Is “covering” noodzakelijk?

Van de oude website.

Er wordt beweerd dat christenen die niet “gecovered” zijn, eigenlijk niet veel voorstellen cq. niet goed kunnen functioneren. Ze zouden geen zalving hebben of eigenlijk buiten de kudde staan.

Met zo”n “covering”(bedekking) wordt dan een afhankelijkheidssituatie bedoeld tussen die christen en iemand boven hem/haar die dan (wel) gezalfd is en vooral geestelijker en op die manier bescherming kan bieden op voorwaarde dat die christen zich daaraan onderwerpt. Het kernpunt daarin is dus autoriteit, een persoon die gezag heeft om daardoor het leven en werken van een andere christen in Gods Koninkrijk te beïnvloeden. Volgens sommigen zou dat ook juist de expliciete verantwoordelijkheid zijn van voorgangers en oudsten, die dan tevens eindverantwoordelijkheid naar God zouden hebben, dus een soort ‘middelaarsfunctie’.
Deze coveringsideologie vindt haar oorsprong in de RK kerk waar een streng hierarchische structuur heerst, waar de top de juiste interpretatie van de Schrift vaststelt (de RK kerk leert dat waarheid is wat de Schrift zegt én wat de kerk zegt) en waar gehoorzaamheid binnen die hierarchie noodzakelijk is. Ook het begrip apostolische zalving, dat beweert dat zalving vanaf de apostel moet doorstromen naar mensen en bedieningen onder hem heeft tot zo”n interpretatie bijgedragen. Maar laten we eens kijken wat de Bijbel er zelf over zegt.

Als het om autoriteit gaat, is Jezus zelf daarover in Mattheus 28:18 heel duidelijk:

“Mij is gegeven alle macht in de hemel en op aarde”.

Dat is nogal wat: de Vader gaf  “t Hem dus.
Op dezelfde wijze gééft Hij die dan later ook verder aan zijn discipelen: gezag over alle boze geesten en het genezen van zieken en dat gebeurde toen ook, laat de Bijbel ons weten. Maar hoe staat het nu met het “gewone” kerkvolk, de mensen die een “bediening hebben” in een gemeente of daarbuiten door God een taak kregen opgedragen, en hoe zit het met een gemeente op zich zelf? Hoe komen die aan hun autoriteit?

Petrus spreekt in 1 Petrus 2:9 over het Koninklijk priesterschap van alle gelovigen en Openbaring 1:6 (St vert) bevestigt dat. Dat duidt eerder op een bevoegdheid voor iedere gelovige dan op hierarchische “zalvings verhoudingen” binnen de gemeente.

Meer lezen

Gemeente, kerk of sekte

Uit het archief>>>

Door Ab Klein Haneveld
De woorden gemeente en gemeenten komen in het nieuwe testament 112 maal voor, altijd als vertaling van “ecclesia”. Met de Bijbelse kwalificaties lezen wij o.a. over “de gemeente Gods” en “de gemeente der eerstgeborenen”, waarmee gezinspeeld wordt op de goddelijke Stichter en Eigenaar van de gemeente. Ook lezen wij over “de gemeente te Antiochië”, “de gemeente Gods die te Korinthe is”, “de gemeenten in Azië”, “de gemeenten in Galatie, enz. Deze kwalificaties duiden op de verschillende geografische locaties van de gemeenten Gods. Maar wat is de betekenis van dit woord gemeente? Het gebruik van een bijbels woord buiten de Bijbelse betekenis is immers een verkrachting van de Bijbel!

Meer lezen

Zijn de tekengaven nog voor nu?

Bron: http://www.internetbijbelschool.nl

Het traditionele standpunt

Het traditionele standpunt binnen de evangelische beweging is dat God een aantal geestesgaven na enige tijd niet meer gegeven heeft. Het gaat dan om de zogenaamde tekengaven: spreken in tongen, vertolken van tongen, krachten, gaven van genezingen en profetie (in engere zin).

De Geest is vrij

Het is mogelijk dat God dit heeft gedaan. Immers de Geest geeft de geestesgaven gelijk Hij wil (1 Kor. 12:11). Hij kan besluiten om te geven of niet te geven. De Geest van God weet welke gees­tesgaven op een bepaalde tijd in een bepaalde situatie nodig zijn.

De argumenten

De argumenten voor het standpunt dat God de tekengaven na enige tijd niet meer gaf zijn de volgende:

(1) De wonderen waren een bevestiging van de autoriteit van de apostelen en de apostolische boodschap. “door de handen der apostelen” (Hand. 5:12) “het teken van een apostel” (2 Kor. 12:12). Er zijn geen apostelen[1] meer.

(2) In de eerste tijd na het ontstaan van de gemeente was het Nieuwe Testament nog niet af en algemeen verspreid. God ving dit onder meer op door middel van directe boodschappen via profetie en vertaalde tongen. Toen het Nieuwe Testament af was en algemeen verspreid en aanvaard, was deze bediening niet meer nodig. De bijbel is genoegzaam. In de bijbel staat alles wat we moeten weten over de weg tot zaligheid en hoe we moeten leven[2]. Er zijn geen nieuwe normatieve, voor ieder­een geldige, openbaringen meer nodig[3]. Natuurlijk hebben we nog wel de leiding van Gods Geest nodig[4].

(3) De kerkgeschiedenis lijkt dit te bevestigen[5].

De tekengaven verdwenen na de eerste tijd. Uit de kerkgeschiede­nis blijkt dat alleen ketterse groeperingen, dat zijn groepe­ringen die leringen hadden die fundamentele waarheden uit de bijbel weerspraken, nog af en toe algemeen in tongen spraken en profeteerden.

Pas aan het begin van de twintigste eeuw zijn door de opkomst van de pinksterbeweging en weer wat later de charismatische beweging het spreken in tongen en de andere tekengaven weer opgekomen.

(4) De enige twee geestesgaven die gecontroleerd kunnen worden schijnen niet, of niet op bijbelse wijze, voor te komen en te werken.

Er zijn twee tekengaven waarvan gemakkelijk te controleren is of ze echt uit God zijn. De geestesgave van profetie[6] en de gees­tes­gave van genezingen. Wat de profetie betreft, daar kun je controleren of het voorzegde uitkomt. Wat de geestesgaven van genezing betreft, daar kun je controleren of de zieken genezen.

Er wordt tegenwoordig, in charismatische en pinksterkring, wel geprofeteerd, maar vaak zeer vaag en zonder concrete voorzeggin­gen. Profe­tie van het type Agabus[7], concreet voorzeggend en dus controleerbaar schijnt niet meer voor te komen[8]. En als het voorkomt, dan komt het vaak niet uit[9]. Waar zijn de profe­ten die voldoen aan de bijbelse nor­men?

Er zijn tegenwoordig christenen die beweren de geestesgave van genezing te hebben. Zij oefenen een genezingsbediening uit.

In de bijbel zien we herhaaldelijk dat ieder genezen werd (Dat was zo bij Jezus en ook op bepaalde momenten bij de apostelen), maar bij de moderne gene­zers uit de charismatische beweging lijkt het wel een lote­rij. Heel veel nieten, en heel af en toe een hoofdprijs. Er wordt voor duizenden gebeden en slechts een enkele ge­neest. Een bekende voorman en evangelist uit de Neder­landse pinksterbe­weging, die jarenlang rondgetrokken heeft met als motto “Jezus geneest”, schreef enkele jaren geleden in een boek dat er wel eens iemand was genezen[10] tijdens zijn samenkomsten. Hij zegt dat hij voor duizenden heeft gebeden en in Jezus naam de handen opgelegd voor genezing. En jawel, hij vermeldt enkele opmerke­lijke genezin­gen. Eén op de duizend? Wellicht nog minder. En hoe zat het met de enkele gelukkigen die genezen zouden zijn? Zijn er blinden ziende geworden, zijn verlamde mensen weer gezond geworden?

Genezing in antwoord op gebed heeft niet direct iets te maken met gaven van genezing. Genezing in antwoord op gebed kennen de gelovi­gen buiten de charisma­tische beweging ook[11], ook daar wordt voor zieken gebe­den en sommigen genezen, sommigen zelfs spectaculair.

Het is een feit dat de enige twee tekengaven (profetie en gene­zin­gen), waarvan het resultaat eenvoudig te controleren is, nauwelijks blijken voor te komen en te functioneren Dit doet met recht twijfelen aan de echtheid van de andere, moeilijker te controleren tekengaven.

(5) De tekengaven zijn niet essentieel voor de opbouw van de gemeenten en voor de voortgang van het evangelie. Dat blijkt opnieuw uit de kerkgeschiedenis. Er zijn vele machtige bewegingen van Gods Geest geweest, waarbij enorme aantallen mensen bekeerd werden en opgebouwd in gezonde bijbelse gemeenten, terwijl de tekengaven ontbraken. Denk aan de Reformatie, aan de grote opwek­king in Engeland en Amerika (The Great Awakening in de achttiende eeuw, en de opwekkingen in de negentiende eeuw). Denk aan de start van de moderne zendingsbeweging. Hudson Taylor, de pionier van de interkerkelijke zendingsbeweging. Op vele plaatsen is de gemeente van de Here Jezus geplant terwijl de tekengaven afwezig waren.

Een misverstand

Christenen uit de charismatische beweging beweren dat christenen die geloven dat God op dit moment bepaalde geestesgaven heeft terugge­trokken, niet zouden geloven dat God vandaag nog wonderen doet. Dat is echter niet waar. De traditionele evangelicals ver­wachten wel wonderen, echter niet vanwege bepaalde geestesgaven die ze zouden hebben, maar in antwoord op het gelovige gebed. Ook in onze gemeente hebben we grote antwoorden (en wonderbare genezin­gen) meegemaakt in antwoord op het gebed. De evangelist die door de Here is gebruikt om de gemeente in Middelburg op te richten heeft b.v. de wonderbare genezing van een dochter meege­maakt die ernstig ziek was. Ze was van het ene op het andere moment gene­zen.

“Als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen: in mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven, in nieuwe tongen zullen zij spreken, slangen zullen zij opnemen, en zelfs indien zij iets dodelijks drinken, zal hun dat geen schade doe: op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen genezen worden.” (Marcus 16:17,18).

De Here Jezus zegt dit tegen de elven, tegen de apostelen (:14).

Er staat “de gelovigen”, dat is ruimer dan de apostelen.

De aankondiging dat tekenen de gelovigen zullen volgen staat in het verband van de evangelieverkondiging. In vers 15 geeft de Here Jezus de opdracht om het evangelie in de gehele wereld te verkondi­gen. In dat verband zegt Hij “als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen.” Met name in de situatie van de evangeliepre­diking, pionierzending, kunnen we deze tekenen verwachten.

Er worden vijf tekenen genoemd:

– boze geesten uitdrijven

– in nieuwe tongen spreken

– slangen opnemen

– iets dodelijks drinken zonder schade

– zieken de handen opleggen, zij zullen genezen

Twee tekenen spreken van Gods bescherming. Iets dodelijks drinken zonder daar schade te lijden, en slangen opnemen. In Hand. 28:3-7 staat een voorbeeld van het “slangen opnemen”, Paulus nam een slang op, werd gebeten, maar had geen last van het gif.

Drie van de vijf tekenen hebben niets met geestesgaven te maken: het uitdrij­ven van boze geesten, slangen opnemen, iets dodelijks drinken zonder schade. Het spreken in tongen wel (de geestesgave van het spreken in tongen). Het opleggen van de handen op zieken met als gevolg dat ze genezen worden mogelijk (de geestesgaven van genezing), maar het hoeft niet.

Een illustratie van het op zieken de handen leggen zien we in Handelingen 28:8,9. Paulus bad voor de zieken op het eiland Malta, hij legde hun de handen op, en zij werden genezen. Er staat niet “en sommigen werden genezen”, of “en een enkeling werd genezen”, nee, allen werden genezen.

Er staat “op zieken” en niet op “op de zieken”, zonder onder­scheid. Paulus en de andere apostelen en gelovigen deden dit naar alle waarschijnlijkheid onder leiding van God, en dan werden alle zieken waar voor gebeden werd ook genezen[12].

Kunnen we deze tekenen verwachten als gelovigen tegenwoordig het evangelie verkondigen?

God zal zeker beschermen en ook zijn boodschap bekrachtigen door het uitdrijven van demonen, door verhoring van gebeden (b.v. voor zieken). En als het God behaagt ook door nieuw tongen. Aan het eind van de negentiende eeuw is de grote zendingsbeweging ont­staan die het evangelie over de gehele wereld heeft gebracht. Als je de zendingsverslagen leest dan zie je alle genoemde tekenen worden vermeld, behalve het spreken in tongen[13]. Mensen die op gebed, en onder handoplegging, worden genezen. Bescherming, Nommensen, de “apostel” van de Batak stam[14], heeft inderdaad gif gedronken zonder dat hij er schade van had. De inlanders probeer­den hem op die manier te doden. Dit was naar hen toe inderdaad een teken van de waarheid van het evangelie dat Nommen­sen bracht.

Op de zendingsvelden is het uitdrijven van boze geesten een bekend gebeuren. Het spreken in tongen heeft echter alleen zin als teken voor de ongelovigen als er net als op de pinksterdag door de zendelingen in voor de ongelovigen bekende talen wordt gesproken. De ongelovige joden beseften dat discipelen eenvoudige mannen uit Galilea waren, die onmogelijk allerlei talen konden spreken, maar hen toch in hun eigen talen aanspraken. Dat kon niet en toch gebeurde het. Ze beseften dat er iets bovennatuur­lijks aan de hand was. Daarom waren ze buitenzichzelf van verwon­de­ring (Hand. 2:4,7-9).

Conclusie

Niet iedereen vindt het bovenstaande bewijs overtuigend. Persoon­lijk vind ik dat er tenminste sterke aanwij­zingen zijn die de overtuiging ondersteunen dat God, na de begin­tijd, de tekengaven (grotendeels of geheel) heeft teruggetrokken.

Praktisch gezien moet dit ons aansporen tot waak­zaamheid, speci­aal in situaties waarin we christenen tegen­komen die beweren dat ze de teken­gaven hebben ontvan­gen. Als ze net als in de tijd van de apostelen op grote schaal zieken zouden genezen (en niet één op de duizend of nog minder) en als ze geregeld profetieën zouden uit­spre­ken die controleerbaar zijn (van het type Agabus) en die daarna ook alle uitko­men, dan zal ik mijn stand­punt nog eens herzien, maar zolang dat niet gebeurt blijf ik om boven­staande redenen scep­tisch.

[1]Over de apostelen, zie hoofdstuk 9, punt 16, waar wordt besproken wat de bijbel zegt over de roeping tot en de geestesgave van apostel.

[2]Zie de bijbelstudie over de bijbel. De genoegzaamheid van de bijbel wordt besproken onder het punt “we moeten alleen geloven wat er in de bijbel staat.”

[3]Onderwijs via profetie is normaal gesproken niet meer nodig. De volle waarheid is nu beschikbaar in de bijbel. Een bediening zoals de profeet Agabus zou ook vandaag nog nuttig kunnen zijn. Hij voorzegde b.v. door Gods Geest dat er een hongersnood zou komen. De broeders in Antiochie beseften dat de christenen in Judea het dan zwaar zouden krijgen. Doordat ze het vooraf wisten konden ze op tijd anticiperen. Ze organiseerden een kollekte en stuurden het geld naar Judea, zodat er hulp was op het moment dat de hongersnood toesloeg. De afstanden waren groot, reizen kostte veel tijd.

[4]Over de leiding van Gods Geest zie studie 8 in “De prak­tijk van het Christenleven I.”

[5]Vanuit pinksterkant wordt daar tegenin gebracht dat het verdwijnen van de tekengaven een aanduiding is van het geestelijk verval van de kerk. Dit is moeilijk vol te houden als je enige kennis van de kerkgeschiedenis hebt. Ook tijdens geweldige opwekkingen, zoals b.v. de first en de second Great Awakening in Engeland en Amerika, was er geen algemene verspreiding van teken­gaven als spreken in tongen. Een voorbeeld, om de impact van de second Great Awakening in het midden van de negentiende eeuw te illus­treren. Voordat de opwekking begon waren op de hele univer­siteit van Harvard slechts een handvol studenten die er openlijk voor uitkwamen dat ze christen waren en de bijbel geloofden. Aan het eind van de opwekking bleek uit onderzoek dat een kwart van alle studenten deelnam aan de een of andere evangelische aktivi­teit. Het storende voor de pinksterbroeders die beweren dat het ver­dwijnen van de tekengaven een teken van geestelijk verval is verder het historische feit dat juist sekten, die fundamentele waarheden van het bijbelse geloof verdraaiden, wel in tongen spraken.

[6]Profetie hier opgevat in beperkte zin.

[7]

[8]Het zal ongetwijfeld voorkomen dat God christenen wel eens iets van te voren duidelijk maakt, voordat het komt. Maar als dit incidenteel voorkomt kun je dat moeilijk een profetische bediening noemen.

[9]De bijbelse norm voor het uitkomen van profetie is honderd procent.

[10]Ben Hoekendijk schrijft dat in zijn boek “Op zoek naar Balans” (uitgeverij Gideon, 1986, pagina 41). Hoekendijk is de oprichter van Stichting Opwekking. Deze stichting organiseert de grote pinksterconferentie (voorheen in Vierhouten), en geeft de bekende Opwekkingsbundel uit.

[11]Alleen zij stellen niet dat Gods woord zegt dat het Gods wil is dat iedere christen altijd geneest. In 9.11. wordt bespro­ken wat de bijbel zegt over genezing.

[12]Hij werd naar bepaalde mensen toegeleid, God gaf hem daar leiding in en geloof voor.

In andere situaties staat dat Paulus een medewerker ziek had achtergelaten. Die was dus niet genezen. Zijn medewerker Timot­heus was chronisch ziek, had chronische kwalen. Als Paulus de handen kon opleggen en bidden voor alle zieken met als gevolg genezing, waar hij ze ook maar tegenkwam, dan zijn het ziek achterlaten van zijn medewerker en de chronische kwaal van Timotheus niet te verklaren. Voor de bijbelteksten en uitgebreide bespreking van de geestesga­ven van genezing,

[13]Een uitzondering hierop vormen de pinksterzendelingen en de pinksterzendingsorganisaties, die in de loop van de twintigste eeuw zijn ontstaan.

[14]Dit is een grote stam, enkele miljoenen mensen, op het vroegere Sumatra in Indonesie. Nommensen is de pionierzendeling. Na een lange strijd is het Batakvolk massaal tot bekering geko­men. Het is een van de weinige christelijke volken in Indonesie.

Bent u ook religieus?

Bent u ook religieus? Houdt u zich ook netjes aan allerlei voorschriften? Mag ik dan eens vragen: wat is er in uw hart? Of valt u ook in de categorie:”Witgepleisterde graven?”, “Gij geveinsden”?

Weet u wat het tegenovergestelde van wet is? Weet u wat genade doet? Genade maakt de mens nederig. Wet maakt hem hoogmoedig. Genade maakt de mens dankbaar. Genade brengt de mens respect bij voor anderen. Genade brengt een mens die normen en waarden die men ons vanuit Den Haag niet kan geven, want daar kan men alleen maar wet maken.

En wat God u aanreikt is genade. De blijde boodschap dat God via de Here Jezus Christus de zonde der wereld heeft weggedragen aan het kruis van Golgotha en dat is volgens de hoogste Rechter, dat is God Zelf uiteraard, uw zonden zijn weggedaan. Voor Hem tellen ze niet meer.

Indien Een voor allen gestorven is, zegt mijn Bijbel, zijn allen gestorven. En de bedoeling is dat waar dat zonden probleem door God Zelf is opgelost, wij vervolgens van Hem zouden aanvaarden, zouden aannemen, zouden geloven, die zaligmakende genade die verschenen is aan alle mensen. Want de genadegift Gods is eeuwig leven. Dát is wat God je geven wil.

Lees ook:

Alleen geloof

De Alverzoening en het “eeuw-ige”(?) leven

Met toestemming overgenomen van bijbelengeloof.com

Inleiding

In de eerste studie “De Alverzoening en het woord eeuwig” hebben we gezien dat de Heere in Zijn Woord regelmatig waarschuwt tegen dwaalleer. Deze waarschuwingen zijn gewoon onderdeel van de Bijbelse Boodschap. We zien zelfs dat Paulus dwaalleer en dwalers bij name noemt. Het mag duidelijk zijn dat de Heere ons in Zijn Woord wil waarschuwen! Het is dan ook niet voor niets dat wij de opdracht hebben om, alles wat mensen zeggen, te toetsen aan Gods Woord. In Hand. 17 : 11 lezen we: “En dezen waren edeler, dan die te Thessalonica waren, als die het woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren”. We zijn in die Bijbelstudie begonnen met een bespreking van de Alverzoening. De Alverzoening is bij veel mensen in trek. Het verhaal wat de Alverzoening afsteekt is natuurlijk een boodschap die mensen in de oren kietelt. Maar waarom? Is het omdat mensen zelf geen zekerheid hebben? In ieder geval citeert men de zogenaamde grondtekst, en daardoor lijkt het verhaal indrukwekkend. Maar, zoals we wel vaker gezien hebben, wordt die zogenaamde grondtekst nog wel eens gebruikt (of eigenlijk misbruikt) als argument om de Bijbeltekst te veranderen, denk hierbij maar aan de nieuwe vertalingen, terwijl men dan juist tegenstrijdigheden in Gods Woord brengt. Dus er klopt dan iets niet…

Het woordje “aioon” heeft meerdere betekenissen

Zo hebben we gezien dat de Alverzoening verwijst naar het Griekse woordje “aioon”, en dat men dan diverse teksten laat zien waar het volgens hen niet “eeuwig”, in de betekenis van “altijd durend”, kan betekenen. En vervolgens pakt men de teksten waar ook “eeuwig” staat, en zegt dan dat het ook daar niet altijd durend is! Wij hebben gezien dat “eeuwig” in de Bijbel, naast dat het soms bijvoorbeeld “wereld” betekent (en dan ook zo vertaald is), inderdaad soms “altijd, gedurende een bepaalde periode” betekent; maar dat neemt niet weg dat we óók hebben gezien, door Schrift met Schrift te vergelijken, dat “eeuwig” soms gewoon “zonder einde” is! Dus heel letterlijk eeuwig durend!

“…het Woord van onze God bestaat in eeuwigheid”

Nog één extra voorbeeld. In Jes. 40 : 8 lezen we: “Het gras verdort, de bloem valt af; maar het Woord van onze God bestaat in eeuwigheid <olaam>”. Betekent dit dat Gods Woord tijdelijk is? Nee, ook hier blijkt weer dat “eeuwigheid” zonder einde is, want het gaat niet voorbij. In 1 Petr. 1 : 24 en 25 wordt dit vers geciteerd: “Want alle vlees is als gras, en alle heerlijkheid des mensen is als een bloem van het gras. Het gras is verdord, en zijn bloem is afgevallen; Maar het Woord des Heeren blijft in eeuwigheid <aioon>; en dit is het Woord, dat onder u verkondigd is”. Hier staat dat Gods Woord “blijft” “in eeuwigheid”. Het vlees van de mensen vergaat, maar Gods Woord blijft, blijft “in eeuwigheid”. Deze zin geeft eigenlijk al aan dat Gods Woord niet voorbij gaat. Dat zou betekenen dat “in eeuwigheid” hier dus “zonder einde” is. Maar het staat er niet letterlijk. Geen nood, wanneer we kijken in bijvoorbeeld Markus 13 :  31 dan lezen we: “De hemel en de aarde zullen voorbijgaan; maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan” (zie ook Matth. 24 : 35). Gods Woord is blijvend, het zal geenszins voorbijgaan, het is eeuwig!

Schriftkritiek: een steeds verdergaand proces

De Alverzoening concludeert dat wanneer God “alles in allen” zal zijn (1 Kor. 15 : 28), dat er dan geen dood meer mag zijn en dat de Heere Jezus dan niet meer zal regeren. Volgens de Alverzoening betekent dit dat Openb. 21 en 22 niet over de eeuwigheid zouden kunnen gaan. De Alverzoening gaat, zoals men zelf zegt, “voorbij de horizon van het boek Openbaring” [1]! Maar we mogen niet afdoen van, maar ook niet toedoen aan de Schrift! Alleen dat is in dit geval al weer een heenwijs dat er iets niet klopt. En ook hier zagen we door Schrift met Schrift te vergelijken, dat Openb. 21 en 22, over de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, weldegelijk over de eeuwigheid gaat, en dat God dan “alles in allen” zal zijn!

De Alverzoening heeft de Schriftkritiek, het veranderen van Gods Woord, nodig om haar eigen leer te kunnen onderbouwen. En, zo zien we hoe deze stroming juist daardoor afdwaalt van wat de Heere in Zijn Woord openbaart. De Alverzoening draagt bij aan de “afval van het geloof” als teken van de tijd [2].

Maar hier blijft het niet bij. Want als je begint met het woordje “eeuwig” aan te passen, dan moet je steeds meer aanpassen, want anders klopt je leer niet meer. En dat is dan ook wat we bij de Alverzoening zien gebeuren. Het is één groot wespennest met allemaal gevaarlijke angels, die overal in de Schrift hun gif proberen te injecteren. Want als “eeuwig” niet “eeuwig” is, wat doe je dan met het “eeuwige leven”, wat toch heel duidelijk een Bijbelse term is? In Rom. 6 : 23 lezen we bijvoorbeeld: “Want de bezoldiging van de zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onze Heere”. Is het eeuwige leven, wat wij door Jezus Christus onze Heere ontvangen, soms ook eindig? Laten we eens kijken hoe men hier mee omgaat.

Het “eeuw-ige” leven: het leven van de toekomende eeuw?

Op een Alverzoeningssite lezen we:

“Het punt is dat zowel het één als het ander waar is. De ene waarheid is dat alle mensen in onvergankelijkheid en heerlijkheid zullen worden opgewekt. De andere waarheid is dat slechts zij die geloven het eeuw-ige leven zullen ontvangen. Dit is slechts te verstaan, wanneer we begrijpen wat de Schrift bedoelt met het eeuw-ige leven. Verreweg de meesten halen beide begrippen hopeloos door elkaar. En toch is het onderscheid uiterst simpel. Onvergankelijk leven wil zeggen dat het leven niet vergankelijk en dus blijvend is. Eeuw-ig leven echter, wil zeggen dat het leven verband houd met een eeuw. Met de toekomende eeuw wel te verstaan” [3].

Alles is bij de Alverzoening gekoppeld aan het feit dat er enkele Bijbelverzen zijn die (lijken te) zeggen dat “alle mensen tot rechtvaardigmaking des levens” komen (Rom. 5 : 18). Omdat de Bijbel in deze verzen spreekt over “alle mensen”, kan er geen eeuwige straf zijn, is het redeneren. Daarom spreekt men over het feit dat “alle mensen in overgankelijkheid en heerlijkheid zullen worden opgewekt”, ook al staat dat nergens zo geschreven! Het punt betreffende “alle mensen” zullen we in de studie “De Alverzoening en de teksten over ALLE mensen” nog bespreken. Maar laten we eerst eens kijken hoe men het “eeuwige leven” definieert. Eigenlijk, hebben we het zojuist in het citaat gezien, eeuwig leven wil volgens de Alverzoening zeggen:

“dat het leven verband houd met een eeuw. Met de toekomende eeuw wel te verstaan” [4].

Men heeft daar dan nog een Bijbelstekst bij, en haalt Lukas 18 : 29 en 30 aan, waar geschreven staat: “En Hij zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat er niemand is, die verlaten heeft huis, of ouders, of broeders, of vrouw, of kinderen, om het Koninkrijk Gods; Die niet veelvoudig zal wederontvangen in deze tijd, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven”. En daarmee is dan volgens de Alverzoening bepaald dat het eeuwige leven met de toekomende eeuw te maken heeft, en daarmee direct tijdelijk is! Zo lezen we hier nog over:

“slechts degenen die geloven zullen het leven van de toekomende eeuw(en) beërven. Het zijn de glorieuze eeuwen waarin Christus zal heersen. Wanneer de dood eenmaal als laatste vijand zal worden teniet gedaan, zal het onvergankelijke leven het deel zijn van alle mensen. Niet langer heet het dan nog eeuw-ig leven, om de eenvoudige reden dat de eeuwen inmiddels zullen zijn voleindigd” [5].

Gods Woord op een rechte manier verdelen

De laatste Bijbelstudie hebben we gezien wat het “wanneer de dood eenmaal als laatste vijand zal worden teniet gedaan” inhoudt. Dat de Alverzoening dit “voorbij de horizon van het boek Openbaring” laat gaan, terwijl de Heere waarschuwt om niet toe te voegen aan en af te doen van Zijn Woord. Daarnaast laat Openbaring zien dat er in de nieuwe hemel en op de nieuwe aarde reeds afgerekend is met de dood (Openb. 20 : 14, Openb. 21 : 4), en dat er geen sprake is van “de troon van het Lam”, maar van “de troon van God en van het Lam” (Openb. 22 : 3). Openb. 21 en 22 bespreken de periode dat God zal zijn “alles in allen” (1 Kor. 15 : 28; Openb. 21 : 3). Dat is de periode van onvergankelijkheid, dat is de eeuwigheid, een periode “zonder einde”! Maar wat we hier zien is dat de Alverzoening, als het om het woordje “aioon” gaat, vergeten is dat één woord meerdere betekenissen kan hebben. En wij hebben gezien dat de Heere Zelf uitlegt dat het woordje “eeuwig” “een periode zonder einde” kan betekenen! Een periode die “geenszins voorbijgaat”!

Maar laten we eens naar de tekst in Luk. 18 : 29 en 30 kijken. Betekent dit nu echt dat wij het eeuwige leven hebben in de toekomende eeuw? Wat we hier zien gebeuren, is dat men Gods Woord niet op een rechte manier verdeelt (2 Tim. 2 : 15). Men betrekt een tekst op de Gemeente, die leerstellig helemaal niet op de Gemeente van toepassing is! Dit vers werd door de Heere Jezus uitgesproken vóór Pinksteren en vóór Zijn lijden en sterven! Dat betekent dat dit vers in feite nog Oudtestamentisch is. Waar blijkt dat uit? De Heere Jezus verkondigde op aarde nog niet het Evangelie der genade Gods, zoals Hij dat later via Paulus openbaarde in de brieven aan de Gemeente (Hand. 20 : 24; Gal. 1 : 12). De Heere Jezus verkondigde het Evangelie van het Koninkrijk aan het huis van Israël (Matth. 4 : 17, 23; Matth. 15 : 24), ter voorbereiding van het komende Koninkrijk. Maar het Koninkrijk is uitgesteld, en nu verzamelt de Heere Jezus Zijn Gemeente… We zien in Luk. 18 dan ook dat het eeuwige leven afhankelijk is van discipelschap, oftewel: afhankelijk van iets doen voor de Heere, afhankelijk van werken. Maar volgens de brieven aan de Gemeente krijgen wij het “eeuwige leven” om niet, het is genade. We zagen eerder al even Rom. 6 : 23. Maar ook in Ef. 2 : 8 en 9 lezen we: “Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; Niet uit de werken, opdat niemand roeme”. Er is in Luk. 18 geen sprake van “genade door geloof”! En dan hebben we hier dus te maken met een Oudtestamentische vorm van redding! Het is geen tegenstrijdigheid in Gods Woord, maar we hebben hier te maken met verschillen tussen verschillende bedelingen.

De Heere Jezus en de Grote Verdrukking…

Dit wordt nogeens bevestigd wanneer we een soortgelijke passage in Luk. 14 : 26 opzoeken. Deze tekst zegt het eigenlijk nog wat scherper, en dan met betrekking tot het discipelschap: “Indien iemand tot Mij komt en niet haat zijn vader, en moeder, en vrouw, en kinderen, en broeders, en zusters, ja, ook zelfs zijn eigen leven, die kan Mijn discipel niet zijn”. Voor dit vers geldt hetzelfde als wat we net voor Luk. 18 hebben gezien: het is vóór het kruis, etc. Het is ook mooi om in de Bijbel op zoek te gaan wat het woordje “haten” in deze context inhoudt. Wij hebben namelijk (ook) de opdracht om elkaar lief te hebben (Ef. 5 : 25; 6 : 1, 2; Titus 2 : 4), en als je dat op een rijtje gaat zetten, dan is het mooi om te zien dat ook hier Gods Woord Zichzelf niet tegenspreekt! Maar dat gaan we in deze studie niet doen, misschien dat we daar in de toekomst nogeens bij stil zullen staan.  Het heeft er kortweg mee te maken, met wat de Heere Jezus in Matth. 10 : 37 zegt: “Die vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en die zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig”. Eigenlijk gaat het dus om de vraag: “Wie staat er in ons leven op de eerste plaats?”. Ook hier zie je het stempel van het Koninkrijksevangelie, maar het zal bijvoorbeeld heel letterlijk van toepassing zijn op de Joodse gelovigen in de Grote Verdrukking. Wanneer men dan zijn eigen leven liefheeft, en het merkteken van het Beest neemt, zal men van de drinkbeker van Gods toorn drinken (Openb. 14 : 9 – 11), voor nu even zo vermeld, los van het feit wat dat dan verder inhoudt. Maar indien men niet valt voor de druk van familie, en zelfs het eigen leven niet liefheeft, dan zal men met de Heere Jezus regeren in Zijn Koninkrijk. Openb. 12 : 11 zegt over de Grote Verdrukking: “En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam, en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot de dood toe”. In Openb. 20 : 4 lezen we daarover: “En ik zag tronen, en zij zaten daarop; en het oordeel werd hun gegeven; en ik zag de zielen dergenen, die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus, en om het Woord Gods, en die het beest, en zijn beeld niet aangebeden hadden, en die het merkteken niet ontvangen hadden aan hun voorhoofd en aan hun hand; en zij leefden en heersten als koningen met Christus, de duizend jaren”. Maar dat is ook wat de Heere de apostelen vertelde in Matth. 19 : 28 en 29. Indien zij vader, moeder, broer, zus, vrouw en kind verlaten voor Zijn Naam, dan zullen zij over de twaalf stammen van Israël heersen in de wedergeboorte van de aarde, oftewel in het Duizendjarig Vrederijk en daarnaast ook nog eens het eeuwige leven ontvangen.

Kortom: Luk. 18 : 30 zegt dus niets over het eeuwige leven dat de Gemeente ontvangt in de Heere Jezus! Men heeft allerlei teksten uit de context genomen, en past alles op iedereen toe. Maar dat is niet het recht verdelen van Gods Woord, zodat men niet beschaamd uitkomt (2 Tim. 2 : 15)! Hoe mooi zal het zijn waneer wij teksten kunnen vinden (Schrift met Schrift vergelijkend) die laten zien dat een ieder die de Heere Jezus aanneemt nu al het eeuwige leven ontvangen heeft…! Wanneer we dat kunnen laten zien, dan hebben we bewezen dat de Alverzoening inderdaad de Schrift totaal uit het verband haalt.

De gelovige: levend gemaakt door de Heere

In Ef. 2 : 1 lezen we dat de Heere tegen de gelovigen in Christus Jezus (Ef. 1 : 1) zegt : “En u heeft Hij mede levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonden”. Hier wordt tegen lichamelijk levende mensen, die in de Heere Jezus geloven, gezegd dat zij “levend gemaakt” zijn. Dit wil niet zeggen dat zij eerst lichamelijk gestorven zijn, en vervolgens door de Heere opgewekt zijn. Nee, de mens is van nature zonder God en daardoor voor God “dood” “door de misdaden en de zonden”. Hoe komt die mens tot leven? Juist door de wedergeboorte! Voor de gelovige is in geestelijk opzicht het oude al voorbij, en is het nieuwe al gekomen! In 2 Kor. 5 : 17 lezen we: “Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbij gegaan, ziet, het is alles nieuw geworden“. De gelovige is een nieuw schepsel en leeft in de Heere! Dat betekent dat de gelovige in geestelijke zin reeds opgestaan is. In Ef. 2 : 5 en 6 lezen we daarover: “Ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus; (uit genade zijt gij zalig geworden). En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in de hemel in Christus Jezus”. Dit wordt tegen (fysiek) levende gelovigen gezegd. En er wordt niet gezegd dat zij “zullen leven”, nee, zij zijn “levend gemaakt”! Dat is reeds gebeurd. En hier hebben wij het Bijbelse bewijs dat “eeuwig leven”, niet “eeuw-ig leven” is, te maken hebbend met de toekomende eeuw, zoals de Alverzoening beweert; maar dat eeuwig leven, leven is dat nu begonnen is en voortduurt in de toekomende eeuwen, wat voortgaat tot in de periode van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, omdat wij deel hebben aan de eerste Opstanding. En die periode duurt altijd en is dus zonder einde! Kortom “eeuwig leven” is gewoon “eeuwig leven”, “zonder einde”, dat “geenszins voorbijgaat”!

Is dood hetzelfde als “niet-zijn”?

Natuurlijk kan de gelovige lichamelijk sterven (zie bijv. 1 Thess. 4 : 16). Maar daarmee is de gelovige niet dood! En dat is nu net wat de Alverzoening wel leert.  Volgens de Alverzoening is dood gelijk aan dood, in de betekenis van niet-zijn [6]. Ook voor de gelovigen. Naar aanleiding van Filip. 1 : 20 – 24 schrijft een Alverzoeningssite het volgende:

“Trouwens, ook voor de gelovige is sterven (indirect) winst, want het eerstvolgende bewuste moment zal de bazuin klinken! Het is ogen sluiten en weer openen… ook al zouden er op aarde ondertussen duizenden jaren verlopen” [7].

In tussentijd is de gelovige er dus niet, volgens de Alverzoening. Maar waarom was het sterven voor Paulus gewin? De zojuist geciteerde site schrijft dat het er alleen om gaat dat Paulus met zijn dood de Heere zou verheerlijken. Maar in Filip. 1 : 21 – 24 lezen we: “Want het leven is mij Christus, en het sterven is mij gewin. Maar te leven in het vlees, of dat mij vruchtbaar zij, en wat ik verkiezen zal, weet ik niet. Want ik wordt van deze twee gedrongen, hebbende begeerte om ontbonden te worden en met Christus te zijn; want dat is zeer verre het beste, maar in het vlees te blijven, is nodiger om uwentwil”. Zo schrijft de bewuste Alverzoeningssite hier verder over:

“Paulus spreekt eerst over twee mogelijkheden: in leven blijven of te sterven. Waaraan hijzelf de voorkeur geeft schrijft hij niet. Wat hij wel bekend maakt is dat: hij verlangt heen te gaan en met Christus te zijn. Dit laatste is verreweg het beste. Met “heen te gaan” (Grieks: ana’luo) kan Paulus dus onmogelijk het sterven bedoelen. Deze derde optie doelt op het moment dat de Here Jezus Christus vanuit de hemelen zal komen, en ons vernederd lichaam gelijkvormig zal maken aan Zijn verheerlijkt lichaam (Fillippi 3:20,21). Dát is ‘het heengaan en met Christus zijn’, waarover het in Filippi 1:23 gaat” [8].

Na het sterven is de gelovige weldegelijk bij de Heere

Zoals in het voorgaande citaat zelf te lezen is, heeft Paulus het in Filip. 1 : 21 over twee mogelijkheden, namelijk leven en sterven. En toch voegt men hier dan opeens een derde optie aan toe (zie hetzelfde citaat)! Dat is niet wat er in de context staat. Waarom zou Paulus het onmogelijk over sterven kunnen hebben met het “ontbonden te worden en met Christus te zijn”? Omdat men niet gelooft dat de gelovige het eeuwige leven heeft, in de zin dat de gelovige altijd leeft! Maar Paulus geeft twee opties en die werkt hij hier uit. In vers 22 en 24 bespreekt hij het leven in het vlees, en in vers 23 bespreekt hij het sterven, en dat noemt hij “ontbonden worden en met Christus te zijn”. Als dit laatste een verwijzing naar de Opname zou zijn, dan zou vers 24 nergens meer op slaan. Want is “in het vlees te blijven nodiger om uwentwil” beter dan dat de Heere ons zal komen halen? Als gelovigen zijn wij niet gesteld tot toorn (1 Thess. 5 : 9), en zien wij, zeker gezien alle tekenen der tijden, die wij om ons heen zien, uit naar het moment dat de Heere ons komt halen voordat Gods toorn (in de Grote Verdrukking) zal losbreken. En wanneer de gelovigen zouden gaan (vers 23), zou het voor de schrijver überhaupt niet nodig geweest zijn om te blijven (vers 24)! De directe context laat zien dat de Alverzoeningsuitleg niet klopt; het betreft dus een “eigen uitlegging” (2 Petr. 1 : 20). Met andere woorden: het “ontbonden worden en met Christus te zijn” slaat weldegelijk op het sterven van de gelovige! Wanneer de gelovige sterft heeft hij of zij weliswaar nog geen opstandingslichaam, maar is weldegelijk bij de Heere!

De eeuwige God

Zoals Gods Woord spreekt over “het eeuwige leven”, spreekt Gods Woord ook over “de eeuwige God”. In Jes. 40 : 8 lezen we bijvoorbeeld: “Weet gij het niet? Hebt gij niet gehoord, dat de eeuwige God, de HEERE, de Schepper van de einden der aarde, noch moede noch mat wordt? Er is geen doorgronding van Zijn verstand”. En over die uitdrukking “de eeuwige God”  las ik een alleraardigst stukje. Er is iemand die over de auteur van een Alverzoeningssite geschreven heeft:

“Wat een on-ge-ló-fe-lij-ke blunder..! Of, gelooft de heer <B> nu écht, werkelijk, dat God’s bestaan eindig is? Maar dan, .. dán is er geen hoop meer, voor niemand. <B> -en ik neem aan dat in de kringen van de universalisten er meer zo denken- kan toch niet menen dat hij gelooft in een God die straks niet meer is? Nergens, maar dan ook helemaal nérgens leert Gods Woord dit” [9].

Dit schrijven was blijkbaar naar aanleiding van een stukje op deze Alverzoeningssite met daarin:

“Het “eeuwige evangelie” is het Evangelie der eeuwen. Zoals “de eeuwige God” de God der eeuwen is. Ook in deze gevallen betekent eeuwig niet eindeloos maar verwijst het naar eeuwen” [10].

Gezien alles wat men beweert over het Griekse woord “aioon”, is dit vanuit de Alverzoening gezien, een logische redenatie. Als het “eeuwige leven” verandert in het “eeuw-ig leven”, als het leven van de toekomende eeuw, en dus met een einde, dan verwijst “eeuw-ig”  in “eeuw-ige God” natuurlijk ook naar een niet eindeloze periode. En daar heeft de bewuste schrijver dus op gereageerd. Echter daar wordt de auteur van de bewuste site boos van. Hij schrijft:

“Om <A> meteen gerust te stellen: de heer <B> gelooft met heel zijn hart dat God “de onvergankelijke God” is (1Tim.1:17) en heeft ook nooit de minste reden gezien hieraan te twijfelen” [11].

Maar hier wordt het wel interessant. De auteur van de bewuste site komt, in het stukje waar het citaat uitkomt, met diverse voorbeelden. De “aionische God” is opeens de “God der aionen” [12]. Maar… dat is opeens meervoud, terwijl het “eeuwige leven” zou verwijzen naar DE toekomende eeuw! En vervolgens komt hij met het feit dat de God van Israël óók de God van de heidenen genoemd wordt (zie bijv. Rom. 3 : 29), en zo nog wat voorbeelden. En zo kan God, de God der aionen, ook de God van voor de aionen en na de aionen zijn, is de redenatie. We zien dat er opeens toch lichtelijk anders met het woordje “aioon” wordt omgegaan. God is opeens niet de God van de toekomende eeuw, maar de God van alle eeuwen… Wanneer wij overigens bedenken dat de laatste periode, die in de Bijbel beschreven wordt, wedegelijk de periode is dat God “alles in allen” is, dan zou er dus eigenlijk staan dat God de eeuwige God is, zonder einde, en Die “geenszins voorbijgaat”. Maar dat even ter zijde.

De gelovige: geboren uit onvergankelijk zaad!

Waarom God volgens de Alverzoening toch “zonder einde” is, volgt dus uit het feit dat God onvergankelijk is. In de aangehaalde tekst, 1 Tim. 1 : 17, staat geschreven: “De Koning der eeuwen nu, de onverderfelijke, de onzienlijke, de alleen wijze God, zij eer en heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen”. God is de “onverderfelijke God”. Maar wat staat er geschreven van mensen die wederom geboren zijn geworden? In 1 Petr. 1 : 23 lezen we: “Gij, die wedergeboren zijt, niet uit vergankelijk zaad, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en eeuwig blijvende Woord van God”. Zoals we gezien hebben leven wederom geboren mensen in dit leven reeds voor God! Beter gezegd: Voor God zijn zij levend en niet meer dood! En nu staat hier dat zij geboren zijn uit “onvergankelijk zaad”: De gelovige leeft en zal blijven leven, al kan zijn aardse lichaam sterven! Sterft zijn lichaam, dan is de gelovige, zoals we gezien hebben, bij de Heere! Oftewel: eeuwig leven = eeuwig leven, “zonder einde” en het “gaat geenszins voorbij”. Oftewel: de “eeuwige God” = de “eeuwige God”, “zonder einde”, en Hij “gaat geenszins voorbij”.

Het is overigens mooi om te zien hoe de onvergankelijkheid in 1 Petr. 1 : 23 – 25 weer verbonden is met de eeuwigheid. Laten we deze verzen lezen: “Gij, die wedergeboren zijt, niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en eeuwig blijvende Woord van God. Want alle vlees is als gras, en alle heerlijkheid des mensen is als een bloem van het gras. Het gras is verdord, en zijn bloem is afgevallen [de mens sterft, zijn vlees vergaat, maar geestelijk gezien is de mens levend en gaat naar de Heere]; Maar het Woord des Heeren blijft in der eeuwigheid; en dit is het Woord, dat onder u verkondigd is”. Opnieuw zien we hier een Bijbelse definitie: Gods Woord = onvergankelijk Zaad = blijvend in der eeuwigheid!

“Deze is de waarachtige God, en het eeuwige Leven”

En zo zijn er nog vele voorbeelden meer te noemen. De Heere Jezus noemt Zichzelf: “Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot de Vader, dan door Mij”. Eigenlijk hoeft het voor gelovigen geen uitleg dat de Heere Jezus natuurlijk het “onvergankelijke leven” is. Maar goed… Van Hem wordt in 1 Joh. 5 : 20 gezegd: “Doch wij weten, dat de Zoon van God gekomen is, en ons het verstand heeft gegeven, dat wij de Waarachtige kennen; en wij zijn in de Waarachtige, namelijk in Zijn Zoon Jezus Christus. Deze is de waarachtige God, en het eeuwige Leven”. Het is toch te gek van woorden om hier te suggereren dat de Heere Jezus alleen het leven van de toekomende eeuw heeft? Nee, de Heere Jezus is het Leven, Hij is onvergankelijk (óók toen Hij lichamelijk voor ons gestorven was, leefde Hij (Hand. 2 : 27, 31), en dat is het Leven wat Hij ons mensen wil geven of gegeven heeft: het eeuwige Leven door het onvergankelijke Zaad!

[1]  ‘Vragen over “de tweede dood” (deel 2)‘, André Piet, GoedBericht.nl, 19-11-2014, bron: http://goedbericht.nl/vragen-over-de-tweede-dood-2/.
[2]  ‘Tekenen der tijden: de afval van het geloof‘, Arjan Huurnink, Bijbel en Geloof, Apeldoorn, 26-04-2015, bron: www.bijbelengeloof.com.
[3]  ‘wie gelóóft, heeft eeuw-ig leven‘, André Piet, GoedBericht.nl, 25-03-2013, bron: http://goedbericht.nl/wie-gelooft-heeft-eeuw-ig-leven/.
[4]  ‘wie gelóóft, heeft eeuw-ig leven‘, André Piet, GoedBericht.nl, 25-03-2013, bron: http://goedbericht.nl/wie-gelooft-heeft-eeuw-ig-leven/.
[5]  ‘wie gelóóft, heeft eeuw-ig leven‘, André Piet, GoedBericht.nl, 25-03-2013, bron: http://goedbericht.nl/wie-gelooft-heeft-eeuw-ig-leven/.
[6]  ‘Vijf Feiten Over De Dood‘, André Piet, GoedBericht.nl, 15-08-2015, bron: http://goedbericht.nl/vijf-feiten-over-de-dood/.
[7]  ‘FAQ De Toestand Der Doden‘, André Piet, GoedBericht.nl, 18-08-2015, bron: http://goedbericht.nl/faq-de-toestand-der-doden/.
[8]  ‘FAQ De Toestand Der Doden‘, André Piet, GoedBericht.nl, 18-08-2015, bron: http://goedbericht.nl/faq-de-toestand-der-doden/.
[9]  ‘Is God eindig?‘, André Piet, GoedBericht.nl, 17-09-2008, bron: http://goedbericht.nl/327-2/.
[10] ‘Is God eindig?‘, André Piet, GoedBericht.nl, 17-09-2008, bron: http://goedbericht.nl/327-2/.
[11] ‘Is God eindig?‘, André Piet, GoedBericht.nl, 17-09-2008, bron: http://goedbericht.nl/327-2/.
[12] ‘Is God eindig?‘, André Piet, GoedBericht.nl, 17-09-2008, bron: http://goedbericht.nl/327-2/.

De samenkomst niet nalaten…wélke samenkomst?

Afkomstig van een reeds lang niet meer bestaande website….

En laat ons onze onderlinge bijeenkomst niet nalaten, gelijk sommigen de gewoonte hebben, maar elkander vermanen; en dat zoveel te meer, als gij ziet, dat de dag nadert. Want zo wij willens zondigen, nadat wij de kennis der waarheid ontvangen hebben, zo blijft er geen slachtoffer meer over voor de zonden (Hebreeën 10:25,26)

De “gemeenschap der heiligen” is een groot goed, maar helaas moeten we constateren dat bijna niemand weet wat het is, althans het in praktijk brengt. Want gewoonlijk zoekt iedere gelovige zijn of haar eigen kerkje of clubje op en distantieert zich daarmee van zovele andere gelovigen. Natuurlijk, praktisch gesproken is dit niet te voorkomen. Dat weet ik ook wel. Maar ook in de verdere gedragingen lijkt het wel alsof niet beleefd wordt dat Christus de gelovigen werkelijk één gemaakt heeft.

Het gebed van de Here Jezus in Johannes 17:21 is namelijk wérkelijk verhoord:

Opdat zij allen één zijn, gelijkerwijs Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons een zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt.

Dit vers roept gelovigen niet op om bestaande kerkmuren te slechten! Nee, dit vers veronderstelt dat de eenheid tussen de gelovigen er is! Als we dat nu eens gaan beseffen, dan komt de gewenste praktijk er eventueel vanzelf wel. Geen “samen op weg” zonder de juiste geestelijke basis!

Maar nu iets over Hebreeën 10:25. Gewoonlijk wordt dit vers zo uitgelegd dat de christen het bezoeken van de wekelijkse gemeentelijke samenkomsten niet mag verzuimen. Heel dikwijls heb ik deze tekst zien “hangen” in ruimten waar christelijke samenkomsten worden belegd.

Hebreeën 10:25 handelt echter helemaal niet over de wekelijkse gemeentelijke samenkomsten! Als we de context hadden bestudeerd, zouden we nooit tot deze conclusie zijn gekomen. Leest u maar vanaf Hebreeën 10:19

19Dewijl wij dan, broeders, vrijmoedigheid hebben, om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus,

20Op een versen en levenden weg, welken Hij ons ingewijd heeft door het voorhangsel, dat is, door Zijn vlees;

21En dewijl wij hebben een groten Priester over het huis Gods;

22Zo laat ons toegaan met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid des geloofs, onze harten gereinigd zijnde van het kwaad geweten, en het lichaam gewassen zijnde met rein water.

23Laat ons de onwankelbare belijdenis der hoop vast houden; (want Die het beloofd heeft, is getrouw);

24En laat ons op elkander acht nemen, tot opscherping der liefde en der goede werken;

25En laat ons onze onderlinge bijeenkomst niet nalaten

(Hebreeën 10:19-25a)

Hebreeën 10:19-25 loopt parallel met een eerder gedeelte, te weten Hebreeën 4:14-16

14Dewijl wij dan een groten Hogepriester hebben, Die door de hemelen doorgegaan is, namelijk Jezus, den Zoon van God, zo laat ons deze belijdenis vasthouden.

15Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, maar Die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonder zonde.

16Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot den troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd.

Hebreeën 10:25 roept ons op om te naderen tot de hemelse Hogepriester! Hij die nu Zijn werk doet in het hemelse heiligdom, roept ons op om te komen tot de genadetroon in de hemel. Dát is de bijeenkomst van de gelovige waartoe hij of zij wordt opgeroepen. Dus geen bijeenkomst op aarde, maar in de hemel.

Het woord dat wordt vertaald door “onderlinge bijeenkomst” [Gr. episunagoge] komt alleen nog maar voor in 2 Thessalonicenzen 2:1 met betrekking tot de opname van de Gemeente:

En wij bidden u, broeders, door de toekomst van onzen Heere Jezus Christus, en onze toevergadering tot Hem.

Straks zullen álle gelovigen worden opgenomen tot de Hemelse Hogepriester. Nu op aarde worden de gelovigen opgeroepen om geestelijk in te gaan in het heiligdom, om te naderen tot de troon der genade. Dit ingaan behoort tot de geestelijke levenswandel van de volwassen gelovige. Helaas, te veel christenen zijn op dit punt “traag in het horen” geworden (zie Hebreeën 5:11-14). Wellicht dat dit ook verklaart waarom Hebreeën 10:25 zo verkeerd wordt uitgelegd?

Volgens Hebreeën 10:35 heeft deze vrijmoedigheid een grote beloning. Verzuimt een christen namelijk om in te gaan in het heiligdom, dan valt hij of zij onder het oordeel van Hebreeën 10:26-31. Zoals we elders al hebben aangetoond, handelen deze verzen niet over de eeuwige behoudenis, maar over het verlies van loon.

Bijbelstudieserie ‘Onze onderlinge bijeenkomst’ 

Lees ook:

Over heilige koeien en kerkbezoek

Lid van een kerk?


Geloof is individueel en geen instituut dat door mensen wordt aangeduid als kerk. Wie gelooft in het Woord van God, en dus in de Heere Jezus Christus, wordt van Godswege aan Christus en daarmee aan Zijn Lichaam, de Gemeente, toegevoegd. Menselijke organisaties hebben daar niets mee van doen en zijn in wezen onbijbels. “De Heere deed dagelijks toe die zalig werden.”

Het plan voor wereldmacht; voorbereidingen voor de komende antichrist

Bron: Bijbelarchief

Dit artikel werd ruim voor het jaar 2000 geschreven , maar actueler dan ooit.  Met link naar een lijvig e-book.

Een uiteenzetting van ’Het Plan’
De New Age Beweging heeft een vast omlijnd plan om de ’wereldmacht’ aan hun ’messias’ te geven wie, deze ’messias’ zal zijn is voor ons buitenstaanders nog onbekend. Maar er wordt, ook binnen de New Age, rekening gehouden met de spoedige openbaring van hun ’messias’. Voor de christenen die hun Bijbel regelmatig lezen is deze aanstaande wereldleider geen onbekende. In Openbaringen 13 lezen we over ’het beest uit de zee’ en het ’beest uit de aarde’, de ene zal de werelddictator –  en de andere zal een soort religieus helper zijn. De New Age beweging heeft de religieuze voorbereiding op zich genomen. In alle geledingen van de maatschappij komen we de infiltratie van de New Age Beweging tegen, vooral op het gebied van ’genezing en ’amusement’ is men erg actief. De alternatieve geneesmethoden zijn nagenoeg allemaal gebaseerd op het ’Holisme’, d.w.z. ’alles is één, de mens, de aarde, de kosmos’. Ook de amusementsindustrie staat tendienste van de New Age Beweging, tekenfilms zijn praktisch allemaal gebaseerd op het holisme.  Filmfiguren veranderen b.v. in ’Spiderman’ o.i.d., het zijn ’normale’ mensen die door de ene of de andere gebeurtenis tot super prestaties in staat zijn. Al jaren lang zijn de kinderen door middel van deze filmpje ’geconsolideerd’ ( = klaargemaakt, omgeturnd) voor de grote en glorieuze toekomst van de New Age. De kinderen  van toen destijds hebben nu zelf al weer kinderen en vinden het ’heel normaal’ dat de tekenfilms moderner van uiterlijk zijn dan in hun jeugd. Maar ze zien niet dat het langzamerhand steeds verder is verschoven naar de z.g. ’transformatie’ van de mens, de mens van de toekomst. Deze transformatiepogingen zijn al jaren bezig, al sinds de 17e eeuw zijn er groeperingen bezig de mensheid klaar te stomen voor onderwerping aan de ’wereldleider’. (Bij Stichting MORIA zijn vele brochures uitgekomen, o.a. ”Bestaat er een Plan?’. Deze brochures zijn voor een paar gulden per stuk te koop bij de meeste evangelische boekwinkels.)

Maar ook binnen ’de christelijke kerken’ heeft de New Age genadeloos toegeslagen. Kerken vinden het heel normaal om samen met alle religies ter wereld te gaan ’bidden’, elk tot zijn eigen god! Hindoes, Boeddhisten, Islamieten, tovenaars, etc. komen om de paar jaar samen om te ’bidden’ voor de wereldvrede. Zelfs christelijke vrouwengroepen laten iriscopisten komen om uit te leggen hoe ze werken en na afloop van de lezing maken ze een afspraak bij deze holistische genezer. De New Age is via de achterdeur de kerken binnen geslopen en nu vragen de predikanten zich af waarom hun kerken leeglopen. Het antwoord is eenvoudig; via muziek, alternatieve genezers en hun eigen schriftkritiek (ongeloof) hebben de mensen deze kerkelijke gidsen niet meer nodig en kunnen ze zelf de New Age genoegens ook wel vinden in Yogaclubs, Housemuziek, Magnetiseurs en ’belevingen in hun vorige leven’ via de Hypnotiseur!! Het plan van de New Age Beging werkt al jaren, eerst was het min of meer duidelijk zichtbaar toen het nog ’occult’ heette.  Maar sinds eind zeventiger- begin tachtiger jaren heeft men openlijk aan de weg getimmerd onder de verzamelnaam New Age. Ogenschijnlijk hebben al die facetten van de New Age niets met elkaar te maken maar voor wie wat verder kijkt, er iets meer kennis van neemt, blijken al die afzonderlijke elementen onderlinge contacten te hebben en ook vaak de zelfde ’geleide geesten’.  Door die ’geleide geesten’ sluiten die losse groepen en personen naadloos aan elkaar, ze krijgen a.h.w. de zelfde boodschappen en opdrachten overal ter wereld!

Meer lezen

Manipulatie in de kerk

Geloof en manipulatie zouden niets met elkaar te maken
mogen hebben,maar de praktijk laat zien dat ook in geestelijk
werk de verleiding tot manipuleren aanwezig is. Manipulerende leiders,
financiele wantoestanden en misbruik komen helaas voor
in kerken én gemeenten.

Het woordenboek omschrijft manipulatie als “het
toepassen van kunstgrepen, meestal om iemand
te bedriegen” of als “het ongemerkt beïnvloeden”.
Als we eerlijk zijn, ligt hier een verleiding voor ons
allemaal. Wat zou het leven makkelijk zijn als we
alle mensen naar onze hand konden zetten
Anderen beïnvloeden doen we allemaal en is soms
onze plicht, denk maar aan opvoeding of evangelisatie.
Als dat op een transparante en eerlijke
manier gebeurt, is er niets aan de hand. Maar de
gewenste resultaten kun je niet afdwingen. En dáár
ligt ons probleem.

Controle

Al sinds de zondeval probeert de mens absolute
controle te krijgen over zijn werkelijkheid. Macht
werd daarom zijn doel, manipulatie en zelfs toverij
zijn middelen. Toverij houdt een verleidelijke
belofte in van totale controle. Het zijn kunstgrepen
om de realiteit te manipuleren. De Bijbel noemt
het enkele malen in één adem met waarzeggerij.
Koning Sauls eigengereide manier van God dienen
werd door Samuel de “zonde der toverij” genoemd.
We willen alles onder controle hebben. De mens
wil zijn eigen god zijn. Dit is de oerzonde van de
mens en staat lijnrecht tegenover geloof. Geloof is
een wandel in onvoorwaardelijke gehoorzaamheid
aan-, diep vertrouwen op-, en volkomen afhankelijkheid
van God. Het laat Hem de controle.

Onfeilbare “geloofsformules”

Helaas is niets menselijks ons vreemd en in de
loop der geschiedenis zijn er allerlei “christelijke”
leringen ontwikkeld die het geloof tot een onfeilbaar
systeem willen maken om de werkelijkheid
naar onze hand te zetten. Mensen zoeken naar een
onfeilbare geloofsformule, niet zozeer om te kunnen
doen wat God van hen vraagt, maar om God te
laten doen wat zij van Hem willen. In zo”n relatie
ontbreken zowel het vertrouwen in de goedheid
van God, als de gehoorzaamheid en afhankelijkheid.
Waarachtig geloof worstelt met God, niet
om onze wil door te drijven, maar om onze wil en
verlangens in lijn te brengen met Gods wil. Het
grootste voorbeeld daarvan gaf de Here Jezus in de
hof van Getsemané.

Realiteit manipuleren

Een voorbeeld van zo”n “geloofsformule” kan ons
helpen die manipulatie te doorzien. Het “welvaartsevangelie”
met haar leer van het “positief belijden”,
ook wel de “word-faith” (woord-geloof) beweging
genoemd, leert dat alles wat wij met de mond
uitspreken, ook werkelijkheid wordt. Spreekt een
mens positieve dingen uit, dan gebeuren die. Dat
geldt ook voor negatieve uitspraken. Belijdt hij dat
hij rijk of gezond wordt, dan zal het gebeuren. Deze
beweging leert dat net als God spreekt en “het is
er”, onze woorden ook een scheppende kracht zijn,
omdat wij “kleine goden” zijn. Wij scheppen onze
eigen werkelijkheid. Het is een denksysteem dat
we ook in new-agegroeperingen vinden. Het heeft
eigenlijk weinig te maken met vertrouwen op God.
Het is een vertrouwen op een denksysteem, dat
meent de realiteit te kunnen manipuleren.

God manipuleren

Er is niets mis met streven naar een positieve
instelling en het afwijzen van een negatieve
houding. Hoe wij ons opstellen heeft invloed op
de mensen om ons heen en op ons functioneren,
maar het is echter niet absoluut bepalend voor
onze materiele omstandigheden.
Deze leer van het “positief belijden” gaat echter veel
verder en claimt een “geestelijke wet” te zijn. Volgens
deze wet is het niet zo dat God wil doen wat
wij “positief belijden”, of misschien wel zal doen als
het in Zijn plan past, maar dat Hij het moet doen,
omdat Hij zelf aan deze “wet” gebonden is. Deze
leer probeert God te manipuleren. Dat is dwaasheid
ten top, zoals blijkt wanneer we de consequenties
hiervan doordenken.

Toverij

De Bijbel verhaalt van zowel negatieve als positieve
uitspraken van mensen, die niet uitkwamen en de
ervaring bevestigt dat dit voorkomt.Maar de vraag
kan ook gesteld worden, wat er gebeurt in geval
van conflicterende positieve of negatieve “belijdenissen”?
Een onfeilbare formule om het gewenste resultaat
te forceren en te garanderen is geen geloof, maar
een vorm van toverij.
Geloof kan bergen verzetten, maar gelukkig is de
letterlijke verplaatsing van bergen niet afhankelijk
van wispelturige menselijke uitspraken. Het
gebeurt alleen als dat in Gods plan past. Gelukkig
maar! Als wij met bergen zouden kunnen gooien
wanneer het ons beliefde, werd het een zootje. God
verhoort gebeden, niet omdat Hij dat moet, maar
volgens Zijn wil, op Zijn tijd en op Zijn manier.

Mensen manipuleren

Kenmerkend is dat zulke leringen vooral appelleren
aan vleselijke begeerten en zich met name
richten op materiele zegeningen. Het is natuurlijk
dwaasheid te denken dat de mens God kan manipuleren.
Mensen manipuleren is echter wel mogelijk.
Hoewel niet alle welvaartspredikers bewust
proberen te manipuleren, lenen zulke leringen zich
hier bij uitstek toe. Sommige welvaartspredikers
verzekeren hun gehoor dat een verkeerde uitspraak
bijzonder riskant is. Kritische toetsing of tegenwerpingen
worden neergezet als negatieve belijdenissen
die negatieve gevolgen of oordeel over ons kunnen
halen. Daarmee sluit men de goedgelovigen af
voor corrigerende gedachten.

Gevangen

Wanneer de formule toch niet lijkt te werken,
verschuilen sommige dwaalleraren zich achter de
smoes dat de gelovige toch iets negatiefs gedacht
of gezegd moet hebben. Dat is een slimme psychologische
truc, want wie heeft er nooit momenten
van twijfel of onzekerheid? De gelovige die hier
in trapt, komt in een kramp terecht, gevangen in
een systeem. Geloven is dan niet meer rusten en
vertrouwen in de goedheid van God, maar een
inspanning om heel krampachtig precies de juiste
gedachten vast te houden. Je durft niet af te wijken
van de woorden van de manipulator.

Gevaar van misbruik

Manipulatie is het zodanig bespelen van mensen
door sociologische, psychologische of geestelijke
technieken, dat zij in het denken of handelen een
bepaalde kant opgestuurd worden, zonder dat zij
zich daarvan bewust zijn. Manipulatie die tot doel
heeft mensen buiten hun wil om, of tegen hun
wil in, te bewegen tot handelingen of uitingen, is
in feite een vorm van toverij. Mensen die geestelijk
gezag hebben in de gemeente, moeten zich
altijd bewust zijn van het gevaar van misbruik van
hun positie. Het is een verleiding die we krachtig
moeten weerstaan, zeker waar het gaat om macht,
invloed en geld.
Er is niets mis met een appél tot offervaardigheid
voor de kosten van een campagne,
conferentie of kerk, maar de massa bespelen en
over de streep trekken met verleidelijke beloftes
van persoonlijk gewin en materiele rijkdom is niets
anders dan manipulatie

Echt geloof

Echt geloof ziet op God en heeft geen trucs nodig.
Manipulatie is een teken van ongeloof.
De evangelische beweging kent in haar geschiedenis
geweldige voorbeelden van geloof dat bergen
verzette, van leiders die daarvoor nooit mensen
probeerden de bespelen, maar alleen vertrouwden
op God. De grote zendingsleider Hudson Taylor
die de China Inland Mission (nu OZG) oprichtte,
maakte zijn (financiele) noden nooit bekend. Hij zei
dat hij “mensen wilde bewegen door God en door
gebed alleen”. C.T. Studd, oprichter van de WEC, en
George Muller, die volkomen op God vertrouwde
voor de zorg van tweeduizend wezen deden hetzelfde.
Zij hoefden hun achterban geen geld af te troggelen met dubieuze
leringen en valse beloftes van gouden bergen voor
de gulle gevers. Zoals Hudson Taylor zei: “In het
werk van God, dat op Gods manier gedaan wordt,
zal het nooit ontbreken aan
Gods voorziening”.