden; Hij zal in eeuwigheid niet toelaten, dat de rechtvaardige wankele.” (Psalm 55:23, STV)

Geloof betekent niet dat wij alles begrijpen.

Geloof betekent dat wij weten Wie wij vertrouwen.

Paulus kende moeite, tegenstand, gevangenschap en onzekerheid. Toch schreef hij:

“Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft.” (Filippenzen 4:13, STV)

Niet omdat Paulus zo sterk was.

Omdat Christus zijn kracht was.

 

Misschien ken je Christus nog niet

Misschien lees je dit terwijl je helemaal geen christen bent.

Misschien ben je hier terechtgekomen omdat je nieuwsgierig bent naar het christelijk geloof.

Dan wil ik je niet eerst naar een kerk, organisatie of religie verwijzen.

Ik wil je wijzen op Jezus Christus.

De Bijbel zegt:

“Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.” (Johannes 3:16, STV)

En:

“Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden…” (Handelingen 16:31, STV)

Het Evangelie is geen boodschap dat je jezelf eerst moet verbeteren voordat God je wil aannemen.

Christus stierf voor zondaren.

Hij stond op uit de doden.

Redding wordt niet verdiend door goede werken, religieuze prestaties of menselijke verdiensten.

“Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; Niet uit de werken, opdat niemand roeme.” (Efeze 2:8-9, STV)

Genade.

Dat betekent dat een mens met lege handen tot God mag komen en mag vertrouwen op het volbrachte werk van de Here Jezus Christus.

 

Aan jou die dit vanuit China leest

Misschien zal ik nooit weten wie jij bent.

Misschien bezoek je deze website één keer en kom je nooit terug.

Maar als je deze woorden leest, wil ik dat je ten minste dit weet:

Er zijn christenen aan de andere kant van de wereld die aan hun broeders en zusters in China denken.

Wij spreken misschien niet dezelfde taal.

Wij wonen niet in hetzelfde land.

Wij kennen elkaar niet persoonlijk.

Maar wanneer wij Christus toebehoren, hebben wij dezelfde Heiland, hetzelfde Evangelie en hetzelfde Woord.

En eens zullen landsgrenzen en taalbarrières er niet meer toe doen.

Johannes zag:

“Na dezen zag ik, en ziet, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle natie, en geslachten, en volken, en talen, staande voor den troon, en voor het Lam…” (Openbaring 7:9, STV)

Uit alle natie, geslachten, volken en talen.

Daar hoort ook China bij.

Daar hoort Nederland bij.

En uiteindelijk draait het niet om China of Nederland.

Het draait om het Lam.

Om Jezus Christus.

Daarom, broeder of zuster:

Houd vast aan Christus.

Blijf bij Zijn Woord.

Onderzoek de Schriften.

En wanneer je je alleen voelt, vergeet dan niet:

“Want Hij heeft gezegd: Ik zal u niet begeven, en Ik zal u niet verlaten.” (Hebreeën 13:5, STV)

Genade en vrede zij u.

Van een broeder in Christus uit Nederland.

Geverifieerd door MonsterInsights