De gebeurtenissen rond de Grote Verdrukking #1 de Opname van de Gemeente

De opname van de Gemeente komt eerst: waarom de wereld de Grote Verdrukking niet ziet aankomen

De gebeurtenis vóór de Grote Verdrukking

Wanneer Christenen spreken over de eindtijd verplaatst de focus vaak meteen naar de Grote Verdrukking. Films, boeken en preken schilderen een periode van wereldwijde chaos, oorlog en oordeel.

Maar volgens de Schrift gaat aan deze periode een andere gebeurtenis vooraf die vaak vergeten wordt of verkeerd wordt begrepen: de opname van de Gemeente.

Om de profetieën over de eindtijd goed te begrijpen moeten we daarom eerst kijken naar deze gebeurtenis.

Wat de opname van de Gemeente is

De opname wordt duidelijk beschreven door de apostel Paulus.

“Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen.”
(1 Thessalonicenzen 4:17, STV)

Paulus beschrijft hier een moment waarop gelovigen plotseling worden opgenomen om Christus te ontmoeten in de lucht.

Dit gebeurt wanneer:

  • de doden in Christus eerst opstaan
  • levende gelovigen worden veranderd
  • de Gemeente Christus tegemoet gaat

Het gaat dus om een plotselinge wegneming van de Gemeente.

Een verborgenheid die Paulus openbaart

Paulus noemt deze gebeurtenis een verborgenheid.

“Ziet, ik zeg u een verborgenheid: wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden.”
(1 Korinthe 15:51, STV)

Hij beschrijft vervolgens hoe snel dit gebeurt.

“In een punt des tijds, in een ogenblik, met de laatste bazuin.”
(1 Korinthe 15:52, STV)

De opname gebeurt dus plotseling en onverwacht., in een ‘ondeelbaar ogenblik’ 

Waarom vóór de Grote Verdrukking

Dit gegeven is voor veel mensen niet duidelijk; de reden waarom.

De Bijbel zegt dat de Gemeente niet bestemd is voor de komende oordelen.

Paulus schrijft:

“En Zijn Zoon uit de hemelen te verwachten, Dien Hij uit de doden opgewekt heeft, namelijk Jezus, Die ons verlost van den toekomenden toorn.”
(1 Thessalonicenzen 1:10, STV)

En:

“Want God heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot verkrijging der zaligheid door onzen Heere Jezus Christus.”
(1 Thessalonicenzen 5:9, STV)

De oordelen van de eindtijd worden in Openbaring juist beschreven als de toorn van God.

“Verberg ons voor het aangezicht Desgenen, Die op den troon zit, en voor den toorn des Lams.”
(Openbaring 6:16, STV)

Daarom leert de Schrift dat Christus Zijn Gemeente wegneemt voordat deze periode begint.

Een belangrijk onderscheid

Veel verwarring ontstaat doordat men de opname van de Gemeente verwart met de wederkomst van Christus.

Bij de opname:
  • ontmoeten gelovigen Christus in de lucht
  • Christus komt niet op aarde
  • het vde Gemeente wordt tot Hem opgenomen
Bij de wederkomst:

“En zij zullen den Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels met grote kracht en heerlijkheid.”
(Mattheüs 24:30, STV)

Dan komt Christus zichtbaar naar de aarde.

HUIDIGE TIJD
De Gemeente op aarde



OPNAME VAN DE GEMEENTE
(1 Thessalonicenzen 4:17)

Gelovigen worden opgenomen
om Christus in de lucht te ontmoeten




BEGIN LAATSTE JAARWEEK VAN DANIEL
(Daniël 9:27)

Eerste periode – 3,5 jaar

• politieke stabiliteit
• schijnvrede
• opkomst wereldleider
• eerste oordelen




GRUWEL DER VERWOESTING
(Mattheüs 24:15)

Keerpunt in de profetie




GROTE VERDRUKKING – 3,5 JAAR
(Mattheüs 24:21)

• wereldwijde vervolging
• oordelen van God
• macht van het beest
• tijd der benauwdheid voor Jakob




WEDERKOMST VAN CHRISTUS
(Mattheüs 24:30)

Christus verschijnt zichtbaar
en vestigt Zijn Koninkrijk

Misverstanden over de opname

Er bestaan verschillende misverstanden.

Sommigen zeggen dat het idee van de opname een moderne uitvinding is. Toch staat de beschrijving letterlijk in de brieven van Paulus.

Anderen denken dat de Gemeente door de Grote Verdrukking moet gaan. Maar het Nieuwe Testament benadrukt juist dat gelovigen niet gesteld zijn tot toorn.

De opname vormt daarom de overgang tussen het huidige tijdperk van de Gemeente en het verdere profetische programma van God met Israël.

In het volgende blog zullen we de eerstvolgende periode bespreken: de Grote Verdrukking

Terug naar sabbat en feesten? Het antwoord van Paulus en Handelingen 15

Terug naar sabbat en feesten? Het Nieuwe Testament zegt iets anders

Waarom Sabbat en Bijbelse feestdagen weer populair worden

Moeten christenen de Sabbat houden en de Bijbelse feestdagen vieren? Het Nieuwe Testament geeft daar een verrassend duidelijk antwoord op.

In steeds meer christelijke kringen klinkt de oproep om terug te keren naar de Sabbat en de Bijbelse feestdagen. Men zegt dat deze door God zelf zijn ingesteld en dat Christenen daarom eigenlijk weer zouden moeten leven volgens deze kalender.

Dat klinkt best vroom. Wie kan er immers tegen “Bijbelse feesten” zijn?

Maar zodra we het Nieuwe Testament serieus nemen, ontstaat er een probleem. Want juist het Nieuwe Testament — en vooral de brieven van Paulus — verzetten zich scherp tegen het opnieuw opleggen van zulke voorschriften.

SCHADUW of CHRISTUS?

Het probleem bestond al in de eerste gemeente

De discussie die vandaag terugkeert, bestond al in de eerste eeuw.

Sommige gelovigen uit het Jodendom begonnen namelijk te leren dat heidenchristenen ook de wet van Mozes moesten gaan houden.

“En sommigen, die afgekomen waren van Judea, leerden de broeders, zeggende: Indien gij niet besneden wordt naar de wijze van Mozes, zo kunt gij niet zalig worden.”
(Handelingen 15:1, STV)

Dat was geen klein verschil van mening. Het ging om een fundamentele vraag:

Moeten christenen uit de heidenen onder de wet van Mozes leven?

Als het antwoord ja was, betekende dat automatisch:

  • besnijdenis
  • sabbat
  • Joodse feestdagen
  • voedselwetten

Het hele systeem van de Torah. Geen ‘pick and choose’.

Het apostelconvent in Handelingen 15

Daarom komen de apostelen en oudsten samen in Jeruzalem. Wat daar besloten wordt is cruciaal voor het hele christendom.

Petrus neemt het woord en zegt:

“Nu dan, wat verzoekt gij God, om een juk op den hals der discipelen te leggen, hetwelk noch onze vaders, noch wij hebben kunnen dragen?”
(Handelingen 15:10, STV)

Let op dat woord: juk.

Volgens Petrus zou het opleggen van de wet aan heidenchristenen betekenen dat men hen onder een religieus systeem plaatst dat zelfs Israël nooit heeft kunnen dragen.

Daarom zegt hij vervolgens:

“Maar wij geloven door de genade van den Heere Jezus Christus zalig te worden, op zulke wijze als ook zij.”
(Handelingen 15:11, STV)

Niet door wetsonderhouding.
Maar door Genade.

Waarom de apostelen de wet niet oplegden aan heidenen

De conclusie van het apostelconvent is glashelder.

“Daarom oordeel ik, dat men degenen uit de heidenen, die zich tot God bekeren, niet beroere.”
(Handelingen 15:19, STV)

En in de brief aan de gemeenten staat:

“Het heeft den Heiligen Geest en ons goed gedacht, ulieden geen meerderen last op te leggen dan deze noodzakelijke dingen.”
(Handelingen 15:28, STV)

Opvallend is wat er niet wordt opgelegd.

Niet:

  • besnijdenis
  • sabbat
  • Joodse feestdagen
  • de wet van Mozes

Als deze dingen essentieel waren geweest voor christenen, dan was dit precies het moment geweest om ze verplicht te stellen.

Maar dát gebeurt niet.

Kolossenzen 2: sabbatten zijn een schaduw

Paulus sluit volledig aan bij deze beslissing.

Hij schrijft:

“Dat u dan niemand oordele in spijs of in drank, of in het stuk des feestdags, of der nieuwe maan, of der sabbatten; Welke zijn een schaduw der toekomende dingen, maar het lichaam is van Christus.”
(Colossenzen 2:16–17, STV)

De termen die Paulus noemt zijn precies de onderdelen van de Joodse kalender:

  • voedselwetten
  • feestdagen
  • nieuwe maan
  • sabbatten

En Paulus noemt ze een schaduw.

Een schaduw heeft een functie: zij wijst vooruit naar iets dat komt. Maar zodra de werkelijkheid verschijnt, wordt de schaduw niet meer het centrum.

Die werkelijkheid is Christus.

Galaten 4: terug naar religieuze kalenderwetten

In Galaten gaat Paulus nog verder.

“Maar nu, God kennende, ja veelmeer van God gekend zijnde, hoe keert gij u wederom tot de zwakke en arme eerste beginselen, welke gij wederom van voren aan wilt dienen?
Gij onderhoudt dagen, en maanden, en tijden, en jaren.”
(Galaten 4:9–10, STV)

Paulus beschrijft hier precies wat vandaag opnieuw populair wordt:

  • religieuze kalender
  • heilige dagen
  • vaste tijden en feesten

En zijn oordeel is scherp.

Het is geen geestelijke verdieping, maar een terugkeer naar “zwakke en arme beginselen”.

De sabbat als teken voor Israël

In het Oude Testament had de sabbat een duidelijke functie.

“Gij dan, spreek tot de kinderen Israëls, zeggende: Gij zult evenwel Mijn sabbatten onderhouden; want dit is een teken tussen Mij en tussen ulieden, bij uw geslachten.”
(Exodus 31:13, STV)

De sabbat was een verbondsteken tussen God en Israël.

Het Nieuwe Testament leert nergens dat dit teken is overgedragen aan de gemeente.

Daarom kan Paulus ook schrijven:

“De een acht wel den enen dag boven den anderen dag; maar de ander acht al de dagen gelijk. Een iegelijk zij in zijn eigen gemoed ten volle verzekerd.”
(Romeinen 14:5, STV)

Als de sabbat voor christenen een bindend gebod was geweest, had Paulus dit nooit zo kunnen zeggen.

De focus van het Nieuwe Testament

Het Nieuwe Testament verplaatst de aandacht van religieuze kalenderdagen naar Christus Zelf.

De sabbat wees vooruit naar de rust die in Hem gevonden wordt.

“Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.”
(Matthéüs 11:28, STV)

De gelovige leeft daarom niet onder een kalender van heilige dagen, maar in de vrijheid van het evangelie.

De sabbat en de Bijbelse feesten hebben een belangrijke plaats in de heilsgeschiedenis. Zij waren:

  • profetische schaduwen
  • onderwijs voor Israël
  • vooruitwijzingen naar Christus

Maar het Nieuwe Testament maakt duidelijk dat zij niet de norm zijn voor de gemeente van Christus.

Het apostelconvent weigert de wet van Mozes aan heidengelovigen op te leggen. Paulus noemt sabbatten en feestdagen schaduwen en waarschuwt tegen een terugkeer naar religieuze kalenderwetten.

De gemeente leeft niet onder de schaduw.

Zij leeft in de werkelijkheid.

En die werkelijkheid is Christus Zelf.

lees ook:

https://www.israelendebijbel.nl/nl/kennisbank-artikel/2020/11/03/Moeten-wij-ons-aan-de-Wet-van-Mozes-houden

Niet via Israël, niet via de Wet, maar via Genade alléén

De verborgenheid van de Gemeente

De Gemeente is geen Israël

Het verschil tussen de tijd van het Koninkrijk en de tijd van de Gemeente

 

 

 

 

sabbat nieuw testament uitleg
wet van mozes christenen bijbel
moeten christenen de torah houden
hebrew roots bijbels antwoord
sabbat volgens paulus
bijbelse feesten verplicht christenen
torah observance christenen kritiek
kolossenzen 2:16 sabbat uitleg
galaten 4 dagen maanden tijden jaren uitleg
handelingen 15 wet van mozes uitleg

Geschapen naar Gods beeld en de laatste Adam

De grote lijn van de Bijbel

Wanneer de Bijbel over de mens spreekt, begint hij met een indrukwekkende uitspraak: de mens is geschapen naar Gods beeld. Maar de Schrift stopt daar niet. Zij laat ook zien hoe dat beeld door de zonde werd aangetast en hoe het uiteindelijk wordt hersteld in Christus, de laatste Adam.

Wie deze lijn begrijpt, ziet hoe de hele Bijbel één groot verhaal vertelt: schepping, val en herstel.

De mens geschapen naar Gods beeld

De eerste hoofdstukken van Genesis beschrijven de unieke plaats van de mens in de schepping.

“En God zeide: Laat Ons mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte dat op de aarde kruipt.”
— Genesis 1:26 (STV)

“En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.”
— Genesis 1:27 (STV)

Hier zien we twee belangrijke waarheden.

De mens is geschapen naar Gods beeld, en hij ontvangt heerschappij over de aarde.

Het beeld van God betekent dat de mens als het ware God vertegenwoordigt in de schepping. Hij heeft verstand, bewustzijn, moreel besef en verantwoordelijkheid. De mens staat daardoor in een unieke positie binnen de schepping.

God gaf hem ook een opdracht.

“En God zegende hen, en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de aarde, en onderwerpt haar; en hebt heerschappij over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over al het gedierte dat op de aarde kruipt.”
— Genesis 1:28 (STV)

De mens was bedoeld als rentmeester van Gods schepping.

De val van de eerste Adam

Maar het verhaal van Genesis neemt een dramatische wending. De eerste mens, Adam, komt in opstand tegen God. Daardoor komt de zonde in de wereld.

Paulus beschrijft de gevolgen later zo:

“Daarom, gelijk door één mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood; en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben.”
— Romeinen 5:12 (STV)

Adam wordt zo het hoofd van een gevallen mensheid.

De mens draagt nog steeds Gods beeld, maar het is diep beschadigd. Toch blijft de waardigheid van het menselijk leven bestaan. Zelfs na de zondvloed zegt God:

“Wie des mensen bloed vergiet, diens bloed zal door den mens vergoten worden; want God heeft den mens naar Zijn beeld gemaakt.”
— Genesis 9:6 (STV)

De mens blijft dus drager van Gods beeld, maar leeft nu onder de macht van zonde en dood.

Christus als de laatste Adam

Het Nieuwe Testament openbaart vervolgens een indrukwekkend contrast. Paulus zet Adam en Christus tegenover elkaar.

“Alzo is er ook geschreven: De eerste mens Adam is geworden tot een levende ziel; de laatste Adam tot een levendmakenden Geest.”
— 1 Korinthe 15:45 (STV)

Adam ontving leven.
Christus geeft leven.

Daarom noemt Paulus Christus ook:

“De eerste mens is uit de aarde, aards; de tweede Mens is de Heere uit den hemel.”
— 1 Korinthe 15:47 (STV)

Hier verschijnen twee mensheden.

De mensheid in Adam
aards
sterfelijk
onder de zonde

De mensheid in Christus
hemels
nieuw leven
bestemd voor opstanding

Iedere mens staat uiteindelijk onder één van deze twee hoofden.

Waarom Christus de laatste Adam wordt genoemd

Paulus gebruikt bewust de term laatste Adam.

Dat betekent dat Christus het definitieve begin is van een nieuwe mensheid. Er komt geen nieuw hoofd meer na Hem.

In Adam begon de oude schepping.
In Christus begint de nieuwe.

Daarom zegt Paulus:

“Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden.”
— 1 Korinthe 15:22 (STV)

Christus is het begin van een nieuwe werkelijkheid.

Christus, de laatste Adam, als het volmaakte beeld van God

De Bijbel gaat nog verder. Christus is niet alleen de laatste Adam, maar ook het volmaakte beeld van God.

“Dewelke het Beeld is des onzienlijken Gods, de Eerstgeborene aller creaturen.”
— Kolossenzen 1:15 (STV)

Waar Adam faalde, verschijnt Christus als de ware Mens zoals God de mens bedoeld had.

Daarom wordt in Christus zichtbaar wat het betekent om werkelijk naar Gods beeld te leven.

Vernieuwing naar dat beeld

Voor gelovigen betekent dit dat zij deel krijgen aan dat nieuwe leven.

“En aangedaan hebt den nieuwen mens, die vernieuwd wordt tot kennis, naar het evenbeeld Desgenen, Die hem geschapen heeft.”
— Kolossenzen 3:10 (STV)

En Paulus zegt ook:

“Maar wij allen, met ongedekten aangezichte de heerlijkheid des Heeren als in een spiegel aanschouwende, worden naar hetzelfde beeld in gedaante veranderd van heerlijkheid tot heerlijkheid, als van des Heeren Geest.”
— 2 Korinthe 3:18 (STV)

Het doel van Gods werk is dus dat de mens opnieuw wordt gevormd naar het beeld van Christus.

De grote lijn van de Schrift

Door de hele Bijbel loopt één grote lijn.

De mens wordt geschapen naar Gods beeld.
Door Adam komt de zonde in de wereld.
Christus verschijnt als de laatste Adam.
In Hem begint een nieuwe mensheid.
En uiteindelijk zullen gelovigen volledig het beeld van Christus dragen.

Paulus vat dat samen met een indrukwekkende uitspraak:

“En gelijkerwijs wij het beeld des aardsen gedragen hebben, alzo zullen wij ook het beeld des Hemelsen dragen.”
— 1 Korinthe 15:49 (STV)

De moderne wereld probeert de mens te definiëren zonder God. De Bijbel doet precies het tegenovergestelde.

De Schrift zegt dat de mens alleen begrepen kan worden in het licht van twee personen:

Adam
en Christus.

De eerste bracht zonde en dood.
De tweede brengt leven en een nieuwe schepping.

 

De beslissende vraag is daarom niet: wie ben ik?

Maar:

Onder welk hoofd leef ik, Adam of Christus?

Want alleen in Christus wordt zichtbaar wat God bedoelde toen Hij de mens schiep naar Zijn beeld.

Geverifieerd door MonsterInsights