Pinksteren en Pasen: waarom de Geest geen losse ervaring is

Pinksteren: geen losse geest-ervaring, maar vrucht van de opstanding

Pinksteren is misschien wel één van de meest gevierde én minst begrepen momenten in het christelijke jaar.

Er wordt gezongen over de Geest. Er wordt gesproken over vuur. Over kracht. Over tongen. Over verwachting. Over “meer”. Over “kom, Heilige Geest”. En voordat je het weet, is Pinksteren veranderd in een geestelijke verlangmachine: alsof Pasen nog niet genoeg was, alsof Christus wel opstond, maar de gelovige daarna nog op een tweede pakket uit de hemel moest wachten.

Maar dat is precies waar het misgaat.

Pinksteren is niet Gods correctie op een onvolledig Pasen. Pinksteren is de openbare demonstratie van wat in de opstanding van Christus werkelijkheid is geworden. De Heilige Geest komt niet als los verkrijgbare krachtcentrale naast Christus. Hij is de Geest van de opgestane, verheerlijkte Christus. Wie Pinksteren losmaakt van Pasen, krijgt vanzelf een scheef evangelie.

En een scheef evangelie zoekt altijd naar extra’s.

Extra kracht.
Extra zalving.
Extra ervaring.
Extra vuur.
Extra tekenen.

Maar de Schrift wijst niet naar een tekort in Pasen. De Schrift wijst naar de volheid van de opgestane Christus.

Pinksteren is geen correctie op Pasen

 

De vergeten vraag bij Johannes 20

In Johannes 20 verschijnt de opgestane Heere Jezus aan Zijn discipelen. En dan staat daar een tekst die in veel Pinksterdenken ongemakkelijk in de weg zit:

“En als Hij dit gezegd had, blies Hij op hen, en zeide tot hen: Ontvangt de Heilige Geest.” (Johannes 20:22, STV)

De vraag is eenvoudig: gebeurde er toen niets?

Zei Christus werkelijk: “Ontvangt de Heilige Geest”, terwijl zij Hem op dat moment niet ontvingen? Was dit slechts een leeg gebaar, een vooraankondiging zonder werkelijke inhoud, een soort hemelse trailer voor Handelingen 2?

Dat is moeilijk vol te houden.

De Heere Jezus blaast op hen. Dat is niet zomaar theater. Adem, wind en geest liggen in de Schrift dicht bij elkaar. De Geest is de adem van God, het leven van God, de werkzame kracht van God. En juist de opgestane Christus geeft Zijn discipelen deel aan dat leven.

Daarom moet Johannes 20 zwaar wegen. Niet omdat Handelingen 2 onbelangrijk is, maar omdat Handelingen 2 niet tegen Johannes 20 uitgespeeld mag worden.

 

De Geest is verbonden met de verheerlijking van Christus

Johannes 7 zegt dat de Heilige Geest nog niet was gegeven, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was. Dat betekent niet dat de Geest in absolute zin nog niet bestond of nooit gewerkt had. De Geest werkte in de schepping, sprak door de profeten en was werkzaam in Gods openbaring. Maar de gave van de Geest als nieuwtestamentische werkelijkheid hangt samen met de verheerlijking van Christus.

En wanneer wordt Christus verheerlijkt?

Niet pas op Pinksteren.

De lijn in het Johannesevangelie loopt naar het kruis, door het kruis heen, naar de opstanding. De Zoon wordt verhoogd. De dood wordt overwonnen. De Eersteling staat op uit de doden. De nieuwe schepping breekt aan.

Daarom zegt Petrus later niet: “Pinksteren is het grote middelpunt.” Hij predikt Christus. Hij predikt de gekruisigde en opgestane Heere. Hij predikt dat God Hem heeft opgewekt. Hij predikt dat David in Psalm 16 profetisch sprak over de opstanding van Christus.

Pinksteren is niet het centrum. Christus is het centrum.

 

Petrus preekt op Pinksteren vooral Pasen

Dat is een punt dat vaak ondergesneeuwd raakt. In Handelingen 2 gebeurt iets indrukwekkends: geluid als van een geweldige gedreven wind, verdeelde tongen als van vuur, spreken in andere talen. En toch blijft Petrus niet hangen bij de verschijnselen.

Hij verklaart ze. Maar daarna gaat hij onmiddellijk naar Christus.

Hij zegt dat Jezus door mensen gekruisigd is, maar naar Gods bepaalde raad en voorkennis. Hij zegt dat God Hem heeft opgewekt. Hij verklaart uit Psalm 16 dat de dood Hem niet kon houden. Niet omdat Petrus een emotionele ervaring had, maar omdat de Schrift het gezegd had.

Dat is Schriftlogica.

De dood kon Christus niet houden, omdat God had voorzegd dat Zijn Heilige geen verderving zou zien. Gods Woord bepaalde de uitleg van het gebeuren. Niet de ervaring. Niet de verwondering van de menigte. Niet het verschijnsel van tongen. Niet het geluid van de wind.

Het Woord verklaarde het teken.

Daar zit een les in voor vandaag.

Waar de ervaring het Woord gaat verklaren, ontstaat verwarring. Waar het Woord de ervaring verklaart, komt helderheid.

 

Pinksteren is geen herhaalbare blauwdruk

Een grote fout is dat Handelingen 2 wordt behandeld als een handleiding voor vandaag. Alsof de gemeente terug moet naar Pinksteren. Alsof het normale christelijke leven bestaat uit het opnieuw najagen van die zichtbare tekenen.

Maar Handelingen beschrijft een overgangstijd. Een heilshistorisch scharnierpunt. Een unieke publieke demonstratie dat de verhoogde Christus Zijn beloofde Geest gegeven heeft.

Dat is iets anders dan een blauwdruk.

Natuurlijk werkt de Heilige Geest vandaag. Zonder de Geest is er geen geloof, geen wedergeboorte, geen verstaan van Gods Woord, geen heiliging, geen geestelijk leven. Maar dat betekent niet dat de uiterlijke tekenen van Handelingen 2 de norm zijn voor de gemeente in elke tijd.

De norm voor de gemeente ligt niet in het kopiëren van de tekenen van Handelingen. De norm ligt in de leer van de apostelen, verder uitgewerkt in de brieven.

En juist daar valt op hoe nuchter het Nieuwe Testament is.

Niet: jaag op vuur.
Niet: zoek een tweede Pinksteren.
Niet: bewijs uw geestelijkheid met tongentaal.
Niet: wacht op een nieuwe uitstorting.

Maar: wandel door de Geest. Word vervuld met de Geest. Laat het Woord van Christus rijkelijk in u wonen. Spreek tot elkaar met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen. Stel uw lichaam tot een levend offer. Houd Christus vast als Hoofd.

Dat is veel minder spectaculair voor het vlees. Maar veel gezonder voor de gemeente.

 

Vervuld met de Geest is niet los van het Woord

Een belangrijk misverstand is dat “vervuld worden met de Geest” vaak wordt losgetrokken van het Woord. Dan wordt het een sfeer. Een gevoel. Een moment. Een stroom. Een druk in de zaal. Een emotionele golf.

Maar Paulus zet de zaak anders uiteen.

In Efeze 5 spreekt hij over vervuld worden met de Geest. In Kolossenzen 3 spreekt hij over het rijkelijk wonen van het Woord van Christus. De uitwerking is opvallend gelijk: spreken met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen.

Dat is geen toeval.

De Geest werkt niet buiten Christus om. En de Geest werkt niet buiten het Woord om. De Geest verheerlijkt Christus, neemt uit Christus, wijst op Christus en opent het Woord van Christus.

Daarom is een gemeente niet geestelijker naarmate er meer religieuze spanning in de lucht hangt. Een gemeente is gezond wanneer het Woord van Christus rijkelijk woont in haar midden.

Niet arm aan Schrift en rijk aan beleving.
Maar rijk aan Schrift, en daardoor werkelijk geestelijk.

 

Tongentaal was een teken, geen statussymbool

Handelingen 2 spreekt over talen. Niet over onverstaanbaar religieus geluid als bewijs van diepere geestelijkheid. De mensen horen in hun eigen taal de grote werken Gods spreken. Dat is precies het punt: God laat iets horen.

Maar ook waar Paulus later over tongen spreekt, is hij bepaald niet bezig met een romantisering van tongentaal. In 1 Korinthe 14 wordt juist duidelijk dat onverstaanbare taal de gemeente niet opbouwt als zij niet uitgelegd wordt. Profetisch verstaanbaar spreken is nuttiger dan religieus geluid waar niemand iets mee kan.

Tongen zijn een teken. Geen speeltje. Geen keurmerk. Geen geestelijke medaille. Geen bewijs dat iemand méér heeft dan een gewone gelovige.

Wie van tongentaal een geestelijke ladder maakt, heeft de bedoeling van het teken gemist.

De Heilige Geest kwam niet om gelovigen indrukwekkend te laten klinken. Hij kwam om Christus te verheerlijken en Gods Woord krachtig te laten spreken.

 

Leviticus 23: Pinksteren begint bij de eerstelingsgarf

Pinksteren hangt in de Schrift samen met de hoogtijden van de HEERE. In Leviticus 23 wordt eerst de eerstelingsgarf gebracht. Die wordt bewogen op de dag na de sabbat, op de eerste dag van de week, tijdens het feest van de ongezuurde broden.

Dat beeld is rijk.

De eerstelingsgarf wijst op Christus in Zijn opstanding. Hij is de Eersteling uit de doden. De graankorrel is in de aarde gevallen en gestorven, maar heeft vrucht voortgebracht. Pasen is daarom niet slechts de herinnering aan een wonder uit het verleden. Pasen is het begin van de nieuwe schepping.

Vanaf die dag worden 50 dagen geteld. Dan komen de twee beweegbroden. Die broden worden eveneens aan de HEERE voorgesteld. Zij zijn gemaakt van de eerste opbrengst van de oogst.

Daarin ligt een diepe lijn: de gemeente komt voort uit de opstanding van Christus. Niet uit menselijke religie. Niet uit Israël dat zichzelf vernieuwt. Niet uit wereldverbetering. Niet uit een charismatische golf. Maar uit Christus, de Eersteling.

De gemeente leeft omdat Hij leeft.

 

Gedesemde broden: heilig voor God, maar nog niet volmaakt

Opvallend is dat de twee beweegbroden gedesemd zijn. Normaal heeft zuurdeeg in de Schrift vaak een negatieve betekenis: bederf, zonde, valse leer, religieuze besmetting. Maar juist bij deze broden is zuurdeeg aanwezig.

Dat is veelzeggend.

De gemeente is van Christus. De gelovigen zijn geheiligd in Hem. Zij behoren God toe. Maar zij dragen nog het oude lichaam met zich mee. De zonde heerst niet meer, maar zij is nog wel aanwezig. Genade heerst, maar de oude natuur is nog niet verdwenen.

Daarom is de gemeente nu geen triomferende volmaaktheidsmachine op aarde. Zij is een hemels geroepen volk in een vernederd lichaam. Zij is aan God voorgesteld, maar nog onderweg. Zij is van Christus, maar wacht nog op de verlossing van het lichaam.

Dat maakt ook korte metten met allerlei overwinningsretoriek alsof de gemeente nu al zichtbaar het Koninkrijk moet neerzetten. De gemeente is niet geroepen om de wereld te dopen in christelijke make-up. Zij is geroepen om Christus te belijden, Zijn Woord te bewaren en buiten de legerplaats Zijn smaadheid te dragen.

 

Geen Kingdom Now, maar Christus nu verborgen

Een belangrijk punt bij Pinksteren is dit: de verhoogde Christus is nu verborgen in de hemel. Hij regeert, ja. Hij is Heere, ja. Alle macht is Hem gegeven, ja. Maar Zijn koninkrijk wordt nu niet zichtbaar door de gemeente als politieke, culturele of religieuze machtsfactor op aarde.

Deze tijd wordt gekenmerkt door verborgenheid.

Christus is verworpen door de wereld. De wereld heeft Hem niet gekend. De Zijnen hebben Hem niet aangenomen. Hij is gekruisigd buiten de poort. En de gelovige wordt niet geroepen om van Egypte een christelijk recreatiepark te maken, maar om uit te gaan tot Hem.

Dat botst met moderne koninkrijksretoriek.

“Wij moeten het Koninkrijk zichtbaar maken.”
“Wij moeten de cultuur transformeren.”
“Wij moeten de hemel op aarde brengen.”
“Wij moeten de wereld claimen.”

Het klinkt krachtig. Het klinkt actief. Het klinkt bijna apostolisch. Maar het mist de ernst van de huidige bedeling: Christus is verborgen, en de gemeente leeft in verbondenheid met een verworpen Heer.

De gemeente is geen religieuze projectontwikkelaar van een zichtbaar koninkrijk. Zij is het lichaam van Christus, geroepen uit deze wereld, gevoed door het Woord, geleid door de Geest, wachtend op de wederkomst.

 

De gevaarlijke roep om “meer”

Veel Pinksterverwarring begint met één klein woord: meer.

Meer Geest.
Meer vuur.
Meer zalving.
Meer kracht.
Meer tekenen.
Meer manifestatie.

Maar achter dat woord kan een gevaarlijke suggestie schuilgaan: dat Christus niet genoeg gegeven heeft. Dat de gelovige in Hem nog wezenlijk tekortkomt. Dat Pasen wel vergeving bracht, maar niet volheid. Dat men naast Christus nog een apart geestelijk niveau nodig heeft.

Dat klinkt vroom, maar het is gevaarlijk.

Want de gelovige is niet arm omdat hij te weinig spektakel heeft. Hij wordt arm wanneer hij niet leeft uit wat hij in Christus ontvangen heeft. De oplossing is dan niet een nieuwe uitstorting, maar terugkeer naar de volheid van Christus zoals die in het Woord wordt geopenbaard.

De Geest maakt niet los van Christus.
De Geest maakt vast aan Christus.

De Geest trekt de aandacht niet naar Zichzelf als aparte ervaring.
De Geest verheerlijkt de Zoon.

De Geest geeft geen religieuze mistmachine.
De Geest opent het Woord.

 

Pinksteren is de vrijmoedigheid van de verkondiging

Wat verandert er dan zichtbaar op Pinksteren?

Er wordt gesproken.

Dat is de grote lijn. De discipelen zwijgen niet langer.

Zij getuigen.

Petrus staat op.

De Schriften gaan open.

Christus wordt verkondigd.

De opstanding wordt uitgelegd.

De menigte wordt aangesproken.

De Naam van de Heer wordt gepredikt.

Dát is de vrucht van de Geest: niet religieuze zelfvergroting, maar Christusverkondiging.

De Geest maakt van bange discipelen getuigen van de opgestane Christus.

Niet getuigen van hun eigen diepe innerlijke proces.

Niet getuigen van hun bijzondere geestelijke niveau.

Niet getuigen van hun tongentaalervaring.

Maar getuigen van Hem.

Daar ligt een scherpe correctie voor vandaag.

Veel moderne geestelijkheid is ik-gericht. Mijn ervaring. Mijn zalving. Mijn droom. Mijn bediening. Mijn profetie. Mijn doorbraak. Mijn vuur.

Maar de apostolische prediking is Christusgericht.

Zijn kruis.
Zijn opstanding.
Zijn verhoging.
Zijn Naam.
Zijn belofte.
Zijn wederkomst.

Dat is Pinksteren zonder geestelijke opsmuk.

 

Wat Pinksteren vandaag betekent

Pinksteren betekent niet dat wij moeten wachten tot de Heilige Geest eindelijk weer komt. Hij is gegeven. De gelovige leeft uit de Geest van de opgestane Christus.

Pinksteren betekent niet dat de gemeente terug moet naar Handelingen 2 als blauwdruk. Handelingen 2 is een uniek heilshistorisch tekenmoment.

Pinksteren betekent niet dat tongentaal het bewijs is van geestelijke volheid. Het Nieuwe Testament zelf corrigeert dat misverstand.

Pinksteren betekent niet dat de gemeente het Koninkrijk zichtbaar moet vestigen. Christus is nu verborgen, en de gemeente wordt gevormd in verbondenheid met Hem.

Pinksteren betekent wel dat Christus leeft. Dat Hij verhoogd is. Dat de beloofde Geest gegeven is. Dat het Woord nu met vrijmoedigheid verkondigd mag worden. Dat de gemeente leeft uit de Eersteling. Dat gelovigen hun lichaam mogen stellen tot een levend offer. Dat het Woord van Christus rijkelijk in hen mag wonen.

Dat is minder spectaculair dan veel moderne Pinksterretoriek.

Maar het is veel steviger.

 

Slot: geen tweede fase, maar volheid in Christus

Wie Pinksteren losmaakt van Pasen, krijgt een religieuze zoektocht naar aanvulling. Wie Pinksteren vanuit Pasen begrijpt, ziet de rijkdom van de opgestane Christus.

De Heilige Geest is niet gekomen om Christus aan te vullen, alsof Zijn opstanding nog niet genoeg was. De Geest is gegeven omdat Christus is opgestaan en verheerlijkt. Hij past toe wat Christus verworven heeft. Hij opent het Woord. Hij verheerlijkt de Zoon. Hij vormt de gemeente. Hij doet spreken van de grote werken Gods.

Daarom heeft de gemeente geen nieuw Pinksteren nodig.

Zij heeft nodig dat zij ophoudt met jagen naar geestelijke extra’s en opnieuw gaat leven uit de volheid van Christus.

Niet terug naar de tekenen als norm.
Niet vooruit naar een zelfgebouwd koninkrijk.
Maar omhoog naar de verborgen Christus.
En vandaaruit: wandelen door de Geest, geworteld in het Woord, wachtend op Zijn komst.

Zie ook:

pinksteren – Bijbelse basis

 

 

 

 

Kan de Heer op elk moment komen? De opname van de Gemeente

Over de opname van de Gemeente

Door C.I. Scofield

Niemand ontkent dat de Schriften leren dat Christus op enig moment voor de tweede keer zal komen. Zelfs de kerk heeft, ook in haar slechtste toestand, nooit opgehouden om in haar belijdenissen ten minste van die waarheid getuigenis af te leggen.

Maar over twee vragen — de wijze waarop Hij terugkomt en het tijdstip van Zijn terugkeer — zijn de laatste tijd grote verschillen in leer ontstaan.

Op de vraag naar de wijze van de tweede komst van onze Heer wil ik hier niet ingaan. Ik wil alleen licht zoeken in de Schrift over de vraag naar het tijdstip van die komst. En zelfs daarin zal ik slechts dat aspect van Zijn komst behandelen dat door de apostel Paulus is geopenbaard.

Aandachtige studenten van het Woord weten dat aan de apostel van de heidenen een geheel van openbaring over de Gemeente is toevertrouwd. Het Oude Testament weet niets van de Gemeente, al is er wel ruimte voor gelaten. Onze Heer heeft niet méér gedaan dan aankondigen dat Hij haar zou bouwen. Afgezien van de geschriften die de Geest door Paulus gegeven heeft, zouden wij praktisch niets weten van de verborgenheid van de “Gemeente, welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult”.

Maar door deze geschriften zijn wij gezegend met een volledige en heldere openbaring over de Gemeente: haar oorsprong, werkwijze, verhoudingen, roeping en bestemming. Het is duidelijk dat een geïnspireerde beschrijving van de Gemeente, waarin niet wordt verteld wat het einde van haar aardse pelgrimsreis zal zijn, in dat opzicht tekort zou schieten.

Daarom hebben wij in twee opmerkelijke gedeelten in de brieven die door Paulus geschreven zijn, een beknopte maar bevredigende profetie over dat einde.

“Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden. Maar een iegelijk in zijn orde: de eersteling Christus, daarna die van Christus zijn, in Zijn toekomst.” “Ziet, ik zeg u een verborgenheid: wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden; in een punt des tijds, in een ogenblik, met de laatste bazuin; want de bazuin zal slaan, en de doden zullen onverderfelijk opgewekt worden, en wij zullen veranderd worden.” 1 Korinthe 15:22–23, 51–52 (STV)

“Doch, broeders, ik wil niet, dat gij onwetende zijt van degenen, die ontslapen zijn, opdat gij niet bedroefd zijt, gelijk als de anderen, die geen hoop hebben. Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven is en opgestaan, alzo zal ook God degenen, die ontslapen zijn in Jezus, wederbrengen met Hem. Want dat zeggen wij u door het woord des Heeren, dat wij, die levend overblijven zullen tot de toekomst des Heeren, niet zullen voorkomen degenen, die ontslapen zijn. Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem des archangels, en met de bazuin Gods nederdalen van den hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan; daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen tezamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen.” 1 Thessalonicenzen 4:13–17 (STV)

Over deze gebeurtenis, en alleen over deze gebeurtenis, gaat dit artikel.

Wij weten heel goed dat er een grote hoeveelheid profetie is die spreekt over de terugkeer van Christus naar de aarde, in verband met de oprichting van het Messiaanse Koninkrijk, het hervatten van Gods handelen met Israël en de zegen voor de hele wereld.

Maar de komst waarover de aangehaalde gedeelten spreken, is niet een komst naar de aarde, maar een komst in “de lucht”. Deze komst vestigt niets op aarde, maar neemt een volk weg van de aarde.

De wederkomst van de Heer in de lucht voor de Gemeente is daarom niet dat aspect van de tweede komst waarover de oudtestamentische profeten spreken, bijvoorbeeld Zacharia 14:1–9. Het is ook niet dat aspect van Zijn komst waarover onze Heer sprak in de rede op de Olijfberg en in Zijn eschatologische gelijkenissen.

Het is een onderdeel van wat Paulus “mijn Evangelie” noemt: een onderdeel van de waarheid over de Gemeente.

Nu stel ik de vraag: kan de komst van de Heere in de lucht voor de Gemeente op elk moment plaatsvinden?

Mijn antwoord is: ja. En wel om twee redenen.

Kan de Heere elk moment komen?

Geen voorzegde gebeurtenis hoeft nog vervuld te worden

Er is geen enkele voorzegde gebeurtenis die nog vervuld móét worden vóór deze komst.

Soms wordt gezegd dat onze Heere een tussenliggende voorwaarde heeft genoemd toen Hij zei:

“En dit Evangelie des Koninkrijks zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis allen volken; en dan zal het einde komen.” Mattheüs 24:14 (STV)

Men werpt dan tegen dat dit nog niet is gebeurd.

Daarop antwoord ik het volgende.

Met “het einde” bedoelt onze Heer niet Zijn nederdaling in de lucht voor Zijn Gemeente, maar “de voleinding der wereld”, of beter: de voleinding van de eeuw, waarover de discipelen Hem gevraagd hadden in Mattheüs 24:3.

Verder is de Gemeente niet gesteld om het “Evangelie des Koninkrijks” te prediken, maar “het Evangelie der genade Gods”.

Ook zal er tijdens de verdrukking een wereldwijde prediking van het Koninkrijk plaatsvinden door het Joodse overblijfsel. Zie Openbaring 6:9–11, Openbaring 7:13–14 en Zacharia 8:23.

Verder wordt gezegd dat de Heer niet terugkomt voordat het duizendjarige rijk voorbij is.

Tegen deze tegenwerping is het voldoende te zeggen dat de gelijkenis van het tarwe en het onkruid, de gelijkenis van de edelman die naar een ver land reisde, en de beschrijvingen van het verloop van deze eeuw allemaal de mogelijkheid uitsluiten van een millennium vóór de terugkeer van de Heere in heerlijkheid naar de aarde. Zie Mattheüs 13:24–30, 36–43; Lukas 19:11–14; Mattheüs 24:6–14 en 2 Thessalonicenzen 1:3–10.

En omdat de nederdaling van de Heere in de lucht vooraf moet gaan aan Zijn terugkeer in heerlijkheid naar de aarde, is het duidelijk dat er vóór die laatste gebeurtenis onmogelijk een millennium kan plaatsvinden.

Anderen stellen dat de grote verdrukking eerst moet verlopen voordat de Gemeente kan worden opgenomen.

Daarop antwoord ik het volgende.

Er is een uitdrukkelijke belofte dat de ware Gemeente bewaard zal worden

“uit de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen zal, om te verzoeken, die op de aarde wonen”. Openbaring 3:10 (STV)

Verder wordt de Gemeente, priesterlijk en koninklijk, gezien in de personen van de ouderlingen in de hemel vóórdat de gebeurtenissen die de grote verdrukking vormen op aarde beginnen plaats te vinden. Deze ouderlingen worden gezien in Openbaring 4, dus vóórdat de eerste reeks oordelen — de zegeloordelen — begint. En zelfs die bereiden de verdrukking slechts voor.

Ook bevestigen alle typen deze zienswijze. Sodom kon niet worden verwoest voordat Lot eruit was weggenomen, enzovoort.

 

De houding van de gelovige is: verwachten

In de brieven van Paulus, die als enige ons rechtstreeks spreekt over de opname van de Gemeente, is de kenmerkende houding van de gelovige: verwachten.

Niet het verwachten van het Koninkrijk.

Niet het verwachten van de grote verdrukking.

Maar het verwachten van

“Zijn Zoon uit de hemelen, Denwelken Hij uit de doden verwekt heeft, namelijk Jezus”. 1 Thessalonicenzen 1:10 (STV)

En ook:

“Verwachtende de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van den groten God en onzen Zaligmaker Jezus Christus.” Titus 2:13 (STV)

Daarom beantwoorden wij de vraag: “Kan de Heere op elk moment komen?” bevestigend.

Ja, Hij kan en zal komen.

En wanneer wij om ons heen kijken, worden wij er zeker toe gedrongen om het laatste gebed van de Schrift mee te bidden:

“Ja, kom, Heere Jezus!” Openbaring 22:20 (STV)

Zie ook:

De gebeurtenissen rond de Grote Verdrukking #1 de Opname van de Gemeente – Bijbelse basis

De gebeurtenissen rond de Grote Verdrukking #2 Verdrukking – Bijbelse basis

De verborgenheid van de Gemeente – Bijbelse basis

Extern:

opname » Bijbels Panorama

De ‘vijfvoudige bediening’ nogmaals tegen het licht gehouden

Waarom moderne apostelen en profeten de gemeente misleiden

De zogenaamde ‘vijfvoudige bediening’ klinkt voor velen Bijbels, maar achter claims over apostelen en profeten schuilt een  groot gevaar. Dit blog laat zien waarom de gemeente geen nieuwe fundamentleggers nodig heeft, maar terug moet naar Christus, het Woord en Bijbelvast leiderschap.

De vijfvoudige bediening klinkt indrukwekkend, maar dat is meteen het gevaar

De zogenaamde vijfvoudige bediening heeft voor veel christenen iets aantrekkelijks. Het klinkt Bijbels. Het klinkt alsof er eindelijk weer kracht, richting en orde in de gemeente komt. Maar daar ligt de basis van het probleem. Want wat indrukwekkend klinkt, is nog niet waar.

Zodra moderne apostelen en profeten worden neergezet als onmisbare leiders van de gemeente, schuift het zwaartepunt op. Dan ligt de nadruk niet meer op Christus en Zijn geopenbaarde Woord, maar op mensen die zeggen méér te zien, méér te horen en méér te weten dan ‘gewone gelovigen’. Dan ontstaat heel subtiel een nieuwe geestelijke bovenlaag.

En dát is niet  bepaald onschuldig.

Hier staat veel op het spel. Dit gaat niet over een klein verschil van mening. Dit raakt de vraag wie in de gemeente werkelijk gezag heeft: Christus door Zijn Woord, of mensen met grote geestelijke claims, met een veel te grote broek aan.

Wat men met de vijfvoudige bediening bedoelt

Wie over de vijfvoudige bediening spreekt, verwijst steevast naar Efeze 4:11:

“En Dezelve heeft gegeven sommigen tot apostelen, en sommigen tot profeten, en sommigen tot evangelisten, en sommigen tot herders en leraars” (Efeze 4:11) (STV)

Dat staat er. Daar hoeft niemand omheen. Maar de vraag is niet óf die woorden in de Bijbel staan. De vraag is wat ermee bedoeld wordt.

En daar wordt een loopje genomen met de strekking. Want wat in Efeze 4 in het kader van gemeenteopbouw wordt genoemd, wordt in moderne bedieningskringen geregeld omgekat tot een blijvende geestelijke hiërarchie. Dan wordt de apostel de topfiguur. De piek van de kerstboom. De profeet de richtinggever. En de rest mag dan braaf volgen. Dan verandert gave in rang. Dan verandert dienst in status. Dan verandert toerusting in macht.

Maar Efeze 4 schildert helemaal geen geestelijke elite. Het hoofdstuk begint met ootmoed, zachtmoedigheid, lankmoedigheid en het bewaren van de eenheid des Geestes. Wie van Efeze 4 een systeem van geestelijke verheffing maakt, is de boodschap van het hoofdstuk al kwijt vóór hij bij vers 11 aankomt.

Apostelen en profeten waren fundamentleggers

Hier ligt een doorslaggevend punt. In het Nieuwe Testament worden apostelen en profeten niet neergezet als een blijvende klasse supergelovigen, maar als mensen met een unieke plaats in de grondlegging van de gemeente.

Paulus schrijft:

“Gebouwd op het fundament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen” (Efeze 2:20) (STV)

Dat is helder. Een fundament leg je niet telkens opnieuw. Een fundament leg je één keer. Daarna bouw je erop verder.

Daarom is het een drama wanneer vandaag opnieuw over apostelen en profeten gesproken wordt alsof zij in fundamentleggend opzicht nu nog nodig zijn om de gemeente tot volwassenheid te brengen. Daarmee zeg je in feite dat het fundament nog niet gelegd is, of dat het niet genoeg is. Wat getuigt van zelfoverschatting, om niet te zeggen hoogmoed.

De Schrift zegt dat de gemeente gebouwd ís op dat fundament, met Christus als uiterste Hoeksteen.

Paulus zegt ook:

“Naar de genade Gods, die mij gegeven is, heb ik als een wijs bouwmeester het fondament gelegd; en een ander bouwt daarop. Maar een iegelijk zie toe, hoe hij daarop bouwe” (1 Korinthe 3:10) (STV)

Let op de volgorde. Eerst fundamentlegging. Daarna opbouw. Niet eindeloos opnieuw beginnen. Niet voortdurend nieuwe fundamentleggers zoeken. Niet elke generatie weer opzadelen met mensen die zeggen dat zij de gemeente ‘apostolisch moeten herstellen’.

De gemeente heeft geen behoefte aan nieuwe fundamentleggers. Zij heeft behoefte aan trouwe opbouw op het fundament dat al gelegd is.

Wanneer gave verandert in geestelijke rangorde

Veel modern jargon over de vijfvoudige bediening blijft allerminst neutraal. In de praktijk ontstaat vaak een rangorde. Bovenaan staat de apostel. Daaronder de profeet. Vervolgens de rest. Dan krijg je niet langer dienaren, maar geestelijke topfiguren.

En daar begint het hellend vlak.

Want dan kijkt de gemeente niet meer gewoon met dankbaarheid naar verschillende vormen van gaven en dienstnbetoon, maar met ontzag naar mensen die als een hogere soort christen worden gepresenteerd. Mensen met meer toegang. Meer kennis. Meer inzicht. Meer gezag. Meer zalving. Meer geestelijk gewicht.

Maar de Schrift voedt die drang naar geestelijke verheffing niet. Zij breekt haar juist af.

“Zijt niet vele meesters, mijn broeders, wetende, dat wij te meerder oordeel zullen ontvangen” (Jakobus 3:1) (STV)

Dát is de toon van het Nieuwe Testament. Geen verbeelding, geen lokroep naar geestelijke promotie, maar ernst. Geen jacht op titels, maar besef van verantwoordelijkheid. Geen religieuze carrièrelijn, maar vrees voor God.

Het moderne bedieningsdenken doet vaak het tegenovergestelde. Het maakt titels aantrekkelijk. Het zet geestelijke profilering in de schijnwerpers. Het wekt de indruk dat gewoon trouw zijn niet genoeg is. Maar waar dat gebeurt, is het vlees zelden ver weg.

 

Het Nieuwe Testament waarschuwt voor valse claims

Opmerkelijk genoeg prijst de Heere Jezus een gemeente die zulke claims niet zomaar slikte. Tegen Efeze zegt Hij:

“Ik weet uw werken, en uw arbeid, en uw lijdzaamheid, en dat gij de kwaden niet kunt dragen; en dat gij beproefd hebt degenen die uitgeven dat zij apostelen zijn, en zij zijn het niet, en hebt hen leugenaars bevonden” (Openbaring 2:2) (STV)

Dat is veelzeggend. De Heere prijst hier niet lichtgelovigheid, maar beproeving. Niet openheid voor elke indrukwekkende claim, maar geestelijk onderscheidingsvermogen. Niet: geef ruimte aan iedereen die zichzelf apostel noemt. Maar: toets, onderzoek, ontmasker.

Juist dat ontbreekt vandaag vaak. Zodra iemand met genoeg charisma, flair, succes of invloed als “apostolisch” wordt gepresenteerd, durven velen niet meer werkelijk te toetsen. Kritische vragen worden al snel weggezet als ongeestelijk, negatief of rebellie. Maar de weg van Christus is niet intimidatie. De weg van Christus is waarheid in het licht.

Bijbelse liefde is niet blind. Bijbelse liefde toetst.

 

De mythe van de supergelovige

Daar zit nog een tweede fout achter. In veel kringen worden apostelen en profeten voorgesteld als een soort supergelovigen. Mensen op een hoger niveau. Mensen met een apart lijntje naar God. Mensen met meer geestelijk gezag dan gewone gelovigen.

Maar dat is een linke gedachte.

De gemeente van Christus kent wel onderscheiden gaven, maar geen geestelijke aristocratie. Er zijn wel verschillende diensten, maar er is geen hoger soort christenen. Er is leiding, maar geen heilige gezalfde leidersklasse.

Zodra apostelen en profeten gaan functioneren als elitefiguren, heeft men het Nieuwtestamentische spoor de rug toegekeerd.

Paulus schrijft opvallend nuchter:

“Wie is dan Paulus, en wie is Apollos, anders dan dienaars, door welke gij geloofd hebt, en dat, gelijk de Heere aan een iegelijk gegeven heeft?” (1 Korinthe 3:5) (STV)

En even later:

“Zo is dan noch hij, die plant, iets, noch hij, die nat maakt, maar God, Die den wasdom geeft” (1 Korinthe 3:7) (STV)

Dat is verfrissend. Geen geestelijke hoogvliegerij. Geen menselijke opgeblazenheid. Geen religieuze topklasse. God geeft de wasdom. De dienaar is dienaar.

NIets meer dan dat.

Bijbelse leiding is herderlijk, niet verheven

Wanneer de Schrift over leiding in de gemeente spreekt, doet zij dat in termen van zorg, voorbeeld en verantwoordelijkheid. Niet van geestelijke verhevenheid.

Petrus schrijft:

“Weidt de kudde Gods die onder u is, hebbende opzicht daarover, niet uit bedwang, maar gewilliglijk; noch om vuil gewin, maar met een volvaardig gemoed; Noch als heerschappij voerende over het erfdeel des Heeren, maar als voorbeelden der kudde geworden zijnde” (1 Petrus 5:2-3) (STV)

Dat is een frontale aanrijding met veel eigentijds bedieningsdenken. Waar men heerst, domineert, zichzelf centraal stelt of onderwerping eist, is men niet bezig de kudde te weiden. Men is bezig haar te overheersen.

Paulus zegt tegen de oudsten van Efeze:

“Zo hebt dan acht op uzelven, en op de gehele kudde, over dewelke u de Heilige Geest tot opzieners gesteld heeft, om de gemeente Gods te weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed” (Handelingen 20:28) (STV)

De kudde is niet van de leider. De kudde is van God. Zij is gekocht met bloed. Dat maakt elke vorm van religieuze zelfverheffing des te ernstiger.

 

Waarom deze leer zo aantrekkelijk is en steeds de kop opsteekt

Waarom wordt de vijfvoudige bediening dan toch steeds weer uit de kast getrokken?

Omdat het vlees houdt van geestelijk aanzien, status, gezag.

Het gewone gemeenteleven onder het Woord lijkt voor sommigen te eenvoudig. Gewoon Bijbelgetrouw onderwijs. Gewoon heiliging. Gewoon volharding. Gewoon herderlijke zorg. Gewoon gebed. Gewoon evangelieverkondiging.

Dat oogt voor het vlees te klein. Te gewoon. Te weinig indrukwekkend.

Maar de vijfvoudige bediening biedt iets anders. Zij biedt grote claims.. Bestemming. Activatie. Apostolische orde. Profetische richting. Geestelijke dekking. Impartatie. Het klinkt belangrijk. Het voelt krachtig. Het maakt indruk.

En daarom is het zo aansprekend.

Maar de vraag is niet of iets goed of krachtig klinkt. De vraag is of het waar is. Een leer kan indrukwekkend zijn en toch krom Een beweging kan dynamisch zijn en toch de eenvoud in Christus stuk maken.

 

De brokken voor gewone gelovigen

Deze leer blijft niet zonder gevolgen.

Gewone gelovigen gaan zich kleiner voelen dan nodig is. Hun eenvoudige geloof lijkt ineens arm. Hun liefde tot de Heere lijkt niet genoeg. Hun trouwe wandel in afhankelijkheid aan de Heere,  in heiligin,  lijkt ondergeschikt aan opgepompte dingen als activatie, impartatie en profetische richting.

Zo schuift de aandacht en afhankelijkheid op van Christus naar mensen.

Dan vragen gelovigen niet meer eerst: wat zegt het Woord van God? Dan vragen zij: wat zegt de apostel? Wat heeft de profeet gezien? Wat is het woord voor dit seizoen? Wat is de richting van de bediening?

Maar dat is geestelijk ongezond. De gemeente leeft niet van menselijke indruk, maar van Gods geopenbaarde Woord.

Paulus waarschuwt:

“Opdat wij niet meer kinderen zouden zijn, die als de vloed bewogen en omgevoerd worden met allen wind der leer, door de bedriegerij der mensen, door arglistigheid, om listiglijk tot dwaling te brengen” (Efeze 4:14) (STV)

Dat vers wordt soms gebruikt om moderne bedieningsstructuren kracht bij te zetten. In werkelijkheid waarschuwt het tegen manipuleerbare, meewaaiende, onstandvastige gelovigheid.

 

Een herderlijke waarschuwing

Misschien ben je met dit denken in aanraking gekomen. Misschien raakte je erg onder de indruk. Misschien leek jouw eigen gemeente ineens arm, stroef of achtergebleven. Misschien begon je te denken dat er iets hogers moest zijn dan gewoon trouw leven onder het Woord.

Laat me je dan dit zeggen, scherp maar wel herderlijk:

Niet alles wat geestelijk klinkt, is geestelijk gezond.

De vraag is ook niet of mensen oprecht zijn. Oprechtheid maakt een leer nog niet waar. Iemand kan met vuur spreken en toch anderen van Christus aftrekken naar menselijke afhankelijkheid.

Daarom zegt Johannes:

“Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld” (1 Johannes 4:1) (STV)

Dat is geen kille afstandelijke tekst. Dat is bescherming. De Heere waarschuwt Zijn volk niet om hen hard te maken, maar om hen veilig te houden.

 

Denk goed door wat je gelooft

Hier wordt het persoonlijk.

Denk goed door wat je eigenlijk gelooft.

Want als jij gelooft dat er vandaag opnieuw apostelen en profeten nodig zijn in Bijbelse, fundament leggende zin, dan zit je ernaast Dan zeg je eigenlijk dat het fundament nog niet af is, of dat de gemeente zonder nieuwe fundamentleggers niet werkelijk tot volwassenheid kan komen. Dan open je ook de deur voor nieuwe gezagsclaims, nieuwe openbaringsaanspraken en nieuwe afhankelijkheidsstructuren.

En dat blijft nooit zonder gevolgen.

Dan worden leiders groter.
Dan worden gewone gelovigen kleiner.
Dan verschuift de focus van Schrift naar stem.
Dan groeit de afhankelijkheid van personen.
Dan wordt toetsen onmogelijk
Dan krijgt geestelijke indruk meer gewicht dan Bijbelse exegese.

Maar als het fundament werkelijk gelegd is, dan heeft dat óók konsekwenties.

Dan hoeft de gemeente niet op zoek naar nieuwe apostelen, maar terug naar het apostolische Woord.
Dan hoeft zij niet te buigen voor profetische claims maar moet zij alles toetsen aan de Schrift.
Dan hoeft zij niet onder de indruk te raken van titels, maar moet zij vragen of Christus werkelijk centraal staat.
Dan moet zij beseffen dat indrukwekkende taal nog geen Bijbelvaste leer is.

 

Denk ook door wat de konsekwenties daarvan zijn

Dat is de vraag die serieus overdacht moet worden.

Maakt jouw visie op bediening Christus groter of mensen groter?

Maakt zij de gemeente vrijer onder het Woord of afhankelijker van opvallende leiders?

Brengt zij rust in het volbrachte fundament, in het geinspireerde Woord van God, of een voortdurende honger naar nieuwe richtinggevende woorden?

Vormt zij dienaars of sterren?

Leidt zij tot nederige en dienende zorg voor de kudde of tot geestelijke verheffing?

Versterkt zij de genoegzaamheid van de Schrift of laat zij ruimte voor een voortdurende stroom van nieuwe claims en openbaringen?

Dat zijn geen dode theoretische vragen. Dat zijn vragen met konsekwenties voor je geloof, voor je gemeente, voor leiderschap, voor gehoorzaamheid en voor geestelijke veiligheid.

 

Het Bijbelse alternatief is rijker dan dikdoenerij

Het antwoord op misbruik is niet cynisme. Het antwoord is terugkeer naar het Bijbelse patroon.

Christus is het Hoofd.
Zijn Woord is de norm.
Het fundament is gelegd.
De gemeente wordt opgebouwd.
Leiders dienen.
Herders weiden.
Leraars onderwijzen.
Evangelisten verkondigen.
Gelovigen groeien.

Paulus schrijft over het doel van de gaven:

“Tot de volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouwing des lichaams van Christus” (Efeze 4:12) (STV)

Daar zit geen grammetje geestelijke glamour in. Maar wel grote schoonheid. Geen menselijke opgeblazenheid, maar gemeentegroei Geen hierarchische topstructuur, maar toerusting van de heiligen. Geen nieuwe elite, maar groei van het lichaam.

Dat is vele malen rijker dan poeha en  spektakel. Veiliger dan bedieningshype.

En heerlijker, omdat Christus daarin centraal blijft staan.

Resumerend

De vermeende vijfvoudige bediening wordt steeds opnieuw uit de kast getrokken omdat zij mensen groot maakt.

Maar het Nieuwe Testament maakt Christus groot.

Zodra apostelen en profeten gaan functioneren als supergelovigen, geestelijke elite of moderne fundamentleggers, is de grens van Bijbelse nuchterheid al overschreden. Dan wordt de gemeente niet sterker, maar kwetsbaarder. Dan groeit niet de eenvoud in Christus, maar de afhankelijkheid van indrukwekkende figuren.

Laat daarom dit tot je doordringen:

“Gebouwd op het fundament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen” (Efeze 2:20) (STV)

En ook:

“Opdat wij niet meer kinderen zouden zijn, die als de vloed bewogen en omgevoerd worden met allen wind der leer, door de bedriegerij der mensen, door arglistigheid, om listiglijk tot dwaling te brengen” (Efeze 4:14) (STV)

Denk dus goed door wat je gelooft.

En denk ook goed door wat de konsekwenties daarvan zijn.

Want waar een verkeerde leer over bediening wordt toegelaten, blijft het nooit bij bediening alleen. Dan raakt vroeg of laat ook het zicht op gezag, gemeente-zijn, geestelijke volwassenheid en de plaats van Christus Zelf in de knoei.

Wie de gemeente liefheeft, kan daar niet luchtig over doen.

Zie ook:

De misvatting van de ‘vijfvoudige bediening’ – Bijbelse basis

extern:

De vijfvoudige bediening – Leven met God en de Bijbel

Het Misverstand van de “Vijfvoudige Bediening” in de Charismatisch-Evangelische wereld

Chris Verhage::Het Misverstand van de “Vijfvoudige Bediening” in de Charismatisch-Evangelische wereld

Geverifieerd door MonsterInsights